Teresa van Avila: Deze tekst behoort tot de mooiste bladzijden van de christelijke mystiek. Teresa probeert een ervaring te beschrijven die eigenlijk niet in menselijke woorden te vatten is…..

“Ik zag naast mij, aan mijn linkerzijde, een engel in lichamelijke gedaante. Gewoonlijk zie ik engelen niet anders dan op wonderbare wijze […]

In zijn handen zag ik een lange gouden lans, en aan de punt van het ijzer scheen een beetje vuur te zijn.

Het leek mij alsof hij deze enkele malen door mijn hart stak en tot in mijn ingewanden doordrong. Wanneer hij de lans terugtrok, scheen hij mijn binnenste mee te nemen en liet hij mij geheel ontvlamd achter in een grote liefde voor God.

De pijn was zo groot dat zij mij kreten deed slaken; maar tegelijk was de zoetheid die deze buitengewone pijn me bracht zo overstelpend, dat ik niet verlangde ervan verlost te worden, en dat de ziel zich niet met minder dan God tevreden kon stellen.

Het is geen lichamelijke pijn, maar een geestelijke; hoewel het lichaam er ook enigszins in deelt.“

(Vida, hoofdstuk 29, §13)

Onderaan staat ook:

“Ik leef zonder in mijzelf te leven, en op zo’n wijze hoop ik, dat ik sterf omdat ik niet sterf.”

“Laat niets je verontrusten, laat niets je angst aanjagen; alles gaat voorbij. God verandert niet. Geduld verkrijgt alles. Wie God bezit, ontbreekt het aan niets. God alleen is voldoende.”


Commentaar:

Deze tekst behoort tot de mooiste bladzijden van de christelijke mystiek. Teresa probeert een ervaring te beschrijven die eigenlijk niet in menselijke woorden te vatten is.

De engel met de vurige lans is geen beeld van straf of geweld, maar van goddelijke liefde. Het hart wordt “doorboord” omdat Gods liefde zo diep doordringt dat zij niets onaangeroerd laat. Wat Teresa ervaart is een paradox: een grote pijn die tegelijk een onuitsprekelijke vreugde is.

De mystici spreken vaak over een wond van liefde. Johannes van het Kruis gebruikt dezelfde taal wanneer hij schrijft over de “levende vlam van liefde” die de ziel verwondt om haar te genezen. De wond vernietigt niet, maar opent. Zij ontneemt niet, maar vervult.

Voor veel mensen lijkt deze taal overdreven of vreemd. Toch kennen wij er allemaal iets van. Wanneer wij diep liefhebben, wanneer wij een kind zien lijden, wanneer wij afscheid moeten nemen van een geliefde, wanneer wij geraakt worden door een moment van intense schoonheid, ervaren wij hoe liefde en pijn elkaar kunnen raken.

Bij Teresa bereikt dit menselijke gegeven zijn voltooiing in God. Haar hart wordt zo ruim dat alleen God het nog kan vervullen. Daarom zegt zij dat de ziel zich met niets minder dan God tevreden kan stellen.

Voor ons vandaag blijft haar boodschap bijzonder actueel: het diepste geluk ligt niet in bezit, succes of erkenning, maar in de groei van de liefde. God alleen is voldoende.

Zoals Johannes van het Kruis zou zeggen:

“Aan het einde van ons leven zullen wij geoordeeld worden op de liefde.”


Gebed:

Heer,

soms ben ik bang voor de diepte van Uw liefde, omdat zij mij uitnodigt los te laten wat ik zelf zo krampachtig vasthoud.

Doorboor ook mijn hart met het zachte vuur van Uw aanwezigheid.

Genees wat gekwetst is, verzacht wat hard geworden is, verlicht wat duister is, en wek in mij een groter verlangen naar U.

Geef mij de rust van Teresa, die midden in de storm kon zeggen:

“Laat niets je verontrusten, laat niets je angst aanjagen.”

Wanneer ik mijn weg niet meer zie, wees dan mijn licht. Wanneer ik vermoeid ben, wees dan mijn kracht. Wanneer ik zoek naar vervulling, laat mij ontdekken dat Gij alleen voldoende zijt.

Moge mijn hart steeds meer een plaats worden waar Uw liefde kan wonen en waar anderen iets van Uw vrede mogen ontmoeten.

Amen.

***********************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie