
Johannes Chrysostomos
CITATEN VAN KERKVADERS
Het is geen aardse uitvinding die hun is overgeleverd en het is geen sterfelijk idee dat ze menen nauwgezet te moeten bewaren en ze zijn niet het beheer toevertrouwd van menselijke geheimenissen. Maar waarlijk, God zelf, de Almachtige, die alles geschapen heeft, de onzichtbare, heeft van de hemel de Waarheid en het heilige en onbegrijpelijk Woord aan de mensen ingegeven en Hij heeft het in hun harten vastgelegd. Niet door – zoals men zou kunnen vermoeden – een menselijke dienaar te sturen, een engel, een vorst, iemand die dingen op aarde bestuurt of iemand die bestuursmacht in de hemel is toevertrouwd, maar de Maker en Schepper van het al door Wie Hij de hemelen schiep, door Wie Hij de zee binnen zijn eigen grenzen sloot, Wiens geheimenissen alle elementen trouw bewaren, van Wie de zon de afstanden van zijn dagelijkse loop heeft opgedragen gekregen, aan Wie de maan gehoorzaamt als Hij haar opdraagt ’s nachts te schijnen, aan Wie de sterren gehoorzamen als ze de loop van de maan volgen, door Wie alles is bepaald en vastgesteld en onderworpen: de hemelen en wat in de hemel is, de aarde en wat op de aarde, de zee en wat op zee is, vuur, lucht, afgrond, wat in de hoogte is, wat in de diepte is en wat er tussen ligt. Die heeft Hij tot hen gezonden!
Brief aan Diognetus, VII 1-2 (Schrijver onbekend, geschreven rond 150 n.Chr.)
Wij hebben het doopsel ontvangen in de Naam van God de Vader, in de Naam van Jezus Christus, die mens werd, gestorven is en verrezen, laten we ons ook herinneren dat het doopsel het zegel is van het eeuwige leven en de nieuwe geboorte in God, zodat wij geen zonen meer zijn van sterfelijke mensen, maar van de eeuwige God; laten we ons ook herinneren dat God het eeuwig Wezen is en dat Hij verheven is boven alles wat geschapen is, dat alles onder Hem gesteld is …
Irenaeus van Lyon, Demonstratio 3
De zwakheid van sterfelijk begrip lukt het niet te voelen en te begrijpen, dat men zou moeten geloven dat heel die kracht van goddelijke majesteit, het Woord van de Vader zelf en de wijsheid van God zelf, in Wie alle zichtbare en onzichtbare dingen geschapen werden, heeft bestaan binnen de grenzen van die mens die in Judea verscheen; ja, dat de Wijsheid van God binnengegaan is in de baarmoeder van een vrouw en geboren werd als een kind en gekrijst heeft net als het gehuil van kleine kinderen … en dat Hij erg bedroefd was tot de dood toe … en tenslotte ter dood werd gebracht … Als je meent dat Hij God is, dan zie je een sterveling, als je denkt dat Hij een mens is, ontmoet je Hem met buit terugkerend uit de doden, na het rijk van de dood te hebben overwonnen … Om dit uit te spreken in menselijke oren en het in woorden te verklaren, overstijgt verre de krachten van onze verdienste, vernuft of taal. Ik denk dat het zelfs de kracht van de heilige apostelen te boven gaat; ja, de verklaring van dat mysterie zal wellicht boven het begrip van de hele schepping van hemelse machten zijn.
Origenes, De Principiis II,6,2 (Uit: Dr. A. van de Beek, Jezus Kurios, De Christologie als hart van de theologie, Kampen 1998, p. 26, 27)
Dit is dus de dag waarop Hij door wie de wereld is geschapen, ter wereld kwam. Dit is de dag waarop Hij door mens te worden onder ons aanwezig is, die in kracht nooit afwezig was.
Augustinus, Sermo 195, Kerst 411 of 412 n.Chr. (Drs. J. van Neer e.a., ‘Als licht in het hart, Preken voor het liturgisch jaar’, Baarn 1996, p. 38)























Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.