
“O onveranderlijke God, dit is mijn gebed: laat mij mijzelf kennen en laat mij U kennen.”
— Sint‑Augustinus
Commentaar:
Deze korte bede van Augustinus behoort tot de meest kernachtige samenvattingen van zijn hele spirituele zoektocht. Twee bewegingen komen samen:
- Zelfkennis – niet als psychologisch zelfonderzoek, maar als een nederige erkenning van onze afhankelijkheid, onze kwetsbaarheid, onze verlangens en onze waarheid. Voor Augustinus is zelfkennis altijd een weg naar nederigheid: wie zichzelf kent, weet dat hij geschapen is, bemind is, en God nodig heeft.
- Godskennis – niet als abstract begrip, maar als ontmoeting. God kennen betekent: Hem toelaten in het hart, Zijn licht laten vallen op alles wat in ons leeft. Augustinus ervaart dat alleen wie zichzelf eerlijk onder ogen ziet, werkelijk open kan staan voor God.
De twee horen onafscheidelijk bij elkaar. Zelfkennis zonder God wordt wanhoop. Godskennis zonder zelfkennis wordt hoogmoed.
In deze korte zin klinkt Augustinus’ hele levensweg mee: de onrust van zijn hart, zijn verlangen naar waarheid, zijn bekering, zijn diepe besef dat God de enige vaste grond is in een veranderlijke wereld. “O onveranderlijke God” — dat is de ankerplaats waar zijn rusteloze hart eindelijk thuiskomt.
++++
Gebed
Eeuwige en onveranderlijke God, Gij die mij kent nog vóór ik mijzelf begrijp, open mijn hart voor Uw licht.
Leer mij mijzelf te zien zoals ik werkelijk ben: met mijn wonden, mijn verlangens, mijn vreugden, mijn verborgen angsten en mijn stille hoop.
En terwijl ik mijzelf leer kennen, laat mij U kennen, Gij die dichter bij mij zijt dan mijn eigen adem.
Laat Uw waarheid mij zacht maken, Uw liefde mij richten, Uw aanwezigheid mij dragen.
Neem mijn onrust in Uw vrede, mijn duisternis in Uw licht, mijn zwakheid in Uw kracht.
Opdat ik, in het kennen van mijzelf, U mag vinden — en in het kennen van U, mijzelf mag terugvinden.
Amen.
********************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.