
H. Colombanus (563-615), monnik en stichter van kloosters
Geestelijke instructies 1, Het geloof, 3-5

“Door de zee heen voerde uw weg, door oneindige wateren uw pad. Uw voetsporen bleven onkenbaar” (Ps 77,20)
God is overal, volledig en onbegrensd. En overal is Hij nabij, Hij die zelf zegt: “Ben Ik alleen een God die in de nabijheid is; ben ik ook niet een God die ver weg is?” (Jer 23,23) De God die wij zoeken bevindt zich niet ver van ons verwijderd. Hij is onder ons. Hij woont binnen in ons, zoals de ziel in het lichaam, zolang wij zijn levende ledematen zijn, niet gestorven aan onze zonden (vgl. 1Kor 6,15)… Onder deze voorwaarden leeft Hij waarachtig in ons, Hij die gezegd heeft: “Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan” (Lev 26,11; 2Kor 6,16). Zoals Hij ons de genade schenkt in ons te wonen, zo zijn wij waarachtig bezield door Hem, als zijn levende ledematen. “Want door Hem hebben wij het leven, het bewegen en het zijn” (Hand 17,28).
Maar wie zal Hem kunnen volgen naar de hoogste hoogten van zijn onuitsprekelijke en onvatbare Zijn? Wie zal de diepten van God kunnen peilen? Wie zal het aandurven de eeuwige bron van het heelal te zoeken? Wie zal zich erop beroemen de oneindige God te kennen, die alles vervult en alles omvat, alles doordringt en aan alles voorbij gaat, alles omhelst en aan alles ontsnapt, “Hij, die niemand ooit gezien heeft” (Joh 1,18) zoals Hij is? Dat niemand denke door te kunnen dringen tot de ondoordringbare diepten van God, tot het wat, hoe en waarom van zijn wezen, dat benoemd, onderzocht, noch onthuld kan worden. Geloof in alle eenvoud maar met kracht, dat God is en dat Hij altijd zijn zal zoals Hij altijd al was, want God is immer onveranderlijk.





















































Onder de vele heilzame vermaningen en goddelijke voorschriften, waarmee de Heer zijn volk liefdevol leidt naar zijn heilsbestemming heeft Hijzelf ook een voorbeeld van gebed gegeven. Zelf heeft Hij ons aangemaand en onderwezen wat wij moeten bidden. Hij die ons deed leven, leerde ons ook bidden, met dezelfde mildheid waarmee Hij ook zijn andere gaven heeft willen delen. Zo kunnen wij, als wij tot de Vader spreken met het verzoek en het gebed dat de Zoon ons heeft geleerd, gemakkelijker gehoor vinden.. Vroeger had Hij al gezegd dat het uur ging komen waarop de ware aanbidders de Vader zouden aanbidden in geest en waarheid (Joh 4,24), en die belofte van toen heeft Hij vervuld. Zo kunnen wij die door zijn heiligmaking Geest en waarheid ontvangen hebben, door zijn onderrichting ook waarachtig en geestelijk bidden.