Aprahat de Syriër: Waar geloof….

Want allereerst bouwt de mens zijn huis op de Rots, die Christus is. Op Hem, op die Rots, is het geloof gegrondvest, en op het geloof wordt heel het gebouw opgetrokken. Want het fundament van het huis is nodig voor zijn stevigheid, en dat wordt gelegd door het geloof.

Ook voor het zuivere gebed is geloof noodzakelijk, want door het geloof wordt het gebed aanvaard. Liefde is eveneens noodzakelijk, en door het geloof wordt zij opgebouwd.

Verder zijn ook aalmoezen nodig, en door het geloof worden zij gegeven. Nederigheid vraagt om zachtmoedigheid, en door het geloof wordt zij gesierd. Men kiest voor maagdelijkheid, en door het geloof wordt zij bemind. Heiligheid wordt ermee verbonden, en door het geloof wordt zij geplant. Men verlangt ook naar wijsheid, en door het geloof wordt zij verworven.

Gastvrijheid wordt gezocht, en door het geloof neemt zij toe. Eenvoud wordt van hem verlangd, en door het geloof wordt zij vervolmaakt. Ook geduld wordt gevraagd, en door het geloof wordt het volbracht. Lankmoedigheid wordt eveneens geëerd, en door het geloof wordt zij verkregen. Rouwmoedigheid wordt bemind, en door het geloof wordt zij zichtbaar. Zuiverheid wordt gezocht, en door het geloof wordt zij bewaard.

Al deze dingen vraagt het geloof dat gegrondvest is op de rots van het ware geloof, dat Christus is. Deze werken worden verlangd door Christus, de Koning, die woont in mensen die door deze werken worden opgebouwd.

Aphrahat de Syriër (ca. 337 na Christus)


Commentaar:

Aphrahat beschrijft het geloof als de dragende ondergrond van het geestelijke leven. Hij ziet het geloof niet als één deugd naast de andere, maar als de wortel waaruit alle deugden ontspringen. Zoals een huis eerst een stevig fundament nodig heeft voordat muren, ramen en dak kunnen worden gebouwd, zo heeft de ziel een fundament nodig waarop alle goede werken kunnen rusten.

Opmerkelijk is dat Aphrahat geen tegenstelling maakt tussen geloof en werken. Voor hem zijn zij onafscheidelijk. Het geloof brengt vruchten voort: liefde, gebed, wijsheid, geduld, eenvoud, zuiverheid en gastvrijheid. Zonder geloof blijven deze deugden kwetsbaar; met geloof worden zij diep geworteld en vruchtbaar.

De tekst roept ook een innerlijk beeld op. Christus is niet alleen de Rots onder het huis, maar ook de Koning die uiteindelijk in dat huis komt wonen. Het doel van het geestelijke leven is dus niet enkel morele verbetering, maar een steeds diepere inwoning van Christus in het hart.

Voor de contemplatieve lezer ligt hierin een grote troost. Wij bouwen het huis niet alleen. Ons deel is steeds opnieuw terugkeren naar de Rots. Het geloof hoeft niet groot te zijn; het hoeft slechts werkelijk te rusten op Christus. Van daaruit groeit, vaak onzichtbaar en langzaam, het hele bouwwerk van de ziel.

Zoals een boom zijn kracht ontvangt uit verborgen wortels, zo ontvangt het christelijke leven zijn kracht uit het stille vertrouwen op God. De zichtbare vruchten komen later.


Gebed:

Heer Jezus Christus, eeuwige Rots van mijn bestaan,

wanneer mijn innerlijk huis beeft onder de stormen van twijfel, angst of vermoeidheid, breng mij dan terug naar Uw vaste grond.

Leer mij bouwen op U en niet op mijn eigen zekerheden. Wanneer mijn geloof zwak wordt, wees Gij dan zelf het fundament dat mij draagt.

Laat uit dat geloof liefde groeien voor allen die ik ontmoet, eenvoud in mijn woorden, zachtmoedigheid in mijn handelen en wijsheid in mijn keuzes.

Maak mijn hart gastvrij voor Uw aanwezigheid. Zuiver wat onzuiver is, heel wat gebroken is, en versterk wat nog broos is.

Bouw steen voor steen aan het huis van mijn ziel, totdat Gij er vrij kunt wonen en alles in mij Uw vrede uitstraalt.

Want Gij zijt de Rots, de Weg, de Waarheid en het Leven.

Amen.

****************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie