St. Basilius de Grote: Over het danken van de Schepper

Als u aan tafel gaat zitten, bidt dan. Als je het brood optilt, dank dan de Gever. Wanneer gij uw lichamelijke zwakheid met wijn onderhoudt, gedenk Hem dan Die u van deze gave voorziet, om uw hart te verblijden en uw zwakheid te troosten. Is uw behoefte aan voedsel verdwenen? Laat ook de gedachte aan uw Weldoener niet voorbijgaan. Als je je tuniek aantrekt, dank dan de Gever ervan. Als je je mantel om je heen wikkelt, voel dan nog meer liefde voor God, Die ons zowel in de zomer als in de winter bedekkingen heeft gegeven die ons goed uitkomen, om ons leven te behouden en om te bedekken wat onbetamelijk is. Zit de dag erop? Dank Hem Die ons de zon heeft gegeven voor ons dagelijks werk, en ons een vuur heeft gegeven om de nacht te verlichten en om in de rest van de behoeften van het leven te voorzien. Laat de nacht de andere gelegenheid tot gebed geven. Als je naar de hemel kijkt en naar de schoonheid van de sterren kijkt, bid dan tot de Heer van de zichtbare wereld; bid tot God, de Aartswerker van het heelal, Die ze in wijsheid allemaal heeft gemaakt. Wanneer gij ziet dat de gehele natuur in slaap is verzonken, aanbid dan opnieuw Hem Die ons zelfs tegen onze wil bevrijdt van de voortdurende inspanning van het zwoegen, en ons door een korte verkwikking weer tot de kracht van onze kracht herstelt. Laat de nacht zelf niet als het ware de bijzondere en bijzondere eigenschap van de slaap zijn. Laat niet de helft van uw leven nutteloos zijn door de zinloosheid van de sluimering. Verdeel de tijd van de nacht tussen slapen en bidden. Neen, laat uw sluimering zelf ervaringen in godsvrucht zijn; Want het is niet meer dan natuurlijk dat onze slaapdromen voor het grootste deel echo’s zijn van de zorgen van de dag. Zoals ons gedrag en onze bezigheden zijn geweest, zo zullen onvermijdelijk onze dromen zijn. Aldus zal het denken bidden zonder ophouden; als het denken bidt, bid dan niet alleen in woorden, maar verenig u met God door de hele levensloop heen, en zo wordt uw leven tot één onophoudelijk en ononderbroken gebed.”
+ St. Basilius de Grote, uit Homilie V. In martelaarschap Julittam, geciteerd in de Prolegomena in Nicene and Post-Nicene Fathers Series II Volume 8
Vertaling : Kris Biesbroeck

