St Augustinus : Maar terwijl hij sprak, keerde U, o Heer, mij naar mijzelf toe, nam mij van achter mijn rug, waar ik mijzelf had neergezet terwijl ik niet bereid was om zelfonderzoek te doen………

Confessio1

ST.AUGUSTINUS

BEKENTENISSEN – BOEK  ACHT

HOOFDSTUK VII

16. Zo was het verhaal dat Ponticianus vertelde : 

Maar terwijl hij sprak, keerde U, o Heer, mij naar mijzelf toe, nam mij van achter mijn rug, waar ik mijzelf had neergezet terwijl ik niet bereid was om zelfonderzoek te doen. En nu zette U mij oog in oog met mijzelf, zodat ik kon zien hoe lelijk ik was, en hoe krom en smerig, bevlekt en zwerenachtig. En ik keek en ik verafschuwde mijzelf; maar waarheen ik mijzelf moest vluchten kon ik niet ontdekken. En als ik mijn blik van mijzelf wilde afwenden, zou hij zijn verhaal voortzetten, en U zou mij tegenover mijzelf plaatsen en mij voor mijn eigen ogen werpen, zodat ik mijn ongerechtigheid zou ontdekken en het zou haten. Ik had het geweten, maar deed alsof ik het niet wist – ik knipoogde ernaar en vergat het.

 17. Maar nu, hoe vuriger ik hen liefhad van wie ik hoorde dat ze zich geheel aan jou hadden overgegeven om genezen te worden, hoe meer ik mezelf verafschuwde in vergelijking met hen. Want veel van mijn jaren, misschien wel twaalf, waren verstreken sinds mijn negentiende, toen ik, na het lezen van Cicero’s Hortensius, werd gewekt door een verlangen naar wijsheid. En hier was ik, nog steeds het opgeven van het geluk van deze wereld uitstellend om mezelf te wijden aan het zoeken. Want niet alleen het vinden, maar ook het louter zoeken ernaar, had de voorkeur moeten krijgen boven de schatten en koninkrijken van deze wereld; beter dan alle lichamelijke genoegens, ook al waren ze voor het grijpen. Maar, ellendige jeugd die ik was, uiterst ellendig zelfs in het begin van mijn jeugd, ik had je om kuisheid gesmeekt en gebeden: “Geef mij kuisheid en zelfbeheersing, maar nog niet.” Want ik was bang dat U mij te vroeg zou horen, en mij te snel zou genezen van mijn ziekte van lust, die ik liever bevredigd dan uitgeblust wilde zien. En ik had rondgezworven door perverse wegen van goddeloos bijgeloof – ik was er ook niet echt zeker van, maar ik gaf er de voorkeur aan boven het andere, dat ik niet zocht in vroomheid, maar waar ik me in kwaadaardigheid tegen verzette.

18. En ik dacht dat ik dag na dag talmde met het verwerpen van die wereldse verwachtingen en het alleen volgen van jou, omdat er niets zekers leek te zijn waarmee ik mijn koers kon bepalen. En nu was de dag aangebroken waarop ik voor mezelf werd blootgelegd en mijn geweten mij zou berispen: “Waar ben je, o mijn tong? Je zei inderdaad dat je de bagage van ijdelheid niet wilde afwerpen voor onzekere waarheid. Maar zie, nu is het zeker, en nog steeds drukt die last je. Tegelijkertijd hebben degenen die zich niet hebben uitgeput met het zoeken ernaar zoals jij, noch tien jaar of meer hebben besteed aan het nadenken erover, hun schouders ontlast en vleugels gekregen om weg te vliegen.” Zo was ik innerlijk verward en enorm verward met een vreselijke schaamte, terwijl Ponticianus doorging met het vertellen van zulke dingen. En toen hij zijn verhaal had beëindigd en de zaak waarvoor hij was gekomen, ging hij zijn weg. En wat zei ik toen niet tegen mezelf, in mezelf? Met welke gesels van berisping heb ik mijn ziel niet gegeseld om haar mij te laten volgen, terwijl ik worstelde om jou te volgen? Toch trok ze zich terug. Ze weigerde. Ze wilde geen poging doen. Al haar argumenten waren uitgeput en weerlegd. Toch verzette ze zich in sombere onrust, bang om die gewoonte af te snijden waardoor ze tot de dood werd verspild, alsof dat de dood zelf was.

St Augustinus

St.Johannes Chrysostomos : Het is altijd zo, hoe meer je je broeder benijdt, hoe groter het goed dat je hem schenkt…..

PUNISH

“Het is altijd zo, hoe meer je je broeder benijdt, hoe groter het goed dat je hem schenkt. God, die alles ziet, neemt de zaak van de onschuldige ter hand en, geïrriteerd door het onrecht dat je toebrengt, verwaardigt zich om hem die je wilt vernederen op te richten en zal je straffen tot de volle omvang van je misdaad.”

 – St. Johannes Chrysostomus

 

Thérèse van Lisieux : Ik weet heel goed wat je allemaal lijdt. Ik ken je angst en ik deel die……

terese

Ik weet heel goed wat je allemaal lijdt. Ik ken je angst en ik deel die. Oh! Als ik je maar de vrede kon geven die Jezus in mijn ziel heeft gelegd te midden van mijn bitterste tranen. Wees getroost, alles gaat voorbij.

verder ….

Ons leven van gisteren is voorbij; ook de dood zal komen en gaan, en dan zullen we ons verheugen in het leven, het ware leven, voor ontelbare eeuwen, voor altijd. Laten we intussen van ons hart een tuin van geneugten maken, waar onze lieve Heiland kan komen en zijn rust kan nemen. Laten we daar alleen lelies planten en zingen met St. Johannes van het Kruis:

“Daar bleef ik in diepe vergetelheid, Mijn hoofd rustend op Hem die ik liefheb, Verloren aan mezelf en alles! Ik wierp mijn zorgen weg En liet ze, achteloos, tussen de lelies liggen.”

 

Zacharias van Essex : De leer van Christus laat duidelijk ziendat het doel van het aardse levenniet de eindeloze verlenging ervan is….

ESSEX1

De leer van Christus laat duidelijk zien
dat het doel van het aardse leven
niet de eindeloze verlenging ervan is,
noch het vergaren van rijkdom,
kennis of macht.
Het tijdelijke leven is slechts een springplank naar
eeuwig leven, naar de nieuwe geboorte van
mens in het Koninkrijk van God.

Zacharias van Essex

St Augustinus : O Heer, het huis van mijn ziel is smal……

SOUL1

O Heer, het huis van mijn ziel is smal
Door St Augustinus ((354-430)
Vader en Kerkleraar

O God, het Licht van het hart dat U ziet,
Het Leven van de ziel die U liefheeft,
De Kracht van de geest die U zoekt,
Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart;
Neem mij geheel tot U en verblijf daarin.
Het huis van mijn ziel is, dat beken ik, te nauw voor U.
Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.
Het is ruïneus, maar herstel het.
Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen, dat
beken ik en weet ik,
Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?

Tot U, o God, roep ik dringend.
Reinig mij van geheime fouten.
Houd mij van valse trots en sensualiteit,
opdat zij geen heerschappij over mij krijgen.
Amen

St.Augustinus

Teresa van Avila : Nada te turbe (Laat niets je verontrusten)….

Laat niets je verontrusten,
laat niets je beangstigen:
Wie God heeft ontbreekt niets.
God alleen is genoeg….

Verschrik niet;
Alle dingen gaan voorbij,
God verandert nooit,
Geduld bereikt alles
waar het naar streeft,
Hij die God heeft,
ontdekt dat hem niets ontbreekt:
God alleen is voldoende

Zuster Teresa Benedicta van het Kruis (Karmelietes) haar leven….

tekst bijbel spreuken 31 ,10 een sterke vrouw

Stein2

 

Afkomst en jeugd

Edith Stein wordt op 12 oktober 1891 geboren als jongste van zeven kinderen in een orthodox joods gezin in Breslau. Dat is nu de Poolse stad Wroclaw, maar maakt in die tijd deel uit van het Duitse Keizerrijk en is gelegen in de Pruisische provincie Silezië. Haar vader, die houthandelaar is, sterft als ze twee jaar is. Haar moeder neemt de zaak daarna zelf in handen en blijft daarnaast volgens de strenge regels van het joodse geloof haar kinderen opvoeden. Voor haar is het belangrijk dat Edith geboren is op Grote Verzoendag. Dat is de meest heilige dag van de joodse kalender, waarin gelovigen vergeving van hun tekortkomingen vragen om zonder zonden het nieuwe jaar te kunnen beginnen.

STEIN3

Edith als studente in Breslau (1913-1914)

Studie

HUSSERL

Edmund Husserl (1859-1938), filosoof en leermeester van Edith Stein

1f7811b35df763d09daf3e51d4d71db7

In de pubertijd breekt Edith met haar joodse geloof en wordt atheïstisch. Op haar veertiende wil ze niet meer naar school en ze belandt als hulp in de huishouding bij haar oudste zus, die met een arts getrouwd is en in Hamburg woont. Na een aantal maanden gaat ze naar school terug en op haar negentiende behaalt ze met prachtige cijfers het gymnasiumdiploma. Ze vervolgt haar studie aan de Universiteit van Breslau, maar gaat in 1913 over naar de beroemde Universiteit van Göttingen om daar filosofie, psychologie, geschiedenis en letteren te studeren. Die studie verloopt voortreffelijk. Ze ontmoet veel interessante mensen onder wie verschillende tot het christendom bekeerde joden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog onderbreekt ze enige tijd haar studie om als vrijwilliger oorlogsslachtoffers te verplegen. Als haar belangrijkste docent, de filosoof Edmund Husserl, verhuist naar de Universiteit van Freiburg, volgt Edith hem en wordt zijn wetenschappelijk assistent. Ze promoveert tot doctor in de filosofie in 1917. Naast haar wetenschappelijk werk geeft Edith in die periode veel lezingen.

stein5

Edith als jonge vrouw, ca. 1920

Katholieke geloof

Bij toeval krijgt Edith in de zomervakantie van 1921 bij een van haar bevriende kennissen in Göttingen de autobiografie van de heilige Teresa van Avila in handen. Ze leest dit levensverhaal van de zestiende-eeuwse zuster karmelietes is één nacht uit. De volgende morgen zegt ze: ‘Nu heb ik de waarheid gevonden’. Ze verdiept zich verder in het katholieke geloof en laat zich op 1 januari 1922 dopen. Pas daarna gaat ze het haar moeder vertellen, die er erg verdrietig over is. Edith stopt met haar universitaire baan en gaat lesgeven in de Duitse taal en cultuur aan de middelbare meisjesschool van de zusters Dominicanessen in Speyer. Ze bewoont dan een kamertje in het klooster, werkt aan filosofisch-wetenschappelijke publicaties en doet aan alle gebedsdiensten in de kapel mee. Ze is zeer betrokken bij haar leerlingen, maar het lesgeven loopt toch niet lekker, omdat ze vanuit haar geleerdheid te veeleisend is.

In het klooster

In 1932 wordt ze lector aan het Instituut voor Pedagogie van de Universiteit van Münster. Maar al in 1933 komt er een einde aan deze baan. Door de antisemitische wetgeving van de nieuwe regering o.l.v. Adolf Hitler is er voor haar vanwege haar joodse afkomst geen plaats meer in het onderwijs. In een brief wijst ze paus Pius XI op het gevaar dat de joden in Duitsland lopen, maar ze krijgt geen enkele reactie.

Dan besluit ze in te treden in het karmelietessenklooster van de orde van Teresa van Avila in Keulen. Ze kiest als kloosternaam voor Teresa Benedicta van het Kruis. Haar moeder begrijpt helemaal niets van deze keuze voor het klooster, maar komt haar toch als hoogbejaarde een keer opzoeken. In de nacht van 9 op 10 november 1938 blijkt uit het brute antisemitische optreden tijdens de Reichskristallnacht dat het voor joden – en zelfs voor bekeerde joden – in Duitsland niet veilig meer is.

KLOOSTER

Het karmelietessenklooster in Echt (Limburg), waar Edith Stein ruim drie jaar verbleef tot haar arrestatie door de Gestapo (1942

Vervolging

Om het klooster en haarzelf niet gevaar te brengen wordt Zuster Teresa Benedicta op oudejaarsavond de grens overgebracht naar het karmelietessenklooster in het Limburgse Echt. In 1940 komt haar zus Rosa ook naar Echt. Zij is inmiddels ook katholiek geworden, maar zal lekenzuster blijven en niet als non intreden. In datzelfde jaar overvallen de Duitsers Nederland. De joodse inwoners worden steeds meer in het nauw gedreven. De gezusters Stein in Echt moeten ook de Jodenster gaan dragen, maar lopen nog geen gevaar gedeporteerd te worden. Dat verandert als onder leiding van kardinaal de Jong de Nederlandse bisschoppen zich verzetten tegen de Jodenvervolgingen. Een week nadat in alle katholieke kerken een verzetsbrief van de bisschoppen is voorgelezen, worden op 2 augustus 1942 zuster Benedicta en haar zus Rosa in Echt door de Gestapo opgepakt en via Kamp Amersfoort naar het doorgangskamp Westerbork gebracht. In dat kamp zijn ze met tien zusters die allemaal nog hun habijt dragen. Edith Stein trekt zich het lot van de kleine joodse kinderen aan. Ze troost ze en wast en verzorgt ze. Dat kan echter maar voor enkele dagen. Op 7 augustus wordt ze met haar zus in een veewagon op transport gesteld naar Polen. Twee dagen later worden ze vermoord in een van de gaskamers van Auschwitz.

STEIN71

Plaquette bij het vroegere woonhuis van het gezin Stein in Wrocaw (vroeger Breslau)

 

STEIN9

Edith Stein, gebrandschilderd raam in de St. Bavobasiliek (en kathedraal) in Haarlem.

Ter bezinning : Gij die weet….

1dc541c3d922c5759c4047c02462880b (1)

GIJ DIE WEET’

tekst: Huub Oosterhuis; muziek: Bernard Huijbers

Gij die weet wat in mensen omgaat
aan hoop en twijfel, drift, plezier, onzekerheid.
Gij die ons denken peilt
en ieder woord naar waarheid schat
en wat onzegbaar onmiddellijk verstaat.

Gij toetst ons hart
en gij zijt groter dan ons hart.
Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht.
En niemand, of hij heeft een naam bij U.
En niemand valt of hij valt in uw handen
en niemand leeft of hij leeft naar U toe.

Maar nooit heeft iemand U gezien.
In dit heelal zijt Gij onhoorbaar.
En diep in de aarde klinkt uw stem niet.
En ook uit de hoogte niet.
En niemand die de dood is ingegaan
keerde ooit terug om ons van U te groeten.

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd.
Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet.
Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Maar soms herinneren wij ons een naam,
een oud verhaal dat ons is doorverteld,
over een mens die vol was van uw kracht,
Jezus van Nazareth, een zoon van Abraham.
In hem zou uw genade zijn verschenen,
uw mildheid en uw trouw. In hem zou voorgoed
aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat:
weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

Hij was zoals wij zouden willen zijn:
een mens van God, een vriend, een herder,
die niet te eigen bate heeft geleefd
en niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde
het brood gebroken heeft en uitgedeeld
en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam –
zo zult gij doen tot mijn gedachtenis.
Toen nam hij ook de beker en zei:
Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed,
dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden.
Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij.

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom
dit brood en breken het voor elkaar,
om goed te weten wat ons te wachten staat
als wij leven hem achterna.

Als Gij hem hebt gered van de dood, God,
als hij, dood en begraven, toch leeft bij U,
red dan ook ons en houd ons in leven,
haal ook ons door de dood heen, nu.
En maak ons nieuw, want waarom hij wel,
en waarom wij niet –wij zijn toch ook mensen.

 

Dit lied onder de loep genomen door Gerard Swüste:

De tekst van Gij die weet staat in Zien – soms even uit 1972. Het tafelgebed heeft een roemruchte geschiedenis: het werd gezongen op de eerste bijeenkomst van de 8-mei-beweging in 1985 waar kritische katholieken bij elkaar kwamen om voorafgaand aan het bezoek van de paus aan Nederland het ‘andere gezicht’ van de r.k. kerk van Nederland te laten zien. Bovenstaand tafelgebed was voor velen ook een ander geluid. Het schoot bij de bisschoppen danig in het verkeerde keelgat. Niet alleen vanwege de tekst, maar vooral omdat de hele gemeente mocht meezingen, zelfs bij de instellingswoorden en dat was in hun ogen een rechtstreekse aantasting van het priesterschap.
Maar laten we ons concentreren op de tekst. De eerste woorden zijn ‘Gij die weet’. En daar staat tegenover het ‘maar’ in het derde couplet. Gij weet van in mensen omgaat, Gij kent ons, Gij toetst ons hart. Het is in de lijn van Psalm 139: Gij peilt ons hart en Gij kent ons. En daar staat couplet 3 tegenover: Gij weet alles, maar… niemand heeft u ooit gezien. Uw stem horen we niet, niet diep in de aarde en ook uit de hoogte niet. Even tussen haakjes: dat laatste is een prachtige woordspeling: wij horen uw stem niet vanuit de hemel, maar het is ook niet een stem die tot ons spreekt vanuit de hoogte, vanuit een machtspositie, een stem die ons kleineert. En niemand die gestorven is, is teruggekeerd met de boodschap ‘hartelijke groet van God’.

In die eerste coupletten wordt de tegenstelling neergezet die door het hele tafelgebed loopt. ‘Gij weet’ maar …‘wij gaan de wereld door met dichte ogen’. Daar gaat wel aan vooraf dat wij ‘aan U gehecht zijn, naar U genoemd’. Maar, letterlijk, God mag weten wat dat precies betekent.

Dan komt er een tweede ‘maar’. Wij weten weliswaar niets, maar…soms herinneren we ons een naam, een oud verhaal. Het verhaal van Jezus van Nazareth. Het is opmerkelijk hoe dat verhaal in dit tafelgebed wordt ingevoegd. Met ‘soms’, een ‘oud verhaal dat ons is doorverteld’. Het verhaal is natuurlijk meer dan bekend, velen horen het bij wijze van spreken een leven lang bijna elke zondag. Het is alsof deze zinnen ons eraan herinneren dat we het verhaal bijna uit ons hoofd kennen, maar dat het toch steeds weer echt tot ons moet doordringen. We kennen het wel, maar eigenlijk weten we het niet. Het is steeds weer nieuw, verrassend, misschien ook wel schokkend.

Dat is het verhaal van Jezus van Nazareth. In de loop van jaren is de toevoeging ‘een jodenman’ veranderd in ‘een zoon van Abraham’, waarschijnlijk omdat dat iets eerbiediger klinkt naar de joodse mensen toe.

‘In hem zou uw genade zijn verschenen…in hem zou aan het licht gekomen zijn..’ . Er staat uitdrukkelijk twee maal ‘zou’. Het is nog steeds: Gij weet en wij niet, wij vermoeden hoogstens. Dat ‘aan het licht gekomen’ is ook een mooie woordspeling. Er staat dat in Jezus duidelijk is geworden hoe God bestaat, (beeld en gelijkenis), maar intussen is het ook Jezus zelf die zich het licht van de wereld noemt. En hoe bestaat God dan? Net zoals we in Jezus hebben kunnen zien, zingt het lied: weerloos, zelveloos, dienaar. Dat ‘zelveloos’ komen we in Van Dale niet tegen, maar het is duidelijk: zichzelf wegcijferend, het tegenovergestelde van egocentrisch.

‘Hij was zoals wij zouden willen zijn’: hij is dus een voorbeeld, wij willen een voorbeeld aan hem nemen. Vriend zijn, herder zijn, niet te eigen bate leven. En bij hem was het dan ook zo, dat hij niet vergeefs, onvruchtbaar is gestorven. Dat zouden wij ook willen.

Daarna volgen de zogeheten instellingswoorden: ze zijn tamelijk klassiek, ongeveer uit het oude Romeinse tafelgebed, de canon, vertaald. Want deze klassieke woorden geven precies weer wat Jezus was: aan de ene kant een mens van vlees en bloed, zoals wij, zoals wij zouden willen zijn, maar ook een mens van God die brood breekt als teken dat hij zijn lichaam en zijn leven geeft, die de beker laat rondgaan als teken dat God vergeeft wat wij verkeerd deden.
Wij delen in dat gebaar ‘tot zijn gedachtenis’. ‘Gedachtenis’ is een beladen woord: we roepen op wat in het verleden is gebeurd, we doen dat nu, met het oog op onze toekomst (‘Om goed te weten wat ons te wachten staat’). Verleden, heden en toekomst komen in dit gebaar bij elkaar. Dat is de kern van Eucharistie.

Dan is er nog zoiets als een slotgebed. Meestal is dat een gebed tot de Geest. Dat wij leven in de geest van Jezus van Nazareth, dat die geest over ons komt. Hier is het: als hij, Jezus, ondanks de dood toch leeft bij U, God, red dan ook ons. Houd ons in leven. Dit is, denk ik, niet een bede waarin we aan God vragen dat er toch maar een hemel mag zijn, waar we na onze dood voor eeuwig kunnen genieten. Het lijkt mij vooral een gebed om echt te leven, om niet tijdens ons leven al dood te zijn, onvruchtbaar, levend voor onszelf. Dat is ook de dood of de doodlopende weg waar de Psalmen en de Boeken van de Wijsheid het over hebben. Niet zozeer een leven na de dood, maar een leven dat niet zit op een doodlopende weg. Dus eigenlijk is dit ook een gebed om te leven in de geest van Jezus van Nazareth.

Het einde is enigszins gewaagd: ’waarom hij wel en wij niet; wij zijn toch ook mensen!’ Maar het is ook een echt gebed. Jezus wordt daarin gezien als een mens die werkelijk geleefd heeft, die werkelijk een voorbeeld is, die werkelijk brood en wijn heeft gezegend en uitgedeeld. Hij mag dan, zoals het lied zegt ‘leven bij U’, wij kennen hem vooral als een mens zoals wij. Laat ons dan ook zo vruchtbaar mogen leven.

Nog iets over de muziek. In de oorspronkelijk partituur staan allerlei herhalingen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het tafelgebed werd doorgezongen tijdens het uitdelen van brood en wijn en dat aan het einde van die uitdeling het slotgebed ‘Als Gij hem hebt gered’ werd gezongen. Dat is overigens niet zo vaak in praktijk gebracht. Maar wel zijn vaak de zogeheten instellingswoorden herhaald. En dat was opzet van Bernard Huijbers. In de r.k. liturgie is de zogenoemde consecratie, het uitspreken van de instellingswoorden door de priester, een heilig moment: dan verandert brood in lichaam van Christus en wijn in bloed. Het is een moment dat men knielt, stil is, dat de misdienaars met hun bellen rinkelen en het is het hoogtepunt van de eucharistie. Bernard Huijbers wilde van die plechtstatigheid af. Er is niet één moment. God is al lang in ons midden, de hele viering al, ons hele leven al. Door de instellingswoorden te herhalen liet Bernard Huijbers dat duidelijk weten. Zo zie je: ook met muziek kun je theologie beoefenen!

4f73caad87e5ca11ebb39d9d2677fc42

Heilige Teresa van Avila : Moge er vandaag vrede zijn van binnen…

TEVREDEN

ORIGINEEL GEBED DOOR TERESA VAN AVILA

Moge er vandaag vrede zijn van binnen.

Moge je God vertrouwen dat je precies bent waar je hoort te zijn.

Moge je de oneindige mogelijkheden die geboren worden uit geloof niet vergeten.

Moge je de gaven die je hebt ontvangen gebruiken, en de liefde die je is gegeven doorgeven.

Moge je tevreden zijn ,wetende dat je een kind van God bent.

Laat deze aanwezigheid zich nestelen in je botten en geef je ziel de vrijheid om te zingen, dansen, prijzen en liefhebben.

Heilige Teresa van Avila

Franciscus van Assisi : LAAT ONS BIDDEN zoals Jezus ons heeft geleerd in het Evangelie van vandaag en met Sint Franciscus, die in zijn liefde voor God de genade van deze meditatie ontving…..

FRANCIS3

LAAT ONS BIDDEN zoals Jezus ons heeft geleerd in het Evangelie van vandaag en met Sint Franciscus, die in zijn liefde voor God de genade van deze meditatie ontving:

Onze Vader: Schepper, Verlosser, Redder en Trooster.

In de hemel: In de engelen en de heiligen. U geeft hun licht, zodat zij kennis mogen hebben, want U bent licht. U ontsteekt hen, zodat zij mogen liefhebben, want U bent liefde. U leeft voortdurend in hen, zodat zij gelukkig mogen zijn, want U bent het hoogste goed, het eeuwige goed, en het is van U dat al het goede komt en zonder U is er geen goed.

Geheiligd worde uw naam. Moge onze kennis van U steeds duidelijker worden, zodat wij de omvang van Uw zegeningen, de reikwijdte van Uw beloften, de hoogte van Uw majesteit en de diepte van Uw oordelen beseffen.

Uw koninkrijk kome: opdat U door Uw genade in ons mag regeren en ons naar Uw koninkrijk mag brengen, waar wij U duidelijk zullen zien, U volmaakt zullen liefhebben, gelukkig zullen zijn in Uw gezelschap en voor eeuwig van U zullen genieten.

Uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel: Dat wij U met heel ons hart mogen liefhebben door altijd aan U te denken; met heel ons verstand door onze hele intentie op U te richten en in alles Uw glorie te zoeken; en met al onze kracht door al onze energieën en genegenheden van ziel en lichaam te besteden aan de dienst van Uw liefde alleen. En mogen wij onze naaste liefhebben als onszelf, hen allen aanmoedigend om U zo goed mogelijk lief te hebben, ons verheugend over het geluk van anderen, net alsof het ons eigen geluk was en meelevend met hun ongelukken, terwijl wij niemand beledigen.

Geef ons heden ons dagelijks brood: Uw geliefde Zoon, onze Heer Jezus Christus, om ons te herinneren aan de liefde die Hij ons heeft betoond en om ons te helpen die liefde te begrijpen en te waarderen, en alles wat Hij heeft gedaan, gezegd en geleden.

En vergeef ons onze zonden: in Uw oneindige barmhartigheid en door de kracht van het lijden van Uw Zoon, onze Heer Jezus Christus, samen met de verdiensten en de voorspraak van de Heilige Maagd Maria en alle heiligen.

Zoals wij vergeven aan hen die tegen ons zondigen. En als wij niet volmaakt vergeven, laat ons dan volmaakt vergeven, zodat wij werkelijk onze vijanden liefhebben uit liefde voor U en vurig tot U voor hen bidden, zonder kwaad met kwaad te vergelden, maar alleen maar uit zijn op het dienen van iedereen in U.

Leid ons niet in verzoeking: Verborgen of duidelijk, plotseling of onvoorzien.

Maar verlos ons van het kwaad: heden, verleden of toekomst. Amen.

 

(Door Franciscus van Assisië

 

St Ambrosius : De duivel toont tegelijkertijd zijn zwakheid en zijn slechtheid…..

devil

De strategie van de duivel

door Sint Ambrosius van Milaan (337-397 n.Chr.) Kerkleraar

 

De duivel toont tegelijkertijd zijn zwakheid en zijn slechtheid.

Hij kan niemand kwaad doen die zichzelf geen kwaad doet. Sterker nog, iemand die de hemel ontkent en de aarde kiest, rent als het ware naar een afgrond, ook al rent hij uit eigen beweging.

De duivel gaat echter aan de slag zodra hij iemand ziet die zich aan zijn geloof houdt, die bekendstaat om zijn deugdzaamheid en die goede werken doet.

Hij probeert hem ijdelheid aan te praten, zodat hij opgeblazen wordt van trots, aanmatigend, het vertrouwen in het gebed verliest en het goede dat hij doet niet aan God toeschrijft, maar alle eer aan zichzelf opeist.

St Ambrosius van Milaan

Augustinus : Gebeden voor vandaag ….

6d5e58f9c627ea80803ef2e01e983cf6

GEBEDEN VOOR VANDAAG :

St.AUGUSTINUS

 

789654

 

AUGUSTINUS (354-430). De autobiografische Belijdenissen van de bisschop van Hippo  zijn een klassiek gebed van persoonlijke boete en vreugde. Het is een vormende kracht in het christendom gedurende ruim duizend jaar.

 

ONZE HARTEN ZIJN RUSTLOOS

Eeuwige God, in Wie wij leven, bewegen en zijn. U hebt ons voor Uzelf geschapen, en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.

 

UITMUNTENDHEID

Lieve God, ik zoek U te kennen, U lief te hebben, mij in U te verheugen. Als ik dit niet perfect kan doen, mag ik dan tenminste elke dag naar hogere graden vorderen totdat ik dichter bij de perfectie kom. God van de waarheid, moge mijn kennis van U toenemen; moge mijn liefde voor U elke dag meer en meer groeien; moge mijn vreugde in U vol worden.

 

VUUR EN LICHT

O Vuur dat altijd brandt en nooit uitgaat, steek mij aan!

O Licht dat altijd schijnt, verlicht mij!

 

VOOR KRACHT

O God, de onsterfelijke hoop van allen, wij verheugen ons dat U ons steunt, zowel als klein als zelfs tot aan de grijze haren. Wanneer onze kracht van U is, is het inderdaad kracht; maar wanneer alleen onze eigen kracht, is het zwakte. Bij U zijn verkwikking en ware kracht.

 

EEN PERS0ONLIJK GEBED

O God, het Licht van het hart dat U ziet,

Het Leven van de ziel die U liefheeft,

De Kracht van de geest die U zoekt:

Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart;

Neem mij geheel tot Uzelf, en verblijf daarin.

 

Het huis van mijn ziel is, ik beken, te nauw voor U.

Vergroot het, zodat U kunt binnengaan.

Het is ruïneus, maar herstel het.

Het heeft in zich wat Uw ogen moet beledigen;

ik belijd en weet het,

Maar wiens hulp zal ik zoeken om het te reinigen, behalve de Uwe alleen?

 

Tot U, o God, roep ik dringend.

Reinig mij van geheime fouten.

Bewaar mij voor valse trots en sensualiteit

, opdat zij niet over mij heersen.

 

AANROEPING

O Liefde van God, daal neer in mijn hart;

Verlicht de donkere hoeken van deze verwaarloosde woning,

En verspreid daar Uw vrolijke stralen.

Woon in de ziel die verlangt Uw tempel te zijn;

Water die onvruchtbare grond overwoekerd met onkruid en doornen

En verloren door gebrek aan cultivatie.

Maak het vruchtbaar met Uw dauw.

 

Kom, lieve Verfrissing van hen die kwijnen;

Kom, Ster en Gids van hen die varen te midden van stormen.

U bent de Haven van de geslingerden en schipbreukelingen.

Kom nu, Glorie en Kroon van de levenden,

Evenals de Veiligheid van de stervenden.

Kom, Heilige Geest;

Kom, en maak mij geschikt om U te ontvangen.

 

JIJ BENT ONS LEVEN

O God, die zo voor ieder van ons zorgt alsof U voor ieder alleen zorgt; en zo voor allen, alsof allen slechts één zijn. U bent het Leven van ons leven. U bent constant door alle verandering heen. Gezegend zijn allen die U liefhebben.

 

WIJ ZIJN OP ZOEK NAAR JOU

O mijn God, Licht der blinden en Kracht der zwakken; ja, ook Licht der zienden en Kracht der sterken: wij keren ons om en zoeken U, want wij weten dat U hier in ons hart bent wanneer wij met U converseren; wanneer wij ons op U werpen; wanneer wij wenen, en U zachtjes onze tranen afveegt, en ook wanneer wij wenen van vreugde omdat U die ons gemaakt hebt, ons opnieuw maakt en troost. Geef dat wij U geheel mogen liefhebben, zelfs tot het einde.

 

GESCHENKEN

Dank aan U, O Schepper en Bestuurder van het universum, voor mijn welzijn door de jaren heen sinds ik bij de geboorte aankwam. Dank aan U, mijn vreugde, mijn vertrouwen, mijn God, voor de gaven waarmee U mij hebt bewaard en mij in staat hebt gesteld te groeien.

 

TE LAAT

Te laat kwam ik om U lief te hebben, O Schoonheid, zowel oud als altijd nieuw; te laat kwam ik om U lief te hebben. Zie! U was in mij, en ik was buiten mijzelf op zoek naar U. U was inderdaad bij mij, maar ik was niet bij U. U riep mij; ja, U brak zelfs mijn doofheid open. Uw stralen schenen naar mij en verdreven mijn blindheid. U blies op mij, en ik haalde adem en hijgde naar U. Ik proefde U, en nu honger en dorst ik naar U. U raakte mij aan, en ik brand altijd weer om van Uw vrede te genieten.

 

Gebed tot de heilige Geest

Adem in mij, o Heilige Geest

Dat mijn gedachten allemaal heilig zijn

Handel in mij, o Heilige Geest

Dat ook mijn werk heilig is…

Teken in mijn hart O Heilige Geest

Dat ik alleen hou van wat heilig is

Versterk me, o Heilige Geest

om alles wat heilig is te verdedigen

Waak over mij, o Heilige Geest

Dat ik altijd heilig mag zijn

Kom heilige Geest

Fluister het mij in, heilige Geest: ik zal het goede denken. Spoor me aan, heilige Geest: ik zal het goede doen. Verlok me, heilige Geest: ik zal het goede zoeken. Geef me kracht, heilige Geest: ik zal het goede vasthouden. Bescherm me, heilige Geest: ik zal het goede nooit verliezen.

 

Lofprijzing van God

Groot zijt Gij, Heer, en ten zeerste lovenswaardig! Groot is uw macht en uw wijsheid heeft geen getal. (Ps. 47,1; 95,4; 144,3) En loven wil u een mens, een deel van uw schepping, ja een mens, die zijn sterfelijkheid met zich omdraagt, die met zich omdraagt het bewijs van zijn zonde en het bewijs, dat gij de hovaardigen weerstaat. (1 Petr. 5,5; Jak. 4,6) En toch wil hij u loven, die mens, een deel van uw schepping. Gij zet hem aan om er vrede in te vinden u te loven, want gij hebt ons gemaakt naar u, en rusteloos blijft ons hart totdat het zijn rust vindt in u. (…)

Belijdenissen I,1,1

 

Rust vinden

Wie zal mij geven dat ik in u mijn rust mag vinden? Wie zal mij geven dat gij in mijn hart komt en het dronken maakt, zodat ik mijn kwaad vergeet en mijn ene goed omhels, u? Wat zijt gij voor mij? Erbarm u, dat ik woorden mag vinden. Wat ben ikzelf voor u, dat gij beveelt door mij bemind te worden en, als ik dat niet doe, vertoornd op mij wordt en mij dreigt met nameloos ongeluk? Is mijn ongeluk dan gering, wanneer ik u alleen maar niet bemin? Laat mij er niet aan denken! Bij uw barmhartigheden, Heer mijn God, zeg mij, wat gij voor mij zijt. Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. (Ps. 34,3) Zeg het zo, dat ik het hoor. Zie, de oren van mijn ziel zijn naar u toegewend, Heer; open ze en zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Ik zal die stemklank nalopen en ik zal u grijpen. Verberg mij niet uw aangezicht! Zal ik ervan sterven? Ik wil sterven, als ik het maar mag zien!

Belijdenissen I,5,5

 

OM TE LEZEN EN BEGRIJPEN

Verhoor, Heer, mijn gebed (Ps. 60,2): laat mijn ziel niet moe worden onder uw leertucht en laat mij niet moe worden in het belijden van uw barmhartigheden, waardoor gij mij onttrokken hebt aan al mijn zondige wegen: zo zult gij zoet voor mij worden, boven al de verleidingen die ik naliep, en zo zal ik u met alle kracht beminnen en met hart en ziel uw hand omvatten; en gij zult mij aan alle bekoring ontrukken, tot aan het einde toe. Gij immers, Heer, zijt mijn koning en mijn God (Ps.17,30; 5,3; 43,5); aan u moet alles dienstbaar zijn wat ik als jongen aan nuttigs heb geleerd; u moet mijn spreken dienstbaar zijn, mijn schrijven, mijn lezen en mijn rekenen, want terwijl ik ijdele dingen leerde, waart gij bezig mij te onderwijzen en gij hebt mij de zonden vergeven, die ik door mijn behagen in die ijdelheden bedreef. Ik heb daarbij namelijk veel woorden geleerd die nuttig kunnen zijn: deze kunnen overigens ook geleerd worden door dingen die niet ijdel zijn, en dat is voor de jeugd de veilige weg, die zij zou moeten bewandelen.

Belijdenissen

 

VLAMMENDE WOORDEN

Gij had ons hart met uw liefde doorschoten en wij droegen uw woorden met ons mee, als pijlen door ons binnenste geboord; en de voorbeelden van uw dienaren – van zwart fonkellicht en van dood levend gemaakt door u – waren samen getast in de boezem van ons overdenken en zij verbrandden en verteerden, om ons niet meer naar omlaag te laten glijden, onze drukkende loomheid en zetten ons in lichter laaie, zodat iedere ademtocht van tegenspraak, die van de arglistige tong zou komen, ons feller zou doen vlammen en ons niet uit zou kunnen doven. (…)

Belijdenissen

 

GOD LEREN KENNEN

Moge ik u kennen, u die mij kent, moge ik u kennen zoals ik ook gekend ben. (1 Kor. 13,12) Kracht van mijn ziel, treed haar binnen en zet haar naar uw hand, om haar te hebben en te bezitten zonder vlek of rimpel. (Ef. 5,27) Dat is wat ik hoop, daarom spreek ik, en van die hoop komt mijn vreugde, zo vaak ik terecht verheugd ben; wat echter dit leven verder nog biedt, verdient te minder tranen, naarmate er meer, te meer tranen, naarmate er minder om geschreid wordt. Inderdaad, gij hebt de waarheid liefgehad (Ps. 51,8), want wie de waarheid doet (Ps. 51,8), hij komt tot het licht.(Joh. 3,21) Ik wens haar te doen, de waarheid, met mijn hart ten overstaan van u door mijn belijdenis, met mijn pen ten overstaan van de velen die er getuigen van zullen zijn.

Belijdenissen

HOE VAN GOD TE HOUDEN

jMaar wat heb ik lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse logen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een -70- stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zoiets als een omhelzing, wanneer ik mijn God liefheb, die licht is en stemgeluid en geur en spijs en omhelzing van mijn innerlijke mens, daar waar voor mijn ziel die lichtglans fonkelt, die door geen plaats bevat wordt, daar waar die klank weerklinkt, die door geen tijd wordt weggerukt, daar waar die geur hangt, die door geen wind verstrooid wordt, daar waar die smaak bestaat, die door geen gretig eten wordt verminderd, daar waar die omhelzing wordt gegeven, die door geen verzadiging losraakt. Dat is het wat ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb.

 

DANKBAARHEID

Ik dank u, o Heer, mijn vreugde en mijn glorie, mijn hoop en mijn God. Ik dank u voor uw geschenken aan mij. Houd ze voor mij ongedeerd; zij zullen mij vormen en ik zal bij U zijn, want uw wezen is uw leven.

Belijdenissen I, 20

 

OP ZOEK NAAR GELUK

jO God, mijn Vader, ik zoek U en doe geen uitspraken over u. Help mij en leid mij. Maar hoe zoek ik U, o Heer? Want als ik U zoek, mijn God, zoek ik geluk. Laat mij U daarom zoeken, zodat mijn ziel mag leven; Zoals mijn lichaam leeft door mijn ziel, zo leeft mijn ziel door U.

Belijdenissen XI, 17

 

Bron : augustijnen.be/augustinus/gebeden

 

 

St Athanasius : (297 – 373) : Een afdruk van Wijsheid is in ons en in al Zijn Werken geschapen….

Creator

“ En Jezus zei tot hen: Van wie is dit het beeld en het opschrift?” Zij zeiden: Van de keizer. Toen zei Hij tot hen: Geef daarom aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is. ” – Mattheüs 22:20-21

“ Een afdruk van Wijsheid is in ons en in al Zijn Werken geschapen. Daarom eist de ware Wijsheid die de wereld vormgaf, voor Zichzelf alles op wat Zijn Beeld draagt ​​en zegt terecht: De Heer schiep mij in Zijn Werken. Deze woorden worden werkelijk gesproken door de wijsheid in ons, maar de Heer Zelf neemt ze hier aan als Zijn eigen. Wijsheid, Zelf is niet geschapen omdat Hij de Schepper is, maar vanwege het geschapen beeld van Zichzelf, gevonden in Zijn Werken, spreekt Hij aldus, alsof Hij over Zichzelf spreekt. Onze Heer zei: Hij die u ontvangt, ontvangt Mij en Hij kon dit zeggen omdat de afdruk van Zichzelf in ons is.

Op dezelfde manier, hoewel Wijsheid niet tot de geschapen dingen gerekend mag worden, spreekt Hij toch, omdat Zijn vorm en gelijkenis in Zijn Werken is, alsof Hij een schepsel was en zegt: De Heer schiep mij in Zijn Werken, toen Zijn doel zich voor het eerst ontvouwde. …

De gelijkenis van Wijsheid is op schepselen gestempeld, zodat de wereld daarin het Woord kan herkennen dat zijn Maker was en, door het Woord, de Vader kan leren kennen. Dit is Paulus’ leer: Wat over God gekend kan worden, is voor hen duidelijk, want God heeft het hun getoond. Sinds de schepping van de wereld is Zijn onzichtbare natuur daar, voor het verstand om waar te nemen, in dingen die gemaakt zijn. Dienovereenkomstig is het Woord geen schepsel, want de passage die begint met: De Heer schiep mij… moet worden begrepen als verwijzend naar die Wijsheid die werkelijk in ons is en waarvan gezegd wordt dat het zo is.” – St Athanasius (297-373) Bisschop van Alexandrië, Vader en Kerkleraar

Heilige Theresia van het Kind Jezus :Als ik een fout maak die mij verdrietig maakt, weet ik heel goed dat de droefheid een gevolg is van mijn ontrouw, maar gelooft u dat ik daar blijf? …….

hasten

“Als ik een fout maak die mij verdrietig maakt, weet ik heel goed dat de droefheid een gevolg is van mijn ontrouw, maar gelooft u dat ik daar blijf? Oh nee, ik ben niet zo dwaas! Ik haast mij om tegen God te zeggen: Mijn God, ik weet dat ik dit gevoel van droefheid heb verdiend, maar laat mij het U net zo goed aanbieden als een beproeving die U mij door liefde hebt gestuurd. Ik heb spijt van mijn zonde, maar ik ben blij dat ik dit lijden aan U kan aanbieden.”

Heilige Theresia van het Kind Jezus en het Heilig Aanschijn.

Laatste gesprekken, 3 juli 1897

St Hiëronymus : De schriften zijn oppervlakkig genoeg, voor een baby om te komen drinken….

deep

De heilige Hiëronymus (347-419) Biechtvader, Vader en Kerkleraar, Priester, Monnik, Vertaler van de Schrift in het Latijn (de Vulgaat), Theoloog, Historicus, Kluizenaar, Mystiek.

564a60f66551a4cc8d3f10680d58c40e (1)

“De Schriften zijn oppervlakkig genoeg,

voor een baby om te komen drinken,

zonder angst om te verdrinken

en diep genoeg,

voor theologen om in te zwemmen,

zonder ooit de bodem te bereiken.”

St.Hiëronymus

St.Augustinus : Mijn ziel is als een huis, klein voor jou……

6b24d8676bed4ace05617116f4efe1da

SOUL

“Mijn ziel is als een huis, klein voor jou

om binnen te gaan, maar ik bid U om het te vergroten.

Het is in puin, maar ik vraag U om het opnieuw op te bouwen.

Het bevat veel dat u niet graag zult zien: dat weet ik en ik

verberg het niet. Maar wie ontdoet het van deze

dingen? Niemand anders dan jij.”

St. Augustinus van Hippo

Kahlil Gibran : vertel ons over vreugde en verdriet……

border 1245

GIBRAN

Kahlil Gibran

1883 –1931

Toen zei een vrouw: Vertel ons over vreugde en verdriet.

En hij antwoordde:

Jouw vreugde is jouw ontmaskerde verdriet.

En dezelfde bron waaruit jouw lach opwelt, werd vaak gevuld met jouw tranen.

En hoe kan het ook anders?

Hoe dieper het verdriet in je wezen dringt, hoe meer vreugde je kunt bevatten.

Is de beker waarin uw wijn zit niet dezelfde beker die in de oven van de pottenbakker is gebakken?

En is de luit die uw geest kalmeert niet hetzelfde hout dat met messen werd uitgehold?

Wanneer u blij bent, kijk dan diep in uw hart en u zult ontdekken dat alleen datgene wat u verdriet bezorgde, u nu vreugde geeft.

Wanneer u verdrietig bent, kijk dan nog eens in uw hart en u zult zien dat u werkelijk huilt om datgene waar u vreugde in had.

Sommigen van jullie zeggen: “Vreugde is groter dan verdriet,” en anderen zeggen: “Nee, verdriet is groter.”

Maar Ik zeg u: ze zijn onafscheidelijk.

Samen komen ze, en als de een alleen met jou aan boord zit, bedenk dan dat de ander op jouw bed slaapt.

Waarlijk, jullie hangen als een weegschaal tussen jullie verdriet en jullie vreugde.

Alleen als je leeg bent, sta je stil en ben je in evenwicht.

Wanneer de schatbewaarder u optilt om zijn goud en zilver te wegen, moet uw vreugde of verdriet stijgen of dalen.

 

Dit gedicht is in het publieke domein. Gepubliceerd in Poem-a-Day op 10 februari 2019, door de Academy of American Poets.