
Edward Poppe (1890–1924) werd geboren in Temse in een eenvoudig bakkersgezin. Hij groeide op in een diep gelovige familie en werd op 1 mei 1916 priester gewijd in Gent .
Onderpastoor in Gent:
Zijn eerste benoeming was in de arme arbeidersparochie Sint-Coleta in Gent, midden in de ellende van de Eerste Wereldoorlog. Hij ontmoette er honger, kou, verbittering en een snel groeiende ontkerkelijking. Poppe voelde zich geroepen om er te zijn voor de armen, zoals zijn vader hem had meegegeven. Hij bezocht zieken, hielp gezinnen, en legde een bijzondere nadruk op de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren.
Hij stichtte het Eucharistisch Catechistenwerk, omdat hij geloofde dat een hernieuwing van de Kerk moest beginnen bij goed gevormde catechisten .
Op rust in Moerzeke:
Door zijn zwakke gezondheid werd hij al na twee jaar naar Moerzeke gestuurd, waar hij rector werd van een gemeenschap zusters. Daar leefde hij half ziek, vaak bedlegerig, maar geestelijk uiterst vruchtbaar.
Hij schreef talrijke teksten over geloof, opvoeding, eucharistische devotie en de gevaren van secularisatie en materialisme. Zijn geschriften verspreidden zich snel, tot ver buiten Vlaanderen.
Hij werd de bezieler van de Eucharistische Kruistocht, een beweging die kinderen én volwassenen wilde vormen tot een leven vanuit de Eucharistie .
Geestelijk leidsman:
Kardinaal Mercier benoemde hem tot geestelijk directeur van seminaristen en religieuzen die militaire dienst moesten vervullen in Leopoldsburg. Ook daar bleef hij de eenvoudige, vurige priester die leefde vanuit de Eucharistie.
Zijn gezondheid verslechterde verder. Hij kreeg herhaalde hartcrisissen en overleed op 10 juni 1924, slechts 33 jaar oud, terwijl hij zich voorbereidde om de Mis te vieren .
Na zijn dood:
Onmiddellijk ontstond een sterke verering rond zijn graf. Kardinaal Cardijn getuigde:
“Wie eens priester Poppe gesproken heeft, zal nooit de indruk ervan vergeten. Hij was een echte heilige.”
In 1999 werd hij zalig verklaard door paus Johannes Paulus II. Vandaag loopt het proces voor zijn heiligverklaring verder .
✦ Commentaar (spirituele duiding):
Priester Poppe is een heilige van de eenvoud, van de Eucharistie, en van de innerlijke zuiverheid. Zijn leven is geen verhaal van grote uiterlijke daden, maar van een stille, brandende liefde voor Christus.
Wat hem kenmerkt:
Een priester voor de armen. Hij zag Christus in de hongerige arbeiders, in de kinderen zonder toekomst, in de gezinnen die door oorlog en armoede waren gebroken.
Een priester van de Eucharistie. Voor Poppe was de Eucharistie het hart van de wereld. Hij geloofde dat vernieuwing van de Kerk begint bij het altaar, bij de stille aanbidding, bij het kinderlijke vertrouwen op Christus.
Een priester van het lijden. Zijn zwakke gezondheid werd geen hindernis maar een bron van genade. Hij leerde dat lijden, wanneer het wordt gedragen in liefde, vruchtbaar wordt voor anderen.
Een profetische stem. Hij waarschuwde voor de geestelijke leegte van materialisme en secularisatie, niet uit angst, maar uit liefde voor de mens die zijn diepste roeping dreigt te vergeten.
Zijn leven is als de graankorrel uit Johannes 12,24:
“Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen; maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.”
Poppe stierf jong, maar zijn leven draagt tot vandaag vrucht in gebed, catechese, eucharistische devotie en stille heiligheid.
Edward Poppe was een zeer begaafde bakkerszoon en kreeg de kans om zijn humaniora te doorlopen aan het Klein Seminarie van Sint-Niklaas (1905-1910), waar hij zich als lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS) liet opmerken. Vanaf de poesis begon hij in het spoor van Guido Gezelle zelf gedichten te schrijven en via Hugo Verriest drong ook het sociale aspect van de Vlaamse beweging tot hem door.
In 1910 begon hij zijn studies wijsbegeerte aan het Leuvense Hoger Instituut. Ondanks zijn wankele gezondheid liet hij zich opmerken in de kringen van Amicitia en Met Tijd en Vlijt. In 1912 werd hij bovendien voorzitter van de gilde Temsche Voorwaerts, waarvan ook zijn vroegere correspondentievriend Karel de Schaepdrijver deel uitmaakte.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog doorspartelde hij een ware odyssee. Eerst in het leger, daarna in Mechelen om ten slotte opnieuw te belanden aan het seminarie in Gent waar hij zijn theologiestudies kon voortzetten en in 1916 tot priester werd gewijd.
Van 1916 tot 1918 was Poppe onderpastoor in de parochie Sint-Coleta in Gent. Omwille van gezondheidsproblemen verhuisde hij in 1918 echter naar Moerzeke, waar hij rector werd van een klooster. In 1922 werd hij de geestelijke leider van het Centre d’Instruction pour Brancardiers Infirmiers in Leopoldsburg, een vormingscentrum voor geestelijken die de dienstplicht moesten vervullen en om die reden een opleiding tot brancardier volgden. Hij stichtte in deze stad ook een klooster.
Twee jaar later overleed Poppe op 33-jarige leeftijd aan de gevolgen van zijn ziekte. Hoewel hij naar het einde van zijn leven toe bijna als een heilige werd vereerd, zou het toch tot 1986 duren vooraleer hij eerbiedwaardig werd verklaard. Op 3 oktober 1999 werd hij zalig verklaard door Rome. In deze laatste stad bevindt zich ook het Centro don Eduardo Poppe.
Vlaamse ontvoogding:
Poppe was voorstander van de Vlaamse ontvoogding, maar enkel als dat ook een religieuze, zedelijke en sociale verheffing van het volk met zich zou meebrengen. Hij pleitte voor culturele autonomie en zelfbestuur. Hij was een voorstander van de vernederlandsing van de Gentse universiteit, maar wilde niet dat dit een realisatie zou worden van de bezetter. Na de oorlog toonde hij zich echter een felle tegenstander van de repressie en pleitte hij voor amnestie en verzoening.
Onmiddellijk na zijn dood gaf kardinaal Désiré Mercier aan Odil Jacobs de opdracht om een biografie van Poppe op te stellen. Mercier verbood Jacobs echter uitdrukkelijk om de Vlaamsgezindheid van Poppe te vermelden. De biografie van Jacobs bleef ondanks deze tekortkoming lange tijd de belangrijkste referentie. Pas in de jaren negentig heeft Fernand van de Velde deze leemte opgevuld.
Literatuur:
– O. Jacobs, Edward J.M. Poppe 1890-1924, 1948.
– F. van de Velde, Poppe, Edward, Joannes, Maria, in: Nationaal Biografisch Woordenboek, dl. VII, 1977.
– F. van de Velde, Poppe-biografie, 4 dln., 1983-1988.
– F. van de Velde en S. Delbeke, Edward Poppe en de Vlaamse Beweging, 1994.
– Mgr. L. de Maere, Priester van vuur. Edward Poppe anders bekeken, 1999.
– F. van de Velde, Edward Poppe, Kind van Maria,, 2001.
– F. van de Velde, Poppe Edward Joannes Maria. Een terugblik op zijn leven, uitstraling en causa, 3 dln., 2008.
Bronnen:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Edward_Poppe
https://www.kerknet.be/organisatie/priester-poppecomit%C3%A9-vzw https://www.okv.be/museum/priester-poppe-museum


De kapel ter ere van Priester Poppe te Moerzeke.
GEBED:
Gebed
Heer Jezus Christus,
Gij die priester Edward Poppe hebt gevormd tot een dienaar van Uw Eucharistisch Hart,
open ook in ons de weg van eenvoud en zuiverheid.
Leer ons, zoals hij, de armen te zien met Uw ogen,
de kinderen te begeleiden met Uw tederheid,
en de Eucharistie te beminnen als de bron van ons leven.
Wanneer wij zwak zijn,
laat zijn voorbeeld ons sterken:
dat lijden, gedragen in liefde, vruchtbaar wordt voor de wereld.
Heer, maak ons tot mensen van aanbidding,
van stilte,
van innerlijke trouw.
Dat wij, zoals priester Poppe,
alles doen uit liefde voor U,
en niets uit eigenbelang.
Moge zijn leven ons aanmoedigen
om de weg van het kleine, het eenvoudige, het zuivere te gaan.
En moge zijn voorspraak ons leiden
naar een dieper vertrouwen op Uw Hart.
Amen.
*********************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.