Augustinus: Laten wij nu de vraag van het geloof overwegen…..

“Laten wij nu de vraag van het geloof overwegen. Allereerst voelen wij dat wij de gelovigen moeten waarschuwen dat zij het heil van hun ziel in gevaar zouden brengen als zij zouden handelen op de valse zekerheid dat geloof alleen voldoende is voor het heil, of dat zij geen goede werken hoeven te verrichten om gered te worden. Dit is namelijk wat sommigen zelfs al in de tijd van de apostelen dachten. Want in die tijd waren er enkelen die bepaalde eerder duistere passages van de heilige Paulus niet goed begrepen.”

— Over Geloof en Werken, hoofdstuk 14, paragraaf 21, ca. 395 n.Chr.

++++

 Commentaar:

Augustinus spreekt hier met de ernst van een herder die zijn kudde wil behoeden voor een subtiele maar gevaarlijke misvatting: dat geloof een soort innerlijke zekerheid zou zijn die op zichzelf voldoende is, los van de concrete gestalte van liefde en goedheid in het dagelijks leven.

Voor hem is geloof nooit een abstracte overtuiging, nooit een louter innerlijke toestand. Geloof is een levende beweging van het hart, een openstelling voor God die noodzakelijkerwijs vrucht draagt in daden van liefde. Zonder die vruchten wordt geloof een schaduw, een vorm zonder inhoud.

Augustinus wijst erop dat deze misvatting al bestond in de tijd van de apostelen: sommige mensen lazen Paulus’ woorden over geloof en genade alsof ze een vrijstelling kregen van de morele en liefdadige inzet die het christelijk leven vraagt. Maar Paulus zelf — en Augustinus in zijn spoor — bedoelt iets anders:

dat goede werken niet voortkomen uit menselijke prestatie, maar uit de liefde die God in ons hart uitstort. Werken zijn geen verdienste, maar een manifestatie van genade.

In deze korte passage klinkt een diepe waarheid:

Geloof zonder liefde is geen geloof. 

En liefde zonder concrete gestalte is geen liefde.

Het is een uitnodiging om ons geloof niet te zien als een innerlijk bezit, maar als een weg waarop God ons voortdurend roept tot mildheid, rechtvaardigheid, vergeving, zorg, aandacht — tot het kleine, stille werk van de liefde dat niemand ziet behalve Hij.

++++

 Gebed:

Heer,

open mijn hart voor het levende geloof dat niet blijft steken in woorden, gedachten of zekerheden,

maar dat zich uit in daden van liefde.

Bewaar mij voor de illusie dat ik U kan volgen zonder mijn leven te laten veranderen.

Laat uw genade in mij groeien tot een zachte kracht,

die mij beweegt om goed te doen,

om te dienen,

om te vergeven,

om te dragen wat moeilijk is.

Moge mijn geloof een licht worden dat niet alleen in mij brandt,

maar dat warmte geeft aan wie ik ontmoet.

Leid mij op de weg waar geloof en liefde één worden,

zoals Gij één zijt met allen die U zoeken.

Amen.

*****************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Ontdek meer van christelijkeinformatiebron

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder