
“Ach, wat lang is dit leven!
Wat hard zijn deze ballingschappen!
Deze gevangenis, deze ketenen waarin de ziel is opgesloten!
Alleen al het wachten op de bevrijding veroorzaakt mij zo’n felle pijn,
dat ik sterf omdat ik niet sterf.”
— Teresa van Jezus (Teresa van Ávila)
++++
Commentaar:
Deze strofe uit “Muero porque no muero” is een van Teresa’s meest brandende uitroepen. Ze beschrijft de spanning tussen het aardse leven — dat zij ervaart als een lange, soms pijnlijke weg — en het diepe verlangen naar volledige vereniging met God.
Voor Teresa is de “gevangenis” niet het lichaam als iets negatiefs, maar de beperking van het aardse bestaan: het nog-niet-volledig-thuis-zijn bij de Geliefde. De ziel voelt zich als een gevangene die weet dat er een grotere vrijheid bestaat, maar die nog moet wachten tot God haar roept.
Het is een mystiek verlangen dat niet destructief is, maar juist een teken van overvloedige liefde: een hart dat zo vol is van God dat het de sluier van dit leven als te zwaar ervaart.
In het contemplatieve werk — vertalen, duiden, bidden — raakt deze tekst aan dat stille, innerlijke brandpunt waar de ziel haar heimwee erkent zonder te vluchten uit de wereld. Het is een gebed dat zowel pijn als hoop draagt, een zachte maar vurige spanning.
+++++
Gebed:
Heer,
laat in ons het verlangen groeien dat Teresa bezong:
niet als ongeduld,
maar als een stille hunkering naar Uw nabijheid.
Bevrijd ons van alles wat de ziel gevangen houdt,
van angst, van verstarring, van het kleine denken.
Leer ons het wachten te dragen,
zoals een kiem de donkere aarde draagt
in vertrouwen op het licht dat komt.
Moge Uw liefde ons openen,
ons verlichten,
ons zacht maken,
zodat wij leven in de diepe vrede
van wie weet dat U nabij bent,
ook in het lange wachten.
Amen.
***************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.