Maximiliaan de Belijder : interpretatie van het Onze Vader

border Moeder Gods met kind

H. Maximilianus de Belijdenaar (ca 580-662)
monnik en theoloog
Interpretatie van het Onze Vader (Filokalia van de neptische vaderen)

maximus the confessor

Maximos confessor

De afdruk van Gods Koninkrijk worden

Er is gezegd: “Op wie rusten mijn ogen als niet op die mens die zachtmoedig en nederig van hart is en die beeft voor mijn woord?” (Jes 66,2 LXX) Hieruit blijkt duidelijk dat het Koninkrijk van God de Vader aan hen toebehoort die nederig van hart en zachtmoedig zijn. Er wordt immers gezegd: Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten” (Mat 5,5) …

De aarde is de solide en volkomen onveranderlijke toestand en kracht die gewekt wordt door de schoonheid en de gerechtigheid van de zachtmoedigen, want zij is altijd bij de Heer, zij draagt in zich een niet aflatende vreugde, zij heeft het Koninkrijk, dat daarop van in den beginne was toegerust, veroverd en zij is haar plaats in de hemelse orde waardig bevonden als een aarde wiens plaats in het midden van het heelal de deugdzame rede is, volgens welke de zachtmoedige mens temidden van lofprijzing en laster onbewogen blijft, noch opgeblazen door lofprijzing, noch bedroefd door laster. Want, nadat zij het verlangen naar de dingen waarvan zij van nature vrij is heeft losgelaten, is de rede niet langer gevoelig voor hun aanvallen wanneer die haar verwarren: zij rust in hun rusteloosheid en heeft, bevrijdt van elk handelen, al haar zielskracht door de poort van de goddelijke vrijheid gebracht, de vrijheid die de Heer aan zijn leerlingen heeft willen overbrengen, zeggende: “Neemt mijn juk op uw schouders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen” (Mat 11,29). Hij noemt ‘rust’ de kracht van het Goddelijke Koninkrijk, en het is deze kracht die gewekt wordt in hen die een soevereiniteit zonder enige vorm van slavernij waardig zijn.
Als nu de onverwoestbare kracht van het Koninkrijk in zijn zuiverste gedaante gegeven wordt aan de zachtmoedigen en de nederigen van hart, wie zou dan zo liefdeloos zijn en zo zonder enig verlangen naar goddelijke genadegaven, om niet tot het uiterste te streven naar nederigheid en zachtmoedigheid, en zo, voor zover dit mogelijk is voor een mens, een afdruk van Gods Koninkrijk te worden, die hem, door de genade, een geestelijke gedaante geeft vergelijkbaar met die van Christus die natuurlijk in wezen de grote Koning is?

Evangelizo.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie