
“Het was niet aan een zilveren tafel en het was niet uit een gouden beker dat Christus Zijn bloed aan Zijn leerlingen te drinken gaf; maar toch was alles daar kostbaar en vervulde het met eerbied, want het was doordrongen van de Geest. Wil je het lichaam van Christus eren? Veracht dan niet om Christus naakt te zien. Wat baat het je als je hier Zijn zijden gewaden eert, terwijl je buiten de kerk de kilte en naaktheid van anderen blijft verdragen? Wat baat het je als het altaar van Christus bedekt is met gouden vaten, terwijl Christus Zelf honger lijdt? Je maakt een gouden kelk, maar je biedt geen verkoelend water erbij aan. Christus, als een dakloze pelgrim, zwerft rond en vraagt om onderdak, maar jij, in plaats van Hem te ontvangen, versier je je vloeren, je muren en de toppen van je zuilen, en je legt zilveren tuigen op je paarden. Maar Christus blijft gebonden in de kerker, en je wilt Hem niet eens aanzien.”
— Johannes Chrysostomus
++++
Commentaar:
Johannes Chrysostomus spreekt hier met zijn kenmerkende vurigheid en pastorale scherpte. Hij richt zich niet tegen schoonheid, liturgie of eerbied — integendeel, hij was zelf een groot pleitbezorger van waardige eredienst. Maar hij waarschuwt voor een gespleten hart: een hart dat wel ontroerd wordt door goud op het altaar, maar niet door de koude van een arme; een hart dat wel knielt voor de hostie, maar niet buigt voor de mens die lijdt.
Drie kernaccenten:
1.Echte eerbied is altijd concreet.
Christus wordt niet alleen gevonden in de sacramentele tekenen, maar ook in de kwetsbare mens die voor ons staat.
2.Materiële pracht zonder barmhartigheid is leeg.
Goud op het altaar kan mooi zijn, maar het verliest zijn glans wanneer het hart niet brandt van liefde.
3.Christus identificeert zich met de armen.
Chrysostomus echoot hier Matteüs 25: “Wat gij gedaan hebt voor de minste van Mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.”
Deze tekst uitnodigt ons uit tot een innerlijke ommekeer: een verschuiving van uiterlijke devotie naar een devotie die het hele leven doordringt — liturgisch én sociaal, sacramenteel én diaconaal.
+++++
Gebed:
Heer Jezus Christus,
Gij die geen gouden beker nodig had om Uw liefde te schenken,
open mijn ogen voor Uw aanwezigheid
in hen die honger hebben, die koud zijn, die vergeten worden.
Laat mijn eerbied voor Uw heilig lichaam
niet blijven steken in woorden of rituelen,
maar vrucht dragen in daden van barmhartigheid.
Maak mijn hart eenvoudig,
mijn handen mild,
mijn blik zacht voor wie lijdt.
Dat ik U mag herkennen
in de naakte, de dakloze, de gevangene,
en U daar mag dienen
met dezelfde eerbied als aan het altaar.
Amen.
*********************



Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.