St. Augustinus: Zo ziet Liefde eruit….

Zo ziet liefde eruit – Augustinus:

 

Liefde heeft handen om anderen te helpen.

Ze heeft voeten om zich te haasten naar armen en behoeftigen.

Ze heeft ogen om ellende en gebrek te zien.

Ze heeft oren om de zuchten en het verdriet van mensen te horen.

 Dit is hoe liefde eruitziet.

++++

Commentaar:

Augustinus schildert liefde niet als een abstract gevoel, maar als een levend lichaam dat handelt, ziet, hoort en beweegt. Liefde is niet passief; ze is actief, betrokken, haastig in haar zorg, aandachtig in haar waarneming. Elk lichaamsdeel krijgt een spirituele functie: handen worden dienstbaar, voeten worden missionair, ogen worden mededogend, oren worden luisterend.

Wat opvalt is de gerichtheid naar de ander: de armen, de behoeftigen, de bedroefden. Liefde is niet introspectief, maar extrospectief—ze keert zich naar buiten, naar de wereld, naar het lijden. In deze visie is liefde de belichaming van Christus zelf: een liefde die incarneert, die zich laat raken, die zich haast om nabij te zijn.

Voor ons betekent dit: als we willen liefhebben zoals God liefheeft, moeten we ons lichaam en onze aandacht beschikbaar stellen. Liefde vraagt om beweging, om waarneming, om luisteren. Ze vraagt om incarnatie.

++++

Gebed

Heer van de liefde, maak mijn handen zacht,

 mijn voeten snel, mijn ogen helder, mijn oren open

 Laat mij zien wat U ziet, horen wat U hoort,

voelen wat U voelt. Laat mijn liefde niet blijven

 bij woorden, maar vlees worden in daden.

Laat mij haastig zijn in barmhartigheid, trouw in nabijheid,

stil in mededogen. Zo wil ik U volgen, die zelf Liefde bent.

 Amen.

 

********************

St.Augustinus: De grootste vriendelijkheid die men een mens kan bewijzen, is hem naar de waarheid leiden….

“De grootste vriendelijkheid die men een mens kan bewijzen, is hem naar de waarheid leiden.”

— Augustinus

++++

Commentaar:

Augustinus raakt hier aan een diepe kern van christelijke liefde: ware liefde is niet alleen troostend of bevestigend, maar ook richtinggevend. In een wereld waar ‘waarheid’ vaak wordt gerelativeerd of vermeden, herinnert hij ons eraan dat het grootste geschenk dat we elkaar kunnen geven, niet materieel is, maar existentieel: het helpen ontdekken van de waarheid — over God, over onszelf, over het leven.

Toch vraagt dit om grote nederigheid. Want waarheid opleggen is geen liefde. Augustinus bedoelt hier geen dwang, maar een uitnodiging. De waarheid moet niet worden opgedrongen, maar voorgeleefd. Liefdevol, geduldig, en met het besef dat wij zelf ook zoekende zijn.

In de geest van Augustinus betekent iemand naar de waarheid leiden: hem of haar begeleiden naar Christus, die zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Johannes 14:6

++++

Gebed

Heer van waarheid en liefde, leer mij om een gids te zijn, niet een rechter.

 Geef mij de moed om de waarheid te zoeken, en de nederigheid om haar niet te bezitten.

Laat mijn woorden en daden anderen uitnodigen tot U, niet door kracht, maar door genade.

 Moge ik, zoals Augustinus, steeds opnieuw leren dat ware vriendelijkheid begint bij het

 verlangen om samen te groeien in waarheid.

 Amen.

**********************

Augustinus: Maria is Maagd voor, tijdens en na Zijn geboorte….

“Maria is maagd vóór Zijn geboorte, maagd tijdens Zijn geboorte, en maagd na Zijn geboorte.”

— Sint Augustinus (354–430) Kerkvader

++++

Commentaar:

Dit citaat van Augustinus is een krachtige bevestiging van het mysterie van Maria’s maagdelijkheid, dat in de christelijke traditie niet enkel biologisch wordt begrepen, maar ook theologisch en spiritueel. Het drukt uit dat Maria volledig toegewijd was aan God — vóór, tijdens en na de komst van Jezus — en dat haar lichaam en ziel een heilige ruimte bleven, geheel gewijd aan het goddelijke plan.

Augustinus benadrukt hiermee niet alleen een dogmatisch feit, maar ook een diepere waarheid: Maria’s leven was een voortdurende ja aan God. Haar maagdelijkheid symboliseert innerlijke zuiverheid, beschikbaarheid voor de Geest, en een leven dat niet verdeeld is, maar volledig gericht op liefde en dienstbaarheid.

Voor ons vandaag kan dit een uitnodiging zijn om ons hart — zoals Maria — open te stellen voor Gods aanwezigheid, en om in elke fase van ons leven trouw te blijven aan die roeping.

++++

Gebed

Heilige Maria, Moeder van God, Gij die maagd zijt gebleven vóór,

tijdens en na de geboorte van Christus,

leer ons wat het betekent om ons hart zuiver te bewaren,

om ja te zeggen tegen Gods wil, en om in stilte en vertrouwen,

Zijn licht te dragen in de wereld.

Laat ons, zoals Gij, een woning zijn voor de Geest,

een plaats van vrede, nederigheid en liefde.

Help ons om in elke fase van ons leven trouw te blijven aan de roep van God,

en om Christus te baren in ons dagelijks handelen.

Amen.

****************

St. Augustinus: Waak, o Heer, bij hen die waken,  of wenen vannacht…..

Augustinus van Hippo (354–430) Kerkvader en kerkleraar

Waak, o Heer, bij hen die waken,  of wenen vannacht,

en geef Uw engelen opdracht over hen die slapen.

Verzorg Uw zieken, o Christus de Heer.

Laat Uw vermoeiden rusten. Zegen Uw stervenden.

Verzacht het lijden van Uw gekwelden.

Ontferm U over Uw bedroefden. Bescherm Uw verheugden.

En dit alles omwille van Uw liefde.

Amen

++++++++++++

Commentaar:

Dit gebed is een prachtig voorbeeld van Augustinus’ pastorale hart en mystieke diepgang. Het is een nachtwake in woorden—een omarming van de hele menselijke ervaring in de stilte van de nacht. Hij bidt niet alleen voor de zieken en stervenden, maar ook voor de vermoeiden, de bedroefden én de verheugden. Dat laatste is opvallend: zelfs vreugde heeft bescherming nodig, want ze is kwetsbaar in een gebroken wereld.

Augustinus’ gebed is een oefening in mededogen. Hij nodigt ons uit om ons hart uit te breiden tot allen die leven, lijden, sterven en hopen. Het is een gebed dat ons leert om niet alleen voor onszelf te bidden, maar om onszelf als kanaal van liefde en troost te laten zijn voor anderen—zichtbaar en onzichtbaar.

++++

Gebed in dezelfde geest

Heer van de nacht, U die waakt waar wij slapen, U die troost waar wij wenen, U die geneest waar wij lijden— laat Uw liefde neerdalen over allen die deze nacht niet kunnen rusten.

Wees bij hen die waken aan een ziekbed, bij hen die huilen in stilte, bij hen die sterven in eenzaamheid, bij hen die vreugde voelen maar bang zijn die te verliezen.

Zend Uw engelen om ons te omringen, Uw Geest om ons te troosten, Uw Zoon om ons te dragen.

En laat ons, in Uw naam, een zegen zijn voor wie ons nodig heeft.

Amen

 
*********************

Augustinus van Hippo: Een traan om een overledene verdampt. Een bloem op zijn graf verwelkt…..

“Een traan om een overledene verdampt. Een bloem op zijn graf verwelkt. Een gebed voor zijn ziel wordt door God opgenomen.”

Augustinus van Hippo

++++

Commentaar

Augustinus wijst ons hier op de vergankelijkheid van uiterlijke tekenen van rouw: tranen drogen op, bloemen verwelken. Ze drukken ons verdriet uit, maar zijn tijdelijk. Het gebed daarentegen overstijgt de tijd. Het is een daad van liefde die reikt tot in de eeuwigheid, want God zelf ontvangt het. In deze woorden klinkt een diepe troost: onze verbondenheid met de overledenen blijft levend in het gebed. Het is niet slechts herinnering, maar actieve gemeenschap in Christus.

Augustinus nodigt ons uit om onze rouw te verdiepen tot gebed — niet als vlucht uit verdriet, maar als een weg naar hoop. Het gebed wordt een brug tussen hemel en aarde, tussen ons hart en Gods hart.

++++

Gebed

Heer, Gij die leven geeft voorbij de dood, ontvang het gebed dat ik uit liefde uitspreek voor hen die mij zijn voorgegaan. Laat mijn herinnering niet blijven hangen in verdriet, maar groeien tot vertrouwen dat zij bij U zijn. Gij die tranen ziet en bloemen kent, neem mijn gebed aan als een stille roos van de ziel. Moge Uw licht hen omhelzen, en Uw vrede ook mijn hart vervullen.

Amen.

*****************

St.Augustinus: Laat je ouderdom kinderlijk zijn, en je kindertijd als ouderdom; dat wil zeggen…..

Laat je ouderdom kinderlijk zijn, en je kindertijd als ouderdom; dat wil zeggen: opdat noch je wijsheid met trots gepaard gaat, noch je nederigheid zonder wijsheid is.

— Augustinus

++++

Commentaar:

Augustinus nodigt ons uit tot een mystieke omkering van rollen: de ouderdom mag het speelse en ontvankelijke van het kind bewaren, terwijl het kind al de diepgang en bedachtzaamheid van de ouder mag dragen. Dit is geen oproep tot verwarring, maar tot integratie. Hij waarschuwt voor twee gevaren: een wijsheid die zich verheft boven anderen, en een nederigheid die blind blijft zonder inzicht.

In deze paradox schuilt een diepe spirituele waarheid: ware wijsheid is altijd nederig, en echte nederigheid is nooit dom. Het kind dat luistert met open hart, en de oudere die glimlacht met zachte ogen — beiden weerspiegelen het Koninkrijk van God, waar de eersten de laatsten zijn en de laatsten de eersten.

Deze gedachte sluit prachtig aan bij jouw verlangen om liefde en innerlijke vrijheid tot fundament van alle deugden te maken. Het beeld van de oudere vrouw en het kind in de foto belichaamt deze wederzijdse gave: het kind rust in vertrouwen, de oudere reikt in tederheid.

++++

Gebed:

Heer van wijsheid en eenvoud, leer mij het kind in mij te

koesteren — dat durft te vertrouwen, te spelen, te ontvangen.

En leer mij de ouder in mij te eren — die weet te wachten,

te luisteren, te begrijpen.

Laat mijn wijsheid nooit trots zijn,

en mijn nederigheid nooit leeg.

Maak mij zacht van hart en helder van geest,

opdat ik U mag weerspiegelen in elke ontmoeting,

jong of oud.

Amen.

**********************

St.Augustinus: God zorgt voor de wind, de mens moet het zeil hijsen……

God zorgt voor de wind, de mens moet het zeil hijsen. — St. Augustinus

Dit citaat van Augustinus benadrukt de samenwerking tussen goddelijke voorzienigheid en menselijke inspanning.

+++++

Commentaar

Deze uitspraak van Augustinus is een krachtige metafoor voor de samenwerking tussen genade en menselijke verantwoordelijkheid. De wind staat symbool voor Gods genade, inspiratie en kracht — onzichtbaar maar onmisbaar. Het zeil hijsen is onze taak: het vraagt bereidheid, vertrouwen en actie. Zonder Gods wind blijft ons zeil slap; zonder ons zeil blijft de wind ongebruikt.

Augustinus herinnert ons eraan dat spirituele groei geen passief proces is. God beweegt, maar wij moeten ons openen, richten, en meewerken. Het is een uitnodiging tot innerlijke beschikbaarheid én concrete stappen — in gebed, in keuzes, in liefde.

++++

Gebed

Heer, U bent de wind die leven geeft. Leer mij mijn zeil te hijsen

— in vertrouwen, in overgave, in moed. Laat mij niet wachten op perfecte omstandigheden,

 maar U zoeken in het moment dat zich aandient. Beweeg mij met Uw Geest,

zodat ik mag varen op de stroom van Uw liefde.

Amen

 

*******************

St.Augustinus: “Huil niet als je van me houdt”…..

“Huil niet als je van me houdt”

– Augustinus

++++

Huil niet als je van me houdt

Als je wist wat Gods gave is en wat de hemel betekent! Als je van hieruit kon luisteren naar het gezang van de gelukzaligen, en mij kon zien tussen hen!

Als je kon zien wat ik zie, en wat wij allen hier zien in deze nieuwe hemelen en dit stralende licht vergeleken met de schaduw van de aarde!

Je zou schoonheid aanschouwen waarbij alle aardse schoonheid verbleekt.

jGeloof me, wanneer de dood komt en jouw banden verbreekt zoals de mijne, en op een dag — die God alleen kent — jouw ziel komt in deze hemel waar de mijne haar is voorgegaan,

dan zul je degene weerzien die van je hield en nog steeds van je houdt.

Je zult zijn hart terugvinden, zijn zuivere tederheid.

Moge God ervoor zorgen dat je niet bedroefd bent wanneer je binnengaat in het leven en de meest zuivere liefde weer ontmoet.

Je zult mijn gezicht zien, getransfigureerd in de extase van geluk, en je zult met mij spreken zoals je dat nooit eerder kon.

Veeg dan je tranen af, en huil niet meer…

Als je van me houdt.

St.Augustinus

+++++++++++++++++++++++++++++++

Commentaar: Troost voorbij de dood

Augustinus spreekt hier als een geliefde die gestorven is, maar leeft in God. Zijn woorden zijn geen filosofische troost, maar een spirituele uitnodiging: om de dood niet als einde te zien, maar als doorgang naar een grotere werkelijkheid. Hij schildert de hemel niet als een verre belofte, maar als een tastbare tegenwoordigheid — een ruimte van licht, schoonheid en liefde die alle aardse verdriet overstijgt.

Wat bijzonder is: hij keert het verdriet om. Niet “huil omdat ik weg ben”, maar “wees blij omdat ik leef in God”. Liefde blijft bestaan, zelfs over de grens van de dood. En als we werkelijk geloven in die liefde, dan wordt rouw een vorm van hoop.

++++

Gebed: In vertrouwen loslaten:

God van leven,

Jij bent de oorsprong van alle liefde, sterker dan de dood, die ons scheidt.

Help mij om te geloven dat wie ik liefheb niet verloren is, maar opgenomen in uw licht.

Laat mijn verdriet niet verstarren, maar openbreken tot vertrouwen.

Geef mij de moed om los te laten, en de hoop om weer te ontmoeten.

Laat uw vrede neerdalen in mijn hart, zodat ik kan zeggen: “Ik huil niet meer… omdat ik liefheb.”

Amen.

****************

 

St.Augustinus: Zorg voor je lichaam alsof je eeuwig zou leven….

“Zorg voor je lichaam alsof je eeuwig zou leven, en zorg voor je ziel alsof je morgen zou sterven.”

 — Augustinus

++++++

Commentaar:

Augustinus nodigt ons uit tot een paradoxale levenshouding: enerzijds een geduldige, duurzame zorg voor het lichaam, alsof we een lange reis voor ons hebben; anderzijds een intense, onmiddellijke aandacht voor de ziel, alsof het einde nabij is. Deze spanning tussen tijdloosheid en urgentie is typisch voor de mystieke traditie: het lichaam als tempel, de ziel als pelgrim.

In onze tijd, waarin uiterlijke prestaties vaak de boventoon voeren, herinnert deze uitspraak ons eraan dat ware wijsheid ligt in evenwicht. Niet in het verwaarlozen van het lichaam uit ‘spiritualiteit’, noch in het vergeten van de ziel uit ‘gezondheid’. Augustinus roept op tot een liefdevolle integratie: het lichaam verzorgen als gave, de ziel voeden als bestemming.

++++

 Gebed:

Heer, Gever van leven,

Leer mij zorg te dragen voor het lichaam dat Gij mij hebt toevertrouwd — met geduld, dankbaarheid en eerbied, alsof ik nog vele dagen mag wandelen op deze aarde.

Maar wek in mij ook de heilige haast van de ziel — dat ik vandaag nog bemin, vergeef, bid en groei, alsof ik U morgen al zal ontmoeten.

Laat mijn zorg niet verdeeld zijn, maar één beweging van liefde — naar binnen en naar buiten, naar tijd en eeuwigheid.

Amen.

***************

 

St.Teresa van Avila: “God woont in jou, en daar zou jij met Hem moeten wonen.”….

“God woont in jou, en daar zou jij met Hem moeten wonen.”

 – Teresa van Ávila

++++

Commentaar:

Deze uitspraak van Teresa van Ávila is een uitnodiging tot innerlijke contemplatie. Ze herinnert ons eraan dat God niet ver weg is, maar in het diepste van ons wezen woont. In plaats van Hem buiten onszelf te zoeken—in prestaties, erkenning, of uiterlijke rituelen—roept Teresa ons op tot een innerlijke pelgrimstocht.

Het is een mystieke waarheid: de ziel is een tempel, een stille plaats waar God verblijft. Maar Teresa gaat verder—ze zegt niet alleen dat God daar woont, maar dat wij daar met Hem moeten wonen. Dat vraagt om aanwezigheid, om stilte, om het loslaten van afleidingen. Het is een oproep tot een leven van gebed, van innerlijke verbondenheid, van voortdurende terugkeer naar de bron.

In deze zin klinkt ook haar diepe vertrouwen: dat God ons niet verlaat, dat Zijn aanwezigheid in ons hart een blijvende realiteit is. Het is aan ons om die realiteit te erkennen en erin te rusten.

++++

Gebed:

God van stilte en nabijheid, U woont in het diepste van mijn hart, vaak onopgemerkt, vaak overstemd door de stormen van mijn gedachten. Help mij om bij U te wonen, om mijn aandacht naar binnen te keren, om U te

ontmoeten in de stilte van mijn ziel.

Laat mijn hart een woning zijn waar U zich thuis voelt, een plaats van rust, van liefde, van overgave.

Teresa heeft mij eraan herinnerd dat U niet ver bent— geef mij de genade om dat te geloven, en om elke dag opnieuw bij U te verblijven.

Amen.

 

*********

 

St.Augustinus: Adem in mij, o Heilige Geest, Opdat al mijn gedachten heilig mogen zijn…..

Gebed tot de Heilige Geest

Adem in mij, o Heilige Geest, Opdat al mijn gedachten heilig mogen zijn.

Handel in mij, o Heilige Geest, Opdat ook mijn werk heilig moge zijn.

Trek mijn hart, o Heilige Geest, Opdat ik alleen liefheb wat heilig is.

Sterk mij, o Heilige Geest, Om alles wat heilig is te verdedigen.

Bescherm mij dan, o Heilige Geest, Opdat ik altijd heilig mag zijn.

 

“Gij hebt ons voor U geschapen, o Heer,

en ons hart is rusteloos totdat het rust vindt in U.”

 

“Verliefd worden op God is de grootste romance,

Hem zoeken de grootste avontuur,

 Hem vinden de grootste menselijke verwezenlijking.”

St.Augustinus.

++++

Commentaar:

Dit gebed is een diepe overgave aan de werking van de Heilige Geest in ons dagelijks leven. Augustinus nodigt ons uit tot een heiligheid die niet begint bij onze daden, maar bij onze innerlijke gesteldheid: gedachten, verlangens, liefde. Het is een gebed van transformatie — niet door eigen kracht, maar door de adem van God die in ons leeft.

De citaten zijn klassiek Augustijns: het rusteloze hart dat zijn thuis zoekt in God, en de zoektocht naar God als het hoogste menselijke avontuur. Ze spreken tot de ziel van elke zoeker die verlangt naar innerlijke vrede en een leven geworteld in liefde.

++++

Gebed in dezelfde geest:

Heilige Geest, zachte adem van God, Kom in mijn onrust,

en breng stilte waar mijn hart dwaalt.

Heilige Geest, vuur van liefde, Verlicht mijn denken,

zodat ik het goede herken en het heilige bemin.

Heilige Geest, kracht in mijn zwakheid,

Wees mijn sterkte wanneer ik struikel,

mijn schild wanneer ik twijfel.

Laat mij rusten in U, o God, Zoals Augustinus rust vond in Uw hart.

Maak van mijn leven een lofzang op Uw heiligheid en genade.

Amen.

******************

Augustinus van Hippo: Over de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk…..

St. Augustinus van Hippo (354–430 n.Chr.) Over de Ene, Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk

“Deze Kerk is heilig, de ene Kerk, de ware Kerk, de Katholieke Kerk, strijdend zoals zij doet tegen alle ketterijen.

Zij kan strijden, maar zij kan niet overwonnen worden. Alle ketterijen worden uit haar verdreven, zoals nutteloze takken die van een wijnstok worden gesnoeid.

Zij blijft geworteld in haar oorsprong,  in haar wijnstok, in haar liefde. De poorten van de hel zullen haar niet overwinnen.”

—St.Augustinus:  Preek tot de Catechumenen, Over de Geloofsbelijdenis 6, 14 (395 n.Chr.)

++++

Commentaar:

Augustinus spreekt hier met vurige overtuiging over de identiteit en kracht van de Kerk. Zijn woorden zijn niet triomfalistisch, maar mystiek en pastoraal. Hij ziet de Kerk als een levende wijnstok, geworteld in Christus, die door de eeuwen heen gesnoeid wordt — niet om haar te verzwakken, maar om haar te zuiveren.

Wat opvalt is zijn vertrouwen: de Kerk kan strijden, maar niet verslagen worden. Dit is geen blind optimisme, maar een geloof dat geworteld is in de belofte van Christus: “De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen” (Matteüs 16:18). Augustinus erkent dat er strijd is — ketterijen, verdeeldheid, pijn — maar hij ziet ook dat de liefde van Christus de kern blijft.

Voor ons vandaag is dit een uitnodiging om niet te wanhopen bij verdeeldheid of crisis, maar om terug te keren naar de wortel: Christus zelf. De Kerk leeft niet van structuren, maar van liefde. En waar liefde is, daar is leven, daar is waarheid, daar is overwinning.

+++++

Gebed in de geest van Augustinus ✢

Heer van de Kerk,

 Gij die haar hebt geplant als een wijnstok in de wereld,

laat haar geworteld blijven in Uw liefde.

 Wanneer stormen haar schudden, wanneer takken breken,

 wanneer verdeeldheid haar pijn doet

 — laat haar niet vallen, maar zuiver haar.

Snijd weg wat haar verzwakt, maar bewaar haar hart in U.

Laat ons, als levende ranken, verbonden blijven met Uw wijnstok,

 voed ons met Uw genade, en maak ons tot dragers van vrucht

— vrucht van waarheid, vrede en liefde.

Laat ons niet strijden uit angst, maar uit liefde voor de waarheid.

 Laat ons niet bouwen op macht, maar op Uw aanwezigheid.

Want Gij hebt beloofd: de poorten van de hel zullen haar niet overwinnen.

 Laat ons leven in dat vertrouwen, en sterken in die hoop.

Amen.

*************************

St.Augustinus: Als een arts snijdt, is dat niet uit haat voor de patiënt, maar uit liefde voor zijn gezondheid……

“Als een arts snijdt, is dat niet uit haat voor de patiënt, maar uit liefde voor zijn gezondheid. Zo ook: wanneer je gehaat wordt omwille van correctie, volhard dan in liefde, want de ziel is ziek en weet nog niet dat de hand die verwondt, ook de hand is die geneest.”

St.Augustinus.

++++

Commentaar:

Augustinus gebruikt hier een krachtig beeld: de arts die snijdt om te genezen. Het lijkt wreed, maar is in wezen een daad van liefde. Zo is het ook met geestelijke correctie. Wanneer we anderen aanspreken op hun gedrag, of zelf worden aangesproken, kan dat pijnlijk zijn. Maar als het gebeurt vanuit liefde en zorg voor de ziel, dan is het een helende handeling.

De uitdaging ligt in het volharden in liefde, zelfs wanneer die liefde niet wordt herkend. De zieke ziel kan zich verzetten, boos worden, of zelfs haten. Toch roept Augustinus op tot geduld en trouw: blijf liefhebben, ook als je wordt afgewezen. Want echte liefde is niet afhankelijk van erkenning, maar van trouw aan het goede.

Dit citaat nodigt uit tot nederigheid: durven corrigeren zonder hoogmoed, en durven gecorrigeerd worden zonder trots. Het is een oefening in innerlijke vrijheid en liefdevolle waarheid.

++++

Gebed

Genezende Liefde

Heer, U bent de arts van mijn ziel.

Snijd weg wat ziek maakt, ook als ik het niet begrijp.

Geef mij de moed om in liefde te corrigeren, en de nederigheid om

correctie te ontvangen.

 

Laat mij volharden in liefde, zelfs wanneer ik word afgewezen

of verkeerd begrepen. Want U bent de hand die verwondt

om te helen, de waarheid die bevrijdt, de liefde die nooit faalt.

Maak mijn hart zacht, mijn woorden zuiver,

en mijn leven een teken van Uw genezende genade.

Amen.

**************************

St.Augustinus: Leg voor uzelf geen schatten op aarde aan, waar mot en roest ze aantasten, en waar dieven inbreken en stelen…..

Jezus Christus overwint..

In zijn bespreking van Mattheüs 6:19-21 drukt St. Augustinus zijn frustratie uit dat christenen de waarheid horen over waar onze schat zou moeten liggen, maar onze schat op aarde blijft bewaard. Hij ziet mensen treuren omdat ze niet doen wat ze zouden moeten doen, maar niet veranderen.

Mattheüs 6:19–21 Leg voor uzelf geen schatten op aarde aan, waar mot en roest ze aantasten, en waar dieven inbreken en stelen. Maar leg voor uzelf schatten in de hemel aan, waar geen dief komt en geen mot ze aantast. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

 Wat wacht u nog? Het is duidelijk. De raad is openlijk gegeven, maar de boze begeerte ligt verborgen; nee, erger nog: zij ligt ook openlijk voor de dag. Want het plunderen houdt niet op met zijn verwoestingen; de hebzucht blijft bedriegen; de kwaadaardigheid blijft vals zweren. En waarvoor? Om schatten te vergaren. Om ze waar op te slaan? In de aarde — en terecht, door aarde voor aarde. Want tot de mens die zondigde en ons, zoals ik zei, de beker van moeite bezorgde, werd gezegd: “Stof ben je, en tot stof zul je terugkeren.” Het is dus logisch dat de schat in de aarde ligt, omdat het hart daar is. Waar is dan dat “Wij heffen onze harten op tot de Heer”? Wees bedroefd over uw toestand, u die mij begrepen hebt; en als uw droefheid oprecht is, verbeter uzelf. Hoe lang blijft u applaudisseren zonder te handelen? Wat u hebt gehoord is waar, niets is waarachtiger. Laat dan datgene wat waar is, ook gedaan worden. Eén God loven wij, en toch veranderen wij niet — opdat wij niet in deze lof zelf tevergeefs onrustig worden.

St. Augustinus – Preek 10 over het Nieuwe Testament, §6 (~400 na Chr.)
++++

Commentaar

Augustinus confronteert ons hier met een scherpe paradox: we prijzen God met onze mond, maar blijven gehecht aan aardse begeerten. Hij legt de vinger op de wonde: onze hartstocht voor bezit, status en zekerheid op aarde staat haaks op het evangelie dat ons oproept om ons hart op de hemel te richten.

Zijn woorden zijn geen abstracte theologie, maar een dringende oproep tot bekering. Hij ziet hoe mensen blijven applaudisseren voor de waarheid — maar zonder ernaar te leven. De ware schat is niet wat we verzamelen, maar waar ons hart rust. En als ons hart rust in de aarde, dan is dat waar we zullen terugkeren. Maar als we ons hart opheffen tot de Heer, dan wordt ons leven een lofzang die niet tevergeefs is.

++++

Gebed geïnspireerd door Augustinus:

Goede God, U bent de ware schat van mijn hart, maar ik ben vaak verdeeld, gevangen in zorgen, bezit en verlangen.

Help mij om mijn hart op te heffen tot U, niet alleen met woorden, maar met daden van liefde, eenvoud en vertrouwen.

Laat mijn lof niet leeg zijn, maar vrucht dragen in bekering en gerechtigheid. Breek mijn gehechtheid aan het vergankelijke, en plant in mij het verlangen naar het eeuwige.

Want waar mijn schat is, daar wil ik dat mijn hart rust — bij U, die leeft en liefhebt tot in eeuwigheid. Amen.

*******************

Augustinus: Omwille van Uw barmhartigheid, O Heer mijn God, vertel mij wat U voor mij bent….

Omwille van Uw barmhartigheid, O Heer mijn God, vertel mij wat U voor mij bent. Zeg tot mijn ziel: “Ik ben jouw redding.” Spreek zo, dat ik U hoor, O Heer; mijn hart luistert, open het, zodat het U kan horen, en zeg tot mijn ziel: “Ik ben jouw redding.” Na dit woord gehoord te hebben, mag ik dan haastig komen om U te grijpen. Verberg Uw gezicht niet voor mij. Laat mij Uw gezicht zien, zelfs als ik sterf, opdat ik niet sterf van verlangen om het te zien. Het huis van mijn ziel is te klein om U te ontvangen, maak het groter door Uzelf. Het is geheel vervallen; herstel het door Uzelf. Er zijn dingen in dat huis, ik beken het en weet het, die Uw blik moeten beledigen. Maar wie zal het reinigen? Tot wie anders dan tot U zal ik roepen? Van mijn verborgen zonden reinig mij, o Heer, en van die van anderen, spaar Uw dienaar.

Amen

‘Ik Ben’ Uw Redding Door Sint Augustinus (354–430) Kerkvader & Kerkleraar

++++

Commentaar:

Augustinus bidt hier met een hart dat dorst naar God. Hij verlangt niet alleen naar vergeving, maar naar de aanwezigheid van God zelf — een ontmoeting die zijn ziel vergroot, reinigt en herstelt. Zijn woorden zijn doordrenkt van nederigheid: hij erkent zijn gebrokenheid, zijn verlangen, en zijn onvermogen om zichzelf te redden.

De zin “Het huis van mijn ziel is te klein om U te ontvangen” is mystiek en krachtig. Het herinnert aan de paradox dat God oneindig is, maar toch in het hart van de mens wil wonen. Augustinus nodigt ons uit om ons innerlijk huis te laten verbouwen door God zelf — een proces van genade, overgave en zuivering.

++++

Gebed in de geest van Augustinus:

Heer Jezus, U bent mijn redding,

mijn hoop, mijn verlangen. Kom binnen in

het huis van mijn ziel, ook al is het klein, ook al

is het vervallen. Vergroot het met Uw liefde,

herstel het met Uw genade.

 

Laat mij Uw gezicht zoeken, niet uit nieuwsgierigheid, maar uit liefde.

Laat mijn hart luisteren wanneer U spreekt: “Ik ben jouw redding.”

Reinig mij van wat U niet behaagt, van wat ik verberg, van wat ik niet zie.

En als ik struikel, spaar mij, omwille van Uw barmhartigheid.

Amen.

++++++++++++++

St Augustinus: Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen….

Mattheüs 5:7-8 Zalig zijn de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verkrijgen. Hij zegt dat zij zalig zijn die zich ontfermen over de ellendigen, want het wordt hun terugbetaald op een manier waardoor zij zelf van ellende worden bevrijd. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Hoe dwaas zijn zij dan die God proberen te zoeken met uiterlijke ogen, aangezien Hij met het hart wordt gezien! Zoals elders geschreven staat: En zoek Hem in eenvoud van hart. Want een enkelvoudig hart is werkelijk een enkelvoudig hart: en zoals dit licht niet gezien kan worden behalve met zuivere ogen, zo wordt God ook niet gezien tenzij datgene waarmee Hij wordt gezien, zuiver is.

— Augustinus, Over de Bergrede, Boek I, 394 na Christus

++++

Commentaar:

Augustinus wijst ons op een diepe waarheid: God wordt niet gevonden door uiterlijke waarneming, maar door innerlijke zuiverheid. In een wereld die vaak de nadruk legt op uiterlijkheden en prestaties, herinnert hij ons eraan dat het hart de plaats is waar God zich laat kennen. Barmhartigheid en zuiverheid zijn geen oppervlakkige deugden, maar innerlijke houdingen die ons ontvankelijk maken voor Gods aanwezigheid.

De barmhartige ontvangt barmhartigheid — een goddelijke wederkerigheid die ons uitnodigt om mild te zijn, zelfs wanneer dat moeilijk is. En de zuivere van hart ziet God — niet met fysieke ogen, maar met een hart dat vrij is van verdeeldheid, egoïsme en onzuivere motieven.

Augustinus’ beeld van het licht dat alleen met zuivere ogen kan worden gezien, is treffend: net zoals stof onze zicht belemmert, belemmert zonde en innerlijke verdeeldheid ons geestelijk zicht. Alleen wie rein is van hart, kan werkelijk de glans van Gods aanwezigheid ervaren.

++++

Gebed

Heer, U zegt: zalig zijn de barmhartigen, zalig zijn de reinen van hart.

Maak mijn hart zacht voor de nood van anderen,

opdat ik Uw barmhartigheid mag weerspiegelen en ontvangen. Reinig mijn

innerlijk van alles wat mij verdeelt, van trots,

oordeel en onzuivere verlangens. Laat mij U zoeken,

niet met mijn ogen, maar met een zuiver hart.

Laat Uw licht in mij schijnen, zodat ik U mag zien

— niet ver weg, maar dichtbij, in de stilte van mijn ziel.

Amen.

*********************

Augustinus: Studie van de Schrift: Mattheus 7:7…..

+++++

St. Augustinus zegt dat je inderdaad het goede krijgt waar je om vraagt, maar het goede dat van God komt, is je vermogen en verlangen om goed te doen met wat je wordt gegeven. Terwijl wat u van de wereld hebt, afneemt, neemt uw gerechtigheid toe.

Mattheüs 7:7 “Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en er zal voor u opengedaan worden.”

Het Goede dat goed maakt, is God. Want niemand kan de mens goed maken, behalve Hij die eeuwig Goed is. Daarom, opdat jij goed mag zijn, roep God aan. Maar er is een ander goed waardoor je goed kunt doen, en dat is: wat je bezit. Er is goud, er is zilver; zij zijn goed, niet zodanig dat ze jou goed maken, maar waardoor je goed kunt doen. Je hebt goud en zilver, en je verlangt naar meer goud en zilver. Je hebt het, en je wilt het hebben; je bent tegelijk vol en dorstig. Dit is een ziekte, geen rijkdom. Wanneer mensen aan waterzucht lijden, zijn ze vol van water, en toch altijd dorstig. Ze zijn vol van water, en toch dorsten ze naar water. Hoe kun je dan vreugde vinden in rijkdom, als je daardoor deze ziekelijke dorst hebt? Goud heb je dus, het is goed; maar je hebt niet datgene waardoor je goed kunt worden, maar wel waarmee je goed kunt doen. Vraag je: “Wat voor goeds kan ik doen met goud?” Heb je niet gehoord in de Psalm: “Hij heeft uitgedeeld, gegeven aan de armen; zijn gerechtigheid blijft voor eeuwig.” Dit is goed, dit is het goede waardoor je goed wordt: gerechtigheid. Als je het goede hebt waardoor je goed wordt, doe dan goed met dat goede dat jou niet goed maakt. Je hebt geld, deel het vrijgevig uit. Door het vrijgevig uit te delen, vermeerder je gerechtigheid. Want hij heeft uitgedeeld, heeft gegeven aan de armen; zijn gerechtigheid blijft voor eeuwig. Zie wat vermindert en wat toeneemt: Je geld vermindert, je gerechtigheid neemt toe. Dat vermindert wat je toch spoedig zou verliezen, dat vermindert wat je achterlaat; dat neemt toe wat je voor eeuwig zult bezitten.

++++

Commentaar:

Augustinus maakt een diep onderscheid tussen materiële goederen en geestelijke goedheid. Goud en zilver zijn op zichzelf niet slecht – ze zijn “goed” in de zin dat ze nuttig kunnen zijn. Maar ze maken je niet goed. Alleen God, het eeuwige Goede, kan dat.

Hij waarschuwt voor de ziekelijke dorst naar rijkdom, die hij vergelijkt met waterzucht: een toestand waarin men vol is, maar toch dorst. Dit beeld is krachtig: het laat zien dat hebzucht nooit verzadigt.

De oplossing? Gebruik je bezit om gerechtigheid te bevorderen. Door te geven aan de armen, verminder je je geld, maar vermeerder je je gerechtigheid – iets wat eeuwig blijft. Het is een oproep tot vrijgevigheid, niet als plicht, maar als weg naar innerlijke transformatie.

++++

Gebed

Heer, eeuwige Bron van het Goede,

 U alleen kunt ons hart zuiveren en ons werkelijk goed maken.

Help ons om niet te hechten aan wat vergaat, maar om te leven in gerechtigheid die blijft.

 Geef ons de moed om vrijgevig te zijn, om te delen wat we hebben met hen die tekortkomen.

Laat onze handen mild zijn, en ons hart rijk in liefde. Dat ons geven geen verlies mag zijn,

maar een zaaien in Uw Koninkrijk.

 Amen.

***************************

St.Augustinus: De werkelijke aanwezigheid van Jezus in de EUCHARISTIE (Leer van de vroege Kerk)….

“De werkelijke aanwezigheid van Jezus in de EUCHARISTIE (Leer van de vroege Kerk)”

“Wat je ziet is het brood en de kelk; dat is wat je eigen ogen je vertellen. Maar wat je geloof je verplicht te aanvaarden, is dat het Brood het Lichaam van Christus IS en de Kelk het Bloed van Christus IS.”

– Sint-Augustinus van Hippo (geb. 354 n.Chr. – overl. 430 n.Chr.)

++++

Commentaar:

Deze uitspraak van Sint-Augustinus is een krachtige bevestiging van wat in de katholieke traditie de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de Eucharistie wordt genoemd. Hij maakt een onderscheid tussen zintuiglijke waarneming en geloofskennis: onze ogen zien brood en wijn, maar ons geloof erkent dat deze tekenen door de kracht van Christus’ woorden en de Heilige Geest werkelijk zijn veranderd in zijn Lichaam en Bloed.

Augustinus, als kerkvader, benadrukt dat het geloof ons helpt verder te kijken dan het zichtbare. Dit is geen symboliek alleen, maar een mysterie waarin Christus zichzelf werkelijk geeft aan zijn Kerk. Zijn woorden echoën de diepe eerbied en het mysterie dat de Eucharistie omgeeft — een ontmoeting met de levende Christus.

++++

Gebed

Heer Jezus Christus, U hebt ons in de Eucharistie het grootste geschenk gegeven: uzelf.

Help ons met een zuiver hart en een levend geloof te naderen tot dit heilig sacrament.

 Laat ons niet blijven hangen in wat onze ogen zien, maar open ons hart voor de diepe

waarheid van uw aanwezigheid. Zoals Sint-Augustinus beleed, willen ook wij zeggen: “U bent hier,

 werkelijk, in Brood en Wijn.” Maak ons ontvankelijk voor uw genade, en laat ons leven een

weerspiegeling zijn van uw liefde.

 Amen.

*************