Christus het Hoofd

Augustinus

Christus het Hoofd

 

Augustine_Hippo_small.jpgWat voor zin heeft het in Christus te geloven als ge Hem tegelijkertijd verwenst ? Ge aanbidt Christus, het hoofd, maar ge verwenst zijn lichaam, de Kerk. Christus houdt van zijn lichaam.Ook al hebt ge u losgemaakt van zijn lichaam, het hoofd verlaat daarom zijn lichaam nog niet. Het hoofd roept u toe : zó heeft het geen zin Mij te vereren. Het is ongeveer als wanneer iemand u wil kussen, maar daarbij op uw voeten trapt. Met gespijkerde schoenen wellicht trapt hij uw voeten plat, wanneer hij uw hoofd wil vastnemen om u te kussen. Onderbreekt ge dan zijn vererende woorden niet met te roepen : kijk uit, ge trapt op mijn voeten ? Ge zegt niet : ge trapt op mijn hoofd. Het hoofd werd immers overladen met eer. Het hoofd spreekt dus eerder voor de vertrapte ledematen dan voor zichzelf. Het hoofd roept : ik wil uw eerbetoon niet : houd liever op mij te trappen.

Durft gij tot het hoofd zeggen : hoe heb ik u getrapt ? Ik wilde u toch slechts omhelzen en kussen : Begrijp ge dan niet dat er een levende eenheid bestaat tussen het hoofd dat ge wilt omhelzen en de leden die ge vertrapt ? Van boven wilt ge mij eren, van onder vertrapt hij mij. De pijn om het vertrappen is groter dan de vreugde om de omhelzing, want wat gij wilt omhelzen heeft pijn om de leden die gij vertrapt. De tong zegt “ik heb pijn”, De tong zegt niet “mijn voet heeft pijn”, maar “ik heb pijn”, hoewel niemand de tong aangeraakt, gewond, geprikt of doorboord heeft.Toch lijdt de tong omdat zij verbonden is met het geheel van het lichaam. Zij moet noofzakelijk pijn hebben, zolang zij niet van het lichaam gescheiden is.
Daarom heeft onze Heer Jezus Christus bij zijn hemelvaart op de veertigste dag, zijn lichaam dat hier op aarde moest blijven, aan onze zorg aanbevolen. Hij wist dat vele mensen Hem zouden eren omdat Hij ten hemel opgestegen is.Maar Hij wist ook dat hun verering nutteloos zou zijn, wanneer zij zijn leden op aarde zouden vertrappen. Om elke vergissing uit te sluiten en te voorkomen dat men het hoofd in de hemel zou aanbidden, maar de leden op aarde zou vertrappen, verklaarde Hij waar zijn leden te vinden zouden zijn. Dat waren zijn láátste woorden vóór Hij ten hemel steeg; daarna heeft hij niet meer gesproken op aarde. Hij beval zijn leden op aarde aan en ging heen. Christus spreekt niet meer op aarde. Hij spreekt nog wel vanuit de hemel. Wat is de reden dat Hij nog vanuit de hemel spreekt? De reden is dat zijn leden op aarde vertrapt worden. Tot Saulus sprak Hij vanuit de hemel : “Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij ?” Ik ben wel ten hemel gestegen, maar ik verblijf nog evenzeer op aarde. Ik zit wel aan de rechterhand van de Vader, maar Ik heb nog honger, Ik lijd nog dorst en ben nog vraeemdeling op aarde.

uit : Augustinus : “eenheid en liefde” Augustinus preken over de eerste brief van Johannes” vertaling prof Van Bavel

 

Simeon de nieuwe theoloog: hymne 2

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik
Hymne 2

 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Symeon de Nieuwe Theoloog en Basilius

 

Hymne 2 :

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,
om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.
Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),
Schepper en Auteur van alles,
niet geschapen, zonder begin, uniek,
en uw Zoon, door U verwekt
en de Heilige Geest, uit U voortkomend,
de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,
de machten, de cherubijnen en de serafijnen
en alle andere geliefde hemelse legerscharen,
aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht
aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,
dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,
en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.
Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,
die van de aarde, of die van de afgronden,
voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid
één verlangen en één koninkrijk,
één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede
of welke andere schittering het ook zij:
de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak
van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.
Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.
Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.
Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,
toen ze Satan zagen vallen
en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.
Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,
slaven van hun trots,
terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,
opgeheven zijn door vrees en liefde,
zich hechten aan hun Heer.
Zo maakte de erkenning van zijn heerschap
ook de groei van hun liefde
omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid
beter en helderder zagen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de ‘boze’ buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste – Eustathius – trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse ‘wijsheid’ en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius’ grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees verder “Basilius de Grote : een bruggenbouwer”

Basilios van Caesarea :”Jezus zei hun…altijd te bidden”

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

“Jezus zei hun…altijd te bidden”

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. “Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God” (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Gregorius van Nyssa :”Zalig jullie armen”

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
De Zaligsprekingen 1

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

 

“Zalig jullie armen”

 

 

Aangezien bijna alle mensen op natuurlijke wijze naar de trots worden gebracht, begint de Heer met de Zaligsprekingen door het oorspronkelijk kwaad van de zelfgenoegzaamheid te verwijderen en door aan te raden om de ware vrijwillige Arme, die werkelijk gelukkig is, na te volgen – door op Hem te lijken naar ons vermogen, door een vrijwillige armoede, om zo deel te hebben aan zijn zaligspreking, aan zijn geluk. “Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Jezus Christus bezielde. Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil 2,5-7).

Wat is er ellendiger voor God dan de gestalte van een dienstknecht aan te nemen? Wat is er geringer voor de Koning van het universum, dan onze menselijke natuur aan te nemen? De Koning der koningen en de Heer der heren, de Rechter van het universum betaalt belasting aan de keizer (1Tm 6,17; He 12,23; Mc 12,17). De Meester van de schepping omhelst deze wereld, gaat een grot binnen, vindt geen plaats in een herberg en neemt toevlucht in een stal, in gezelschap van redeloze dieren. Degene die zuiver en onbevlekt is neemt de zonden van de menselijke natuur op zich, en na al onze ellende te hebben gedeeld, gaat Hij door tot aan de ervaring van de dood. Beschouw de mateloosheid van zijn vrijwillige armoede! Het Leven proeft de dood; de Rechter is voor de rechtbank gesleept; de Meester van het leven van allen, onderwerpt zich aan de gezagsdragers; de Koning van de hemelse machten onttrekt zich niet aan de beulen. Naar dit voorbeeld, zegt de heilige Paulus, wordt nederigheid gemeten (Fil 2,5-7).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

theodorus de Studiet

H. Theodorus de Studiet (759-826), monnik te Constantinopel
Klein Catechisme, nr 130

 

Theodoor stratilates.jpg

theodorus de studiet

Elk moment is gunstig

Broeders en zusters, er is een tijd van zaaien en een tijd oogsten, een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog. Een tijd om bezig te zijn en een tijd voor vrije tijd (cf Pr. 3) Maar voor het heil van de ziel, is elk moment gunstig, en elke dag geschikt, als we dat tenminste willen. Laten we zo dus altijd op weg zijn naar het goede, het is gemakkelijk in beweging te zetten, vol van frisheid, door woorden in handelingen om te zetten. “Want, zegt de apostel Paulus, het zijn niet zij die luisteren naar de wet die rechtvaardig zijn in God’s ogen, maar zij die de wet in de praktijk omzetten, zijn rechtvaardigen” (Rom 2,13)… Is dit de tijd van de spirituele oorlog? Dan moet men met vuur vechten en de demonische gedachten, die in ons opkomen, met de hulp van God achtervolgen… Als integendeel, het tijd is voor de spirituele oogst, dan moet men oogsten met vuur en de voorraden van het eeuwig leven in de geestelijke voorraadschuren verzamelen…

Het is altijd tijd voor het gebed, tijd voor tranen, tijd voor verzoening na fouten, en tijd om zich te verheugen over het Koninkrijk des hemelen. Waarom aarzelen we desondanks? Waarom verzetten we het naar later? Waarom stellen we verbetering dag na dag uit? “Gaat deze wereld zoals we die zien, niet voorbij?” (1 Kor 7,31) … Zullen wij altijd blijven?… Maakt het voorbeeld van de tien verstandige meisjes ons niet bevreesd? “Daar komt de bruidegom, zegt het Evangelie, ga Hem tegemoet”. En de verstandige meisjes zijn Hem tegemoet gegaan met brandende lampen en ze zijn bij de bruidsvertrek binnengegaan; terwijl de dwaze meisjes die verlaat waren door de afwezigheid van goede werken, schreeuwden; “Heer, Heer, doe voor ons open”. Maar Hij antwoordde: “Ik zeg jullie in waarheid, ik ken jullie niet” en Hij voegde er aan toe: “Waak dus want u kent dag noch uur”. Men moet dus waken en de ziel wakker maken voor soberheid, berouw, heiligheid, zuiverheid, voor de verlichting, om te voorkomen dat de dood ons de deur sluit en dat er niemand is die voor ons open doet of ons helpt

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Ireneus van Lyon”Dan zullen er komen van oost en west, en noord en zuid, en ze zullen aanzitten in het koninkrijk Gods”

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen, V, 32, 2; SC 153

Ireneuw van Lyon.png

 

“Dan zullen er komen van oost en west, en noord en zuid, en ze zullen aanzitten in het koninkrijk Gods”

De belofte die God vroeger aan Abraham had gedaan, blijft van kracht. De Heer had immers tegen hem gezegd: “Kijk eens goed om je heen, kijk vanaf de plaats waar je nu staat naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen. Al het land dat je ziet geef Ik aan jou en je nakomelingen, voor altijd” (Gn 13,14-15)… Toch heeft Abraham geen erfenis op aarde ontvangen, “Hij gaf hem hier zelfs niet het kleinste stuk grond in eigendom”, maar hij was altijd “een vreemdeling en gast” (Hand 7,5; Gn 23,4)… Als God hem dus beloofde dat hij de aarde zou erven en als hij het niet gedurende zijn verblijf op aarde heeft ontvangen, dan moeten zijn nakomelingen het eens in bezit krijgen, dat wil zeggen zij die God vrezen en in Hem geloven, bij de opstanding van de rechtvaardigen.

Welnu, zijn nakomeling is de Kerk, die door de Heer het aangenomen nageslacht ten aanzien van Abraham ontvangt, zoals Johannes de Doper het zegt: “God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken” (Mt 3,9). De apostel Paulus zegt ook in zijn brief aan de Galaten: “En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte” (Gal 4,28). Hij zegt nog duidelijker in die brief dat zij die in Christus geloven, door Christus de belofte die aan Abraham is gedaan, zullen ontvangen: “Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet “nakomelingen”, alsof het velen betreft, maar het gaat om één: “je nakomeling” – en die nakomeling is Christus” (3,16). En om dit alles te bevestigen zegt Hij nog een keer: “Van Abraham wordt gezegd: “Hij vertrouwde op God, en dat werd als een daad van gerechtigheid gezien. U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: In jou zullen alle volken gezegend worden” (3, 6-8)…

Als dus noch Abraham, noch zijn nakomelingen, dat wil zeggen zij die door het geloof gerechtvaardigd zijn, nu niet de erfenis op aarde ontvangen, dan zullen ze het ontvangen bij de opstanding van de rechtvaardigen, want God zegt de waarheid en Hij is stabiel in alle dingen. Om deze reden zei de Heer: “Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven” (Mt 5,5).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Isaak de Syriër : Wee u, wetgeleerden ! Want u legt de mensen zware lasten op

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 60

IsaacSyrian_58.jpg

Isaak de Syriër

 

“Wee u, wetgeleerden! Want u legt de mensen zware lasten op”

 

Waakzame soberheid helpt de mens meer dan uiterlijke werken… Hoe kan iemand werkelijk over de lichamelijke behoeftes heersen – de ontspanning, de woede, de snoeplust – en geen zachtmoedigheid verwerven? Als hij met onderscheiding der geesten oefent, volgt daaruit het loslaten van alles, de weigering van lichamelijk comfort en van de mening van anderen; als iemand uit liefde voor God, het kwaad dat men hem aandoet, ontvangt met ijver en vreugde, dan is hij zuiver in zijn hart (Mt 5,8). Hij minacht niemand, hij is werkelijk vrij…

Voed de haat voor de zondaar niet, want wij zijn allen schuldig. Als u hem uit liefde voor God berispt, ween dan over hem. Waarom zou u hem haten? Het zijn zijn zonden die gehaat moeten worden, bid voor hem als u op Christus wilt lijken. In plaats van zich te verontwaardigen over de zondaars, bad Jezus voor hen (Luc 23,34)… Om welke reden zou u, die slechts mens bent, een zondaar haten? Bent u dan vrijgesteld door uw deugden? Maar waar is uw deugdzaamheid dan, als u geen liefde hebt?

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Johannes Cassianus : Kom en leer van Mij (Mt 11,29)

H. Johannes Cassianus (rond 360-435), stichter van een monasterium te Marseille
Conferenties, nr 15, 6-7

 

 

Cassianus.jpg

Johannes Cassianus

“Kom en leer van Mij” (Mt 11,29)

De groten in het geloof oefenden op geen enkele wijze de macht uit, die ze hadden om wonderen te doen. Ze bekenden dat het geen persoonlijke verdienste was, maar dat de barmhartigheid van de Heer alles had gedaan. Als men hun wonderen bewonderde, dan wimpelden ze de menselijke eer weg met de woorden die ze aan de apostelen ontleenden: “Waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen?” (Hand 3,12). Niemand moest naar hun gevoel geëerd worden om de gaven en de wonderen van God..

Maar het gebeurt soms dat mensen die naar het kwaad neigen en laakbaar zijn op het gebied van het geloof, demonen uitdrijven en wonderen in de naam van de Heer doen. Daarover klaagden de apostelen een keer: “Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten, omdat hij U niet samen met ons volgt.” Jezus zei toen tegen hen: “Verhinder het niet! Want wie niet tegen jullie is, is voor jullie.” Maar aan het einde der tijden zullen die mensen zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” En dan zal Ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, jullie hebben het kwaad gedaan!” (Mt 7,22v).

Zij die Hij Zelf beloond heeft met de glorie van tekenen en de wonderen, geeft de Heer de waarschuwing om zichzelf daardoor niet te verheffen: “Verheug je er echter niet over dat de geesten zich aan jullie onderwerpen, maar verheug je omdat jullie naam in de hemel opgetekend is” (Lc 10,20). De auteur van deze tekenen en wonderen roept zijn leerlingen op om zijn leer te ontvangen: “Kom en leer van Mij” – niet om de demonen door de hemelse krachten te verdrijven, noch om melaatsen te genezen, noch om licht te geven aan de blinden, noch om doden op te wekken, maar zegt Hij: “Leer dit van Mij: dat Ik zachtaardig en nederig van hart ben” (Mt 11, 28-29).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Petrus Damianus: “U bent nalatig in het voornaamste deel van de wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en goede trouw”

H. Petrus Damianus (1007-1072), kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar

Opus 51 ; PL 145, 749v

 

Petrus Damianus.gif

Petrus Damianus

 

“U bent nalatig in het voornaamste deel van de wet: rechtvaardigheid, barmhartigheid en goede trouw”

 

Als je goed de weg wilt gaan, voorzichtig en vruchtbaar op het pad van de ware religie, moet je streng en onverbiddelijk voor jezelf zijn, maar altijd vreugdevol en open voor anderen. Dwing je hart om op de toppen van rechtvaardigheid te gaan, en je met goedheid te buigen naar de zwakken. Kortom, voor het oordeel van je geweten moet je de strengheid van rechtvaardigheid matigen, zodat je niet hard bent voor de zondaars, maar toegankelijk voor vergeving en begripvol…

 

Acht jouw zonde gevaarlijk en dodelijk; noem die van anderen de zwakheid van het menselijke ras. Denk bij de fout die je voor jezelf een strenge correctie waardig acht, dat deze bij anderen slechts een klein tikje verdient. Wees niet rechtvaardiger dan de rechtvaardige: vrees om een zonde te begaan, maar aarzel niet om de zondaar te vergeven. De ware rechtvaardigheid is niet die, welke de zielen van de medemensen in de valkuil van wanhoop jaagt… Het vuur dat struiken verbrandt, is zeer gevaarlijk als het dreigt het huis zelf in brand te zetten met de hitte van de vlammen. Nee, degene die graag de fouten van een ander uitpluist, zal de zonde niet vermijden, want, zelfs al zwijgt hij door de ijver van de rechtvaardigheid, vroeg of laat, zal hij zich laten gaan door de ander te zwart te maken.

Als ons eigen leven ons niet zo schitterend leek, zou dat van anderen ons natuurlijk ook niet zo lelijk lijken. En als – zoals het hoort- wij strenge rechters voor onszelf zouden zijn, zouden de fouten van anderen, bij ons niet zulke strenge critici vinden.

 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Symeon de nieuwe theoloog:De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik

Hymne 2

“De engelen in de hemel schouwen onophoudelijk het gelaat van mijn Vader” (Mt 18,10)

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe theoloog en Basilius

 

Ik dank U omdat U me hebt gegeven om te leven,

om U te kennen en U te aanbidden, mijn God.

Want “het leven, dat is U kennen, U enige God” (Joh 17,3),

Schepper en Auteur van alles,

niet geschapen, zonder begin, uniek,

en uw Zoon, door U verwekt

en de Heilige Geest, uit U voortkomend,

de verenigde Drie-eenheid van alle lofzang…

 

Wat is er bij de engelen, bij de aartsengelen,

de machten, de cherubijnen en de serafijnen

en alle andere geliefde hemelse legerscharen,

aan heerlijkheid of aan onsterfelijk licht

aan vreugde, aan straling van onstoffelijk leven,

dan het enige licht van de Heilige Drie-eenheid?

 

Noem mij ook maar een onlichamelijk of lichamelijk wezen,

en je zult ontdekken dat God dat alles heeft gemaakt.

Als men je waarover ook spreekt, over die van de hemel,

die van de aarde, of die van de afgronden,

voor hen ook, voor allen, is er slechts één leven, één heerlijkheid

één verlangen en één koninkrijk,

één unieke rijkdom, vreugde, kroning, overwinning, vrede

of welke andere schittering het ook zij:

de kennis van de Oorsprong en de Oorzaak

van waar alles is gekomen, van waaruit alles is geboren.

Daar is Degene die de dingen van boven en van beneden handhaaft.

Daar is Degene die alle geestelijke wezens op orde brengt.

Daar is Degene die heerst over alle zichtbare wezens…

 

Ze zijn in kennis gegroeid en verdubbeld in vrees,

toen ze Satan zagen vallen

en diens knechten meegenomen door de zelfgenoegzaamheid.

Zij die gevallen zijn, zijn dat alles vergeten,

slaven van hun trots,

terwijl zij die er de kennis van bewaard hebben,

opgeheven zijn door vrees en liefde,

zich hechten aan hun Heer.

Zo maakte de erkenning van zijn heerschap

ook de groei van hun liefde

omdat ze de verblindende schittering van de Drie-eenheid

beter en helderder zagen.

 

Cyrillus van Alexandrië : De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Commentaar op het evangelie van Lucas, 5 ; PG 72, 565

 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

cyrillus van Alexandrië

“De menigte verheerlijkte God, die zulk een macht aan de mensen gaf”

 

De ongeneeslijke verlamde lag op zijn bed. Na gebruik te hebben gemaakt van alle mogelijke geneeskunst, kwam hij door de zijnen gedragen naar de enige ware geneesheer, de geneesheer die uit de hemel komt. Maar toen hij voor Degene geplaatst werd die hem kon genezen, was het zijn geloof dat de aandacht van de Heer trok. Om te tonen dat dit geloof de zonde vernietigt, verklaarde Jezus weldra: “Uw zonden zijn u vergeven”. Men zal misschien zeggen: “Die man wilde van zijn ziekte genezen, waarom verkondigde Christus dan de vergeving van de zonden?” Dat was opdat je zou leren dat God het hart van de mens ziet, in stilte en zonder ophef schouwt Hij de wegen van alle levenden. De Schrift zegt immers: “De Heer ziet alle wegen die een mens bewandelt, al zijn stappen slaat Hij gade” (Spr 5,21)…

 

Toen Christus zei: “Uw zonden zijn u vergeven”, liet Hij toch nog plaats voor het ongeloof; de vergiffenis van de zonden zie je niet met de ogen van het lichaam. Toen echter de verlamde opstond en liep, toonde hij duidelijk dat Christus de macht van God bezit…

 

Wie bezitten deze macht? Hij alleen of wij ook? Wij ook, met Hem samen. Hij vergeeft zonden omdat Hij God-mens is, de Heer van de Wet. Wij hebben van Hem deze wonderbaarlijke genade ontvangen, want Hij wilde die macht aan de mens geven. Hij zei immers tegen de apostelen: “Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn” (Mt 18,18). En ook: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven” (Joh 20,23).

 

Augustinus : rechtvaardiging

Augustinus : Over de rechtvaardiging

 Augustine_Hippo_small.jpg

 

“In liefde is er geen plaats voor vrees. De volmaakte liefde verjaagt de vrees, want vrees gaat gepaard met kwelling” 1 joh, 4,18. Zondebewustzijn kwelt het hart. Zolang dat het geval is, heeft de rechtvaardiging zich nog niet voltrokken. Er is iets dat prikt en steekt. Daarom staat er in de psalm met betrekking tot de volkomen rechtvaardiging : “Gij hebt mijn rouw in vreugde veranderd, mijn rouwkleed verscheurd en mij omkleed met een vreugdegewaad, opdat ik u zou prijzen in blijdschap en nooit geen pijn meer zou kennen” psalm 29, 12-13. “Geen pijn meer kennen” wat betekent dat ? Het betekent dat er niets meer is dat het geweten kwelt. De angst is een kwelling. Wees niet angstig, de liefde zal de wonden van de angst genezen. De vrees voor God maakt wonden zoals het instrument van een dokter. Schijnbaar maakt het de wonde veel groter, maar in feite neemt het het kwaad weg. De verzwering leek kleiner toen het kwaad er nog in zat, maar ze was veel gevaarlijker. Men had eerst minder pijn dan nu de medicus er zijn mes in zet. Men heeft meer te lijden wanneer de wonde verzorgd wordt, dan toen ze niet verzorgd werd. Maar de genezing veroorzaakt alleen daarom meer lijden opdat men, eenmaal genezen, geen lijden meer zou kennen.

Zo moet uw hart eerst vrezen om later te kunnen beminnen. Het ingrijpen van de medicus laat meestal een lidteken na. Maar onze geneesheer is zo bekwaam dat er zelfs geen lidteken overblijft. Het enige wat gij te doen hebt, is u aan zijn macht onderwerpen. Want als ge geen vrees kent, kunt ge niet gerechtvaardigd worden, zoals in de Schrift staat : “Wie zonder vrees is, kan niet gerechtvaardigd worden” Sir, 1,28. Het is dus nodig dat we eerst de Heer vrezen. Daardoor komt de liefde. De vrees is het geneesmiddel; de liefde is de volle gezondheid. “Wie vreest, heeft nog niet volkomen leren liefhebben” 1 Joh,4,18. Waarom ? “Omdat de vrees gepaard gaat met kwelling”, zoals het operatief ingrijpen van de geneesheer.

Uit :Eenheid en liefde. Ausustinus preken over de eerste brief van Johannes.Vertaald door dr. TJvan Bavel, pp.152-153.

 

Gregorius van Nazianze : “Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en kerkleraar

Over de liefde voor de armen, 8, 14 ; PG 35, 867, 875

Gregorios van Nazianze.jpg

“Als je een feestmaal geeft, nodig dan de armen uit”

 

Laten we, net als op de onze eigen gezondheid, met zorg letten op die van onze naaste, of het hem goed gaat of dat hij uitgeput is door ziekte. Want “wij zijn allen één in de Heer” (Rom 12,5), rijken en armen, slaven of vrijen, gezonden of zieken. Voor allen is er slechts één hoofd, het begin van alles- Christus (Kol 1,18); wat de ledematen van een lichaam voor elkaar zijn, is ieder van ons voor ieder van zijn broeders en zusters. Degenen die voor onze ogen in een staat van zwakheid zijn gevallen – hetgeen ons allen kan overkomen-, moet men dus niet verwaarlozen of verlaten. Beter dan ons te verheugen om onze goede gezondheid, is het deelnemen aan het ongeluk van onze arme broeders en zusters… Ze zijn net als ons naar het beeld van God geschapen en ondanks hun duidelijke verval, hebben ze beter dan ons de trouw aan dat beeld bewaard. In hen heeft de innerlijke mens dezelfde Christus weer bekleed en ze hebben dezelfde “gaven van de Geest” ontvangen (2Kor 5,5); ze hebben dezelfde wetten, dezelfde voorschriften, dezelfde bijeenkomsten, dezelfde mysteriën en dezelfde hoop. Christus, “die de zonden van de wereld wegneemt” (Joh 1,29), is ook voor hen gestorven, Zij, die in dit leven veel tekort zijn gekomen, hebben deel aan de erfenis van het hemelse leven. Ze zijn de metgezellen van het lijden van Christus en ze zullen het zijn in zijn heerlijkheid.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Encycliek van ZH. Patriarch Bartholomeos

 

Encycliek van Zijne Heiligeheid Patriarch Bartholomeos

 

bartgholomeos.jpg

Prot. Nr. 887

B A R T H O L O ME O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL

NIEUW ROME EN OECUMENISCH PATRIARCH

AAN DE GEHELE KERK GENADE, VREDE EN BARMHARTIGHEID

VAN DE MAKER VAN DE HELE SCHEPPING, ONZE HEER

EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

Geliefde broeders en zusters en kinderen in de Heer,

Als gevolg van de vele jaren van catastrofale milieuontwikkelingen in de wereld, heeft de Heilige Moeder, de Grote Kerk van Christus, waakzaam het voortouw genomen om het begin van elk kerkelijk jaar in te richten als een dag die toegewijd is aan Gods schepping. Ze nodigt de ganse Orthodoxe en Christelijke wereld uit om gebeden en smekingen te richten tot de Schepper van alles, als dankzegging voor de grote gave van de schepping, evenzeer als smeking voor haar bescherming en bewaring van iedere aanval, zowel zichtbaar door de mensheid, als onzichtbaar. Zo herinneren we u ook dit jaar, op deze gunstige dag, vanop de Oecumenische Troon aan de nood om allen bewust te maken van de ecologische uitdagingen waar onze planeet vandaag voor staat.

De hedendaagse, snelle, technologische vooruitgang, samen met de mogelijkheden en voorzieningen die deze aan de hedendaagse mensen biedt, mag ons niet zodanig in de war brengen dat we de kost van elke technologische onderneming niet ernstig afwegen tegenover milieu en beschaving, evenals de verwante negatieve gevolgen, die zeer gevaarlijk en verwoestend kunnen en aantoonbaar zullen zijn voor de schepping en alle wezens die op aarde leven.

Die noodzaak is in elk geval ook verkondigd door de broeders, Hoofden en Hiërarchen van de plaatselijke Heilige Orthodoxe Kerken, tijdens hun gezegende vergadering in juni op het grote eiland Kreta: het onder voorzitterschap van het Oecumenisch Patriarchaat samengeroepen, Heilig en Groot Concilie, dat in haar Booschap benadrukte dat “ons leven ingrijpend verandert door de hedendaagse ontwikkeling van wetenschappen en technologie. Wat een wijziging teweeg brengt in het leven de mens, vereist van diens kant ook onderscheidingsvermogen, omdat we, los van de beduidende voordelen […] eveneens geconfronteerd worden met de nadelige gevolgen van wetenschappelijke vooruitgang,” waaronder de bedreiging en zelfs de vernietiging van het milieu.

Verder is er voortdurend waakzaamheid vereist, verbetering en onderricht, opdat we de verhouding zouden begrijpen tussen de huidige ecologische crisis en onze menselijke hartstochten zoals hebzucht, materialisme, egocentrisme en graaizucht, leiden tot de ecologische crisis die we nu beleven, en die er de vrucht van is. Bijgevolg is de enige uitweg uit deze impasse de terugkeer naar de oorspronkelijke schoonheid van orde en economie, van matigheid en ascese, die ons kunnen leiden tot een zorgzamer beheer van het milieu. De graaiende behoefte om onze materiële noden te lenigen kan ten andere zekerlijk geestelijke armoede veroorzaken, die op haar beurt vernietiging van het milieu inhoudt: “De wortels van de ecologische crisis zijn geestelijk en ethisch, in het diepste innerlijk van elke mens”, benadrukte het zelfde Heilig en Groot Concilie van de Orthodoxe Kerk toen het zich tot de hedendaagse wereld richtte, “het smachten naar voortdurende groei in voorspoed en naar ongebreidelde consumptie leidt onvermijdelijk tot buitensporig gebruik en uitputting van de natuurlijke rijkdommen” (zie beslissing over het document “Zending van de Kerk”).

Aansluitend daarbij, geliefde broeders, zusters en kinderen in de Heer, nu we vandaag de gedachtenis vieren van de Heilige Simeon de Styliet, die grote pijler van onze Kerk, wiens monument, zoals andere wonderbaarlijke archeologische sites in Syrië en wereldwijd, waaronder het roemrijke, oude Palmyra, is opgelijst tussen de topmonumenten wereldwijd van ons culturele erfgoed, en de barbaarse gevolgen ondervond van oorlog, zouden we een ander, even belangrijk probleem willen belichten, namelijk de beschavingscrisis, die de laatste jaren wereldwijd is geworden. Milieu en Beschaving zijn hoe dan ook opvattingen en waarden die gelijk sporen en verweven zijn. Het milieu van de menselijke wereld is geschapen door het bevel van God met het éne woord “Genithíto” (“er zij”; zie Gen. 1:3, 6, 14). De beschaving of cultuur werd geschapen door de met rede begiftigde mens, hetgeen vanzelfsprekend en noodzakelijk een zin voor eerbied daarvoor betekent, in de mate dat de mens inderdaad het hoogtepunt van de Goddelijke Schepping is.

Daarom beschouwen we het ook als onze plicht, vanuit dit Heilig Centrum van de Orthodoxie, dat de unieke traditie behoudt en de bredere parameters van onze culturele erfenis en waarden bewaart, om de nood om de wereldwijze beschavingserfenis evenzeer te beschermen als het milieu, onder de aandacht te brengen van alle verantwoordelijken, en elke mens in het algemeen. Want beide worden bedreigd door klimaatverandering, gewapende conflicten en andere gelijkaardige problemen wereldwijd.

De culturele schatten behoren tot de gehele mensheid, de religieuze monumenten evenzeer als de geestelijke. Bovendien behoren ze, als eeuwige uitdrukkingen van het menselijk verstand, niet uitsluitend tot de staten binnen wier grenzen ze zich bevinden. Toch lopen ze dezelfde gevaren als het milieu. Daarom zijn het beschermen van het milieu en het behoud van de onschatbare waarden van de beschaving evenzeer een plicht voor het welzijn van de gehele mensheid.

De verwaarlozing en/of vernieling van één cultureel monument in één land verwondt het erfgoed van de bewoonde wereld van de mensheid als geheel. Zo is elke mens, en vooral elke beschaafde staat, het verschuldigd en verplicht om alle maatregelen aan te scherpen om zo’n monumenten te beschermen en voor altijd te bewaren. Verder moet elke rechtstaat elke handeling vermijden die het ongeschonden karakter van zijn “werelderfgoed” aantast, of de geestelijke waarden wijzigt die dit vertegenwoordigt.

In het bewustzijn van de Panorthodoxe verklaring dat “het onze grootste verantwoordelijkheid is om een leefbaar milieu door te geven aan de toekomstige generaties, en dat overeenkomstig de goddelijke wil en zegen te gebruiken” (Boodschap van het Heilig en Groot Concilie) en dat “niet alleen de huidige, maar ook de toekomstige generaties het recht hebben om te genieten van de natuurpracht die de Schepper ons heeft verleend” (Beslissing van het Heilig en Groot Concilie “Zending van de Kerk”), nodigen we iedereen uit om uw krachten, in het bijzonder uw gebeden, in de strijd te gooien voor de bescherming van het milieu in de bredere zin, namelijk als harmonische verstrengeling van de natuurlijke en door de mens gemaakte, culturele omgeving, en we vragen onze Heer Jezus Christus, door de gebeden van de Alheilige en Hooggezegende Moeder Gods, de stem van de Heilige Johannes de Voorloper die riep in de woestijn, de Heilige Simeon de Styliet en alle Heiligen, om ons gemeenschappelijk natuurlijk en cultureel thuis te beschermen tegen elke aanval en vernietiging, en er Zijn voortdurende, overvloedige zegen over te schenken en te laten nederdalen.

Met een rouwmoedige ziel en hartelijk gebed, bidden we met alle heiligen tot de Maker van de zichtbare en onzichtbare, geestelijke en intellectuele Schepping om ons “tijdige en gunstige winden, gepaste en malse regen” te verlenen, “voor de voorspoedige bloei van de aarde”, dat Hij de hele wereld “diepe vrede” mag schenken “die alle begrip te boven gaat”, en we roepen over iedereen op het Huis dat de aarde is, de genade en onmetelijke barmhartigheid van God af.

1 september 2016

Bartholomeos van Konstantinopel

vurig voorspreker voor u allen bij God

Johannes van Damascus : Homilie 1 over de Tenhemelopneming van Maria

.H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar

Homilie 1 over de Ontslaping van de Moeder Gods ,11-14

De Maagd Maria “beeld van de toekomstige Kerk… die de hoop van uw volk gidst en ondersteunt” (

 

Moeder van God, eeuwige maagd, uw heilig vertrek uit deze wereld is werkelijk een overgang, een binnengaan in het verblijf van God. Uit deze materiële wereld gaand bent u “een beter vaderland” (Heb 11,16) binnengegaan. De hemel ontvangt uw ziel met vreugde: “Wie rijst daar als de dageraad, mooi als de maan, stralend als de zon?” (Hoogl 6;10)… “De koning heeft je meegenomen in zijn vertrekken” (Hoogl. 1,4) en de engelen verheerlijken haar, die de moeder is van hun eigen meester, van nature en in waarheid volgens het plan van God…

 

De apostelen hebben uw smetteloze lichaam gedragen, u bent de werkelijke ark van het verbond, en ze hebben het in zijn heilig graf gelegd. En daar. als door een andere Jordaan, bent u in het ware beloofde Land aangekomen, ik bedoel “het Jeruzalem van boven”, moeder van alle gelovigen (Gal 4,26), van wie God de architect en de bouwmeester is. Want uw ziel is zeker “niet aan het dodenrijk prijsgegeven, en zijn lichaam geen bederf zou zien” (Ps 16,10; Hand 2,31). Uw lichaam is zuiver, zonder vervuiling, en werd niet aan de aarde overgeleverd, maar u hebt het meegenomen naar de woningen van het Koninkrijk der hemelen, u koningin, vorstin, onze lieve vrouw, Moeder van God, de ware Theotokos…

 

Vandaag naderen wij tot u, onze koningin, Moeder van God en maagd; we laten onze zielen keren naar de hoop die u voor ons bent… Wij willen u vereren door “psalmen, hymnen en liederen” (Ef 5,19). Door de dienares te eren, laten we onze verbintenis met onze eigen gemeenschappelijke Meester zien… Werp uw blik op ons, o koningin, moeder van onze goede Verlosser; gids ons op weg naar de haven zonder storm van het goede verlangen naar God.

 

Isaak de Syriër : Op water lopen en door vuur gaan

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel

Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 62

 

Isaak de eerbiedwaardige stichter van het Dalmatian Monasterie van Constantinopel.jpg

 

Op water lopen en door vuur gaan

 

Het intellectuele weten bevrijdt ons niet van de angst. Maar wie wandelt in het geloof is er volledig vrij van; echt een kind van God, hij kan vrij gebruik maken van alle dingen. Zij die liefde hebben voor dat geloof, gebruiken als God zelf alle elementen van de schepping, want het geloof heeft de kracht om elk nieuw schepsel te maken als gelijkenis van God…

 De intellectuele kennis kan niets doen zonder de materiële basis; ze heeft niet het lef om iets te vervullen wat niet door de natuur gegeven is. Het lichaam kan niet over water lopen; zij die vuur aanraken, branden zich. Vandaar dat de eenvoudige kennis op zijn hoede is; ze gaat nooit over de natuurlijke grenzen heen. Maar het geloof heeft de kracht om verder te gaan en zegt: “Als u door rivieren trekt, overspoelen ze u niet … en de vlammen verwonden u niet als u door vuur heen moet” (Jes 43,2). Vaak vervult het geloof zulke dingen door de ogen van heel de schepping. Als het aan het verstand gegeven was om dezelfde dingen te doen, dan zou hij nooit gedurfd hebben.

 Door het geloof zijn velen door vlammen heengegaan…, ze zijn gezond en wel door het vuur gegaan en ze liepen over zee als over stevige aarde. Al deze dingen waren hoger dan de natuur en tegengesteld aan de wijze van de eenvoudige intellectuele kennis. Zij tonen aan hoe ijdel ze zijn op alle vlakken en alle wetten. Zie je hoe het verstand de natuurlijke omstandigheden observeert? Zie je hoe het geloof zijn eigen weg gaat door hoger te lopen dan de natuur?

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Caesarius van Arles : “Waar uw schat is, daar is ook uw hart”

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon 32, 1-3 ; SC 243

Cesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

“Waar uw schat is, daar is ook uw hart”

 

God aanvaardt onze geldoffers en vindt het fijn als wij aan de armen geven, maar onder deze voorwaarde: dat elke zondaar, als hij zijn geld aan God geeft, tegelijkertijd zijn ziel aan God geeft… Wanneer de Heer zegt: “Geef aan de keizer wat aan de keizer behoort, en aan God wat van God is” (Mc 12,17), wat anders wil Hij dan zeggen dan: “Zoals u aan de keizer zijn afbeelding op een geldstuk geeft, geef zo ook aan God in uzelf de afbeelding van God” (cf Gn 1,26)…

 

Daarom offeren we, als we het geld aan de armen geven, zoals we al hebben gezegd, onze ziel aan God omdat daar waar onze schat is, ook ons hart kan zijn. Waarom zou God ons immers vragen om geld [te geven]? Hij weet er zeker van dat we daar erg veel van houden en wij er voortdurend aan denken; en daar waar ons geld is, daar is ook ons hart. Daarom roept God ons op om schatten in de hemel te maken door aan de armen te geven; dat is opdat ons hart volgt waar we onze schat heen sturen en als de priester zegt: “Verheft uw hart”, dan kunnen we met een rustig geweten antwoorden: “Wij zijn met ons hart bij de Heer”.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org