De edl’e Jozef
Goede Vrijdag
De edl’e Jozef
Goede Vrijdag
DE HEILIGE GRAFKERK

“Toen gaf hij (Pilatus) Hem aan hen over, opdat Hij gekruisigd zou worden. En zij namen Jezus en leidden Hem weg. En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in ’t Hebreeuws genaamd wordt Golgotha.” (Joh, 19: 16, 17). De Heilige Grafkerk, de meest geëerde plaats voor het Christendom, is gebouwd op Golgotha, de plaats van de kruisiging én op het graf, waarin het lichaam van Jezus gelegd werd. De kruisiging vond plaats buiten de stadsmuur, dicht bij de stad. (Joh. 19:20). De eerste Heilige Grafkerk werd gebouwd in het jaar 324. Zij stond toen reeds bijna in het midden van de ommuurde stad, omdat 11 jaar na de kruisiging, in het jaar 44, Golgotha binnen de stad kwam te liggen wegens het bouwen van een nieuwe stadsmuur door Herodes Agrippa. In het midden van de vorige eeuw werden overblijfselen van deze oude muur ontdekt ten oosten en ten noorden van het naburige Russische Tehuis. Ook de vele joodse grafzerken, die thans nog binnen de kerk te zien zijn vormen het zekere bewijs, dat deze vroeger buiten de stad gelegen moeten hebben. Volgens de joodse wet mocht immers niemand binnen de Heilige Stad begraven worden. Ook de plaats, waar de kruisiging plaats vond en die door de christenen ten tijde van Constantijn vereerd werd, is vrijwel met zekerheid aan te wijzen. Keizer Hadrianus liet in 135 na Chr. op het graf van Jezus een Romeinse tempel bouwen die aan Jupiter gewijd werd, om op die manier elke herinnering aan de gewijde joodse en christelijke plaatsen uit te roeien. (Hetzelfde gebeurde in Bethlehem boven de geboortegrot). Maar dit optreden had juist het tegenovergestelde tot gevolg. In plaats van deze heilige plaats voor altijd aan de vergetelheid prijs te geven, werd het heilig oord door deze ontwijding veel meer gemarkeerd en ter nagedachtenis bewaard. Koningin Helena, de moeder van Keizer Constantijn, kon in 326 na Chr. de plaats van het kruis en het graf van Christus des te gemakkelijker opnieuw ontdekken. Op bevel van Constantijn en zijn moeder werd de tempel van Hadrianus afgebroken, om plaats te maken voor een prachtige basiliek, die echter bijna 3 eeuwen later, in 614, door de Perzen werd verwoest. Door de abt Modestus werd deze op kleinere schaal herbouwd, maar in het jaar 1009 opnieuw vernield door Kalief Hakem. Deze hernieuwde ontwijding van de heilige plaatsen door mohammedaanse handen vormde één van de voornaamste motieven, die het gehele christelijke Westen tot de Eerste Kruistocht aanspoorde. De Kruisvaarders bouwden 50 jaar na de inname van Jeruzalem de Grote Grafkerk, in 1149. In de loop der eeuwen zijn er hier en daar verschillende uitbreidingen op kleinere schaal aan toegevoegd, maar ondanks allerlei restauraties bestaat de kerk vandaag praktisch nog geheel in zijn originele vorm. Krachtens een status-quo decreet van de Turkse regering uit het jaar 1852 is de Grafkerk onder zes verschillende christelijke kerken (katholieken, Grieks-orthodoxen, Armeniërs, Syrische Jakobijnen, Ethiopiërs en Kopten) verdeeld. Saladin, die in 1187 Jeruzalem heroverde op het leger van de Kruisvaarders stond de christenen toe de heilige plaatsen te bezoeken, maar droeg de bestuursrechten over aan een mohammedaanse familie, die nog heden ten dage de sleutel van de Grafkerk bewaart, vanwege de voortdurende strijd over hun aandeel binnen de kerk. Over het uitvoeren van de noodzakelijke reparaties konden de verschillende religies moeilijk tot overeenstemming komen, zodat de kerk al meer en meer in verval geraakte. De regering onder het Britse mandaat was in 1927 gedwongen een onooglijke stalen balkconstructie aan te brengen om instorting – vanwege de aardbeving van dat jaar – te voorkomen. Pas in 1957 sloot men zich aaneen, om gezamenlijk het herstel en de vernieuwing van de kerk ter hand te nemen.
HET GRAF VAN CHRISTUS
“En er was ter plaatse, waar Hij gekruisigd was, een hof, en in die hof een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was bijgezet; daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden (=Sabbath), omdat het graf dichtbij was.” (Joh. 19:41,42). Dit graf bevond zich in de onmiddellijke nabijheid van Golgotha, aan de voet van de heuvel Calvarie en daar werd Jezus begraven. Het graf, in de rots uitgehouwen, was het familiegraf van Jozef van Arimathea (Joh. 19:38). Deze Jozef, een voornaam raadsheer en een vermogend man, was lid van het Sanhedrin, het hoogste joodse gerechtshof, en in ’t geheim een discipel van Jezus. Het graf bestond uit twee kamers: de eerste, een soort voorportaal, diende als ontmoetingsplaats voor de rouwdragenden; in de tweede kamer was een bed uit de rots gehouwen, waarop het lichaam gelegd werd. Al ten tijde van Koningin Helena had men het eigenlijke graf van Jezus afgescheiden van de rest van de heuvel. Het graf bestond tot het jaar 1009, waarna het door Kalief Hakem volledig vernietigd werd. Na een verschrikkelijke brand werd het huidige grafmonument in het jaar 1810 op dezelfde plaats herbouwd door de Grieks-orthodoxe en Russisch-orthodoxe Kerk. Binnen het monument bevindt zich een marmeren plaat, die de plaats aangeeft, waar het lichaam van Jezus zou zijn neergelegd. Men gelooft, dat onder deze marmeren plaat zich nog resten bevinden van de echte, oorspronkelijke plaat uit de tijd van de Kruisvaarders.
GOEDE VRIJDAG
Het gebeurt ook vandaag
Angst zoals bij de apostelen, het gebeurt ook vandaag.
Angst om tekort te hebben, om te verliezen wat we hebben.
Angst voor verandering en voor het onbekende,
voor vluchteling en vreemde, voor mensen die anders zijn.
Gevoel van onveiligheid, van niet meer thuis te horen.
Wij bidden tegen angst in,
dat wij de moed opbrengen bezit en leven te delen,
mensen te leren kennen en te beluisteren,
vreemd tot vriend te laten worden.
Verraad van Judas, het gebeurt ook vandaag.
Smeergeld, corruptie en drang naar winst maken
zoveel vriendschap en relaties kapot.
Mensen leven met het dagelijks gevoel dat niemand te vertrouwen is.
Wij bidden tegen het verraad en tegen het gebruiken van de medemens.
Dat wij ophouden te zwijgen bij onrecht,
dat wij opkomen voor gerechtigheid.
Verloochening van Petrus, het gebeurt ook vandaag.
Mensen worden, ongekend en onbemind, steeds weer vergeten.
Door het spel van elk voor zich,
van onverschilligheid en vooroordelen,
wordt hen het recht op “zichzelf-zijn” ontzegd.
Bidden wij tegen het verloochenen: om aandacht en begrip,
dat wij durven kiezen om elke mens in zijn waardigheid te erkennen.
HET LAATSTE AVONDMAAL
GOEDE DONDERDAG
In Uw handen Vader, beveel ik u mijn geest
DIENST VAN GROTE WOENSDAG
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Commentaar op het Evangelie van Johannes, 62, 63

“Hij nam een stuk brood, doopte het in, en gaf het aan Judas”
Toen de Heer, zelf het Levensbrood (Joh 6,35), het brood aan de dode man gaf, die daarmee het levend brood verraadde, zei Hij tegen hem: “Doe maar meteen wat je te doen hebt”. Hij beval geen misdaad: Hij openbaarde Judas’ kwaad en kondigde ons het goede aan. Dat Christus overgeleverd werd, was dat niet het slechtste voor Judas, en voor ons het beste? Judas, dus, die zichzelf beschadigt, handelt zonder het te weten, voor ons.
“Doe maar meteen wat je te doen hebt.” Dat is een woord van een mens die gereed is, niet van een mens die geïrriteerd is. In dit woord wordt niet zozeer de straf voor degene die verraadt uitgedrukt, alswel de beloning van de verlosser, van degene die vrijkoopt. Want door te zeggen: “Doe maar meteen wat je te doen hebt”, probeert Christus, meer nog dan de misdaad van ontrouw, het heil van de gelovigen te verhaasten. “Hij werd om onze zonden overgeleverd; Hij houdt van de Kerk en heeft zich voor haar gegeven” (Rm 4,25; Ef 5,25). Dat zegt de apostel Paulus: “Hij heeft mij liefgehad en zich voor mij overgeleverd” (Gal 2,20). Niemand zou immers Christus overgeleverd hebben als Hij zichzelf niet overgeleverd had… Wanneer Judas Hem verraadt, is het Christus die zich overlevert; de één onderhandelt over zijn verkoop, de ander koopt ons vrij. “Ga snel doen wat je te doen hebt”: niet dat dit in jouw macht ligt, maar het is de wil van Degene die alles kan…
“Hij nam dan het stuk brood en vertrok terstond. En het was nacht.” Degene die vertrok was zelf nacht. Welnu toen de nacht vertrok, zei Jezus: “Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt!” De dag zegt het voort aan de dag die komt (Ps 19,3), dat wil zeggen Christus heeft het aan zijn leerlingen toevertrouwd, opdat zij er naar luisteren en Hem in liefde volgen… Iets soortgelijks zal gebeuren als de door Christus overwonnen wereld voorbij zal gaan. Als het onkruid zich niet langer mengt met het graan, zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader (Mt 13,43).
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
1
Groot feest van de blijde boodschap van de Heilige Moeder Gods

Apostellezing : Hebr.2,11-18
Want Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben allen één Oorsprong; daarom schrikt Hij er ook niet voor terug om hen zijn broeders te noemen, wanneer Hij zegt: Ik zal uw naam verkondigen aan mijn broeders
en uw lof zingen midden in de gemeente;
en opnieuw:
Ik zal mij geheel op Hem verlaten;
en nog eens:
Hier ben Ik met de kinderen die God Mij gegeven heeft.
Omdat ‘de kinderen’ mensen zijn van vlees en bloed, heeft Hij ons bestaan willen delen, om door zijn dood de vorst van de dood, de duivel, te onttronen, en hen te bevrijden die door de vrees voor de dood heel hun leven aan slavernij onderworpen waren. Want het zijn niet de engelen van wie Hij zich het lot aantrekt, maar de nakomelingen van Abraham. Vandaar dat Hij in alles aan zijn broeders gelijk moest worden, om een barmhartig en getrouw hogepriester te worden bij God en de zonden van het volk uit te boeten. Omdat Hij zelf de proef van het lijden doorstaan heeft, kan Hij allen helpen die beproefd worden.
Evangelielezing : Joh 11,1-45
Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad onder de mensen wegnam.’
Aankondiging van de geboorte van Jezus
In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, met de naam Nazaret, naar een maagd die verloofd was met een man genaamd Jozef, die uit het huis van David stamde; haar naam was Maria. De engel trad bij haar binnen en zei: ‘Verheug u, begenadigde, de Heer is met u.’ Zij raakte geheel in verwarring door wat hij zei en vroeg zich af wat deze begroeting te betekenen had. Maar de engel zei: ‘Schrik niet, Maria, u hebt genade gevonden bij God. U zult zwanger worden en een zoon baren, die u de naam Jezus moet geven. Hij zal een groot man zijn, en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal eeuwig koning zijn over het huis van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ ‘Maar hoe moet dat dan?’ zei Maria tegen de engel. ‘Ik heb geen omgang met een man.’ De engel antwoordde haar: ‘Heilige Geest zal op u komen en kracht van de Allerhoogste zal u overdekken. Daarom zal het kind heilig genoemd worden, Zoon van God. Bovendien, ook Elisabet, uw verwante, is op haar oude dag zwanger van een zoon; zij werd onvruchtbaar genoemd, maar zij is al in haar zesde maand. Want voor God is niets onmogelijk.’ Toen zei Maria: ‘Ik ben de dienares van de Heer; laat met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel van haar weg.
Gabriëls boodschap
|
De heilige berg Athos
De heilige berg, Agion Oros (Άγιον Όρος), of Athos is het meest rechtse schiereiland ten zuidoosten van de grote stad Thessaloniki. Het neemt in Griekenland een bijzondere plaats in omdat het een autonome monnikenstaat is. Het valt buiten de Europese Unie en legt verantwoording af, rechtstreeks aan de Orthodoxe Kerk (het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel) in Istanbul. In de geschiedenis was het een drukbevolkt gebied met in haar hoogtijdagen tienduizenden monniken en geestelijken. Tegenwoordig zijn dat er nog maar rond de tweeduizend. Deze monniken behoren bij één van de 20 kloosters die nog in bedrijf zijn. De meeste van deze klooster zijn Grieks-orthodox, maar er zijn ook kloosters met een Russische, Roemeense, Bulgaarse en Servische herkomst. |
Uit : Gr4all
4e zondag in de vasten
Zondag van de heilige Johannes Climax

Apostellezing : Hebr.4,13-20
Geen schepsel is voor Hem verborgen, alles ligt open en bloot voor de ogen van Hem aan wie wij rekenschap hebben af te leggen.
Jezus, onze hogepriester
Nu wij een verheven hogepriester* hebben, een die de hemelse sferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan onze belijdenis. Want wij hebben een hogepriester die in staat is om mee te voelen met onze zwakheden; Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde. Laten wij daarom vrijmoedig naderen tot de troon van Gods genade, om barmhartigheid en genade te vinden en zo hulp te krijgen op de juiste tijd.
Evangelielezing : Marcus 9,17-31
Iemand uit de menigte gaf Hem ten antwoord: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar U meegenomen, omdat hij in de greep is van een stomme geest. Wanneer hij hem aangrijpt, knijpt hij hem de keel dicht, en dan staat het schuim hem op de mond, knarst hij met de tanden en wordt hij helemaal stijf. Ik vroeg uw leerlingen hem uit te drijven, maar ze waren er niet toe in staat.’ Hij antwoordde hun: ‘Ongelovig slag mensen! Hoelang moet Ik nog bij jullie blijven? Hoelang moet Ik jullie nog verdragen? Breng hem bij Me.’ En ze brachten hem naar Hem toe. Zodra de geest Hem zag, liet hij hem stuiptrekken. Hij viel op de grond en rolde heen en weer met het schuim op zijn mond. Jezus vroeg zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij dat al?’ Hij zei: ‘Van kindsbeen af. Hij heeft hem ook al vaak in het vuur en in het water gegooid om hem te doden. Maar als U enigszins kunt, wees met ons begaan, kom ons te hulp.’ Jezus zei tegen hem: ‘Of Ik dat zou kunnen? Alles kan voor wie vertrouwen heeft.’ Meteen riep de vader van de jongen uit: ‘Ik heb vertrouwen. Kom mijn gebrekkig vertrouwen te hulp.’ Toen Jezus zag dat de menigte toestroomde, bestrafte hij de onreine geest met de woorden: ‘Stomme en dove geest, Ik beveel je, ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug.’ Onder gekrijs en veel stuiptrekkingen ging hij weg. Hij bleef achter als een lijk, zodat velen zeiden: ‘Hij is dood.’ Maar Jezus nam hem bij de hand en liet hem opstaan, en hij stond op.
Thuisgekomen, alleen met zijn leerlingen, vroegen dezen Hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij zei tegen hen: ‘Dit soort kun je niet anders uitdrijven dan met gebed.’
Onderricht aan de leerlingen
Ze gingen daar weg en trokken door Galilea. Hij wilde niet dat iemand het te weten kwam, want Hij was bezig met onderricht aan zijn leerlingen. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd en valt in de handen van mensen. Ze zullen Hem doden, en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan


In het islamitische Andalousië waren joden en christenen destijds derderangsburgers die werden gediscrimineerd, overeenkomstig de islamitische wetten. In een islamitisch bestel geldt voor niet-moslims (joden en christenen) het statuut van dhimmi. Dhimmi’s zijn onderworpen aan een aantal discriminaties (die niet altijd aldus worden toegepast): In Andalousië moesten ze een bijzondere belasting betalen (jizaya) voor het verkrijgen van veiligheid en bescherming, ze mochten geen wapens dragen, ze mogen geen openbare functies bekleden (want een moslim mag geen bevelen krijgen van een christen of jood), ze moesten zich vestimentair onderscheiden van moslims, de beruchte (nazi) JODENSTER vindt hier haar oorsprong. Het islamitische Andalousië betekende geenszins een vreedzame samenleving tussen moslims, christenen en joden, gezien joden en christenen waren onderworpen aan de islamitische wetten en de bijhorende discriminatie van andersdenkenden.
De islam kent kent geen godsdienstvrijheid en geen enkele wederkerigheid. In alle moslimlanden worden christenen en andere religies onderdrukt en gediscrimineerd.
In Marokko staat in de grondwet ingeschreven dat het verboden is om zich tot een andere godsdienst te bekeren of om te verklaren dat men de islam heeft verlaten. Ruim een jaar geleden werden in Marrakech een aantal mensen in de gevangenis opgesloten omdat ze zich in het geheim hadden bekeerd tot het christendom. Een tijd geleden werd een zendeling opgepakt omdat hij jongeren probeerde te bekeren tot het christendom. Tot in 7de eeuw waren er in Noord-Afrika (ook in Marokko), waar de kerkvader Augustinus heeft geleefd en gewerkt, christelijke gemeenten. Maar vanaf de 7de eeuw bracht Bennafi er met het zwaard de islam binnen en was het afgelopen met het christendom in Noord-Afrika.
Terwijl hier in België ‘zendelingen’ zoals Sami Zemni van het Centrum voor de islam in Europa, verbonden aan de universiteit van Gent, betaald door onze overheid zich voltijds kan wijden aan islamitisch zendingswerk en proselitisme, is zendingswerk (van een andere godsdienst dan de islam) VERBODEN in elk islamitisch land. Zendeling Zemni stelt dat ‘Europa een aanpassing moet ondergaan’. Bovendien is het in landen zoals Marokko en zelfs het meer liberale en seculiere Tunesië, verboden voor niet-moslims om binnen te gaan in een moskee (wat voorheen in Tunesië wel kon). In Tunesië kan men de ruïnes bezoeken van eens bloeiende christengemeenten in onder meer Carthago en Sbeitla. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 werden alle kerken er gesloten. Over het hele land resten er nog slechts zes kerken (zonder kruis op de kleine kerktoren – want verboden – en volledig zelfbedruipend, terwijl moskeeën er wel worden betoelaagd) voor de vele toeristen en de Europeanen die er wonen en werken (ter vergelijking: in Antwerpen alleen al zijn er zowat 35 moskeeën…). Ook in het ‘liberale’ Tunesië kan, er geen sprake van zijn dat een moslim zich zou bekeren tot een andere godsdienst. Enkel een buitenlander kan in Noord-Afrika christen zijn.
Waar zijn de christenen gebleven in Turkije, waar de zeven gemeenten in Klein-Azië waren gelegen, waarin Paulus heeft gewerkt en waaraan de apostel Johannes op last van Christus de zeven brieven richtte. De verovering van Costantinopel door de Ottomaanse moslims in 1432 is genoeg bekend en in Efeze, Patmos, Antiochië, kan men de ruïnes bezoeken van kerken van de eerste christengemeenten. Assyrische christenen worden er nog steeds vervolgd. Hier woont een hele gemeenschap Assyrische christenen uit Turkije die halverwege de jaren ’90 werd verdreven uit onder meer het dorp Yaramis. Assyrische christenen uit Turkije wonen nu overal verspreid in West-Europa. Van deze uitdrijving van christenen uit Turkije zijn door Amnesty International rapporten opgemaakt. Het laatste seminarie in Turkije werd enkele jaren geleden gesloten, zodat het christendom er op termijn wellicht volledig zal verdwijnen, zoals de patriarch vreest. De orthodoxe kerk, bezit geen rechtspersoonlijkheid. Armeense christenen en orthodoxe Grieken werden er verdreven en vermoord. Momenteel zitten er een paar Turken in Turkije in de gevangenis omdat ze zich hebben bekeerd tot het christendom.
Sinds het verdwijnen van Sadam Hoessein en de oorlog is de situatie van de christenen er veel slechter op geworden. Sinds 2003 zijn er al meer dan 300 000 van de resterende Iraakse christenen naar het buitenland gevlucht. Een religieuze zuivering zoals in Irak is in veel landen van het Midden-Oosten aan de gang, het is zelfs het doel van moslimextremisten. We zijn nu getuige van een historisch drama: de christelijke aanwezigheid in het Midden-Oosten dreigt te verdwijnen, ook in de landen waar het christendom is ontstaan. In het verleden waren christenen er tweederangsburgers, nu zijn ze er ongewenst. De druk op christenen om zich te bekeren tot de islam is groot, maar veel christenen vertrekken liever. In juni jl. werden in Irak een Chaldese priester en zijn assistenten brutaal vermoord, toen ze de kerk verlieten. Ze wilden hen dwingen om zich te bekeren tot de islam. Toen ze dit weigerden, schoten de mannen hen dood, gewoon één van de vele aanvallen van christenen in Irak. In Bagdad, Mosoel, Kirkoek of Bassora kloppen extremistische moslims op de deur bij christenen en beginnen geld te eisen voor ‘bescherming’. Daarbij dwingen ze familieleden meestal openlijk te verklaren tot de islam te zijn overgegaan. Ten slotte eisen ze dat de familie het huis en het laat verlaat, ‘omdat dit niet jullie geboorteland is’. Honderden christenen ondergaan dit lot. Van de christenen die nog resten in het Midden-Oosten ontvluchten er velen de islamitische onderdrukking en emigreren naar Europa, Amerika, Canada en Australië.
In Iran wordt heden de slinkende minderheid van Assyrische christenen gediscrimineerd. De Assyrische christenen vormen er samen met Armeniërs en Zoroastrianen (de oorspronkelijke godsdienst voor de komst van de islam) de christelijke minderheid van het land. In Iran is een christen een ongelovige die nooit baas mag zijn van een gelovige moslim in de werksfeer, daarom zijn er weinig of geen Assyriërs werkzaam bij de overheid . Ook onderwijs- en gezondheidsinstellingen zijn taboe voor christenen. Er werken geen christelijke Assyriërs bij de politie, in het leger, als rechter of als piloot. Het gevolg van de islamitische politiek is dat hoog opgeleide Assyriërs geen werk vinden en vaak genoegen moeten nemen met jobs onder hun niveau. De 33-jarige Assyrische econome Ishtar uit Urmina ziet voor zichzelf maar twee mogelijkheden: “We kunnen genoegen nemen met een onderbetaalde job of het land verlaten. Vaak worden we door werkgevers om onduidelijke reden afgewezen en in sommige gevallen wordt het hardop gezegd: ‘uw christelijke geloof is een probleem’.
Naast de discriminaties op het werk bestaan er nog tal van andere discriminaties, die het leven van christenen in Iran bijna onmogelijk maken. Zo moeten christenen die bij een auto-ongeval betrokken raken, meer betalen dan moslims. Ook de boeren in de provincie Urmira, waar een deel van de Assyrische christenen van oudsher woont, ondervinden veel last van discriminaties. Islamitische groothandels kopen hun producten niet, waardoor hun oogst kapot gaat. Met de komst van de nieuwe conservatieve president hebben de christenen hun laatste hoop verloren en de politie di
e de kledingvoorschriften controleert is nu veel actiever. De politie bezoekt winkels om niet-moslims te waarschuwen om de kledingvoorschriften (ook niet-moslim vrouwen moeten zich sluieren) streng na te leven. (Ook in sommige wijken in Brussel is reeds zo een mutawa actief, die erop toeziet dat vrouwen die in winkels werken wel strict islamitisch zijn gekleed en erop toeziet dat er geen alcohol wordt verkocht.) Duizenden christenen hebben Iran reeds verlaten en weken uit naar VS, Canada of Australië.
Overal waar de islam werd verspreid, werden de andere toen bestaande godsdiensten vrijwel volledig uitgeroeid. In Centraal-Azië verdwenen het boeddhisme, het nestorianisme en zoroastrisme bij de komst van de Arabieren. Ook Afghanistan was voorheen boeddhistisch. In het Midden-Oosten (waar het christendom is ontstaan) zijn historisch christelijke gemeenschappen in hun voortbestaan bedreigd. De laatste 50 jaar zakte de christelijke populatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever van 22 naar 2%. In Nazareth is de christelijke populatie gezakt van 60 % in 1946 tot minder dan 15% vandaag. Bethlehem telde vroeger 90 % christenen, maar sinds het onder Palestijns gezag kwam, nog slechts een derde. In Syrië (Damascus was erg belangrijk in het vroege christendom) was begin vorige eeuw nog één derde christen, nu nog minder dan 10%. In Egypte emigreren Kopten in grote getallen. Irak telde in 1987 nog 1,4 miljoen christenen, sindsdien is ruim 40% onder hen gevlucht. Deze emigratie van christenen is een gevolg van de terreur van radicale moslimbewegingen en de onderdrukking door de staat. In de hele islamwereld worden autochtone christenen (of andere niet-moslims) door de staat ernstig gediscrimineerd en bewust niet beschermd tegen islamitisch geïnspireerd geweld.
De reële onderdrukking ontgaat echter de meerderheid van de Europeanen. Voor Kopten is het bijvoorbeeld bijna onmogelijk om kerken te bouwen en te restaureren. De zondagsmissen worden soms verstoord door vandalisme en pesterijen van moslims en lokale overheden. Christenen worden systematisch geweigerd voor leidinggevende functies binnen de overheid, de politie, het leger, de politieke partijen en in het onderwijs, wegens de traditionele sharia-regel die stelt dat ‘er geen bevoegdheid van een niet-moslim over een moslim mag zijn’. Het zet sommigen ertoe aan om zich te bekeren om zo meer kansen te krijgen. Soms is een bekering een officieuze voorwaarde voor toegang tot goede jobs of huizen. De gewone christelijke leerboeken worden verboden of gecensureerd, terwijl allerlei islamitische literatuur, radio- en televisieprogramma’s en schoolboeken die christenen belasteren of aanvallen vrij verschijnen. Christenen worden duidelijk gemaakt geen klacht in te dienen uit ‘loyaliteit tegenover de natie’. Indien zij of hun verwanten dat wel doen, worden zij soms opgesloten in plaats van de daders. Er heerst ook een algemene rechtsonzekerheid in zaken waarbij moslims betrokken zijn. Een islamitische rechtsregel zegt dat een niet-moslim niet kan erven van een moslim. Het gebeurt zelden of nooit dat een rechtbank een uitspraak zal doen in het voordeel van christenen tegen moslims. In Indonesië werden alleen al tussen 1998 en 2003 minstens tienduizend christenen vermoord.
Wie de ware betekenis van racisme aan de lijve wil ondervinden, moet maar eens als niet-moslim in Saoedi-Arabië verblijven. Niet-moslims mogen bovendien NIET binnen in Mekka en Medina.
Uit : Dutch – faith freedom International
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.