Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
In Christus’ leer over het brood des levens zegt Augustinus dat we ook de instructie vinden dat, hoewel wij allen in het lichaam zullen sterven,de geesten van de heiligen in de hemelse rust bij God worden ontvangen tot de laatste dag waarop Christus ieders lichaam opwekt om zich weer bij hun geest te voegen voor het eeuwige leven.
Het Leven dat ons beloofd is, is het Eeuwige Leven
Maar opdat zij niet zouden veronderstellen dat het eeuwige leven in dit vlees en deze drank zodanig werd beloofd dat zij, die het innemen, in het lichaam niet zouden sterven, daalde Hij neder om aan deze gedachte tegemoet te komen; want toen Hij had gezegd: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven,” voegde Hij er onmiddellijk aan toe: “en Ik zal hem op de laatste dag opwekken.” Intussen, overeenkomstig de Geest, zal hij het eeuwige leven mogen hebben in die rust waarin de geesten der heiligen worden opgenomen; maar wat het lichaam betreft, zal hij niet beroofd worden van zijn eeuwige leven, maar integendeel: hij zal het verkrijgen in de opstanding der doden op de laatste dag.
U bent groot, Heer, en u komt de hoogste lof toe. Groot is uw kracht en onmeetbaar uw wijsheid. En nu is er een nietig deeltje van uw schepping, een mens, die u wil prijzen, ja, een mens, die zijn sterfelijkheid met zich meedraagt, het getuigenis van zijn zonde, maar ook het getuigenis van uw weerstand tegen de hoogmoedigen.
En toch wil dit nietig deeltje van uw schepping, deze mens, u prijzen. U zorgt ervoor dat hij daar vreugde in vindt, want u hebt ons zo gemaakt, dat wij naar U toe willen gaan, en ons hart kent geen rust, totdat het rust vindt in u.
++++++++++++++
Laat het mij weten en begrijpen, Heer. Moet ik u eerst binnenroepen voordat ik u kan prijzen ? Of moet ik u eerst kénnen voordat ik u kan binnenroepen ? Maar hoe kan ik u nu binnenroepen als ik U niet ken ?
Iemand die u niet kent, zou de verkeerde kunnen binnenroepen. Of is het zo dat je iemand juist moet binnenroepen om hem te te kunnen leren kennen ? En hoe kan je iemand geloven als niemand hem verkondigt ? Wie de Heer zoekt, zal hem ook prijzen. Als je de Heer zoekt, zul je Hem vinden, en als je de Heer vindt, zul je Hem ook prijzen. Ik wil u zoeken ,Heer, en daarom roep ik u binnen. Ik wil u binnenroepen omdat ik in u geloof, want u bent ons verkondigd. In mijn geloof roep ik u binnen, Heer, het geloof dat u mij hebt gegeven, dat u mij als levensadem hebt geschonken door de mensheid van uw Zoon, door het dienstwerk van hem die u verkondigt. (Belijdenissen I,I)
Uit : fragmenten uit Augustinus belijdenissen door Dr.Carolinne White – vertaling :Augustijns instituut Eindhoven (NL)
De liturgie van Hemelvaart moet gezien worden rond de tekst van Lucas (24,50-53) en de Handelingen der Apostelen (1,9-11). Sint Paulus van zijn kant vermeld het gebeuren : ‘Diegene die is neergedaald, is dezelfde die ook opgestegen is ten hemel'(Ef.4,10), en psalm (24,9) onderlijnt er de draagwijdte van :’Heft, poorten, uw hoofden omhoog, en verheft ze, gij aloude ingangen, opdat de Koning der ere inga’. De twee ‘deuren’ duiden op de twee metafysische polen van de aarde en de twee uiteinden van de weg naar het heil. God daalt neer tot in de diepten der hel, breek ze open en vandaar word Hij verheven tot de poorten van de hemel : ‘De Heer heeft, door zijn afdaling de vijand vernietigd en door zijn hemelvaart heeft Hij de mens verheven’.
Het pessimisme van Job stelt vast : ‘ Wie neerdaalt in de sheool (hel) stijgt niet meer op’ (Job 7,9). Welnu, het lied van Anna (1 Samuel 2,6) profeteerde reeds : ‘De Heer doodt en doet herleven. Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen’. Het feest verkondigt de overwinning op de dood in de hel, en de traditie overtreft de omvang van de uiteindelijke voltooiing. Zo bijvoorbeeld Johannes Chrysostomus, in een wonderbare synthese, toont ons het doel van het heil : de mensheid van allen in de mensheid van Christus is definitief ingeleid in het hemelse bestaan, het is onze vereeuwiging en onze onsterfelijkheid dat gerealiseerd wordt zonder mogelijke terugkeer. Vanaf dat moment ‘bevindt onze stad zich in de hemel'(Fil.3,20). Meer nog : de Vader ‘ heeft ons doen verrijzen en doen zetelen in de hemelen in Christus Jezus’ (Ef.2,6); door het vooruitlopen in Christus, beschouwt sint Paulus reeds de vervulling van het Koninkrijk.
De Apostelen, neergeknield, keerden naar Jerusalem terug met grote vreugde ‘, zoals vermeld in de Handelingen der Apostelen, en de liturgie van het feest straalt van vreugde. Het heil is vervuld, maar de zegen van Christus, dat objectief gezien vervuld was : ‘De handen opheffend zegende hij hen’ zegt Sint Lucas. Welnu, ‘Terwijl hij hen zegende, verwijderde Hij zich van hen en werd ten hemel opgenomen’. De Heer stijgt op al zegenend, en de icoon maakt hiervan de spil van de samenstelling. Deze zegening vormt de aanloop naar Pinksteren, de zending van de Heilige Geest (zo mooi voorgesteld in de basiliek van Vézelay). Men kan zeggen dat de icoon van hemelvaart de épiclese van Pinksteren uitbeeld, het moment waar ‘ ik zal bidden tot de Vader opdat hij een andere helper zou zenden, om voor altijd met U te zijn ‘ (Joh.14,16) De épiclese is een aanroeping tot de Vader opdat Hij de Heilige Geest zou zenden, en dit feit wordt voortdurend herhaald tijdens de liturgie van het feest:‘Gij zijt verheven in de glorie, Christus onze God, nadat giij uw leerlingen met vreugde hebt vervuld door de aankondiging van de heilige Geest, zij werden bevestigd door Uw zegen’. ‘ De heer is opgestegen… om het gevallen beeld van Adam te herstellen en ons de helper-Geest te zenden, opdat hij onze zielen zou heiligen…’. Men ziet heel duidelijk de diepere bron van de vreugde der apostelen, die opstraalt ondanks het vertrek, want de belofte blijft : ‘ Ik ben met U alle dagen, tot aan het einde der tijden’ (Matth.28,20). Een tegenspraak voor de rede, maar is een evidentie voor de Geest. In het het Kondakion van het feest wordt dit treffend verwoord: ‘ door de goddelijke economie, voor wat ons betreft, te hebben vervuld en door alle bewoners der aarde te hebben verenigd met hen die in de hemel zijn, zijt Gij opgestegen in glorie om er voor altijd te verblijven, en Gij zegt tot hen die u liefhebben : Ik ben met U en niemand zal over ons kunnen zegevieren’. Na de hemelvaart is Christus op een andere wijze onder ons, meer verinnerlijkt0 Hij is niet meer voor zin leerlingen, lijfelijk aanwezig, maar in hun innerlijk : Hij is aanwezig in elke uiting van de Heilige Geest zoals Hij aanwezig is in de Eucharistie.
Al deze aspecten van één enkel mysterie van heil straalt uit in de zeer compacte Inhoud van de icoon. Zij stelt ons getrouw het oudste beeld ervan voor, dat reeds bekend was op de kruiken van Monza in de Ve en VIe eeuw, en dat sedertdien niet meer is veranderd. De hier afgebeelde icoon is uit de school van Andrei Roublev(school van Moskou 15e eeuw) en dateert van de XVe eeuw. Je moet in een plechtige stilte verkeren vooraleer de icoon begint te praten. Men moet zich overleveren aan zijn genade die langzamerhand leidt tot het hart van haar boodschap. De compositie, door zijn sobere maar strenge lyriek is een wonderbare harmonie waar elk detail een verhaal vertelt. Van haar voorbeeld komt een plechtige musicale harmonie aan het licht dat zich laat gelden. : Sursum Corda ! (omhoog de Harten)
Zoals in het Evangelisch verhaal is het het bevel van de Heer om samen te komen om de ultieme boodschap te ontvangen, die het thema is van de compositie. Het is de Kerk onder de onophoudelijke uitstorting van Zijn genade. Het is opmerkelijk dat een identieke compositie, door de richting van de beweging van Christus om te keren, de terugkeer van de Heer zal uitbeelden, de Parousie. Hier komen de alpha en de omega samen. De Kerk concentreert zich op dezelfde verwachting : ‘Deze Jezus zal komen op dezelfde manier als gij Hem hebt zien opstijgen naar de hemel'(Hand.1,11). Christus is het hoofd van de Kerk, de Theotokos is haar figuur, de apostelen haar grondvesten. Onder dit teken van een voortdurende zegening, nemen de apostelen hun taak als kerkelijk fundament op zich.
De uiteinden van de opgeheven armen van de engelen en de voeten van de Maagd vormen de drie punten van een gelijkzijdige driehoek, en deze figuur is zo duidelijk begrensd op de apostelen, dat zij zichtbaar het beeld van de drie-eenheid weergeeft waarvan de Kerk de afdruk is : het is de immobiliteit van de vaderlijke bron in de Maagd, en de goddelijke beheerders van het heil, het Woord en de Geest, zijn gesymboliseerd door de engelen. De geheiligde geometrische vormen die de compositie ondersteunen, naast de driehoek, doen ons de cirkel van de Kerk herkennen, die langs de buitenste figuren van de apostelen heengaat, en die een weerspiegeling is van de cirkel die Christus omringt. De verticale lijn , die het hoofd van de redder verenigt met dit van de Theotokos delen het geheel in twee exacte delen in. Deze lijn wordt gekruist door de horizontale lijn van de horizon en vormt een perfect kruis.
Christus is omringd door de cirkel van de cosmische sferen, waar zijn glorie straalt. Hij wordt in zijn opgaan ondersteunt door twee engelen. De kleuren van hun kleren reproduceren de kleuren van de apostelen. Het zijn de engelen van de incarnatie, zij onderlijnen dat Christus de aarde verlaten heeft met zijn aards lichaam. Dit toont aan dat Christus zich niet afgescheiden heeft van de aarde en de gelovigen die met hen door hun bloed verbonden zijn. Christus strekt zijn rechterarm uit in een zegenend gebaar, en in Zijn linkerhand houdt hij de boekrol vast. Hij is de bron van de genade-zegening en het woord-lering. Deze functie wordt door de hemelvaart niet onderbroken.
De twee witte engelen midden de apostelen dat de opstijgende Christus in al Zijn glorie zal terugkeren is een allusie op de woorden van Sint Paulus :’Op de verklaring van twee getuigen of van drie zal iedere zaak vaststaan'(2 Kor.13,1) en hun getuigenis is waar.
De Theotokos neemt de centrale plaats in , zij is de as van de groep die gesitueerd is op het eerste niveau. Zij steekt af bij de twee witte engelen op de achtergrond. ‘Zuiverder dan de Cherubijnen en groter dan de serafijnen’, zij is het vooraf bepaalde centrum waar de wereld van de engelen en de mensheid, de hemel en de aarde, op één centraal punt samenkomt. Christus echter ‘zetelt aan de rechterhand van de Vader, boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam die genoemd wordt en Hem gesteld heeft als hoofd boven al wat is, gegeven aan de Kerk, die Zijn Lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen vervolmaakt'(Ef.1,20-23) Als figuur van de Kerk wordt Maria altijd voorgesteld onder Christus. Haar houding is tweevoudig : ‘als biddende’ tegenover God is zijn diegene die de voorspreekster is, en ‘de zeer zuivere’, ten overstaan van de wereld is zij de heiligheid van de Kerk. Haar immobilisme toont ons de onwankelbare waarheid van de Kerk. De bevalligheid en de bijna doorzichtige lichtheid van haar gedaante geven een verrassend contrast met de mannelijke figuren van de apostelen en hun bewegingen rondom haar. Haar kerkelijke betekenis wordt nog onderlijnd door haar verticale slankheid in haar lengte en daar haar handen die een offerend en smekend gebaar maken voor de wereld. De drie sterren op het hoofd en de schouders symboliseren zoals altijd haar maagdelijkheid voor, gedurende en na de geboorte.
De apostelen zijn verdeeld in twee gelijke groepen en vormen een perfecte cirkel die hernomen wordt door de afgeronde armen van de engelen en tonen de Kerk die ingeschreven staat in het heilige teken van de eeuwigheid en de liefhebbende omhelzing tussen de Vader en de Zoon. Hun beweging betekent de prediking, de veelheid van talen en uitdrukkingen van de ene waarheid. De kleuren van de kleren vormen ‘het veelkleurig kleed’ van de goddelijke bruidegom – van de Kerk als éénheid in de verscheidenheid : naar het beeld van de Ene die zich verspreid in Drie en van de Drie die zich verzamelen in de ene. De groep links, met de engelen, vertaalt de geestdrift van de ziel naar het ‘boven’. De groep rechts staat in vervoering voor de Theotokos – het verborgen mysterie van de kerk, de putten van het levende water, de heiligheid. De schitterende kunst van de iconografie, door een sterk contrast tussen immobilisme en beweging, doet ons het opstijgen van de Heer gevoelen die zich voor onze ogen schijnt af te spelen.
Het sursum corda (omhoog de harten)weergalmt en nodigt ons uit om de boodschap te beluisteren : ‘Alle naties, klapt in de handen, jubelt voor God met een vreugdegezang…want Christus die aarde en hemel heeft verenigt zegt tot hen die Hem beminnen : Ik ben met U, en niemand zal iets tegen U kunnen ondernemen’.
Indien het landschap een lichte grens trekt tussen het hier beneden en het hierboven, de vier kronen van de bomen van de olijfberg (symbool van vrede)steken er juist bovenuit en tonen de natuur die deelheeft aan de cosmische liturgie : God richt zich naar de wereld, en de wereld gaat haar Koning tegemoet.
De kleuren groen-ivoor spreken over de bevrijding door de genade. Een gevoel van vrede, van gebed en lofprijzing omhullen alles, want daar waar het hoofd zich bevindt plaatst zich de vreugdevolle hoop van het lichaam. De liturgie leert ons dat wij ‘ons herinneren van wat komt’ en ‘dat men hoopt op wat reeds bestaat…’
“Hoe gezegend en geweldig zijn Gods gaven, beste vrienden! Leven met onsterfelijkheid, pracht met gerechtigheid, waarheid met vertrouwen, geloof met zekerheid, zelfbeheersing met heiligheid. En al deze dingen zijn binnen ons begrip.
Alle zonde begint vanuit de veronderstelling dat mijn valse zelf, het zelf dat alleen bestaat in mijn eigen egocentrische verlangens, de fundamentele realiteit van het leven is waarnaar al het andere in het universum is geordend. Zo gebruik ik mijn leven in het verlangen naar plezier en de dorst naar ervaringen, naar macht, eer, kennis en liefde, om dit valse zelf te kleden en zijn nietsheid om te bouwen tot iets objectief reëels.
Sint Cyprianus gebruikt het beeld van de overwinnende Christus om ons te leren dat wij geroepen zijn om ons geloof te beleven om zo in gemeenschap met Hem te zijn.
“Hieruit wordt ons een voorbeeld gegeven om de weg van de oude mens te vermijden, om in de voetsporen van een overwinnende Christus te staan, zodat we niet opnieuw onvoorzichtig worden teruggevoerd in de netten van de dood, maar, ons bewust van ons gevaar, de onsterfelijkheid mogen bezitten die we hebben ontvangen. Maar hoe kunnen we onsterfelijkheid bezitten, tenzij we die geboden van Christus onderhouden waarmee de dood wordt verdreven en overwonnen? Wanneer Hij ons zelf waarschuwt en zegt: Als je het leven wilt binnengaan, houd dan de geboden. En opnieuw: Als je doet wat Ik je opdraag, noem Ik jullie voortaan niet meer dienaren, maar vrienden.”
[Dit citaat komt uit Verhandeling 1 van Cyprianus van Carthago, geschreven rond 250 na Christus. Een krachtig christelijk perspectief over toewijding en volharding in het geloof!]
Sint-Patrick was een Romeins-Britse burger uit de hogere klasse die in een christelijk huishouden in de vijfde eeuw werd opgevoed, maar toegaf dat hij nooit veel aandacht schonk in de kerk. Pas nadat hij in slavernij werd meegenomen door de Ieren, begon hij na te denken over het evangelie. Na zijn terugkeer naar Groot-Brittannië ontving hij dromen van God die hem vertelden om terug te keren naar Ierland om de heidenen te evangeliseren. Patrick werd toen de eerste evangelist die het Woord van God buiten de Romeinse grenzen in het Westen bracht. Zijn trinitarische belijdenis hieronder is gebaseerd op de Geloofsbelijdenis van Nicea, die de Katholieke Kerk produceerde tussen 325 n.Chr. – 381 n.Chr.
VADER Dit is omdat er geen andere God is, noch zal er ooit zijn, noch is er ooit geweest, behalve God de Vader. Hij is degene die niet verwekt is, degene zonder begin, degene uit wie alle beginnen voortkomen, degene die alle dingen in stand houdt – dat is onze leer.
ZOON En zijn zoon, Jezus Christus, van wie we getuigen dat hij altijd is geweest, sinds vóór het begin van dit tijdperk, bij de Vader op een geestelijke manier. Hij werd op een onbeschrijfelijke manier verwekt vóór elk begin. Alles wat we kunnen zien, en alles buiten ons gezichtsveld, is door hem gemaakt. Hij werd een mens; en nadat hij de dood had overwonnen, werd hij verwelkomd in de hemel bij de Vader. De Vader gaf hem alle macht over elk wezen, zowel hemels als aards en onder de aarde. Laat elke tong belijden dat Jezus Christus, in wie we geloven en van wie we verwachten dat hij binnenkort naar ons terugkeert, Heer en God is. Hij is rechter van de levenden en de doden; hij beloont iedere persoon naar zijn daden.
HEILIGE GEEST Hij heeft ons royaal de Heilige Geest uitgestort, de gave en belofte van onsterfelijkheid, die gelovigen en degenen die luisteren kinderen van God en mede-erfgenamen met Christus maakt. Dit is degene die we erkennen en aanbidden – één God in een Drie-eenheid van de heilige naam.
“Alle mensen moeten gelijk bemind worden. Maar aangezien je niet iedereen goed kunt doen, moet je speciale aandacht schenken aan degenen die, door toevalligheden van tijd, plaats of omstandigheden, in nauwere verbinding met jou worden gebracht.”
[Een mooie gedachte over naastenliefde en verbondenheid.]
[Bonhoeffer was een Duitse theoloog die bekend stond om zijn verzet tegen het Nazi-regime. Zijn woorden benadrukken de moed die nodig is om ideeën uit te dagen en zinvolle discussies uit te lokken. Een krachtig sentiment, vind je niet?]
++++++++++++
“We must dare to say disputable things as long as they bring vital questions to the forefront.” —Dietrich Bonhoeffer (1906 – 1945)
[Bonhoeffer was a German theologian known for his resistance against the Nazi regime. His words emphasize the courage needed to challenge ideas and provoke meaningful discussions. A powerful sentiment, wouldn’t you say?]
“Inderdaad, zij predikten eerst het Evangelie, en daarna, door Gods wil, gaven zij het aan ons door in de Schrift… Matteüs gaf een Evangelie aan de Hebreeën in hun eigen taal, terwijl Petrus en Paulus aan het evangeliseren waren in Rome en de basis legden voor de Kerk. Marcus, de leerling en vertaler van Petrus, gaf schriftelijk door wat door Petrus was gepredikt. Lucas, de metgezel van Paulus, zette ook het Evangelie dat door hem was gepredikt in een boek. Daarna publiceerde Johannes, de leerling van de Heer, een Evangelie terwijl hij in Efeze in Azië verbleef.”
++++++++++++++++
[Dit citaat beschrijft hoe de verspreiding van het Evangelie plaatsvond door de apostelen en discipelen, en hoe dit uiteindelijk schriftelijk werd vastgelegd. De afbeelding toont een schilderij van St. Irenaeus van Lyon (ca. 189 A.D.).]
“En waar Hij ook kwam, naar een dorp, een gehucht of een stad, legden ze de zieken neer op de marktplaatsen en smeekten Hem om hen alleen de kwast van Zijn mantel te laten aanraken. En allen die Hem aanraakten, werden gered.” – Marcus 6:56
“Laten we iemand die zwaargewond is en op het punt staat zijn laatste adem uit te blazen, in gedachten houden. … Nu, de wond van de ziel is zonde, waarover de Schrift het als volgt uitdrukt: “Wond en striem en gapende wond, niet doorgeprikt, niet verbonden en niet met zalf verzacht” (Jes. 1:6).
O, jij die gewond bent, herken je Geneesheer in jezelf en toon Hem de wonden van je zonden. Moge Hij het gekerm van je hart verstaan, Die de geheime gedachten ervan al kent. Mogen je tranen Hem ontroeren. Ga zo ver als een beetje schaamteloosheid in je smeken (vgl. Lucas 11:8). Zucht zonder ophouden tot Hem vanuit de diepte van je hart. Moge je verdriet Hem bereiken, zodat Hij kan zeggen: ook aan u: “De Heer heeft uw zonde vergeven” (2 Sam. 12:13).
Roep met David, die zei: “Wees mij genadig, o God, in … de grootheid van uw barmhartigheid” (Ps. 50[51]:3).
Het is alsof men zou zeggen: “Ik ben in groot gevaar vanwege een enorme wond, die geen dokter kan genezen, tenzij de almachtige Geneesheer komt om mij te helpen.” Voor deze almachtige Geneesheer is niets ongeneeslijk. Hij geneest kosteloos, met één woord, Hij herstelt mijn gezondheid. Ik zou aan mijn wond hebben gewanhoopt, ware het niet dat ik mijn vertrouwen in de Almachtige had gesteld.”
– St. Paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) Kerkvader en dokter van de Kerk (Co
+++++++++++
[De pagina bevat inspirerende woorden van Paus Gregorius de Grote over geestelijke genezing en vergeving. Hier zijn enkele interessante feiten die hieraan gerelateerd zijn:
De rol van barmhartigheid in het christelijk geloof wordt benadrukt in de citaten van Gregorius. Zijn woorden lijken een echo te zijn van Psalm 51, waarin David om Gods genade smeekt na een misstap.
Paus Gregorius de Grote (ca. 540-604) was een van de vier grote Latijnse kerkvaders en wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke pausen in de geschiedenis. Zijn geschriften en hervormingen hadden een diepgaande impact op de middeleeuwse kerk.
Het concept van zonde als een wond is een krachtig beeld in de christelijke traditie. De Bijbel gebruikt vaak medische metaforen om de noodzaak van spirituele genezing uit te drukken, zoals in Jesaja 1:6, waar zonden worden vergeleken met niet-verzorgde wonden.
Marcus 6:56, dat op de pagina wordt aangehaald, beschrijft hoe zieken Jezus aanraakten en genezing ontvingen. Dit onderstreept een centraal thema in het christendom: geloof en genade als bron van herstel.]
“Vergissen is menselijk, volharden in zijn fout is duivels.
[Deze uitspraak benadrukt hoe iedereen fouten maakt, maar het bewust blijven vasthouden aan een vergissing wordt als iets negatiefs gezien
Sint Augustinus Filosoof en theoloog Geboren in Thagaste (het huidige Souk Ahras) op 13 november 354 en overleden op 28 augustus 430 in Hippone (het huidige Annaba).]