++++
Sint Augustinus vertelt ons dat, zoals Eva de moeder van de levenden was, de Kerk als bruid van Christus de moeder is van de herboren rechtvaardigen. Die nakomelingen zijn verspreid over de wereld en de Kerk blijft als moeder voor hen zorgen tot de opstanding van de doden.

Er is een bepaalde vrouw in wie datgene wat tot Eva werd gezegd: “Met smart zult gij kinderen baren”, op geestelijke wijze wordt vervuld. De Kerk brengt kinderen voort; zij is de Bruid van Christus. En wanneer zij hen voortbrengt, draagt zij ook de weeën om hen. In haar voorafbeelding werd Eva eveneens de moeder genoemd van alle levenden.
Degene die zei: “Mijn lieve kinderen, voor wie ik opnieuw weeën doorsta totdat Christus in u gestalte krijgt”, behoorde tot de leden van haar die deze weeën dragen.
Maar zij heeft niet vergeefs gearbeid, noch vergeefs kinderen voortgebracht. Bij de opstanding van de doden zal er een heilig nageslacht zijn: de rechtvaardigen, die nu verspreid zijn over de hele wereld, zullen dan talrijk aanwezig zijn.
De Kerk zucht om hen, de Kerk lijdt om hen; maar bij die opstanding van de doden zal het nageslacht van de Kerk verschijnen, en pijn en zuchten zullen verdwijnen.
Sint-Augustinus, Uitleg van Psalm 127 (ca. 400 na Christus)
++++
Commentaar:
Hier zien we een typisch voorbeeld van de rijke symbolische uitleg die Sint-Augustinus aan de Schrift geeft. Eva wordt niet alleen gezien als de eerste vrouw uit het boek Genesis, maar ook als een voorafbeelding van de Kerk.
Zoals Eva “moeder van alle levenden” genoemd wordt, zo wordt de Kerk moeder van allen die in Christus nieuw leven ontvangen. Augustinus spreekt hier niet over een lichamelijke geboorte, maar over een geestelijke geboorte. Door geloof, doop, gebed en verkondiging worden mensen geboren tot een nieuw leven in God.
Opmerkelijk is het beeld van de barensweeën. Ware liefde brengt altijd een zekere pijn met zich mee. Ouders kennen dit. Leraren kennen dit. Heiligen kennen dit. Ook de Kerk draagt mensen in haar hart, bidt voor hen, lijdt om hen en wacht geduldig totdat Christus werkelijk in hen gevormd wordt.
Hier klinkt ook het verlangen door dat we terugvinden bij Johannes van het Kruis en Teresa van Ávila: God is nog niet klaar met de mens. De ziel is onderweg naar haar voltooiing. De geschiedenis is nog niet voltooid. Daarom zucht de schepping, daarom zucht de Kerk, daarom zucht ook het menselijke hart.
Maar Augustinus eindigt met hoop. Er komt een dag waarop alle zuchten zullen verstommen. Wat nu verborgen groeit, zal dan zichtbaar worden. Wat nu met moeite en tranen wordt gedragen, zal uitbloeien in heerlijkheid. De kinderen van God zullen verschijnen zoals zij werkelijk zijn. Dan zullen pijn, onrust en verdriet plaatsmaken voor de vreugde van de verrijzenis.
Dit is een tekst die ons uitnodigt om met geduld te kijken naar onszelf en naar anderen. God werkt vaak verborgen, zoals een kind groeit in de moederschoot. Wat vandaag onvolmaakt lijkt, kan morgen vrucht dragen in zijn licht.
++++
Gebed:
Heer van leven en verrijzenis,
Gij zijt de verborgen Bron waaruit alle nieuw leven ontspringt.
Wanneer wij moedeloos worden om onze traagheid,
onze zwakheden of de pijn van deze wereld,
leer ons dan vertrouwen op Uw stille werkzaamheid.
Zoals een moeder haar kind draagt,
zo draagt Gij ieder van ons in Uw liefde.
Zoals de Kerk zucht en bidt voor haar kinderen,
zo blijft Gij ons vormen naar het beeld van Christus.
Geef ons geduld wanneer wij de vruchten nog niet zien.
Geef ons hoop wanneer de nacht lang duurt.
Geef ons geloof wanneer wij alleen maar zoeken.
Laat Christus meer en meer gestalte krijgen in ons hart,
zodat wij dragers worden van Uw licht,
van Uw vrede
en van Uw barmhartigheid.
En wanneer eenmaal alle tranen zijn gedroogd,
laat ons delen in de vreugde van de verrijzenis,
waar pijn en zuchten verdwijnen
en alles rust in Uw eeuwige liefde.
Amen.
*******************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.