27e zondag na Pinksteren

27e zondag na Pinksteren
Zondag van de voorouders
en
“De onwillige genodigden”

 

onwillige genodigden14

Lezingen ,:
Kollossenzen 3, 4-11 :

Christus is uw leven, en wanneer Hij verschijnt zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid. 5Maakt dus radicaal een einde aan immorele praktijken, ontucht, onzedelijkheid, hartstocht, begeerlijkheid en de hebzucht die gelijk staat met afgoderij. 6Deze dingen roepen Gods toorn af. 7Ook gij hebt u indertijd hieraan overgegeven en in deze zonden geleefd. 8Maar nu moet ge dit alles vaarwel zeggen. Weg met de toorn, gramschap, kwaadaardigheid, laster en beschimping! 9En beliegt elkaar niet meer.
Legt de oude mens met zijn gedragingen af, 10bekleedt u met de nieuwe mens, die op weg is naar het ware inzicht, zich vernieuwend naar het beeld van zijn schepper. 11Dan is er geen sprake meer van heiden of Jood, besnedene of onbesnedene, barbaar en onbeschaafde, van slaaf of vrije mens. Daar is alleen Christus, alles in allen.

Evangelie :
Lucas 14, 16-24 :

ONWILLIGE GENODIGDEN
15Een der tafelgenoten die dit hoorde, zei tot Hem: ‘Gelukkig al wie zijn maaltijd zal houden in het Rijk Gods.’ 16Hij antwoordde hem: ‘Zeker iemand gaf een groot maal en nodigde veel gasten. 17Op het uur van de maaltijd zond hij zijn dienaar om aan de genodigden te zeggen: Komt, alles is gereed. 18Maar zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen. De eerste liet hem zeggen: Ik heb een akker gekocht en moet die noodzakelijk gaan bekijken; ik verzoek u mij wel te willen verontschuldigen. 19Een tweede zei: Ik heb vijf span ossen gekocht en moet ze gaan proberen; ik verzoek u mij te willen verontschuldigen. 20Weer een ander: Ik ben zopas getrouwd; daarom kan ik niet komen. 21Bij zijn thuiskomst bracht die dienaar dat alles aan zijn meester over. Nu ontstak de heer des huizes in toorn en beval aan zijn dienaar: Haast je naar de straten en stegen van de stad en breng de armen, gebrekkigen, blinden en kreupelen hierbinnen. 22Toen de dienaar hem zei: Heer, wat gij bevolen hebt is gebeurd, en nog is er plaats, 23droeg de heer zijn dienaar op: Ga naar de wegen en de binnenpaden en nodig de mensen dringend uit binnen te komen, want mijn huis moet vol worden. 24Ik zeg u: Geen enkel van de mannen die het eerst genodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.’


voorouders van Christus

De voorouders van Christus

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie