Clemens van Rome : “Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”

H. Clemens van Rome, paus van 90 tot ongeveer 100 Eerste  brief aan de Korintiërs, 49

Clemens va,n Rome 46.jpg

Clemens van Rome

“Dit is mijn gebod, dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad”

      Dat hij die de liefde van Christus heeft, de geboden onderhoudt. Wie kan deze liefdesband met God uitleggen? (cf Kol 3,14)  Wie is in staat om de grootheid van zijn schoonheid uit te drukken ? De hoogten waar de liefde ons brengt is onuitspreekbaar. De liefde verenigt ons met God, “de liefde bedekt de veelheid aan zonden” (1P 4,8). De liefde verdraagt alles, de liefde is in alles geduldig; er is niets kleingeestigs in de liefde, niets verachtelijks; de liefde kent geen scheiding, zet niet aan tot opstand; de liefde handelt altijd in verbondenheid; in de liefde hebben de uitverkorenen van God de volmaaktheid ontvangen; in de liefde is niets onaangenaam aan God. In de liefde laat de Meester ons tot Hem komen. Door zijn liefde voor ons heeft Jezus Christus zijn bloed voor ons gegeven, naar de wil van God, zijn vlees voor ons vlees, zijn leven voor onze levens.
      Het is u bekend, geliefden, hoe groot en wonderlijk de liefde is en hoezeer haar volmaaktheid alle uitleg te boven gaat! Wie kan deze liefde bezitten dan alleen degene die door God hiervoor waardig is geacht? Laten wij Hem daarom bidden om van zijn barmhartigheid te verkrijgen dat wij mogen leven in de liefde, onberispelijk en ver van alle menselijke partijdigheid. Alle geslachten, vanaf Adam tot aan deze dag, zijn voorbijgegaan, maar zij die door Gods genade volmaakt zijn geworden in de liefde, mogen wonen in de verblijfplaats van de vromen. Dezen zullen in de openbaarheid treden op de dag dat God het koninkrijk van Christus komt bezoeken.
      Gelukkig zijn wij, geliefden, als wij Gods geboden naleven in eendracht en liefde; dan zullen omwille van de liefde onze misslagen worden vergeven.

www.dagelijks evangelie.org

Cyrillus van Jeruzalem : “Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven”

H. Cyrillus van Jeruzalem ((313-350), bisschop van Jeruzalem en Kerkleraar Commentaar op het Evangelie van Johannes, 4, 4 ; PG 73, 613

cyrillus van Jerrusalem13.jpg

Cyrillus van Jeruzalem

“Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven”

“Naar wie zullen we gaan?”, vraagt Petrus. Hij wilde zeggen: “Wie zal ons zoals U de goddelijke mysteriën uitleggen?” of “Bij wie kunnen we iets beters vinden? U hebt woorden van het eeuwige leven.” Ze zijn niet onverdraaglijk zoals de andere leerlingen zeggen. Daarentegen leiden ze naar de meest buitengewone werkelijkheid van alle, het leven zonder einde, het onvergankelijke leven. Deze woorden tonen ons goed dat we aan de voeten van Christus moeten gaan zitten, Hem aannemen als onze enige meester, en ons voortdurend bij Hem ophouden…
Het Oude Testament leert ons ook dat we Christus moeten volgen, en altijd met Hem verenigd moeten zijn. Inderdaad in de tijd dat de Israëlieten bevrijd waren van de Egyptische onderdrukking, en ze zich haastten naar het beloofde land, liet God hen geen wanordelijke route lopen. Degene die zijn Wet geeft zou hun niet toestaan om waar dan ook maar naar toe te gaan, naar hun eigen smaak. Ze zouden immers zonder gids volledig verdwaald zijn…; de Israëlieten vonden hun heil door bij hun gids te blijven. Vandaag de dag gaan wij ook onze weg door te weigeren ons van Christus af te scheiden, want Hij heeft zich aan de oudsten getoond in de verschijning van de tent, de wolk en het vuur (Ex 13,21; 26,1s)…
“Wie Mij wil dienen, zal Mij moeten volgen, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn” (Joh 12,26)… Welnu wie loopt en gezelschap van Christus doet dit niet in materiële zin maar eerder door werken van deugd. De wijste leerlingen hebben zich stevig en met heel hun hart verbonden…; terecht zeggen ze: “Waar gaan we heen?” In andere woorden: “Wij zullen altijd bij U zijn, wij verbinden ons aan uw geboden, wij ontvangen uw woorden, zonder ooit te weigeren. Wij geloven niet zoals de onwetenden dat uw leer moeilijk is om aan te horen. Daarentegen zeggen we: “Hoe kostelijk streelt uw woord mijn gehemelte, kostelijker dan honing mijn mond” (Ps 119,103)

www.dagelijksevangelie.org

Simeon de nieuwe Theoloog: De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren”

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Hymne 21 ; SC 174

Simeon de neuwe theoloog + basilios.jpg

Simeon de nieuwe Theoloog en Basilios de Grote

“De heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, zal u alles leren”

Zij die de Geest hebben om meester te zijn
hebben geen kennis nodig die van mensen komt,
maar, verlicht door het licht van de heilige Geest,
kijken ze naar de Zoon, zien ze de Vader
en aanbidden de Drie-eenheid van Personen,
de enige God, die van nature één is op onuitspreekbare wijze…
Stop mens, heb ontzag sterfelijke natuur,
en denk dat je uit het niets bent voortgekomen
en door uit de buik van je moeder te komen
heb je de wereld gezien die voor jou gemaakt is.
En als je de hoogte van de hemel kon kennen
of aangeven wat de natuur van de zon, de maan en de sterren is,
waar ze vast blijven zitten en hoe ze zich verplaatsen…,
of zelfs de natuur van de aarde waaruit je getrokken bent,
zijn beperkingen en zijn maten, zijn grootte en zijn hoogte…,
als je het doel van elk ding hebt ontdekt
en als je het zand van de zee had geteld
en als je ook je eigen natuur kon kennen…,
dan kon je denken aan je Schepper,
hoe de Drie-eenheid zonder vermenging
en in de Eenheid blijft, de Drie-eenheid zonder scheiding.
Zoek de heilige Geest !…
Misschien dat God je troost en het je zal geven,
zoals Hij je al gegeven heeft om de wereld te zien
en de zon en het daglicht,
ja, Hij durft je nu op dezelfde wijze te verlichten…,
je verlichten in het licht van de Drieëne Zon…
Je zult dan de genade van de heilige Geest leren kennen:
dat zelfs indien afwezig, Hij aanwezig is met zijn kracht
en dat men Hem nu niet ziet door zijn goddelijke natuur,
en dat Hij overal is en nergens.
Als je Hem op een waarneembare wijze probeert te zien,
waar vindt je Hem dan ? Nergens zul je dan zeggen.
Maar als je de kracht hebt om Hem geestelijk te zien,
dan is Hij het eerder die je geest verlichten zal
en de ogen van je hart zal openen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Ireneus van Lyon : Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld”

H. Ireneüs van Lyon (ca.130-ca. 208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen de ketterijen, V, 2, 2

“Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld”

   Irenaeus_of_lyons 45.jpg   Ze vergissen zich volledig, degenen die het plan van God voor zijn schepping verwerpen, het heil van het vlees ontkennen en het idee van regeneratie verachten door te verklaren dat ze niet in staat is om een onvergankelijke natuur te verkrijgen. Als het vlees niet gered wordt, dan heeft ook de Heer ons niet met zijn bloed verlost; dan geeft ook de beker van de eucharistie geen gemeenschap met zijn bloed, noch het brood dat we breken, gemeenschap met zijn lichaam (1Kor 10,16). Want Hij is immers mens geworden om ons vrij te kopen met zijn bloed…       Wij zijn de ledematen van Christus (1Kor 6,15) en wij zijn gevoed door zijn schepping… Hij verklaarde dat de beker, die geschapen is, zijn eigen bloed is waardoor ons bloed versterkt zou worden; Hij bevestigde dat het brood, het geschapen brood, zijn eigen lichaam is waardoor onze lichaam zich versterken.       Dus als de beker die wij maakten en het brood dat wij gemaakt hebben, het Woord van God ontvangen en de eucharistie worden -dat is het bloed en het lichaam van Christus, die ons lichaam versterken en verstevigen- hoe kan men dan ontkennen dat het vlees niet in staat is om de gave van God te ontvangen, namelijk het eeuwige leven? Ons vlees wordt werkelijk gevoed door het bloed en het lichaam van Christus, ze is lidmaat van Christus, zoals Paulus schreef: “Wij zijn ledematen van zijn lichaam, gevormd uit vlees en beenderen” (Ef 5,30; Gn 2,23). Hij zegt dat niet over een geestelijk en onzichtbaar mens…: hij spreekt over het authentieke menselijke organisme, bestaande uit vlees, zenuwen en beenderen. Het is dit organisme die gevoed wordt door de beker, het bloed van Christus, versterkt door het brood dat zijn lichaam is… En onze lichamen die gevoed zijn door deze eucharistie, zullen nadat ze in de aarde worden gelegd…, op hun tijd verrijzen: het Woord van God zal hen laten verrijzen “tot glorie van God de Vader” (Fil 2,11).

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Clemens van Alexandrië : het Licht is in de wereld gekomen

H. Clemens van Alexandrië (150-ca. 215), theoloog Vermaning aan de Grieken, 11, 113 ; GCS 1, 79

ClemensVonAlexandrien.jpgClemens van Alexandrië

“Het licht is in de wereld gekomen”

      “De wet van de Heer is volmaakt, het verheldert de blik” (Ps 19,8). Ontvang van Christus, ontvang het vermogen om te zien, ontvang het licht om God en de mens te kennen… Laten we het licht ontvangen om God te ontvangen…, laten we het licht ontvangen en laten we leerlingen van de Heer worden…, laten we de onwetendheid en de duisternis verjagen die onze blik als een mist versluieren, laten we de ware God aanschouwen… Toen we nog omwikkeld waren door de duisternis en gevangenen van de dood” (Mt 4,16; Jes 42,7), straalde er uit de hemel een zuiverder licht dan de zon, het was zoeter dan het leven hierbeneden, het straalde voor ons. Dat licht is het eeuwige leven, en alles wat er aan het leven deelneemt. De nacht vreest dat licht; uit angst verdwijnt ze en maakt plaats voor de dag des Heren; alles is licht geworden zonder schemering.
      Het westen is veranderd in het oosten; het is de “nieuwe schepping” (Gal 6,15; Ap 21,1). Want der “Zon der Gerechtigheid” (Ml 3,20), die overal komt in haar omloop, bezoekt het hele menselijk ras, zonder onderscheid. Hij volgt zijn Vader na die “de zon doet opgaan over alle mensen” (Mt 5,45) en Hij verspreidt over allen de dauw van de waarheid… Door de dood te kruisigen heeft Hij het ongevormd in het leven; Hij heeft de mens van zijn ondergang gered en heeft hem in de hemel vastgezet; Hij heeft wat vergankelijk is overgeplaatst om het onvergankelijk te maken; Hij heeft de aarde in de hemel veranderd…
      Hij geeft het leven van God  aan de mensen door zijn goddelijk onderricht, door “zijn Wet in hun binnenste geschreven, en in hun hart gegrift. …Want iedereen, groot en klein, kent God. Ik vergeef hun misstappen, zegt God, Ik denk niet meer aan hun zonden” (Jr 31,33v). Laten we dus de wetten des levens ontvangen, laten we gehoorzamen aan het onderricht van God, laten we Hem leren kennen.

www.dagelijksevangelie.org

heilige Efraïm : Ik ben de Verrijzenis en het leven

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar 
Commentaar op het Evangelie 17, 7-10 ; SC 121 

Christus van het kruis genomen4.jpg

“Ik ben de Verrijzenis en het leven”

 

      Toen Jezus vroeg: “Waar hebt u Hem neergelegd?”, kwamen de tranen in zijn ogen. Zijn tranen waren als regen, Lazarus als het graan, en het graf als de aarde. Hij riep met donderende stem, de dood beefde door zijn stem, Lazarus sprong op als het graan, is naar buiten gekomen en aanbad de Heer die hem had doen verrijzen. 
      Jezus gaf het leven aan Lazarus terug en de dood is op zijn plaats, want, toen Hij hem uit het graf trok en plaats nam aan zijn tafel, werd Hij zelf symbolisch ingezwachteld door de olie die Maria over zijn hoofd goot (Mt 26,7) . De kracht van de dood die had overwonnen gedurende drie dagen werd vernietigd… opdat de dood wist dat het voor de Heer gemakkelijk was om haar de derde dag te overwinnen…; zijn belofte werd waarheid: Hij had beloofd dat Hij op de derde dag zou verrijzen (Mt 16,21)… De Heer had dus vreugde gebracht bij Maria en Martha door de hel te onderwerpen om daarmee aan te tonen dat Hijzelf nooit door de dood zou worden vastgehouden… Als men vanaf nu zegt dat verrijzen op de derde dag onmogelijk is, dan moet men kijken naar degene die op de vierde dag is verrezen… 
      “Kom dichterbij en haal de steen weg.” Wat zegt u nu, zou Degene die een dode deed verrijzen en hem het leven terug gaf, niet een graf kunnen openen en de steen om kunnen wegnemen? Hij die tegen zijn leerlingen zei: “Als je vertrouwen hebt zo groot als een mosterdzaadje, dan zeg je tegen die berg: ga van hier naar daar, en hij gaat” (Mt 17,20), had Hij niet met een woord de steen kunnen verplaatsen die het graf afsloot? Zeker had Hij de steen door zijn woord kunnen verplaatsen, zijn stem liet stenen en graven splijten toen Hij aan het kruis hing (Mt 27,51-52). Maar omdat Hij een vriend van Lazarus was, zei Hij: “Open het, opdat de stank van rotting jullie tegemoet komt, en maak hem vrij, jullie hebben hem gewikkeld in zijn zwachtels, opdat jullie degene die jullie in doeken hebben gewikkeld, zullen herkennen”.

Bron :  http://www.dagelijksevangelie.org.

Andreas van Kreta : U probeert mij te doden

H. Andreas van Kreta (660-740),monnik en bisschop Grote Canon van de orthodoxe liturgie in de vastentijd, 4e ode

 

“U probeert Mij te doden”

 

Word wakker, mijn ziel, overdenk de daden die je verricht hebt, en houd ze voor ogen en laat je tranen lopen: Toon openlijk je daden en je gedachten aan Christus, om gerechtvaardigd te worden. (Jes 43:26) Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.
Op het kruis, o Woord van God, hebt U voor allen Uw lichaam en uw bloed geofferd : Uw lichaam om de mijne te herscheppen Uw bloed om mij te wassen. Christus, U hebt mijn geest teruggebracht Om mij naar uw Vader terug te brengen (Lc 23,46).
In het hart van deze aarde is zijn Schepper gekomen om ons te redden. Hij wilde aan de boom van smarten genageld worden En direct werd het verloren Paradijs teruggevonden (Lc 23,43). Daarom wordt U door hemel en aarde aanbeden, Door de hele schepping Door de menigte van verlosten komende uit alle naties.
Dat het bloed en het water die voortkwamen Uit uw doorstoken zijde (Joh 19,34) Voor mij een doopbad mogen zijn, Een drank van verlossing. Zo gezalfd door uw woorden van leven als olie En ze als drank te ontvangen, Zal ik dubbel gezuiverd zijn, o Woord van God.
De Kerk is de beker die De straal van uw levende zijde ontvangt, Dubbele en enige stroom van kennis en vergeving, Beeld van de Testamenten in één verenigd, Het oude en het nieuwe. Ontferm U over mij, mijn God, ontferm U over mij.

Chrysostomos : “Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan”

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester in Antiochië, vervolgens bisschop in Constantinopel, Kerkleraar Homilie over het Evangelie van Mattheus, nr. 56 ; PG 58, 549

Chrysostomos- onbekend uit Turkije.jpg

“Spreek met niemand over wat jullie hebben aanschouwd, voordat de Mensen­zoon uit de doden is opgestaan”

      Jezus Christus heeft vaak tegen zijn leerlingen gesproken over zijn lijden, over zijn Passie en over zijn dood en Hij heeft hun de pijnen voorspeld die ze zelf moesten verduren en zelfs de gewelddadige dood welke men hun op een dag zou doen lijden (Mt 16,21-26). Daarom probeert Hij hen, na hun zulke harde en moeilijke zaken te hebben verteld, te troosten door de beloning te noemen die Hij zal geven als Hij in heerlijkheid van zijn Vader zal komen (v.27)…  Van te voren wil Hij hen, voor zover ze ertoe in staat zouden zijn in dit leven, hun deze grote majesteit laten zien waarin Hij moest komen, en voorkomt zo de zorg en de pijn die zijn leerlingen, in het bijzonder Petrus, zou kunnen voelen voor zijn dood…
     “Jezus nam Petrus, Jacobus en Johannes met zich mee.” Waarom neemt Hij slechts deze drie apostelen mee? Ongetwijfeld omdat ze de anderen verder dan de anderen waren. Petrus door zijn ijver en zijn liefde; Johannes omdat hij de leerling was van wie Jezus hield (Joh 1, 23); en Jacobus omdat hij samen met zijn broer had gezegd: “Wij kunnen die beker drinken”(Mt 20,22), en omdat hij zich vervolgens aan zijn woord heeft gehouden (Hand 12,2)…
      Waarom liet Jezus met Mozes en Elia verschijnen?… Men beschuldigde Hem ervan dat Hij de Wet overtrad en dat Hij God lasterde, door zich een heerlijkheid toe te dichten die Hem niet toekwam, de heerlijkheid van zijn Vader… Zo wilde Hij tonen dat Hij de Wet niet overtrad en zich geen heerlijkheid toekende die Hem niet toekwam, Jezus riep de autoriteit van twee van de meest onberispelijke getuigen op: Mozes die de Wet had gegeven … en Elia die brandde van ijver voor de heerlijkheid en de dienst aan God (1Kon 19,10)… Hij wilde ze ook onderrichten dat Hij de meester van het leven en de dood is, door een mens te laten komen die dood is en een ander die met een vurige wagen werd meegevoerd (2Kon 2,11). En Hij wilde aan zijn leerlingen de heerlijkheid van het kruis openbaren, Petrus en zijn metgezellen troosten, die angstig waren door zijn Passie en hun moed geven. Want Mozes en Elia spraken met Hem over de heerlijkheid die Hij in Jeruzalem zou ontvangen (Lc 9,31), dat wil zeggen ze spraken over zijn Passie en over zijn kruis, dat door de profeten altijd zijn heerlijkheid werd genoemd.

http://www.dagelijksevangelie.org.

Begin van de vastentijd

 

vasten2.jpg

 

BEGIN VAN DE VASTENTIJD 

“Open voor mij de deur van het berouw,

O Schenker van het leven.

Want zie, mijn geest waakt en verlangt

Naar uw heilige tempel

Omdat de tempel van mijn lichaam

Geheel veronteinigd is;

Maar Gij Bermahrtige, reinig mij door uw grote genade.

 

Leid mij op het pad des heils,

O Moeder van God,

Want met beschamende daden

Heb ik mijn ziel besmeurd

En de traagheid mijn leven verdaan.

Maar bevrijd mij door uw gebeden

Van al mijn onreinheid.

 

Denkende aan de vele boosheden

Die ik heb begaan,

Beef ik, ongelukkige,

Voor de dag des oordeels.

Maar hopende op de genade

Van uw barmhartigheid,

Roep ik als David U toe :

Ontferm U over mij, o God,

Volgens uw grote genade

 

(Horologion,p120)

Cyprianus : het gebed van de kinderen van God

H. Cyprianus (rond 200-258), bisschop van Carthago en martelaar Het gebed van de Heer, § 8-9,11; PL 4, 523 (vert. brevier)

Cyprianus van Carthago.jpgHet gebed van de kinderen van God

De Heer heeft ons geleerd om zo te bidden: “Onze Vader die in de hemel zijt”. De nieuwe mens, die is wederboren en overgeven aan God door zijn genade, zegt in eerste instantie “Vader”, want hij zijn kind is geworden. Het Woord van God is “In zijn eigen huis gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen. Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven in zijn naam” (Joh 1,11-12). Wie in zijn naam gelooft, is kind van God geworden en moet dus beginnen met danken dat hij kind van God is geworden en God, die in de hemel is, Vader noemen…
Wat een grote vergevingsgezindheid en wat een enorme goedheid van de Heer ten aanzien van ons! Hij wil dat we tot God bidden, en Hem de naam Vader geven. En evenals Christus Zoon van God is, zo wilde Hij ook dat wij de naam van de kinderen van God droegen. Die naam zou niemand durven uitspreken in het gebed als deze hem niet was gegeven.
Wij moeten ons herinneren, geliefden, dat we God onze Vader noemen, wij dienen ons te gedragen als kinderen van God. Als we God als onze Vader beschouwen, kunnen we Hem behagen. Wij zijn de tempel van God (1Kor 3,16), laten we ons ernaar gedragen en dan wil God in ons wonen.

Chrysostomos : wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie 1 over het kruis en de misdadiger voor Goede Vrijdag, 2 ; PG 49, 401

chrysostom21 Rom Katholieke 'holy Card' from Bonnella's Eastern Tite series.jpg

Chrysostomos

“Wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt”

      Nu is het paradijs dat gesloten was voor duizenden jaren voor ons geopend; op deze dag, op dit uur heeft God er de misdadiger binnen gelaten. Hij heeft zo twee wonderen verricht: Hij heeft het paradijs voor ons geopend en heeft er een misdadiger binnen laten gaan. God heeft ons ons oude vaderland teruggegeven, Hij heeft ons nu teruggebracht naar de stad van onze vaderen, nu heeft Hij een gemeenschappelijk verblijf voor de hele mensheid geopend. “Vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.” Wat zegt U daar, Heer? U bent gekruisigd, vastgehecht met spijkers en U belooft het paradijs? Ja, zegt Hij, opdat je door het kruis mijn macht leert kennen…
       Want niet door de verrijzenis uit de doden, door de zee en de wind te bevelen, noch door demonen uit te drijven heeft Hij de slechte ziel van de dief kunnen veranderen, maar gekruisigd, vastgehecht door spijkers, bedekt met beledigingen, spuug, bespottingen, smaad, opdat je de twee aspecten van zijn integere macht ziet. Hij heeft de hele schepping laten wankelen, Hij heeft rotsen gespleten (Mt 27,51); en Hij heeft de ziel van de misdadiger, welke harder was dan steen, naar zich toegetrokken en Hij heeft hem met eer vervuld…
      Zeker, geen enkele koning zal ooit een misdadiger of een andere onderdaan toestaan om naast hem te komen zitten, als Hij zijn stad binnenkomt. Maar Christus heeft dat gedaan: als Hij in zijn heilige vaderland binnengaat, neemt Hij een misdadiger met Zich mee naar binnen. Door zo te handelen… onteert Hij haar niet door de aanwezigheid van een misdadiger: integendeel, Hij eert het paradijs, want het is een heerlijkheid voor het paradijs om een meester te hebben die een misdadiger waardig kan maken voor de heerlijkheden die men er proeft. Zo ook als Hij tollenaars en prostituees binnenlaat in de hemelen (Mt 21,31)… het is voor de glorie van die heilige plaats, want Hij toont dat de meester van het Koninkrijk der hemelen zo groot is dat Hij aan tollenaars en prostituees al hun waardigheid terug kan geven om deze eer en gave te verdienen. Wij bewonderen een geneesheer nog meer als wij hem mensen die lijden aan bekende ongeneeslijke ziekten, zien genezen. Het is dus juist om Christus te bewonderen… als Hij de tollenaars en de prostituees herstelt in zo’n spirituele gezondheid dat ze de hemel waardig worden.

http://www.dagelijksevangelie.org.

Cyrillus van Amlexandrië : zie hier mijn dienaar

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en Kerkleraar Sermon 15, 2-4 ; PG 77, 1089

 

cyrillus van Alexandrie.jpg

Cyrillus van Alexandrië

 

“Zie hier mijn dienaar”

 

Het mysterie van ons heil is zo omvangrijk, zo diep, zo bewonderenswaardig dat de engelen zelf het graag willen begrijpen (1P 1,12)… Zoals Christus van nature God was, is het ware Woord van God de Vader (Joh 1,1), ook de ware natuur van de Vader en samen met Hem, en Hij straalde met zijn hoogste glorie “Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf” en werd uit Maria geboren. “en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis” (Fil 2,6-8). Hij heeft zichzelf vernederd naar onze nederigheid, terwijl Hij alles aan de mensen gaf uit zijn eigen volheid. Hij vernederde zich voor ons, niet uit dwang, maar uit vrije wil. Voor ons neemt Hij de gestalte van een slaaf aan, terwijl Hijzelf de vrijheid in persoon was. Hij werd een van ons, terwijl Hij boven de hele schepping verheven is. Hij onderwerpt zich aan de dood, terwijl Hij het is die leven geeft aan de wereld… Hij wordt net als ons onderworpen aan de Wet (Gal 4,4) terwijl Hij, evenals God, de Wet overstijgt. Hij wordt mens onder mensen, onderworpen aan de geboorte. Hij neemt een begin aan terwijl Hij vooraf gaat aan alle eeuwen: meer nog, Hij is de schepper en de oorsprong van de tijd… Hij die het vlees aangenomen heeft van Maria… is van dezelfde natuur als ons, is gemaakt uit dezelfde substantie als ons, en werd afstammeling van Abraham. Maar tegelijkertijd is Hij op het goddelijk vlak gelijk aan God de Vader.

http://www.dagelijksevangelie.org

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar Hymnen 5 en 6 over de Geboorte

H. Efraïm (ca 306-373), diaken in Syrië, Kerkleraar Hymnen 5 en 6 over de Geboorte; SC 459

Efrem de Syriër1.jpg

“Maria bewaarde dit alles in haar hart en dacht erover na” (Lc 2,19)

Met volmaakte woorden,
Brandend van liefde
Wiegde Maria Hem:
“Wie heeft het toch aan mij, de alleenstaande, gegeven
Om een kind te ontvangen en baren
Degene die een is en vele
De kleinste en de Allergrootste ?
Hij is heel dicht bij mij,
En heel dicht bij het hele universum.
De dag waarop Gabriel zelf
Binnengekomen is in mijn armoedige huisje,
Heeft hij mij plotseling gemaakt
Tot edelvrouwe evenals tot dienares:
Want ik was de dienares van Jouw goddelijkheid (Lc 1,38),
Maar ik ben ook de moeder
Van Jouw menselijkheid.
Mijn Heer en mijn zoon!
De dienares is plotseling
Dochter van de koning geworden,
Door Jou, Zoon van de koning
Door Jou, zoon van David,
Zie hoe de nederigste
In het huis van David,
Zie hoe een dochter van de aarde
Tot in de hemel komt,
Door Degene die uit de hemel komt!
Wat een wonder voor mij!
Dichtbij mij rust
Deze Pasgeborene, de Oude van Dagen! (Dn 7,9)
Hij richt zijn blik op de gehele hemel,
Terwijl zonder spijt
Zijn lippen brabbelen.
Wat lijkt Hij op mij!
Terwijl Hij met God
Spreekt in stilte!
Wie heeft ooit
Een pasgeborene zien kijken
Naar alle dingen op alle plaatsen?
Zijn blik laat begrijpen
Dat Hij heerst over heel de schepping
Van boven naar beneden.
Zijn blik laat begrijpen
Dat Hij als meester beveelt
Aan heel het universum.
Hoe zal ik
Een bron van melk openen
Voor Jou, de Bron?
Hoe zal ik
Voeding geven
Aan Jou die iedereen voedt
Van de tafel?
Hoe kan ik Je met doeken omwikkelen
Jij die bekleed bent met schittering? (Ps 104,2)
Mijn mond weet niet  
Hoe Je te noemen
O Zoon van de levende God ! (Mt 16,16)
Als ik Je Zoon van Jozef
Durf te noemen
Dan beef ik want Je bent niet uit het zaad…
Hoewel Je de Zoon van de Ene bent
Voortaan zal ik Je
De zoon van velen noemen,
Want voor Jou
zijn duizend namen niet genoeg :
Je bent zoon van God, maar ook Mensenzoon (Mc 1,1 ; 8,31)
En dan, zoon van Jozef (Lc 3,23)
En zoon van David (Lc 20,41)
En zoon van Maria (Mc 6,3).

 

http://www.dagelijksevangelie.org.

 

 

Simeon de nieuwe theoloog : Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij

 

Simeon de Nieuwe Theoloog (ca.949-1022), Griekse monnik
Ethiek, 5

Simeon de Nieuwe theoloog.jpg
Simeon de nieuwe Theoloog


“Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij”

 

      Mijn vriend, je hebt geleerd, dat het Koninkrijk der hemelen in je is, als je wilt, en dat alle eeuwige goederen in je handen Zijn. Haast je dan om deze goederen die voor je bewaard worden, te zien, te grijpen en te verkrijgen.. Roep God aan, werp je ter aarde.

      Zeg  zelf ook, zoals de blinde vroeger: “Heb medelijden met mij, Zoon van God, en open de ogen van mijn ziel, opdat ik het Licht van de wereld, dat U, mijn God, bent, zie en dat ik ook het kind van dit goddelijk licht word. U bent goed en vrijgevig, stuur de heilige Geest, de Trooster, ook over mij opdat Hij me alles over U leert, alles wat U bent, God van het universum. Verblijf ook in mij, zoals U gezegd heeft, opdat ik op mijn beurt waardig word om in U te verblijven. Geef mij de kennis om in U te treden en te weten dat ik U in mij bezit. U bent onzichtbaar, wil in mij vorm aannemen, opdat ik door uw ontoegankelijke schoonheid te zien, uw beeld in mij draag, U die in de hemelen bent, en dat ik alle zichtbare dingen vergeet. Geef mij de heerlijkheid die de Vader U heeft gegeven, U de barmhartige, opdat ik gelijk aan U word, zoals al uw dienaren, deel in uw goddelijk leven naar de genade en dat ik steeds bij U ben, nu en altijd en voor alle oneindige eeuwen”.

http://www.dagelijksevangelie.org

Johannes Chrysostomos :”Wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt”

 

Johannes Chrysostomos

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie 1 over het kruis en de misdadiger voor Goede Vrijdag, 2 ; PG 49, 401 
Chrisostomos - onbekend [1600x1200].jpg

Johannes Chrysostomos

“Wanneer U in uw Koninkrijk gekomen zijt”

 

      Nu is het paradijs dat gesloten was voor duizenden jaren voor ons geopend; op deze dag, op dit uur heeft God er de misdadiger binnen gelaten. Hij heeft zo twee wonderen verricht: Hij heeft het paradijs voor ons geopend en heeft er een misdadiger binnen laten gaan. God heeft ons ons oude vaderland teruggegeven, Hij heeft ons nu teruggebracht naar de stad van onze vaderen, nu heeft Hij een gemeenschappelijk verblijf voor de hele mensheid geopend. “Vandaag nog zul je met mij in het paradijs zijn.” Wat zegt U daar, Heer? U bent gekruisigd, vastgehecht met spijkers en U belooft het paradijs? Ja, zegt Hij, opdat je door het kruis mijn macht leert kennen… 

       Want niet door de verrijzenis uit de doden, door de zee en de wind te bevelen, noch door demonen uit te drijven heeft Hij de slechte ziel van de dief kunnen veranderen, maar gekruisigd, vastgehecht door spijkers, bedekt met beledigingen, spuug, bespottingen, smaad, opdat je de twee aspecten van zijn integere macht ziet. Hij heeft de hele schepping laten wankelen, Hij heeft rotsen gespleten (Mt 27,51); en Hij heeft de ziel van de misdadiger, welke harder was dan steen, naar zich toegetrokken en Hij heeft hem met eer vervuld… 

      Zeker, geen enkele koning zal ooit een misdadiger of een andere onderdaan toestaan om naast hem te komen zitten, als Hij zijn stad binnenkomt. Maar Christus heeft dat gedaan: als Hij in zijn heilige vaderland binnengaat, neemt Hij een misdadiger met Zich mee naar binnen. Door zo te handelen… onteert Hij haar niet door de aanwezigheid van een misdadiger: integendeel, Hij eert het paradijs, want het is een heerlijkheid voor het paradijs om een meester te hebben die een misdadiger waardig kan maken voor de heerlijkheden die men er proeft. Zo ook als Hij tollenaars en prostituees binnenlaat in de hemelen (Mt 21,31)… het is voor de glorie van die heilige plaats, want Hij toont dat de meester van het Koninkrijk der hemelen zo groot is dat Hij aan tollenaars en prostituees al hun waardigheid terug kan geven om deze eer en gave te verdienen. Wij bewonderen een geneesheer nog meer als wij hem mensen die lijden aan bekende ongeneeslijke ziekten, zien genezen. Het is dus juist om Christus te bewonderen… als Hij de tollenaars en de prostituees herstelt in zo’n spirituele gezondheid dat ze de hemel waardig worden

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Johannes Chrysostomos : Gist in deeg zijn

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar Homilie over de handelingen der apostelen, nr.20

 

Basilius en Chrysostomos.jpg

Johannes Chrysostomos en Basilios de grote Gist in het deeg zijn

      Is er iets onwaardigers dan een christen die zich geen zorgen maakt over anderen? Heb geen smoesje dat je arm bent: de weduwe die twee muntjes in het offerblok van de Tempel wierp (Mc 12,42) zal tegen je opstaan; ook Petrus, die tegen de manke zei: “Ik heb geen goud of zilver” (Hand 3,6), en Paulus, die zo arm was dat hij vaak honger had. Voer niet je sociale omstandigheden aan, want de apostelen waren ook nederig en van lage stand. Beroep je niet op je onwetendheid, want zij waren ongeletterde mannen. Zelfs als je slaaf of vluchteling was, zou je altijd nog iets kunnen doen wat van jou afhangt. Zo was Onesimus die geprezen wordt door Paulus (Kol 4,9). Heb je een slechte gezondheid? Timotheüs was dat ook. Ja, wie we ook zijn, wie dan ook kan nuttig zijn voor zijn naaste, als hij werkelijk wil doen wat hij kan.
      Zie je hoeveel bomen in het bos krachtig, mooi en rijzig zijn ? En toch, hebben we in onze tuinen het liefst fruitbomen en olijfbomen vol met vruchten. De mooie onvruchtbare bomen…, zijn de mensen die slechts aan hun eigen belang denken…
      Als het gist het deeg niet laat rijzen, dan is het geen echt gist. Als een parfum degenen die dichterbij komen niet lekker laat ruiken, moeten we het dan een parfum noemen? Zeg niet dat het onmogelijk is om een goede invloed op anderen te hebben, want je bent een echte christen, daarom is het onmogelijk dat er niets gebeurt; dat maakt deel uit van de kern van het christen zijn… Het zou even tegenstrijdig zijn om te zeggen dat een christen niet nuttig kan zijn voor zijn naaste als te ontkennen dat de zon de mogelijkheid heeft om te verlichten en te verwarmen.

 

http://www.dagelijksevangelie.org

Heilige Justinus : Het teken van Jona

H. Justinus (ca. 100-160), filosoof, martelaar Dialoog met Trypho, 106-107

Justin_Martyr_by_Theophanes_the_Cretan.jpg

 Het teken van Jona

      De Zoon wist dat zijn Vader, volgens zijn plan, Hem alles zou geven, dat Hij Hem uit de doden zou wekken, en Hij heeft allen die God vrezen, opgeroepen om God te loven omdat Hij medelijden had met de hele mensheid die geloofde door het mysterie van de Gekruisigde (cf Ps 22,24). Meer nog, Hij hield zich op temidden van zijn broeders de apostelen na zijn verrijzenis uit de doden…, en ze hadden berouw dat ze er niet bij waren geweest toen Hij gekruisigd werd…
      Hij moest verrijzen op de derde dag na de Kruisiging; daarom staat er in de Herinneringen van de apostelen [de evangeliën] geschreven, dat de joden die met Hem discussieerden, gezegd hebben: “Geef ons een teken”. Hij heeft hun geantwoord…: er zal u geen ander teken gegeven worden, dan het teken van Jona”. Uit deze gesluierde woorden konden de luisteraars opmaken dat Hij, na zijn kruisiging, op de derde dag zou verrijzen. Hij toonde zo aan zijn luisteraars dat hun landgenoten even slecht waren als die uit Ninive; want toen Jona drie dagen in de buik van de grote vis had gezeten, heeft Jona aan de Ninivieten verkondigd dat allen zouden vergaan (3,4 LXX), ze hebben een vasten afgekondigd voor alle levende wezens, mensen en dieren, droegen rouwkleding, baden luid klaagzangen, hadden werkelijk berouw en zagen af van ongerechtigheid. Ze geloofden dat God barmhartig is, dat Hij een “vriend van de mensen” is (Wijsh 1,6) voor hen die het kwaad ontvluchten. Zodat toen de koning van deze stad en de groten ook rouwkleding droegen en hebben volhard in het vasten en bidden, de stad niet verwoest is.
      Welnu, Jona werd er bedroefd van…, God verweet hem dat hij op onjuiste wijze de moed had verloren, toen de stad niet verwoest werd. En Hij zei: “Zou Ik de grote stad Ninive niet sparen, waarin meer dan honderdtwintig duizend mensen wonen die hun rechterhand niet van hun linker kunnen onderscheiden?” (4,11)  

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Ireneus van Lyon : Heilige Lucas, metgezel en medewerker van de apostelen

H. Ireneus van Lyon (ca.130-ca.208), bisschop, theoloog en martelaar Tegen ketterij III,14

Irenaeus_of_Lyons_202.jpgHeilige Lucas, metgezel en medewerker van de apostelen

 

Dat Lucas een onafscheidelijke compagnon van Paulus is geweest en zijn medewerker voor het Evangelie, laat hij zelf duidelijk zien, niet verwaand, maar door de Waarheid zelf. Hij schreef: “Toen Barnabas en Johannes, bijgenaamd Marcus, die zich van Paulus afgescheiden hadden, te boot naar Cyprus waren gegaan, voeren wij uit naar Troas” (cf Hand 16,8.11). Waarna hij in detail hun reis beschrijft, hun aankomst in Filippi, hun laatste gesprek… En hij is heel zijn reis bij Paulus van wie hij met grote zorg de omstandigheden beschrijft… Omdat Lucas bij alles aanwezig was, heeft hij het met zorg op schrift gesteld – men kan hem niet betrappen op een leugen noch op trots, want al de feiten waren duidelijk.
      Dat Lucas niet alleen zijn compagnon was, maar nog meer de medewerker van de apostelen, van Paulus vooral, schrijft Paulus duidelijk in zijn brieven: “Demas heeft me verlaten en is naar Tessalonica gegaan, Crescens in Galatië, Titus in Dalmatië, alleen Lucas is bij mij” (2Tim 4,11). Dit bewijst dat Lucas altijd verenigd was met Paulus en wel op een onafscheidbare wijze. Zo leest men ook in de brief aan de Kolossenzen: “Lucas de geliefde dokter, groet jullie”(Kol 4,14)
      Van zijn kant heeft Lucas ons veel van het Evangelie en ook het belangrijkste ervan doen kennen… Wie weet overigens of God het niet zo gewild heeft, dat veel kanten van het Evangelie alleen geopenbaard moesten worden door Lucas, opdat zo allen hun goedkeuring als getuigen geven, die hij vervolgens aandraagt in de handelingen en in de leer van de apostelen; en dat zo de regel van de waarheid onveranderlijk bleef, zodat allen gered kunnen worden. Zo is de getuigenis van Lucas waar; het onderricht van de apostelen is openbaar, solide en verbergt niets… Zo zijn de stemmen van de Kerk, waaruit de hele Kerk zijn oorsprong haalt.

 

http://www.dagelijksevangelie.org