
“Maar stel dat je iemand ontmoet die het evangelie nog niet gelooft. Wat zou je hem antwoorden wanneer hij zegt: ‘Ik geloof niet’?
Wat mij betreft: ik zou het evangelie niet geloven, tenzij ik daartoe bewogen werd door het gezag van de katholieke Kerk.
Dus wanneer degenen op wier gezag ik heb ingestemd het evangelie te geloven, mij zeggen dat ik Manicheüs niet moet geloven, hoe zou ik dan anders kunnen dan instemmen? Kies maar.
Als je zegt: ‘Geloof de katholieken’, dan is hun raad aan mij dat ik geen geloof aan jou moet hechten; en als ik hen geloof, kan ik jou niet geloven.
Als je zegt: ‘Geloof de katholieken niet’, dan kun je het evangelie niet eerlijk gebruiken om mij tot geloof in Manicheüs te brengen; want het was op gezag van de katholieken dat ik het evangelie ben gaan geloven.
En als je zegt: ‘Je deed er goed aan de katholieken te geloven toen zij het evangelie prezen, maar je deed er slecht aan hen te geloven toen zij Manicheüs afkeurden’ — denk je dan dat ik zo’n dwaas ben dat ik geloof of niet geloof naar gelang jouw voorkeuren, zonder enige reden?
Daarom is het veel eerlijker en veiliger voor mij, nu ik eenmaal in één zaak vertrouwen heb gesteld in de katholieken, niet naar jou over te gaan totdat jij, in plaats van mij te bevelen te geloven, mij iets duidelijk en openlijk doet begrijpen.”
— Tegen de Fundamentele Brief van Manichaeus, hoofdstuk 5 (ca. 397 na Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus schrijft hier in een periode waarin hij net de Manicheïsche beweging heeft verlaten en zijn weg naar de katholieke Kerk heeft gevonden. Hij kent de aantrekkingskracht van het manicheïsme van binnenuit, maar ook de zwakheden ervan.
1. Het gezag dat voorafgaat aan begrip:
Augustinus stelt dat niemand het evangelie zomaar “uit zichzelf” gelooft. Er is altijd een gemeenschap, een traditie, een lichaam van getuigen dat het geloof draagt.
Voor hem is dat de katholieke Kerk: zij bewaart de Schrift, draagt haar door de eeuwen heen, en vormt de bedding waarin het evangelie verstaan wordt.
2. De redelijkheid van geloof:
Augustinus verzet zich tegen blind geloof.
Hij weigert te geloven “omdat iemand het zegt”.Hij vraagt om begrip, om helderheid, om waarheid die zich toont.Daarom zegt hij tegen de manicheeërs: “Maak het mij duidelijk. Toon het mij. Dwing mij niet tot geloof zonder inzicht.”
3. De eenheid van getuigenis:
Als dezelfde Kerk die hem het evangelie heeft gegeven, hem ook waarschuwt voor Manicheüs, dan is het redelijk om dat getuigenis serieus te nemen.
Geloof is voor Augustinus geen individuele sprong in het duister, maar een inschakeling in een levende gemeenschap.
4. Een spirituele les voor vandaag:
Augustinus nodigt ons uit om te vragen:Wie heeft mij het geloof doorgegeven? Welke gemeenschap draagt mijn vertrouwen?Waar vind ik een gezag dat niet dwingt, maar verlicht? Het is een pleidooi voor nederigheid: geloof is nooit een privéproject, maar een gedeeld erfgoed.
++++
Gebed:
Heer,
Gij die ons roept tot waarheid,
leer mij te onderscheiden wat van U komt.
Geef mij een hart dat niet gelooft uit angst,
maar uit licht;
niet uit dwang,
maar uit inzicht.
Laat mij de gemeenschap erkennen
waardoor Gij mij hebt bereikt,
en geef mij de wijsheid
om te luisteren naar hen
die Uw evangelie trouw bewaren.
Bewaar mij voor dwaalwegen,
voor stemmen die verwarren,
voor woorden die zich voordoen als licht
maar geen licht dragen.
Leid mij, zoals Gij Augustinus hebt geleid,
naar de helderheid van Uw waarheid
en de vrede van Uw Kerk.
Amen.
************************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.