Johannes van Damascus :

71cd99ab7610cc59e1f06a81ca3180fc.jpg

H. Johannes van Damascus (ca 675-749), monnik, theoloog, Kerkleraar
Triode van de Zaterdagmorgen gebeden van Lazarus, Odes 6-9

 

johannes van Damascus587.jpg

“Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden: ‘Hij moet wel veel van hem gehouden hebben!’ “

Aangezien U waarlijk God zijt, o Heer, daarom wist U over de slaap van Lazarus en heeft U die reeds voorspeld aan uw discipelen… Aangezien U, die nochtans zonder einde bent, vlees zijt geworden, komt U naar Bethanië. Waarlijk mens, huilt U om Lazarus: waarlijk God wekt U hem, door uw wil, na vier dagen op uit de dood. Heb medelijden met mij, o Heer; talrijk zijn mijn zonden. Ik smeek U, lijdt mij weg van de afgrond van het kwaad. Naar U roep ik: verhoor mijn gebed, God van mijn heil.

Huilend om uw vriend, heeft U, In uw barmhartigheid, een einde gemaakt aan de tranen van Martha en door uw vrijwillig lijden heeft U elke traan gewist van het gezicht van uw volk.
Als behoeder van het leven heeft U een dode aangeroepen alsof hij sliep. Met een woord heeft U de buik van de hel geopend en hij die U hebt opgewekt begon te zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen” (Ezra 7,27). Wek ook mij op, verstrikt als ik ben in de banden van het kwaad, en ik zal zingen: “Gezegend zij de Heer, de God van onze voorvaderen”.

In haar erkentelijkheid brengt Maria U, o Heer, een litra nardusbalsem als een vereffening voor haar broer (Joh 12,3), en zij zingt U toe in alle eeuwigheid. Als sterveling roept U de Vader aan, als God wekt u Lazarus op. Dit is waarom wij allen tot U zingen, o Christus, tot in de eeuwen der eeuwen… U wekte Lazarus op, een dode van vier dagen; U liet hem opstaan uit zijn graf waardoor U hem tot een waarlijke getuige maakte van uw opstanding op de derde dag. U loopt, U huilt, U praat, mijn Redder, en toont ons uw menselijke natuur; maar door Lazarus op te wekken uit de dood openbaart U ons uw Goddelijke natuur. Op onuitsprekelijke wijze heeft U, o Heer mijn Redder, volgens uw dubbele natuur, met koninklijke macht, mijn redding volbracht.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Christus lijden.jpg

isaak de syrier : “Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

clip christus.jpg

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel 

Geestelijke overwegingen, 1ste serie, nr. 58

 

isaak de Syrier.jpg

Isaak de Syriër

“Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

Aan de ene kant barmhartigheid, aan de andere kant het gewone gerechtelijke oordeel; wanneer deze twee in één en dezelfde ziel verwijlen, zijn zij als een mens die God en de afgoden aanbidt in één en hetzelfde huis. Barmhartigheid is het tegendeel van het gewoon gerechtelijke oordeel. Het zuiver gerechtelijke oordeel veronderstelt immers een gelijke verdeling van eenzelfde regel over iedereen. Het geeft eenieder wat hij verdient, niet meer dan dat; het neigt niet naar de ene, niet naar de andere kant, maakt in de vergelding geen onderscheid. Maar de barmhartigheid wordt gewekt door de genade en neigt naar eenieder met een zelfde genegenheid, zij weerhoudt zich van eenvoudige vergelding voor hen die straf verdienen en vervult hen die het goede verdienen boven elke maat.

De barmhartigheid staat dus aan de kant van de gerechtigheid, het gewoon gerechtelijke oordeel staat aan de kant van het kwaad… Zoals een zandkorrel niet evenveel weegt als een grote hoeveelheid goud, zo weegt Gods gerechtigheid niet evenveel als Zijn barmhartigheid. De zonden van al het vlees zijn als een handvol zand die in de oceaan valt, in vergelijking met Gods’ voorzienigheid en mededogen. Zoals een overvloedig stromende bron niet verstopt kan raken door een handje stof, zo kan de barmhartigheid van de Schepper niet overwonnen worden door de verdorvenheid van zijn schepselen. Degene die in gebed zijn wrok behoudt, is als een mens die zaait in zee, hopend daar te kunnen oogsten.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Isaak de Syrier  TEKST.jpg

cyprianos

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
De weldaden van het geduld, 15-16 ; SC 291

 

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

Cyprianus van Carthago

“Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht

 

 

“Verdraag elkaar in liefde, doe alles wat in uw macht is om de eenheid van geest te bewaren in de band van vrede” (Ef 4,3). Het is niet mogelijk de eenheid noch de vrede te bewaren als de broeders en zusters elkaar niet bemoedigen door een stilzwijgende ondersteuning, door de band van een goede verstandhouding dankzij het geduld…

Vergeef je broeder die in jouw ogen dingen fout heeft gedaan, niet alleen zeventig keer zeven, maar absoluut al zijn fouten. Hou van je vijanden, bid voor al je tegenstanders en je vervolgers – hoe moet je er komen als men niet sterk is in geduld en welwillendheid? Dat zien we bij Stefanus…: in plaats van te vragen om wraak, vraagt hij vergiffenis voor zijn beulen door te zeggen: “Heer, reken hun deze zonde niet aan” (Hand 7,60). Zie wat de eerste martelaar van Christus heeft gedaan…, die niet alleen verkondiger van het Lijden van Christus is, maar navolger van zijn zeer geduldige vriendelijkheid.

Wat te zeggen van de woede, van de onenigheid, van de rivaliteit? Ze hebben geen plaats bij een christen. Het geduld moet in zijn hart wonen; men zal er ook niet een van deze kwaden vinden… De apostel Paulus waarschuwt ons: “Bedroef Gods heilige Geest niet… Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen” (Ef 4, 30-31). Als de christen aan de dwalingen en de aanvallen van onze natuur ontsnapt, als aan een woeste zee, als hij zich vestigt in de haven van Christus, in de vrede en de rust, dan moet hij in zijn hart noch de woede, noch de onenigheid toelaten. Het is hem niet toegestaan om kwaad met kwaad te vergelden (Rm 12,17), noch om haat te koesteren.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

 

http://www.dagelijksevangelie.org

andreas van creta : “Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

 

2cddca68bed61292b54a0e12e878c504.jpg

 

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop 

Grote canon van de orthodoxe liturgie voor de veertigdagetijd, 1ste ode

Andreas aartsbisschop van Creta.jpg

Andreas van Creta

 

“Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

Waar moet ik beginnen mijn levenswerken te bewenen?

wat zullen de eerste tonen van dit treurlied zijn?
Ach Christus, schenk mij, in uw barmhartigheid, vergeving van zonden.

Zoals de pottenbakker de klei kneedt,
zo hebt U, mijn Schepper, mij vlees en botten, adem en leven gegeven.
Heer die mij hebt geschapen, mijn rechter en mijn Verlosser,
breng me vandaag naar U terug.

Ach, mijn Verlosser, voor u beleid ik mijn zonden.
Ik ben gesneuveld door de slagen van de Vijand,
en zie hier de verwondingen waarmee mijn moordende gedachten, als rovers,
mijn ziel en mijn lichaam hebben omgebracht.

Ik heb gezondigd, Verlosser, maar ik weet, U houdt van de mens.
U straft ons met uw tederheid
en uw barmhartigheid is verschroeiend.
U ziet mijn tranen en U komt naar me toe
zoals de Vader zijn verloren zoon verwelkomt.

Ach mijn Verlosser, vanaf mijn jeugd heb ik uw geboden geminacht.
in hartstocht en onwetendheid heb ik mijn leven doorgebracht.
Nu roep ik U aan: redt mij, voordat de dood komt…

Het erfdeel van mijn ziel heb ik verkwist in leegte
Ik beschik niet over de vruchten van ijver, maar ik heb honger.
Ik schreeuw: Vader vol van tederheid, kom tot mij, neem mij op in uw barmhartigheid.

Die door de rovers werd mishandeld,
dat ben ik, te midden van de dwalingen van mijn gedachten.

Ze slaan mij, ze verwonden mij.
Maar buig U over mij, Christus Redder, en genees me.

De priester zag me en keerde zich af.
De leviet zag me, naakt en lijdend, maar ging ook voorbij.
Maar U, Jezus geboren uit Maria, U blijft staan en U redt mij…

Ik werp me aan uw voeten, Jezus,
Ik heb gezondigd tegen uw liefde.
Verlos mij van deze te zware last
en ontvang me in uw barmhartigheid

Vonnis mij niet,
onthul niet mijn daden,
breng mijn motieven en verlangens niet aan het licht,
maar sluit, in uw ontferming, oh Almachtige,
uw ogen voor wat ik misdeed, en redt mij.

De tijd van berouw is gekomen. Ik kom tot U.
Verlos mij van de zware last van mijn zonden
en schenk mij, in al uw tederheid, tranen van berouw.

 

banner258.jpg

http://www.dagelijksevangelie.org

Heiligenleven : Polycarpus van Smyrna

banner47.jpg

Heiligenleven

Heilige Polykarpos van Smyrna

 

polycarpos.jpg

 

De heilige Polykarpos, bisschop van Smyrna, was samen met de Godsdrager Ignatios leerling van de apostel Johannes. Hij was geboren in de gevangenis van Efese, waar zijn ouders direct na zijn geboorte als christen ter dood werden gebracht. Een christen weduwe, Kallistis, voedde hem op en gaf hem de naam van zijn vader, Pankratios. Hij leerde van haar milddadig te zijn voor de armen, maar in jeugdige onbesuisdheid had hij eens de gehele wintervoorraad weggegeven. Niet onbegrijpelijk was zijn beschermster toen in alle staten, maar de jongen ging naar de ledige schuur, bad vurig tot God, en de volgende dag was de schuur weer gevuld als tevoren. Toen de weduwe dit wonder zag, noemde ze de jongen voortaan Polykarpos om de rijke vrucht die hij gebracht had.

Toen hij 25 jaar oud was, kwam de grote apostel Johannes in de stad wonen. Met zijn vrienden Ignatios en Boekolos ging hij naar hem toe om alles over Christus te horen, en zij bleven bij hem. Toen Johannes naar Patmos verbannen werd, wijdde hij Boekolos tot bisschop van Smyrna en gaf hem Polykarpos mee als metgezel, terwijl Prochoros met Johannes meeging.
Na de dood van Boekolos werd Polykarpos op zijn beurt bisschop van Smyrna. Ook hier toonde hij steeds opnieuw zijn oude vrijgevigheid en hij won de algemene liefde door zijn vaderlijke zorg voor armen en rechtenlozen‚ en daaronder vooral de martelaren. Toen de vervolging opnieuw in alle hevigheid losbrak, presten de gelovigen hun bisschop zich buiten de stad in veiligheid te brengen op een klein landgoed. Daar bad hij dag en nacht voor allen en voor alle kerken ter wereld, zoals hij gewoon was. In een droom voorzag hij dat hij de vuurdood zou sterven, en toen dan ook enkele jongens uit de omgeving aangehouden en gemarteld waren om zijn verblijfplaats te verraden, verschool hij zich niet langer maar ging naar de soldaten die gestuurd waren om hem gevangen te nemen. Dezen verbaasden zich dat zij uitgezonden waren tegen zulk een eerbiedwaardige grijsaard, want Polykarpos was 86 jaar en hij toonde een grote gemoedsrust. Hij liet de groep een maaltijd voorzetten en vroeg verlof om intussen zijn gebeden te doen.
Staande bad hij toen gedurende twee uur met luide stem voor allen die hij ooit gekend had, kleinen en groten, aanzienlijken en verachten‚ en voor heel de katholieke kerk over heel de wereld. Op een ezel werd hij daarna naar de stad gebracht. De vervolger kwam hem in een rijtuig tegemoet, liet hem naast zich plaatsnemen en poogde hem met allerlei argumenten over te halen om te offeren voor de goddelijke keizer, maar toen Polykarpos weigerde, werd hij uit de wagen geworpen, zodat hij met een gewond scheenbeen verder naar het stadion moest lopen.
Toen de proconsul er bij hem op aandrong Christus te vervloeken om vrijgelaten te worden, antwoordde Polykarpos: ‘Zes en tachtig jaar dien ik Hem en Hij heeft mij geen enkel onrecht aangedaan; hoe kan ik dan mijn Koning vervloeken?’ Daarna werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Een heraut maakte dit in het stadion bekend, en heel het opgehitste volk trok erop uit om overal brandhout bij elkaar te grijpen uit badhuizen en werkplaatsen, zodat er in een minimum van tijd een grote brandstapel was opgericht. Op zijn verzoek werd Polykarpos niet aan de paal vastgespijkerd, omdat hij beloofde te zullen blijven staan; wel bond men hem de handen op de rug.
Nadat hij zich met een plechtig gebed aan God had opgedragen, werd het vuur aangestoken, dat onmiddellijk met een geweldige vlam omhoog schoot. De vlammen stonden echter als een zeil om hem heen, en Polykarpos scheen zelf ongedeerd. De beul kreeg toen opdracht hem met een lans te doorboren. Polykarpos stierf, maar de stroom van zijn bloed doofde het vuur.
Dit is een samenvatting uit een uitvoerig ooggetuigenverslag, misschien de oudste martelaarsakte die tot ons gekomen is. Daarin wordt aangegeven dat zijn dood zou hebben plaatsgevonden op de 23e februari, maar tegelijk wordt die dag de grote sabbath genoemd.

 

st.Silouan the  Athonite.jpg

Efrem de Syriër : “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon over de Transfiguratie (toegekend) 1,3-4)

 

efrem de Syrier7.jpg

Efrem de Syriër

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

Hij zal hen de berg op leiden om hen de glorie van zijn goddelijkheid te laten zien en om aan hen te openbaren dat Hij de Verlosser van Israël was, zoals zijn profeten dat onthuld hadden … Zij hadden Hem zien eten en drinken, zich zien vermoeien en rusten, zien indutten en slapen, Hem bang zien worden tot zijn zweetdruppels bloed werden, allerlei zaken die nauwelijks in overeenstemmming leken met zijn goddelijke natuur, maar slechts met zijn menselijke. Daarom zal Hij hen de berg op leiden, opdat de Vader Hem “mijn Zoon” noemt en hen toont dat Hij werkelijk zijn Zoon was en dat Hij God was.

Hij zal hen de berg op leiden en hen zijn majesteit laten zien alvorens te lijden, zijn macht alvorens te sterven, zijn glorie alvorens te worden beschimpt en zijn eer alvorens tot schande te worden gemaakt. Op deze wijze zouden zijn apostelen begrijpen dat Hij, wanneer Hij gegrepen en gekruisigd zal zijn, dit niet geweest is uit zwakte, maar uit vrije wil en ermee instemmend voor de redding van de wereld.

Hij zal hen de berg op leiden en hen, alvorens te verrijzen, de glorie van zijn Goddelijkheid laten zien. Opdat zijn discipelen zouden getuigen dat hij, wanneer Hij zou opstaan uit de dood in de glorie van zijn Goddelijkheid, deze glorie niet ontving als beloning voor zijn lijden, alsof Hij die nodig had, maar dat deze Hem al ver voor de eeuwen toebehoorde, met de Vader en in de Vader, zoals Hij dat zelf zegt bij het naderen van zijn vrijwillige lijdensweg: “Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond” (Joh 17,5).

http://www.dagelijksevangelie.org

Isaak de Syriër : “Toen verliet de duivel Hem”

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen 1ste serie, nr. 85
 
 

isaak de syrier5.jpg

 
“Toen verliet de duivel Hem”
    
 
 
  Evenals het verlangen naar het licht de gezonde ogen volgt, zo volgt ook het verlangen naar het gebed het vasten, dat gehouden wordt met onderscheidingsvermogen. Als een mens begint met vasten, wenst hij in de gedachten van zijn geest, één te worden met God. Het lichaam dat vast, verdraagt het immers niet om de hele nacht op bed te slapen. Als het vasten de mond van de mens verzegeld heeft, mediteert deze in een toestand van boetvaardigheid, zijn hart bidt, zijn gezicht is ernstig, de slechte gedachten verlaten hem; hij is de vijand van hebzucht en ijdele gesprekken. Men heeft nog nooit een mens, die beheerst werd door slechte verlangens, zien vasten met onderscheidingsvermogen. Het vasten dat met onderscheidingsvermogen geleid wordt, is een grote verblijfplaats dat al het goede beschermt…
      Want het vasten is een bevel, dat gegeven werd vanaf het begin van onze natuur, om het te beschermen tegen het eten van de vrucht van de boom (Gn 2,17), daar komt hetgeen ons misleidt vandaan… Daar is de Verlosser ook begonnen, Hij heeft zich aan de wereld geopenbaard in de Jordaan. Na de doop heeft de heilige Geest Hem de woestijn ingeleid, waar Hij veertig dagen en veertig nachten heeft gevast.
      Allen die op weg gaan om Hem te volgen, doen voortaan hetzelfde: op dat fundament zetten ze het begin van hun strijd, want dat wapen is gesmeed door God… En wanneer nu de duivel dat wapen in handen van een mens ziet, begint deze tegenstander en tiran bang te worden. Hij herinnert zich al snel dat hij verslagen werd door de Heer in de woestijn, hij herinnert het zich, en zijn kracht is gebroken. Hij kwijnt weg als hij het wapen ziet, dat ons gegeven is door Degene die ons in de strijd leidt. Welk wapen is het meest krachtig en doet het hart weer opleven in de strijd tegen de geesten van het kwaad?

 

Petrus chrysologus : dan zullen ze vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Homilie over het gebed, het vasten en de barmhartigheid ; PL 52, 320 

 

Peter Chrysologus en Cassian.jpg

Petrus Chrisologus en Cassianus

 

“Dan zullen ze vasten”

 

Drie dingen zijn er, broeders en zusters, drie dingen waardoor ons geloof sterk staat, onze toewijding standvastig is en onze deugd blijvend, namelijk gebed, vasten en barmhartigheid. Door te bidden kloppen wij aan, door te vasten verkrijgen wij, door barmhartigheid ontvangen wij. Gebed, vasten en barmhartigheid: deze drie zijn één, zij geven elkaar het leven. Immers de ziel van het gebed wordt door het vasten gevormd en het vasten leeft pas echt als wij barmhartigheid tonen. Laat niemand deze drie uit elkaar trekken, want zij willen niet gescheiden worden. Wie er dus van de drie slechts één bezit of ze niet tegelijk beoefent, bezit niets. Dus wie bidt, moet vasten en wie vast, moet barmhartig zijn. Wie wil dat zijn gebed verhoord wordt. moet ook zelf luisteren naar een verzoek. Hij vindt gehoor bij God, als hij zijn eigen oor niet afsluit voor een smeekbede.

De mens die vast moet begrijpen wat vasten is. Hij moet voelen wat honger lijden is, als hij wil dat God zijn honger aanvoelt. Hij moet barmhartigheid tonen, als hij barmhartigheid hoopt. Wie goedheid wil ervaren, moet goed doen. wie verlangt dat men geeft, moet zelf geven…Wees dus zelf de norm van je eigen barmhartigheid: je ondervindt barmhartigheid zoals je wilt, zoveel als je wilt en zo vlug als je wilt, maar heb dan medelijden met anderen, ook zo, even veel, even vlug.

Gebed, barmhartigheid en vasten moeten dus onze ene bescherming zijn bij God, onze ene voorspraak, ons ene drievormige gebed.

http://www.dagelijksevangelie.org

Maximiliaan van Turijn : Veertig dagen leiden ons naar de doop in de dood en opstanding van Christus

H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420), bisschop
Sermon 28, PL 57, 587v = CC Sermon 35, p.136v

maximiliaan van Turijn.jpg

 Maximilianus van Turijn

Veertig dagen leiden ons naar de doop in de dood en opstanding van Christus

“In de tijd van genade verhoor Ik u, op de dag van het heil sta Ik u bij” (Jes 49,8). De apostel Paulus vervolgt dit citaat met deze woorden: “Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil” (2Kor 6,2). Op mijn beurt neem ik u als getuige, de dagen van de verlossing zijn gekomen, nu is op een of andere wijze het moment van de geestelijke genezing gekomen. Wij kunnen alle vervuiling van onze ondeugden en alle blessures van onze zonden verzorgen, als we voortdurend bidden tot de geneesheer van onze zielen, als… wij geen enkele van zijn voorschriften verwaarlozen…

De geneesheer is onze Heer Jezus, die zei: “Ik ben het, die dood maakt en levend” (Dt 32,39). De Heer liet eerst sterven en daarna schonk Hij het leven terug. Door de doop vernietigde Hij overspel, doodslag, misdaad en diefstal in ons; daarna liet Hij ons opnieuw leven als nieuwe mensen in eeuwige onsterfelijkheid. Wij sterven overduidelijk aan onze zonden door de doop, we hernemen het leven in de Geest van leven… Laten we ons aan de geneesheer overgeven met geduld om de gezondheid terug te krijgen. Alles wat Hij in ons heeft ontdekt aan onwaardigheid, wat vervuild is door de zonde, en aangevreten door zweren, zal Hij weghalen, wegsnijden, en uittrekken, om slechts wat aan God behoort, in ons te laten bestaan, als eenmaal alle verwondingen door de duivel zijn verwijderd.

Dit is zijn eerste voorschrift: besteed veertig dagen aan het vasten, aan gebed en aan waken. Het vasten geneest de laksheid, het gebed voedt de religieuze ziel en het waken neemt de valkuilen van de duivel weg. Na deze tijd, die gewijd is aan het naleven van al deze voorschriften, komt de ziel die gezuiverd en beproefd is door veel oefeningen, naar de doop. Ze herneemt haar krachten door zich onder te dompelen in de wateren van de Geest: alles wat verbrand werd door de vlammen van de ziekten, wordt opnieuw geboren in de dauw van de genade van de hemel… Door een nieuwe geboorte, zullen we anders herboren worden.

http://www.dagelijksevangelie.org