
“Laat heb ik U liefgekregen, o Heer. En zie: Gij waart binnen in mij, maar ik was buiten, en dáár zocht ik U. Gij waart met mij, maar ik was niet met U. Gij hebt geroepen, geschreeuwd, mijn doofheid doorbroken. Gij hebt gestraald, geblonken, mijn blindheid verdreven. Gij hebt mij aangeraakt, en ik ontbrandde in verlangen naar Uw vrede. Voor U hebt Gij ons gemaakt, en rusteloos is ons hart totdat het in U zijn rust vindt. Laat heb ik U liefgekregen, Gij Schoonheid, zo oud en toch altijd nieuw. Gij hebt mijn boeien verbroken; tot U wil ik een lofoffer opdragen.”
— Augustinus
++++
Commentaar:
Deze beroemde passage uit Confessiones (Boek X) is een van de meest intieme en ontroerende liefdesverklaringen uit de christelijke traditie. Augustinus beschrijft hier niet een abstract geloof, maar een existentiële ommekeer: het moment waarop hij ontdekt dat God niet buiten hem, maar diep in zijn eigen innerlijk aanwezig is.
Enkele kernaccenten:
-
“Gij waart binnen, ik buiten” Augustinus erkent dat hij God zocht in uiterlijke zaken: intellectuele systemen, wereldse begeerten, menselijke erkenning. Pas wanneer hij naar binnen keert, ontdekt hij de God die al die tijd aanwezig was.
-
De doorbraak van genade De opeenvolging van werkwoorden — roepen, schreeuwen, doorbreken, stralen, aanraken — toont hoe actief God is in het ontwaken van de mens. Genade is geen zachte suggestie, maar een kracht die bevrijdt.
-
Het rusteloze hart Dit is misschien Augustinus’ meest geciteerde zin. De mens is geschapen voor God; elke andere zoektocht blijft fragmentarisch, onrustig, onvoldaan. Alleen in God vindt het hart zijn “ease”, zijn diepe vrede.
-
Schoonheid “oud en nieuw” God is eeuwig, maar tegelijk telkens verrassend, fris, vernieuwend. De ontmoeting met God is nooit een herhaling, maar altijd een nieuw begin.
-
Bevrijding en lof De passage eindigt in dankbaarheid: de boeien zijn verbroken, en het enige passende antwoord is lofprijzing.
Deze tekst is een spiegel voor elke zoeker: hoe vaak zoeken wij buiten wat alleen binnen gevonden kan worden.
++++
Gebed:
Heer, Gij die mij kent van vóór mijn eerste ademtocht, breng mij terug naar de plaats waar Gij woont: het stille heiligdom van mijn hart.
Breek mijn doofheid wanneer ik U niet hoor, verdrijf mijn blindheid wanneer ik U niet zie, raak mij aan wanneer ik verstrooid en ver weg leef.
Maak mijn hart rusteloos voor alles wat niet van U is, en laat het rust vinden in Uw vrede alleen.
Gij Schoonheid, oud en altijd nieuw, bevrijd mij van alles wat mij bindt, opdat mijn leven een lofzang wordt tot eer van Uw Naam.
Amen.
***************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.