St.Thomas van Aquino: Adoro Te devote….

Adoro te devote 

Ik aanbid U eerbiedig,

verborgen Godheid,

die onder deze tekenen

waarachtig verborgen zijt:

aan U onderwerpt zich

heel mijn hart,

want wanneer ik U aanschouw

verliest het zichzelf geheel.

Het gezicht, de tast, de smaak — zij falen hier;

maar door het horen alleen kan men veilig geloven:

ik geloof alles wat de Zoon van God heeft gezegd,

niets is waarachtiger dan dit woord van de Waarheid.

Op het kruis was alleen de Godheid verborgen,

maar hier zijn zowel Godheid als mensheid verborgen:

beide belijd en geloof ik,

en ik vraag wat de berouwvolle misdadiger vroeg.

Uw wonden zie ik niet, zoals Thomas,

maar toch belijd ik: Gij zijt mijn God:

maak dat ik steeds meer in U geloof,

op U mijn hoop stel, U bemin.

O gedachtenis van de dood van de Heer!

Levend brood, dat leven schenkt aan de mens!

Laat mijn geest van U leven,

en laat U haar altijd zoet smaken.

Goede pelikaan, Heer Jezus,

reinig mij, onreine, met uw bloed,

waarvan één enkele druppel

de hele wereld kan redden van alle schuld.

Jezus, die ik nu gesluierd aanschouw,

ik bid dat het gebeuren mag waarnaar ik dorst:

dat ik, wanneer Gij U openbaart,

U aanschouw met ontbloot gelaat,

en zalig word door het zien van uw glorie.

Amen.

++++

Contemplatieve duiding:

Deze hymne van Thomas van Aquino is een van de meest tedere en intieme teksten uit de eucharistische traditie. Ze is geen theologische verhandeling, maar een fluistergebed van een ziel die zich klein maakt voor het Mysterie.

1. De verborgenheid van God

Aquino spreekt over een latens Deitas — een God die zich verbergt. Niet om ons te misleiden, maar om ons uit te nodigen tot een andere manier van zien. De zintuigen falen, maar het hart wordt geopend. Het geloof wordt hier geen verstandelijke instemming, maar een liefdesdaad: tibi se cor meum totum subjicit — mijn hart geeft zich geheel aan U.

2. De paradox van het kruis en de hostie

Op het kruis was alleen de Godheid verborgen; in de Eucharistie zijn zowel Godheid als mensheid verborgen. Het is alsof Aquinas wil zeggen: hier, in dit kleine witte brood, is alles aanwezig — het lijden, de menswording, de verrijzenis, de liefde die zich totaal geeft.

3. De smekende toon

De hymne is doordrongen van verlangen:

oro fiat illud quod tam sitio — ik bid dat mag gebeuren waarnaar ik zo dorst.

Het is het verlangen van een ziel die weet dat ze nog niet ziet, maar die leeft van de belofte dat ze ooit zal zien, van aangezicht tot aangezicht.

4. De pelikaan

Het beeld van de pelikaan die zijn borst opent om zijn jongen te voeden is een oud christelijk symbool voor Christus’ zelfgave. Aquinas gebruikt het niet als versiering, maar als een intiem beeld van redding: één druppel van Christus’ bloed kan de hele wereld reinigen.

5. De eucharistische hoop

De hymne eindigt niet in mysterie, maar in hoop: dat het gesluierde aanschouwen ooit zal overgaan in het open gelaat van God. De Eucharistie is hier niet alleen herinnering, maar voorsmaak van de eeuwige ontmoeting.

++++

Gebed:

Heer Jezus,

Verborgen in het stille brood,

Gij die U verbergt om ons te naderen,

open in mij het geloof dat ziet voorbij de zintuigen.

Laat mijn hart zich geheel aan U toevertrouwen,

zoals Aquinas het bad — eenvoudig, arm, verlangend.

Reinig wat in mij nog gesloten is,

verzacht wat hard is,

verlicht wat duister is.

Laat mij leven van uw tegenwoordigheid,

zoals brood het lichaam voedt,

en laat uw zoetheid mijn geest dragen

door de dagen die zwaar zijn

en de nachten die stil zijn.

En wanneer mijn ogen U nog niet kunnen zien,

laat mijn ziel U reeds beminnen.

Tot de dag komt

dat uw gelaat zich openbaart

en ik rust in uw glorie.

Amen.

****************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Ontdek meer van christelijkeinformatiebron

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder