Chrysologos Petros : De oefeningen van de Veertigdagentijd : aalmoes, gebed, vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar 
Sermon 8 ; CCL 24, 59 ; PL 52, 208 
De oefeningen van de Veertigdagentijd: de aalmoes, het gebed en de vasten
    
 Chrysologus Petros.jpg
Chrysologos Petros

Mijn zusters en broeders, we beginnen vandaag aan de grote reis van de Veertigdagentijd. Laten we dus in onze boot alle benodigde voedsel en drank meenemen en laten we het reservoir vol doen met overvloedige barmhartigheid, waarvan we nodig hebben. Want ons vasten heeft honger, ons vasten heeft dorst, als hij zich niet met goedheid voedt, als hij zijn dorst niet lest met barmhartigheid. Ons vasten heeft het koud, ons vasten begeeft het als de vacht van de aalmoes hem niet bedekt, als het kleed van de compassie hem niet omhult.

      Zusters en broeders, wat het voorjaar voor de aarde is, is de barmhartigheid voor de vasten: de zachte voorjaarswind laat alle knoppen van de vlaktes tot bloei komen; de barmhartigheid van de vasten laat al onze zaadjes groeien tot aan de bloei, laat hen vrucht dragen tot de hemelse oogst. Wat de olie voor de lamp is, dat is de goedheid voor het vasten. Zoals het vet van de olie het licht van de lamp laat branden en, met weinig voeding haar laat lichten tot bemoediging in onze nacht, zo laat de goedheid de vasten stralen: Hij straalt totdat hij het volle schitteren van de onthouding bereikt. Wat de zon is voor de dag, is de aalmoes voor de vasten: de schittering van de zon laat het licht van de dag  toenemen, en verwijdert de duisternis van de wolken; de aalmoes vergezelt de vasten en heiligt hem  en de genade van het licht van de goedheid jaagt al wat dodelijk zou kunnen zijn, uit al onze verlangens. Kortom, zoals het lichaam er voor de ziel is, zo is de vrijgevigheid de plaats voor de vasten; wanneer de ziel uit het lichaam weggaat, dan brengt ze de dood; als de vrijgevigheid zich van de vasten verwijdert, dan is dat zijn dood.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Johannes Chrysostomos : Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen

 

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr. 54 
“Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen”
  

chrysostom28.jpg

Johannes Chrysostomos

   Petrus beschouwde het lijden en de dood van Christus van een zuiver natuurlijk en menselijk gezichtspunt, en die dood leek hem onwaardig voor God, schaamtevol voor zijn heerlijkheid. Christus corrigeert hem en lijkt tegen hem te zeggen: “Nee hoor, het lijden en de dood zijn Mij niet onwaardig. De alledaagse ideeën verwarren en brengen je oordeel op een dwaalspoor. Laat elk menselijk idee achter je; luister naar mijn woorden vanuit het gezichtspunt van de plannen van mijn Vader, dan zul je begrijpen dat deze dood de enige is die past bij mijn heerlijkheid. Geloof je dat het een schande voor Mij is om te lijden? Weet dat het de wil van de duivel is dat Ik het heilsplan niet zal vervullen”…


      Dat niemand zich dus schaamt voor de tekenen van ons heil, welke zo waardig zijn om te vereren en te aanbidden; het kruis van Christus is de bron van al het goede. Door haar leven wij, worden wij omgevormd en gered. Laten we dus het kruis dragen als een kroon van heerlijkheid. Zij legt haar zegel op alles wat ons naar het heil brengt: wanneer wij omgevormd zijn door de wateren van de doop, staat daar het kruis op ons te wachten; wanneer we de heilige tafel naderen om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, dan is zij daar ook; wanneer we de handen leggen op de uitverkorenen van de Heer, dan is ze daar. Wat we ook doen, ze staat daar als teken van heerlijkheid voor ons. Daarom hangen we haar in onze huizen, op onze muren, boven onze deuren; wij tekenen haar op ons voorhoofd en op onze borst; wij dragen haar in ons hart. Want zij is het symbool van onze verlossing en onze bevrijding en van de oneindige barmhartigheid van onze Heer.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Ambrosius van Milaan : Zo ik ze hongerig naar huis laat gaan, zullen ze onderweg bezwijken

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie van Lucas, VI, 73-88 
“Zo Ik ze hongerig naar huis laat gaan. zullen ze onderweg bezwijken”
    

Ambrosius van Milaan 1.jpg

Ambrosius van Milaan

 Heer Jezus, ik weet dat u deze mensen hier bij mij niet aan een lege maag wilt laten lijden, maar dat u ze wilt voeden met de voeding die u uitdeelt; zo zullen ze gesterkt door uw voedsel niet bang hoeven zijn om aan de honger te bezwijken. Ik weet heel goed dat u ons ook geen honger wilt laten lijden… U hebt het gezegd: u wilt dat niemand op de weg bezwijkt, dat wil zeggen dat ze bezwijken in de loop van dit leven, voordat ze aankomen aan het einde van de route, alvorens bij de Vader te komen en te begrijpen dat u van bij de Vader komt…
      De Heer heeft dus medelijden, opdat niemand op de weg bezwijkt… Daar Hij het laat regenen over de rechtvaardigen evenals over de onrechtvaardigen (Mt 5,45), voedt Hij ook de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Is het niet dankzij de kracht van het voedsel dat de profeet Elia, die bezweek, gedurende veertig dagen heeft kunnen lopen?  Dit voedsel werd hem door een engel gegeven; maar u wordt door Christus zelf gevoed. Als u het voedsel dat u op die wijze hebt ontvangen, bewaart dan zult u niet veertig dagen en veertig nachten lopen…, maar gedurende veertig jaar, vanaf uw vertrek uit de uiterste grensgebieden van Egypte tot aan uw aankomst in het land van overvloed, in het land waar melk en honing vloeien (Ex 3,8)…
      Christus verdeelt dus de levensmiddelen en Hij wil ze, zonder twijfel, aan ons allen geven. Hij weigert het aan niemand, want Hij voorziet allen. Toch zult u bezwijken op de weg, als u de hand niet uitsteekt om uw voedsel te ontvangen, wanneer Hij het brood breekt en het aan de leerlingen geeft… Dit brood dat Jezus breekt is het mysterie van het woord van God: als ze gedeeld wordt, vermeerdert ze. Met enkele woorden slechts heeft Jezus een overvloed aan voedsel gegeven aan alle volken. Hij gaf zijn preken als het brood en terwijl wij het proeven, vermenigvuldigen ze zich in onze mond… Terwijl de menigte eet, vermeerderen de brokken nogmaals, en door ze te vermenigvuldigen, zijn de resten, uiteindelijk overvloediger dan de enkele gedeelde broden.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Avonddienst van de grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper

Byzantijnse liturgie 
Avonddienst van de Grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper 

Johannes de doper synaxis 7 januari.jpg

Johannes de Doper

“Hij sprak, en zegende God”
Door zijn geboorte, bracht Johannes
Een einde aan de stilte van Zacharias:
Voortaan kon hij niet meer zwijgen 
Hij die de roepende Stem in de woestijn voortbracht (Mt3,3)
en verkondigde van te voren de komst van Christus.
Maar omdat de ongelovigheid over hem 
eerst de tong zijn vader vastbond, 
gaf zijn openbaring hem de vrijheid terug;
zo werd hij aangekondigd en vervolgens gebaard
de Stem van het Woord, de Voorloper van de Helderheid, 
die de Voorspreker is van onze zielen.
Op die dag maakt de Stem van het Woord 
de vaderlijke stem vrij, die vastgebonden was door zijn gebrek aan geloof; 
zij toont de vruchtbaarheid van de Kerk, 
en maakt een einde aan haar moederlijke steriliteit.
Voor het licht gaat de kandelaar uit, 
dit is de weerschijn van de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) 
de straal verkondigt zijn komst voor het universele herstel 
en het heil van onze zielen.
Hier komt uit een steriele schoot 
de Boodschapper van het goddelijk Woord
die zelf geboren moest worden uit een maagdelijke schoot, 
van alle kinderen uit vrouwen geboren de grootste (Mt 11,11), 
de Profeet heeft geen gelijke; 
want de goddelijke dingen hebben een wonderbaarlijk begin nodig, 
of dat nu vruchtbaarheid op hoge leeftijd is (Lc 1,7) 
of dat de bevruchting zonder zaad plaatsvindt.
God die wonderen doet omwille van ons heil, eer aan U…
Universele apostel
Aangekondigd door Gabriel (Lc 1,36),
Verwerper van steriliteit en mooiste bloem in de woestijn
Vriend van de Bruidegom (Joh 3,29),
Profeet waardig om bejubeld te worden,
Bid Jezus om zich over onze zielen te ontfermen. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

 

silouan de Athoniet foto.jpg

 

Barmhartige God, vergeef mij.

Gij ziet hoe mijn ziel

 Tot U, mijn Schepper, aangetrokken wordt.

Gij hebt mijn ziel geraakt door Uw liefde en zij dorst naar U;

Haar verlangen is oneindig

En onverzadigbaar, dag en nacht, strekt zij zich naar U uit

En zij wil deze, wereld niet meer zien. Toch heb ik de wereld lief

Maar boven alles heb ik mijn Schepper lief;

Naar U verlangt mijn ziel.

 

Mijn Schepper, waarom heb ik, Uw kleine schepsel,

U zo dikwijls bedroefd ?

Maar Gij zijt mijn zonden niet indachtig geweest.

 

Silouan de Athoniet

(Uit : De heilige Silouan sz Athoniet door Archimandriet Sophrony – uitg Orthodox Logos)

 

Hippolytus van Rome : In Hem vind ik vreugde

Homilie toegekend aan Hyppolytus van Rome (?- ca. 235) priester en martelaar Homilie uit de 4e eeuw voor het feet van Epifanie, de heilige Theofanie ; PG 10, 852

 

 

 

Hippolytus van Rome romeins martelaar.jpg

Hippolytus van Rome

 

 

“In Hem vind Ik vreugde”

 

Christus, de schepper van alle dingen, is neergedaald als de regen, Hij laat zich kennen als een bron, en verspreidt zich als een rivier (Hos 6,3; Joh 4,14; 7,38) en zie Hem nu gedoopt worden in de Jordaan… De ongrijpbare Bron, die het leven voor alle mensen laat opborrelen en die geen einde heeft, werd verborgen door arme en vergankelijke wateren. Degene die overal aanwezig is, die nergens afwezig is, Degene die ongrijpbaar is door de engelen en onzichtbaar voor de mensen, komt vrijwillig naar de doop… “En zie hoe de hemelen zich openden, en een stem die sprak: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.” De Beminde verwekt de liefde, en het onzichtbare licht verwekt “het ontoegankelijke licht” (1 Tm 6,16). “Dit is mijn geliefde Zoon”… In de ark van Noach toonde de duif de liefde van God voor de mensen (Gn 8,11). Nu daalt de Heilige Geest onder deze gedaante neer, gelijk aan die welke een olijftwijgje heeft gebracht, en rust boven Hem van wie Hij getuige aflegt. Waarom? Omdat men met zekerheid weet dat het de stem van de Vader is…: “De stem van de Heer boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de Heer boven de wijde wateren” (Ps 29,3). Wat zegt deze stem? “Dit is mijn geliefde Zoon; in Hem heb ik al mijn liefde gelegd.” Hij wordt de zoon van Jozef genoemd, en Hij is mijn eniggeboren Zoon naar zijn goddelijk wezen. “Dit is mijn geliefde Zoon”, Hij heeft honger en Hij voedt een onmetelijke menigte, Hij lijdt en Hij verlicht hen die lijden. Hij kan nergens zijn hoofd te rusten leggen en Hij draagt alles in zijn hand, Hij lijdt en geneest het lijden. Men slaat Hem maar Hij schenkt de vrijheid aan de wereld, men doorsteekt zijn zijde, maar Hij herstelt de zijde van Adam.

 

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Gregorius van Nyssa

Heiligenleven

De Heilige Gregorios van Nyssa

 

gregory_of_nyssa1.jpg

 

Gregorius van Nyssa

De heilige Gregorios van Nyssa was eveneens een broer van de heilige Basilius, en ook hij was een Kerkvader van groot formaat. Hij was een bijzonder begaafd redenaar en had daar ook zijn beroep van gemaakt als filosoof en rhetor. Hij was gehuwd met Theosba, maar de familievriend Gregorius van Nazianze wist hen te overtuigen dat hij zich geheel aan de Kerk moesten wijden, die in nood was door de ariaanse twisten. Op veertigjarige leeftijd werd hij eigenlijk tegen zijn zin door Basilios tot bisschop van Nyssa gewijd, in 372. Met heel de overtuigingskracht van zijn meeslepende welsprekendheid zette hij zich in voor de waarheid van de Orthodoxie. Hij wekte daardoor de ontstemming van de ariaanse heersers : In 376 werd hij afgezet, doch na twee jaar weer uit zijn ballingschap teruggeroepen. Nog twintig jaar heeft hij zijn diocees bestuurd. Ook hij nam deel aan het Concilie van Constantinopel in 381, voor de voltooiing van de Geloofsbelijdenis. Vooral het laatste deel met de artikelen over de heilige Geest en de Kerk  kwam onder zijn invloed tot stand. Hij is de diepste denker van de Cappadocische vaders en heeft belangrijke boeken nagelaten over de Heilige Drie-eenheid, waar hij met kracht de volkomen Godheid van de Geest verkondigde tegenover de leer van Makedonios. Ook over veel andere theologische onderwerpen heeft hij waardevolle geschriften nagelaten; vooral door zijn mensbeschouwing is hij juist in deze tijd weer bijzonder actueel . Zeer waardevol van zijn hand is ook de levensbeschrijving die hij gegeven heeft van de oudste zuster uit dat bijzondere gezin, de heilige Makrina. Hij is gestorven in 395, 64 jaar oud, als de zeer geliefde bisschop van Nyssa, nadat hij nog herhaalde malen in ballingschap had moeten gaan.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag

 

Ireneüs van Lyon : De Geest des Heren rust op mij

 

H. Ireneus van Lyon (ca. 130 – ca. 208), bisschop, theoloog en martelaar 
Tegen de ketterijen III, 17 

Ireneus van Lyon57.jpg

Ireneus van Lyon

“De Geest des Heren rust op Mij”
    
 “De Geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij gezalfd” (Jes 61,1). Hij is de Geest waarvan de Heer zei: “Jullie zijn het immers niet zelf die spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt” (Mt 10,20). Zo ook toen Hij aan zijn leerlingen de macht gaf om de mensen in God herboren te laten worden. Hij zei tegen hen: “Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest” (Mt 28,19). Deze Geest immers had Hij reeds beloofd door de profeten, om Hem te verspreiden gedurende de eerste tijden over zijn dienaren en dienaressen zodat ze konden profeteren (Jl 3,1-2).
      Daarom is deze Geest neergedaald op de Zoon van God die Mensenzoon was geworden: daardoor raakte Hij eraan gewend om te wonen in het menselijk ras, om op de mensen te rusten, om te verblijven in het werk gevormd door God. In hen realiseerde Hij de wil van de Vader en vernieuwde hen door ze te laten overgaan van hun oude wijze van leven naar het nieuwe leven van Christus.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Basilios : Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden

 

H. Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar 
Homilie over de heilige generatie van Christus, 2.6 ; PG 31, 1459v 
“Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden”
    

Basilios 3.jpg

Basilios

God op aarde, God onder de mensen! Deze keer verkondigt Hij niet met bliksem, bij trompetgeschal, op een rokende berg, in de duisternis van een verschrikkelijke storm (Ex 19,16v), maar Hij toont zich op een zachtaardige en vredige wijze in een menselijk lichaam, aan de mensheid, God in het lichaam!… Hoe kan de Godheid in het lichaam wonen? Zoals het vuur in het ijzer woont, niet door de plaats waar het brandt te verlaten, maar door in contact te blijven. Het vuur werpt zich immers niet op het ijzer, maar blijft op zijn plaats, Hij deelt zijn kracht met hem. Daarin wordt hij niet verminderd, maar hij vult het hele ijzer met wie hij in contact staat. Zo gaat ook God, het Woord, die “onder ons woont”, niet uit zichzelf. “Het Woord dat is vlees geworden” ondergaat geen verandering: de hemel is niet ontledigd van hetgeen hij bevatte, en toch heeft de aarde in haar schoot Degene ontvangen, die in de hemel is.
      Dring tot dat mysterie door: God is in het lichaam om de dood, die zich erin verborgen houdt, te doden… “Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen” (Tit 2,11), toen “de Zon der Gerechtigheid opging” (Ml 3,20), “is de dood opgeslokt en overwonnen” (1Kor 15,54) omdat ze niet samen kon bestaan met het ware leven. O diepte van de goedheid en van de liefde van God voor de mensen! Laten we met de herders glorie brengen, laten we met het engelenkoor dansen, want “vandaag is de Redder geboren. Hij is de Messias, de Heer” (Lc 2, 11-12).
      “God de Heer verlicht ons” (Ps 118,27), niet in zijn gedaante van God, om onze zwakheid niet te verstikken, maar in de gedaante van dienaar, om vrijheid te verlenen aan hen die veroordeeld waren tot dienstbaarheid. Wie heeft zo’n ingeslapen hart en is zo onverschillig, dat hij er zich niet over verheugt, jubelt van blijdschap en straalt van vreugde ten aanzien van deze gebeurtenis? Het is een gemeenschappelijk feest voor heel de schepping. Allen moeten er aan bijdragen, niemand mag zich ondankbaar tonen. Laten ook wij onze stem verheffen om onze blijdschap uit te zingen!
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Hilarius van Poitiers : zalig is hij die zich aan Mij niet ergert

 

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie van Mattheus, 11, 3 
“Zalig is hij, die zich aan Mij niet ergert”
  

Hilarion van Poitiers.jpg

Hilarius van Poitiers

   Door zijn leerlingen naar Jezus te sturen, hield Johannes zich bezig met hun onwetendheid, niet met de zijne, want hijzelf heeft verkondigd dat iemand zou komen om de zonden kwijt te schelden. Maar om hen te laten weten dat hij niets anders verkondigd had dan dat, stuurde hij zijn leerlingen naar Jezus om zijn werken te zien, opdat zij autoriteit aan zijn verkondiging zouden geven en dat er geen andere Christus verwacht wordt buiten Degene waarvan zijn werken getuigen.
      De Heer heeft zich geheel geopenbaard door zijn wonderbaarlijke handelingen, namelijk door het zicht aan de blinden te geven, het lopen aan de kreupelen, de genezing aan de melaatsen, het horen aan de doven, het woord aan de stommen, het leven aan de doden, onderricht aan de armen. Hij zei: “Zalig is hij, die zich aan Mij niet ergert”. Kwam er vanuit Christus reeds een handeling die Johannes had kunnen ergeren? Zeker niet. Hij bleef immers bij zijn eigen wijze van onderricht en handelen. Maar men moet de draagkracht en het specifieke karakter van wat de Heer zegt, bestuderen: dat het goede nieuws ontvangen wordt door de armen. Het gaat om hen die hun leven verloren hebben, die hun kruis opgenomen hebben en Hem navolgen (Lc 14,27), die nederig van hart zullen worden en voor wie het koninkrijk der hemelen is bereid (Mt 11,29; 25,34). Omdat het geheel van zijn lijden in eenheid met de Heer was en omdat zijn kruis een ergernis ging worden voor velen, heeft Hij hen -van wie het geloof geen enkele verleiding onderging omwille van het kruis, zijn dood en zijn graflegging- zalig verklaard.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Ignatius van Antiochië : Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan in vrede naar uw woord

 

Ignatius van Antioche (?-rond110), bisschop en martelaar 
Brief aan de Romeinen, 5-7 
“Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan in vrede naar uw woord”
    
 

Ignatius van Antiochië12.jpg

Ignatios van Antiochië

Vandaag word ik leerling. Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar, belemmert me om me bij Jezus Christus aan te sluiten… Zelfs als de wreedste verzoeken me terneerdrukken, dan wil ik slechts Jezus Christus bereiken. Wat zouden de zoetheden van deze wereld en de keizerrijken van de aarde, me kunnen schelen? Het is mooier om te sterven voor Jezus Christus dan te heersen over de gehele wereld. Hem zoek ik, Hij die gestorven is voor ons; naar Hem verlang ik, Hij die voor ons verrezen is.
      Mijn geboorte komt dichterbij… Laat mij het hele zuivere licht omhelzen. Als ik daarin zal slagen dan ben ik man geworden. Aanvaard dat ik het lijden van mijn God navolg… Mijn aardse verlangen werd gekruisigd, en in mij is niet meer het vuur om de materie lief te hebben, maar een “levend water” (Joh 7,38), dat ruist en fluistert in mijn hart: “Kom naar de Vader.” Ik kan het vergankelijke voedsel of de zoetheid van dit leven niet meer proeven. Ik heb honger naar het brood van God, het lichaam van Jezus Christus, zoon van David, en als drank wil ik zijn bloed welke de onvergankelijke liefde is.

 

Gregorios van Nyssa : Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer

H. Gregorius van Nyssa (rond 335-395), monnik en bisschop 
Sermon over de Geboorte, passim ; PG 46, 1128   
“Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer!”

 

    Gregorius van Nyssa523.jpg
 Broeders en zusters, we zijn op de hoogte gebracht van het wonder en we gaan net als Mozes iets bijzonders zien (Ex 3,3): in Maria verbrandt het brandend braambos niet. De Maagd baart het Licht zonder geschonden te worden… Laten we ons dus naar Bethlehem, de plaats van het goede nieuws, haasten! Als wij werkelijk herders zijn, als wij wakker blijven op onze wachtpost, dan richt de stem van de engelen zich tot ons, zij kondigen een grote vreugde aan…: “Eer aan God in de hoge en vrede op aarde!” Daar waar gisteren geen kwaadspreken, oorlog of geweld meer was, daar ontvangt de aarde de vrede, want vandaag “komt de waarheid uit de aarde voort en de gerechtigheid uit de hemel” (Ps 86,12). Zie de vrucht die de aarde aan de mensen geeft, als beloning voor de goede wil die onder de mensen heerst (Lc 2,14). God verenigt zich met de mens om de mens op te heffen tot Gods hoogte.
      Broeders en zusters. laten we naar Bethlehem gaan naar aanleiding van dat nieuws, om het mysterie in de voederbak te aanschouwen: een klein kind in doeken gewikkeld die in een voederbak ligt. De onvergankelijke Moeder, die Maagd bleef na haar baren, omhelst  haar zoon. Laten we met de herders het woord van de profeet herhalen: “In de stad van onze God hebben wij gezien wat wij hadden gehoord” (Ps 48,9).
      Maar waarom zoekt de Heer zijn toevlucht in een grot in Bethlehem? Waarom gaat Hij in een voederbak slapen? Om mee te doen met de volkstelling van het volk Israel? Broeders en zusters, Hij die de wereld bevrijding komt brengen, wordt in ons slavenbestaan van de dood geboren. Hij wordt in die grot geboren om zich aan de mensen, die zich in duisternis en in de schaduw van de dood bevinden, te laten zien. Hij slaapt in een voederbak omdat Hij het is die gras voor het vee laat groeien” (Ps 104,14). Hij is het Levensbrood dat de mens met geestelijk voedsel voedt, opdat ook de mens in de Heilige Geest leeft… Welk feest is vreugdevoller dan die van vandaag? Christus, de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) komt onze nacht verlichten. Wie gevallen was richt zich weer op, wie overwonnen was, is bevrijd…, wie dood was komt weer tot leven… Vandaag zingen we met één stem op aarde: “Door de overtreding van één mens, Adam, kwam de dood… door die ene mens, Jezus Christus is het heil gekomen” (cf Rom 5,17).
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Isaak de Syriër : Wie zich vernedert zal worden verheven

 

Heilige Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik te Ninive, dichtbij Mossoel 
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr 49 
“Wie zich vernedert, zal worden verheven” 
  
 

Isaac_the_Syrian (groot formaat).jpg

Isaak de Syriër

 De voorzienigheid van God, die erover waakt om aan ieder van ons te geven wat goed is, heeft alle dingen tot ons geleid om ons naar de nederigheid te brengen. Want als je trots bent op de genade van de voorzienigheid, dan zal deze je verlaten, en je zult terugvallen… Weet dus dat het je niet toebehoort, noch aan jou, noch aan jouw deugd om de negatieve neigingen te weerstaan, maar dat alleen de genade je in zijn hand houdt, opdat je niet bang zult zijn… Zucht, huil, herinner je de fouten die je maakte in de tijd van je beproeving opdat je uiteindelijk bevrijd zult worden van de trots en de nederigheid zult ontvangen. Wanhoop niet. Bid God nederig om je zonden te vergeven.
      De nederigheid, zelfs zonder werken, wist veel fouten uit. Maar daarentegen dienen de werken zonder haar nergens toe; zij kunnen ons zelfs het kwaad bereiden. Verkrijg dus door de nederigheid de vergeving van je onrecht. Wat het zout is voor je voeding, is de nederigheid voor alle deugden. Ze kan de kracht van veel zonden breken…. Als wij haar bezitten, maakt ze van ons kinderen van God, en ze leidt ons naar God zonder zelfs de redding door goede werken. .. Daarom zijn zonder haar al onze werken ijdel, en zijn alle deugden ijdel, en is alle moeite ijdel.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Simeon de nieuwe theoloog : de blindheid der mensen

 

 
H. Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik 
Hymne 53 

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de Nieuwe Theoloog en Basilios

De blindheid van de mensen:
[Christus sprak :]
Toen Adam geschapen werd, heb Ik hem het vermogen gegeven om Mij te zien
en heb hem daardoor gegrondvest in de waardigheid van de engelen…
Hij zag alles wat Ik geschapen had, niet met zijn lichamelijke ogen,
maar met die van de intelligentie,
hij zag mijn Gelaat, zijn Schepper
Hij schouwde mijn heerlijkheid
en onderhield zich met Mij op elk moment.
Maar toen hij mijn gebod overschreed
van de boom proefde,
is hij blind geworden
en is hij gevallen in de duisternis van de dood…
Maar Ik had medelijden met hem en ben van boven gekomen.
Ik die absoluut onzichtbaar ben,
heb gedeeld in de ondoorzichtigheid van het lichaam.
Door in het vlees een begin te hebben ontvangen, mens geworden, 
werd Ik door u allen gezien.
Hoe heb Ik dat alles kunnen aanvaarden om te doen?
Omdat daar zich de echte reden bevindt 
waarom Ik Adam geschapen had: om Mij te zien.
Toen hij blind werd, en vervolgens eveneens alle afstammelingen, 
verdroeg Ik het niet om Zelf in de goddelijke heerlijkheid te zijn en om hen te verlaten… 
die ik met mijn eigen handen had geschapen; maar Ik ben in alles gelijk geworden aan de mensen, 
lichamelijk met de lichamelijken,
en Ik heb Mij vrijwillig met hen verenigd.
U ziet mijn verlangen om door de mensen gezien te worden…
Hoe kun je dus zeggen dat Ik me voor u verberg, 
dat Ik me niet laat zien?
In werkelijkheid straal ik, maar u, u kijkt niet naar Mij.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Epifanius van Salamis : Wees gegroet, vol van genade

Epifanius van Salamina (? – 403), bisschop
Homilie nr 5 ; PG 43, 491.494.502

“Wees gegroet, vol van genade”

 

 

Epiphanius- van Salamis kerkvader.jpg

Epifanius van Salamis

 

  Hoe zal ik het zeggen? Welke lofzang zou ik kunnen aanheffen voor de glorieuze en heilige Maagd? Zij overstijgt alle wezens, op God na. Van nature is zij mooier dan de cherubijnen, de serafijnen en het hele leger engelen. Noch de hemelse taal, noch die van de aarde, zelfs die van de engelen voldoet niet om haar te loven. Gelukzalige Maagd, zuivere duif, hemelse bruid…, tempel en troon van de Godheid! Christus, stralende zon aan de hemel en op aarde is van u. U bent de stralende wolk, die Christus neer laat dalen, Hij is de stralende bliksemschicht die de wereld verlicht.

      Verheug u, vol van genade, hemelpoort; over u spreekt de schrijver van het Hooglied…, als hij uitroept: “Een besloten hof ben jij, een gesloten tuin, een verzegelde bron” (4,12)… Heilige moeder van God, onbevlekt schaap, u hebt het Lam op de wereld gezet, Christus, het Woord werd in u vlees… Wat een verbazingwekkend wonder in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon (Ap 12,1), die het licht in haar armen draagt!… Wat een verbazingwekkend wonder in de hemelen: de Heer van de engelen is een klein kind van de Maagd geworden. De engelen beschuldigden Eva; nu vervullen ze Maria met glorie want zij heeft Eva uit haar val opgericht en heeft Adam die uit het paradijs werd verjaagd in de hemel laten binnengaan…

      Immens is de genade die aan de heilige Maagd gegeven is. Daarom brengt Gabriel haar eerst deze begroeting: “Wees gegroet, vol van genade”, stralend als de hemel. “Wees gegroet, vol van genade”, Maagd met ontelbare deugden gesierd… “Wees gegroet, vol van genade”, u geeft de dorstigen te drinken aan de zoetheid van de eeuwige bron. Wees gegroet, onbevlekte Maagd, u hebt Christus die u vooraf gaat, gebaard. Wees gegroet, koninklijk purper; u hebt de koning der hemelen bekleed. Wees gegroet, verzegeld boek; u hebt aan de wereld het Woord te lezen gegeven, de Zoon van de Vader.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Sofrony van Jeruzalem : Zalig de schoot die U heeft gedragen

H.Sofrony van Jeruzalem (?-639), monnik, bisschop
Homilie voor de Annunciatie 2 ; PG 87, 3, 3241

Sofrony van Jeruzalem.jpg

 

Sofrony van Jerusalem

 

“Zalig de schoot, die U heeft gedragen”

      “Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met u” (Lc 1,28). Wat is er boven deze vreugde, 0 Maagd Moeder? Wat gaat er boven deze genade?… Werkelijk “u bent de gezegende onder de vrouwen” (Lc 1,42), omdat u de vloek van Eva omgevormd hebt in zegen; omdat Adam, die eerder vervloekt was, nu door u de zegen gekregen heeft.

      Werkelijk “u bent de gezegende onder de vrouwen”, omdat dankzij u, de zegen van de Vader over de mensen is gekomen en hen van de oude vloek heeft verlost.
     
      Werkelijk “u bent de gezegende onder de vrouwen”, omdat, dankzij u, uw voorouders gered zijn, want u bent het die de Verlosser gaat baren, die hen het heil zal verschaffen.

      Werkelijk “u bent de gezegende onder de vrouwen” omdat u, zonder het zaad te hebben ontvangen, deze vrucht hebt gedragen, die de gehele aarde van zegen voorzien heeft, en haar verlost van de vloek waaruit de doornen geboren worden.

      Werkelijk “u bent de gezegende onder de vrouwen”, omdat door van nature vrouw te zijn, u werkelijk de Moeder van God wordt. Want als degene die u gaat baren werkelijk de vleesgeworden God is, dan wordt u terecht Moeder van God genoemd, aangezien u in volledige waarheid God baart.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Silouan de Athoniet : Het verlangen naar God

Het verlangen naar God

Silouan de Athoniet 

 

Silouan de athoniet3.jpg

Mijn ziel smacht naar de Heer

en onder tranen zoek ik Hem

Hoe zou ik U niet zoeken ?

Gij hebt mij het eerst gevonden

en mij laten genieten van Uw Heilige Geest

En mijn ziel kreeg U lief.

Gij, Heer, ziet mijn verdriet en mijn tranen….

Als Gij mij door Uw liefde niet had aangetrokken,

zou ik u niet zo zoeken, zoals ik U zoek;

Maar Uw Geest heeft U aan mij bekend gemaakt,

en mijn ziel verheugt zich

Omdat Gij mijn God en mijn Heer zijt,

en tot tranen toe verlang ik naar U.

Ireneüs van Lyon : De vinger Gods

H. Ireneus van Lyon (ca. 130 – ca. 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterijen IV, Pr 4 ; 39, 2

Irenaeus 123.gif

 Ireneus van Lyon

De vinger van God

     

 De mens is een mengsel van ziel en vlees, een vlees dat gevormd is naar de gelijkenis van God en vormgegeven door zijn twee Handen, dat wil zeggen de Zoon en de Geest. Tegen hen heeft Hij gezegd: ” Laten we de mens maken” (Gn 1,26)…

      Maar hoe zul je op een dag vergoddelijkt worden als je nog geen mens bent geworden? Hoe kun je volmaakt zijn, terwijl je nog maar amper geschapen bent? Hoe zul je onsterfelijk zijn, terwijl je niet gehoorzaamd hebt aan je Schepper in je sterfelijke natuur?… Aangezien je het werk van God bent, wacht geduldig de Hand van jouw Pottenbakker af, die alle dingen op de juiste tijd doet. Toon Hem een soepel en volgzaam hart en bewaak de vorm die deze Pottenbakker jouw gegeven heeft, door in je het water te dragen dat van Hem komt en zonder welke je, door je te verharden, de beeltenis van zijn vingers, weg zou gooien.

      Door je door Hem te laten vormen, zul je tot aan de volmaaktheid opstijgen, want door dat kunstwerk van God wordt de klei die in je is, verstopt; zijn Hand heeft jouw substantie geschapen… Maar als je door hard te worden, zijn kunstwerk afwijst en je ontevreden toont met hetgeen waarmee Hij je mens heeft gemaakt, dan zul je door je ondankbaarheid naar God, niet alleen zijn kunstwerk, maar het leven zelf wegwerpen; want vormen is eigen aan de goedheid van God en gevormd worden is eigen aan de menselijke natuur. Als je je dus aan Hem overgeeft door Hem jouw geloof in Hem te geven en je onderwerping, dan zul je de genade van zijn beeltenis ontvangen en zul je het volmaakte werk van God zijn. Als je daarentegen weerstand biedt en uit zijn Handen wegvlucht, dan zal de oorzaak van je onvolmaaktheid in jou blijven omdat je Hem niet gehoorzaamd hebt en komt dat niet door Hem.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org