Cyprianus van Carthago : Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar

Het gebed van de Heer, 14-15

 

Cyprianus van Carthago 32.jpg

“Uw wil geschiedde op aarde zoals in de hemel

 

Het is niet zo dat God doet wat Hij wil, maar dat wij kunnen doen wat Hij wil. Wie kan God verhinderen om te doen wat Hij wil? Wij worden tegengestreefd door de duivel die ons verhindert om in alles, innerlijk en uiterlijk, te gehoorzamen aan de wil van God. Laten we ook vragen dat Zijn wil zich in ons mag vervullen; opdat deze zich kan vervullen, hebben wij zijn hulp nodig. Niemand is sterk uit eigen vermogen, maar de kracht is in de goedheid en in de barmhartigheid van God…

 

De wil van God is wat Christus heeft gedaan en ons heeft geleerd: nederigheid in gedrag, stevigheid in geloof, bescheidenheid in woorden, gerechtigheid in daden, barmhartigheid in werken, en discipline in de zeden. De wil van God, dat is om niemand schade te berokkenen, om te verdragen wat men ons aandeed, om vrede te bewaren met onze zusters en broeders, God lief te hebben met heel ons hart, van Hem houden omdat Hij de Vader is en Hem vrezen omdat Hij God is. Niets boven Christus verkiezen, aangezien Hij aan ons de voorkeur geeft boven alles, zijn naastenliefde onaantastbaar navolgen, en met moed en vertrouwen onder het kruis blijven staan. Wanneer het gaat om te strijden voor zijn naam of zijn eer, moeten we vastberaden zijn in onze woorden; van vertrouwen getuigen in moeilijkheden om de strijd te doorstaan, geduld in de dood om uiteindelijk de kroon te verkrijgen. Dat betekent mede-erfgenaam willen worden van Christus, het voorschrift van God vervullen en de wil van God doen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

H. Leo de Grote : “Hij die achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods”

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar

Sermon 71, voor de opstanding van de Heer ; PL 54, 388

“Hij die achterwaarts blikt, is niet geschikt voor het koninkrijk Gods

 

 

Leo-papa-Romae-Primus-Feb-18.jpg

Leo de grote

 

Dierbare mensen, Paulus, de apostel van de heidenen, spreekt ons geloof niet tegen als hij zegt: “Indien wij Christus al naar het vlees gekend hebben, thans niet meer” (2Kor 5,16). De verrijzenis van de Heer heeft geen einde gemaakt aan zijn vlees, het is getransformeerd. De overvloed van zijn kracht heeft zijn substantie niet vernietigd; de kwaliteit ervan is veranderd; de natuur werd niet vernietigd. Men had zijn lichaam aan het kruis genageld: Hij is onbereikbaar geworden voor het lijden. Men had Hem ter dood veroordeeld, Hij is eeuwig geworden. Men had Hem vermoord, Hij is onaantastbaar geworden. Men kan immers zeggen dat het lichaam niet meer is zoals men het kende; want er is in haar geen spoor meer van het lijden of van zwakheid. Zij is in essentie, wat betreft de heerlijkheid, hetzelfde gebleven. Waarom zou men zich overigens verbazen dat Paulus zich zo uitdrukt naar aanleiding van het lichaam van Christus, want als hij zo spreekt over alle christenen die leven volgens de Geest, zegt hij: “Wij kennen voortaan niemand meer naar het vlees.”

Hij wil zeggen dat onze verrijzenis in Jezus Christus begonnen is. In Hem die voor allen gestorven is, heeft onze hoop een lichaam aangenomen. In ons is geen twijfel, noch aarzeling, noch een teleurgestelde verwachting: de beloftes beginnen zich reeds waar te maken en wij zien met de ogen van het geloof de genade al, welke ons in de toekomst zal vervullen. Onze natuur werd verhoogd; dus bezitten we met vreugde reeds het doel van ons geloof…

Dat het volk van God zich er dus bewust van is dat ze “een nieuwe schepping in Christus is” (2Kor 5,17). Dat dit volk begrijpt wie haar uitverkoren heeft en wie zijzelf heeft uitverkoren. Dat de vernieuwde zijnswijze niet terugkeert naar de onstabiliteit van zijn oude toestand. Dat “hij die de hand aan de ploeg slaat” niet ophoudt met werken, dat hij op het graan let dat hij gezaaid heeft, dat hij niet terugkeert naar wat hij verlaten heeft… Dat is de weg van het heil; dat is de wijze om de verrijzenis, die reeds in Christus begonnen is, na te volgen.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Athanasius : Wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven

H. Athanasius (295-373), bisschop van Alexandrië, kerkleraar

Uit de redevoeringen tegen de Arianen, 2, 78-79

 

Athanasius van Alexandrië6.jpg

Athanasius van Alexandrië

 

“Wie heeft U die bevoegdheid dan daartoe gegeven”

 

De persoonlijke Wijsheid van God, zijn eniggeboren Zoon, is de Schepper en Maker van alles. “Want alles hebt U met wijsheid geschapen”, zegt de psalmist, en: “Van uw rijkdom is de aarde vervuld” (Ps 104,24)… Ons verstand immers is een beeld van het Woord, dat de Zoon van God is, en zo is ook de Wijsheid die in ons is, op haar beurt een beeld van Hem die de Wijsheid is. Want door haar bezitten wij ons vermogen tot kennis en inzicht en worden wij ontvankelijk voor de scheppende Wijsheid; door haar zijn wij in staat de Vader te kennen. Immers, “wie de Zoon belijdt”, zegt Hij, “heeft ook de Vader” (1Joh 2,23); en: “Wie Mij opneemt, neemt Hem op die Mij gezonden heeft” (Mt 10,40)…

 Maar “volgens Gods wijsheid heeft de wereld met al haar wijsheid God niet gevonden; daarom heeft God besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van de verkondiging” (1 Kor. 1,21). Want niet meer, zoals in vroegere tijden, wilde God zich door een beeld en afschaduwing van de Wijsheid in het geschapene laten kennen; maar Hij liet de waarachtige Wijsheid zelf het vlees aannemen, mens worden en de dood op het kruis ondergaan, opdat door het geloof in Hem voortaan allen die geloven, konden worden gered.

 Het gaat om dezelfde Wijsheid van God. Eerst heeft zij zichzelf geopenbaard en in zichzelf heeft zij haar Vader geopenbaard door haar beeld in het geschapene. … Later is zij als het Woord vlees geworden, zoals Johannes zegt (vgl. 1,14). Na het vernietigen van de dood en na de redding van ons geslacht heeft het Woord zichzelf nog meer geopenbaard en door zichzelf de Vader: “Geef dat zij U kennen, de enige ware God, en Hem die U hebt gezonden, Jezus Christus” (Joh 17,3). Zo werd de hele aarde vervuld met zijn kennis. Want de kennis van de Vader door de Zoon en van de Zoon uit de Vader zijn één. En de Vader verheugt zich over Hem, en met dezelfde blijdschap verheugt de Zoon zich over de Vader: “Ik was het over wie Hij zich verheugde; en dag in dag uit verheugde Ik Mij voor zijn aangezicht” (Spr 8,30).

Bron : dagelijksevangelie.org

 

gregorius de Grote : “Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij”

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar

Homilie over het Evangelie, nr 2(over de blindgeborenene)

 

Gregorius de grote-Paus van Rome.jpg

“Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij”

De Schrift heeft een reden om aan ons deze blinde voor te stellen, die aan de kant van de weg zit en een aalmoes vraagt, want de Waarheid zegt zelf : “Ik ben de Weg” (Joh 14,6). Zo is iemand die de helderheid van het eeuwige licht ontkent, blind.

Als hij al in de Verlosser gelooft, dan zit hij langs de kant van de weg. Als hij gelooft, maar niet vraagt om hem het eeuwige licht te geven en als hij niet bidt, dan kan deze blinde aan de kant van de weg zitten, maar hij vraagt geen aalmoes. Maar als hij gelooft, dan kent hij de blindheid van zijn hart en bidt hij om het licht van de waarheid te ontvangen, dan is hij deze blinde die aan de kant van de weg zit en die ook een aalmoes vraagt.

Wie de duisternis van zijn blindheid kent en voelt dat hij van het eeuwig licht verstoken is, moet vanuit de diepte van zijn hart roepen en met heel zijn ziel: “Jezus, Zoon van David, ontferm u over mij!”

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Efraïm de Syriër : “De Mensenzoon is gekomen…om zijn leven te geven”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar

Commentaar op het Diatessaron, 20, 2-7

 

Efraim_syyrialainen01.jpg

“De Mensenzoon is gekomen…om zijn leven te geven”

 

“Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan” (Mt 26,39). Waarom maakte U Simon Petrus een verwijt toen hij zei: “Dat zal U niet overkomen” (Mt 16,22), en nu zegt U: “Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan”? Hij wist goed wat Hij tegen zijn Vader zei en dat het mogelijk was dat de beker voorbij zou gaan, maar Hij was gekomen om het voor allen leeg te drinken, om zo door het drinken van de beker de losprijs van de schuld af te lossen die de dood van de profeten en martelaren niet konden betalen… Hij had zijn dood door de profeten laten beschrijven en door de rechtvaardigen het mysterie van zijn dood laten voorafbeelden. Toen de tijd kwam om deze dood te volvoeren, weigerde Hij niet om te drinken. Als Hij het niet had willen drinken, maar het zou afslaan, dan zou Hij zijn lichaam niet in de Tempel vergeleken hebben met deze woorden: “Breek deze Tempel af en in drie dagen laat Ik hem weer herrijzen” (Joh 2,19); Hij zou niet tegen de zonen van Zebedeüs gezegd hebben: “Kunt u de beker drinken die Ik zal drinken?” en ook “Ik moet een doop ondergaan” (Lc 12,50)…

“Als het mogelijk is, laat deze beker dan aan Mij voorbijgaan.” Hij zei dat, omdat Hij bekleed was met de zwakheid en niet door te doen alsof, maar werkelijk. Omdat Hij zich klein had gemaakt en werkelijk bekleed was met onze kwetsbaarheid, moest Hij vrezen en wankelde Hij in de kwetsbaarheid. Door het lichaam aan te nemen werd Hij met kwetsbaarheid bekleed, at Hij als Hij honger had, was Hij moe door het werk, werd Hij overmand door de slaap, was het nodig dat alles vervuld zou worden wat het lichaam zou laten verrijzen als de tijd van zijn dood is gekomen…

Om door zijn Lijden troost aan zijn leerlingen te brengen, voelde Jezus wat zij voelden. Hij had hun angst in zich opgenomen om hun zijn zielsgelijkenis te tonen, en dat je je niet laat voorstaan op de dood voordat je deze ondergaan hebt. Als immers Degene die nergens bang voor is, angst heeft gehad en had gevraagd om bevrijd te worden, terwijl Hij wist dat het onmogelijk was, hoeveel te meer moeten de anderen dan wel niet volharden in hun gebed voor de verleiding om bevrijd te worden als de dood zich toont… Om hen die de dood vrezen moed te geven, heeft Hij zijn eigen angst niet verborgen, opdat ze weten dat deze angst hen niet doet zondigen. “Nee, Vader, zei Jezus, niet mijn wil, maar uw wil geschiedde”: zodat Ik sterf om het leven aan de mensen te geven.

Bron : http://www.dagelijksevengelie.org

 

Clemens van Alexandrië : Meteen was de boot aan land

  1. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog De Pedagoog, III, 12, 101

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

 

“Meteen was de boot aan land”

 

Laten we tot het Woord bidden, tot het Woord van God: wees genadig voor uw kinderen, Meester, Vader, gids van Israël, Zoon en Vader, één en twee tegelijkertijd, Heer! Maak dat wij uw geboden navolgen, om te komen tot de volle gelijkenis van het beeld (Gn 1,26), om de goedheid van God en de rechter zonder hardheid te begrijpen naar ons eigen vermogen. Geef ons uzelf: om in uw vrede te leven, om in uw stad gebracht te worden, om door te gaan zonder ten onder te gaan in de stormen van de zonde; om meegenomen te worden naar de rustige wateren van de Heilige Geest; door de onuitspreekbare Wijsheid. Maak dat wij dag en nacht tot aan de laatste dag de Enige Vader en Zoon, Zoon en Vader, Zoon, Pedagoog (1Kor 4,15) en Meester en tegelijkertijd de Heilige Geest, danken en loven. Alles is van de Ene, in wie alles is, door wie alles één is, door wie de eeuwigheid is, van wie wij allen ledematen zijn (1Kor 12,27). Aan Hem zij de heerlijkheid en de eeuwen; alles voor de Goede, alles voor de Schone, alles voor de Wijsheid, alles voor de Rechtvaardige! Aan Hem zij de glorie nu en in de eeuwen der eeuwen, amen!

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Caesarius van Arles : Met heel je hart je broeder vergeven

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop

Sermon verzameld door Morin 35 ; PLS IV, 303v

 

Caesaire_d'Arles_icone_byzantine.jpg

Caesarius van Arles (byzantijnse icoon)

 

Met heel je hart je broeder vergeven

 

 

Jullie weten wat wij tegen God gaan zeggen voordat we ter communie gaan: “Vergeef ons onze zonden, zoals ook wij aan anderen hun zonden vergeven”. Bereid je innerlijk voor om te vergeven, want deze woorden, kom je tegen in het gebed. Hoe ga je ze zeggen? Misschien zeg je ze niet? Het gaat uiteindelijk om deze vraag: zeg je deze woorden wel of niet? Je hebt een hekel aan uw broeder en je zegt: “Vergeef ons zoals wij vergeven”? -Ik vermijd die woorden, zul je zeggen. Maar bid je dan? Let goed op, mijn broeders en zusters. Jullie gaan over enkele ogenblikken bidden; vergeef met heel jullie hart!

Kijk naar Christus die aan het kruis hangt; luister naar zijn bidden: “Vader vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen” (Lc 23,34). Je zult zeker zeggen: Hij kon dat doen, maar ik ben slechts een mens en Hij is God. Kun je Christus niet navolgen? Waarom heeft de apostel Paulus ons dan geschreven: “Wees navolgers van God, als geliefde kinderen” (Ef 5,1) Waarom zei de Heer zelf: “Leer van Mij want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mt 11,29)? Wij schipperen, wij zoeken uitvluchten, wanneer wij menen dat hetgeen we willen doen, onmogelijk is … Mijn zusters en broeders, laten we Christus niet beschuldigen dat Hij ons te moeilijke geboden, die onmogelijk zijn om te realiseren, heeft gegeven. Zeggen we liever in alle nederigheid met de psalmist: “Heer, U bent rechtvaardig, en uw voorschriften zijn onberispelijk” (Ps 119,137).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

H. Clemens van Alexandrië,”Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog

De Pedagoog, 9,83v

 

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

“Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed”

 

Zieken, wij hebben de Verlosser nodig; verdwaalden, wij hebben Degene die ons zal leiden nodig; dorstigen, de bron van het levende water hebben we nodig; doden, wij hebben het leven nodig; schapen hebben een herder nodig; kinderen, een opvoeder; en de hele mensheid heeft Jezus nodig…

Als u wilt, kunnen we de opperste wijsheid van de heilige herder en opvoeder begrijpen, Hij is de Almachtige en het Woord van de Vader, als Hij zich bedient van een allegorie en zegt dat Hij de herder van de schapen is; maar Hij is ook de opvoeder van de allerkleinsten. Zo richt Hij zich lang tot de vaderen, door tussenkomst van Ezechiël, en Hij geeft hun het voorbeeld van zijn zorgzaamheid: “Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen; Ik zal ze weiden zoals het hoort” (Ez 34,16). Ja, Meester, leid ons naar de groene weiden van uw gerechtigheid. Ja, U bent onze opvoeder, wees onze herder tot aan de heilige berg, totdat de Kerk zich verheft tot boven de wolken en de hemel aanraakt. “Ik zal een herder voor hen zijn, zegt Hij, en Ik zal naar mijn schapen omzien” (Ez 34,12). Hij wil mijn vlees redden door het te bedekken met het onvergankelijke kleed… “Als u dan roept, geeft Ik u antwoord, en Ik zeg: ‘Hier ben ik!’” (Jes 58,9)…

Zo is onze opvoeder; Hij is goed en rechtvaardig. “Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen” (Mt 20,28). Daarom toont men Hem vermoeid in het Evangelie (Joh 4,5), Hij vermoeit zich voor ons en belooft “om zijn leven te geven als losgeld voor velen” (Mt 20,28). Hij onderstreept dat alleen de goede herder zo doet. Wat een wonderbaarlijke gever, die ons het grootste geeft wat Hij heeft: zijn leven! Wat een weldoener, vriend van de mensen, die liever hun broer wilde zijn dan hun Heer! En Hij heeft de goedheid opgedreven tot en met het sterven voor ons aan toe.

bron : wwwdagelijksevangelie.org

 

Leo de Grote : wanneer u de mensenzoon….

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar

15e sermon over het Lijden van de Heer, 3-4

 

Leo de grote van Rome.jpg

Leo de Grote

 

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

De mens die het lijden van Christus werkelijk vereert, moet met de ogen van het hart zo naar de gekruisigde Christus kijken, dat hij in Christus vlees zijn eigen vlees herkent… Geen enkele zieke wordt de zege van het kruis geweigerd, evenmin als er iemand is die niet door het gebed van Christus geholpen wordt. Als dit gebed al zozeer ten goede kwam aan de velen die tegen Hem tekeergingen, hoeveel te meer zal het dan allen helpen die zich tot Hem bekeren…

Wie van de mensen is, sinds God onze natuur heeft aangenomen, sinds ‘het Woord is vlees geworden en onder ons heeft gewoond’ (Joh. 1, 14), verstoken gebleven van zijn barmhartigheid tenzij de ongelovige? En wie heeft niet met Christus een gemeenschappelijke natuur, als hij de Heer die deze aannam, ontvangen heeft en door die Geest herboren is waardoor Christus geboren is? Vervolgens, wie zou in Hem niet zijn eigen zwakheden herkennen? Wie ziet niet dat het nuttigen van spijs, de verkwikking van de slaap, de kommer van zijn droefenis of de tranen van medelijden hoorden bij onze gestalte van slaven? (Fil 2,7)…

Wat levenloos in het graf lag en op de derde dag verrees en boven alle hoogten van de hemelen uitsteeg om te zetelen aan de rechterhand van Gods majesteit, was onze menselijke natuur. Daarom, als wij de weg van zijn geboden bewandelen en ons niet schamen te belijden wat Hij in de geringheid van zijn lichaam voor ons heil gedaan heeft, zullen ook wij verheven worden om te delen in zijn heerlijkheid. Want wat Hij gezegd heeft, zal zeker in vervulling gaan: ‘Ieder die Mij bij de mensen belijdt, hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is’ (Mt. 10, 32).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Augustinus : wilt u genezen worden ?

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar Sermon 124

 

Augustinus doop.jpg

doop van Augustinus

“Wilt u genezen worden?”

De wonderen van Christus zijn symbolen van verschillende omstandigheden van ons eeuwige heil…; de badinrichting is symbool van een kostbare gave die het Woord van God ons geeft. Kort gezegd is het water het Joodse volk; de vijf zuilengalerijen zijn de Wetten van Mozes die in vijf boeken zijn opgeschreven. Dat water was omgeven door vijf zuilengalerijen, zoals het volk door de Wet die het beteugelde. Het water dat in beroering was, is de Passie van de Verlosser temidden van dat volk. Degene die dat water inging was genezen, maar één per keer om de eenheid te verbeelden. Zij die niet kunnen verdragen, dat men spreekt over de Passie van Christus, zijn trots; ze willen niet neerdalen en worden niet genezen. “Wat nou, zegt de hoogmoedige man, geloven dat God mens geworden is, dat God uit een vrouw geboren is, dat God werd gekruisigd, gemarteld en dat Hij met wonden overdekt was, dat Hij dood is en in doeken werd gewikkeld? Nee, nooit zal ik in deze vernederingen van een God geloven, ze zijn Hem onwaardig.”

Laat hier liever uw hart spreken dan uw hoofd. De vernederingen van een God lijken onwaardig voor arrogante mensen, daarom zijn ze ver verwijderd van de genezing. Pas dus op voor deze trots; als u uw genezing wenst, aanvaard het dan om neer te dalen. Men zou zich over veel dingen ongerust kunnen maken, als men zei dat Christus enige verandering heeft ondergaan toen Hij mens werd. Maar nee… uw God blijft wie Hij was, wees dus absoluut niet bang; Hij sterft niet en Hij zal ervoor zorgen dat u niet sterft. Ja, Hij blijft wie Hij is, Hij wordt uit een vrouw geboren, maar naar het vlees… Als mens werd Hij gegrepen, vastgebonden, gegeseld, bedekt met spot, uiteindelijk gekruisigd en ter dood gebracht. Waarom bent u bang? Het Woord van de Heer blijft eeuwig. Wie deze vernederingen van een God wegduwt, wil niet genezen worden van de dodelijke zwelling van zijn trots.

Door zijn menswording heeft de Heer Jezus Christus dus hoop gegeven aan ons vlees. Hij heeft de zeer bekende en zo gemeenschappelijke vruchten van deze aarde aangenomen, de geboorte en de dood. De geboorte en de dood, dat zijn immers de goederen die de aarde in overvloed bezat; maar men vond er geen verrijzenis, noch eeuwig leven. Hij vond hierbeneden ongelukkige vruchten van deze pijnlijke aarde, en Hij gaf ons in ruil daarvoor de goederen van zijn hemels koninkrijk.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Palmzondag

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop

Homilie voor Palmzondag PG 97, 989-993

 

“Zie je koning komt naar je toe” (Za 9,9 ; Mt 21,5)

palm_sunday_entry_into_jerusalem1.jpg

 

Kom, laten we samen de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, die vandaag uit Betanië terugkeert en zich vrijwillig begeeft naar het eerbiedwaardige en zalige lijden, om het mysterie van ons heil te voltooien. Hij gaat inderdaad vrijwillig de weg naar Jeruzalem, Hij die omwille van ons uit de hemel is neergedaald, om ons, die in de diepten neerlagen, tegelijk met zich te verheffen, “hoog boven alle heerschappijen, machten en krachten, en boven elke naam die genoemd wordt”, zoals de Schrift ons openbaart (Ef. 1, 21). Hij komt echter niet als iemand die uit is op eer en roem. “Hij roept niet, Hij schreeuwt niet, in de straten verheft Hij zijn stem niet” (Jes. 42, 2), maar Hij zal “zachtmoedig zijn en nederig” en bij zijn intrede in Jeruzalem stelt Hij zich bescheiden op.

Welaan dan, laten we samen optrekken met Hem die zich spoedt naar zijn lijden, en hen navolgen die Hem tegemoet trokken. Niet zo dat we olijftakken, mantels of palmtakken voor Hem op de weg uitspreiden, maar dat we onszelf; zoveel we kunnen, met een nederig gemoed en een zuivere intentie ter aarde werpen, om het Woord bij zijn komst te ontvangen (Joh 1,9). Zo wordt God die door niets omvat kan worden, door ons opgenomen.

Want Hij die zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft, is de Zachtmoedige die de ellende ophief waarin wij, zoals de ondergaande zon in het westen, dreigden te verzinken (Ps 57,12), Hij verheugt zich erover tot ons te komen en met ons omgang te hebben, ons tot zich te verheffen en ons terug te voeren door zijn vereniging met ons.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Ignatius van Antiochië : Dit is het werk van God….

Ignatius van Antiochië (?- ca. 110) bisschop en martelaar Brief aan de Filadelfianen

“Dit is het werk van God: dat u gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft”

 

ignatius van Antiochië9.jpg

      U, kinderen van het echte licht, ontvlucht de twisten en de slechte leer. Volg uw herder overal als schapen. Want vaak misleiden ogenschijnlijk betrouwbare wolven degenen die de weg naar God lopen, maar als u verenigd blijft, zullen zij geen plaats onder u vinden.       Heb dus zorg om slechts aan één eucharistie deel te nemen; er is, immers, slechts één lichaam van onze Heer, één beker om ons te verenigen in zijn bloed, één altaar, zoals er slechts één bisschop omgeven door priesters en diakens is. Dan zult u alles wat u doet, doen volgens God… Mijn schuilplaats is het Evangelie, die voor mij de mensgeworden Jezus zelf is, en de apostelen, die de pastorie van de Kerk voorstellen. Laten we ook van de profeten houden, want zij hebben eveneens het Evangelie verkondigd, zij hebben op Christus gehoopt en op Hem gewacht. Doordat ze in Hem geloofden, werden zij gered en, in de eenheid met Jezus Christus blijvend, werden zij heiligen, die liefde en bewondering waardig zijn, zij hebben het verdiend om de getuigenis van Jezus Christus te ontvangen en om aandeel aan het Evangelie te hebben, onze gemeenschappelijke hoop…       God woont niet daar waar verdeling en woede heerst. Maar de Heer vergeeft al degenen die berouw hebben, als het berouw hen brengt tot de eenheid met God en tot de eenheid met de bisschop. Ik geloof in de genade van Jezus Christus die ons van elke keten zal bevrijden. Ik smeek u, handel nooit uit geest van twist, maar volgens de leer van Christus. Ik heb horen zeggen: “Wat ik niet in de archieven vind, dat geloof ik niet in het Evangelie“… Mijn archief is Christus; mijn onschendbare archief, het bestaat uit zijn kruis, zijn dood en zijn opstanding en het geloof dat van Hem komt. Van daaruit wacht ik, met de hulp van uw gebeden, op heel mijn rechtvaardiging.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Cyrillus van Alexandrië : ik ben niet gekomen om de wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Homilie 12 ; PG 77, 1041v

CyrillusAlexandrie258.jpg

 

“Ik ben niet gekomen om de Wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken”

We hebben gezien dat Christus gehoorzaamde aan de wet van Mozes, dat wil zeggen aan die van God, de wetgever, Hij onderwierp zich als een mens aan zijn eigen wetten. Dat is wat Paulus ons onderricht…: “Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden” (Gal 4,4-5). Dus Christus heeft hen, die onderworpen waren aan de Wet, maar zich niet aan de Wet hielden, vrijgekocht van de vloek van de Wet. Op welke wijze heeft Hij ze vrijgekocht? Door deze wet te vervullen; anders gezegd, om de overtreding waaraan Adam schuldig was, uit te wissen, toonde Hij zich in onze plaats gehoorzaam en onderworpen aan God de Vader. Want er staat geschreven: “Zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken” (Rm 5,18). Met ons heeft Hij het hoofd gebogen voor de Wet en Hij heeft het gedaan volgens het goddelijk plan van de menswording. Immers “Hij moest de gerechtigheid volledig te vervullen” (cf Mt 3,15).

Na volledig de staat van een slaaf te hebben aangenomen (Fil 2,7), juist omdat de menselijke staat Hem tot hen rekende, die het juk droegen, heeft Hij aan de belastingontvangers de hoogte van de belasting betaald, zoals iedereen, omdat van nature en als Zoon, Hij er niet van was vrijgesproken (Mt 18,23-26). Dus als je ziet dat Hij zich aan de Wet houdt, wees dan niet gechoqueerd, reken Degene die vrij is niet tot de dienaren, maar zie in gedachten de diepte van een dergelijke bestemming.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Andreas van kreta : Zie de koning komt naar je toe

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop
Homilie voor Palmzondag PG 97, 989-993

“Zie je koning komt naar je toe” (Za 9,9 ; Mt 21,5)

 

Andreas van Creta6.jpg

Andreas van Kreta

 

Kom, laten we samen de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, die vandaag uit Betanië terugkeert en zich vrijwillig begeeft naar het eerbiedwaardige en zalige lijden, om het mysterie van ons heil te voltooien. Hij gaat inderdaad vrijwillig de weg naar Jeruzalem, Hij die omwille van ons uit de hemel is neergedaald, om ons, die in de diepten neerlagen, tegelijk met zich te verheffen, “hoog boven alle heerschappijen, machten en krachten, en boven elke naam die genoemd wordt”, zoals de Schrift ons openbaart (Ef. 1, 21). Hij komt echter niet als iemand die uit is op eer en roem. “Hij roept niet, Hij schreeuwt niet, in de straten verheft Hij zijn stem niet” (Jes. 42, 2), maar Hij zal “zachtmoedig zijn en nederig” en bij zijn intrede in Jeruzalem stelt Hij zich bescheiden op.

Welaan dan, laten we samen optrekken met Hem die zich spoedt naar zijn lijden, en hen navolgen die Hem tegemoet trokken. Niet zo dat we olijftakken, mantels of palmtakken voor Hem op de weg uitspreiden, maar dat we onszelf; zoveel we kunnen, met een nederig gemoed en een zuivere intentie ter aarde werpen, om het Woord bij zijn komst te ontvangen (Joh 1,9). Zo wordt God die door niets omvat kan worden, door ons opgenomen.

Want Hij die zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft, is de Zachtmoedige die de ellende ophief waarin wij, zoals de ondergaande zon in het westen, dreigden te verzinken (Ps 57,12), Hij verheugt zich erover tot ons te komen en met ons omgang te hebben, ons tot zich te verheffen en ons terug te voeren door zijn vereniging met ons.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Zenon van Verona : Hij had medelijden met hen

H. Zenon van Verona (?-ca 308), bisschop

Sermon De spe, fide et caritate, 9 ; PL 11, 278

 

zenon van verona.jpg

Zenon van Verona

“Hij had medelijden met hen”

Ach Liefde wat ben je mooi en rijk ! wat ben je krachtig! Degene die jou niet bezit, bezit niets. Jij hebt van God een mens kunnen maken. Jij hebt Hem zichzelf laten vernederen en zich een tijd van zijn onmetelijke Majesteit laten verwijderen. Jij hebt Hem negen maanden gevangen gehouden in de schoot van de Maagd. Jij hebt Eva genezen in Maria. Jij hebt Adam vernieuwd in Christus. Jij hebt het kruis voor het heil van de reeds verloren wereld voorbereid…

Ach Liefde, jij hebt er vrede mee om naakt te zijn, om daardoor iemand die naakt is te bekleden. Voor jou is de honger een overvloedige maaltijd, als een hongerige arme jouw brood gegeten heeft. Jouw rijkdom bestaat eruit, om alles wat je bezit te bestemmen voor de barmhartigheid. Jij laat niet tot je smeken. De onderdrukten red je zonder dralen, zelfs op eigen kosten, wat ook de ellende mag zijn, waarin ze ondergedompeld zijn. Jij bent het oog van de blinden, de voet van de manken, de trouwe beschermer van weduwen en wezen… Jij hebt je vijanden zo lief dat niemand het verschil onderscheidt tussen hen en je vrienden.

Jij, o Liefde, hebt de hemelse mysteriën met de menselijke zaken verenigd, en de menselijke mysteriën met de hemelse zaken. Jij bent de bewaakster van alles dat goddelijk is. Jij beheerst en beveelt alles in de Vader; jij bent de gehoorzaamheid van de Zoon; jij jubelt in de Heilige Geest. Omdat jij één bent in de drie Personen, kun je niet verdeeld worden… Ontspringend aan de bron, die de Vader is, stort je jezelf uit.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Ambrosius : De parabel van de wijngaard

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en kerkleraar

De parabel van de wijngaard

Overweging over het Evangelie van Lucas, 9, 29-30

 

 

Ambrosius van Milaan 1.jpg

De wijngaard is een beeld van ons, omdat het volk van God geworteld is op de wijnstok van de eeuwige wijngaard, die oprijst boven de aarde. Uitgezet op onvruchtbare grond komt ze spoedig in de knop en komt tot bloei, weldra bekleedt ze zich met groen, al snel lijkt ze op het liefdevolle juk van het kruis, wanneer ze gegroeid is en wanneer haar uitgestrekte armen de wijnranken vormen van een vruchtbare wijngaard… Men heeft dus gelijk als men de wijngaard het volk van Christus noemt, hetzij omdat op hun voorhoofden een teken van het kruis wordt gezet (Ez 9,4), hetzij omdat het zijn vruchten oogst in het laatste seizoen van het jaar, hetzij omdat, evenals de rijen wijnstokken in een wijngaard, arm en rijk, nederig en machtig, dienaren en meesters, allen volmaakt gelijk zijn in de Kerk…

Wanneer men een wijnstok vastzet, richt ze zich weer op; als men het snoeit, dan is het niet om het te verminderen, maar om het te laten groeien. Zo is het ook voor het heilig volk: als men het vastbindt, bevrijdt het zich; als men het vernedert, richt het zich weer op; als men het snoeit, geeft men het als het ware een kroon. Nog beter: evenals de loot, die van een oude boom wordt genomen en op een andere wortel wordt geënt, zo zal ook het heilig volk… dat wordt gevoed door de boom van het kruis.. zich ontwikkelen. En de Heilige Geest stort zich uit in ons lichaam alsof Hij verspreid wordt over de ploegvoren van de aarde, en wast op deze wijze alles dat onrein is en richt onze ledematen weer op om ze op de hemel te richten.

De Wijngaardenier heeft de gewoonte om deze wijngaard te wieden, het vast te binden, het te snoeien (Joh 15,2)… Nu eens brandt Hij met de zon op de geheimen van ons lichaam en dan weer besproeit Hij het met regen. Hij houdt ervan om zijn terrein te wieden, opdat de doornstruiken de knoppen niet beschadigen; Hij waakt ervoor dat de bladeren niet teveel schaduw maken…, en zo het licht niet van onze deugden wegnemen, en het rijpen van onze vruchten niet verhinderen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Augustinus : Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 43, 5-6 ; CCL 41, 510-511

 

augustinus van Hippo3.jpg

“Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen”

 

Wat is de goedheid van Christus groot! Petrus was visser, en nu verdient een spreker grote lof, als hij in staat is om zich als visser begrijpelijk uit te drukken. Daarom zegt de apostel Paulus tot de eerste christenen: “Denk aan uw eigen roeping, broeders en zusters. Naar menselijke maatstaf waren daar niet veel geleerden bij, niet veel machtigen, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitgekozen; wat niets betekent, koos Hij uit, om teniet te doen wat wel iets betekent” (1Kor1,26-28).

Want als Christus in de eerste plaats een spreker had gekozen, dan zou de spreker kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn welsprekendheid”. Als hij een senator was geweest, dan zou de senator kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn rang”. Als Hij een keizer had gekozen, dan zou de keizer kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn macht”. Dat die mensen zwijgen, dat ze even wachten, dat ze zich rustig houden. Ze zullen niet vergeten of verworpen worden, omdat ze zich kunnen verheerlijken om wat ze uit zichzelf zijn.

“Geef Mij deze visser, zegt Christus, geef Mij deze eenvoudige onopgeleide mens, geef Mij degene met wie de senator niet durft te spreken, zelfs niet wanneer hij vis van hem koopt. Ja, geef Mij die mens. Dan zal Ik hem vervullen, men zal duidelijk zien dat Ik alleen het ben die handel. Ik zal zeker ook mijn werk vervullen in de senator, de spreker en de keizer…, maar mijn handelen zal het meest duidelijk worden in de visser. De senator, de spreker en de keizer kunnen zich verheerlijken met wat zij zijn: de visser, alleen in Christus. Dat de visser hun de nederigheid komt onderrichten die door de redding wordt gegeven. Dat de visser als eerste doorgaat”

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org