St.Johannes van het Kruis: Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke….

Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke

  1. Een liefdeswond die nooit geneest. Johannes van het Kruis.

In oktober 1567 ontmoet Teresa in Medina voor de eerste keer Johannes van het Kruis. Zij is daar ter voorbereiding van het stichten van een mannelijk klooster in de lijn van haar vernieuwingsplannen zoals zij dat reeds had gerealiseerd voor vrouwen o.a. in Avila. Veel keus had zij niet. De mannelijk tak van de toenmalige Carmel was klein en Teresa vreesde zijn uitsterven.  Zij had tot nu toe slechts één kandidaat: Antonio de Heredia. Hij was zestig jaar oud, geleerd, ijverig. Maar hij hield van een zekere luxe: een mooie kloostercel, een verzorgd habijt, een onberispelijke omgeving. Teresa vertrouwde hem niet helemaal. Zij zoekt verder.

Dan hoort zij een zekere Pedro de Orozco, die theologie studeerde te Salamanca, spreken over een medestudent, Juan de Santo Matias, die opviel door zijn deugdzaamheid en ingetogenheid. Hij is nu ook in Medina voor het opdragen van zijn eerste mis. Teresa is direct geïnteresseerd. Zij spreken elkaar. Teresa staat oog in oog met een vijfentwintigjarige jongeman, opvallend klein van postuur, een ovaal gezicht, bruine tint, levendige ogen en een diepe blik – zoals later velen zijn verschijning omschrijven. Hij luistert naar Teresa’s hervormingsplannen. Maar hij vertelt dat hij van plan was zich aan te sluiten bij kartuizers omdat hij sterk verlangt naar teruggetrokken leven van boete, gebed en mystieke inkeer. Teresa weet hem te overtuigen dat hij dit alles en nog meer in haar stichtingen kan vinden. Hij stemt toe met de woorden; ‘Als het maar niet te lang duurt.’ En aldus geschiedde. Tot aan haar dood zouden zij samenwerken. Bij zijn officiële intrede inde orde van de Ongeschoeide nam Juan de Santo Matias een andere naam aan: Juan de Cruz, Jan van het Kruis.

Juan de Yepes y Alvarez, zoals zijn oorspronkelijke naam luidde, was in 1542 geboren te Fontiveros in een straatarm gezin van wevers. Vader Gonzalo de Yepes kwam weliswaar uit een zeer gegoede familie, maar was onterfd, omdat hij trouwde met een vrouw van lagere komaf. Hij overleed enkele maanden na de geboorte van Juan ten gevolge van een slepende ziekte en liet vrouw en drie kinderen achter in grote armoede. Na de dood van zijn tweede broer Luis verhuisde zijn moeder naar Medina del Campo.

Daar werd Juan ondergebracht in een weeshuis, waar hij niet alleen leerde lezen en schrijven, maar ook de kans kreeg zich te bekwamen in een ambacht. Hij probeerde timmerman, houthakker, drukker, maar hij bleek totaal ongeschikt voor enig handwerk.

Hij kreeg de kans om te gaan wonen en werken in een ziekenhuis voor armen, bekend als el hospitel de las bubas (tumoren) waar ernstige gevallen van syfilis gratis werden verpleegd. Juan moest helpen bij de verzorging van de zieken. Daar heeft hij de verwoestende gevolgen van seks van nabij gezien en – zoals iemand opmerkte – is het een wonder dat hij later zulke prachtige, erotische poëzie zou schrijven. Hij moest ook bedelen om het ziekenhuis te helpen aan inkomsten. Maar hij kreeg ook de mogelijkheid te studeren aan een colegio, een middelbare school van de Jezuïeten, waar men latijn, geschiedenis en literatuur onderwees.

Na vier jaar studie aldaar, stelde zijn directeur hem voor priester te worden ten dienste van de kapel van het hospitaal. Juan had andere ideeën. Hoewel onder druk gezet, weigerde hij dit aanbod en – om zijn baas niet onder ogen te komen – verliet op een nacht hij stiekem het ziekenhuis en meldde zich aan de poort van de karmelieten priorij Santa Anna. Hij was eenentwintig jaar. Een jaar later legde hij de kloostergelofte af en nam de naam aan van Frater Juan de Santo Matias.

Juan kreeg de kans te studeren aan de universiteit te Salamanca, toen een topuniversiteit. Tot de collegestof behoorden Aristoteles en Thomas van Aquino, een vleugje Plato en Augustinus. Overigens heerste op deze hogeschool een grondige afkeer van de moderne, ‘mystieke’ auteurs die bijvoorbeeld schreven over het innerlijk gebed.  Hun geschriften stonden veelal op de Index. Toch heeft Juan zowel Dionysius de Areopagiet bestudeerd als Boethius’ Troostboek, als ook het commentaar van Gregorius op het Hooglied, en vooral de Bijbel, zijn levenslange metgezel. Zoals een biograaf opmerkt: ‘Geen protestant heeft ooit meer uit de Heilige Schrift geciteerd dan Juan.’ Bijna afgestudeerd ontmoet hij Teresa.

Hoewel Teresa en Juan elkaar zeer waardeerden, waren ze ook verschillend. Zij hadden twee zeer verschillende karakters. Juan was niet zozeer van het organiseren, terwijl Teresa blaakte van ondernemingsgeest. Maar Juan bekritiseerde Teresa soms om haar al te enthousiaste devotie. Zij was zeer gehecht aan de eucharistie. Juan wist dat en toen zij een keer weer ter communie kwam, brak hij de hostie in tweeën en gaf de helft om haar te wijzen op haar geestelijke gulzigheid. Teresa nam het sportief op, waarna zij haar grote visioen van het geestelijk huwelijk kreeg. Was Teresa echter nogal enthousiast over haar visoenen, Juan probeerde haar wat te matigen. De strenge leraar van het nada, nada – niets, niets-, leerde ook visioenen achter te laten en zich niet te hechten aan Gods gunsten. Niettemin, als Juan enige woorden wil wijden aan de geestverrukking,  laat hij dat graag aan iemand anders over ‘ die daar beter over kan spreken dan ik, temeer nu onze gelukzalige moeder Teresa van Jezus over deze aangelegenheden van de geest op bewonderenswaardige wijze heeft geschreven. Op God vertrouwend hoop ik, dat deze geschriften spoedig in druk het licht mogen zien.’ 2  .

Zelf was hij zeer ontvankelijk voor extase. Er zijn vele getuigenissen die vertellen hoe hij buiten zichzelf kon geraken als hij in de natuur aan het bidden was of tijdens het leen van de mis. Toen men hem eens vroeg hoe iemand in verrukking kon raken, antwoordde hij: Dit gebeurt door aan de eigen wil te verzaken en die van God te doen. Want extase is niets anders dan dat de ziel uit zichzelf treedt en in vervoering geraakt in God. En dit doet degene die gehoorzaamt. Want hij treedt uit zichzelf en uit zijn eigen willen en verlicht duikt hij onder in God’. 

Hij mag dan wel gedroomd hebben van een verborgen leven in stilte en gebed, een werkzaam en druk leven is hem niet gespaard gebleven. Samen met Teresa zou hij verschillende nieuwe kloosters stichten – in Alba de Tormes, Segovia, Malaga, Cordoba, Madrid, La Manchuela, Caravaca. Wie op de kaart van Spanje kijkt, ziet hoeveel reistijd dit gekost heeft. Hij bekleedt belangrijke bestuursfuncties: als prior (Alcala, Baeza, Calvario, Granada, Segovia) novicemeester (Pastrana), als definitor (zitting in de permanente raad van de generale overste). Steeds was hij ook biechtvader en geestelijke leidsman van de broeders en zusters, die aan zijn zorgen waren toevertrouwd. Tussen alle werkzaamheden een taken door trok hij zich vaak terug op een stille plek in de natuur, gaf hij zich over aan het landschap, de bomen, de bloemen en de heuvels. Hij moet eens gezegd hebben: ‘Ik voel me beter tussen de stenen dan onder mensen.’ Hij gaf daar dan ook deze reden voor: ‘Als ik met stenen omga, hoef ik minder te biechten dan wanneer ik met mensen omga.’  

Juan was zo vervuld van God, dat hij nergens anders over kon praten. En hij deed dat zo vurig, liefdevol en eloquent dat de toehoorders opgezogen werden en verdwenen in zijn verhaal. In plaats van een preek te geven nam hij soms zijn broeders en zusters mee naar een van zijn geliefde plekken in de natuur en spoorde hij hen aan alleen maar de omgeving in contemplatieve aandacht te beschouwen.

Het is niet te geloven, maar deze stille, godlievende man, diemet alle zachtmoedigheid zijn leerlingen onderrichtte, had vijanden. Er waren niet alleen de theologen van de kerkelijke inquisitie, die met argusogen zijn doen en laten volgden, maar vooral een groot aantal van zijn eigen medebroeders van de Karmel die hem haatten. Zij waren faliekant tegen de vernieuwingsplannen, die Teresa en hij aan het uitwerken waren. Zij zagen daar niet de noodzaak van. Teresa en Juan wilden terug naar het oorspronkelijke doel van de Karmel. Dat was een teruggetrokken leven, uitsluitend gewijd aan contemplatie. In de loop van de tijd hadden de karmelieten zich nog andere functies toebedacht zoals preken in de parochies en pastoraal werk. De monniken waren al te vaak buitenshuis. Bovendien waren de kloosters geworden tot een open huis voor bezoekers, biechtelingen en voor hen die kwamen voor geestelijke raadgeving. Teresa had zelf de verleidingen en afleidingen ondervonden van het vele bezoek dat het klooster te Avila, waar zij als jonge vrouw ingetreden was, veroorzaakte. Heel krachtig kwam dit tot uitdrukking bij de mannelijke tak van de orde toen op een bestuursvergadering het voorstel besproken werd een klooster te stichten in een missiegebied. Iedereen was voor. Alleen Johannes van het Kruis was tegen. Toen men hem vroeg waarom, zei hij: ‘Wij zijn contemplatieven, geen missionarissen.’

De strijd tussen ‘geschoeide’, de conservatieven, en de ‘ongeschoeide’, de voorstanders van hervorming, zou hoog oplopen en oorlogszuchtige vormen aannemen. Dieptepunt voor Juan was zijn gevangennamen, ontvoering en negen maanden opsluiting in een kleine donkere cel in een klooster van vijandige en wraakzuchtige medebroeders. Niemand wist waar men hem gevangenhield. Ook Teresa niet. Zij schreef zelfs een wanhopige brief aan de koning om te bemiddelen.

Tijdens de maanden van zijn opsluiting werd Juan onderworpen aan vernederingen, beschuldigingen en fysiek geweld. Hij kreeg geen schone kleren, wel schraal en karig eten en moest elke vrijdag in de refter verschijnen, waar hij door de prior werd uitgescholden en gestraft werd met geselingen. Men moet echter voorzichtig zijn met het gevangenzetten van mystici. De geschiedenis toont dat de bajes soms een plaats is, waar zij hun krachtigste ervaringen en belangrijkste inzichten kregen: de profeet Jeremias, Jeanne d’Arc, Katarina, Sri Aurobindo bijvoorbeeld. Zo zou het ook Juan vergaan.

Hij kon goed tegen eenzaamheid. Ook klaagde hij nooit over een schamele maaltijd. Maar het langdurige, volstrekte isolement bracht hem in de ernstigste crisis van zijn leven. Een grote twijfel overviel hem. Was hij wel op de juiste weg met zijn hervormingsplannen? Werd hij niet terecht beschuldigd van ongehoorzaamheid jegens zijn overste? En de ongehoorzaamheid aan de superieuren was de grootste zonden die een kloosterling kon begaan. Soms stonden zijn medebroeders bij de deur van zijn cel hardop te praten, zodat hij hen kon horen zeggen, dat Teresa gestopt was met de hervorming. Hij werd bestormd met gewetensbezwaren, Een verzachtende omstandigheid was dat hij na zes maanden een andere bewaker kreeg die hem schone kleren gaf en schrijfmateriaal. Eindelijk kon Johannes wat opschrijven. Op een avond, in de greep van een uiterst sombere stemming, hoorde hij vanuit zijn cel een jongeman een villancico, een liefdesliedje zingen:

‘Ik sterf van liefde,

wat moet ik doen?

– Sterven’.

In een oogwenk werd zijn somber gemoed gebroken. Een grote vreugde overviel hem. Hij wist hoe hij zijn leven lang verliefd was en dat deze verliefdheid ondanks zware beproevingen nog altijd levend was. Vanaf zijn kinderjaren kende hij slechts één hartstochtelijk verlangen: in de nabijheid te zijn van zijn geliefde. In die donkere dagen van zijn gevangenschap dacht hij dat zijn geliefde hem had verlaten. Maar nu wist hij dat zij beide nooit van elkaar gescheiden waren geweest. Zijn verlangen is hun eenheid.  En hij begon te schrijven: de eerste strofen van zijn ‘Geestelijk Hooglied’.

De manier waarop hij ontsnapte uit de gevangenis kan niet conventioneler. Zijn bewaker hielp hem aan een paar lakens die hij aan elkaar knoopte. En op een avond, het slot van zijn deur was opzettelijk opengelaten, aan de vooravond van Maria Hemelvaart, sloop Johannes, ‘s nachts tussen twee en drie uur, zijn cel uit, klom door een raam van de kloostergang naar buiten en liet zich langs de bijeen geknoopte lakens zakken, langs de muur, tot hij enigszins hardhandig de grond bereikte, de oever van de rivier de Taag.  Hij vluchtte naar een klooster van karmelietessen, die hem gunstig gezind waren. Zij waren verheugd over zijn uitbraak, maar verbaasden zich ook over hoe mager hij was, uitgemergeld, vel over been. Een gedenkplaat op de muur van Toledo herinnert nog steeds aan deze klassieke ontsnapping.

Sinds dat jaar, 1578, schreef hij gedichten. In de gevangenis componeerde hij het prachtige Que bien sé yo la fonte qua mana y corre, aunque es de noche – ik ken de bron haar wellen en haar stormen, al is het nacht. 5 Na zijn ontsnapping schreef hij romances, ballades en pastorale, herderlijke gedichten o.a. in de stijl van copla’s, volkse gedichten over liefde en verlangen. Juan dichtte over zijn liefdevolle verbondenheid met de drie-eenheid, over de menswording van Christus, aangeraakt worden door het Woord, over de Bruidegom die de bruidskamer betreedt, over het geloof alleen dat tot schoonheid leidt. En hij becommentarieerde zijn gedicht Geestelijk Hooglied, Cantico Espiritual. Daarover straks meer.

Vooral is hij bekend geworden door twee gedichten En una Noche oscura – In een donkere nacht 6 – en Llama de amor viva – levende vlam van liefde, 7 die hij allebei uitgebreid van kanttekeningen voorzag.

Het gedicht In een donker nacht kreeg liefst twee commentaren: De Bestijging van de berg Carmel 8  en De donkere Nacht. 9 In beide toelichtingen kwam hij niet verder dan de derde strofe. Ze worden plotseling afgebroken. Juan is niet alleen een dichter die wereldliteratuur produceerde, maar ook een schrijver van mystagogische werken die tot het beste van de mystieke geschiedenis behoren. Hij is een scherpzinnig fenomenoloog van het contemplatieve leven. Nauwkeurig beschrijft hij de moeite, inspanningen, het ‘beklimmen van de berg’ naar de top van het geestelijk leven en vervolgens de zuivering, de ontlediging en de transformatie die de ziel passief en niet wetend heeft te ondergaan: de tocht door de duistere nacht.

Voor zijn leerlingen, de karmelietessen Beas, heeft hij van deze weg op een A4tje een schets gemaakt. Met deze tekening beoogde hij, ‘dat zij het in het brevier zouden leggen en door er af en toe na te kijken zich zouden herinneren wat hij hun gedurende vijf maanden in de zondagse conferentie had uiteengezet.’ (10 In de afbeelding van de berg plaatst hij sleutelwoorden.

Ziehier:

San Juan de la Cruz: Autógrafo del Montecillo de perfección. Hacia 1578.

In de vertaling:

(Onderaan de schets)

Om te geraken tot het smaken van alles — heb smaak in niets.

Om te geraken tot het weten van alles — wil niets weten.

Om te geraken tot het bezit van alles — wil niets bezitten.

Om te geraken tot alles zijn — wees niets.

Om te geraken tot wat je nog niet smaakt — moet je gaan langs

de weg van het niet-smaken.

Om te geraken tot wat je nog niet weet — moet je gaan langs

de weg van het niet-weten.

Om te geraken tot het bezit van wat je nog niet hebt — moet je

gaan langs de weg van het niet-bezitten.

Om te geraken tot wat je nog niet zijt — moet je gaan langs de

weg van het niet-zijn.

Als je bij iets blijft stilstaan — dan werpt je je niet met hart en ziel

op het Al.

Om geheel en al tot het Al te komen — moet je je van alles ont-

doen omwille van het Al.

Als je eenmaal helemaal tot het bezit komt van het Al — moet

je het vasthouden zonder iets anders te willen.

In deze ontbloting vindt de geest rust. Omdat hij immers niets najaagt, vermoeit hem niets op de weg naar omhoog en drukt hem niets bergafwaarts, want hij staat in het evenwicht van zijn nederigheid.

(De drie paden van de Berg, van links naar rechts_

Weg van de geest der onvolmaaktheid: Naar de hemel — dat niet; eer — dat niet; vreugde — dat niet; weten — dat niet; troost — dat niet; rust — dat niet — Hoe meer ik dit wilde heb­ben, des te minder hield ik in de hand.

Pad naar de berg Karmel — Geest van volmaaktheid: niets, niets, niets, niets, niets, niets en ook boven op de berg niets.

Weg van de geest der onvolmaaktheid: Naar deze aarde — ook dat niet; bezitten — ook dat niet; vreugde — ook dat niet; weten — ook dat niet; troost — ook dat niet; rust — ook dat niet — Hoe meer ik dit wilde zoeken, des te minder hield ik in de hand.

(Top van de Berg, van links naar rechts, bijschriften bij de ver­schillende niveaus)

Sinds ik dit niet meer wilde hebben, heb ik dit alles zonder het te willen.

Sinds ik het minder wilde, heb ik dat alles zonder het te willen. Vrede — Vreugde — Blijdschap — Genot — Wijsheid — Gerech­tigheid — Sterkte — Liefde — Godsvrucht. Om eer geef ik niet — Om pijn geef ik niet.

Hier is geen weg meer, want voor de gerechte bestaat er geen wet; hij is zichzelf tot wet.

Lees verder “St.Johannes van het Kruis: Het lichaam, draagmoeder van het goddelijke….”

Bezinningslied voor de avond en als herdenking voor een dierbare: Abide with me….

Bezinning :  Abide with me  – Blijf bij mij

Engelse tekst

Abide with me; fast falls the eventide; The darkness deepens; Lord, with me abide. When other helpers fail and comforts flee, Help of the helpless, O abide with me.

Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see— O Thou who changest not, abide with me.

I need Thy presence every passing hour; What but Thy grace can foil the tempter’s pow’r? Who, like Thyself, my guide and stay can be? Through cloud and sunshine, Lord, abide with me.

I fear no foe, with Thee at hand to bless; Ills have no weight, and tears no bitterness; Where is death’s sting? Where, grave, thy victory? I triumph still, if Thou abide with me.

Hold Thou Thy cross before my closing eyes; Shine through the gloom and point me to the skies; Heav’n’s morning breaks, and earth’s vain shadows flee; In life, in death, O Lord, abide with me.

Nederlandse vertaling

Blijf bij mij, de avond valt snel neer, De duisternis groeit, Heer, blijf toch hier. Als hulp verdwijnt en troost vervaagt, Help mij, o Heer, blijf bij mij vandaag.

Het leven glijdt stil naar zijn einde toe, Aardse vreugd vervaagt, haar glans is moe. Verandering en verval zie ik om mij heen— O Gij die niet verandert, blijf bij mij alleen.

Ik heb Uw nabijheid elk uur zo nodig; Alleen Uw genade weerstaat het kwade logisch. Wie, zoals Gij, kan mijn gids en steun zijn? In zon en storm, Heer, blijf bij mij klein.

Ik vrees geen vijand, met U aan mijn zij; Geen last weegt zwaar, geen traan maakt mij blij. Waar is de doodssteek? Waar is het graf zijn macht? Ik zegevier nog, als U bij mij blijft zacht.

Houd Uw kruis voor mijn sluitende ogen klaar; Schijn door de duisternis, wijs mij naar daar. Hemels licht breekt aan, aardse schaduw verdwijnt; In leven, in dood, Heer, blijf bij mij, Uw vriend.

—————–

Abide with Me is een hymne die diep raakt, zowel in tekst als melodie. 

Achtergrond en betekenis Deze hymne werd geschreven in 1847 door Henry Francis Lyte, een Schotse Anglicaanse predikant, vlak voor zijn overlijden aan tuberculose. De titel en eerste regel verwijzen naar Lukas 24:29, waarin de Emmaüsgangers Jezus vragen: “Blijf bij ons, want het is bijna avond.” Lyte gebruikte deze Bijbelse oproep als metafoor voor het naderen van het levenseinde — een smeekbede om Gods nabijheid in de duisternis van lijden, sterven en onzekerheid.

Muziek en populariteit De hymne wordt meestal gezongen op de melodie Eventide, gecomponeerd door William Henry Monk in 1861. Het is een vaste waarde bij herdenkingsdiensten, begrafenissen en zelfs sportevenementen zoals de FA Cup-finale in Engeland. De tekst is een gebed om troost, kracht en hoop — een herinnering dat God blijft, zelfs als alles om ons heen verandert en vervaagt.

Een paar krachtige regels

Swift to its close ebbs out life’s little day; Earth’s joys grow dim, its glories pass away; Change and decay in all around I see— O Thou who changest not, abide with me.

De hymne is ook prachtig vertaald in het Nederlands.  De regel “Blijf bij mij, de avond valt snel neer” vangt de essentie van het origineel: een verlangen naar goddelijke nabijheid in kwetsbare momenten.

++++++++++

St.Augustinus: Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel…..

“Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel.”

 – Augustinus.

+++++++++++++

Deze uitspraak van Augustinus — “Niemand wordt verlost behalve door onverdiende genade, en niemand wordt veroordeeld behalve door verdiend oordeel” — is vandaag nog verrassend actueel, vooral als we kijken naar hoe mensen omgaan met schuld, gerechtigheid, en vergeving. Hier zijn een paar manieren waarop die relevantie zichtbaar wordt:

In spirituele context

Genade versus verdienste: In veel religies blijft de gedachte leven dat verlossing niet te verdienen is, maar een geschenk is. Die insteek verzet zich tegen een cultuur van “ik heb het goed gedaan, dus ik verdien het”.

Vergeving als keuze: Mensen kunnen elkaar fouten vergeven niet omdat iemand dat verdient, maar omdat genade transformeert. Augustinus’ woorden dagen uit om voorbij straf en verdienste te kijken.

In maatschappelijke debatten:

Strafrecht & herstelrecht: Moderne discussies over justitie gaan vaak over wanneer iemand vergeving verdient, en of dat überhaupt het juiste woord is. Augustinus’ uitspraak zou in zulke contexten pleiten voor meer focus op genade en minder op vergelding.

Sociale ongelijkheid: De gedachte dat sommigen “onverdiend” kansen krijgen herinnert ons eraan dat het leven niet altijd eerlijk is — en dat dat misschien ook niet het punt is.

In persoonlijke relaties:

Spreekt empathie aan: Zijn woorden nodigen uit tot mildheid. In conflicten zijn we geneigd om te oordelen, maar Augustinus herinnert ons eraan dat echte verlossing — lees: heling van relaties — niet afgedwongen kan worden.

Zelfreflectie: Het helpt mensen ook hun eigen fouten onder ogen te zien zonder zichzelf volledig af te wijzen. Genade wordt dan een bron van hoop.

—————-

Gezegende Isaak van Stella: “Zalig zijn de armen van geest….

“Zalig zijn de armen van geest.”

Wijselijk stelt Hij inderdaad op de eerste plaats…

wat elke man zoekt…

Want wie wil er nou niet gelukkig zijn?

Waarom maken mensen over het algemeen ruzie en vechten,

onderhandelen, hun toevlucht nemen tot vleierij

en elkaar kwetsen?

Is het niet gewoon om te verkrijgen,

met eerlijke of slechte middelen…

iets dat belooft hen gelukkig te maken?…

Dus, de Leraar van alle mensen… begint

met het omleiden van degenen die de weg kwijt zijn…;

Hij Die “de Weg, de Waarheid en het Leven” is…

(Joh 14,16; 6,32; 4,6) begint met de woorden:

“Gelukkig zijn de armen van geest.”

Gezegende (Bl) Isaac van Stella O.Cist. (C 1100-C 1170)

Cisterciënzer monnik, abt, theoloog, filosoof

———-

Bl (Gezegende) Isaac van Stella was een 12e-eeuwse cisterciënzer monnik, abt en mystiek theoloog die een unieke stem gaf aan de spirituele en intellectuele stromingen van zijn tijd. Zijn werk is doordrenkt van contemplatie, filosofische diepgang en pastorale zorg. Hier zijn enkele van de belangrijkste thema’s die zijn geschriften kenmerken:

1. De aard van de ziel en menselijke natuur:

In zijn Brief over de ziel combineert hij christelijke mystiek met Aristotelische en neoplatonische psychologie2.

Hij onderzoekt de relatie tussen lichaam en ziel, en hoe de ziel haar bestemming vindt in God.

2. Mystieke eenwording met God:

Isaac benadrukt de innerlijke leegte als voorwaarde voor goddelijke vervulling.

Zijn preken zijn vaak mystieke verhandelingen die de ziel uitnodigen tot eenwording met het goddelijke.

3. Liturgische symboliek en allegorie

Zijn commentaar op de canon van de mis is een allegorische interpretatie van de liturgie2.

Hij ziet de mis als een spiegel van de spirituele reis van de mens.

4. Neoplatonisme en Augustijnse theologie

Sterk beïnvloed door Pseudo-Dionysius en Augustinus, integreert hij negatieve theologie (via negativa), hiërarchische kosmologie en de leer van goddelijke verlichting.

Hij probeert een synthese te maken tussen neoplatonische metafysica en Aristotelische epistemologie [wetenschapstheorie, wetenschapsleer, wetenschapsfilosofie, kennistheorie, kennisleer, kenleer.]

5. Ecclesiologie en Mariologie:

Isaac beschrijft de Kerk als het mystieke lichaam van Christus.

Zijn preken over Maria tonen haar als de volmaakte gelovige en hemelse koningin.

6.Rede en geloof:

Hij gebruikt logische argumentatie om spirituele waarheden te verhelderen. Zijn werk is een voorbeeld van hoe intellect en mystiek elkaar kunnen versterken.

www.4marksofthechurch.com

St.Gemma Galgani: O slechte zondaars, stop met het kruisigen van Jezus, want tegelijkertijd transfikseert u ook de Moeder…

“O slechte zondaars, stop met het kruisigen van Jezus, want tegelijkertijd transfikseert (doordringt)u ook de Moeder… O mijn Moeder, waar vind ik u? Altijd aan de voet van het Kruis van Jezus… O wat een pijn was de uwe!… Ik zie niet langer één offer alleen, ik zie er twee: één voor Jezus, één voor Maria!… O mijn Moeder, als iemand u met Jezus zou zien, zou hij niet kunnen zeggen wie als eerste sterft: bent u het of Jezus?”

St.Gemma Galgani.

+++++++++++

Sint Gemma Galgani werd geboren op 12 maart 1878 in Camigliano, een dorpje nabij Lucca in Toscane, Italië2. Ze leefde in een periode van grote sociale en religieuze veranderingen, aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw.

Belangrijke momenten uit haar leven:

Ze groeide op in een katholiek gezin met acht kinderen. Haar moeder stierf aan tuberculose toen Gemma nog maar zeven jaar oud was. Op jonge leeftijd toonde ze al een diepe religieuze gevoeligheid en liefde voor Jezus.

Vanaf 1899 begon ze mystieke ervaringen te hebben, waaronder extases en het ontvangen van de stigmata.

Ze stierf op 11 april 1903, op paaszaterdag, op 25-jarige leeftijd in Lucca3.

Gemma werd later heilig verklaard in 1940 door paus Pius XII en wordt vereerd als de “Maagd van Lucca” en patrones van apothekers en drogisten.

Deze aangrijpende woorden zijn van Sint Gemma Galgani en drukken diepe devotie en medeleven uit met het lijden van Maria naast Jezus. Het is een krachtige tekst die reflecteert op het spirituele verband tussen moeder en zoon in hun gezamenlijke offer.

Deze tekst komt uit een extase van Sint Gemma Galgani, een Italiaanse mystica en heilige die leefde aan het einde van de 19e eeuw. Ze stond bekend om haar diepe spirituele ervaringen, visioenen en intense devotie tot Jezus en Maria.

Context van de tekst:

De passage is een meditatieve uiting van Gemma tijdens een van haar extases, waarin ze het lijden van Jezus en Maria aanschouwt en innerlijk meebeleeft.

Ze beschrijft Maria’s pijn bij het kruis, en hoe die pijn zo intens is dat ze haar als een tweede offer ziet naast Jezus.

Deze reflectie is typisch voor Gemma’s spiritualiteit: ze zag zichzelf als een medelijdende ziel, geroepen om het lijden van Christus en zijn moeder mystiek te delen.

De tekst is bedoeld om empathie en devotie op te wekken bij de lezer, en om aan te zetten tot spirituele overweging van het offer van Jezus én Maria.

Gemma’s mystieke leven:

Ze had visioenen van Jezus, Maria, haar beschermengel en andere heiligen.

Ze ontving de stigmata (de kruisigingswonden van Jezus) en beleefde regelmatig extases waarin ze sprak alsof ze rechtstreeks met God communiceerde.

jHaar geschriften zijn doordrenkt van liefde, lijden en overgave, en worden beschouwd als mystieke literatuur binnen de katholieke traditie.

Belangrijkste mystieke ervaringen van Sint Gemma:

Stigmata: Gemma ontving de kruisigingswonden van Jezus – aan handen, voeten en zijde – die wekelijks terugkeerden vanaf 1899. Later kwamen daar ook de doornenkroon en geselingswonden bij2.

Extases en visioenen: Ze beleefde meer dan 140 extases waarin ze visioenen had van Jezus, Maria, haar beschermengel en heiligen zoals Gabriël. Tijdens deze momenten sprak ze alsof ze rechtstreeks met God communiceerde.

Beschermengel als metgezel: Haar engelbewaarder was een constante aanwezigheid. Hij berispte haar liefdevol, gaf haar raad, hielp haar bij het schrijven van brieven en bracht zelfs boodschappen over aan haar geestelijk leidsman4.

Mystiek huwelijk met Christus: Gemma beschouwde zichzelf als de bruid van Jezus. Ze beleefde een spirituele vereniging met Hem, waarin ze haar lijden aanbood als boetedoening voor de zonden van anderen.

Demonische aanvallen: De duivel probeerde haar vaak te verstoren, soms in fysieke vorm. Ze bleef echter standvastig in haar geloof en vond kracht in gebed en haar engel.

Profetische gaven: Ze had een scherp onderscheidingsvermogen van geesten en kon gebeurtenissen voorzien, wat haar spirituele leidsman bevestigde.

Haar autobiografie en brieven zijn een bron van mystieke literatuur. Ze schreef onder begeleiding van haar engel en haar biechtvader, pater Germano, die haar leven later documenteerde.

jGemma’s leven was een voortdurende dialoog met het goddelijke, gekenmerkt door lijden, liefde en overgave. Wil je dat ik een fragment uit haar dagboek of een extase voor je vertaal of duid? Dat kan een mooie inkijk geven in haar innerlijke wereld.

jJSint Gemma Galgani werd geboren op 12 maart 1878 in Camigliano, een dorpje nabij Lucca in Toscane, Italië2. Ze leefde in een periode van grote sociale en religieuze veranderingen, aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw.

Belangrijke momenten uit haar leven:

Ze groeide op in een katholiek gezin met acht kinderen.Haar moeder stierf aan tuberculose toen Gemma nog maar zeven jaar oud was.

Op jonge leeftijd toonde ze al een diepe religieuze gevoeligheid en liefde voor Jezus. Vanaf 1899 begon ze mystieke ervaringen te hebben, waaronder extases en het ontvangen van de stigmata.

Ze stierf op 11 april 1903, op paaszaterdag, op 25-jarige leeftijd in Lucca3.

Gemma werd later heilig verklaard in 1940 door paus Pius XII en wordt vereerd als de “Maagd van Lucca” en patrones van apothekers en drogisten.

——————

St.Augustinus: Wanneer het uur van afrekening komt, zul je spijt hebben dat je deze tijd niet in dienst van God hebt gebruikt…..

Wanneer het uur van afrekening komt, zul je spijt hebben dat je deze tijd niet in dienst van God hebt gebruikt. Waarom niet nu je tijd zo indelen en gebruiken als je zou willen dat je het zou herinneren wanneer je sterft?” – St. Johannes van het Kruis

+++++++++

Dit citaat van Johannes van het Kruis is diep en confronterend — een soort wake-up call voor de ziel. Zijn woorden herinneren eraan hoe kostbaar onze tijd is, en hoe belangrijk het is om te leven met intentie, niet alleen voor onszelf, maar in dienst van iets groters.

Zijn mystieke spiritualiteit daagt uit tot reflectie: wat laat ik achter? Wat is écht van waarde op het moment van afscheid? Het nodigt uit om nu keuzes te maken die we later met vrede en voldoening zullen herinneren.

Als jij zou mogen invullen wat “in dienst van God” voor jou betekent — is dat gebed, hulp aan anderen, innerlijke groei, iets anders? Ik denk graag met je mee over manieren om je dagen zo te vormen dat ze resoneren met wie je écht wil zijn. Wil je daar samen over reflecteren?

Wie was Johannes van het Kruis ?

Johannes van het Kruis (Juan de la Cruz, 1542–1591) was een Spaanse mysticus, dichter, priester en hervormer van de karmelietenorde. Hij wordt beschouwd als een van de grootste spirituele denkers binnen het christendom en kreeg in 1926 de titel kerkleraar toegekend2.

 Zijn leven in vogelvlucht:

Geboren in Fontiveros, Spanje, in een arme familie.

Trad op jonge leeftijd toe tot de karmelietenorde en studeerde filosofie en theologie in Salamanca.

Werkte nauw samen met Theresia van Ávila aan de hervorming van de karmelieten, wat leidde tot de stichting van de Ongeschoeide Karmelieten.

Werd vanwege zijn hervormingsijver gevangen gezet door tegenstanders binnen de orde.

Tijdens deze periode schreef hij enkele van zijn bekendste mystieke gedichten.

Stierf op 14 december 1591 in het klooster van Úbeda, uitgeput door ziekte en boetedoening.

Mystieke werken:

Johannes schreef diepgaande spirituele teksten die de weg naar innerlijke zuivering en vereniging met God beschrijven:

De bestijging van de berg Karmel

Donkere nacht van de ziel

Geestelijk Hooglied

Levende liefdesvlam

Zijn poëzie en geschriften zijn doordrenkt van symboliek, verlangen naar God, en het mystieke pad van lijden en liefde. Hij zag het lijden niet als iets om te vermijden, maar als een weg naar spirituele diepgang.

Zijn gedachtegoed leeft voort in kloosters, literatuur en gebedstradities.

+++++++++++++++

Wat betekenen zijn werken voor spirituele ontwikkeling?

De werken van Johannes van het Kruis zijn als een innerlijke reisgids voor wie verlangt naar diepe spirituele groei. Hij beschrijft het pad naar vereniging met God als een proces van zuivering, loslaten en overgave — vaak gepaard met duisternis, stilte en lijden, maar uiteindelijk leidend tot een intense liefdevolle verbondenheid.

 Kernbetekenis voor spirituele ontwikkeling:

Zuivering van het ego: Johannes benadrukt dat men moet loskomen van gehechtheid aan zintuiglijke genoegens, religieuze troost en zelfs spirituele ervaringen. Alleen dan kan de ziel zich volledig richten op God2.

De ‘Donkere Nacht’: Dit is geen depressie, maar een mystieke fase waarin God de ziel zuivert van alles wat haar afleidt. Het is een noodzakelijke leegte waarin de ziel leert vertrouwen zonder houvast3.

Van meditatie naar contemplatie: Johannes beschrijft een overgang van actieve gebedsvormen naar een passieve, ontvangende houding waarin God zelf de ziel voedt.

Liefde als drijvende kracht: Zijn poëzie en geschriften zijn doordrenkt van een vurige liefde voor God. Spirituele ontwikkeling is volgens hem geen intellectuele oefening, maar een liefdesrelatie die alles transformeert.

Fasen van spirituele groei volgens Johannes

Fase en kenmerken:

Beginnelingen: Troost in gebed, spirituele genoegens, zintuiglijke devotie

Gevorderden: Dorheid, twijfel, innerlijke leegte — de ‘Donkere Nacht’ begint

Volmaakten: Vereniging met God, diepe vrede, liefde zonder voorwaarden

Zijn werken nodigen uit tot een radicale eerlijkheid tegenover jezelf en een moedige overgave aan het mysterie van God. Ze zijn niet altijd makkelijk te lezen, maar ze raken aan de kern van wat het betekent om spiritueel volwassen te worden.

www.sporenvangod.nl/Mystiek/Klassieke-teksten-1/Johannes-van-het-Kruis-3/

St.Augustinus: De Heer Jezus wilde dat degenen wiens ogen Hem zouden moeten herkennen in het breken van het brood….

“De Heer Jezus wilde dat degenen wiens ogen Hem zouden moeten herkennen in het breken van het brood. De gelovigen weten wat ik zeg. Ze kennen Christus in het breken van het brood. Niet al het brood, maar alleen dat wat de zegen van Christus ontvangt, wordt het lichaam van Christus.”

Augustinus — “Preken” 234,2 (ca. 400 n.Chr.)

++++++++++

inus — en voor veel christelijke tradities — is de eucharistie niet symbolisch alleen, maar een mysterie waarin Christus echt aanwezig is. Hij nodigt gelovigen uit om Hem te zoeken en te herkennen in de geestelijke handelingen, niet in uiterlijke vormen.

Het is een oproep tot diep geloven: niet alleen zien met je ogen, maar herkennen met je hart.

 

Augustinus zag de eucharistie als meer dan een ritueel—voor hem was het een mysterievolle ontmoeting met Christus zelf. Zijn visie was diep theologisch en doordrenkt van symboliek, maar ook verrassend concreet in hoe hij sprak over het “breken van het brood.” Hier zijn de kernpunten van wat de eucharistie betekent in zijn context:

Christus herkennen in het breken van het brood. Augustinus verwijst vaak naar het verhaal uit Lucas 24, waarin de leerlingen Jezus pas herkennen bij het breken van het brood.

Voor hem is dat breekmoment geen toevallige handeling, maar een geestelijke openbaring: het brood wordt een teken van Christus’ aanwezigheid.

Van gewoon brood tot lichaam van Christus:

Hij stelt duidelijk dat niet al het brood het lichaam van Christus wordt, maar alleen dat wat is gezegend door Christus zelf.

De transformatie gebeurt door het gebed, de zegen en het geloof van de gemeenschap. Dit weerspiegelt zijn geloof in een sacramentele werkelijkheid: iets zichtbaars (brood) draagt een onzichtbare genade (Christus).

Geloof als voorwaarde voor herkenning:

Je kunt Christus niet herkennen met alleen je ogen—je hebt geloof nodig.

Augustinus spoort gelovigen aan om innerlijk betrokken te zijn bij het sacrament. Het is een mystieke erkenning, geen puur lichamelijke ervaring.

Gedeeld leven en gemeenschap:

De eucharistie betekent ook eenwording van de gelovigen met elkaar en met Christus.

In het breken van het brood wordt niet alleen Christus geopenbaard, maar ook de gemeenschap gesmeed.

+++++++++++++++

Augustinus’ visie op de eucharistie is diep mystiek, theologisch rijk en sterk verbonden met zijn ideeën over gemeenschap, genade en het lichaam van Christus. Moderne opvattingen — afhankelijk van traditie — kunnen daar behoorlijk van afwijken. Laten we de verschillen eens helder uitzetten:

Augustinus’ eucharistievisie:

Werkelijke aanwezigheid: Augustinus geloofde dat Christus werkelijk aanwezig is in het gezegende brood, maar hij legde de nadruk op de geestelijke herkenning van Christus in het breken van het brood.

Mystieke eenwording:

Hij zag de eucharistie als een eenwording van de gelovigen met Christus én met elkaar — het brood als “panis concordiae” (brood van eenheid) en “vinculum caritatis” (band van liefde).

Medicina cotidiana:

De eucharistie is voor hem een dagelijkse geestelijke genezing — Christus als arts en de eucharistie als medicijn tegen de gevolgen van de erfzonde.

Ethische implicatie:

Augustinus koppelde het ontvangen van de eucharistie aan liefde en barmhartigheid: je moet Christus niet alleen herkennen in het sacrament, maar ook in de vreemdeling.

 

Moderne opvattingen (afhankelijk van traditie)

Traditie:   

Eucharistievisie:

Katholiek :  Gelooft in transsubstantiatie: brood en wijn veranderen wezenlijk in Christus’ lichaam en bloed.

Orthodox :  Geloof in mysterievolle aanwezigheid, zonder filosofische uitleg zoals transsubstantiatie.

Luthers:  Christus is werkelijk aanwezig, maar brood en wijn blijven ook fysiek aanwezig (consubstantiatie).

Calvinistisch: Christus is geestelijk aanwezig, niet lichamelijk. De eucharistie is een teken van genade.

Baptistisch: Eucharistie is symbolisch: brood en wijn verwijzen naar Christus, maar zijn Hem niet.

Belangrijkste verschillen:

Mystiek vs. filosofisch: Augustinus spreekt in beelden en mystieke taal; moderne katholieke leer gebruikt filosofische termen zoals “substantie” en “accidenten”.

Gemeenschap centraal: Bij Augustinus is de eucharistie niet alleen individueel, maar een daad van kerkelijke eenheid. Moderne praktijken kunnen meer gericht zijn op persoonlijke devotie.

Genezing en ethiek: Augustinus verbindt de eucharistie met moreel handelen en genezing van de ziel. In moderne contexten ligt de nadruk vaak op herinnering of aanbidding.

Wat zijn de theologische implicaties van deze verschillen?

De theologische implicaties van de verschillen tussen Augustinus’ eucharistievisie en moderne opvattingen zijn diepgaand en raken aan fundamentele vragen over geloof, gemeenschap, sacramenten en kerkstructuur. Laten we ze helder uitwerken:

  1. Visie op Christus’ aanwezigheid:

Augustinus: Christus is werkelijk aanwezig, maar deze aanwezigheid is mystiek en geestelijk. Hij benadrukt de herkenning van Christus in het breken van het brood, niet in een filosofisch omschreven transformatie.

Moderne katholieke leer: Christus is substantieel aanwezig via transsubstantiatie — brood en wijn veranderen wezenlijk in lichaam en bloed van Christus.

Implicatie: De verschuiving van mystiek naar filosofisch denken beïnvloedt hoe gelovigen het sacrament beleven — van innerlijke herkenning naar uiterlijke zekerheid.

  1. Geloof en herkenning:

Augustinus: Geloof is essentieel om Christus te herkennen in de eucharistie. Het is een innerlijke openbaring, geen magisch moment.

Moderne visies: Sommige tradities (zoals Zwingli’s) zien de eucharistie als symbolisch, terwijl anderen (zoals Luther) vasthouden aan een sacramentele realiteit.

Implicatie: De rol van geloof verschuift van actieve herkenning naar passieve ontvangst, afhankelijk van de traditie.

  1. Gemeenschap en eenheid:

Augustinus: De eucharistie is het brood van eenheid en het band van liefde — een sacrament dat de kerk constitueert als gemeenschap.

Moderne praktijk:

In sommige tradities is de eucharistie eerder een persoonlijke devotie dan een gemeenschapsvormend ritueel.

Implicatie:

De eucharistie verliest soms haar sociale en ecclesiologische kracht als bron van kerkelijke eenheid.

  1. Eucharistie als genezing:

Augustinus: Christus is de medicus en de eucharistie is de medicina cotidiana — een dagelijkse genezing van de ziel.

Moderne visies:

Deze genezende dimensie is vaak onderbelicht, met nadruk op herinnering of aanbidding.

Implicatie:

De eucharistie wordt minder gezien als een actieve transformatie van de gelovige en meer als een ritueel moment.

  1. Sacrament en ambt:

Augustinus:

Legt minder nadruk op het ambt als voorwaarde voor geldige eucharistie.

Moderne katholieke leer:

Alleen gewijde priesters mogen de eucharistie celebreren, vanwege de apostolische successie.

Implicatie:

Dit leidt tot exclusiviteit en beperkt intercommunie, wat Augustinus’ inclusieve visie op gemeenschap onder druk ze

—————-

Oscar Romero: Een kerk die niet ondervraagt, niet opwindt, geen problemen veroorzaakt, een evangelie dat niet prikkelt, niet irriteert, geen gewetens raakt…

“Een kerk die niet ondervraagt, niet opwindt, geen problemen veroorzaakt, een evangelie dat niet prikkelt, niet irriteert, geen gewetens raakt… een evangelie van kalmte, vrede, van geen problemen, van welzijn… zo’n evangelie is niet het evangelie van Jezus Christus.”

Oscar Romero

+++++++++++++++

Wie was Oscar Romero:

Óscar Arnulfo Romero y Galdámez was een Salvadoraanse aartsbisschop die uitgroeide tot een wereldwijd symbool van gerechtigheid en mensenrechten.

Zijn leven in vogelvlucht

Geboren op 15 augustus 1917 in Ciudad Barrios, El Salvador

Tot priester gewijd in 1942, later benoemd tot aartsbisschop van San Salvador in 1977

Aanvankelijk conservatief, maar na de moord op zijn vriend pater Rutilio Grande werd hij een uitgesproken criticus van het regime en verdediger van de armen2

Stem voor de stemlozen:

Romero sprak zich uit tegen onderdrukking, geweld en mensenrechtenschendingen door de Salvadoraanse regering en doodseskaders

Zijn preken werden via radio uitgezonden en trokken duizenden luisteraars

Hij weigerde samen te werken met de militaire junta en riep soldaten op om geen immorele bevelen te gehoorzamen

 Martelaarschap en nalatenschap:

Op 24 maart 1980 werd hij tijdens het opdragen van de mis vermoord door een sluipschutter

In 2015 werd hij zalig verklaard, en in 2018 heilig verklaard door paus Franciscus

Zijn sterfdag is door de VN uitgeroepen tot de Internationale Dag voor het Recht op de Waarheid over grove mensenrechtenschendingen

Romero’s leven is een krachtige herinnering aan de moed om op te komen voor gerechtigheid, zelfs met gevaar voor eigen leven. Wil je weten hoe hij vandaag nog wordt herdacht?

+++++++++++++

De tekst van Óscar Romero is behoorlijk krachtig—een directe oproep om wakker te worden.

Wat hij bedoelt, is dat het geloof niet iets is om je comfortabel bij te voelen. Het moet juist je wereldbeeld uitdagen, je laten nadenken en je confronteren met onrecht. Romero vond dat de kerk zich moest uitspreken tegen ongelijkheid en onderdrukking—niet zwijgen of toekijken.

De verwijzing naar het “Center for Prophetic Imagination” (Centrum voor Profetische Verbeelding) lijkt erop te wijzen dat ze mensen willen inspireren om geloof te zien als een bron van moed en verzet. Niet iets wat je sussend in slaap wiegt, maar wat je wakker schudt.

————–

Dostoevsky: Soms spreekt men over de ‘beestachtige’ wreedheid van de mens, maar dat is een vreselijke onrechtvaardigheid en belediging jegens dieren….

“Soms spreekt men over de ‘beestachtige’ wreedheid van de mens, maar dat is een vreselijke onrechtvaardigheid en belediging jegens dieren; geen enkel dier zou ooit zo wreed kunnen zijn als een mens – zo verfijnd, zo kunstzinnig wreed.”

— Fjodor Dostoevski

+++++++++++++++++

Het citaat:  Over de “beestachtige wreedheid van de mens” — wordt vaak toegeschreven aan Fjodor Dostoevski, maar het is niet helemaal duidelijk uit welk specifiek werk het komt. Toch past het perfect binnen de thematiek van zijn oeuvre.

Context en achtergrond:

Dostoevski was een Russische schrijver (1821–1881) die bekendstaat om zijn diepgaande psychologische romans zoals Misdaad en Straf, De Idioot en De Gebroeders Karamazov.

Zijn werk draait vaak om de duistere kanten van de menselijke natuur, morele dilemma’s, religie, schuld en verlossing.

Hij had een turbulent leven: verbanning naar Siberië, epilepsie, financiële problemen, en persoonlijke tragedies. Deze ervaringen voedden zijn scherpe inzichten in menselijk lijden en wreedheid.

Het idee dat menselijke wreedheid verfijnder en gruwelijker is dan die van dieren komt terug in meerdere van zijn werken, vooral in De Gebroeders Karamazov, waar hij reflecteert op het kwaad dat mensen elkaar aandoen — vaak met een filosofische en spirituele ondertoon.

Waarom dit citaat zo krachtig is:

Het confronteert ons met de paradox dat mensen, ondanks hun vermogen tot liefde en compassie, ook tot extreme wreedheid in staat zijn — iets wat dieren, volgens Dostoevski, niet doen uit berekening of sadisme.

Zowel Misdaad en Straf als Aantekeningen uit het Ondergrondse zijn doordrenkt van zijn filosofische en psychologische inzichten—met name over vrijheid, moraliteit en de menselijke drijfveren.

n Aantekeningen uit het Ondergrondse:

Hierin speelt Dostoevski al met het idee van irrationele vrijheid. De verteller, een bitter, introspectief man, verzet zich tegen de opvatting dat de mens puur rationeel handelt zoals in de Verlichting gedacht werd. Hij stelt: “Wat is de mens zonder wil, zonder eigen verlangen, zonder vrije keuze, zelfs tegen zijn eigen belang in?”

Hij kiest bewust voor destructief gedrag, juist omdat hij daarmee zijn autonomie benadrukt.

De “ondergrondse man” is een symbool van het innerlijke conflict tussen rede en hartstochten, tussen maatschappelijke verwachtingen en individuele vrijheid.

In Misdaad en Straf:

Raskolnikov denkt dat sommige mensen—zoals Napoleon—boven de moraal staan en mogen moorden als het voor een hoger doel is. Zijn theorie:

“Buitengewone mensen hebben het recht… de bestaande orde te overtreden als hun idee belangrijker is dan miljoenen menselijke bestaantjes.”

De moord op de oude vrouw is zijn experiment: kan hij handelen als een ‘buitengewone’ mens?

Maar schuldgevoel, ethische strijd en de liefde van Sonja brengen hem tot boetedoening en moreel inzicht. Zijn idee van superieure vrijheid stort in onder de last van gewetenswroeging.

In beide werken onderzoekt Dostojevski of de mens werkelijk vrij is om irrationeel te handelen, zelfs tegen eigen belang in, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de ziel. Zijn personages zijn als het ware proeftuinen voor existentiële experimenten.

————-

Thomas Merton: Als we proberen gelukkig te zijn door de stilte van het leven te vullen…..

“Als we proberen gelukkig te zijn door de stilte van het leven te vullen met geluid, productief te zijn door al het vrije tijd om te zetten in werk, en echt te zijn door ons hele wezen om te zetten in doen, zullen we alleen slagen in het creëren van een hel op aarde. Als we geen stilte hebben, wordt God niet gehoord in onze muziek. Als we geen rust hebben, zegent God ons werk niet. Als we ons leven uit vorm draaien om elke hoek ervan te vullen met actie en ervaring, zal God zich stilletjes terugtrekken uit ons hart en ons leeg achterlaten.”

— Thomas Merton

++++++++

Thomas Merton was een invloedrijke Amerikaanse trappistenmonnik, schrijver, mysticus en sociaal activist, geboren in 1915 in Frankrijk en overleden in 1968 in Thailand. Zijn leven was een fascinerende reis van wereldsheid naar contemplatie, en zijn werk blijft tot op vandaag mensen inspireren die zoeken naar spiritualiteit, innerlijke rust en maatschappelijke betrokkenheid.

Wie was Thomas Merton?

Monnik en priester:

 Ingetreden in de abdij van Gethsemani in Kentucky in 1941, waar hij de kloosternaam Broeder Louis kreeg.

Auteur:

Schreef meer dan 70 boeken, waaronder poëzie, essays, dagboeken en spirituele klassiekers zoals The Seven Storey Mountain (De Louteringsberg).

Zoeker naar eenheid: Voerde interreligieuze dialogen met boeddhistische, islamitische en hindoeïstische denkers.

Activist:

Sprak zich uit tegen racisme, oorlog (vooral Vietnam), en nucleaire bewapening.

Belangrijkste ideeën en thema’s:

Contemplatie:

Merton zag contemplatie als een weg naar innerlijke transformatie en een diepere relatie met God. Stilte en eenzaamheid waren essentieel.

Ware identiteit:         

Hij geloofde dat onze diepste identiteit verborgen ligt in God, en dat we die pas ontdekken door los te komen van maatschappelijke verwachtingen.

Mystiek:

Mystiek was voor hem geen vluchtige ervaring, maar een levenslange weg van overgave aan de goddelijke aanwezigheid.

Sociale betrokkenheid:

 Hij pleitte voor een spiritualiteit die niet wereldvreemd is, maar juist betrokken bij gerechtigheid en vrede.

Interreligieuze dialoog:         

Merton vond dat christenen konden leren van oosterse tradities zoals het boeddhisme, zonder hun eigen geloof te verliezen.

Een citaat dat zijn visie samenvat:

“God leeft in ons, en zijn aanwezigheid is de kern van wie we zijn. Als we dat vergeten, raken we vervreemd van onszelf én van elkaar.” — Thomas Merton

Zijn mystiek is dus niet zweverig, maar juist diep geworteld in het mens-zijn. Wil je dat ik een van zijn ideeën verder uitwerk of een tekst van hem analyseer?

Teksten van Thomas Merton:

Uit: Wegen naar het Paradijs, dagboek van Wijsheid en Geloof.

De data zijn uit 1961, het jaar waarin Thomas Merton overlijdt.

auteur: Noeme Willem Visser

website:https://noemewv.nl/

++++++++++++++

Teksten van Thomas Merton :

3 januari: Roeping is je ware identiteit ontdekken

Het geheim van mijn ware identiteit ligt verborgen in God. Hij alleen kan van mij degene maken die ik werkelijk ben, of liever: degene die ik zal zijn wanneer ik eindelijk ten volle begin te zijn. Maar dit werk zal nooit voltooid zijn als ik die ware identiteit niet verlang, als ik me niet inspan om haar te ontdekken met God en in God…

De zaden die door Gods wil ieder ogenblik in mijn vrijheid worden geplant, zijn de zaden van mijn identiteit, van mijn eigen.realiteit, van mijn eigen geluk, van mijn eigen heiligheid.

Die zaden weigeren is alles weigeren, het is de weigering van mijn eigen bestaan en zijn, van mijn identiteit en mijn ware zelf. Gods wil niet aanvaarden, niet beminnen, niet doen is de volheid van mijn bestaan weigeren.

Als ik nooit diegene word die ik zou moeten zijn en altijd degene blijf die ik niet ben, zal ik de eeuwigheid doorbrengen met mezelf tegen te spreken door tegelijk iets en niets te zijn, een leven dat wil leven maar toch dood is, een dood die doods wil zijn en toch nooit zijn eigen dood helemaal kan bereiken omdat hij: nog moet blijven bestaan.

9 mei: De ware eenzaamheid is gericht op eenheid

Alleen de valse eenzame ziet geen gevaar in de eenzaamheid. Maar zijn eenzaamheid is imaginair. De valse eenzame verbeeldt zich dat hij zonder gezelschap kan leven terwijl hij in werkelijkheid even afhankelijk van de samenleving blijft als voordien. Misschien is hij zelfs nog afhankelijker geworden. Hij heeft de samenleving nodig zoals de buikspreker een pop nodig heeft. Hij projecteert zijn eigen stem op een groep en vol bewondering, goedkeuring of vol verzet of in elk geval tegen zijn afzondering gekant,keert zijn stemming hem terug.

Zelfs als de samenleving hem schijnt te veroordelen is hij tevreden en geflatteerd, want het is niets anders dan het geluid van zijn eigen stem dat hem zijn afzondering, zijn zelfgekozen vorm van vermaak, in herinnering brengt. De ware eenzaamheid is niet slechts afzondering. De ware eenzaamheid is alleen op de eenheid gericht.

5 juli: Hagia Sophia: De vroege morgen. Het uur van de Primen:

0 gezegende stilte, die overal spreekt!

Wij horen haar niet, de zachte stem, de vriendelijke stem, genadevol en vrouwelijk.

Wij horen de genade niet. De buigzame liefde, of de geweldloosheid, of het niet vergelden horen wij niet. In haar zijn geen redenen en geen antwoorden. Toch is zij de openhartigheid van Gods licht, de uitdrukking van Zijn eenvoud.

Wij horen niet de nimmer klagende vergiffenis die het onschuldige gelaat van de bloemen naar de bedauwde aarde doet buigen.

Wij zien het kind niet dat gevangen is in alle mensen en dat niets zegt. Zij glimlacht, want al hebben ze haar gebonden, zij kan geen gevangene zijn. Niet dat zij sterk is of slim: zij weet niet wat gevangenschap is.

* Hagia Sophia is Grieks en het betekent: heilige wijsheid

* De Primen of Priem is het eerste van de zogenaamde ‘kleine uren’ in het breviergebed. In Gethsemani werd het om 5.30 uur ’s morgens gebeden.

1 augustus: Zolang de heer spreekt zal ik luisteren

Hoe heerlijk is het om ’s nachts in dit bos absoluut alleen te zijn, gekoesterd door die wonderlijke, ondoorgrondelijke en volmaakt onschuldige taal, de meest vetroostende taal van de hele wereld, het praatje dat de regen met zichzelf houdt over alle heuvelruggen, het klaterende praatje van water dat neerstroomt in alle holen! Niemand is ermee begonnen en niemand zal het doen ophouden. De regen blijft maar doorpraten zolang hij dat zelf wil. En zo lang hij spreekt, zal ik luisteren.

10 december: Eindelijk thuis

Dit zijn de laatste woorden uit Mertons dagboek:

‘Ik heb Jona altijd overschaduwd met Mijn genade… Heb jij Mij wel gezien, Jona, mijn kind?’

Genade op genade, op genade………..

Met de woorden: Ik verdwijn nu maar, dan kunnen we allemaal een cola of zo drinken besloot Thomas Merton zijn lezing over ‘Marxisme en monastieke perspectieven’ die hij hield op de bijeenkomst van abten van contemplatieve kloosters in Bangkok, op wat enkele uren later zijn sterfdag zou worden. Na de conferentie had pater Francois de Grunne hem verteld dat een religieuze onder de toehoorders zich geërgerd had aan het feit dat Merton niets had gezegd over het bekeren van mensen. Hierop zou Merton geantwoord hebben:

Wat we nu moeten doen is niet zozeer over Christus spreken als wel Hem in ons laten leven. Dan zullen de mensen Hem misschien vinden als ze ervaren hoe Hij leeft in ons.

Nog een tekst van Thomas Merton

Uit: The sign of Jonas, pp 361 e.v.

De Vader en ik zijn één

Er is geen blad dat niet deelt in Uw zorg. Er is geen kreet die niet door U wordt gehoord nog voor ze geuit is. Er zit geen water in de leisteen, dat er niet in verborgen is door Uw wijsheid. Er is geen geheime bron, die U daar niet hebt opgeroepen. Er is geen plekje voor een eenzaam huis, dat U niet hebt gepland voor een eenzaam huis. Er is geen vierkante meter bos, die U niet had bestemd voor die vierkante meter bos.

We kunnen er maar beter het zwijgen toe doen, dan antwoord te zoeken op een vraag. Het nu zit vol eeuwigheid. Eeuwigheid ligt in de palm van mijn hand. Eeuwigheid is een vonk die plotseling oplaait en alle grenzen doorbreekt die mijn hart ervoor hoeden een afgrond te zijn.

De dingen van de tijd staan in een geheimzinnige verhouding tot de dingen van de eeuwigheid. Het zijn schaduwen in uw dienst; dieren die voor U zingen voor voorbij zijn. Rotsvaste bergen zullen op raken als een afgedankte jas. Alles verandert, sterft af en verdwijnt. Problemen duiken op, hebben hun actualiteit en verdwijnen weer uit de aandacht. In dit eigenste uur houd ik op ze vragen te stellen en stilte zal mijn antwoord zijn. De wereld die Uw liefde heeft geschapen, die door hitte is vervormd en die door mijn verstand telkens weer verkeerd wordt uitgelegd, zal ophouden onze stemmen te misvormen.

Harten die vervreemd zijn van elkaar, geven voor elkanders taal te spreken. Zielsverwantschap op het terrein van ideeën is meestal een illusie. Gedachten die er op uit zijn om iets van U te achterhalen, brengen alleen maar uiterlijke dingen op tafel: maar een dialoog met U, die gebaseerd is op de uiterlijke dingen van de wereld, loopt altijd uit op mijn eigen opvattingen in de stroom van de tijd. Met U is er geen dialoog mogelijk tenzij Uzelf een berg kiest en die verhult in wolken waar U Uw woorden met vuur in de geest van Mozes prent. Wat aan Mozes werd overgeleverd op stenen tafelen als de vrucht van donder en bliksem, wordt nu dieper neergelegd in onze ziel, even stil als de adem van ons bestaan.

De hand is geopend. Het hart is ontvankelijk. De ziel die mijn bestaan bijeenhoudt als de kern van mijn levenskracht, zal eens volkomen voor U open staan. Ik zie de sterren wel, maar ik pretendeer ze niet langer te begrijpen. Ik wandelde wel in de bossen, maar hoe zou ik durven zeggen, dat ik van ze houd? Ik zal de namen van de afzonderlijke dingen een voor een vergeten. Je kunt U, die slaapt in mijn binnenste, niet ontmoeten met woorden, maar in het opduiken van leven in leven en van wijsheid in wijsheid. U wordt gevonden in gemeenschap: U in mij en ik in U en U in hen en zij in mij: arm in bezitloosheid, onbewogen in onbewogenheid, leeg temidden van leegte, vrij temidden van vrijheid. Ik ben er voor U, U bent er voor mij. De Vader en ik zijn één.

Uit een brief van Thomas Merton aan Etta Gullick

Etta is anglicaans. Ruim acht jaar correspondeerde ze met Merton. In een van zijn brieven aan haar schrijft hij: Het lijkt haast of ik een zuster in Engeland heb…. Ik heb nooit een zuster gehad.

God houdt van jou

Je zegt dat je niet denkt van God te houden. Dat is waarschijnlijk ook werkelijk zo. Maar het belangrijkste is dat God van jou houdt , is het niet? Waar zouden wij staan als we alleen op onze liefde konden vertrouwen?

www.remonstranten.nl

 

Ambrosius van Milaan: Verhef samen met mij de Heer. De Heer wordt verheven, niet omdat de menselijke stem iets aan God kan toevoegen, maar omdat Hij binnen in ons wordt verheven….

“Verhef samen met mij de Heer. De Heer wordt verheven, niet omdat de menselijke stem iets aan God kan toevoegen, maar omdat Hij binnen in ons wordt verheven. Christus is het beeld van God, en als de ziel doet wat juist en heilig is, verheerlijkt zij dat beeld van God, naar wiens gelijkenis zij is geschapen. En door het beeld van God te verheerlijken, krijgt de ziel deel aan diens grootheid en wordt zij verheven.”

— St. Ambrosius

+++++++++++++++

St. Ambrosius van Milaan was een van de meest invloedrijke figuren van de vroege christelijke kerk. Hier is een overzicht van wie hij was en waarom hij zo belangrijk is:

 Wiewas hij?:

Geboren rond 339 in Trier (nu Duitsland), in een Romeinse familie.

Werd onverwacht tot bisschop van Milaan gekozen in 374, terwijl hij nog niet eens gedoopt was.

Diende als bisschop tot zijn dood in 397.

Zijn feestdag is 7 december.

+++++++++++++++++

Waarom is hij belangrijk?

Kerkvader en Doctor van de Kerk: Ambrosius wordt beschouwd als een van de vier grote Latijnse kerkvaders, samen met Augustinus, Hiëronymus en Gregorius de Grote.

Strijd tegen het arianisme: Hij verdedigde krachtig de orthodoxe leer tegen de ketterij die de goddelijkheid van Christus ontkende.

Invloed op Augustinus: Zijn preken en geschriften inspireerden Augustinus van Hippo om zich tot het christendom te bekeren.

Liturgische vernieuwing: Hij introduceerde de Ambrosiaanse hymnen en had invloed op de ontwikkeling van kerkgezang.

Politieke moed: Ambrosius durfde keizers te confronteren, zoals toen hij keizer Theodosius I tot boetedoening dwong na het bloedbad van Thessaloniki2.

Schrijver en theoloog: Hij schreef talrijke werken over moraal, geloof, sacramenten en bijbeluitleg, waaronder De officiis ministrorum en Exameron2.

Leuk weetje !

Volgens een legende vlogen er als baby bijen rond zijn wieg en druppelden honing in zijn mond—een teken van zijn toekomstige welsprekendheid. Daarom is hij ook de patroonheilige van imkers.

+++++++++++

De Ambrosiaanse hymnen zijn een verzameling vroege christelijke kerkliederen die hun oorsprong vinden in de 4e eeuw, en ze zijn nauw verbonden met St. Ambrosius van Milaan. Hier is wat ze bijzonder maakt:

Wat zijn Ambrosiaanse hymnen?

Het zijn liturgische gezangen die voor het eerst in de Westerse Kerk werden geïntroduceerd door Ambrosius.

Ze maken deel uit van de Ambrosiaanse liturgie, die nog steeds in Milaan wordt gebruikt.

De hymnen zijn geschreven in Latijn, met een strak metrum: meestal acht lettergrepen per regel, vier regels per strofe.

Historische betekenis:

Ambrosius gebruikte deze hymnen om het volk actief te laten deelnemen aan de eredienst—een revolutionair idee in die tijd.

Ze waren bedoeld om geloofswaarheden te onderwijzen en te vieren, zoals de Drie-eenheid, Christus’ menswording, en het licht versus duisternis.

Augustinus beschrijft in zijn Belijdenissen hoe deze hymnen hem diep raakten en hem tot tranen brachten.

Muzikale kenmerken:

Hoewel ze lijken op het gregoriaans, hebben ze een eigen muzikale stijl: meer variatie in lengte, toonhoogte en structuur.

Er zijn invloeden uit de Oosterse kerkmuziek merkbaar.

De melodieën werden pas veel later schriftelijk vastgelegd, dus we weten niet precies hoe ze oorspronkelijk klonken.

Cultureel erfgoed:

Ze worden beschouwd als het begin van de Westerse kerkmuziektraditie.

Veel latere hymnen zijn gebaseerd op de stijl van Ambrosius, ook al zijn ze niet door hem geschreven.

In kloosters kregen ze een vaste plek in de getijdengebeden, zoals bij Benedictus van Nursia.

——————-

Iets meer over de  Ambrosiaanse Hymnen :

De Ambrosiaanse hymnen zijn een verzameling vroege christelijke kerkliederen, ontstaan in de 4e eeuw, en nauw verbonden met de liturgie van St. Ambrosius van Milaan. Ze vormen het hart van de Ambrosiaanse ritus, die tot op vandaag nog in Milaan gebruikt wordt. Hier zijn hun kenmerken en enkele bekende voorbeelden:

Wat maakt ze uniek?

  • Taal & vorm: geschreven in klassiek Latijn, meestal met 4 regels per strofe van elk 8 lettergrepen.

  • Doel: catechetisch én devotioneel—onderwijzen van geloofswaarheden en uitnodigen tot aanbidding.

  • Thema’s: Drie-eenheid, incarnatie van Christus, licht versus duisternis, strijd tussen goed en kwaad.

  • Muziekstijl: soberder dan latere gregoriaanse melodieën, maar met invloeden uit Oosterse tradities

Bekende hymnen toegeschreven aan Ambrosius:

HymneVertaling of betekenisOpmerkingen
Te Deum laudamus“U, God, loven wij”Vaak aan Ambrosius én Augustinus toegeschreven.
Aeterna Christi munera“De eeuwige gaven van Christus”Geloofsverklaring over de heiligheid.
Splendor paternae gloriae“Glans van de glorie van de Vader”Reflectie op Christus als Licht.
Veni redemptor gentium“Kom, Verlosser van de volkeren”Gebruikt in Advent; benadrukt incarnatie.
Hic est dies verus Dei“Dit is de ware dag van God”Paashymne over verrijzenis.

Augustinus schreef in zijn Belijdenissen hoe deze hymnen hem diep raakten en hem tot tranen brachten tijdens de liturgie van Ambrosius.

++++++++++

Hier is een vertaling van de prachtige paas-hymne “Hic est dies verus Dei” die wordt toegeschreven aan St. Ambrosius:

Nederlandse vertaling van: ‘Hic est dies verus Dei

Dit is de ware dag van God, gezegend met heilig licht, waarop het heilig bloed de schandelijke zonden van de wereld wegwaste.

Hij herstelt het geloof van de verlorenen, en geeft de blinden hun zicht terug. Wie wordt niet bevrijd van angst door de vergeving van de moordenaar aan het kruis?

Hij die het kruis tot beloning maakte, vond Jezus door zijn geloof en ging de rechtvaardigen voor in het koninkrijk van God.

Zelfs de engelen staan verbaasd, als ze de straf van het lichaam aanschouwen en de schuldige die zich aan Christus vastklampt om het eeuwige leven te grijpen.

O wonderbaar mysterie! Dat de plaag van de wereld wegwast, de zonden van allen wegneemt, en het vlees reinigt door vlees.

Wat is er subliemer dan dit? Dat schuld genade zoekt, liefde angst verdrijft, en de dood nieuw leven schenkt.

De dood verslindt haar eigen haak, en bindt zichzelf in knopen, zodat het leven sterft en weer opstaat voor allen.

Omdat de dood door allen is doorstaan, zullen allen uit de dood verrijzen. Door haar eigen slag verslagen, klaagt de dood dat zij alleen vergaat.

Deze hymne werd gezongen tijdens de Ambrosiaanse paasliturgie en is een krachtig getuigenis van verlossing, genade en opstanding.

—————-

St.Augustinus: Je draaide mij om zodat ik naar mezelf keek….

“Je draaide mij om zodat ik naar mezelf keek. Want ik had mezelf achter mijn eigen rug geplaatst, weigeren mezelf te zien. Er was geen plaats meer waar ik voor mezelf kon vluchten, toen jij mij oog in oog met mezelf bracht.”

Augustinus.

++++++++++

Deze tekst komt uit Confessiones (Belijdenissen) van Augustinus van Hippo, een van de meest invloedrijke kerkvaders uit de vroege christelijke traditie.

Hier is wat achtergrond:

Over het werk Confessiones:

Geschreven rond 397–400 na Christus, toen Augustinus al bisschop was in Hippo (Noord-Afrika).

Het boek bestaat uit 13 delen: de eerste negen zijn autobiografisch, de laatste vier zijn filosofisch en theologisch.

De titel Confessiones betekent zowel belijdenis van zonden als lofprijzing van God—een dubbele betekenis die het hele werk doordrenkt2.

Thema’s en bedoeling:

Augustinus reflecteert op zijn zondige jeugd, zijn zoektocht naar waarheid, en zijn uiteindelijke bekering tot het christendom.

Hij wil niet zichzelf verheerlijken, maar juist Gods genade en barmhartigheid laten zien.

Het citaat gaat over zelfinzicht: Augustinus beschrijft hoe God hem confronteerde met zijn eigen innerlijke toestand, waardoor hij niet langer kon vluchten voor zichzelf.

Historische context

Augustinus leefde in een tijd van grote religieuze en politieke veranderingen: het Romeinse Rijk was in verval, en het christendom werd steeds dominanter.

Hij was eerst aanhanger van het manicheïsme, een dualistische religie, maar keerde zich daarvan af onder invloed van bisschop Ambrosius van Milaan3.

Deze passage is dus niet zomaar een introspectieve gedachte—het is een spirituele mijlpaal in een levenslange zoektocht naar waarheid, rust en God.

Augustinus’ denken is nog steeds een intellectuele krachtbron in hedendaagse religieuze discussies—soms als fundament, soms als tegenpool. Hier zijn een paar manieren waarop zijn invloed vandaag de dag zichtbaar is:

Theologische fundamenten:

Zijn ideeën over genade, erfzonde en predestinatie vormen nog steeds het hart van veel christelijke tradities, vooral binnen het katholicisme en het protestantisme.

Tegelijkertijd worden deze concepten ook bekritiseerd: erfzonde en predestinatie worden door sommige moderne theologen als immoreel of problematisch beschouwd.

Geloof en rede:

Augustinus zocht een verzoening tussen geloof en filosofie, vooral via het neoplatonisme. Dat maakt hem relevant in discussies over de verhouding tussen openbaring en rationeel denken.

Zijn idee dat ware kennis voortkomt uit introspectie én goddelijke inspiratie blijft invloedrijk in spirituele en filosofische kringen.

Triniteit en relationele theologie:

Zijn werk De Trinitate is een klassieker, maar moderne theologen bekritiseren zijn nadruk op Gods eenheid boven de drieheid. Dit heeft geleid tot een herwaardering van de relationele ontologie, waarin de relaties tussen Vader, Zoon en Geest centraal staan.

Toch biedt Augustinus’ benadering ook correcties op moderne stromingen, zoals de zogeheten “Radical Orthodoxy”, die juist zijn mystieke en negatieve theologie omarmen.

Filosofie van de geest en tijd:

Zijn reflecties over tijd als een uitgebreid heden en de innerlijke ervaring van de ziel hebben invloed gehad op denkers als Heidegger en Kant.

jIn discussies over bewustzijn, spiritualiteit en de menselijke ervaring blijft Augustinus een intellectuele sparringpartner.

Interdisciplinair gesprekspartner:

Augustinus wordt ook gezien als een psycholoog en econoom avant la lettre, en zijn inzichten worden toegepast in ethiek, politiek en zelfs economische theorieën5.

Zijn werk is dus niet alleen een historische erfenis, maar een levende dialoog met de vragen van vandaag.

www.theologie.nl

www.isgeschiedenis.nl

————-

Kierkegaard: Een dichter is geen apostel; hij verdrijft duivels alleen door de kracht van de duivel…..

“Een dichter is geen apostel;

hij verdrijft duivels alleen door de kracht van de duivel.”

Soren Kierkegaard

++++++++++

Dit is een korte maar diep filosofische uitspraak van Søren Kierkegaard, en hij zit vol met implicaties. Laten we hem stap voor stap ontleden:

“Een dichter is geen apostel; hij verdrijft duivels alleen door de kracht van de duivel.”

Wat zegt Kierkegaard hier?

“Een dichter is geen apostel”:

Een apostel vertegenwoordigt goddelijke waarheid en zendt een boodschap vanuit een hogere macht.

Een dichter, in tegenstelling, creëert kunst en schoonheid, maar spreekt niet namens een absolute waarheid. Hij deelt emotie en verbeelding, geen goddelijke openbaring.

“Hij verdrijft duivels alleen door de kracht van de duivel”:

Kierkegaard suggereert dat de dichter zich bezighoudt met donkere, menselijke emoties—zoals pijn, lust, jaloezie, verdriet.

De kracht van zijn kunst ligt juist in het doorleven en uitdrukken van deze ‘duivelse’ krachten. Hij overwint ze niet met goddelijke zuiverheid, maar door ze te transformeren met de middelen die eruit voortkomen: taal, emotie, kunst.

Wat betekent dit filosofisch?

Kierkegaard maakt hier onderscheid tussen religieuze waarheid en esthetische expressie.

Het impliceert een zekere tragiek in het kunstenaarschap: de dichter bestrijdt innerlijke demonen niet door ze te negeren, maar door ze een stem te geven.

Er is ook een waarschuwing in vervat: esthetiek alleen kan ons niet redden — ze kan duisternis belichten, maar niet verlossen.

—————-

 

Sokrates: We kunnen een kind dat bang is voor het donker gemakkelijk vergeven….

“We kunnen een kind dat bang is voor het donker gemakkelijk vergeven; de echte tragedie van het leven is wanneer mannen bang zijn voor het licht.”

— Socrates

+++++++++++++++

“We kunnen een kind dat bang is voor het donker gemakkelijk vergeven; de echte tragedie van het leven is wanneer mannen bang zijn voor het licht.”

Wat bedoelt hij hier?

Het kind en het donker: Socrates begint met een beeld dat iedereen begrijpt—een kind dat bang is voor het donker. Dat is natuurlijk en begrijpelijk. Donker staat hier symbool voor het onbekende, onzekerheid en onwetendheid.

Volwassenen en het licht: Het tweede deel is de echte klap. Hier verwijst ‘licht’ naar kennis, waarheid, bewustwording. Wanneer volwassenen bang zijn voor ‘het licht’, zijn ze eigenlijk bang om geconfronteerd te worden met realiteit, om hun overtuigingen in vraag te stellen, of om dingen te leren die hun wereldbeeld kunnen veranderen.

 Waarom is dat tragisch?

Volwassenen hebben de kracht en verantwoordelijkheid om te leren, te groeien en wijsheid na te streven. Als zij bewust wegkijken van de waarheid uit angst, houden ze zichzelf én anderen gevangen in onwetendheid.

Angst voor het licht kan leiden tot stagnatie, dogmatisme, en zelfs het onderdrukken van anderen die wél willen zoeken en leren.

In een bredere context Het citaat roept op tot moed en nieuwsgierigheid. In plaats van het comfortabel onwetende te omarmen, zouden we als volwassenen de confrontatie moeten aangaan met het onbekende, zelfs als dat ongemakkelijk is. Alleen dan kunnen we echt vooruitgang boeken—individueel én als samenleving.

—————-

John Steinbeck: Tom voelde zijn duisternis. Zijn vader was mooi en slim, zijn moeder was klein en wiskundig zeker…..

“Tom voelde zijn duisternis. Zijn vader was mooi en slim, zijn moeder was klein en wiskundig zeker. Elk van zijn broers en zussen had uiterlijk of talenten of fortuin. Tom hield hartstochtelijk van hen allemaal, maar hij voelde zich zwaar en aardgebonden.  Hij beklom extatische bergen en ploeterde in de rotsachtige duisternis tussen de toppen. Hij had uitbarstingen van moed, maar ze waren ingekaderd in latten van lafheid.”

John Steinbeck

+++++++++++

Deze passage is intens en beeldend. Steinbeck slaagt erin om Tom’s innerlijke strijd weer te geven met een bijna poëtische scherpte—alsof hij worstelt tussen bewondering voor zijn familie en een diepgevoelde onzekerheid over zichzelf.

Deze passage van John Steinbeck zit vol met diepgaande thema’s die veelzeggend zijn over identiteit, familie en het menselijke innerlijke conflict. Hier zijn enkele centrale thema’s die erin doorklinken:

Innerlijke duisternis en zelfbeeld:

Tom voelt zich “zwaar en aardgebonden” tegenover zijn familie, die hij als begaafd en mooi beschouwt.

Deze spanning tussen bewondering voor anderen en zelftwijfel toont het universele gevoel van onvoldoende zijn of niet aan de verwachtingen voldoen.

 Dualiteit van emotie:

De metafoor van “extatische bergen” tegenover “rotsachtige duisternis” schetst Tom’s emotionele golfbewegingen.

Het suggereert dat hij momenten van hoop of inzicht kent, maar ook periodes van neerslachtigheid en verwarring.

Familie en vergelijking:

Zijn liefde voor zijn familie is hartstochtelijk, maar hij zet zichzelf af tegen hun kwaliteiten.

Steinbeck raakt hier aan het thema van zelfdefinitie binnen de dynamiek van familie: hoe we onszelf construeren, mede door anderen te observeren.

 Moed versus lafheid:

De zin “uitbarstingen van moed, ingekaderd in latten van lafheid” laat een fragmentarisch gevoel van kracht zien.

Dit wijst op een worsteling met karakter:

Een verlangen om moedig te zijn, maar in de praktijk overweldigd door angst of onzekerheid.

Rationeel versus emotioneel leven:

Steinbeck zet personages neer die “wiskundig zeker” zijn versus iemand die overgeleverd is aan stemmingen en beelden.

Deze tegenstelling tussen logica en gevoel schetst hoe sommige mensen zich veilig voelen in feiten, terwijl anderen zwalken op de golven van het innerlijk.

————–

Peter Kreeft: Zij die Jezus ontmoeten, ervaren altijd vreugde of het tegenovergestelde….

“Zij die Jezus ontmoeten, ervaren altijd vreugde of het tegenovergestelde — een voorproefje van de Hemel of een voorproefje van de Hel. Niet iedereen die Jezus ontmoet is tevreden, en niet iedereen is gelukkig, maar iedereen is geschokt.”

Peter Kreeft

+++++++++

De betekenis van de zin:

“Zij die Jezus ontmoeten, ervaren altijd vreugde of het tegenovergestelde — een voorproefje van de Hemel of een voorproefje van de Hel. Niet iedereen die Jezus ontmoet is tevreden, en niet iedereen is gelukkig, maar iedereen is geschokt.”

1. Een ontmoeting met Jezus is nooit neutraal:

De uitspraak stelt dat een ontmoeting met Jezus altijd diepgaande emotionele en spirituele impact heeft. Dat kan:

Vreugde brengen — een gevoel van vrede, liefde, verlichting, alsof men een glimp van de Hemel ervaart.

Verstoring veroorzaken — confrontatie met je eigen fouten of levenspad, alsof men de ernst van eeuwige scheiding of oordeel voelt.

2. “Een voorproefje van Hemel of Hel”:

Dit suggereert dat de ontmoeting niet alleen tijdelijk is — ze reikt tot in het spirituele domein.

“Hemel” staat hier voor volledige verbondenheid met God.

“Hel” verwijst niet letterlijk naar vuur en verdoemenis, maar eerder naar innerlijke strijd, schuldgevoel, of confrontatie met waarheid.

3. Iedereen is geschokt:

Ongeacht de uitkomst — positief of negatief — het idee is dat niemand onverschillig blijft. De impact is zó ingrijpend dat het je innerlijk opschudt.

Contextuele reflectie:

Deze tekst heeft een evangeliserende toon: hij benadrukt de radicale kracht van Jezus’ aanwezigheid. Het roept op tot nadenken over je eigen reactie op geloof, en suggereert dat confrontatie met Jezus iets is dat niemand koud laat.

Zijn woorden trekken je meteen een spirituele diepte in. De gedachte dat een ontmoeting met Jezus nooit neutraal is — of het nu vreugde of verschrikking oproept — legt de lat hoog voor wat zo’n ervaring inhoudt.

Wat Kreeft hier lijkt te zeggen:

      Jezus is geen concept dat je lichtjes aanraakt. Wie Hem             ontmoet, ondergaat iets dat hun ziel opschudt.

  • De vreugde kan hemels aanvoelen, vol vrede en liefde.
  • De schok kan een spiegel zijn: confrontatie met je levenswandel, fouten of diepe vragen over waarheid en bestemming.

“Een voorproefje van de Hemel of Hel”  geeft de ontmoeting een eeuwigheidsdimensie — alsof het moment niet alleen betekenis heeft voor nu, maar ook voor later. Zelfs als het ongemakkelijk is, ontkom je niet aan de diepgang van zo’n confrontatie.

Kreeft gooit hier geen zachte theologische stelling; dit is een filosofische wake-up call. 

————-

Meister Eckhart: Een man kan het veld ingaan om te bidden en zich bewust zijn van God, of hij kan in de kerk zijn en zich bewust zijn van God….

Een man kan het veld ingaan om te bidden en zich bewust zijn van God, of hij kan in de kerk zijn en zich bewust zijn van God; maar als hij zich méér bewust is van God omdat hij zich op een stille plek bevindt, dan is dat zijn eigen tekortkoming en niet die van God, die aanwezig is in alle dingen en op alle plaatsen, en bereid is zichzelf overal te schenken, voor zover het in Hem ligt. Degene die God op de juiste manier kent, is degene die Hem overal kent… Spiritualiteit moet niet geleerd worden door uit de wereld te vluchten, of door dingen te ontvluchten, of door zich terug te trekken en zich van de wereld af te zonderen. In plaats daarvan moeten we innerlijke stilte leren, waar we ook zijn en met wie we ook zijn. We moeten leren om door de dingen heen te kijken en God daarin te vinden.

— Meister Eckhart

++++++++++

De tekst van Meister Eckhart is rijk aan spirituele inzichten. Hier zijn de belangrijkste punten samengevat in heldere, toegankelijke taal:

Bewustzijn van God is overal mogelijk:

Je kunt God ervaren in een kerk, op een veld, of in elke andere omgeving.

Als je Hem alleen ervaart op stille, afgezonderde plekken, ligt dat eerder aan jezelf dan aan God.

God is overal aanwezig en toegankelijk—niet beperkt tot heilige of serene plaatsen.

Innerlijke spiritualiteit is de sleutel:

Spiritualiteit draait niet om vluchten uit de wereld of afzondering.

Het gaat om het ontwikkelen van een innerlijke stilte, ongeacht waar je bent of met wie.

Echt spiritueel leven betekent: door dingen heen kunnen kijken en het goddelijke daarin herkennen.

God is te vinden in het alledaagse:

Je hoeft je niet af te zonderen om het goddelijke te vinden.

God openbaart zich óók in het gewone leven, tussen mensen en in alledaagse situaties.

Ware spiritualiteit is leren “door de dingen heen” te kijken en daar een dieper bewustzijn van God te ontdekken.

Dit is eigenlijk een pleidooi voor innerlijke spiritualiteit die niet afhankelijk is van uiterlijke omstandigheden. Het is een oproep om diepgang te vinden in het gewone leven.

++++++++++

Wie was Meister Eckhart ?

Meister Eckhart (ca. 1260–1328) was een Duitse theoloog, filosoof en dominicaanse monnik die bekendstaat om zijn diepzinnige en vaak poëtische beschouwingen over God, de ziel en innerlijke spiritualiteit2

Zijn achtergrond:

Geboren als Eckhart von Hochheim in Thüringen, Duitsland.

Lid van de orde der Dominicanen en actief als prediker, leraar en spiritueel begeleider.

Hij doceerde aan prestigieuze universiteiten zoals Parijs en Keulen.

Zijn gedachtegoed:

Eckhart benadrukte innerlijke stilte en het loslaten van het ego als weg naar God.

Hij stelde dat God overal aanwezig is, niet alleen op heilige plekken, maar ook in het alledaagse.

Zijn mystiek draait om het besef dat de mens en God in wezen één zijn—een radicale gedachte in zijn tijd5.

Hij gebruikte vaak paradoxen en beeldspraak om spirituele inzichten over te brengen, zoals: “God is een niets waarin alles verdwijnt.”

Controverse en invloed:

Sommige van zijn uitspraken werden door de kerk als ketters beschouwd, wat leidde tot een inquisitieproces.

Toch heeft zijn werk grote invloed gehad op latere denkers zoals Heidegger, Schopenhauer en hedendaagse spirituele stromingen.

Zijn teksten blijven tot op de dag van vandaag inspireren—voor wie zoekt naar diepgang, eenvoud en een spiritualiteit die midden in het leven staat.

https://alpujarras.nl/cursussen/denken/verder-lezen-denken/meister-eckhart/

www.christelijkeinformatiebron.wordpress.com

—————