Dit is een privé blog van Kris Biesbroeck Licentiaat Filosofie/Theologie. De site behandelt zoveel mogelijke informatie over de Katholieke Kerk, Bijbel, Kerkvaders, Augustinus , St.Jan van het Kruis enz.. CONTACT : KRISBIESBROECK@GMAIL.COM
“Vasten zuivert de ziel. Het verheft de geest, en het brengt het lichaam onder de heerschappij van de geest. Het maakt het hart berouwvol en nederig, verdrijft de wolken van begeerte, dooft de vlammen van lust, en doet het ware licht van de kuisheid opgaan.”
— St. Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier niet over vasten als een louter lichamelijke oefening, maar als een weg naar innerlijke vrijheid. Voor hem is vasten een beweging van heel de mens:
Het zuivert de ziel: door afstand te nemen van wat ons verstrooit, wordt het innerlijk helderder.
Het verheft de geest: minder gericht op het aardse, meer ontvankelijk voor God.
Het lichaam komt onder de geest: niet in een negatieve zin, maar als een harmonisering van onze verlangens.
Het hart wordt nederig: vasten breekt de illusie dat we onszelf genoeg zijn.
De wolken van begeerte verdwijnen: niet omdat verlangen slecht is, maar omdat het geordend wordt.
Het licht van de kuisheid verschijnt: kuisheid als innerlijke helderheid, zuiverheid van intentie, liefde zonder bezit.
Augustinus ziet vasten dus als een weg naar vrijheid, helderheid en liefde. Niet als straf, maar als ruimte scheppen voor God.
TOPISCHE STUDIE: GEEF ONS HEDEN ONS DAGELIJKS BROOD
De Eucharistie is het voedsel van het heil
“Geef ons heden ons dagelijks brood, waar de zalige Cyprianus laat zien hoe ook hier volharding wordt gevraagd. Want hij zegt onder andere: En wij vragen dat dit brood ons dagelijks gegeven wordt, opdat wij die in Christus zijn, en dagelijks de Eucharistie ontvangen als voedsel van het heil, niet door de tussenkomst van een of andere zware zonde van het Lichaam van Christus worden gescheiden, doordat wij worden weerhouden van de communie en verhinderd om deel te nemen aan het hemelse brood.
Deze woorden van de heilige man Gods geven aan dat de heiligen de volharding rechtstreeks aan God vragen, wanneer zij met deze bedoeling zeggen: Geef ons heden ons dagelijks brood, namelijk dat zij niet van het Lichaam van Christus worden gescheiden, maar mogen volharden in die heiligheid waarin zij geen misdaad toelaten waardoor zij zouden verdienen ervan gescheiden te worden.”
— St. Augustinus, Verhandeling over de gave van de volharding, 428 n.Chr.
++++
Commentaar:
Wat Augustinus hier doet, is opmerkelijk: hij leest het Onze Vader niet alleen als een gebed om lichamelijk voedsel, maar als een gebed om blijvende verbondenheid met Christus.
Voor hem is het “dagelijks brood” niet slechts brood, maar Christus zelf, ontvangen in de Eucharistie.
En dan volgt zijn diepe inzicht:
De Eucharistie is niet alleen een gave, maar ook een vraag.
Wie bidt om dagelijks brood, bidt eigenlijk om volharding in de liefde,
om niet los te raken van Christus,
om niet te vallen in een zonde die scheiding brengt,
om te blijven in de gemeenschap van het Lichaam.
Augustinus en Cyprianus zien de Eucharistie als een dagelijkse ankerplaats:
een plaats waar Christus ons voedt, maar ook bewaart, draagt, en terugroept wanneer wij dreigen af te dwalen.
Het is een prachtige, nederige visie:
wij blijven niet bij Christus door onze eigen kracht, maar door zijn dagelijkse gave.
++++
Gebed:
Heer Jezus Christus,
Brood van het leven,
Gij die ons voedt met uw eigen Lichaam,
geef ons de genade om bij U te blijven.
Bewaar ons voor alles wat ons van U zou scheiden.
Geef dat wij elke dag opnieuw mogen leven uit uw liefde,
Of het nu in de Wet, of in de Profeten, of in het Evangelie is: het getal veertig wordt ons telkens aanbevolen wanneer het over vasten gaat.
Vasten betekent in zijn brede en ware betekenis: zich onthouden van de ongerechtigheden en de ongeoorloofde genoegens van deze wereld. Dat is het volmaakte vasten:
“Opdat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verloochenend, matig, rechtvaardig en godvruchtig mogen leven in deze tegenwoordige wereld.”
Welke beloning verbindt de apostel aan dit vasten? Hij vervolgt:
“Verwachtende de zalige hoop en de verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Heiland Jezus Christus.”
In dit leven vieren wij dus als het ware de veertig dagen van onthouding wanneer wij goed leven en ons afkeren van ongerechtigheid en ongeoorloofde genoegens. Maar omdat deze onthouding niet zonder beloning zal blijven, zien wij uit naar “de zalige hoop en de openbaring van de heerlijkheid van de grote God en van onze Heiland Jezus Christus.”
In die hoop — wanneer zij werkelijkheid wordt — zullen wij ons loon ontvangen: een denarius. Want dat is hetzelfde loon dat de arbeiders in de wijngaard krijgen, zoals u zich ongetwijfeld herinnert.
Een denarius, die zijn naam ontleent aan het getal tien, wordt toegevoegd aan de veertig, zodat het vijftig wordt. Daarom vieren wij vóór Pasen de Quadragesima in arbeid en inspanning, maar na Pasen de Quinquagesima in vreugde, omdat wij ons loon hebben ontvangen.
Aan de gezonde arbeid van het goede werk — dat bij het getal veertig hoort — wordt de denarius van rust en geluk toegevoegd, zodat het getal vijftig wordt.
++++
Commentaar:
Augustinus doet hier iets schitterends: hij verbindt tijd, getal, morele levensstijl en eschatologische hoop tot één spirituele beweging.
1.Vasten is meer dan voedsel laten
Voor Augustinus is vasten niet in de eerste plaats lichamelijk, maar moreel en geestelijk:
je onthoudt je van ongerechtigheid,
je laat ongeoorloofde genoegens los,
je kiest voor een leven dat matig, rechtvaardig en godvruchtig is.
Het gaat dus om een levensstijl, niet om een ritueel.
2. De 40 dagen zijn een symbool van ons hele aardse leven
Ons leven hier is een soort “grote vastentijd”:
een tijd van strijd,
van oefenen in liefde,
van loslaten van wat ons van God verwijdert.
3. De 50 dagen na Pasen zijn een beeld van de voleinding
De denarius — het loon — staat voor de volheid van vreugde die God geeft.
“Beproevingen en moeilijkheden bieden ons de kans om genoegdoening te doen voor onze vroegere fouten en zonden. In zulke momenten komt de Heer naar ons toe als een arts, om de wonden te genezen die onze zonden hebben achtergelaten. Beproeving is het goddelijk medicijn.”
— St. Augustinus van Hippo
++++
Commentaar:
Augustinus raakt hier een diepe, vaak vergeten waarheid: dat lijden niet alleen iets is dat ons overkomt, maar ook een plaats waar God ons tegemoetkomt. Hij ziet beproevingen niet als straf, maar als genezing. Dat is een radicale verschuiving.
Waar wij pijn zien, ziet God een open deur.
Waar wij zwakte voelen, ziet Hij een kans om te helen.
Waar wij falen, ziet Hij een plek waar Zijn genade kan binnenkomen.
Augustinus gebruikt het beeld van Christus als arts. Een arts doet soms pijn om te genezen: een wond reinigen, een bot zetten, een infectie bestrijden. Niet om te straffen, maar om te herstellen.
Zo werkt God ook in onze ziel.
Beproevingen worden dan geen muren, maar plaatsen van ontmoeting. Geen straf, maar medicijn. Geen einde, maar begin van herstel.
En misschien is dat wel de kern van Augustinus’ wijsheid:
God is het meest nabij wanneer wij het minst in staat zijn om onszelf te redden.
++++
Gebed:
Heer,
U kent mijn hart, mijn wonden, mijn verleden.
U weet waar ik struikel, waar ik bang ben, waar ik tekortschiet.
Kom tot mij als de genezende Arts,
niet om te veroordelen, maar om te helen.
Leer mij mijn beproevingen te zien zoals U ze ziet:
als momenten waarin Uw liefde dieper kan doordringen,
Augustinus had het grootste deel van zijn leven naar de waarheid gezocht en trok van sekte naar sekte, die allemaal beweerden de waarheid te kennen. Toen hij uiteindelijk de Waarheid van het Evangelie ontdekte, vond hij deze onlosmakelijk verbonden met de Kerk door Gods plan, zodat hij ze niet kon scheiden.
Sint‑Augustinus:
“Het is het gezag van de Kerk dat het geloof in het Evangelie beweegt.”
Maar stel dat je iemand ontmoet die nog niet in het evangelie gelooft — wat zou je antwoorden als hij zegt: “Ik geloof niet”?
Voor mijn deel zou ik het evangelie niet geloven, tenzij ik daartoe bewogen werd door het gezag van de katholieke Kerk. Wanneer dus degenen op wier gezag ik het evangelie ben gaan geloven, mij zeggen dat ik Manicheüs niet moet geloven, hoe zou ik dan anders kunnen dan instemmen?
Kies maar.
Als je zegt: “Geloof de katholieken”, dan is hun advies aan mij om geen geloof te hechten aan jou; en als ik hen geloof, kan ik jou niet geloven.
Als je zegt: “Geloof de katholieken niet”, dan kun je het evangelie niet gebruiken om mij tot geloof in Manicheüs te brengen; want op gezag van de katholieken ben ik het evangelie gaan geloven.
En als je zegt: “Je deed er goed aan de katholieken te geloven toen zij het evangelie prezen, maar je doet er slecht aan hen te geloven wanneer zij Manicheüs afkeuren” — denk je dan dat ik zo’n dwaas ben dat ik geloof of niet geloof naar gelang jouw voorkeur, zonder enige reden?
Daarom is het veel eerlijker en veiliger voor mij, nu ik eenmaal vertrouwen heb gesteld in de katholieken, niet naar jou over te gaan totdat jij, in plaats van mij te bevelen te geloven, mij iets duidelijk en openlijk uitlegt.
Uit: Tegen de Fundamentele Brief van Manicheüs, hoofdstuk 5 (ca. 397 na Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus legt hier een fundamenteel inzicht bloot dat vaak verkeerd begrepen wordt:
geloof begint niet bij een tekst, maar bij vertrouwen.
Hij zegt niet dat de Kerk boven het Evangelie staat, maar dat de Kerk het kanaal is waardoor het Evangelie geloofwaardig wordt.
Zoals een kind leert vertrouwen op de stem van zijn ouders, zo leert een gelovige vertrouwen op de gemeenschap die het Evangelie draagt, bewaart en doorgeeft.
Drie accenten springen eruit:
1.Geloof is relationeel, niet individualistisch
Augustinus verzet zich tegen het idee dat iemand zomaar op eigen houtje kan bepalen wat waar is.
Waarheid wordt ontvangen binnen een gemeenschap die leeft van Christus.
2. De Kerk is geen obstakel, maar een moeder
Voor hem is de Kerk de plaats waar het Evangelie klinkt, waar het wordt uitgelegd, waar het wordt geleefd.
Zonder die gemeenschap zou het evangelie slechts een boek zijn — niet een levende boodschap.
3. Redelijkheid en geloof horen samen
Augustinus weigert blind te geloven.
Hij vraagt om heldere uitleg, om redenen, om licht.
Geloof is voor hem nooit irrationeel; het is een redelijke overgave aan een betrouwbare bron.
In onze tijd, waarin iedereen zijn eigen waarheid kan kiezen, klinkt Augustinus’ stem verrassend actueel: Geloof vraagt om een gemeenschap die betrouwbaar is, en om nederigheid om je te laten dragen door iets dat groter is dan jezelf.
“Wanneer een mens zijn fouten ontdekt, bedekt God ze.
Wanneer een mens ze verbergt, onthult God ze.
Wanneer hij ze erkent, vergeet God ze.”
— Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus raakt hier aan een diepe spirituele paradox:
Gods barmhartigheid wordt zichtbaar precies op het moment dat wij onze kwetsbaarheid niet langer verbergen.
“Wanneer een mens zijn fouten ontdekt, bedekt God ze.”
Ontdekken is niet hetzelfde als veroordelen. Het is het licht toelaten. Zodra wij eerlijk worden, komt God ons tegemoet met zachtheid.
“Wanneer een mens ze verbergt, onthult God ze.”
Niet als straf, maar omdat verborgenheid ons gevangen houdt. Wat wij
wegstoppen, blijft ons achtervolgen. God wil waarheid omdat waarheid bevrijdt.
“Wanneer hij ze erkent, vergeet God ze.”
Erkennen is de poort naar vergeving. In de taal van Augustinus: God “vergeet” niet letterlijk, maar Hij houdt onze misstappen niet langer tegen ons. Ze verliezen hun macht.
De erkenning die wij vrezen, blijkt de weg naar vrede.
Het is een prachtige samenvatting van Augustinus’ visie op genade:
God vraagt geen perfectie, maar waarheid. En in die waarheid schenkt Hij genezing.
++++
Gebed:
Heer,
U kent mijn hart beter dan ik het zelf ken.
U ziet mijn zwakheden, mijn vergissingen, mijn verborgen angsten.
Geef mij de moed om eerlijk te zijn,
om niets te verbergen voor U die mij liefhebt.
Wanneer ik mijn fouten ontdek,
laat mij dan Uw zachte hand ervaren die bedekt en geneest.
Wanneer ik geneigd ben te verbergen,
roep mij dan terug naar het licht van Uw waarheid.
Augustinus raakt hier aan een van zijn meest kenmerkende thema’s: de innerlijke ordening van het hart. Voor hem is liefde niet zomaar een emotie, maar de richting van de ziel. Alles wat we doen — spreken, zwijgen, handelen, wachten — krijgt zijn waarde door de liefde die het draagt.
Deze korte uitspraak is eigenlijk een kleine regel van leven:
Zwijgen uit liefde betekent: niet terugtrekken uit angst, koppigheid of onverschilligheid, maar ruimte maken voor de ander, voor vrede, voor luisteren, voor God.
Spreken uit liefde betekent: woorden kiezen die opbouwen, helen, verhelderen, troosten — zelfs wanneer ze confronterend zijn. Liefde maakt waarheid zacht en zachtheid waarachtig.
Augustinus nodigt ons uit om onszelf telkens opnieuw af te vragen:
Wat is de bron van mijn woorden? Wat is de bron van mijn stilte?
Wanneer liefde de bron is, wordt zelfs het kleinste gebaar een plaats waar God kan ademen.
++++
Gebed:
Heer,
Leer mij zwijgen wanneer mijn woorden geen liefde dragen,
en leer mij spreken wanneer mijn stilte geen liefde dient.
Vul mijn hart met Uw zachtmoedigheid,
zodat mijn stem, mijn stilte, mijn daden en mijn rust
St. Augustinus zegt: “Verlangen is je gebed; en als je verlangen onophoudelijk is, zal je gebed ook onophoudelijk zijn. De voortduring van je verlangen is de voortduring van je gebed.”
++++
Commentaar:
Augustinus legt hier een diepe verbinding tussen verlangen en gebed. Hij bevrijdt het gebed van de beperking tot woorden of momenten van stilte. In plaats daarvan zegt hij: als je hart verlangt naar God, dan ben je al aan het bidden. Dit verlangen is geen vluchtige emotie, maar een voortdurende innerlijke houding van openheid, hoop en liefde. Het maakt van het hele leven een gebed — zelfs op het sportveld, in de klas, of tijdens het werk.
De jonge man op de afbeelding belichaamt dit: zijn knielende houding is zichtbaar, maar Augustinus herinnert ons eraan dat het echte gebed zich afspeelt in het hart. Het is een uitnodiging om ons dagelijks leven te doordrenken met een stille, liefdevolle gerichtheid op God.
++++
Gebed:
Goede God,
leer mij bidden met mijn hele leven.
Laat mijn verlangen naar U niet doven,
maar groeien in elke ademhaling, elke stap, elke keuze.
Laat ons de Kerk niet verlaten omdat we er onkruid in zien. We hoeven enkel te streven om het koren te zijn.
— Sint-Augustinus
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Sint-Augustinus is een krachtige oproep tot trouw en onderscheidingsvermogen binnen de geloofsgemeenschap. Hij erkent dat de Kerk, als menselijke instelling, niet vrij is van fouten, verdeeldheid of zonde — het “onkruid” waar hij over spreekt. Maar hij waarschuwt ons ervoor om niet te vluchten of ons af te keren. In plaats daarvan roept hij op tot innerlijke zuiverheid: wees zelf het “koren”, het goede, het vruchtbare, dat standhoudt en groeit ondanks de aanwezigheid van het onkruid.
Augustinus verwijst hier naar de gelijkenis van de tarwe en het onkruid (Matteüs 13:24–30), waarin Jezus leert dat het niet aan ons is om het onkruid uit te trekken — dat oordeel komt pas aan het einde der tijden. Tot dan leven goed en kwaad naast elkaar, zelfs binnen de Kerk. De uitdaging is om zelf trouw te blijven aan Christus, zonder bitterheid of veroordeling.
Deze gedachte is bijzonder relevant in tijden van kerkelijke crisis, teleurstelling of verdeeldheid. Augustinus nodigt ons uit tot nederigheid, volharding en hoop: de Kerk is niet perfect, maar zij blijft het lichaam van Christus, waarin wij geroepen zijn om vrucht te dragen.
“Hij stierf, maar Hij overwon de dood; in zichzelf maakte Hij een einde aan wat wij vreesden; Hij nam het op zich en overwon het, als een machtige jager ving en doodde Hij de leeuw.”
— Sint Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus gebruikt krachtige beeldspraak om het mysterie van Christus’ overwinning op de dood te verwoorden. De dood — het ultieme menselijke angstbeeld — wordt voorgesteld als een leeuw: wild, onoverwinnelijk, dreigend. Maar Christus, door zijn vrijwillige lijden en sterven, vangt deze leeuw in zijn eigen lichaam. Hij ondergaat de dood niet als slachtoffer, maar als overwinnaar. In zijn sterven wordt de dood zelf ontkracht.
De zin “in zichzelf maakte Hij een einde aan wat wij vreesden” is bijzonder troostrijk. Christus heeft de dood niet van buitenaf bestreden, maar van binnenuit getransformeerd. Hij is de machtige jager die het beest verslaat door het te laten toeslaan — en zo zijn kracht te breken. Dit is geen brute triomf, maar een mysterieuze, liefdevolle overwinning: door zich kwetsbaar te maken, overwint Hij het onoverwinnelijke.
++++
Gebed
Heer Jezus Christus,
Gij zijt de machtige jager die de leeuw van de dood hebt verslagen.
In Uw lijden hebt Gij onze angst gedragen,
in Uw sterven hebt Gij het duister overwonnen.
Laat ons niet vergeten dat Gij de dood niet ontweken hebt,
maar haar hebt getransformeerd tot poort van leven.
Leer ons U te vertrouwen wanneer wij bang zijn,
wanneer het onbekende ons benauwt,
wanneer de dood ons nabij komt in lichaam of geest.
Deze woorden uit de Confessiones van Augustinus zijn doordrenkt van nederigheid en verwondering. Hij kijkt terug op zijn leven — met al zijn omwegen, fouten en genadevolle wendingen — en erkent dat Gods barmhartigheid hem steeds heeft begeleid. Het is geen oppervlakkige dankbaarheid, maar een diepe, doorleefde erkenning: dat zelfs in zijn dwaasheid en verzet, God hem bleef roepen, dragen en genezen.
Augustinus nodigt ons uit om ons eigen levensverhaal te herlezen in het licht van Gods trouw. Niet om onszelf te veroordelen, maar om de sporen van genade te ontdekken — in herinneringen, ontmoetingen, inzichten, en innerlijke ommekeer. Zijn gebed is een oefening in spiritueel geheugen: het her-inneren van Gods aanwezigheid, zodat ons hart zich opent voor lof en overgave.
“Aangezien de wereld het niet waard was om de Zoon van God rechtstreeks uit de handen van de Vader te ontvangen, gaf Hij zijn Zoon aan Maria, opdat de wereld Hem van haar zou ontvangen.”
— St. Augustinus (354–430), bisschop van Hippo, kerkvader, kerkleraar
++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Augustinus is een krachtige meditatie op de rol van Maria in het heilsmysterie. Hij benadrukt niet alleen haar unieke plaats als Moeder van God, maar ook haar bemiddelende rol tussen hemel en aarde. De wereld was niet waardig om de Zoon rechtstreeks van de Vader te ontvangen — een uitdrukking van de heiligheid en transcendentie van God — en toch, uit liefde en genade, koos God ervoor om via Maria tot ons te komen.
Maria wordt hier voorgesteld als de poort waardoor God de wereld binnenkomt: een menselijke moeder, zuiver en beschikbaar, die het goddelijke in zich draagt en deelt. Dit onderstreept haar nederigheid, haar ja-woord bij de Annunciatie, en haar voortdurende aanwezigheid in het leven van Christus en de Kerk. Het is een uitnodiging om Maria niet te vereren om zichzelf, maar om haar unieke openheid voor God, waardoor wij Hem mogen ontvangen.
++++
Gebed
Heilige Maria, Moeder van God,
Gij die de Zoon hebt gedragen in uw schoot,
en Hem hebt gegeven aan een wereld die Hem niet verdiende,
leer ons uw nederigheid, uw vertrouwen, uw ja-woord.
“Door het bloed van mijn moeders hart, door haar tranen dag en nacht, werd er een offer voor mij aan U gebracht, en U handelde op vreemde wijze met mij.”
— Sint Augustinus van Hippo Biechtboek, Boek V, Hoofdstuk VII
+++
Commentaar:
Deze zin uit Augustinus’ Confessiones is een aangrijpende getuigenis van de kracht van moederlijke liefde en gebed. Zijn moeder, Monica, bad jarenlang met tranen voor de bekering van haar zoon. Augustinus erkent hier dat haar lijden — haar “bloed van het hart” — een geestelijk offer was, gebracht aan God. Het beeld is intens: haar innerlijke pijn wordt vergeleken met een bloedoffer, een verwijzing naar de diepste vorm van liefde en opoffering.
De “vreemde wegen” waarmee God met Augustinus omging, verwijzen naar de mysterieuze, soms pijnlijke maar uiteindelijk genadige processen van bekering en transformatie. God werkt niet altijd volgens onze verwachtingen, maar zijn wegen leiden tot leven.
Monica’s volharding is een troost voor allen die bidden voor geliefden die worstelen of afgedwaald zijn. Haar verhaal leert ons dat liefde die lijdt en bidt nooit vergeefs is.
++++
Gebed
God van liefde en geduld,
U die de tranen van Monica zag en het hart van Augustinus raakte, leer ons te volharden in gebed voor hen die we liefhebben. Laat onze liefde, hoe stil en verborgen ook, een offer zijn dat U raakt en beweegt. Werk in hen op Uw wijze, zelfs als wij het niet begrijpen. Geef ons vertrouwen in Uw mysterieuze genade, en troost ons met de wetenschap dat geen traan bij U verloren gaat.
Omdat liefde in jou groeit, groeit ook schoonheid. Want liefde is de schoonheid van de ziel.
— Sint Augustinus
++++
Commentaar:
Augustinus verbindt hier liefde en schoonheid op een diep spiritueel niveau. Niet uiterlijke schoonheid, maar innerlijke glans — de schoonheid die voortkomt uit liefdevolle intentie, uit een hart dat zich opent voor God en de ander. In deze visie is liefde geen emotie alleen, maar een transfigurerende kracht: zij maakt de ziel mooi, helder, stralend.
De zin “liefde is de schoonheid van de ziel” is tegelijk eenvoudig en mystiek. Ze herinnert ons eraan dat echte schoonheid niet wordt gevonden in vormen of kleuren, maar in de manier waarop we liefhebben — zachtmoedig, trouw, vergevend, hoopvol.
++++
Gebed:
God van liefde,
laat Uw liefde in mij groeien, zoals bloemen bloeien aan de rand van de zee. Maak mijn ziel mooi door Uw aanwezigheid, zacht door Uw genade, stralend door Uw licht.
Laat mijn liefde niet alleen woorden zijn, maar daden van troost, stilte van begrip, aanwezigheid in pijn.
Heilige Augustinus, leer mij de weg van het hart, waar liefde de ziel vormt tot een spiegel van God.
“Hoe zoet was het ineens voor mij om verlost te zijn van die vruchteloze genoegens, waarvan ik ooit vreesde ze te verliezen. U hebt ze van mij verdreven, U, die de ware, de Soevereine Vreugde bent.
U hebt ze verdreven en hun plaats ingenomen.O Heer, mijn God, mijn Licht, mijn Rijkdom, mijn Heil.”
— Augustinus
++++
Commentaar:
Deze passage uit Augustinus’ Belijdenissen getuigt van een diepe innerlijke ommekeer. Wat ooit als onmisbaar en begeerlijk werd ervaren — de “vruchteloze genoegens” van de wereld — blijkt uiteindelijk leeg en tijdelijk. De angst om ze te verliezen maakt plaats voor een onverwachte zoetheid: het loslaten wordt geen verlies, maar een bevrijding.
Augustinus beschrijft hoe God niet alleen de plaats inneemt van deze wereldse vreugden, maar ze ook actief verdrijft. God is geen aanvulling, maar een vervulling — de ware Vreugde, het Licht dat alle duisternis verdrijft, de Rijkdom die geen einde kent, de Heil dat redt en vernieuwt.
Deze woorden nodigen uit tot reflectie: wat houdt ons nog vast? Wat vrezen we te verliezen, terwijl God ons iets oneindig beters wil geven?
Deze gebedstekst is een lofzang op Christus als het eeuwige Woord van God, geïnspireerd door de theologie van Sint Augustinus. Het beeld van het Woord dat in de eeuwigheid bij de Vader bestaat en in de tijd mens wordt via Maria, weerspiegelt Augustinus’ diepe besef van de incarnatie als licht in de duisternis van de wereld. De vurige hartstocht waarmee hij de waarheid van Christus omarmt — zoals afgebeeld in het schilderij waar hij het brandende hart ontvangt — is hier verwoord in poëtische strofes die zowel mystiek als missionair zijn: het licht moet niet alleen ontvangen, maar ook verkondigd worden.
De laatste strofe is een oproep aan allen die het licht dragen — heiligen, gelovigen, verkondigers — om als bakens te blijven schijnen in een wereld die vaak verdwaalt. Het is een gebed dat ons uitnodigt om het vuur van liefde en waarheid niet voor onszelf te houden, maar het uit te dragen met moed en helderheid.
Toen Augustinus buiten de kerk stond en haar aanviel, beschouwde hij het Oude Testament als dwaas en “vervloekt”. Nu begint hij zijn verdediging ervan met de inleidende verklaring dat men niet zo onbezonnen moet zijn om te oordelen en kennis te veinzen wanneer men zich baseert op leraren die vijanden van God zijn en dus uitgaan van vooronderstellingen die hen verblinden.
Tekst:
(St. Augustinus, ca. 391 n.Chr.)
“Ik roep als getuige, Honoratus, mijn geweten en God, Die woont in reine zielen, dat ik niets verstandiger, kuiser en godsdienstiger acht dan al die Schriften, die onder de naam van het Oude Testament door de Katholieke Kerk worden behouden.
Ik weet dat jij je hierover verwondert. Want ik kan niet verbergen dat wij destijds heel anders waren overtuigd. Maar er is werkelijk niets roekelozers — wat wij als jongens in ons droegen — dan bij elk afzonderlijk boek de uitleggers te verlaten, die beweren dat zij het bezitten en het kunnen overdragen aan hun leerlingen, en de betekenis ervan te zoeken bij hen die, ik weet niet door welke drijfveer, een bittere strijd hebben ontketend tegen de opstellers en auteurs ervan.”
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier met diepe eerbied over het Oude Testament, dat hij — na een periode van twijfel — als wijs, zuiver en godvruchtig erkent. Zijn woorden zijn een getuigenis van bekering: van jeugdige arrogantie naar nederige aanvaarding. Hij bekritiseert de neiging om de Schrift te interpreteren zonder respect voor de overlevering en de leraren die haar doorgeven. In plaats van de betekenis te zoeken bij tegenstanders van het geloof, roept hij op tot vertrouwen in degenen die haar met liefde en kennis bewaren.
Deze passage is ook een oproep tot nederigheid in het zoeken naar waarheid. Augustinus herinnert ons eraan dat geestelijke groei vaak begint met het erkennen van onze vroegere misvattingen — en dat ware wijsheid zich openbaart in het licht van geloof en gemeenschap.
++++
Gebed:
God van wijsheid en trouw,
zoals Gij woonplaats vindt in reine zielen,
laat ook ons hart een tempel zijn voor Uw Woord.
Geef ons de nederigheid van Augustinus,
om onze vroegere oordelen los te laten
en Uw Schriften te ontvangen met eerbied en liefde.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.