Augustinus: Maar mijn zonde was dit: dat ik plezier, schoonheid en waarheid niet in Hem zocht….

“Maar mijn zonde was dit:

dat ik plezier, schoonheid en waarheid zocht

niet in Hem,

maar in mijzelf en in Zijn andere schepselen.

En die zoektocht bracht mij niet naar vervulling,

maar naar pijn, verwarring en dwaling.”

— Augustinus

++++

Commentaar:

Deze korte maar krachtige uitspraak van Augustinus raakt aan de kern van zijn hele bekeringservaring. Het is een spirituele diagnose die tegelijk eerlijk, scherp en teder is.

1. De omkering van verlangen

Augustinus erkent dat zijn zonde niet simpelweg bestond uit verkeerde daden, maar uit een verkeerde richting van verlangen. Hij zocht wat alleen God kan geven — vreugde, schoonheid, waarheid — maar dan buiten God, in zichzelf en in de schepping.

2. De schepping is goed, maar niet God

Augustinus ziet de schepselen niet als slecht, maar als onvoldoende wanneer ze tot ultieme bron worden gemaakt. De schepping is een venster, geen eindpunt. Wanneer de mens het venster behandelt alsof het het licht zelf is, ontstaat verwarring.

3. De innerlijke misleiding

“Niet in Hem maar in mijzelf” — dit is de meest subtiele vorm van dwaling. De mens die zichzelf tot maatstaf maakt, raakt onvermijdelijk verstrikt in zijn eigen beperktheid. Augustinus noemt dit elders superbia, de hoogmoed die het hart afsluit voor genade.

4. De vrucht van een verkeerde zoektocht

De drie woorden — pijn, verwarring, dwaling — vormen een neerwaartse spiraal.

Pijn is het gevolg van een verlangen dat zijn doel mist.

Verwarring ontstaat wanneer de mens niet meer weet waar het ware goed te vinden is.

Dwaling is het eindpunt: het hart dat ronddoolt zonder richting.

5. De impliciete hoop

Hoewel de tekst donker klinkt, is ze doortrokken van hoop: Augustinus ziet zijn dwaling omdat hij gevonden is. De erkenning van de verkeerde zoektocht is al het begin van de juiste.

++++

Gebed

Heer, mijn God,

Gij die de bron zijt van alle vreugde,

alle schoonheid,

alle waarheid,

keer mijn hart om

van alles wat mij van U wegtrekt.

Wanneer ik zoek in mijzelf

wat alleen in U te vinden is,

open dan mijn ogen

voor de leegte van mijn eigen wegen.

Wanneer ik mij vastklamp aan Uw schepselen

alsof zij U kunnen vervangen,

leid mij dan zacht terug

naar de Bron waaruit zij voortkomen.

Bevrijd mij van de pijn

die ontstaat wanneer mijn verlangen dwaalt,

van de verwarring

die mijn innerlijk verduistert,

van de dwaling

die mij van Uw licht verwijdert.

Trek mij naar U toe,

Gij die mijn hart hebt gemaakt,

opdat ik vind wat ik zoek

in U alleen.

Amen.

********************

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie