
“De schat van alle heerlijkheid bestaat in Christus… Want Hijzelf is die schat, Hij wiens rijkdom tot in de diepte reikt en die de ondoorgrondelijke grenzen van Zijn glorie heeft vastgesteld. En daarom beveelt Hij ons om naar deze schat toe te lopen… Deze schat is verborgen onder de sluier van brood en wijn, opdat jij het verdienstelijke geloof zou bezitten.”
— H. Bonaventura
Commentaar:
Bonaventura spreekt hier als een mysticus die de Eucharistie niet ziet als een symbool, maar als een verborgen brandpunt van goddelijke heerlijkheid.
Drie lijnen vallen op:
1. Christus is niet de gever van de schat — Hij ís de schat.
De rijkdom van God is geen verzameling gaven, maar een Persoon. Wie Christus ontvangt, ontvangt alles: licht, wijsheid, vrede, vergeving, toekomst.
2. De diepte van Zijn glorie is ondoorgrondelijk.
Bonaventura herinnert ons eraan dat Gods heerlijkheid niet te meten is. Ze heeft geen randen, geen bodem, geen plafond. Ze is een oceaan waarin de ziel mag leren ademen.
3. De Eucharistie is een sluier én een uitnodiging.
Brood en wijn verbergen — en onthullen — tegelijk. Ze verbergen de glorie, zodat wij in geloof kunnen naderen. Ze onthullen de glorie, zodra het hart zich opent voor het mysterie.
Voor Bonaventura is de Eucharistie dus een poort: een nederige vorm waarin de oneindige God zich laat aanraken.
Gebed:
Heer Jezus Christus, Gij die de levende Schat zijt, verborgen onder het eenvoudige teken van brood en wijn, open mijn hart voor Uw stille heerlijkheid.
Leer mij naderen met geloof, niet vertrouwend op wat ik zie, maar op Uw woord dat nooit bedriegt.
Laat Uw verborgen glorie mijn ziel verlichten, mijn wonden aanraken, mijn dorst stillen.
Maak mij arm genoeg om U te ontvangen, en rijk genoeg om U te herkennen in de nederige gedaanten van Uw liefde.
Amen.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.