
“Want er bestaat geen enkele gemeenschap tussen de woorden van de heiligen [apostelen] en de grillen van menselijke verzinsels; want de heiligen [apostelen] zijn dienaars van de waarheid, verkondigers van het Koninkrijk der hemelen, terwijl zij die in de tegenovergestelde richting worden voortgedreven niets beters hebben dan te eten, en menen dat hun einde is dat zij ophouden te bestaan, en zij zeggen: ‘Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij.’ Daarom berispt de zalige Lucas de verzinsels van de mensen, en geeft hij de overleveringen van de heiligen [apostelen] door, wanneer hij aan het begin van het Evangelie zegt: ‘Aangezien velen het hebben aangedurfd om verhalen te schrijven over de gebeurtenissen waarvan wij verzekerd zijn, zoals zij die van het begin af getuigen en dienaars van het Woord zijn geweest ze aan ons hebben overgeleverd, heeft het ook mij goed gedacht, die alles van meet af aan nauwkeurig heb gevolgd, om ze ordelijk aan u te schrijven, hooggeachte Theophilus, opdat u de waarheid zou kennen betreffende de zaken waarin u onderricht bent.’ Want zoals ieder van de heiligen [apostelen] heeft ontvangen, zo geven zij door zonder enige wijziging, tot bevestiging van de leer van de mysteries [sacramenten]. Tot deze wil het goddelijk Woord dat wij leerlingen zijn, en dezen behoren terecht onze leraren te zijn; aan hen alleen moet men aandacht schenken, want van hen alleen is ‘het woord betrouwbaar en alle aanneming waardig’; zij zijn niet leerlingen omdat zij van anderen hoorden, maar omdat zij ooggetuigen en dienaars van het Woord waren, en wat zij van Hem gehoord hebben, hebben zij overgeleverd.”
Feestelijke Brief: 2, ca. 330 na Chr.
++++
Commentaar – een contemplatieve duiding:
Athanasius spreekt hier met een grote helderheid over de betrouwbaarheid van de apostolische verkondiging. Voor hem is het Evangelie geen verzameling menselijke gedachten, geen filosofisch systeem, geen religieuze poëzie. Het is getuigenis – het doorgeven van wat gezien, gehoord, aangeraakt is.
Hij maakt een scherp onderscheid:
- Menselijke verzinsels: gedachten die opkomen uit angst, begeerte, kortzichtigheid; het leven dat zich opsluit in het “laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij”.
- Apostolische woorden: woorden die voortkomen uit ontmoeting, uit het zien van de Levende, uit het luisteren naar de stem van Christus zelf.
Voor Athanasius is dit essentieel:
De apostelen spreken niet over God; zij spreken vanuit God.
Zij zijn geen doorvertellers van geruchten, maar ooggetuigen van het Woord.
Lucas staat voor hem symbool van deze nederige trouw: hij wil “correct en ordelijk” schrijven, niet om zichzelf te tonen, maar om de waarheid te dienen, zodat Theophilus – en wij – kunnen rusten in wat betrouwbaar is.
In deze tekst klinkt een diepe uitnodiging:
- om ons niet te laten meeslepen door de vluchtigheid van menselijke meningen,
- om ons te richten op de stille, vaste lijn van het apostolisch getuigenis,
- om te leven vanuit wat gezien is, niet vanuit wat gevreesd wordt.
Athanasius herinnert ons eraan dat het geloof niet begint bij ideeën, maar bij ontmoeting.
En dat de Kerk leeft omdat zij deze ontmoeting bewaart, doorgeeft, en telkens opnieuw laat klinken.
++++
Gebed:
Heer Jezus Christus,
Gij die het Woord zijt dat leven geeft,
open in ons het stille vertrouwen
dat de apostelen hebben doorgegeven.
Laat ons rusten in hun getuigenis,
niet als in oude woorden,
maar als in een levende stroom
die van U uitgaat en ons bereikt.
Bewaar ons voor de onrust van menselijke verzinsels,
voor de stemmen die ons naar binnen trekken
in angst, haast of leegte.
Maak ons leerlingen van uw waarheid,
leer ons luisteren zoals Lucas luisterde,
zien zoals Johannes zag,
en doorgeven zoals Petrus doorgaf.
Dat uw Woord in ons helder wordt,
zacht, betrouwbaar,
en alle aanneming waardig.
Amen.
*************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.