St.Teresa van Avila: Voor Teresa is het hart een huis waarin God verblijft…..

LIEFDE & ZEGENINGEN

“Welnu, als Hij, toen Hij in de wereld rondging, door de loutere aanraking van zijn gewaad de zieken genas, waarom zouden wij dan twijfelen — als wij geloof hebben — dat er wonderen zullen gebeuren terwijl Hij in ons woont, en dat Hij zal geven wat wij van Hem vragen, aangezien Hij in ons huis verblijft?

Zijn Majesteit is niet gewend slecht te betalen voor zijn onderdak, wanneer de gastvrijheid goed is.”

St. Teresa van Ávila

++++

📖 Commentaar

Deze woorden van Teresa van Ávila zijn doordrenkt van haar mystieke vertrouwen in de levende aanwezigheid van Christus in de ziel. Ze herinnert ons eraan dat Gods nabijheid geen abstract idee is, maar een werkelijke, transformerende aanwezigheid.

Teresa’s redenering is eenvoudig en tegelijk diep:

  • Als Christus tijdens zijn aardse leven genezing bracht door een vluchtige aanraking,
  • hoeveel meer kan Hij doen wanneer Hij in ons woont — in het innerlijk van de mens dat zijn woning is?

Voor Teresa is het hart een huis waarin God verblijft. En wanneer de gastvrijheid goed is — wanneer wij ons openen, luisteren, liefhebben, vertrouwen — dan is God overvloedig in zijn gaven. Niet omdat wij iets verdienen, maar omdat Hij vrijgevig is, en omdat liefde altijd wil geven.

Deze tekst nodigt uit tot een houding van stille verwachting: niet een magisch denken, maar een diep vertrouwen dat Gods aanwezigheid vrucht draagt, geneest, verlicht, en ons leven omvormt. Het is een oproep om de deur van het hart open te houden, om te geloven dat Christus werkelijk binnenkomt — en dat zijn komst nooit zonder zegen blijft.

++++

Gebed:

Heer Jezus, Gij die in mijn hart wilt wonen, open mijn ogen voor uw stille, genezende aanwezigheid.

Laat mij niet twijfelen aan uw kracht, maar leer mij te vertrouwen zoals Teresa vertrouwde: dat Gij geeft, dat Gij heelt, dat Gij wonderen verricht in het verborgene van mijn ziel.

Maak mijn hart tot een goede gastheer, een plaats waar Gij graag verblijft, waar liefde, eenvoud en stilte uw woning vormen.

Zegen mij met uw nabijheid, en laat uw licht alles aanraken wat in mij ziek, moe of gebroken is. Blijf bij mij, Heer, en laat uw aanwezigheid mijn leven vernieuwen.

Amen.

*************

Thomas Merton (trappist): Wanneer wij zondigen, zegt Merton, is dat niet in de eerste plaats omdat wij een regel breken, maar omdat wij onszelf losmaken van onze oorsprong….

“[Zonde] is niet alleen een weigering om dit of dat te doen wat God wil, of een vastbeslotenheid om te doen wat Hij verbiedt. Ze is, fundamenteler, een weigering om te zijn wie wij zijn: een afwijzing van onze mysterieuze, contingente, geestelijke werkelijkheid, verborgen in het mysterie van God zelf. Zonde is onze weigering om te zijn wie wij geschapen zijn te zijn – kinderen van God, beelden van God. Uiteindelijk is zonde, hoewel ze lijkt op een daad van vrijheid, een vlucht weg van de vrijheid en de verantwoordelijkheid van het goddelijk kindschap.” – Thomas Merton

++++

Commentaar:

Merton legt hier de vinger op een diepe, vaak vergeten dimensie van zonde: niet als overtreding, maar als ontkenning van identiteit. Voor hem is de kern van het mens-zijn dat wij uit God voortkomen, dat wij in God geworteld zijn, en dat ons bestaan een afstraling is van Gods eigen leven.

Wanneer wij zondigen, zegt Merton, is dat niet in de eerste plaats omdat wij een regel breken, maar omdat wij onszelf losmaken van onze oorsprong. Zonde is een vorm van zelfvervreemding:

  • een vlucht uit onze eigen waarheid,
  • een weigering om de schoonheid en verantwoordelijkheid van het kindschap te dragen,
  • een angst voor de vrijheid die God ons geeft.

In deze visie is bekering geen moralistische inspanning, maar een terugkeer naar het eigen hart, naar de waarheid van wie wij zijn: geliefde kinderen, dragers van Gods beeld. Het is een beweging van thuiskomen, van opnieuw toestaan dat Gods licht ons bestaan mag definiëren.

++++

Gebed:

Heer, Gij die mij hebt geschapen naar uw beeld, leer mij opnieuw te worden wie ik ben in uw ogen.

Bevrijd mij van elke vlucht weg van mijn eigen waarheid, van elke angst voor de vrijheid die Gij mij schenkt. Laat mij niet leven uit zelfvervreemding, maar uit de diepe zekerheid dat ik uw kind ben.

Open mijn hart voor uw licht, opdat ik niet langer wegloop van uw liefde, maar mij laat vinden, mij laat dragen, mij laat vormen tot uw levende beeld.

Amen.

****************

Kierkegaard Sören: Voor Kierkegaard is authenticiteit geen luxe maar een geestelijke opdracht. “Worden wie je bent” betekent: luisteren naar de zachte kern die God in ons heeft gelegd….

“De meest voorkomende vorm van wanhoop is: niet zijn wie je bent.” 

— Søren Kierkegaard

++++

Commentaar:

Kierkegaard raakt hier aan een diepe existentiële waarheid: wanhoop ontstaat niet alleen uit uiterlijke omstandigheden, maar vooral uit innerlijke vervreemding.

Wanneer een mens zich verwijdert van zijn eigen roeping, zijn eigen waarheid, zijn eigen unieke gestalte, ontstaat er een subtiele maar hardnekkige pijn. Het is de wanhoop van het masker, van het leven dat niet het onze is, van de stem die we niet durven laten klinken.

Voor Kierkegaard is authenticiteit geen luxe maar een geestelijke opdracht. “Worden wie je bent” betekent: luisteren naar de zachte kern die God in ons heeft gelegd, en de moed vinden om die kern te leven — ook wanneer dat tegen de stroom ingaat.

Wanhoop is dus niet een straf, maar een signaal: een innerlijke roep om terug te keren naar de waarheid van het hart.

++++

Gebed:

Heer,

U kent mijn diepste waarheid,

dieper dan ik haar zelf ken.

Bewaar mij voor de wanhoop

van het leven in schijn en verwachting.

Leer mij te luisteren

naar de stille stem die U in mij hebt gelegd.

Geef mij de moed

om te worden wie ik ben in Uw ogen:

een geliefd mens,

geschapen om waarachtig te leven.

Laat mijn hart rust vinden

in de eenvoud van Uw waarheid,

opdat ik niet verdwijn in wat ik niet ben,

maar opbloei in wat U in mij hebt bedoeld.

Amen.

********************

Augustinus: Augustinus legt hier een subtiel maar diep inzicht bloot: geduld is nooit nodig bij wat ons plezier geeft…..

“Niemand verdraagt geduldig wat hem behaagt. Integendeel, altijd wanneer wij iets met geduld verdragen en volhouden, gaat het om iets hards en bitters.” 

— Sint‑Augustinus

++++

 Commentaar:

Augustinus legt hier een subtiel maar diep inzicht bloot: geduld is nooit nodig bij wat ons plezier geeft. Waar vreugde is, is geen strijd; waar licht is, is geen inspanning. Geduld verschijnt pas wanneer wij worden geconfronteerd met datgene wat weerstand oproept — pijn, teleurstelling, vermoeidheid, onbegrip, innerlijke strijd.

Daarom is geduld een geestelijke deugd: het is het vermogen om te blijven staan wanneer iets ons naar beneden trekt. Het is een stille kracht die niet voortkomt uit eigen wilskracht, maar uit een innerlijke overgave aan God.

Augustinus herinnert ons eraan dat het bittere niet zinloos is: juist daar, in het harde en het moeilijke, wordt het hart gevormd. Geduld is de plaats waar genade werkt, waar de ziel leert te rusten in God, zelfs wanneer de omstandigheden geen rust bieden.

Het is een uitnodiging om het moeilijke niet te zien als een mislukking, maar als een ruimte waarin God ons langzaam, zacht en trouw vormt.

++++

Gebed:

Heer,

U kent de dingen die mij zwaar vallen,

de bitterheid die ik soms moet dragen,

de strijd die ik niet gekozen heb maar toch moet aangaan.

Geef mij het geduld dat niet uit mijzelf komt,

maar uit Uw stille aanwezigheid.

Leer mij te blijven staan in het harde,

te vertrouwen in het duister,

te groeien in het moeilijke.

Laat mijn hart niet verbitteren,

maar verzachten door Uw genade.

Maak mijn geduld tot een plaats

waar Uw liefde mij vormt en draagt.

Amen.

******************

Paus Leo XIV: Deze woorden raken aan een diepe waarheid van de christelijke antropologie: de mens is een wezen dat nooit volledig rust vindt in het tijdelijke…..

“Wij zijn gemaakt voor het oneindige. Daarom stuwt elke eindige horizon, elke stap, elke prestatie—hoezeer zij ons ook vervult—ons tegelijk verder en nodigt zij ons uit om te blijven zoeken.”

“De afgoderij van winst en prestatie” en de “cultus van het zelfbeeld” zijn “verdovingsmiddelen die bedoeld zijn om ons geweten te verdoven en het te kneden naar een bepaalde visie op de samenleving.”

— Paus Leo XIV, 9 juni 2026

Mijn Heer en mijn God.

++++

✦ Commentaar

Deze woorden raken aan een diepe waarheid van de christelijke antropologie: de mens is een wezen dat nooit volledig rust vindt in het tijdelijke. Elke voltooiing draagt een verborgen onvoltooidheid in zich; elke vreugde opent een nieuwe honger; elke horizon onthult een verdere horizon. Dit is geen tekort, maar een teken van onze oorsprong: wij zijn geschapen door het Oneindige en voor het Oneindige.

De paus wijst tegelijk op een gevaar dat onze tijd scherp tekent: de subtiele afgoderij van efficiëntie, prestatie, winst, imago. Deze afgoden zijn niet luidruchtig; ze fluisteren. Ze beloven veiligheid, erkenning, controle. Maar in werkelijkheid verdoven ze het geweten, dat stille innerlijke kompas waarin God spreekt. Wanneer het geweten wordt afgestompt, verliest de mens zijn richting en wordt hij kneedbaar voor elke maatschappelijke druk die hem wil vormen naar haar eigen beeld.

De woorden van de paus zijn daarom een dubbele uitnodiging:

een uitnodiging naar boven, naar het Oneindige dat ons trekt; een uitnodiging naar binnen, naar het ontwaken van het geweten dat ons bevrijdt.

“Mijn Heer en mijn God” is dan geen uitroep van vroomheid alleen, maar een existentiële keuze: ik wil niet leven voor afgoden die mij verdoven, maar voor de Ene die mij tot leven wekt.

++++

✦ Gebed

Heer,

Gij die het Oneindige in mijn hart hebt gelegd,

open mijn ogen voor de ware horizon van mijn leven.

Laat elke stap die ik zet mij dichter brengen bij Uw licht,

en behoed mij voor de afgoden die mijn geweten willen verdoven.

Wek in mij een zuiver verlangen,

een innerlijke vrijheid die niet buigt voor winst, prestatie of imago,

maar alleen voor Uw zachte en heilige wil.

Maak mijn hart wakker,

mijn geest helder,

mijn liefde groot.

Mijn Heer en mijn God,

leid mij naar U,

het Oneindige waarvoor ik ben geschapen.

Amen.

********************

St. Athanasius: Deze korte maar krachtige formulering draagt de hele inzet van het Concilie van Nicea in zich…..

“Het Woord, voortgebracht door de Vader van omhoog — onuitsprekelijk, onverklaarbaar, onbegrijpelijk en eeuwig — is dezelfde die hier beneden in de tijd geboren wordt uit de Maagd Maria, de Moeder van God.”

— Het Concilie van Nicea (325 n.Chr.) veroordeelde de Arianistische dwaalleer

IC – Sint-Athanasius XC

Patriarch van Alexandrië

(296–373 n.Chr.)

++++

COMMENTAAR:

Deze korte maar krachtige formulering draagt de hele inzet van het Concilie van Nicea in zich. Het gaat om een belijdenis van identiteit: het eeuwige Woord dat bij de Vader is, zonder begin, zonder oorzaak, zonder tijd — datzelfde Woord wordt mens in Jezus Christus, geboren uit Maria.

Hier worden twee mysteries samengebracht:

De eeuwige generatie: Christus is niet geschapen, maar “voortgebracht” uit de Vader, op een wijze die ons verstand overstijgt.

De tijdelijke geboorte: Christus treedt binnen in onze geschiedenis, in vlees en kwetsbaarheid, door Maria, die daarom terecht “Moeder van God” wordt genoemd.

Athanasius verdedigde deze waarheid met een bijna onverwoestbare helderheid: als Christus niet werkelijk God is, dan kan Hij ons niet redden; als Hij niet werkelijk mens is, dan kan Hij ons niet verheffen.

Nicea bewaakt dus de eenheid van de Verlosser: één Persoon, waarachtig God en waarachtig mens.

De tekst ademt een diepe eerbied voor het mysterie: woorden schieten tekort, begrippen breken, maar het geloof buigt zich in aanbidding.

++++

GEBED:

Eeuwige Vader,

Gij die het Woord hebt voortgebracht vóór alle tijden,

wij aanbidden het licht dat van U uitgaat

en dat in onze wereld is neergedaald

in de gestalte van een kind,

geboren uit Maria, de Moeder van God.

Heer Jezus Christus,

Eeuwig Woord en mens geworden liefde,

open in ons het geloof van Nicea,

dat wij U erkennen als onze God

en U omhelzen als onze broeder.

Heilige Geest,

leid ons in de diepte van dit mysterie,

zodat wij niet redeneren om te beheersen,

maar geloven om te beminnen.

Laat het licht van Athanasius ons hart zuiveren,

en moge de waarheid van Uw menswording

ons troosten, sterken en heiligen.

Amen.

*****************

St.Athanasius: Je kunt bij anderen niet rechtmaken wat in jezelf krom is……

“Je kunt bij anderen niet rechtmaken wat in jezelf krom is.”

— St. Athanasius, Patriarch van Alexandrië (296–373 n.Chr.) 

Kerkvader en Kerkleraar

++++

Verdedigde de Drie‑eenheid tegen de Ariaanse dwaalleer en werd door vier verschillende keizers verbannen die de Ariaanse visie aanhingen.

++++

 Commentaar:

De uitspraak van Athanasius is scherp, eerlijk en geestelijk volwassen. Hij legt een diepe waarheid bloot: wie zelf innerlijk verwrongen is, kan geen rechte lijnen trekken in het leven van anderen.

Het gaat hier niet om moralistische zelfkritiek, maar om een uitnodiging tot innerlijke zuiverheid. Athanasius kende de strijd om de waarheid van binnenuit: hij leefde in een tijd waarin de belijdenis van Christus’ godheid fel werd aangevochten. Zijn eigen leven werd getekend door ballingschap, onrecht en politieke druk. Toch bleef hij recht, omdat zijn hart geworteld was in Christus.

De uitspraak herinnert ons eraan dat geestelijke leiding, pastorale zorg en zelfs gewone menselijke relaties beginnen bij de eigen ziel. Wie vrede wil brengen, moet eerst vrede ontvangen. Wie waarheid wil spreken, moet eerst door de waarheid worden gevormd. Wie anderen wil helpen groeien, moet zelf bereid zijn om te worden omgevormd.

Athanasius nodigt ons uit tot een nederige eerlijkheid: laat God eerst het kromme in mij aanraken, zodat mijn woorden, daden en aanwezigheid werkelijk helend kunnen zijn.

++++

Gebed:

Heer Jezus Christus,

Gij die Athanasius kracht gaf om recht te blijven staan in tijden van verwarring,

raak ook het kromme in mijn hart aan.

Zuiver mijn gedachten, verzacht mijn woorden,

en maak mijn ziel eenvoudig en waarachtig.

Laat mij niet proberen te herstellen wat ik zelf nog niet heb ontvangen,

maar vorm mij eerst door uw licht.

Opdat ik, door uw genade,

een bron van vrede, waarheid en liefde mag zijn

voor wie Gij op mijn weg plaatst.

Amen.

*************

Heilige Giorgio Frasati: Frassati’s oproep is niet moraliserend, maar liefdevol: hij wijst naar een bron die hij zelf heeft leren kennen als levend water. Zijn woorden zijn een getuigenis, geen theorie…..

“Met alle kracht van mijn ziel spoor ik jullie, jonge mensen, aan om de Eucharistie te benaderen.” 

—Heilige Pier Giorgio Frassati

++++

Commentaar:

Deze zin van Pier Giorgio Frassati draagt een opvallende intensiteit: met alle kracht van mijn ziel. Het is geen vrijblijvende uitnodiging, maar een oproep die voortkomt uit een diepe innerlijke overtuiging. Frassati, zelf een jonge man vol levenslust, sportiviteit en sociale bewogenheid, zag in de Eucharistie niet enkel een ritueel, maar een bron van kracht, vreugde en richting.

Voor hem was de Eucharistie het hart van het christelijk leven: een plaats waar Christus werkelijk nabij komt, waar de ziel gevoed wordt, waar de mens wordt omgevormd. Dat hij zich specifiek tot jonge mensen richt, is betekenisvol. Jongeren leven vaak in een wereld vol keuzes, druk, verwachtingen en onzekerheden. Juist dan kan de Eucharistie een stille, vaste plek worden waar men zichzelf terugvindt in Gods aanwezigheid.

Frassati’s oproep is dus niet moraliserend, maar liefdevol: hij wijst naar een bron die hij zelf heeft leren kennen als levend water. Zijn woorden zijn een getuigenis, geen theorie.

++++

 Gebed

Heer Jezus Christus,

Gij die ons in de Eucharistie uw levende aanwezigheid schenkt,

open onze harten voor dit heilig mysterie.

Laat ons, zoals Pier Giorgio Frassati,

met kracht, eenvoud en vreugde naderen tot uw tafel.

Maak ons ontvankelijk voor uw genade,

opdat wij in U de richting, de vrede en de moed vinden

om ons leven te dragen en te geven.

Zegen alle jonge mensen,

dat zij in de Eucharistie een bron van licht ontdekken

die hen leidt door de dagen van hun leven.

Amen.

*********************

St.Gregorius van Nyssa: God schept niet achteloos. Alles wat Hij doet, draagt een doel, een richting, een innerlijke wijsheid….

“Zou God de mens zo zorgvuldig in het bestaan hebben geroepen, enkel om hem na zijn geboorte te laten vergaan en tot volledige vernietiging te laten komen? Zo’n plan zou dwaas zijn, en het aan God toeschrijven zou volkomen onwaardig zijn.” 

— Gregorius van Nyssa

++++

Commentaar:

Gregorius van Nyssa raakt hier een kernpunt van de christelijke antropologie: de mens is geen toevallig schepsel, geen voorbijgaand experiment, maar een wezen dat voortkomt uit Gods intentionele liefde.

Zijn redenering is eenvoudig en tegelijk diep:

God schept niet achteloos. Alles wat Hij doet, draagt een doel, een richting, een innerlijke wijsheid.

De mens is gewild. Niet slechts gevormd uit stof, maar uitgenodigd tot gemeenschap, tot groei, tot voltooiing.

Daarom kan de mens niet bestemd zijn voor vernietiging. Annihilatie zou Gods scheppende liefde tegenspreken; het zou betekenen dat God iets maakt zonder blijvende waarde of bestemming.

Gregorius verdedigt hier de waardigheid en duurzaamheid van het menselijk bestaan. De mens is geschapen voor leven, voor transformatie, voor deelname aan Gods eigen eeuwige werkelijkheid.

In deze zin is het een tekst vol hoop: wat God begint, laat Hij niet los.

++++

Gebed:

Heer, Gever van leven,

Gij hebt mij niet achteloos geschapen,

maar met bedoeling, met liefde, met een toekomst in Uw hart.

Bewaar mij voor de gedachte

dat mijn bestaan zinloos zou zijn

of dat ik slechts een voorbijgaand vonkje ben.

Laat mij rusten in de zekerheid

dat Uw scheppende hand mij draagt,

dat Uw wijsheid mij leidt,

dat Uw liefde mij tot voltooiing wil brengen.

Maak mijn leven tot een antwoord op Uw bedoeling,

tot een weg naar het licht dat niet vergaat.

Amen.

***********************

Johannes Chrysostomos: Boete is actief, dynamisch, transformerend. Ze “aanvaardt allen en verandert allen”…..

“Boete is een medicijn dat de zonde vernietigt. Het is een hemelse gave, een wonderlijke kracht die door de genade van God de macht en strengheid van de wet overwint. Zij aanvaardt allen en verandert allen. Zij verwerpt de ontuchtige niet, stuurt de overspelige niet weg, heeft geen afkeer van de dronkaard, verafschuwt de afgodendienaar niet, veronachtzaamt de lasteraar niet, vervolgt de spotter niet en de hoogmoedige evenmin: zij herschept iedereen, want zij is een smeltoven voor de zuivering van de zonde. De wonde en het medicijn — dat zijn de zonde en de Boete.” 

— Johannes Chrysostomus

++++

 Commentaar:

Johannes Chrysostomus spreekt hier met zijn kenmerkende pastorale kracht: boete is geen juridisch mechanisme, geen koude rekensom tussen schuld en straf, maar een levende, genezende kracht die uit de hemel komt. Hij ziet de mens niet als een dossier vol fouten, maar als een gewonde die een medicijn nodig heeft.

Wat opvalt:

Boete is actief, dynamisch, transformerend. Ze “aanvaardt allen en verandert allen”.

Niemand wordt uitgesloten. De lijst van zondaars die hij noemt is lang en concreet — precies om te tonen dat Gods genade geen grenzen kent.

Boete is een smeltoven. Niet om te vernietigen, maar om te zuiveren, te herscheppen, te vernieuwen.

Zonde en boete horen bij elkaar als wonde en medicijn. De wonde maakt het medicijn nodig; het medicijn maakt de wonde niet definitief.

In Chrysostomus’ visie is boete niet vernederend maar bevrijdend. Ze is de plaats waar de mens opnieuw kan beginnen, waar de genade sterker blijkt dan de wet, en waar de liefde van God de mens tot nieuw leven wekt.

++++

 Gebed:

Heer Jezus Christus,

Gij die de zonde niet vreest maar de mens bemint,

open in mij de weg van ware boete.

Laat uw genade mijn hardheid verzachten,

mijn wonden aanraken,

mijn duisternis verlichten.

Neem mij aan zoals ik ben,

en herschep mij zoals Gij mij bedoelt.

Maak mijn hart tot een plaats

waar uw vuur van zuivering brandt,

niet om te verteren,

maar om te vernieuwen.

Dat ik nooit wanhopig word over mijn zwakheid,

maar vertrouw op uw medicijn van barmhartigheid.

Amen.

*******************

Henri J.M Nouwen: Nouwen herinnert ons eraan dat liefde nooit verloren gaat….

Heb ik vandaag vrede gebracht?

Heb ik een glimlach op iemands gezicht getoverd?

Heb ik woorden van heling gesproken?

Heb ik mijn woede en mijn wrok losgelaten?

Heb ik vergeven? Heb ik liefgehad?

Dit zijn de echte vragen.

Ik moet erop vertrouwen dat het kleine beetje liefde dat ik nu zaai, veel vrucht zal dragen — hier in deze wereld en in het leven dat komt.”

— Henri Nouwen

++++

Commentaar:

Henri Nouwen raakt hier aan de kern van het christelijke leven: niet de grote daden, niet de zichtbare prestaties, maar de stille, verborgen keuzes van liefde die we elke dag maken.

Zijn vragen zijn geen morele checklist, maar een uitnodiging tot innerlijke eerlijkheid. Ze brengen ons terug naar het eenvoudige, maar veeleisende evangelie: vrede brengen, vergeven, liefhebben — telkens opnieuw, in het kleine, in het alledaagse.

Nouwen herinnert ons eraan dat liefde nooit verloren gaat. Zelfs het kleinste gebaar — een glimlach, een zacht woord, een losgelaten wrok — wordt door God opgenomen in een groter verhaal. Wat wij zaaien in kwetsbaarheid, draagt Hij in eeuwigheid.

Het is een spiritualiteit van vertrouwen:

Ik hoef niet te zien wat mijn liefde teweegbrengt. Ik mag zaaien, en God zal laten groeien.

++++

Gebed

Heer,

geef mij vandaag een zacht hart,

open voor vrede,

bereid om te vergeven,

vrij van de last van wrok.

Leer mij woorden te spreken die helen,

gebaren te stellen die hoop wekken,

liefde te zaaien zonder te rekenen.

Neem mijn kleine daden van goedheid aan

als zaad in uw grote akker.

Laat ze vrucht dragen

waar ik het niet zie,

in deze wereld

en in het leven dat komt.

Amen.

******************

Augustinus’ gebed: Heer Jezus, laat mij mijzelf kennen en U kennen…..

Gebed van de heilige Augustinus:

Heer Jezus, laat mij mijzelf kennen en U kennen,

en niets verlangen dan alleen U.

Laat mij mijzelf haten en U liefhebben.

Laat mij alles doen omwille van U.

Laat mij mijzelf vernederen en U verheerlijken.

Laat mij aan niets denken dan aan U.

Laat mij sterven aan mijzelf en leven in U.

Laat mij alles aanvaarden alsof het van U komt.

Laat mij mijzelf verloochenen en U volgen,

en altijd verlangen U te volgen.

Laat mij vluchten voor mijzelf en toevlucht nemen in U,

opdat ik waardig mag zijn door U verdedigd te worden.

Laat mij voor mijzelf vrezen, laat mij U vrezen,

en laat mij behoren tot hen die door U zijn uitverkoren.

Laat mij mijzelf wantrouwen en mijn vertrouwen stellen in U.

Laat mij bereid zijn te gehoorzamen omwille van U.

Laat mij aan niets gehecht zijn behalve aan U.

En laat mij arm zijn omwille van U.

Zie naar mij om, opdat ik U mag liefhebben.

Roep mij, opdat ik U mag zien

en U voor altijd mag genieten.

Amen.

++++

Commentaar (meditatieve duiding):

Dit gebed van Augustinus is een radicale beweging naar binnen én naar boven.

Het is geen zelfhaat in moderne psychologische zin, maar een ascetische verschuiving van het ego naar de Liefde.

Enkele lijnen:

“Laat mij mijzelf kennen en U kennen” 

Bij Augustinus is zelfkennis altijd de poort naar Godskennis. Wie zichzelf ziet zoals hij is, ziet zijn afhankelijkheid, zijn verlangen, zijn kwetsbaarheid — en daarin de ruimte voor God.

“Laat mij sterven aan mijzelf en leven in U” 

Dit is de klassieke conversio cordis: het hart dat zich losmaakt van eigenbelang en zich richt op de Bron van het leven.

“Laat mij alles aanvaarden alsof het van U komt” 

Hier klinkt een diepe overgave: niet fatalistisch, maar vertrouwend dat God in alles aanwezig is, zelfs in het onverwachte en het pijnlijke.

“Laat mij vluchten voor mijzelf en toevlucht nemen in U” 

Augustinus kent de onrust van het innerlijk leven. Vluchten voor zichzelf betekent: weg van de innerlijke verdeeldheid, naar de Eenheid die God is.

“Roep mij, opdat ik U mag zien” 

Het gebed eindigt in pure mystiek: het verlangen naar de visio Dei, het aanschouwen van God, dat voor Augustinus de uiteindelijke vervulling van het menselijk hart is.

Het geheel ademt een brandend verlangen naar zuiverheid van liefde, naar een leven waarin niets meer tussen de ziel en Christus staat.

++++

 Gebed:

Heer Jezus,

maak mijn hart eenvoudig,

zodat het U zonder omwegen zoekt.

Neem weg wat mij van U afleidt,

de ruis van mijn eigen plannen,

de angst die mij terughoudt,

de trots die mij verhult wie ik ben.

Leer mij rusten in Uw blik,

mij toevertrouwen aan Uw zachte leiding,

mij verheugen in Uw aanwezigheid

die mij draagt, zuivert en vernieuwt.

Roep mij telkens opnieuw,

want mijn oren zijn traag

en mijn hart dwaalt gemakkelijk af.

Maar één woord van U

maakt mij weer wakker.

Laat mij leven in U,

ademen in U,

liefhebben in U,

totdat niets in mij nog anders wil

dan U alleen.

Amen.

**********************

C.S.Lewis: Lewis raakt hier aan een diepe geestelijke wet: zelfkennis groeit met het licht…..

“De juiste richting leidt niet alleen tot vrede maar ook tot kennis. Wanneer een mens beter wordt, begrijpt hij steeds duidelijker het kwaad dat nog in hem aanwezig is. Wanneer een mens slechter wordt, begrijpt hij zijn eigen slechtheid steeds minder. Een matig slecht mens weet dat hij niet erg goed is; een grondig slecht mens denkt dat hij in orde is. Dit is eigenlijk gezond verstand. Je begrijpt de slaap wanneer je wakker bent, niet terwijl je slaapt. Je ziet fouten in het rekenen wanneer je geest goed werkt; terwijl je ze maakt, zie je ze niet. Je begrijpt de aard van dronkenschap wanneer je nuchter bent, niet wanneer je dronken bent. Goede mensen kennen zowel het goede als het kwade; slechte mensen kennen geen van beide.” 

— C.S. Lewis

++++

 Commentaar:

Lewis raakt hier aan een diepe geestelijke wet: zelfkennis groeit met het licht.

Wie innerlijk naar het goede beweegt, krijgt een helderder zicht op zijn eigen schaduw. Niet om ontmoedigd te worden, maar omdat het licht dat in hem groeit de duisternis zichtbaar maakt. Het is een teken van vooruitgang wanneer iemand zijn eigen zwakheden begint te herkennen — niet van achteruitgang.

Omgekeerd: wie zich van het goede verwijdert, verliest het vermogen om zijn eigen toestand te zien. Duisternis verduistert het bewustzijn. De mens die zichzelf niet meer kritisch kan bekijken, is niet vrij maar gevangen.

Lewis gebruikt drie eenvoudige beelden:

  1. Slaap: je begrijpt slaap alleen wanneer je wakker bent.
  • Rekenen: je ziet fouten pas wanneer je helder denkt.
  • Dronkenschap: je begrijpt dronkenschap alleen wanneer je nuchter bent.

Zo is het ook met het kwaad: alleen wie zich naar het goede keert, kan het kwaad herkennen — in zichzelf én in de wereld.

Dit is een uitnodiging tot nederigheid, tot innerlijke waakzaamheid, en tot een zachtmoedige eerlijkheid tegenover onszelf.

++++

Gebed:

Heer,

breng mij op de weg die naar vrede én naar waarheid leidt.

Laat uw licht in mij groeien, zodat ik helder zie wat nog genezing nodig heeft.

Bewaar mij voor zelfbedrog en voor de blindheid die ontstaat wanneer ik van U wegdrijf.

Geef mij de moed om mijn zwakheden te erkennen,

de nederigheid om te leren,

en de vreugde om te groeien in het goede.

Maak mijn hart wakker, nuchter en helder,

zodat ik zowel het goede als het kwade kan onderscheiden

en steeds meer mag leven uit uw licht.

Amen.

***************************

De borstplaat van St. Patrick: Het borstschild van Sint-Patrick (St. Patrick’s Breastplate) is een beroemd Iers beschermingsgebed…..

Het borstschild van Sint-Patrick (St. Patrick’s Breastplate) is een beroemd Iers beschermingsgebed (een lorica) dat volgens de overlevering in 433 na Christus door Sint-Patrick werd geschreven. Het dient als spiritueel harnas om goddelijke bescherming en de aanwezigheid van Christus in het dagelijks leven af te smeken.Hier is het gebed opgesplitst in de belangrijkste kenmerken:De Naam: De term ‘borstschild’ verwijst naar het pantser dat ridders in de strijd droegen; het gebed wordt gezien als een geestelijke bescherming tegen gevaren en het kwaad.De Heilige Drie-eenheid: Het staat bekend om zijn krachtige aanroeping van God, de Heilige Drie-eenheid en de schepping.Alternatieve naam: Het wordt ook wel De Kreet van het Hert (Iers: Faeth Fiada / The Deer’s Cry) genoemd. Volgens de legende werden Patrick en zijn volgelingen dankzij dit gebed onzichtbaar voor vijanden en zagen soldaten hen aan voor een kudde herten.Gebruik vandaag de dag: Het wordt nog steeds veelvuldig gebeden en gezongen als loflied, onder andere tijdens de avondgebeden

De tekst van de borstplaat :

Vandaag sta ik op

door een machtige sterkte, Drie-enige God,

door het geloof in de Vader, de Zoon en de Geest,

door te belijden één God

die hemel en aarde gemaakt heeft.

Vandaag sta ik op

gesterkt door Christus’ geboorte en doop,

gesterkt door zijn kruis en zijn graf,

gesterkt door zijn opstanding en hemelvaart,

gesterkt door zijn wederkomst op de dag van het oordeel.

Vandaag sta ik op

gesterkt door de kracht van de cherubs,

gehoorzaam met de engelen,

dienend met de aartsengelen,

hopend op het loon bij de opstanding der doden,

biddend met de aartsvaders,

verwacht

predikend met de apostelen,

gelovend met de martelaren,

onschuldig met de kinderen Gods,

rechtvaardig met ieder die Hem dient.

Vandaag sta ik op,

door de sterkte des hemels,

het licht van de zon,

de glans van de maan,

de pracht van het vuur,

de snelheid der bliksem,

het suizen van de wind,

de diepte der zee,

de vastheid der aarde,

zo sterk als een rots.

Vandaag sta ik op

door Gods sterkte die eeuwig mijn gids is:

Gods macht die mij steunt

Gods wijsheid die mij leidt,

Gods oog dat voor mij uit ziet,

Gods oor om mij te horen,

Gods woord om tot mij te spreken,

Gods hand om mij te beschermen,

Gods weg die voor mij open ligt,

Gods schild dat mij dekt,

Gods liefde die mij redt

van de listen des duivels,

van de verleidingen van het kwaad,

van ieder die mij verwenst,

ver weg en dichtbij, alleen en tussen de mensen.

Ik roep vandaag al deze krachten als muur

tussen mij en het kwaad,

tegen elke genadeloze macht

die mijn lichaam bedreigt en mijn ziel.

tegen betovering van valse profeten,

tegen de duistere wetten van het heidendom,

tegen de valse wetten van ketters,

tegen de listen van afgoderij,

tegen toverij, machten en binding,

tegen alles wat mijn lichaam verderft en mijn ziel.

Christus zal mijn schild zijn vandaag

tegen gif, tegen vuur, tegen verdrinking en onheil,

tot de dag van zijn heerlijke komst.

Christus is naast mij, Christus is voor mij,

Christus staat achter mij,

Christus is in mij, Christus is onder mij,

Christus troont boven mij,

Christus aan mijn rechterhand, Christus aan mijn linkerhand,

Christus als ik mij neerleg,

Christus als ik ga zitten,

Christus wanneer ik opsta.

Christus in het hart van ieder die aan mij denkt,

Christus in de mond van ieder die over mij spreekt,

Christus in het oog van elk die mij ziet,

Christus in het oor van elk die mij hoort.

Vandaag sta ik op

door een machtige sterkte, Drie-enige God,

door het geloof in de Vader, de Zoon en de Geest,

door te belijden één God

die hemel en aarde gemaakt heeft.

**************************

St. Antonius van Padua: Deze korte devotionele tekst drukt drie klassieke elementen van de Antonius‑verering uit….

Heilige Antonius van Padua

“Fluister mijn smeekbeden in het oor van het zoete Kind Jezus.

Ik geloof vast in uw wonderen en dank U voor de zegeningen en wonderen

die U in mijn leven hebt bewerkt.

Blijf uw licht over ons laten schijnen,

opdat wij uw zegeningen en uw goedheid met anderen mogen delen.”

++++

✦ Commentaar:

Deze korte devotionele tekst drukt drie klassieke elementen van de Antonius‑verering uit:

✦ 1. De nabijheid van het Kind Jezus

Antonius wordt vaak afgebeeld met het Kind Jezus op de arm.

Dit beeld is geen romantische fantasie, maar een theologische boodschap:

de heilige draagt het Woord van God dicht bij het hart.

Wie zich tot Antonius wendt, zoekt niet magie, maar nabijheid —

een heilige die het Kind van God zo teder draagt,

kan ook onze noden zachtjes bij Hem brengen.

✦ 2. Vertrouwen in wonderen

De tekst spreekt over “wonderen” en “zegeningen”.

In de traditie van Antonius gaat het niet om spectaculaire gebeurtenissen,

maar om kleine tekenen van Gods zorg:

– een verloren voorwerp dat teruggevonden wordt,

– een moeilijke situatie die onverwacht oplost,

– een innerlijke rust die terugkeert.

Antonius is de heilige van het concrete, dagelijkse wonder.

✦ 3. Het licht dat gedeeld wordt

De bede om “uw licht te laten schijnen” verwijst naar de roeping van elke gelovige:

niet alleen ontvangen, maar ook doorstralen.

Wie troost ontvangt, wordt zelf troostend.

Wie vrede vindt, wordt een brenger van vrede.

Antonius is een gids die ons uitnodigt om zegen door te geven.

++++

✦ Gebed

(in jouw zachte, meditatieve stijl)

Heilige Antonius,

vriend van het Kind Jezus,

neem mijn gebeden mee in uw handen

en leg ze neer bij het hart van God.

Gij die het licht van Christus hebt gedragen,

laat datzelfde licht ook in mij ontwaken.

Verlicht mijn gedachten,

verzacht mijn hart,

en leid mij op de weg van vrede.

Dank voor de stille zegeningen

die Gij reeds in mijn leven hebt gebracht.

Help mij om die goedheid te herkennen,

te bewaren

en te delen met wie ik ontmoet.

Blijf dicht bij mij,

zoals Gij dicht bij het Kind Jezus stond,

en laat mij groeien in vertrouwen, eenvoud en liefde.

Amen.

*******************

Teresa van Avila: Deze korte zin van Teresa van Avila is typisch voor haar geestelijke nuchterheid…..

“Het is een goede weg naar zelfverloochening om niet te klagen over kleine kwaaltjes of pijntjes. Als men het kan verdragen, is het beter te zwijgen.”

— Heilige Teresa van Jezus (Avila)

++++

 Commentaar:

Deze korte zin van Teresa van Avila is typisch voor haar geestelijke nuchterheid. Ze wijst niet op stoïcisme omwille van stoerheid, maar op innerlijke vrijheid.

Voor haar is zelfverloochening geen zelfhaat, maar het loslaten van de voortdurende gerichtheid op het eigen ik. Kleine ongemakken — lichamelijke pijntjes, irritaties, vermoeidheid — kunnen ons snel naar binnen trekken, naar zelfbeklag of onrust. Teresa ziet hierin een oefenplaats: niet om pijn te ontkennen, maar om de aandacht te verleggen naar God, en om niet te leven vanuit impuls, maar vanuit overgave.

Het zwijgen waarover ze spreekt is geen onderdrukking, maar een vorm van innerlijke stilte: een keuze om niet alles te benoemen, niet alles te dramatiseren, niet alles te laten wegen.

In een tijd waarin we snel geneigd zijn elk ongemak te benoemen, te analyseren of te delen, klinkt Teresa’s raad als een zachte uitnodiging tot eenvoud: draag wat je kunt dragen, en laat het je hart niet opslokken.

++++

 Gebed:

Heer,

leer mij de stille weg van Teresa:

de weg waarop kleine pijnen geen grote schaduwen werpen,

waar mijn hart niet gevangen raakt in zelfbeklag,

maar vrij wordt om U te zoeken.

Geef mij de genade

om te onderscheiden wat ik moet verdragen

en wat ik moet loslaten,

om te zwijgen waar stilte heilzaam is,

en te spreken waar liefde dat vraagt.

Maak mijn ziel eenvoudig,

mijn blik helder,

mijn hart beschikbaar voor Uw vrede.

Amen.

**********************

Johannes Climacos: Johannes’ woorden zijn geen morele eisen, maar een uitnodiging tot een steeds dieper vertrouwen…..

“De eerste stap naar bevrijding van woede is de lippen gesloten te houden wanneer het hart in beroering is;

de volgende is de gedachten stil te houden wanneer de ziel verstoord is;

de laatste is volledig kalm te blijven wanneer onreine winden waaien.” 

— St. Johannes Klimakos, De Ladder van de Goddelijke Opklimming, Stap 8: Over Vrijheid van Woede en Over Zachtmoedigheid

++++

 Commentaar:

Johannes Klimakos beschrijft hier een innerlijke weg die niet begint bij grote heroïsche daden, maar bij kleine, concrete momenten van zelfbeheersing.

“De lippen gesloten houden wanneer het hart in beroering is.” 

Dit is de eerste en meest zichtbare oefening: niet onmiddellijk reageren wanneer iets ons raakt. Het zwijgen is geen onderdrukking, maar een ruimte scheppen waarin de ziel kan ademen.

“De gedachten stil houden wanneer de ziel verstoord is.” 

Hier gaat Johannes dieper: niet alleen het spreken, maar ook het innerlijke rumoer wordt tot rust gebracht. Het is een oefening in innerlijke waakzaamheid, een zacht maar vast terugkeren naar eenvoud.

“Volledig kalm blijven wanneer onreine winden waaien.” 

Dit is de vrucht van de weg: een vrede die niet afhankelijk is van omstandigheden. De ziel wordt een stille haven, zelfs wanneer stormen opsteken.

Johannes’ woorden zijn geen morele eisen, maar een uitnodiging tot een steeds dieper vertrouwen. Zachtmoedigheid is geen zwakte, maar een kracht die voortkomt uit het wonen in God.

++++

Gebed:

Heer Jezus Christus,

Gij die zachtmoedig en nederig van hart zijt,

open in mij de weg naar innerlijke vrede.

Leer mij zwijgen wanneer mijn hart opspringt,

mijn gedachten tot rust te brengen wanneer de ziel onrustig wordt,

en kalm te blijven wanneer de winden van verleiding en woede waaien.

Laat uw stille aanwezigheid mijn stormen dempen,

opdat ik een plaats van vrede word voor anderen,

en mijn leven een ladder wordt die naar U voert.

Amen.

++++

Johannes Climakos (Johannes van de Ladder) was een 6e–7e‑eeuwse monnik en mysticus uit het Midden-Oosten, vooral bekend door zijn invloedrijke spirituele werk De Ladder van de Goddelijke Opklimming. Hij leefde als kluizenaar op de Sinaï en werd later abt van het beroemde Katharinaklooster. Zijn leven en werk vormen een van de pijlers van de oosterse monastieke traditie.

Kernpunten over Johannes Climakos:

Geboren rond 579 in Syrië

Overleden rond 649 op de Sinaï

Monnik vanaf jonge leeftijd: trad op zijn 16e toe tot het Sinaï‑klooster

Kluizenaar gedurende ongeveer veertig jaar in een grot op de Sinaï

Abt van het Katharinaklooster op hoge leeftijd (ca. 75 jaar)

Auteur van De Ladder (Klimax tou paradeisou), een gids voor de innerlijke weg naar God in 30 stappen

Feestdag: 30 maart (Rooms Katholiek en Orthodox), en in de Orthodoxe Kerk ook de vierde zondag van de Grote Vasten

Zijn belangrijkste werk: De Ladder van de Goddelijke Opklimming

Johannes kreeg zijn bijnaam Climakos (“van de ladder”) door zijn meesterwerk, waarin hij de geestelijke weg beschrijft als een ladder met dertig treden:

Loslaten van de wereld

Verwerven van deugden

Strijd tegen de hartstochten

Innerlijke zuivering

Vereniging met God in liefde

Het werk werd een klassieker van de monastieke spiritualiteit, tot op vandaag gelezen in kloosters en kerken.

Spirituele betekenis:

Johannes Climakos staat bekend om zijn diepe inzicht in:

de innerlijke strijd van de mens,

de weg van verstilling en ascese,

de transformatie van menselijke hartstochten tot deugden,

de liefde als hoogste vereniging met God.

Zijn toon is tegelijk streng en teder, ascetisch en mystiek, en vormt een brug tussen de woestijnvaders en latere mystici zoals Johannes van het Kruis.

++++

1. Meditatieve tekst — De Ladder van het Hart

Er is in ieder mens een ladder verborgen,

niet van hout of steen,

maar van verlangen.

Johannes Climakos zag die innerlijke ladder

als een weg die omhoog voert,

niet naar een verre hemel,

maar naar het stille centrum van het hart

waar God al wacht.

Elke trede is klein,

soms bijna onzichtbaar:

een moment van geduld,

een zachte gedachte,

een ademhaling die niet oordeelt,

een blik die niet grijpt.

En soms is een trede moeilijk:

het loslaten van een oude gewoonte,

het erkennen van een wond,

het doorstaan van een storm

die van binnen komt.

Maar wie blijft klimmen,

merkt dat de ladder niet alleen omhoog gaat —

zij daalt ook af,

naar de diepte van ons mens-zijn,

waar de Eeuwige ons aanraakt

met een liefde die geen haast kent.

Johannes leert ons:

de weg naar God is geen sprong,

maar een reeks kleine, trouwe stappen.

En elke stap, hoe klein ook,

wordt door God gezien

als een beweging van het hart

naar het Licht.

2. Korte biografische schets:

Johannes Climakos (ca. 579–649) was een monnik en mysticus uit het Sinaïgebied.

Op zijn zestiende trad hij toe tot het Katharinaklooster, waar hij werd gevormd door de traditie van de woestijnvaders. Na enkele jaren trok hij zich terug als kluizenaar in een grot op de Sinaï, waar hij ongeveer veertig jaar leefde in stilte, gebed en ascese.

Op hoge leeftijd werd hij gevraagd om abt van het Katharinaklooster te worden. Hoewel hij terughoudend was, aanvaardde hij dit uit gehoorzaamheid. In deze periode schreef hij zijn beroemde werk De Ladder van de Goddelijke Opklimming, een spirituele gids in dertig stappen die de weg beschrijft van innerlijke zuivering naar de liefdevolle vereniging met God.

Johannes wordt in zowel de oosterse als westerse traditie vereerd als een meester van de innerlijke weg, een leraar van verstilling, nederigheid en liefde.

++++

3. Gebed geïnspireerd door Johannes Climakos:

Eeuwige,

Gij die mij roept

van trede tot trede,

van duisternis naar licht,

van onrust naar vrede —

open in mij de ladder

die naar Uw hart voert.

Leer mij de kleine stappen te zien

die Gij mij vandaag geeft:

een woord van mildheid,

een moment van stilte,

een ademhaling die mij herinnert

aan Uw nabijheid.

Wanneer ik struikel,

houd mij vast.

Wanneer ik aarzel,

moedig mij aan.

Wanneer ik klim,

laat mij Uw zachte aanwezigheid voelen

als een licht dat nooit dooft.

Maak mijn hart tot een plaats

waar Uw liefde kan wonen

en waar anderen kunnen rusten

in de vrede die van U komt.

Amen.

***********************

ONZE EERBIEDWAARDIGE VADER “JOHANNES CLIMACOS”

Beschrijving van zijn leven:

De Monnik Johannes wordt door de Heilige Kerk geëerd als een grote asceet en auteur van het beroemde spirituele werk genaamd “De Ladder”, waarbij de monnik eveneens de titel “van-de-Ladder” [Climacus (Lat.) ontving; Klimatikos (Grk.); Lestvichnik (Slavisch.)].

Over de oorsprong van de monnik Johannes is bijna geen verslag bewaard gebleven. Volgens de overlevering werd hij geboren rond het jaar 570 en was hij de zoon van de heiligen Xenophones en Maria, wiens nagedachtenis door de Kerk op 26 januari wordt gevierd.

De zestienjarige jongen Johannes arriveerde in het Sinaïklooster. Abba Martyrios werd instructeur en gids van de monnik. Na vier jaar op de Sinaï te hebben gewoond, werd de heilige Johannes Climacus gezworen in het monnikendom. Een van de aanwezigen bij het afleggen van geloften, Abba Stratigios, voorspelde dat Johannes een grote uitblinker in de Kerk van Christus zou worden. In de loop van negentien jaar streefde de monnik Johannes ascese na in gehoorzaamheid aan zijn geestelijke vader. Na de dood van abba Martyrios koos de monnik Johannes voor het leven van een kluizenaar en vestigde zich in een wilde plaats genaamd Tholos, waar hij veertig jaar doorbracht in daden van stilte, vasten, gebed en tranen van boetedoening. Het is geen toeval dat de monnik Johannes in “De Ladder” zo spreekt over tranen van berouw: “Zoals vuur brandhout brandhout brandt en vernietigt, zo spoelen zuivere tranen alle onzuiverheid weg, zowel uiterlijk als innerlijk.” Zijn heilig gebed was sterk en doeltreffend, zoals blijkt uit een voorbeeld uit het leven van de godgendheilige.

De monnik Johannes had een leerling, de monnik Mozes. Op een keer beval de instructeur zijn student om grond naar de tuin te brengen voor beddengoed. Nadat hij de gehoorzaamheid had vervuld, ging de monnik Mozes rusten in de schaduw van een grote rots, vanwege de sterke hitte van de zomer. De monnik John Lestvichnik zat op dat moment in zijn cel te rusten na een gebedsarbeid. Plotseling verscheen er een man met een opmerkelijke verschijning aan hem en, nadat hij de heilige asceet had gewekt, zei hij vol smaad tegen hem: “Waarom rust gij, Johannes, hier vredig, wanneer Mozes in gevaar is?” De monnik Johannes werd onmiddellijk wakker en begon voor zijn leerling te bidden. Toen zijn discipel ’s avonds terugkwam, vroeg de monnik of hem een soort wee was overkomen. De monnik antwoordde: “Nee, maar ik werd blootgesteld aan groot gevaar. Een groot stuk steen, dat was afgebroken van de rots waaronder ik ’s middags in slaap was gevallen, miste me ternauwernood. Door geluk had ik een droom dat gij mij riep, en ik werd wakker en begon weg te rennen, en op dat moment viel de enorme steen met een val op diezelfde plek, waaruit ik was gevlucht…”

Over de manier van leven van de monnik is bekend dat Johannes zich voedde door zoiets als wat niet verboden is een vastenleven door de ustav, maar met mate. Hij bracht de nacht niet door zonder slaap, hoewel hij niet veel sliep, alleen zoveel als nodig was om zijn kracht op peil te houden, zodat hij door een onophoudelijke waakzaamheid de geest niet zou vernietigen. “Ik vast niet overmatig,” zei hij over zichzelf, “noch geef ik me over aan een intense nachtwake, noch ga ik op de grond liggen, maar houd ik mezelf in…, en de Heer redde me spoedig.” Het volgende voorbeeld van nederigheid van de monnik John Climacus is opmerkelijk. Begiftigd met een diep doordringende geest, en wijs geworden door diepe spirituele ervaring, ontving hij liefdevol allen die tot hem kwamen om hen naar verlossing te leiden. Maar toen er mensen verschenen die hem door afgunst met loquacity verwijten, wat ze wegredeneerden als ijdelheid, gaf de monnik Johannes zich vervolgens over aan stilte om geen reden tot schuld te geven, en hij zweeg een jaar lang. De jaloers beseften hun fout en ze keerden zelf terug naar de asceet met het verzoek hen niet de geestelijke winst van zijn gesprek te ontnemen.

De monnik Johannes verborg zijn ascetische daden voor mensen en trok zich soms terug in een grot, maar verslagen van zijn heiligheid verspreidden zich ver buiten de plaats: onophoudelijk kwamen er bezoekers uit elke rang en roeping naar hem toe, die zijn woorden van opbouw en redding wilden horen. Op 75-jarige leeftijd, na veertig jaar ascetisch streven in eenzaamheid, werd de monnik gekozen als hegumen van het Sinaïkklooster. Ongeveer vier jaar lang bestuurde de monnik John Climacus het heilige Sinaïklooster. Tegen het einde van zijn leven schonk de Heer de monnik genadedragende gaven van scherpzinnigheid en wonderwerk.

Tijdens zijn bestuur van het klooster, op verzoek van de hegumen van het Raipha-klooster Sint-Jan, werd er voor de monniken de beroemde “Ladder” geschreven – een instructie voor het opklimmen naar spirituele perfectie. Wetende van de wijsheid en geestelijke gaven van de monnik, verzochten de Raipha-hegumen namens alle monniken van zijn klooster hem om voor hen “een ware instructie op te schrijven voor degenen die erna volgden, en als zodanig zou het een ladder van bevestiging zijn, die degenen die het wensten naar de Hemelse poorten zou leiden …” De monnik Johannes, bekend om zijn nederige mening over zichzelf, was aanvankelijk verbijsterd, maar daarna begon hij uit gehoorzaamheid aan het verzoek van de Raipha-monniken te voldoen. De monnik noemde zijn werk daarom ook “De Ladder”, en legde de titel op de volgende manier uit: “Ik heb een ladder van beklimming gebouwd … van het aardse naar het heilige… in de vorm van de dertig jaar voor de volwassenheid van de Heer, heb ik symbolisch een ladder van dertig treden geconstrueerd, waardoor we, nadat we de leeftijd van de Heer hebben bereikt, ons bij de rechtvaardigen en veilig van de val vinden. Het doel van dit werk is om te leren dat het bereiken van verlossing moeilijke zelfverloochening vereist en het eisen van ascetische daden. “De Ladder” veronderstelt eerst een reiniging van de onreinheid van de zonde, de uitroeiing van ondeugden en hartstochten in de oude mens; ten tweede, het herstel in de mens van het beeld van God. Hoewel het boek voor monniken is geschreven, ontvangt elke christen die in de wereld leeft ervan de hoop op leiding voor de opgang naar God en een ondersteuning voor geestelijk leven.

De inhoud van een van de treden van “De Ladder” (de 22e) bespreekt de ascetische daad van de vernietiging van de ijdelheid. De monnik Johannes schrijft: “IJdelheid springt voor elke deugd uit. Wanneer ik bijvoorbeeld vast, word ik overgegeven aan ijdelheid, en wanneer ik in het verbergen van het vasten voor anderen mezelf voedsel gun, word ik door mijn voorzichtigheid weer overgegeven aan ijdelheid. Verkleed in heldere kleding, word ik overwonnen door liefde voor eer en, nadat ik in grauwe kleding ben veranderd, word ik overweldigd door ijdelheid. Als ik opsta om te spreken, val ik onder de kracht van ijdelheid. Als ik wil zwijgen, word ik er weer aan overgegeven. Waar deze doorn ook opkomt, hij staat overal met zijn punten naar boven. Het is ijdel…, op het eerste gezicht om God te eren, en in daad om ernaar te streven mensen te behagen in plaats van God… Mensen met een verheven geest beledigen kalm en gewillig, maar om lof te horen en niets van plezier te voelen is alleen mogelijk voor de heiligen en voor de onblame waardige … Wanneer gij hoort dat uw naaste of vriend voor de ogen staat of achter de ogen u belastert, prijs en heb hem lief… Getuigt dit niet van nederigheid, en wie kan zichzelf verwijten maken en intolerant zijn tegenover zichzelf? Maar die, nadat hij door een ander in diskrediet was gebracht, zijn liefde voor hem niet zou verminderen… Wie verheven wordt door natuurlijke gaven – een gelukkige geest, een goede opvoeding, lezen, aangename welsprekendheid en andere soortgelijke kwaliteiten, die gemakkelijk genoeg worden verworven – die persoon zou nog nooit bovennatuurlijke gaven kunnen verkrijgen. Daarom is wie niet trouw is in de kleine dingen, die ook niet trouw is in het grote, en ijdel is. Het gebeurt vaak, dat God Zelf de ijdele vernedert en een plotseling ongeluk stuurt… Als het gebed een trotse gedachte niet vernietigt, denken we aan het verlaten van de ziel uit dit leven. En als dit niet helpt, dreigen we ermee met de schande van het Laatste Oordeel. ‘Opstaan om jezelf te vernederen’ zelfs hier, vóór het toekomstige tijdperk. Wanneer lofprijgers, of beter, vleiers, ons beginnen te prijzen, nemen we onszelf onmiddellijk mee naar herinnering aan al onze ongerechtigheden en vinden we dat we helemaal niet waard zijn wat ze ons toerekenen.

“Deze en andere voorbeelden in “De Ladder” bieden ons een beeld van de ijver van deze heilige over zijn eigen redding, die noodzakelijk is voor elke persoon die vroom wil leven. Het is een geschreven verslag van zijn denken, de collectieve vrucht van velen, en ook van zijn verfijnde observatie vanuit zijn eigen ziel en zijn eigen diepgaande spirituele ervaring. Het openbaart zich als een gids en grote hulp op weg naar waarheid en goed.

De treden van “De Ladder”, dit gaat van kracht naar kracht op het pad van de neiging van de mens naar volmaaktheid, is niet iets dat plotseling maar eerder geleidelijk moet worden bereikt, zoals in het gezegde van de Verlosser: “Het Koninkrijk der Hemelen wordt genomen door kracht, en degenen die kracht gebruiken, zullen zich ervan verheugen.” (Mt 11: 12)

De Monnik Johannes wordt door de Heilige Kerk geëerd als een grote asceet en auteur van het beroemde spirituele werk genaamd “De Ladder”, waarbij de monnik eveneens de titel “van-de-Ladder” [Climacus (Lat.) ontving; Klimatikos (Grk.); Lestvichnik (Slavisch.)].

Over de oorsprong van de monnik Johannes is bijna geen verslag bewaard gebleven. Volgens de overlevering werd hij geboren rond het jaar 570 en was hij de zoon van de heiligen Xenophones en Maria, wiens nagedachtenis door de Kerk op 26 januari wordt gevierd.

De zestienjarige jongen Johannes arriveerde in het Sinaïklooster. Abba Martyrios werd instructeur en gids van de monnik. Na vier jaar op de Sinaï te hebben gewoond, werd de heilige Johannes Climacus gezworen in het monnikendom. Een van de aanwezigen bij het afleggen van geloften, Abba Stratigios, voorspelde dat Johannes een grote uitblinker in de Kerk van Christus zou worden. In de loop van negentien jaar streefde de monnik Johannes ascese na in gehoorzaamheid aan zijn geestelijke vader. Na de dood van abba Martyrios koos de monnik Johannes voor het leven van een kluizenaar en vestigde zich in een wilde plaats genaamd Tholos, waar hij veertig jaar doorbracht in daden van stilte, vasten, gebed en tranen van boetedoening. Het is geen toeval dat de monnik Johannes in “De Ladder” zo spreekt over tranen van berouw: “Zoals vuur brandhout brandhout brandt en vernietigt, zo spoelen zuivere tranen alle onzuiverheid weg, zowel uiterlijk als innerlijk.” Zijn heilig gebed was sterk en doeltreffend, zoals blijkt uit een voorbeeld uit het leven van de godgendheilige.

De monnik Johannes had een leerling, de monnik Mozes. Op een keer beval de instructeur zijn student om grond naar de tuin te brengen voor beddengoed. Nadat hij de gehoorzaamheid had vervuld, ging de monnik Mozes rusten in de schaduw van een grote rots, vanwege de sterke hitte van de zomer. De monnik John Lestvichnik zat op dat moment in zijn cel te rusten na een gebedsarbeid. Plotseling verscheen er een man met een opmerkelijke verschijning aan hem en, nadat hij de heilige asceet had gewekt, zei hij vol smaad tegen hem: “Waarom rust gij, Johannes, hier vredig, wanneer Mozes in gevaar is?” De monnik Johannes werd onmiddellijk wakker en begon voor zijn leerling te bidden. Toen zijn discipel ’s avonds terugkwam, vroeg de monnik of hem een soort wee was overkomen. De monnik antwoordde: “Nee, maar ik werd blootgesteld aan groot gevaar. Een groot stuk steen, dat was afgebroken van de rots waaronder ik ’s middags in slaap was gevallen, miste me ternauwernood. Door geluk had ik een droom dat gij mij riep, en ik werd wakker en begon weg te rennen, en op dat moment viel de enorme steen met een val op diezelfde plek, waaruit ik was gevlucht…”

Over de manier van leven van de monnik is bekend dat Johannes zich voedde door zoiets als wat niet verboden is een vastenleven door de ustav, maar met mate. Hij bracht de nacht niet door zonder slaap, hoewel hij niet veel sliep, alleen zoveel als nodig was om zijn kracht op peil te houden, zodat hij door een onophoudelijke waakzaamheid de geest niet zou vernietigen. “Ik vast niet overmatig,” zei hij over zichzelf, “noch geef ik me over aan een intense nachtwake, noch ga ik op de grond liggen, maar houd ik mezelf in…, en de Heer redde me spoedig.” Het volgende voorbeeld van nederigheid van de monnik John Climacus is opmerkelijk. Begiftigd met een diep doordringende geest, en wijs geworden door diepe spirituele ervaring, ontving hij liefdevol allen die tot hem kwamen om hen naar verlossing te leiden. Maar toen er mensen verschenen die hem door afgunst met loquacity verwijten, wat ze wegredeneerden als ijdelheid, gaf de monnik Johannes zich vervolgens over aan stilte om geen reden tot schuld te geven, en hij zweeg een jaar lang. De jaloers beseften hun fout en ze keerden zelf terug naar de asceet met het verzoek hen niet de geestelijke winst van zijn gesprek te ontnemen.

De monnik Johannes verborg zijn ascetische daden voor mensen en trok zich soms terug in een grot, maar verslagen van zijn heiligheid verspreidden zich ver buiten de plaats: onophoudelijk kwamen er bezoekers uit elke rang en roeping naar hem toe, die zijn woorden van opbouw en redding wilden horen. Op 75-jarige leeftijd, na veertig jaar ascetisch streven in eenzaamheid, werd de monnik gekozen als hegumen van het Sinaïkklooster. Ongeveer vier jaar lang bestuurde de monnik John Climacus het heilige Sinaïklooster. Tegen het einde van zijn leven schonk de Heer de monnik genadedragende gaven van scherpzinnigheid en wonderwerk.

Tijdens zijn bestuur van het klooster, op verzoek van de hegumen van het Raipha-klooster Sint-Jan, werd er voor de monniken de beroemde “Ladder” geschreven – een instructie voor het opklimmen naar spirituele perfectie. Wetende van de wijsheid en geestelijke gaven van de monnik, verzochten de Raipha-hegumen namens alle monniken van zijn klooster hem om voor hen “een ware instructie op te schrijven voor degenen die erna volgden, en als zodanig zou het een ladder van bevestiging zijn, die degenen die het wensten naar de Hemelse poorten zou leiden …” De monnik Johannes, bekend om zijn nederige mening over zichzelf, was aanvankelijk verbijsterd, maar daarna begon hij uit gehoorzaamheid aan het verzoek van de Raipha-monniken te voldoen. De monnik noemde zijn werk daarom ook “De Ladder”, en legde de titel op de volgende manier uit: “Ik heb een ladder van beklimming gebouwd … van het aardse naar het heilige… in de vorm van de dertig jaar voor de volwassenheid van de Heer, heb ik symbolisch een ladder van dertig treden geconstrueerd, waardoor we, nadat we de leeftijd van de Heer hebben bereikt, ons bij de rechtvaardigen en veilig van de val vinden. Het doel van dit werk is om te leren dat het bereiken van verlossing moeilijke zelfverloochening vereist en het eisen van ascetische daden. “De Ladder” veronderstelt eerst een reiniging van de onreinheid van de zonde, de uitroeiing van ondeugden en hartstochten in de oude mens; ten tweede, het herstel in de mens van het beeld van God. Hoewel het boek voor monniken is geschreven, ontvangt elke christen die in de wereld leeft ervan de hoop op leiding voor de opgang naar God en een ondersteuning voor geestelijk leven.

De inhoud van een van de treden van “De Ladder” (de 22e) bespreekt de ascetische daad van de vernietiging van de ijdelheid. De monnik Johannes schrijft: “IJdelheid springt voor elke deugd uit. Wanneer ik bijvoorbeeld vast, word ik overgegeven aan ijdelheid, en wanneer ik in het verbergen van het vasten voor anderen mezelf voedsel gun, word ik door mijn voorzichtigheid weer overgegeven aan ijdelheid. Verkleed in heldere kleding, word ik overwonnen door liefde voor eer en, nadat ik in grauwe kleding ben veranderd, word ik overweldigd door ijdelheid. Als ik opsta om te spreken, val ik onder de kracht van ijdelheid. Als ik wil zwijgen, word ik er weer aan overgegeven. Waar deze doorn ook opkomt, hij staat overal met zijn punten naar boven. Het is ijdel…, op het eerste gezicht om God te eren, en in daad om ernaar te streven mensen te behagen in plaats van God… Mensen met een verheven geest beledigen kalm en gewillig, maar om lof te horen en niets van plezier te voelen is alleen mogelijk voor de heiligen en voor de onblame waardige … Wanneer gij hoort dat uw naaste of vriend voor de ogen staat of achter de ogen u belastert, prijs en heb hem lief… Getuigt dit niet van nederigheid, en wie kan zichzelf verwijten maken en intolerant zijn tegenover zichzelf? Maar die, nadat hij door een ander in diskrediet was gebracht, zijn liefde voor hem niet zou verminderen… Wie verheven wordt door natuurlijke gaven – een gelukkige geest, een goede opvoeding, lezen, aangename welsprekendheid en andere soortgelijke kwaliteiten, die gemakkelijk genoeg worden verworven – die persoon zou nog nooit bovennatuurlijke gaven kunnen verkrijgen. Daarom is wie niet trouw is in de kleine dingen, die ook niet trouw is in het grote, en ijdel is. Het gebeurt vaak, dat God Zelf de ijdele vernedert en een plotseling ongeluk stuurt… Als het gebed een trotse gedachte niet vernietigt, denken we aan het verlaten van de ziel uit dit leven. En als dit niet helpt, dreigen we ermee met de schande van het Laatste Oordeel. ‘Opstaan om jezelf te vernederen’ zelfs hier, vóór het toekomstige tijdperk. Wanneer lofprijgers, of beter, vleiers, ons beginnen te prijzen, nemen we onszelf onmiddellijk mee naar herinnering aan al onze ongerechtigheden en vinden we dat we helemaal niet waard zijn wat ze ons toerekenen.

“Deze en andere voorbeelden in “De Ladder” bieden ons een beeld van de ijver van deze heilige over zijn eigen redding, die noodzakelijk is voor elke persoon die vroom wil leven. Het is een geschreven verslag van zijn denken, de collectieve vrucht van velen, en ook van zijn verfijnde observatie vanuit zijn eigen ziel en zijn eigen diepgaande spirituele ervaring. Het openbaart zich als een gids en grote hulp op weg naar waarheid en goed.

De treden van “De Ladder”, dit gaat van kracht naar kracht op het pad van de neiging van de mens naar volmaaktheid, is niet iets dat plotseling maar eerder geleidelijk moet worden bereikt, zoals in het gezegde van de Verlosser: “Het Koninkrijk der Hemelen wordt genomen door kracht, en degenen die kracht gebruiken, zullen zich ervan verheugen.” (Mt 11: 12)

Bron : AKROASIS ORG : SCIENCE OF THE SAINTS (auteur niet vermeld)

Vertaling : Kris Biesbroeck

[ Wil je de volledige tekst van de ‘de ladder’ lezen, ga naar: https://christelijkeinformatiebron.com/2025/04/08/johannes-climacus-de-ladder-van-goddelijke-beklimming-volledige-nederlandstalige-tekst/ ]

*******************************

********************