Augustinus :Overweging over de psalmen

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, psalm 109 (vert. brevier)

Augustinus

“Tot aan Johannes hebben alle profeten en de Wet het voorzegd” (Mt 11,13)

 

God heeft een tijd vastgesteld om zijn beloften te doen, en een tijd om die beloften in vervulling te laten gaan. De tijd van de beloften gaat van de profeten tot Johannes de Doper; de tijd van de vervulling, van Johannes de Doper tot het einde der eeuwen. Getrouw is God die zichzelf tot onze schuldenaar maakte, niet door wat dan ook van ons te ontvangen, maar door zulke grote goederen te beloven. Beloven was nog niet genoeg. Hij heeft zichzelf schriftelijk willen verplichten door als het ware een schuldbekentenis te tekenen ter bekrachtiging van zijn beloften, zodat wij in het boek der beloften het verloop van de vervulling kunnen volgen. De tijd van de profetieën was de voorspelling van de beloften, zoals we al dikwijls gezegd hebben.
Hij heeft ons het eeuwig heil beloofd, een gelukkig leven met de engelen dat geen einde kent, een onvervreemdbare erfenis, de eeuwige heerlijkheid, het genot van de aanschouwing van zijn gelaat, de woning van zijn heiligheid in de hemel, de afwezigheid van alle vrees voor de dood vanwege de verrijzenis uit de doden. Dit is als het slotakkoord van zijn beloften waarop al onze hoop gevestigd is. Want eenmaal dit verworven, zullen wij niets meer missen, niets meer te verlangen hebben.

Lees verder “Augustinus :Overweging over de psalmen”

Johannes de Doper, de voorloper van Christus

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Overwegingen over het Evangilie, nr 6 (vert. © Evangelizo.org)

Gregorius de Grote582

Gregorius de Grote

Johannes de Doper, voorloper van Christus in de dood als wel in het leven

johannes de doper met delen uit zijn leven.jpg

Johannes de Doper

Waarom stuurde Johannes de Doper toen hij in de gevangenis zat, zijn leerlingen naar Jezus om te vragen: “Bent U het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”, alsof hij Degene die hij had aangewezen, niet kende? … Die vraag krijgt al snel een antwoord als men de tijd en de volgorde waarin de feiten ontrold zijn, bestudeert. Op de oevers van de Jordaan heeft Johannes verkondigd dat Jezus de Verlosser van de wereld was (Joh 1,29); nu in de gevangenis, vraagt hij toch of Hij het wel was die moest komen. Dat is niet omdat hij er aan twijfelt dat Jezus de Verlosser van de wereld is, maar hij probeert te weten komen of Degene die als persoon naar de wereld afgedaald is, ook als persoon in de gevangenissen in het dodenrijk zal afdalen. Want Degene die Johannes als boodschapper in de wereld had verkondigd, gaat hij door zijn dood ook vóór in de hel… Het is alsof hij duidelijk zei: “Evenals het U behaagd heeft om voor de mensen geboren te worden, laat U ons ook weten of U zult sterven voor hen, opdat ik als voorloper van Uw geboorte, het ook worden zal van Uw sterven en dat ik in het dodenrijk zal aankondigen dat U zult komen, zoals ik reeds in de wereld heb aangekondigd dat U bent gekomen”.

Lees verder “Johannes de Doper, de voorloper van Christus”

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog  :Overwegingen over het Evangelie van Lucas, nr. 22, 4 (vert. © Evangelizo.org)

origines23

“Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden”

 

Johannes de Doper zei: “Elk dal zal worden opgevuld” (Lc 3,5), maar niet Johannes vulde het hele dal; maar de Heer, onze Verlosser… “Alle kromme wegen worden recht”. Ieder van ons was krom… Door de komst van Christus die zich voltrekt tot in onze ziel, maakt Hij alles wat krom in ons is, recht. Niets was onbegaanbaarder dan u. Kijk naar uw ongeregelde wensen van eerder, uw gedrag en uw andere slechte neigingen, als ze echter zijn verdwenen, dan zult u weten dat er niets moeilijker en meer bewerkbaar was dan uzelf, of om het nog beeldender uit te drukken, dat niets hobbeliger was. Uw gedrag was onbeschaafd, uw woorden en uw werken waren ruw.
Maar de Heer Jezus is gekomen, en Hij heeft alle ruwheid bewerkt, Hij heeft het veranderd in paden die alle wanorde vereffenen, om in u wegen te maken die zonder hobbels, goed geëgaliseerd en erg schoon zijn, zodat God de Vader in u kan wandelen, en zodat Christus in ons zijn woning maakt en kan zeggen: “Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen” (Joh 14,23).

Hesychius de Sinaiet
– soms gelijkgesteld aan de priester Hesychius van Jerusalem, monnik

Hoofdstukken over “de soberheid en de waakzaamheid”, nr 91,106,107, 149, 203 (Filokalia van de neptische vaderen; vert. © Evangelizo.org)

Bidt zonder te versagen om de pracht van zijn Koninkrijk te ontwaren

Het voortdurend aanroepen van Jezus, gepaard aan zoet en vreugedevol verlangen, geeft aan ons hart de ruimte om, door de genade van de uiterste aandacht, vervuld te raken van vreugde en vrede. Maar degene die de zuivering van het hart vervolmaakt is Jezus Christus, de Zoon van God en zelf God, die de oorsprong en schepper is van al het goede. Want hij zegt: “Ik, de Heer, maak de vrede ” (Jes. 45,7).
Laten wij, net als David, ons de moeite getroosten en roepen: “Heer Jezus Christus, mogen ‘onze kelen schor worden’ en mogen de ogen van ons verstand ‘mat staan van het staren naar de Heer’ ” (Ps 69,4). Als we voortdurend de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter in gedachten houden, waarin de Heer ons zegt om “steeds te bidden en daarin niet versagen” (Luc 18, 1), dan zullen we onze glorie en rechtvaardiging vinden.

Lees verder “”

Joh.Cassianus :onze ware schat aan God aanbieden

H. Johannes Cassianus (rond 360-435)
stichter van een monasterium te Marseille
Conferenties , I, 6-7 (vert. Evangelizo.org)
Johannes Cassianus.jpg

Onze ware schat aan God aanbieden

 

Velen, die door Christus te volgen, aanzienlijke vermogens, enorme sommen goud en zilver en fantastische domeinen hadden geminacht, hebben zich overgegeven, als gevolg daarvan worden ze ontroerd door een krabber, door een priem, door een naald, of door een riet om mee te schrijven… Na al hun rijkdommen uit liefde voor Christus uitgedeeld te hebben, onthouden ze zich van hun oude passie en zetten deze in voor futiliteiten, ze worden snel kwaad om dezen te verdedigen. Ze hebben

Lees verder “Joh.Cassianus :onze ware schat aan God aanbieden”

Basilius van Seleucië (?-ca. 468)
bisschop
Sermon over de Verrijzenis, 1-4 (vert. Evangelizo)

Wees gelovig en wees mijn apostel

Basilios van Seleucie2.jpg

Basilios van Seleucie

“Leg je vinger in de wond van de spijker.” Je zocht Me toen Ik er niet was, benut de mogelijkheid nu. Ik ken je verlangen ondanks je stilte. Voordat jij het Me zei, wist Ik wat je dacht. Ik heb je horen spreken, en hoewel onzichtbaar was Ik naast jou, naast jouw twijfels; zonder Me te laten zien, liet Ik je wachten, om beter te kijken naar je ongeduld. “Leg je vinger in de wond van de spijker. Breng je hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig”.

Lees verder “”

Dan zult ge scherp genoeg zien

H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon 3, 2.4-5 (vert. © Evangelizo.org)

isaak de syrier2..jpg

“Dan zult ge scherp genoeg zien”

Verdrijf de duistere nacht, Heer,
met de stralende dag van uw Wijsheid,
opdat wij, op deze wijze verlicht,
U kunnen dienen met vernieuwde zuiverheid.
Als de zon aan zijn omloop begint
markeert dat voor ons, stervelingen,
het begin van onze werkdag;
bereid in onze zielen een woning, Heer,
voor de dag die geen einde kent.
Maak dat we in onszelf
het verrezen leven aanschouwen
en vervul onze harten

Lees verder “Dan zult ge scherp genoeg zien”

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Homeliën over het Evangelie, nr 29

 

Gregorius de Grote25

Dat de liefde ons aantrekt om Hem te volgen

“Nadat de Heer Jezus hun dit gezegd had, werd Hij in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mc 16,19). Zo vertrok Hij naar de plaats vanwaar Hij kwam, Hij kwam terug op een plaats waar Hij voortdurend verbleef; namelijk op het moment dat Hij ten hemel opsteeg met zijn mensheid, verenigde Hij door zijn goddelijkheid de hemel en de aarde. Wat we over de plechtigheid van vandaag op te merken hebben, geliefde broeders, is de afschaffing van de wetverordening die ons veroordeelde en van het oordeel dat ons veroordeelde tot verdorvenheid. De menselijke natuur immers tot wie deze woorden waren gericht: “Je bent stof en je keert terug tot het stof.”(Gn3,19), deze natuur is vandaag met Christus opgestegen ten hemel. Daarom geliefde broeders, moeten we Hem volgen met heel ons hart, naar daar waarvan wij vanuit het geloof weten dat Hij met zijn lichaam opgestegen is. Laten we vluchtten voor de verlangens van de aarde: dat geen enkele band van hierbeneden ons belemmert, wij die een Vader in de hemel hebben.

Lees verder “”

Filotheus van de Sinaï : Roep Jezus te hulp

Filotheus van de Sinaï
monnik en hegoumen van het monasterium van het Brandende Braambos
Neptische hoofdstukken, nr 25 en 26 (Filokalia van de neptische vaderen, vert. Evangelizo.org)

Roep Jezus te hulp

 

We moeten onze geestdrift wapenen tegen de enige demonen die ons, in orde van redelijkheid, haten en hun eigen geestdrift tegen ons uitoefenen. Wat betreft de wijze van omgaan met deze oorlog in ons, naar gelang de omstandigheden, luister en doe dit: verbind gebed met eenvoud en waakzaamheid, want de waakzaamheid zuivert het gebed en het gebed blijft waakzaam. De eenvoudige waakzaamheid neemt hen waar die binnenkomen: het verhindert hen het moment van binnenkomst, vervolgens roept het de Heer Jezus Christus te hulp, zodat Hij de slechte vijanden verjaagt. De aandacht verhindert ze om binnen te komen door zich tegen hen op te stellen. En Jezus, die aangeroepen is, verjaagt de demonen en hun hersenschimmen.

Lees verder “Filotheus van de Sinaï : Roep Jezus te hulp”

johannes Karpatios, ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars

Johannes Karpathios (VIIe eeuw) monnik en bisschop

 

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Mt 9,13)
De Heer zegt je zoals in Mattheus: “Volg Mij” (Mt 9,9)

Als je met heel je hart je geliefde Meester zoekt, en als je voet zich stoot op je levensweg aan de steen van de begeerten (cf. Ps 91,12 LXX Vulg.), of als je heel vaak, zonder het te willen, uitglijdt op de plekken waar modder is, en valt. Iedere keer dat je valt, dood je je lichaam. Sta met heel je hart weer op en zoek de Heer, totdat je bij Hem bent. “Zo kijk ik naar U uit in uw heiligdom, uw kracht en uw heerlijkheid wil ik aanschouwen”, die me redden. “In uw naam, Heer, zal ik mijn handen opheffen en ik zal antwoorden. Zoals door merg en vet zal ik verzadigd worden en juichen mijn lippen van U” (Ps 63,3.5.6 LXX Vulg.). Want het is iets groots voor me om christen genoemd te worden, zoals de Heer het zegt door Jesaja: “Het is voor u iets groots om mijn kind genoemd te worden” (cf. Is 49,6 LXX Vulg). (…)

Lees verder “johannes Karpatios, ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars”

Johannes von Karpathos (7e eeuw)Monnik en bisschop

Buitengewone hoofdstukken nr 47 en 48. Vertaling Evangelizo.org)

Johannes_von_Karpathos

Vertrouw u aan de Heer toe

 

Laten we ons geenszins verteren door zorgen die onze lichamelijke behoeften ons bezorgen. Laten we in God geloven met heel onze ziel, zoals de goede mens het zei: “Vertrouw op de Heer en u zult zijn vertrouwen ontvangen”.

Lees verder “”

Ireneus van Lyon – Tegen de ketterij

. H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208)

bisschop, theoloog en martelaar

Tegen de ketterij IV, 13, 2-4 (vert. Evangelizo.org)

 

ireneus van Lyon5.jpg

“Niet meer dienaren, maar vrienden” (Joh 15,15)

De Wet werd eerst voor slaven afgekondigd om de ziel door de uiterlijke en lichamelijke dingen op te voeden, door het als het ware met een keten naar de gehoorzaamheid aan de geboden mee te nemen, opdat de mens God leert gehoorzamen. Maar het Woord van God heeft de ziel bevrijd; Hij heeft hem onderwezen om vrijwillig vanuit vrijheid zuiver te worden, dit geldt ook voor het lichaam. Derhalve moesten de ketens van dienstbaarheid weggenomen worden waardoor de mens zich heeft kunnen vormen, zodat hij voortaan God zonder ketens volgt. Maar terwijl de voorschriften van de vrijheid ruim waren, is het nodig om de onderwerping aan de Koning te versterken, opdat niemand achteruit zal gaan en zich daardoor zijn Verlosser onwaardig wordt…

Lees verder “Ireneus van Lyon – Tegen de ketterij”

Joh.Chrysostomos :Mattias, getuige van de Verrijzenis

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)
priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
3e homilie over de Handelingen van de apostelen; PG 60, 33 (vert. brevier)

Chrysostomos Johannes

Mattias, getuige van de Verrijzenis, door God gekozen

 

“In die dagen stond Petrus op midden tussen de leerlingen en sprak” (Hand 1,15v). Omdat hij vurig is en omdat hij de eerste van de groep is, is hij altijd de eerste die het woord neemt: “Broeders en zusters, er moet gekozen worden … onder de mannen die steeds bij ons waren”. Merk op hoe hij wil dat deze nieuwe apostelen ooggetuigen zijn. Ongetwijfeld moest de heilige Geest komen, maar Petrus hechte veel belang aan dat punt. “Een van de mannen die steeds bij ons waren, toen de Heer Jezus onder ons verkeerde.” Hij geeft daarmee aan dat ze met Hem geleefd moeten hebben en niet alleen maar gewone leerlingen zijn. In het begin volgden immers veel mensen Hem… “vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.”

Lees verder “Joh.Chrysostomos :Mattias, getuige van de Verrijzenis”

Johannes van Damascus : gebed

H. Johannes van Damascus (ca 675-749)
monnik, theoloog, Kerkleraar
Overweging over het orthodoxe geloof, 1 (vert. brevier)

Johannes van Damascus7Johannes van Damascus 

Gebed van een herder tot de Goede Herder

 

O Christus, mijn God, U hebt U neergebogen om mij, een verloren schaap, op uw schouders te dragen (Lc 15,5) en U hebt me in een groene wei geplaatst (Ps 23,2). U hebt mijn dorst gelest aan de bronnen van de ware leer [ibid] door de tussenkomst van uw herders van wie U zelf de Herder bent, voordat U hen uw troepen toevertrouwt… En nu Heer, hebt U mij geroepen… in dienst van uw leerlingen; ik weet niet vanuit welk plan van uw Voorzienigheid; U alleen weet dat.

Lees verder “Johannes van Damascus : gebed”

H. Cyrillus van Jeruzalem

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese nr 14 (vert. Evangelizo)

cyril of jerusalem
cyril of jerusalem

“Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was, was een tuin en in die tuin was een nieuw graf… en daar legden zij Jezus neer” (Joh 19,41-42)

In welk seizoen wordt de Verlosser wakker? In het Hooglied wordt gezegd: “De winter is voorbij, de regen is over, verdwenen; de bloemen vertonen zich op het veld …” (2,11-12). Is de aarde nu niet bedekt met bloemen…? Aangezien het de maand april is, is het lente. Welnu, in dit seizoen, in deze eerste maand van de Hebreeuwse kalender, viert men Pasen, vroeger op symbolische wijze, nu in werkelijkheid…
De plaats van het graf van de Heer was in een tuin… En wat zegt Hij die begraven is in de tuin? “Ik plukte mijn mirre en mijn balsem, mirre en aloë met al de kostbare specerijen” (Hoogl. 5,1;4,14), want dat alles symboliseert het graf. De evangelies zeggen ook: “De vrouwen kwamen bij het graf met specerijen die ze klaargemaakt hadden” (Lc 24,1)…

Lees verder “H. Cyrillus van Jeruzalem”

Augustinus : ‘de Honderdman…’

H. Augustinus (354-430)augustinus 87
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 2 (vert. Evangelizo)

 

“De honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit: ‘Waarlijk, deze mens was een Zoon van God’” (Mc 15,39)

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God.” (Joh 1,1) Hij is gelijk aan zichzelf; wat Hij is, is Hij altijd; Hij kan niet veranderen, Hij is het zijn. Dat is de naam die Hij aan Mozes bekend maakte: “Ik ben die Ik ben” en “Aldus zult u zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden” (Ex 3,14)… Wie kan dit begrijpen? Of, wie kan tot Hem komen – gesteld dat hij alle krachten van zijn geest bundelt om, ten goede of ten kwade, ‘Hij die is’ te bereiken? Ik zou hem vergelijken met een banneling die van ver zijn vaderland ziet: de zee scheidt hem ervan; hij ziet waar hij heen moet, maar heeft het middel niet om er heen te gaan. Zo willen ook wij in onze eindhaven aankomen, daar waar Hij is die is, want alleen Hij is altijd dezelfde, maar de oceaan van deze wereld snijdt ons de weg af…

Lees verder “Augustinus : ‘de Honderdman…’”

Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Homilie over Genesis, VIII, 6, 8, 9 : PG 12, 206-209 (vert. Evangelizo)

origines1

“Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien, en toen hij die zag was hij vol vreugde “

“Abraham liet zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tegen zijn vader Abraham: ‘Vader.’ Hij antwoordde: ‘Hier ben ik, mijn zoon.’ Isaak zei: ‘Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?’ Abraham antwoordde: ‘God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22,6-8). Dit antwoord van Abraham dat tegelijk exact en voorzichtig is, treft me. Ik weet niet wat hij in de geest zag, want het gaat niet over het nu, maar over de toekomst als hij zegt: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen”. Hij spreekt in de toekomst tegen zijn zoon die hem over het nu vragen stelt. Dat komt omdat de Heer zelf in een lam moest voorzien in de persoon van Christus…

Lees verder “Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….”

Origines : Niemand sloeg de hand aan Hem

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Overdenking van uitgangspunten, boek 2, hoofdst. 6,2 : PG 11, 210-211 (vert. Evangelizo)

origines1

“Niemand sloeg de hand aan Hem”

Wij komen in Christus trekjes tegen die zo menselijk zijn, dat ze in niets verschillen van onze gemeenschappelijke zwakheid als stervelingen, en tegelijkertijd heeft Hij goddelijke kenmerken die slechts kunnen behoren aan de almachtige en onvergankelijke goddelijke natuur. Daarmee vergeleken is de menselijke intelligentie veel te beperkt en raakt ze verwonderd zodat ze niet weet meer waaraan ze zich moet houden noch welke richting zal nemen. Ze voelt God in Christus, toch ze ziet Hem sterven. Ze ziet Hem aan voor een mens, en zie Hij keert met zijn overwinningsbuit terug uit het dodenrijk na het rijk van de dood te hebben vernietigd. Zo moeten we inoefenen om met veel ontzag en vrees te schouwen zodat we in dezelfde Jezus de waarheid van de twee naturen zien, en vermijden om aan de onvergankelijke goddelijke essentie dingen toe te kennen die haar onwaardig zijn of die niet bij haar passen, maar ook vermijden om de historische gebeurtenissen slechts als illusoire verschijningen te zien.
Waarlijk, zoiets aan menselijke oren te laten horen, en om te proberen om het met woorden uit te drukken, gaat onze krachten, talenten en taal ver te boven. Ik denk zelfs dat het de maat van de apostelen te boven gaat. Meer nog, het uitleggen van dat mysterie overschrijdt mogelijkerwijze alle rangordes van de engelenmachten.

Dagelijks evangelie.org