H. Clemens van Rome, paus van 90 tot ongeveer 100 Eerste brief aan de Korintiërs, 49

Clemens van Rome
“Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”
Dat hij die de liefde van Christus heeft, de geboden onderhoudt. Wie kan deze liefdesband met God uitleggen? (cf Kol 3,14) Wie is in staat om de grootheid van zijn schoonheid uit te drukken ? De hoogten waar de liefde ons brengt is onuitspreekbaar. De liefde verenigt ons met God, “de liefde bedekt de veelheid aan zonden” (1P 4,8). De liefde verdraagt alles, de liefde is in alles geduldig; er is niets kleingeestigs in de liefde, niets verachtelijks; de liefde kent geen scheiding, zet niet aan tot opstand; de liefde handelt altijd in verbondenheid; in de liefde hebben de uitverkorenen van God de volmaaktheid ontvangen; in de liefde is niets onaangenaam aan God. In de liefde laat de Meester ons tot Hem komen. Door zijn liefde voor ons heeft Jezus Christus zijn bloed voor ons gegeven, naar de wil van God, zijn vlees voor ons vlees, zijn leven voor onze levens.
Het is u bekend, geliefden, hoe groot en wonderlijk de liefde is en hoezeer haar volmaaktheid alle uitleg te boven gaat! Wie kan deze liefde bezitten dan alleen degene die door God hiervoor waardig is geacht? Laten wij Hem daarom bidden om van zijn barmhartigheid te verkrijgen dat wij mogen leven in de liefde, onberispelijk en ver van alle menselijke partijdigheid. Alle geslachten, vanaf Adam tot aan deze dag, zijn voorbijgegaan, maar zij die door Gods genade volmaakt zijn geworden in de liefde, mogen wonen in de verblijfplaats van de vromen. Dezen zullen in de openbaarheid treden op de dag dat God het koninkrijk van Christus komt bezoeken.
Gelukkig zijn wij, geliefden, als wij Gods geboden naleven in eendracht en liefde; dan zullen omwille van de liefde onze misslagen worden vergeven.
www.dagelijks evangelie.org



Ze vergissen zich volledig, degenen die het plan van God voor zijn schepping verwerpen, het heil van het vlees ontkennen en het idee van regeneratie verachten door te verklaren dat ze niet in staat is om een onvergankelijke natuur te verkrijgen. Als het vlees niet gered wordt, dan heeft ook de Heer ons niet met zijn bloed verlost; dan geeft ook de beker van de eucharistie geen gemeenschap met zijn bloed, noch het brood dat we breken, gemeenschap met zijn lichaam (1Kor 10,16). Want Hij is immers mens geworden om ons vrij te kopen met zijn bloed… Wij zijn de ledematen van Christus (1Kor 6,15) en wij zijn gevoed door zijn schepping… Hij verklaarde dat de beker, die geschapen is, zijn eigen bloed is waardoor ons bloed versterkt zou worden; Hij bevestigde dat het brood, het geschapen brood, zijn eigen lichaam is waardoor onze lichaam zich versterken. Dus als de beker die wij maakten en het brood dat wij gemaakt hebben, het Woord van God ontvangen en de eucharistie worden -dat is het bloed en het lichaam van Christus, die ons lichaam versterken en verstevigen- hoe kan men dan ontkennen dat het vlees niet in staat is om de gave van God te ontvangen, namelijk het eeuwige leven? Ons vlees wordt werkelijk gevoed door het bloed en het lichaam van Christus, ze is lidmaat van Christus, zoals Paulus schreef: “Wij zijn ledematen van zijn lichaam, gevormd uit vlees en beenderen” (Ef 5,30; Gn 2,23). Hij zegt dat niet over een geestelijk en onzichtbaar mens…: hij spreekt over het authentieke menselijke organisme, bestaande uit vlees, zenuwen en beenderen. Het is dit organisme die gevoed wordt door de beker, het bloed van Christus, versterkt door het brood dat zijn lichaam is… En onze lichamen die gevoed zijn door deze eucharistie, zullen nadat ze in de aarde worden gelegd…, op hun tijd verrijzen: het Woord van God zal hen laten verrijzen “tot glorie van God de Vader” (Fil 2,11).








![Chrisostomos - onbekend [1600x1200].jpg](https://christelijkeinformatiebron.com/wp-content/uploads/2013/12/246ab-3295549793.jpg?w=840)


