Dietrich Bonhoeffer …..

12

Dietrich Bonhoeffer is waarschijnlijk de meeste bekende theoloog van de 20e eeuw. Overal inspireert hij mensen door de manier waarop hij tegenstellingen overbrugde en de eenheid en heelheid van het leven voor Gods aangezicht liet zien. Hij ging de uitdagingen waarvoor hij kwam te staan niet uit de weg.

Wie was Dietrich Bonhoeffer?

Dietrich Bonhoeffer (Breslau, 4 februari 1906 – Flossenbürg, 9 april 1945) was een vooraanstaand Duits kerkleider, theoloog van de Belijdende Kerk, en betrokken bij de samenzwering tegen Hitler.

Wanneer hoorden we voor het eerst van hem? 

In de jaren 30 was het maar een enkeling die deze destijds heel jonge theoloog opmerkte en zijn boek Navolging las. Onze landgenoot W.A. Visser ’t Hooft leerde hem eind jaren 30 in zijn functie bij de oecumenische beweging kennen en had ook in de oorlog contact met hem. Kort na de oorlog bracht hij een klein gedenkboek over hem uit.

Bonhoeffer is in ons land pas echt opgemerkt in de jaren 50, toen in 1952 eerst zijn boekje Gemeinsames Leben (‘Leven in gemeenschap’) en daarna in 1956 zijn gevangenisbrieven Widerstand und Ergebung (‘Verzet en overgave’) in vertaling uitkwamen. In 1964 verscheen Nachfolge (‘Navolging’) en in de loop der jaren werden diverse andere werken vertaald, het laatst de Ethik (‘Aanzetten voor een ethiek’) in 2012 en Schöpfung und Fall (‘Schepping en val’) in 2020.

Waarmee is hij bekend geworden?

Bonhoeffer is bij een breder publiek bekend geworden omdat hij betrokken was bij de voorbereidingen voor de aanslag op Hitler van 20 juli 1944, en als gevolg daarvan net voor het einde van de oorlog in concentratiekamp Flossenbürg terechtgesteld werd. In 1969 verscheen de eerste grote studie over Bonhoeffers leven en denken in ons taalgebied. G.Th. Rothuizen schreef over Bonhoeffers leven en denken Aristocratisch christendom, met als ondertitel ‘Over Dietrich Bonhoeffer: Leven-verzet-ecumene-theologie’. Het jaar daarna publiceerde J. Sperna Weiland Het einde van de religie. Verder op het spoor van Bonhoeffer, een boek over Bonhoeffers brieven van voorjaar 1944. In die brieven schreef Bonhoeffer dat de tijd van de ‘religie’, die voor God alleen plaats heeft aan de randen van het leven, voorbij was. Sperna Weiland schetste Bonhoeffer als een voorloper van de God-is-dood-theologie van die tijd. Teksten van Bonhoeffer uit diezelfde periode, waarin een klassiek-christelijke visie en een persoonlijke vroomheid naar voren kwamen, bestempelde hij als overblijfselen van een voorbije fase.

Inmiddels is deze kijk op Bonhoeffer gedateerd en wordt die door niemand meer gedeeld. De scheiding tussen de ‘nieuwe’, ‘visionaire’ Bonhoeffer van het ‘einde van de religie’ en de ‘oude’, ‘vrome’ Bonhoeffer is een construct. In een brief aan zijn pasgeboren neefje Dietrich Bethge van mei 1944 schreef hij dat het aankwam op ‘bidden, doen wat rechtvaardig is onder de mensen en wachten op het verlossende woord’. Met dat laatste bedoelde hij dat ‘de grote woorden van de Bijbel en de christelijke traditie’ weer zouden gaan spreken, zo, dat het gelaat van de aarde eronder verandert en zich vernieuwt. Hij neemt geen afscheid van de Bijbel en de christelijke traditie, maar hoort in het evangelie een boodschap die mensen aanspreekt en perspectief biedt om verantwoordelijk voor God en de mensen hun weg te gaan.

Wat kunnen we met zijn gedachtegoed?

Bonhoeffer past niet in een schema van traditioneel of modern, behoudend of vooruitstrevend, op-de-samenleving-gericht of naar-binnen-gekeerd. Dankzij vertalingen van veel van zijn werken – ook preken! – is het mogelijk om je op (bijbel)kringen te laten inspireren door de manier waarop Bonhoeffer tegenstellingen overbrugde en de eenheid en heelheid van het leven voor Gods aangezicht liet zien. Kritisch voor ons vandaag is hij vooral daarin, dat hij niet uit was op een ‘authentiek’ leven waarin hij ‘het verschil maakte’, maar zich door de nood van mensen uit zijn baan liet brengen en de uitdagingen waarvoor hij kwam te staan niet uit de weg ging.

Zien we de doorwerking van zijn gedachtegoed ergens terug?

Bonhoeffer is waarschijnlijk de meeste bekende theoloog van de 20e eeuw. Overal inspireert hij mensen. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Toen Bonhoeffer in 1930-1931 een jaar in New York studeerde, werd hij lid van een ‘zwarte’ gemeente, en ervoer direct wat discriminatie op grond van ras of huidskleur concreet betekende en hoe het ‘werkte’. Dat maakte dat hij in 1933 meteen doorzag wat de maatregelen van het nazi-regime tegen de joden betekenden, en protest aantekende. Daarmee werd hij een inspiratiebron voor christenen in Zuid-Afrika in hun strijd tegen apartheid.

Een mooi toepasselijk gedicht , geschreven toen hij gevangen zat i het concentratiekamp Flossenburg.

WIE Dietrich Bonhoeffer

De doop van Augustinus door st Ambrosius…..

 

De doop van St. Augustinus door St. Ambrosius

Door David Gibson

 

AMBROOS10

Franco Nero portretteert St. Augustinus als een oude man in een scène uit de film “Restless Heart”. St. Ambrosius en Augustinus worden beiden vandaag herinnerd als onschatbare kerkvaders. (CNS-foto/Maximus Group)

De heilige Augustinus was ver verwijderd van zijn vaderland in Noord-Afrika toen de bisschop van Milaan, Ambrosius, hem bij zonsopgang op Pasen in het jaar 387 doopte.

Zijn doop was het hoogtepunt van een van de grootste bekeringsverhalen ooit. Augustinus kwam pas na een moeizaam proces van beraadslaging bij de doopvont aan.

De heilige Ambrosius, de doper die dag, was een gewaardeerde prediker en een kracht om rekening mee te houden in een tumultueuze tijd in de keizerlijke stad Milaan, die toen diende als de zetel van de westerse keizer van het Romeinse Rijk.

Augustinus, 33 jaar oud, was leraar retorica, de kunst van het overtuigend spreken in het openbaar. Hij kwam uit een regio in het huidige Algerije.

Het was toen nog niet bekend dat Ambrosius iemand doopte die voorbestemd was om voor altijd tot de grootste denkers en schrijvers van het christendom te worden gerekend, de auteur bijvoorbeeld van klassiekers als de ‘Bekentenissen’ en ‘De stad van God’.

De heilige Ambrosius en Augustinus worden vandaag de dag herinnerd als kerkvaders van onschatbare waarde.

Augustinus’ reis naar het doopsel begon als kind toen zijn moeder, St. Monica, hem inschreef als christelijke catechumeen. Maar zijn doop werd uitgesteld tot in de toekomst, wat in die tijd niet ongebruikelijk was.

De jeugdige Augustinus worstelde met geloofskwesties, vooral met de implicaties ervan voor gedrag. Hij baande zich een weg onder christenen, half-christenen en andere gelovigen van zijn vierde-eeuwse wereld.
Voor hem betekende een reis naar de doop dat hij worstelde om te beslissen wat voor soort man hij wilde zijn.

Gezien de uitdagingen van zijn vaak pijnlijke geloofsreis, is het niet verwonderlijk dat de eerste regels van zijn “Bekentenissen” de beroemde woorden bevatten: “Ons hart is rusteloos, totdat het in U rust (Heer).”

De reis die Augustinus uiteindelijk naar Milaan leidde, begon in 383 toen hij van Noord-Afrika naar Rome reisde om een positie als leraar retorica te aanvaarden. Zijn positie in Rome bleek hem echter onbevredigend.

In 384 aanvaardde hij een soortgelijke positie in Milaan. Daar ontmoette onze retoricaleraar Ambrosius, de begenadigde spreker en prediker. Het verbaasde Augustinus dat hij onder de indruk was van Ambrosius’ oratorische vaardigheid.

Even verrassend voor Augustinus was misschien de positieve houding ten opzichte van de Schrift, in het bijzonder het Oude Testament, die Ambrosius in hem teweegbracht.

Ambrosius’ beschikbare tijd voor een gesprek was echter beperkt. Niet alleen besteedde hij veel tijd aan zijn studie, maar hij werkte ook onder druk van de keizerlijke autoriteiten.

Want Milaan was in die tijd de zetel van een tienerkeizer, Valentinianus II, wiens imposante moeder Justina een Ariaanse christen was. Als zodanig geloofde ze dat God de Vader Jezus Christus schiep en niet, zoals de geloofsbelijdenis van Nicea stelt, dat God de Vader en de Zoon één zijn in hun bestaan.

Tijdens Augustinus’ tijd in Milaan probeerde Justina kerken van Ambrosius in beslag te nemen voor gebruik door de Arianen. In deze verhitte sfeer toonde Ambrosius zich een sterke leider door op te staan tegen haar keizerlijke roekeloosheid.

Ambrosius wordt in de kerkgeschiedenis herinnerd omdat hij botweg zei: “De keizer is in de kerk, niet erboven.”

Minder dan een jaar voor zijn doop had Augustinus wat men tegenwoordig ‘een jreligieuze ervaring’ zou kunnen noemen. Hij voelde zich geroepen om een passage te lezen in de brief van Paulus aan de Romeinen (13:13-14) die hem overtuigde om zijn levensstijl te veranderen en ‘de Heer Jezus Christus aan te doen’.

Hij was diep ontroerd. Eindelijk kon hij de doop aanvaarden.
Voorbereiding op de doop door Ambrosius betekende dat je je inschreef voor een veeleisend proces van instructie met twee sessies per dag op elke doordeweekse vastendag, voor een verbazingwekkend totaal van 60 sessies, volgens “Font of Life” door Garry Wills, een geleerde van Augustinus.
Ambrosius hechtte duidelijk veel belang aan de doop.

Toen de pasgedoopte christenen uit het doopwater tevoorschijn kwamen, trokken zij witte gewaden aan die betekenden dat zij het nieuwe leven van Christus aandeden en die de komende week werden gedragen. Wills legt uit:

“Als de doopsels uit het water komen, zegt Ambrosius, is het als Christus die uit het graf komt: ‘Omdat de doop als de dood is, is dit zeker als een opstanding als je ondergedompeld bent en weer tevoorschijn komt (uit het water).'”

(Gibson was 37 jaar lang lid van de redactie van Catholic News Service.)

Bron : https://catholicphilly.com/2016/10/catholic-spirituality/the-baptism-of-st-augustine-by-st-ambrose/

Korte Fragmenten uit de theologie van St.Athanasius de Grote……

 

5 Korte fragmenten uit de theologie van 

ST Athanasius de Grote

ATH

1 .Over de Heilige Drie-eenheid:

“De apostelen waren niet geïnteresseerd in de beelden en analogieën van pluraliteit in de Schrift, noch in het verzoenen van pluraliteit en eenheid. Maar ze waren zeker bezorgd om via het medium van de Schrift uit te leggen hoe de Heer Jezus zich verhoudt tot de ene God, zijn Vader, in de Geest. Deze fundamentele Schriftuurlijke grammatica van de Trinitaire theologie — dat de ene God, de God van Abraham, Isaak en Jakob, de Vader is van de Heer Jezus Christus, de Zoon van God, bekend gemaakt in en door de Geest — wordt bewaard in de meest abstracte discussies van de vierde eeuw, in de geloofsbelijdenis van Nicaea en Constantinopel, en in liturgische taal. Toch wordt deze fundamentele grammatica over het hoofd gezien wanneer het punt van deze discussies wordt verwaarloosd en de resulterende formules in abstractie worden genomen, als verwijzend naar een “immanente” Triniteit – één God die in drie Personen bestaat – die vervolgens wordt verondersteld en overgeplaatst naar de Schriftuurlijke openbaring. Op dit punt is het niet voldoende om alleen de identiteit van de “economische” Triniteit en de “immanente” Triniteit te bevestigen, of om te benadrukken dat de “economische” basis van onze kennis van de Triniteit — dat we alleen door de openbaring van de Zoon in en door de Geest over God als Vader kunnen spreken — moet overeenkomen met hoe de Triniteit eigenlijk in “immanente” termen is. Deze twee dimensies van de Trinitaire theologie, economisch en immanent, hadden nooit van elkaar gescheiden mogen worden, ook al worden ze later herenigd. Dat de Trinitarische theologie voortkomt uit het nadenken over hoe de gekruisigde en verheven Heer Jezus Christus de enige god als Vader openbaart, in en door de Heilige Geest, die ook geadopteerde zonen die met Christus gekruisigd zijn in staat stelt om dezelfde God als Vader aan te roepen, betekent dat de Trinitaire theologie minder te maken heeft met het hemelse bestaan van drie goddelijke personen dan met deze nieuwe manier van belijden van de ene God — als Vader , in de Zoon, door de Heilige Geest. (Nicene Geloof, I:7-8)”

2.Op het Beeld van het eeuwige Woord dat Mens zou worden:

“Voor God Maker van allen en Koning van allen, die Zijn Wezen voorbij alle substantie en menselijke ontdekking heeft, voor zover Hij goed en buitengewoon is, maakte door Zijn eigen Woord onze Verlosser Jezus Christus, het menselijk ras naar Zijn eigen beeld, en vormde de mens in staat om de realiteiten te zien en te kennen door middel van deze assimilatie met Zichzelf , waardoor hij ook een conceptie en kennis van Zijn eigen eeuwigheid krijgt, opdat hij, met behoud van zijn natuur, nooit van zijn gods idee afwijkt, noch zich terugtrekt uit de gemeenschap van de heiligen; maar met de genade van Hem die het gaf, met ook Gods eigen kracht uit het Woord van de Vader, zou hij zich kunnen verheugen en gemeenschap kunnen hebben met de Godheid, het leven van onsterfelijkheid ongedeerd en waarlijk gezegend. Omdat hij niets heeft dat zijn kennis van de Godheid belemmert, aanschouwt hij ooit, door zijn zuiverheid, het Beeld van de Vader, God het Woord, naar Wiens beeld hij zelf gemaakt is. Hij is ontzagwekkend als hij nadenkt over die Voorzienigheid die zich door het Woord uitstrekt tot het universum, verheven boven de dingen van zin en elke lichamelijke verschijning, maar zich vastklampt aan de goddelijke en door gedachten waargenomen dingen in de hemelen door de kracht van zijn geest. Want wanneer de geest van de mensen niet met lichamen praat, noch zich ermee vermengd heeft van zonder iets van hun begeerte, maar volledig boven hen staat, met zichzelf woont zoals het in het begin is gemaakt, dan, de dingen van zin en alle dingen menselijk overstijgend, wordt het op hoge hoogte opgewekt; en het Zien van het Woord, het ziet in Hem ook de Vader van het Woord, die plezier beleeft aan het overdenken van Hem en vernieuwing krijgt door zijn verlangen naar Hem; precies zoals de eerste van de geschapen mensen, degene die adam in het Hebreeuws werd genoemd, in de Heilige Schrift wordt beschreven als iemand die in het begin zijn geest aan God-ward had in een vrijheid die niet door schaamte werd beschaamd, en als associëren met de heilige in die overpeinzing van dingen die hij waargenomen door de geest die hij genoot op de plaats waar hij was- de plaats die de heilige Mozes in figuur een Tuin noemde. Zuiverheid van de ziel is dus voldoende van zichzelf om God te weerspiegelen, zoals de Heer ook zegt: Gezegend zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.’ (Gent. 2)”

3.Op het pad van heiligen:

“Het is een feit, broeders en zusters, dat het pad van de heiligen in dit leven er een vol problemen is. Ze verdragen ofwel de pijn van het verlangen naar wat komen gaat, zoals degene die zei: ‘Wee mij dat ik zo’n lange pelgrimstocht heb’ (Ps. 120:5, LXX) of ze zijn verontrust door hun verlangen naar de redding van anderen, zoals Paulus aan de Korintiërs schreef: ‘Ik ben bang dat ik naar u toe kom. , God kan mij verootmoedigen en mij doen huilen en rouwen om velen die gezondigd hebben en zich niet bekeerd hebben van onzuiverheid, hoererij en losbandigheid die zij hebben beoefend.'”

4. Bij de val uit de hemel:

“En nogmaals, als de duivel, de vijand van ons ras, die uit de hemel is gevallen, ronddwaalt in onze lagere atmosfeer, en daar heerschappij heeft over zijn medegeesten, zoals zijn gelijkgehoorzame leeftijdsgenoten, niet alleen illusies met hun middelen in hen werkt die bedrogen zijn, maar hen probeert te hinderen die omhoog gaan (en daarover zegt de apostel : Volgens de prins van de macht van de lucht, van de geest die nu werkt in de zonen van ongehoorzaamheid); terwijl de Heer kwam om de duivel neer te werpen, en de lucht te zuiveren en de weg voor ons naar de hemel voor te bereiden, zoals de apostel zei: Door de sluier, dat wil zeggen, Zijn vlees [Hebr. 10:20]— en dit moet door de dood zijn– welnu, door wat voor andere soort dood zou dit kunnen zijn geschied , dan door een die plaatsvond in de lucht, bedoel ik het kruis? Want alleen hij die aan het kruis geperfectioneerd is, sterft in de lucht. Waar het heel toepasselijk was dat de Heer deze dood leed. Want toen Hij zo werd opgeheven, zuiverde Hij de lucht van de kwaadaardigheid van zowel de duivel als van allerlei demonen, zoals Hij zegt: Ik zag Satan als de bliksem uit de hemel viel; en maakte een nieuwe opening van de weg naar de hemel, zoals Hij nog eens zegt: Hef uw poorten op, o jullie prinsen, en word opgeheven, jullie eeuwige deuren.”

5. Van Antonius’ visioen over de vergeving van zijn zonden:

“. . . Voor een keer, toen hij op het punt stond te eten, toen hij opstond om te bidden over het negende uur, zag hij dat hij gevangen was in de geest, en, prachtig om te vertellen, stond hij en zag zichzelf als het ware van buitenaf, en dat hij door bepaalde mensen in de lucht werd geleid. Vervolgens stonden bepaalde bittere en verschrikkelijke wezens in de lucht en wilden hem ervan weerhouden door te gaan. Maar toen zijn dirigenten zich tegen hen verzetten, eisten zij of hij niet aan hen verantwoording afdeed. En toen zij de rekening vanaf zijn geboorte wilden samenvatten, hielden de leiders van Antonius hen tegen en zeiden: “De Heer heeft de zonden vanaf zijn geboorte weggevaagd, maar vanaf het moment dat hij monnik werd en zich aan God wijdde, is het jullie toegestaan om een afrekening te maken.” Toen zij hem beschuldigden en hem niet konden veroordelen, was zijn weg vrij en ongehinderd. En onmiddellijk zag hij zichzelf als het ware komen en alleen staan, en opnieuw was hij Antonius zoals voorheen. Toen vergat hij te eten, hij bleef de rest van de dag en de hele nacht kreunen en bidden. Want hij was verbaasd toen hij zag tegen welke machtige tegenstanders ons worstelen is, en door welke arbeid we door de lucht moeten gaan. En hij herinnerde zich dat dit is wat de apostel zei: ‘Volgens de prins van de macht van de lucht [Efeziërs 2:2.]’ Want daarin heeft de vijand de macht om te vechten en te proberen degenen die erdoorheen gaan te hinderen. Daarom vermaande hij ernstig: ‘Neem het hele harnas van God op, opdat u in de kwade dag [Efeziërs 6:13] kunt weerstaan,’ opdat de vijand, ‘die niets kwaads tegen ons te zeggen heeft, zich kan schamen [Titus 2:8].’ En wij die dit geleerd hebben, laten wij de apostel in gedachten houden wanneer hij zegt: “Of ik het nu in het lichaam weet, of niet, ik weet het niet; God weet [2 Korintiërs 12:2].’ Maar Paulus werd tot de derde hemel ingehaald, en nadat hij de dingen onuitsprekelijk had gehoord, kwam hij naar beneden; terwijl Antonius zag dat hij naar de lucht was gekomen en vocht tot hij vrij was.

Bronnen:

https://afkimel.wordpress.com/2013/04/02/st-athanasius-the-great-theologian-of-the-cross/

https://afkimel.wordpress.com/2013/04/04/st-athanasius-the-creation-of-humanity-in-the-

St Augustinus : Daarom is gelukkig zijn niets anders dan niet in nood zijn, dat wil zeggen, wijs zijn……

Network

AUG10

Daarom is gelukkig zijn niets anders dan niet in nood zijn, dat wil zeggen, wijs zijn. Maar als je zoekt naar wat wijsheid is, heeft de rede dit al uitgelegd en verklaard voor zover mogelijk. Want wijsheid is niets anders dan de maat van de ziel, dat wil zeggen, dat waardoor de geest bevrijd wordt, zodat zij niet te veel overloopt en niet tekortschiet in volheid. Want er is een aanloop naar luxe, tirannie, daden van trots, en andere dergelijke dingen waarbij de zielen van ongebreidelde en ongelukkige mannen denken dat ze voor zichzelf plezier en macht krijgen. Maar er is een tekort aan volheid door basis, angst, verdriet, passie en andere dingen, van welke aard dan ook, waardoor ongelukkige mensen zelfs toegeven dat ze ongelukkig zijn
Augustinus van Hippo

St Augustinus : Zoals zij toekeken, zo staren ook wij naar Zijn wonden terwijl Hij hangt……

PONDER

“Zoals zij toekeken, zo staren ook wij naar Zijn wonden terwijl Hij hangt.

We zien Zijn bloed als Hij sterft.

We zien de prijs die door de Verlosser wordt uitgeloofd, de littekens van Zijn opstanding aanraken.

Hij buigt Zijn Hoofd alsof Hij je wil kussen.

Zijn Hart wordt als het ware in liefde voor jou opengelegd.

Zijn armen zijn uitgestrekt zodat Hij u kan omhelzen.

Zijn hele lichaam wordt getoond voor uw verlossing.

Bedenk hoe geweldig deze dingen zijn.

Laat dit alles op de juiste wijze in uw gedachten worden gewogen, zoals Hij eens voor u aan het kruis was bevestigd in elk deel van Zijn Lichaam, zo kan Hij nu in elk deel van uw ziel worden bevestigd!”

 

St.Augustinus

Augustinus : Je hebt alles in je wat je nodig hebt om het Koninkrijk der Hemelen te kopen……

LIFE

“Je hebt alles in je

wat je nodig hebt om

het koninkrijk der hemelen te kopen.

Vreugde zal worden gekocht door je verdriet,

rust door je arbeid,

glorie door je vernedering

en eeuwig leven door je voorbijgaande dood”

 

Augustinus

Theresia van Lisieux : “Moge er vandaag innerlijke vrede zijn. Moge je erop vertrouwen dat je precies bent waar je moet zijn……

Lisieux

“Moge er vandaag innerlijke vrede zijn. Moge je erop vertrouwen dat je precies bent waar je moet zijn. Mogen jullie de oneindige mogelijkheden niet vergeten die voortkomen uit het geloof in jezelf en anderen. Moge u de gaven die u heeft ontvangen gebruiken en de liefde doorgeven die u is gegeven. Dat je tevreden mag zijn met jezelf zoals je bent. Laat deze kennis zich in je botten nestelen en geef je ziel de vrijheid om te zingen, dansen, prijzen en liefhebben. Het is er voor ieder van ons.”…”

Theresia van Lisieux 

 

Thomas Merton : Alle zonde begint vanuit de veronderstelling dat mijn valse zelf, het zelf dat alleen bestaat in mijn eigen egocentrische verlangens…..

MERTON444

Alle zonde begint vanuit de veronderstelling dat mijn valse zelf, het zelf dat alleen bestaat in mijn eigen egocentrische verlangens, de fundamentele realiteit van het leven is waarnaar al het andere in het universum is geordend. Zo gebruik ik mijn leven in het verlangen naar plezier en de dorst naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde, om dit valse zelf te kleden en zijn nietsheid om te bouwen tot iets objectief reëels

Thomas Merton : Trappist

Isaak de Syriër : Een nederig mens is nooit overhaast, overhaast of verontrust, heeft nooit hete en vluchtige gedachten, maar blijft te allen tijde kalm….

CLAIM

Een nederig mens is nooit overhaast, overhaast of verontrust, heeft nooit hete en vluchtige gedachten, maar blijft te allen tijde kalm. Zelfs als de hemel zou vallen en zich aan de aarde zou hechten, zou de nederige mens niet ontzet zijn. Niet elke stille man is nederig, maar elke nederige man is stil. Er is geen nederige man die niet zelfbeperkt is; maar je zult velen tegenkomen die zichzelf beperken, zonder nederig te zijn. Dit is ook wat de zachtmoedige, nederige Heer bedoelde toen Hij zei: ‘Leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust voor uw ziel vinden.’ [Mattheüs 11:29] Want de nederige mens is altijd in rust, omdat er niets is dat zijn geest kan beroeren of doen wankelen. Net zoals niemand een berg bang kan maken, zo kan de geest van een nederig mens ook niet bang worden gemaakt. Als het toelaatbaar en niet ongerijmd is, zou ik zeggen dat de nederige mens niet van deze wereld is. Want hij wordt niet verontrust en veranderd door verdriet, noch verbaasd en enthousiast door vreugde, maar al zijn blijdschap en zijn echte vreugde liggen in de dingen van zijn Meester. Nederigheid gaat gepaard met bescheidenheid en zelfbeheersing: dat wil zeggen kuisheid van de zintuigen; een gematigde stem; gemene spraak; zelf kleinering; slechte kleding; een gang die niet pompeus is; een blik gericht op de aarde; overvloedige genade; gemakkelijk stromende tranen; een eenzame ziel; een berouwvol hart; onverstoorbaarheid voor woede; onverdeelde zintuigen; weinig bezittingen; gematigdheid in elke behoefte; uithoudingsvermogen; geduld; onbevreesdheid; mannelijkheid van hart, geboren uit haat tegen dit tijdelijke leven; geduldig uithoudingsvermogen van beproevingen; beraadslagingen die zwaar en niet licht zijn, het uitdoven van gedachten; het bewaken van de mysteries van kuisheid; bescheidenheid, eerbied; en vooral: voortdurend stil zijn en altijd onwetendheid claimen.

Isaak the Syrië

 

 

St.Theophan de kluizenaar :Als je je leven goed onderzoekt, zul je veel voorbeelden vinden waarin God Zijn onmiskenbare genade aan jou toonde….

SOME

Als je je leven goed onderzoekt, zul je veel voorbeelden vinden waarin God Zijn onmiskenbare genade aan jou toonde. Er waren problemen aan het broeien, maar om de een of andere reden ging het aan je voorbij, God verloste je. Erken deze en dank God, die van je houdt. –

 Sint  Theophan de kluizenaar

Basilius de Grote : Als je gaat zitten om te eten, bid dan. Wanneer u brood eet, doe dat dan en dank Hem dat Hij zo genereus voor u is…..

BASIL5

“Als je gaat zitten om te eten, bid dan. Wanneer u brood eet, doe dat dan en dank Hem dat Hij zo genereus voor u is. Als u wijn drinkt, denk dan aan Hem die het u heeft gegeven voor uw plezier en als verlichting bij ziekte. Wanneer u zich kleedt, dank Hem dan voor Zijn vriendelijkheid door u van kleding te voorzien. Als je naar de hemel en de schoonheid van de sterren kijkt, werp jezelf dan aan Gods voeten en aanbid Hem die in Zijn wijsheid de zaken zo heeft geregeld. Op dezelfde manier, als de zon ondergaat en opkomt, als je slaapt of wakker bent, dank dan God, die alle dingen voor jouw welzijn heeft geschapen en geregeld, zodat je hun Schepper kent, liefhebt en prijst.

+ St. Basilius de Grote, uit Homilie V. In martelaar Julittam. Een  andere vertaling  wordt geciteerd in de Prolegomena in Nicene and Post-Nicene Fathers Series II Deel 8

St.Basilius de Grote : Zo kan ook ieder van jullie, die niet afstand doet van alles wat hij bezt, Mijn discipel zijn : Lc. 14,33

BASIL1

Zo kan ook ieder van jullie,

die niet afstand doet van alles

wat hij bezit,

Mijn discipel niet zijn.

Lukas 14:33

Hij lijkt van ons de meest volledige verzaking te eisen…

Dus, als we terug te houden voor onszelf

aardse goederen of vergankelijke voorraden,

zal onze geest erin verzonken blijven,

als in modder.

Dan, onvermijdelijk, zal onze ziel niet in staat worden

om God te aanschouwen en zal onbewogen zijn

door verlangen naar de pracht van de Hemel

en naar de goede dingen die ons beloofd zijn.

We zullen alleen in staat zijn die goede dingen te verwerven, , als we er onophoudelijk om vragen,

met een brandend verlangen dat bovendien

de inspanning die nodig is om ze te verkrijgen gemakkelijk maakt

St.Basilius de Grote

 

Joh.Chrysostomos : O dood, waar is je angel?O hel, waar is je overwinning….

RISEN

O dood, waar is je angel?
O hel, waar is je overwinning?
Christus is opgestaan ​​en jij bent omvergeworpen.
Christus is opgestaan ​​en de demonen zijn gevallen.
Christus is opgestaan ​​en de engelen verheugen zich.
Christus is opgestaan ​​en het leven regeert.
Christus is opgestaan, en geen enkele dode blijft in het graf.
Want Christus, opgestaan ​​uit de dood,
is de eersteling geworden van degenen die in
slaap zijn gevallen.
Aan Hem zal de heerlijkheid en heerschappij zijn
tot in de eeuwigheid.”


Dood waar is uw prikkel !

Waar is uw prikkel, o Dood!
Graf! waar uw overwinning?
De kluit mag in het stof slapen,
de geest zal vrij zijn!

Zowel de mens als de tijd hebben macht
over lijdende, stervende mannen;
Maar de Dood arriveert, en op dat uur
wordt de ziel weer bevrijd.

Het is geruststellend om te denken:
wanneer het lijden ons het meest vermoeit,
zal de bast in de ruige stroom zinken,
en zal de kracht van het lijden verloren gaan.

Dan: Dood! waar is uw angel?
Graf waar is jouw overwinning ?
Over jouw donkere geboorte zal de ziel
naar Hem springen die ervan houdt om te redden.

John Bowring

Ignatius van Antiochië : Blijf ook bidden” voor anderen, want er is een kans dat zij zich bekeren en tot God komen…..

KEEP

“Blijf ook bidden” voor anderen, want er is een kans dat zij zich bekeren en tot God komen. Laat hen dan tenminste van jou leren door je daden. Beantwoord hun slechte humeur met zachtmoedigheid; hun grootspraak met nederigheid; hun misbruik met gebed. Wees tegenover hun dwaling “standvastig in het geloof”. Beantwoord hun geweld met mildheid en wees niet van plan om jezelf terug te pakken. Laten we door ons geduld tonen dat we hun broeders zijn, die van plan zijn de Heer na te volgen, om te zien wie van ons het meest benadeeld, beroofd en veracht kan worden.  Zo zal er geen onkruid van de duivel onder jullie gevonden worden; maar door en door reinheid en zelfbeheersing zullen jullie met lichaam en ziel verenigd blijven met Jezus Christus.

Ignatius van Antiochië