
Schriftstudie met – Sint‑Augustinus van Hippo
Blijf trouw aan het ware geloof in uw interpretatie:
De Septuagint
Wat uw vertaling betreft, hebt u mij nu overtuigd van de voordelen die uw voorstel biedt om de Schrift vanuit het oorspronkelijke Hebreeuws te vertalen, zodat u datgene aan het licht kunt brengen wat door de Joden is weggelaten of verdraaid. Maar ik vraag u vriendelijk om aan te geven door welke Joden dit is gedaan: door hen die vóór de komst van de Heer het Oude Testament hebben vertaald – en zo ja, door welke van hen – of door de Joden van latere tijden, van wie men zou kunnen veronderstellen dat zij de Griekse handschriften hebben verminkt of gecorrumpeerd, om te voorkomen dat zij niet in staat zouden zijn te antwoorden op het getuigenis dat deze geven over het christelijk geloof.
Ik kan geen enkele reden vinden die de vroegere Joodse vertalers tot zo’n ontrouw zou hebben aangezet. Ik verzoek u bovendien ons uw vertaling van de Septuagint te sturen, waarvan ik niet wist dat u die had gepubliceerd. Ik verlang er ook naar dat boek van u te lezen dat u De optimo genere interpretandi hebt genoemd, en eruit te vernemen hoe men het evenwicht moet bewaren tussen enerzijds het resultaat van de vertrouwdheid van de vertaler met de oorspronkelijke taal, en anderzijds de vermoedens van hen die bekwame commentatoren van de Schrift zijn, die – ondanks hun gemeenschappelijke trouw aan het ene ware geloof – vaak verschillende meningen naar voren moeten brengen vanwege de duisterheid van vele passages. Hoewel dit verschil in interpretatie geenszins een afwijking van de eenheid van het geloof inhoudt; zoals één commentator zelf twee verschillende interpretaties van dezelfde passage kan geven, in overeenstemming met het geloof dat hij belijdt, omdat de duisterheid van de passage beide even aanvaardbaar maakt.
Sint‑Augustinus, Brief 82: Aan Sint‑Hiëronymus, paragraaf 34, ca. 405 n.Chr.
++++
Commentaar – een contemplatieve duiding
Augustinus schrijft hier in een tijd waarin de jonge Kerk haar fundamenten zoekt in de Schrift, en waarin de vraag naar authentieke vertaling en trouw aan de bron een geestelijke strijd is. Hij spreekt met grote eerbied tot Hiëronymus, maar ook met een zekere bezorgdheid:
Hoe weten we dat een vertaling betrouwbaar is? Wie heeft de tekst gevormd? En hoe bewaren we de eenheid van het geloof wanneer interpretaties uiteenlopen?
Wat Augustinus hier doet, is opmerkelijk nederig:
Hij erkent dat vertalen altijd een menselijke handeling is, en dus kwetsbaar.
Hij erkent dat de Schrift soms duister is, en dat meerdere interpretaties mogelijk zijn zonder dat men het geloof verlaat.
Hij benadrukt dat trouw aan het geloof belangrijker is dan het vasthouden aan één mogelijke uitleg.
Voor de vertaler van contemplatieve teksten, raakt dit aan een diepe kern:
Vertalen is niet enkel een technische overdracht van woorden, maar een innerlijke dienst aan de waarheid. Het vraagt nederigheid, geduld, en de bereidheid om te erkennen dat de Schrift soms meer zegt dan één mens kan vatten.
Augustinus nodigt ons uit om te leven met de veelstemmigheid van de Schrift, zonder angst, omdat de eenheid van het geloof niet breekt door verschillende perspectieven die in liefde en trouw worden aangeboden.
Het is een zachte herinnering dat de Geest werkt in de ruimte tussen woorden.
++++
Gebed – in een zachte, contemplatieve toon
Heer,
Gij die spreekt in vele talen
en die uw waarheid laat klinken
doorheen de stemmen van eeuwen,
open ons hart voor de nederigheid van de Schrift.
Leer ons luisteren zonder angst,
vertalen zonder trots,
duiden zonder te heersen over uw woord.
Laat ons trouw blijven aan het ene geloof
dat ons draagt en verbindt,
ook wanneer de teksten duister zijn
en de betekenissen zich vermenigvuldigen.
Zegen allen die zoeken,
allen die vertalen,
allen die proberen te verstaan
wat Gij in stilte openbaart.
Maak ons zacht,
maak ons helder,
maak ons één in U.
Amen.
***************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.