
“Hoe zoet was het, ineens, om verlost te zijn van die vruchteloze genoegens waarvan ik ooit bang was ze te verliezen!” — Augustinus
Commentaar:
Deze korte zin uit Confessiones ademt de kern van Augustinus’ bekering: de ontdekking dat ware vreugde niet ontstaat door het vasthouden aan tijdelijke genoegens, maar juist door het loslaten ervan.
Wat Augustinus hier beschrijft, is geen morele kramp of ascetische zelfhaat, maar een innerlijke verschuiving van verlangen. Hij had jarenlang gedacht dat zijn vroegere genoegens hem gelukkig maakten — en vooral dat hij zonder hen niets zou overhouden. Maar op het moment dat Gods genade zijn hart raakte, ervoer hij iets onverwachts: het loslaten bleek geen verlies, maar bevrijding.
De “vruchteloze genoegens” zijn niet per se slechte dingen op zichzelf; ze zijn vruchteloos omdat ze geen blijvende vervulling schenken. Ze beloven veel, maar laten de ziel leeg achter. De zoetheid die Augustinus ervaart, is de smaak van een nieuw verlangen: een vreugde die niet afhankelijk is van omstandigheden, maar geworteld is in God zelf.
In deze zin horen we de zachte omkering van het hart:
- van angst naar vrijheid
- van gehechtheid naar overgave
- van illusie naar waarheid
- van leegte naar vervulling
Het is de ervaring die elke zoeker herkent: dat de weg naar God niet begint met verlies, maar met een onverwachte zoetheid.
++++
Gebed:
Heer, U kent mijn hart en de dingen waaraan ik mij vastklamp, de genoegens die mij afleiden, de angsten die mij verhinderen los te laten.
Schenk mij de genade die Augustinus ontving: dat ik mag ontdekken dat uw vreugde zoeter is dan alles wat ik zelf probeer vast te houden.
Bevrijd mij van wat geen vrucht draagt, en open mijn hart voor de stille, diepe vreugde die alleen van U komt.
Laat mij proeven hoe goed het is om in U mijn rust te vinden.
Amen.
******************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.