
“Laten we begrijpen dat God een arts is
en dat
lijden een medicijn is voor verlossing,
niet een straf voor verdoemenis.”
Augustinus
Dit is een privé blog van Kris Biesbroeck Licentiaat Filosofie/Theologie. De site behandelt zoveel mogelijke informatie over de Katholieke Kerk, Bijbel, Kerkvaders, Augustinus , St.Jan van het Kruis enz.. CONTACT : KRISBIESBROECK@GMAIL.COM

“Laten we begrijpen dat God een arts is
en dat
lijden een medicijn is voor verlossing,
niet een straf voor verdoemenis.”
Augustinus

J.P.Sartre
HET ONGELOOF VAN JEAN- PAUL SARTRE
Frans filosoof
De ongelovige existentialist Jean-Paul-Sartre (1905-1980) rekent in zijn psychologisch toneelstuk ‘huis clos’ (met gesloten deuren,1944) op een theatrale manier met het geloof in de anderen af.
Als subject (‘corps-pour-soi’) is de mens pas echt mens door zich voortdurend te realiseren in en met de wereld : hij denkt aan, hij werkt met… Het menselijk bewustzijn is als het ware een verbindingselement tussen het ik en de wereld. Doordat de mens bewust is, is hij altijd al in de wereld. Zelfs in de droom is de mens aanwezig in de wereld. Een droom is samengesteld uit ‘ervaringsresten’ van de wereld. Het is dank zij het bewustzijn dat de mens vrij is. Hij is in de wereld, maar valt er niet mee samen. Een mens neemt voortdurend afstand : ik ben geen plant, geen dier, geen vrouw (man), geen volwassene….
Door het bewustzijn is de mens vrij, hij is een wezen dat niet vastligt (vandaag is hij anders dan gisteren) en niet vastgelegd kan worden. Zelfs in een gevangenis kan de mens , volgens hem, zijn vrijheid bewaren. Ook ziek zijn zou volgens Sartre een keuze zijn.
Als object (‘corps-en-soi’) : op zijn eentje kan de mens zonder problemen als subject bestaan. Eenmaal tussen andere personen echter zijn er twee mogelijkheden : hij blijft bestaan als subject ofwel wordt hij herleid tot een ding, een object.
Een voorbeeld : een vrouw is in de badkamer, ze voelt zich vrij, niemand ziet haar, ze is naakt en zingt. Plotseling ontdekt ze dat ze begluurd wordt door iemand doorheen het sleutelgat. Op dat moment verliest de vrouw haar
subject-zijn en voelt ze zich als een object, bekenen. Ze voelt zich herleid tot een object. Maar tezelfdertijd gaat ook zij diegene die gluurt objectiveren, tot een object herleiden. Zo verliezen beiden op dat moment hun subject-zijn, en zijn ze voor elkaar tot objecten geworden.
Sartre gelooft niet in de liefde. De sterkste persoonlijkheid zal altijd de ander domineren, in zijn macht gevangen houden, waardoor de ander tot ding of instrument herleid wordt.
Dit –tot-ding herleiden gebeurt bij uitstek op twee manieren : door de blik en het oordeel.
De blik : de ‘pornogragfische blik’ , de ‘betrappende blik’. Enz…
Het oordeel : Iemand vastspijkeren op zijn anders-zijn, hij is jood, neger,homo enz..
Sartre kan ook niets anders dan God verwerpen. God kan niet bestaan, God mag niet bestaan, als God bestaat is de mens niet vrij, zegt hij.
Een God aanvaarden betekent voor hem, door iemand (een god) tot object worden herleid. Iemand die gelooft moet geboden onderhouden. Als ik dat doe, verlies ik mijn vrijheid en leef ikzelf niet meer, maar laat ik me leven. Opdat een mens vrij zou zijn;, moet hij elke band met een opperwezen verloochenen, om zelf zijn leven in handen te geven.
Deze visie van Sartre spruit voort uit zijn opvoeding. Sartre is opgegroeid in een milieu, waar hij de slechtheid heeft leren kennen. Drugs, alcohol, verraad, overspel enz.. Dit heeft hem getekend. Als je in je leven niets anders dan slechtheid hebt gekend, hoe kun je dan nog een geloof hebben in de goedheid van de mens. En het geloof in de mens is een voorwaarde tot Godsgeloof. Wat hij zegt is waar, het bestaat. Mensen kunnen voor elkaar de hel zijn. We leven in een wereld waar de hel voorturend dichtbij is. Irak, Afrika, maar ook bij ons. Armoede, drugs, depressies, zich aan zijn lot overgelaten voelen. Niemand meer hebben om eens mee te praten, ouderen die vereenzamen in bejaardentehuizen, door iedereen in de steek gelaten, kinderen die mishandeld en misbruikt worden, kinderarbeid,prostitutie enz… Dit is een reële wereld, maar Sartre heeft het mis, wanneer hij stelt dat dit altijd , in elke situatie en voveral zo is. Ook de hemel is een realiteit, we kunnen zeker ook voor de ander een stukje hemel zijn. Liefde bestaat echt. En godsdienst maakt de mens niet noodzakelijk tot een object. Christus is voor een christen juist ‘de meest vrije mens’, en zo zou ook een christen moeten zijn. Geboden en voorschriften zijn niet noodzakelijk een beperking van onze vrijheid, maar zijn juist een garantie om ons vrij te kunnen voelen. Natuurlijk, teveel geboden, teveel inmenging van de kerkelijke overheid (denken we aan de uitspraken van de pausen in morele kwesties) kan als een beperking van onze vrijheid aangevoeld worden. Vandaar dat de orthodoxie niet aan systematisch moraal doet. De mens is een vrij wezen, en hijzelf moet in eer en geweten over zijn handelen oordelen. Alleen tegenover God hebben we verantwoording af te leggen. En we weten dat de mens zwak en zondig is ( maar wat is zonde ? – voor mij is elke daad tegen de liefde voor onze medemens zonde). Met welk recht gaan we over anderen oordelen ? Christus maakt ons vrij, Hij leert ons te beminnen. Dit kan ook voor een ongelovige een realiteit zijn, en voorbeelden hiervan zijn ons bekend. Ook Sartre zou naar het einde van zijn leven toe een kleine copernicaanse zwenking hebben gemaakt. Hij was lid van de communistische partij, maar toen hij zag wat de russen hadden aangericht in Budapest in 1956, was de maat vol. Zoiets kan men mensen niet aandoen. Sartre wordt de spreekbuis van de vervolgden. Dit is een kleine maar belangrijke koerswijzi ging. Of hij daarmee zijn vroegere ideeën heeft gecorrigeerd blijft te betwijfelen.
Hij projecteert drie mensen in een hiernamaals, dat eigenlijk het aardse leven voorstelt. Dit hiernamaals speelt zich af in een Second-Empiresalon, waarin men met twee anderen moet leven : er zijn –geen deuren : dus je kan niet naar buiten; geen vensters : je bent geïsoleerd van de buitenwereld; geen spiegels : je kan jezelf maar spiegelen in en door de ogen van de anderen. Net als de andere mensen hebben deze drie hun eigen fouten, die ze willen verbergen. In een situatie met deuren, vensters en spiegels lukt dit doorgaans wel vrij goed; er zijn heel wat ontsnappingsroetes in de werkelijkeheid in gebouwd. In het hiernamaals is ontsnappen onmogelijk : ze vernemen spoedig elkaars geheim : Estelle vermoordde haar kind. Inès is een lesbische vrouw en Garcin is een lafaard.
Voeg daarbij nog de affiniteit tussen twee vrouwen en één man. Liefde in zijn hechtste vorm is immers een tweepersoonsrelatie. Wie zal de afgewezen en jaloerse derde zijn ? Alle ingrediënten voor de driehoeksverhouding zijn aanwezig… Psychologisch wordt het een boeiend spel… Naar het einde van het stuk vloeien climax en anti-climax sterk in elkaar
‘Ze zijn dood. Dit betekent : ze hebben niets anders meer dan hun verleden. Er is geen toekomst meer. Ze bestaan zonder persoonlijk levensontwerp, versteend met het beeld dat de anderen zich van hen hebben gevormd. De dialectiek van die situatie, het versteend zijn voor en door de blik van de andere is de’hel’. L’enfer c’est les autres. (Bauters, Jean Paul-Sartre, ontmoetingen, DDB,1964,pp.48-49)
Estelle:
Luister niet naar haar. Neem mijn mond; ik ben van jou helemaal van jou.
Inès
Nou, waar wacht je op ? Doe wat je gezegd is.
De lafaard Garcin houdt de kindermoordenares Estelle
in zijn armen. Er kan worden gewed. Zal de lafaard
Garcin haar kussen ?
Ik zie jullie; ik alleen ben de menigte, de menigte,Garcin,de menigte, hoor je het ?
Lafaard ! Lafaard ! Lafaard ! Tevergeefs vlucht je voor me, ik laat je niet los ! Wat zoek je op haar lippen ?
Vergetelheid ? Maar ik vergeet je niet.
Mij moet je overtuigen. Kom ! Kom !
Ik wacht op je.
Je ziet, Estelle, hij maakt zich los uit de omarming,
Hij is zo gedwee als een hondje….Je krijgt hem niet !
Garcin :
Wordt het dan nooit nacht ?
Inès :
Nooit.
Garcin :
Zal je me altijd zien ?
Inès :
Altijd
(Garcin: laat Estelle aan haar lot over en doet een paar stappen
door het vertrek, naar het bronzen beeld op de schoorsteenmantel)
Garcin :
Het beeld….(Hij streelt het).
Nu is het ogenblik gekomen. Hier is het bronzen
Beeld, ik kijk ernaar en begrijp dat ik in de hel ben.
Ik zeg jullie dat alles was voorzien.
Zij hadden voorzien, dat ik voor deze schoorsteen
Zou staan, dat ik met mijn hand op dit beeld zou
Drukken, met al die blikken die mij verslinden…
(zich met een ruk omdraaiend)
Ha zijn jullie maar met z’n tweeën.
Het leek me dat er veel meer waren.(Lacht)
Dus dit is nu de hel. Ik zou nooit geloofd hebben …
Herinneren jullie je nog : zwavel, brandstapel,
Braadrooster… Ha ! Wat een grap !
Een braadrooster is niet nodig :De hel dat zijn de
Anderen.
(J.P.Sartre.De Vliegen e.a., De Bezige Bij, 1966, pp.119-120)
Volgens Sartre kan een mens op twee manieren bestaan : als een subject en als object.
Kris Biesbroeck Leuven 1968 – filosofie
OOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO

Tot slot wil ik , met een dialoog uit Ingmar Bergman’s film ‘Als in een wazige spiegel’ proberen aan te tonen, dat een andere visie en houding mogelijk is, zelfs in een gebroken wereld.
In die film heeft Bergman het over een gesprek dat Minus heeft met zijn vader David, nadat hij de crisis van godsdienstwaanzin van zijn zus heeft meegemaakt
Minus :
Toen ik daar in het wrak zat en Karin in mijn
Armen hield, toen brak de werkelijkheid, begrijp
je wat ik bedoel ?
David :
Dat begrijp ik wel.
Minus :
De werkelijkheid brak en ik rolde eruit.
Dat is net als in een droom, maar het is echt.
Alles kan gebeuren – alles, vader !
David :
Ja, dat weet ik wel.
Minus
Dat maakt mij zo bang dat ik ’t wel kan schreeuen.
David :
Kom eens hier ! (hij raakt Minus’hand aan en ze
lopen zo samen op het strand…zwijgend…..
Dan slaat David zijn arm om de schouder van
Minus
Minus :
Ik kan met dit nieuwe niet leven, vader.
David :
Jawel, dat kun je wel.
Maar je moet iets hebben om je aan vast te houden.
Minus :
Wat zou dat moeten zijn. Een God ?
Een God in de gedaante van een spin, zoals de god
van Karin ?
Of een onzichtbare heerser, ergens in het donker ?
Nee, dat kan niet.
Stilte
Minus :
Nee, vader. Dat kan niet. God bestaat niet in mijn
wereld.
Stilte (ze lopen langs het water)
Minus :
Geef mij een bewijs dat God bestaat.
Stilte
Minus :
Dat kun je niet.
David :
Dat kan wel
Maar nu moet je goed luisteren naar wat ik zeg,
Minus.
Minus :
Dat moet ik wel vader.
David :
Er staat geschreven : God is Liefde.
Minus :
Voor mij zijn dat alleen maar holle woorden.
David :
Wacht nu eens even, je moet mij niet in de rede
vallen.
(Ze zijn bij een laag, zanderig uitsteeksel gekomen
dat bijna onmerkbaar afhelt naar het water. Het
lijkt alsof ze midden in al het wit van de zee staan,
met al het wit van de zomerhemel boven hun
hoofden, alsof ze opgesloten zijn in een stolp van
melkkleurig glas. Oneindig kleine wezens in al dit
wazige stille wit).
David :
Ik wil je alleen maar een vaag idee geven van wat
ik zelf verwacht.
Minus :
En dat is Gods Liefde ?
David :
Het is de wetenschap dat liefde in de wereld van de
mensen bestaat als iets reëels.
Minus :
En het is natuurlijk een bijzondere soort liefde die
bedoeld wordt.
David :
Alle soorten liefde, Minus.
De hoogste en de laagste, de armste en de rijkste,
de belachlijkste en de schoonste.De waanzinnige
of de cynische. Alle soorten liefde.
Minus :
(zacht) Verlangen naar liefde.
David :
Verlangen en verloochening. Achterdocht en
vertrouwen.
Minus :
Dus de liefde zou het bewijs zijn ?
David :
We kunnen niet weten of de liefde Gods bestaan
Bewijst, of dat de liefde God zelf is.
Maar het doet er ook niet zoveel toe.
Minus :
Voor jou zijn liefde en God hetzelfde ?
David :
Die gedachte helpt mij in mijn leegheid en in
mijn smerige wanhoop.
(zwijgt)
Minus :
Zeg nog wat vader !
David :
Plotseling verandert leegheid in rijkdom
en wanhoop in leven.
Het is net alsof je gratie krijgt, Minus.
alsof je gratie krijgt nadat je tot de doodstraf
veroordeeld bent.
Minus :
Dat klinkt allemaal vreselijk onwerkelijk, vader.
Maar ik geloof wel dat je meent wat je zegt.
Ik beef over mijn lichaam.Vader.
David :
Ja.
Minus :
Als het zo is als jij zegt,
dan zou Karin omgeven zijn door God, omdat
wij van haar houden ?
David :Ja.
Minus :
Kan dat haar helpen ?
David :
Dat geloof ik zeker…..
(Ingmar Bergman, Filmtrilogie, Bruna, Utrecht, 1965, pp.74-75)
Over de film …..
De film speelt zich af op een eiland in de Oostzee. Op dit eiland brengen Karin, haar man Martin, haar vader David en haar broer Minus hun zomervakantie door. Karin heeft kort voordien een psychiatrisch ziekenhuis verlaten. Haar vader David is een auteur, die zojuist uit Zwitserland naar Zweden is teruggekeerd. Karins broer Minus is 17 jaar oud en worstelt met puberteitsproblemen. Haar echtgenoot Martin is een arts en hij vertelt zijn schoonvader dat Karin ongeneeslijk ziek is en zal sterven aan haar ziekte.
Wanneer Karin het dagboek van haar vader leest, ontdekt ze dat hij het verhaal van haar ziekte voor een roman wil gebruiken. Ze confronteert hem tijdens een boottocht met die ontdekking en beschuldigt hem van ongevoeligheid. Ook David heeft echter psychische problemen. Hij voelt zich als auteur aan het einde van zijn loopbaan en had in Zwitserland een poging tot zelfmoord ondernomen.
Karin wordt geplaagd door haar psychische ziekte. Ze heeft visioenen en gelooft dat God haar wil straffen. Dat vertelt ze aan haar broer. Ze gaat steeds verder achteruit en sluit zich op in een kamer, waar ze met God praat. Haar man besluit haar terug te sturen naar de inrichting. Hij geeft haar een kalmerende injectie en Karin wordt met een helikopter weggebracht. Haar vader en broer blijven alleen achter op het eiland. Door een gesprek groeien ze dichter naar elkaar toe.
Kris Biesbroeck 1967

“De christen bidt terwijl hij loopt, terwijl hij praat, terwijl hij rust, terwijl hij werkt of leest: en wanneer hij alleen mediteert in de geheime schuilplaats van zijn eigen ziel, en de Vader aanroept met zuchten die niet minder echt zijn omdat ze onuitgesproken zijn, zal de Vader nooit nalaten te antwoorden en tot hem te naderen.”
Sint Clemens van Alexandrië

“Als je niet genadig kunt zijn, spreek dan tenminste alsof je een zondaar bent. Als je geen vredestichter bent, wees dan tenminste geen onruststoker. Als je de mond van een man die zijn metgezel kleinerend behandelt niet kunt sluiten, onthoud je er dan tenminste van om je hierbij aan te sluiten.”
Sint Isaak de Syriër

Zeg niet dat geloof in Christus alleen u kan redden, want dit is niet mogelijk als u geen liefde voor Hem verkrijgt, die wordt gedemonstreerd door daden. Wat betreft louter geloof: “De demonen geloven ook en sidderen” (Jakobus 2:19). De handeling van liefde bestaat uit oprechte goede daden jegens iemands naaste, grootmoedigheid, geduld en nuchter gebruik van dingen.
Maximus de Belijder
++++++++++++++++++

Het hoogste goed, dan wat er niet hoger is, is God , en bijgevolg is Hij onveranderlijk goed, dus waarlijk eeuwig en waarlijk onsterfelijk. Alle andere goede dingen zijn alleen van Hem, niet van Hem. Want wat van Hem is, is Hijzelf.
En bijgevolg, als Hij alleen onveranderlijk is, zijn alle dingen die Hij gemaakt heeft, omdat Hij ze uit het niets gemaakt heeft, veranderlijk . Want Hij is zo almachtig, dat Hij zelfs uit het niets, dat wil zeggen uit wat absoluut niet bestaat, in staat is om goede dingen te maken, zowel groot als klein, zowel hemels als aards, zowel geestelijk als lichamelijk. Maar omdat Hij ook rechtvaardig is, heeft Hij die dingen die Hij uit het niets gemaakt heeft, niet gelijkgesteld aan dat wat Hij uit Zichzelf verwekte. Omdat daarom geen goede dingen, groot of klein, door welke gradaties van dingen dan ook, kunnen bestaan behalve uit God; maar omdat elke natuur, voor zover het natuur is, goed is, volgt daaruit dat geen natuur kan bestaan behalve uit de allerhoogste en ware God: omdat alle dingen, zelfs niet in de hoogste graad goed, maar gerelateerd aan het hoogste goed, en nogmaals, omdat alle goede dingen, zelfs die van de meest recente oorsprong, die ver van het hoogste goed zijn, hun bestaan alleen kunnen hebben vanuit het hoogste goed. Daarom is elke geest, hoewel onderhevig aan verandering, en elk lichamelijk wezen, van God, en dit alles, gemaakt zijnde, is natuur. Want elke natuur is óf geest óf lichaam. Onveranderlijke geest is God, veranderlijke geest, gemaakt zijnde, is natuur, maar is beter dan lichaam; maar lichaam is geen geest, tenzij wanneer de wind, omdat hij onzichtbaar voor ons is en toch zijn kracht als iets niet onbelangrijks wordt gevoeld, in zekere zin geest wordt genoemd.
Maar ter wille van hen die, niet in staat zijnde te begrijpen dat de gehele natuur, dat wil zeggen, iedere geest en ieder lichaam, van nature goed is, bewogen worden door de ongerechtigheid van de geest en de sterfelijkheid van het lichaam, en om deze reden proberen een andere natuur van een boze geest en sterfelijk lichaam in te brengen, die God niet gemaakt heeft, besluiten wij op deze wijze tot hun begrip te brengen wat wij zeggen dat gebracht kan worden. Want zij erkennen dat er geen goed ding kan bestaan behalve van de hoogste en ware God, die ook waar is en voldoende is om hen te corrigeren, als zij bereid zijn er acht op te slaan.
Want wij katholieke christenen aanbidden God , van wie alle goede dingen zijn, groot of klein; van wie alle maat groot of klein is; van wie alle vorm groot of klein is; van wie alle orde groot of klein is. Want alle dingen zijn, naarmate ze beter gemeten, gevormd en geordend zijn, zeker goed in een hogere mate; maar naarmate ze in een lagere mate gemeten, gevormd en geordend zijn, zijn ze minder goed.
Deze drie dingen, dus maat, vorm en orde, — om nog maar te zwijgen van de ontelbare andere dingen die tot deze drie behoren, — deze drie dingen, dus maat, vorm, orde, zijn als het ware generieke goederen in dingen die door God zijn gemaakt, hetzij in geest of in lichaam. God staat daarom boven elke maat van het schepsel, boven elke vorm, boven elke orde, noch staat Hij boven door lokale ruimtes, maar door onuitsprekelijke en unieke potentie, van wie elke maat, elke vorm, elke orde is. Deze drie dingen, waar ze groot zijn, zijn grote goederen, waar ze klein zijn, zijn kleine goederen; waar ze afwezig zijn, is er geen goed. En nogmaals, waar deze dingen groot zijn, zijn er grote naturen, waar ze klein zijn, zijn er kleine naturen, waar ze afwezig zijn, is er geen natuur.
Daarom is alle natuur goed.
Wanneer men dienovereenkomstig vraagt, waar het kwaad vandaan komt , moet men eerst vragen, wat het kwaad is, dat niets anders is dan corruptie, hetzij van de maat, hetzij van de vorm, hetzij van de orde, die tot de natuur behoren. De natuur die verdorven is, wordt daarom kwaad genoemd, want wanneer ze onbedorven is, is ze zeker goed; maar zelfs wanneer ze verdorven is, is ze, voor zover ze natuur is, goed, voor zover ze verdorven is, is ze kwaad.
Maar het kan gebeuren dat een bepaalde natuur die als voortreffelijker is gerangschikt vanwege natuurlijke maat en vorm, hoewel verdorven, toch beter is dan een andere onbedorven die lager is gerangschikt vanwege een inferieure natuurlijke maat en vorm: zoals in de schatting van mensen, volgens de kwaliteit die zich aan het oog voordoet, verdorven goud zeker beter is dan onbedorven zilver, en verdorven zilver dan onbedorven lood; zo is ook in krachtiger geestelijke naturen een rationele geest, zelfs verdorven door een kwade wil, beter dan een irrationele, hoewel onbedorven, en beter is elke geest, hoe verdorven ook, dan elk lichaam, hoe onbedorven ook. Want beter is een natuur die, wanneer zij in een lichaam aanwezig is, het van leven voorziet, dan die waaraan leven wordt verschaft. Maar hoe verdorven de geest van het leven die is gemaakt ook mag zijn, hij kan leven verschaffen aan een lichaam, en daarom is hij, hoewel verdorven, beter dan het lichaam, hoewel onbedorven.
Maar als corruptie alle maat, alle vorm, alle orde van vergankelijke dingen wegneemt , zal er geen natuur overblijven. En bijgevolg is elke natuur die niet verdorven kan worden het hoogste goed, zoals God. Maar elke natuur die verdorven kan worden, is ook zelf een goed; want corruptie kan haar niet schaden, behalve door datgene wat goed is weg te nemen of te verminderen.

Maar aan de meest voortreffelijke schepselen, dat wil zeggen aan de rationele geesten, heeft God dit aangeboden, dat als zij niet willen, zij niet verdorven kunnen worden; dat wil zeggen, als zij gehoorzaam zouden moeten blijven aan de Heer, hun God, dan zouden zij zich moeten houden aan zijn onvergankelijke schoonheid; maar als zij niet willen gehoorzamen, omdat zij willens en wetens verdorven worden in zonden, zullen zij onwillens verdorven worden in straf, omdat God zo’n goed is dat het niemand goed is die Hem verlaat, en onder de dingen die door God gemaakt zijn, is de rationele natuur zo’n groot goed, dat er geen goed is waardoor het gezegend kan worden behalve God. Zondaars zijn daarom verordineerd tot straf; welke verordinatie straf is omdat het niet in overeenstemming is met hun natuur, maar het is gerechtigheid omdat het in overeenstemming is met hun fout.
Maar de rest van de dingen die uit niets zijn gemaakt, die zeker inferieur zijn aan de rationele ziel , kunnen noch gezegend noch ellendig zijn. Maar omdat in verhouding tot hun vorm en verschijning dingen zelf goed zijn, en er geen goede dingen in mindere of de minste mate zouden kunnen zijn behalve van God, zijn ze zo geordend dat de zwakkere wijken voor de stevigere, de zwakkere voor de sterkere, de meer machteloze voor de machtigere; en zo harmoniëren aardse dingen met hemelse, als onderworpen aan de dingen die pre-eminent zijn. Maar aan dingen die wegvallen en opvolgen, behoort een zekere tijdelijke schoonheid in zijn soort, zodat noch die dingen die sterven, of ophouden te zijn wat ze waren, de vorm en verschijning en orde van de universele schepping degraderen of verstoren; zoals een goed samengestelde spraak zeker mooi is, hoewel daarin lettergrepen en alle klanken als het ware voorbijschieten in het geboren worden en in het sterven.
Welke soort straf en hoe groot elke fout verdient, is een zaak van het Goddelijke oordeel, niet van het menselijke. Wanneer deze straf wordt kwijtgescholden in het geval van de bekeerde, is er zeker sprake van grote goedheid van de kant van God, en wanneer deze terecht wordt opgelegd, is er geen onrechtvaardigheid van de kant van God. De natuur is immers beter geordend wanneer men terecht lijdt onder straf dan wanneer men zich straffeloos verheugt over de zonde. De natuur heeft echter wel enige maat, vorm en orde, maar in welke extremiteit dan ook is er nog steeds iets goeds. Als deze dingen volledig zouden worden weggenomen en volledig zouden worden verteerd, zou er bijgevolg geen goed zijn, omdat er dan geen natuur meer zou overblijven.

Vergankelijke naturen zijn daarom alleen naturen voor zover ze van God zijn , en ze zouden ook niet vergankelijk zijn als ze van Hem waren; want ze zouden zijn wat Hij Zelf is. Daarom, van welke maat, van welke vorm, van welke orde ze ook zijn, ze zijn zo omdat het God is door wie ze zijn gemaakt; maar ze zijn niet onveranderlijk, omdat het niets is waaruit ze zijn gemaakt. Want het is heiligschennende vermetelheid om niets en God gelijk te stellen, zoals wanneer we datgene wat uit God geboren is, willen maken zoals datgene wat door Hem uit het niets is gemaakt.
Daarom kan Gods natuur geen schade lijden, en kan geen enkele natuur die onder God staat, onrechtvaardig schade lijden . Want wanneer iemand door onrechtvaardig te zondigen schade toebrengt, wordt hem een onrechtvaardige wil toegerekend. Maar de macht waardoor het hun is toegestaan schade toe te brengen, komt alleen van God. Hij weet, terwijl zij zelf onwetend zijn, wat zij zouden moeten lijden als Hij toestaat dat zij schade toebrengen.
Al deze dingen zijn zo duidelijk, zo zeker, dat als zij die een andere natuur introduceren die God niet heeft gemaakt , bereid waren om er aandacht aan te besteden, ze niet vervuld zouden zijn van zulke grote godslasteringen, dat ze zulke grote goede dingen in het opperste kwaad zouden plaatsen, en zulke grote slechte dingen in God. Want wat de waarheid hen dwingt te erkennen, namelijk dat alle goede dingen alleen van God zijn, is voldoende voor hun correctie, als ze bereid waren om er aandacht aan te besteden, zoals ik hierboven zei. Niet daarom zijn grote goede dingen van de ene, en kleine goede dingen van de andere; maar goede dingen, groot en klein, zijn alleen van het opperste goede, dat God is.
Laten we daarom goede dingen in gedachten houden, hoe groot ook , die we toeschrijven aan God als hun auteur, en laten we, nu we die hebben weggenomen, kijken of er nog natuur overblijft. Al het leven, groot en klein, alle kracht, groot en klein, alle veiligheid, groot en klein, alle geheugen, groot en klein, alle deugd, groot en klein, al het intellect, groot en klein, alle rust, groot en klein, alle overvloed, groot en klein, alle sensatie, groot en klein, al het licht, groot en klein, alle zachtheid, groot en klein, alle maat, groot en klein, alle schoonheid, groot en klein, alle vrede, groot en klein, en wat voor andere soortgelijke dingen er ook mogen voorkomen, vooral die welke in alle dingen voorkomen, of ze nu geestelijk of lichamelijk zijn, elke maat, elke vorm, elke orde, groot en klein, zijn van de Heer God. Al die goede dingen, wie ze ook maar wil misbruiken, betaalt de straf door goddelijk oordeel; maar waar geen van deze dingen aanwezig zal zijn geweest, zal geen natuur overblijven.
Maar in al deze dingen worden alle kleine dingen met tegengestelde namen genoemd in vergelijking met grotere dingen; zoals in de vorm van een mens, omdat de schoonheid groter is, de schoonheid van de aap in vergelijking daarmee misvorming wordt genoemd. En de onvoorzichtigen worden bedrogen, alsof de eerste goed is en de laatste slecht, noch houden zij rekening met het lichaam van de aap zijn eigen model, de gelijkheid van ledematen aan beide kanten, de overeenkomst van delen, de bescherming van veiligheid, en andere dingen die het vervelend zou zijn om op te sommen.
Maar opdat wat wij hebben gezegd begrepen mag worden, en zij die te traag van begrip zijn tevreden mogen stellen, of opdat zelfs Sint-Augustinus les geeft in Rome (Door GOZZOLI, Benozzo [Public domain] . De hardnekkigen en zij die zich verzetten tegen de meest duidelijke waarheid gedwongen mogen worden te bekennen wat waar is, laat hen gevraagd worden of corruptie het lichaam van een aap kan schaden. Maar als het dat kan, zodat het afschuwelijker kan worden, wat vermindert dan het goede van schoonheid? Waardoor zolang de natuur van het lichaam blijft bestaan, zolang er iets zal blijven. Als, dienovereenkomstig, het goede is verbruikt, de natuur is verbruikt, is de natuur daarom goed. Zo zeggen wij ook dat langzaam het tegenovergestelde is van snel, maar toch kan iemand die helemaal niet beweegt niet eens langzaam worden genoemd. Zo zeggen wij dat een zware stem het tegenovergestelde is van een scherpe stem, of een harde van een muzikale; maar als je elke soort stem volledig wegneemt, is er stilte waar geen stem is, welke stilte, niettemin, om de eenvoudige reden dat er geen stem is, gewoonlijk tegengesteld is aan stem als iets dat daaraan tegengesteld is. Zo worden ook helder en duister als het ware twee tegengestelde dingen genoemd, maar toch hebben zelfs duistere dingen iets van licht. Als dat absoluut ontbreekt, is duisternis de afwezigheid van licht, op dezelfde manier als stilte de afwezigheid van stem is.
Toch zijn zelfs deze ontberingen van dingen zo geordend in het universum van de natuur , dat zij voor hen die verstandig overwegen, niet ongepast hun wisselvalligheden hebben. Want door bepaalde plaatsen en tijden niet te verlichten, heeft God ook de duisternis zo passend gemaakt als de dag. Want als wij door de stem te beteugelen passend stilte inlassen bij het spreken, hoeveel te meer maakt Hij, als de volmaakte vormgever van alle dingen, passend ontberingen van dingen? Vandaar ook in de hymne van de drie kinderen, licht en duisternis gelijkelijk God prijzen, dat wil zeggen, lof brengen in de harten van hen die goed overwegen.
Geen natuur, dus, voor zover het natuur is, is slecht ; maar voor elke natuur is er geen kwaad, behalve dat het verminderd moet worden ten opzichte van het goede. Maar als het door verminderd te worden zou worden verbruikt, zodat er geen goed is, zou er geen natuur overblijven; niet alleen zulke als de Manichćanen introduceren, waar zulke grote goede dingen worden gevonden dat hun buitengewone blindheid wonderbaarlijk is, maar zulke als iemand kan introduceren.
Want ook dat materiaal, dat de ouden Hyle noemden, is niet kwaad te noemen. Ik zeg niet dat wat Manichćus met de meest zinloze ijdelheid, niet wetende wat hij zegt, Hyle noemt, namelijk de vormer van lichamelijke wezens; waaruit terecht tegen hem wordt gezegd dat hij een andere god introduceert. Want niemand kan lichamelijke wezens vormen en scheppen dan God alleen; want ze worden ook niet geschapen tenzij er maat, vorm en orde bij hen bestaan, waarvan ik denk dat zelfs zij nu zelf bekennen dat het goede dingen zijn, en dingen die niet kunnen zijn behalve van God. Maar met Hyle bedoel ik een bepaald materiaal dat absoluut vormloos en zonder kwaliteit is, waaruit die kwaliteiten die wij waarnemen, worden gevormd, zoals de ouden zeiden. Want vandaar dat hout ook in het Grieks υλη wordt genoemd, omdat het geschikt is voor werklieden, niet dat het zelf iets kan maken, maar dat het het materiaal is waaruit iets kan worden gemaakt. Ook is die Hyle daarom niet een kwaad te noemen dat niet door enige schijn kan worden waargenomen, maar nauwelijks kan worden gedacht door enige vorm van ontbering van schijn. Want dit heeft ook een vermogen tot vormen; want als het de door de werkman opgelegde vorm niet kan ontvangen, kan het zeker ook niet materieel worden genoemd. Dus als vorm iets goeds is, waaruit zij die erin uitblinken mooi worden genoemd, zoals zij vanwege hun schijn knap worden genoemd, dan is zelfs het vermogen tot vorm ongetwijfeld iets goeds. Omdat wijsheid een goed is, twijfelt niemand eraan dat het in staat zijn tot wijsheid een goed is. En omdat elk goed van God is, zou niemand eraan moeten twijfelen dat zelfs materie, als er al iets is, zijn bestaan alleen van God heeft.
Op grootse en goddelijke wijze heeft onze God daarom tot zijn dienaar gezegd: “Ik ben die Ik ben,” en “Gij zult tot de kinderen Israëls zeggen: Hij die Mij tot u gezonden heeft.” Want Hij is waarlijk, omdat Hij onveranderlijk is. Want elke verandering maakt dat wat niet was, is: daarom is Hij waarlijk, die onveranderlijk is; maar alle andere dingen die door Hem gemaakt zijn, hebben het bestaan van Hem ontvangen, elk in zijn eigen mate. Aan Hem, die de hoogste is, kan daarom niets tegengesteld zijn, behalve wat niet is; en bijgevolg, zoals van Hem al het goede zijn bestaan heeft, zo is van Hem al het natuurlijke dat bestaat; aangezien al het natuurlijke dat bestaat, goed is. Zo is elke natuur goed, en al het goede is van God; daarom is elke natuur van God.
Maar pijn waarvan sommigen veronderstellen dat het op een speciale manier een kwaad is, of het nu in de geest of in het lichaam is, kan alleen bestaan in goede naturen. Want het feit dat weerstand in een wezen tot pijn leidt, houdt een weigering in om niet te zijn wat het was, omdat het iets goeds was; maar wanneer een wezen gedwongen wordt tot iets beters, is de pijn nuttig, wanneer het gedwongen wordt tot iets ergers, is het nutteloos. Daarom veroorzaakt in het geval van de geest de wil die weerstand biedt aan een grotere kracht, pijn; in het geval van het lichaam veroorzaakt de sensatie die weerstand biedt aan een krachtiger lichaam, pijn. Maar kwaad zonder pijn is erger: want het is erger om zich te verheugen in ongerechtigheid dan om verdorvenheid te betreuren; toch kan zelfs zo’n vreugde niet bestaan, behalve door het verkrijgen van mindere goede dingen. Maar ongerechtigheid is het verlaten van betere dingen. Evenzo is in een lichaam een wond met pijn beter dan pijnloze verrotting, die met name de verrotting wordt genoemd die het dode vlees van de Heer niet zag, dat wil zeggen, niet leed, zoals voorspeld in de profetie: “Gij zult niet toestaan dat Uw Heilige verrotting ziet.” Want wie ontkent dat Hij gewond werd door het doorboren van de nagels, en dat Hij werd gestoken met de lans? Maar zelfs wat door mensen terecht lichamelijke verrotting wordt genoemd, dat wil zeggen, verrotting zelf, als er nog iets is overgebleven om te verteren, neemt toe door de vermindering van het goede. Maar als verrotting het absoluut heeft verteerd, zodat er geen goed is, zal er geen natuur overblijven, want er zal niets zijn dat verrotting kan verrotten; en zo zal er zelfs geen verrotting zijn, want er zal helemaal geen verrotting zijn waar het kan zijn.

Bron : https://mlpp.pressbooks.pub/introphil/chapter/augustine/

“Zeg niet: “Dit gebeurde bij toeval, terwijl dit vanzelf kwam.” In alles wat bestaat is er niets wanordelijks, niets onbepaalds, niets zonder doel, niets toevallig… Hoeveel haren zitten er op je hoofd? God zal niet één van hen vergeten. Zie je hoe niets, zelfs het kleinste ding, aan de blik van God ontsnapt?”
– ST. BASILIUS DE GROTE

Toen de wijn op was,
zei de moeder van Jezus tegen Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” En
Jezus zei tegen haar: “Vrouw, wat kan
jou dat schelen? Mijn uur is nog niet
gekomen.” Zijn moeder
zei tegen de dienaren: “Doe maar wat Hij jullie zegt.”
Johannes 2:3-5)

De heilige Augustinus van Hippo, een invloedrijke figuur binnen het christendom en de westerse filosofie, liet een diepgaande erfenis na met zijn theologische en filosofische geschriften.
Augustinus’ vroege leven werd gekenmerkt door een mix van christelijke en heidense invloeden.
Zijn spirituele reis leidde hem van aflaten en manicheïstische overtuigingen naar een levensveranderende bekering tot het christendom onder invloed van Sint Ambrosius.
Als bisschop van Hippo schreef Augustinus uitgebreid over onderwerpen als de erfzonde, goddelijke genade en de aard van de tijd.
Zijn invloedrijke werken, zoals ‘Belijdenissen’ en ‘De stad Gods’, beïnvloeden nog steeds het christelijk denken en de filosofie, en bieden tijdloze inzichten in geloof, de menselijke natuur en het streven naar wijsheid .
Hier zijn de 15 beste citaten van Augustinus om uw spirituele reis naar een hoger niveau te tillen.

Trots kan leiden tot een val, waardoor nobele wezens veranderen in kwaadwillende krachten.
Dit citaat benadrukt de destructieve aard van arrogantie en suggereert dat het onze ware essentie vervormt.
Nederigheid daarentegen wordt afgeschilderd als een transformerende deugd, die individuen naar een hoger moreel niveau verheft.
Het nodigt uit tot reflectie over hoe het omarmen van bescheidenheid en zelfbewustzijn genade en goedheid kan bevorderen, waardoor mensen de kwaliteiten kunnen belichamen die typisch zijn voor engelen, zoals mededogen en liefde.

Dit citaat illustreert de diepe verbinding tussen liefde en schoonheid. Het suggereert dat naarmate de liefde in ons opbloeit, ook ons vermogen om schoonheid waar te nemen en te creëren groeit.
Het impliceert dat ware schoonheid voortkomt uit de ziel en gevormd wordt door onze liefdevolle daden en intenties.
Wanneer liefde wordt gekoesterd, vergroot dit onze waardering voor de wereld en verrijkt het onze relaties. Het transformeert gewone ervaringen in buitengewone momenten vol vreugde en harmonie.

Reizen is te vergelijken met lezen: elke reis biedt nieuwe hoofdstukken vol ervaringen en inzichten.
Dit citaat moedigt aan tot verkenning en suggereert dat op één plek blijven onze kennis en perspectief beperkt.
Zoals een boek zijn rijkdom onthult door zijn pagina’s, zo onthult de wereld zijn wonderen door te reizen.
Door in contact te komen met verschillende culturen en landschappen verbreedt u uw horizon, stimuleert u empathie en verrijkt u uw leven. Zo leert u de veelzijdigheid van het menselijk bestaan beter te waarderen.

Geloof overstijgt het tastbare en nodigt mensen uit om te vertrouwen op het onzichtbare.
De beloning voor dergelijk geloof is een dieper begrip en besef van iemands overtuigingen, die zich vaak op onverwachte manieren manifesteren.
Het moedigt mensen aan om innerlijke kracht en veerkracht te ontwikkelen en herinnert hen eraan dat geloof wegen kan verlichten die voorheen door twijfel en angst werden geblokkeerd.

Dit citaat gaat over de grenzeloze aard van liefde en pleit voor onvoorwaardelijke genegenheid waarbij je niets terugverwacht.
jHet meten van liefde kan leiden tot berekeningen die de zuiverheid en authenticiteit ervan verminderen. In plaats daarvan bloeit ware liefde op wanneer deze vrij wordt gegeven, zonder beperkingen of voorwaarden.
Dit perspectief moedigt mensen aan om vrijgevig te zijn in hun relaties, waardoor diepere relaties ontstaan die geworteld zijn in oprechte zorg en onbaatzuchtigheid. Dit verrijkt uiteindelijk zowel de gever als de ontvanger.

Predella-paneel van een vleugelretabel uit het benedictijnenklooster van Mondsee, geschonken door Benedikt Eck von Piburg (1463-1499 abt van Mondsee). Vanaf inv.nr. 4863 afgezaagd A
———————————————————–
De onderlinge verbondenheid van liefde, hoop en geloof wordt prachtig vastgelegd in dit citaat. Elk element ondersteunt en onderhoudt de anderen, waardoor een triade ontstaat die essentieel is voor een vervullend leven.
Liefde wekt hoop en biedt een visie voor de toekomst, terwijl hoop liefde voedt en veerkracht in relaties bevordert.
Geloof vormt de basis voor beide en biedt een basis die vertrouwen en toewijding stimuleert.
Samen creëren ze een harmonieuze cyclus die de menselijke ervaring verrijkt en de banden tussen individuen versterkt

Liefdadigheid vormt de basis voor deugdzame daden en benadrukt het belang van onbaatzuchtigheid bij het creëren van positieve verandering.

Dit citaat pleit voor een evenwichtige benadering van het leven, waarbij geloof en persoonlijke verantwoordelijkheid samengaan.
Bidden wordt gezien als een manier om goddelijke leiding en kracht te zoeken, terwijl werk symbool staat voor menselijke inspanning en vastberadenheid.
Door deze twee aspecten met elkaar te verweven, worden mensen aangemoedigd om te vertrouwen op spirituele steun terwijl ze actief hun doelen nastreven.
Deze dualiteit geeft ons een gevoel van empowerment en herinnert ons eraan dat, hoewel we goddelijke hulp zoeken, onze daden een cruciale rol spelen bij het vormgeven van ons lot.

Dit citaat benadrukt de transformerende kracht van verlossing en groei.
Het suggereert dat iedereen een geschiedenis heeft, vaak gekenmerkt door fouten of misstappen, maar dat dit niet iemands toekomst bepaalt.
Ook heiligen hebben te maken gehad met moeilijkheden en mislukkingen, wat aantoont dat persoonlijke evolutie mogelijk is.
Dit perspectief moedigt mensen aan om hun verleden te omarmen, ervan te leren en te erkennen dat ieder mens het potentieel heeft voor verandering en vernieuwing, ongeacht de keuzes die hij of zij in het verleden heeft gemaakt.

Gehoorzaamheid wordt gezien als een verstandige keuze, die vaak leidt tot vrede en harmonie. Ongehoorzaamheid daarentegen heeft zwaardere gevolgen.
Dit citaat suggereert dat de offers die je brengt om je aan morele principes of richtlijnen te houden, klein zijn vergeleken met de onrust en spijt die kunnen ontstaan als je je verzet.
Het moedigt mensen aan om hun beslissingen zorgvuldig te overwegen, in het besef dat het volgen van een rechtvaardig pad, hoewel dat soms een uitdaging kan zijn, uiteindelijk leidt tot meer voldoening en minder lijden.

Dit citaat gaat over het aangeboren verlangen van ieder mens naar verbinding met het goddelijke.
Het suggereert dat ware tevredenheid en vrede alleen gevonden kunnen worden in een relatie met God, omdat wij van nature voor die verbintenis zijn geschapen.
De rusteloosheid van het hart weerspiegelt een spirituele dorst die niet gelest kan worden door wereldse bezigheden.
Wanneer mensen deze waarheid omarmen, worden ze uitgenodigd om vervulling te zoeken in geloof. Dit leidt tot een dieper gevoel van zingeving en sereniteit

Want mijn zonde was dat ik smeekbeden, grootsheid en waarheden niet in Hem zocht,
maar in Zijn schepselen, in
mijzelf en in anderen, en zo hals
over kop in verdriet, verwarring
en dwalingen verviel.
Sint Augustinus
Net als in het vorige citaat benadrukt deze uitdrukking het diepgewortelde verlangen naar goddelijke verbinding.
jDe rusteloosheid van het hart symboliseert een zoektocht naar betekenis en verbondenheid die het materiële bestaan overstijgt.
Het suggereert dat ware vrede gevonden wordt in overgave aan een hogere macht.
Deze zoektocht naar spirituele vervulling moedigt mensen aan om hun geloof te onderzoeken, waardoor een gevoel van verbondenheid en rust ontstaat dat alleen bereikt kan worden door een diepe relatie met het goddelijke.

Dit citaat illustreert de samenwerking tussen goddelijke hulp en menselijke inspanning.
Dit citaat moedigt een holistische benadering van het geloof aan en spoort mensen aan om hun fouten uit het verleden in Gods genade te leggen, in het heden te leven, omgeven door goddelijke liefde, en vertrouwen te hebben in Gods plan voor de toekomst.
Het bevordert een gevoel van vrede en zekerheid en herinnert ons eraan dat we niet alleen zijn op onze reis.
Als je dit perspectief omarmt, groeit je veerkracht, waardoor je met hoop en vertrouwen vooruit kunt, ongeacht de onzekerheden van het leven


Dit citaat suggereert dat ieder mens een innerlijke leegte bezit die alleen gevuld kan worden door een relatie met Christus.
Het benadrukt het idee dat wereldse bezigheden mensen vaak een onbevredigd gevoel geven, omdat ze op zoek gaan naar betekenis en een doel buiten hun spirituele aard.
Wanneer je deze leegte erkent, moedig je een zoektocht naar diepere verbindingen aan. Dit leidt uiteindelijk tot een transformerende ervaring die het hart vult met liefde, vrede en een gevoel van verbondenheid met het goddelijke.

Bron : 15 Best Saint Augustine Quotes to Elevate Your Spiritual Journey

Zij waren doden die naast een levende wandelden, zij wandelden, dood, met leven. Het leven wandelde met hen, maar in hun hart was het leven nog niet vernieuwd. En verlang jij naar het leven? Doe de discipelen na en je zult de Heer herkennen. Zij boden gastvrijheid aan, onze Heer leek vastbesloten om verder te gaan op Zijn weg, maar zij hielden Hem tegen… Ook jij dus, houd de vreemdeling vast als je je Verlosser wilt herkennen… Leer waar je de Heer kunt zoeken, waar je Hem kunt bezitten, waar je Hem kunt herkennen – in het breken van het brood met Hem.
St Augustinus van Hippo

In een van onze vroegste geschriften vertelt de heilige Justinus de Martelaar ons dat de maagd Eva een type was van de toekomstige maagd Maria. Terwijl Eva de dood bracht, bracht Maria’s gehoorzaamheid leven voort, God zelf dragend om ons te bevrijden

[Christus] werd mens door de Maagd, opdat de ongehoorzaamheid die van de slang uitging, haar vernietiging zou ontvangen op dezelfde manier waarop zij haar oorsprong had. Want Eva, die maagd en onbesmet was, bracht door het woord van de slang ongehoorzaamheid en dood voort. Maar de maagd Maria ontving geloof en vreugde, toen de engel Gabriël haar de blijde tijding verkondigde dat de Geest van de Heer over haar zou komen en de kracht van de Allerhoogste haar zou overschaduwen; daarom is ook het Heilige dat uit haar verwekt is, de Zoon van God; en zij antwoordde: ‘Mij geschiede naar uw woord.’ En door haar is Hij geboren, naar wie wij bewezen hebben si vele Schriftplaatsen verwijzen, en door wie God zowel de slang als die engelen en mensen vernietigt die aan hem gelijk zijn; maar verlossing van de dood bewerkt aan hen die berouw hebben over hun goddeloosheid en in Hem geloven.
De heilige Justin Martyr

Als God u een overvloedige oogst van beproevingen geeft, is dat een teken van grote heiligheid die Hij wil dat u bereikt. Wilt u een grote heilige worden? Vraag God om u veel lijden te sturen. De vlam van Goddelijke Liefde stijgt nooit hoger dan wanneer gevoed met het hout van het Kruis, dat de oneindige liefdadigheid van de Redder gebruikte om Zijn offer te voltooien. Alle genoegens van de wereld zijn niets vergeleken met de zoetheid die gevonden wordt in de gal en azijn die aan Jezus Christus worden aangeboden. Dat wil zeggen, harde en pijnlijke dingen die voor Jezus Christus en met Jezus Christus werden doorstaan.
Sint Ignatius van Loyola

Zelfs als we volledig worden veracht
in de ogen van de mensen, laten we ons verheugen
dat we geëerd worden in de
ogen van God
Johannes de Korte (The Sort)

Intelligente mensen hebben geen behoefte om
naar veel gepraat te luisteren, maar
moeten alleen letten op wat
wat nuttig is en
geleid door Gods wil.
St. Antonius de Grote

Zij waren doden die naast een levende wandelden, zij wandelden, dood, met leven. Het leven wandelde met hen, maar in hun hart was het leven nog niet vernieuwd. En verlang jij naar het leven? Doe de discipelen na en je zult de Heer herkennen. Zij boden gastvrijheid aan, onze Heer leek vastbesloten om verder te gaan op Zijn weg, maar zij hielden Hem tegen… Ook jij dus, houd de vreemdeling vast als je je Verlosser wilt herkennen… Leer waar je de Heer kunt zoeken, waar je Hem kunt bezitten, waar je Hem kunt herkennen – in het breken van het brood met Hem.
St Augustinus


“St. Ambrosius” van Matthias Stom”
“Laat uw deur openstaan om Hem te ontvangen, ontsluit uw ziel voor Hem, verwelkom Hem in uw geest, en dan zult u de rijkdom van eenvoud zien, de schatten van vrede, de vreugde van genade. Gooi de poort van uw hart wijd open, sta voor de zon van het eeuwige licht dat op ieder mens schijnt … Het is de ziel die haar deur heeft, haar poorten. Christus komt naar deze deur en klopt; hij klopt op deze poorten. Doe Hem open; hij wil binnenkomen, om zijn bruid te vinden die wacht en toekijkt.”
(St. Ambrosius van Milaan, bisschop en kerkleraar, uit : (An Exposition of Psalm 118 )

“Dat is verbazingwekkende genade!
Want wat waren wij voordat Christus ons
had uitverkoren, behalve dat wij goddeloos en verloren waren?
Wat heeft Hij dan uitverkoren in hen die niet goed zijn?
Je kunt niet zeggen: ik ben uitverkoren omdat ik geloofde.
Want als je in Hem geloofde,
had je Hem al gekozen.
En gij kunt niet zeggen, dat ik vroeger geloofde, goede werken
deed, en daarom uitverkoren was.
Want welk goed werk gaat er
voor het geloof uit, als de apostel zegt:
“Al wat niet uit het geloof is, is zonde?”
Wat valt er dan
anders te zeggen dan dat wij goddeloos waren en uitverkoren waren,
opdat wij door de genade uitverkoren te zijn,
goed zouden worden?”
Sint-Augustinus (354-430)


We kunnen niet lijden met de armen als we niet bereid zijn om de personen en systemen te confronteren die armoede veroorzaken. We kunnen de gevangenen niet bevrijden als we niet bereid zijn om degenen te confronteren die de sleutels dragen. We kunnen onze solidariteit niet belijden met degenen die onderdrukt worden als we niet bereid zijn om de onderdrukker te confronteren. Mededogen zonder confrontatie verandert snel in vruchteloze sentimentele medelijden.”
Henri j.m. Nouwen
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.