Dankgebed

bormhartige Samaritaan

Dankgebed uit de Didachè

Brengt als volgt dank nadat u verzadigd bent. ‘Wij danken U, heilige Vader, voor uw heilige naam die U in onze harten hebt doen wonen, en voor de kennis, het geloof en de onsterfelijkheid die U ons door Jezus Christus, uw Knecht, hebt doen kennen. Aan U zij de glorie voor eeuwig. U almachtige Heerser, die alles schiep vanwege uw naam, die voedsel en drank aan de mens hebt gegeven om daarvan te tgenieten, opdat wij U zouden dankzeggen. U hebt ons geestelijk voedsel en drank gegeven, en eeuwig leven door Jezus, uw Knecht. Bovenal danken we U, omdat U machtig bent. U zij de glorie voor eeuwig. Gedenk Heer, uw gemeenste te redden van alle kwaad, en haar in uw liefde te volmaken En verzamel haar, de geheiligde, uit de vier windstreken in uw koninkrijk, dat U voor haar bereid hebt. Want aan U komt de kracht toe en de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Moge de genade komen en deze wereld voorbijgaan. Hosana voor de God van David. Indien iemand heilige is, laat hem komen. Zo niet laat hij zich bekeren. Maranatha ! Amen. Sta de profeten toe te danken hoe zij dat willen.

Uit de Didachè – vertaling Arjan de Kok

Augustinus : overweging over ps.61.

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar

ambrosius en augustinus schrijn van st anna de Beaupre Quebec

Augustinus en Ambrosius . Schrijn van st.Anna de Beaupré

Overwegingen over de psalmen, Ps 61 ; CCL 39, 766

“Hij is, net als wij, in elk opzicht op de proef gesteld, met dit verschil dat Hij niet vervallen is tot zonde” (Heb 4, 15)
“Hoor, o God, mijn smeken, sla acht op mijn gebed, van het einde der aarde roep ik u aan, want mijn hart bezwijkt” (Ps 61,2-3). Van het einde der aarde, dat wil zeggen overal vandaan…. Het gaat dus niet om slechts één persoon die zo spreekt; en toch is het slechts één persoon, want er is slechts één Christus van wie wij de ledematen zijn (Ef 5,23)… Degene die roept vanuit het einde der aarde is angstig, maar niet verlaten. Want wij zijn het, dat wil zeggen zijn lichaam, dat wilde de Heer voorafbeelden door zijn eigen lichaam…

Lees verder “Augustinus : overweging over ps.61.”

Gregorius de Grote : Waarom schreit ge ?

Gregorius de Grote : Waarom schreit ge ?

Gregorius de Grote258

Maria, in tranen, buigt zich voorover en kijkt in het graf. Zij had echter al gezien dat het leeg was en het verdwijnen van de Heer bekendgemaakt. Waarom boog ze zich dan nogmaals voorover, waarom wilde zij het nogmaals zien? Omdat de liefde geen genoegen neemt met een enkele blik; de liefde is een steeds vuriger zoektocht. Zij zocht Hem reeds, maar tevergeefs; maar zij blijft doorgaan en eindigt pas bij het vinden… In het Hooglied zei de Kerk over diezelfde Bruidegom: “Des nachts op mijn bed zoek ik mijn zielsbeminde, maar hoe ik ook zoek, ik vind hem niet. Ik sta op, doorkruis de stad, zoek op pleinen en in straten naar mijn zielsbeminde” (Hl 3,1-2). Een tweede maal drukt zij haar teleurstelling uit: “Maar hoe ik ook zoek, ik vind hem niet!” Maar succes komt de inspanning bekronen: “Daar kom ik de wachters tegen die de stad doorkruisen: `Hebt U mijn zielsbeminde gezien?’ Nauwelijks ben ik ze voorbij, of daar vind ik mijn zielsbeminde!” (Hl 3,3-4)

Lees verder “Gregorius de Grote : Waarom schreit ge ?”

Origines : “Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik al genezen zijn”

  • Origines (ca 185-253)
    priester en theoloog
    Homilie 4 over Leviticus , PG 12,442-443

origines23

“Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik al genezen zijn”

Naar aanleiding van de offerande van de eerste vruchten van de aarde, zei de Wet: “Alles wat ermee in aanraking komt, is gewijd” (Lv 6,11). De geofferde Christus is het unieke en volmaakte offer, waarvan alle offers van de oude Wet symbool en voorafbeelding waren. Wie het vlees van dit offer aanraakt, is onmiddellijk geheiligd: als hij onzuiver is, wordt hij gezuiverd; als hij gewond is, wordt zijn wond geheeld. Zo heeft de vrouw die aan bloedvloeiingen leed het ook begrepen…

Lees verder “Origines : “Als ik slechts zijn kleren kan aanraken, zal ik al genezen zijn””

Cyprianus : Ga u eerst met uw broeder verzoenen”

borders273 (3).jpg

H. Cyprianus (ca. 200-258)
bisschop van Carthago en martelaar
Het gebed van de Heer, 23

Cyprianos5.jpg

“Ga u eerst met uw broeder verzoenen”

God heeft bevolen dat de mensen in vrede en overeenstemming zouden leven, dat ze “unaniem in zijn huis” (Ps 67,7 Vulg) leven. Hij wil dat wij zullen volharden, nu we hersteld zijn door de doop, in de toestand waar we voor de tweede maal geboren zijn. Hij wil, aangezien wij kinderen van God zijn, dat we in de vrede van God zouden leven en aangezien wij dezelfde Geest ontvangen hebben, dat we zouden leven in eenheid van hart en gedachten.
God ontvangt het offer van de mens die in conflict leeft, niet. Hij beveelt dat men zich van het altaar verwijdert, om zich te gaan verzoenen met zijn broeder, zodat God de gebeden kan aanvaarden die in vrede aangeboden worden. Het grootste offer dat wij God aan kunnen bieden, is onze vrede, dat is de broederlijke overeenstemming, dat is het volk verzameld door de eenheid die bestaat tussen Vader, Zoon en Heilige Geest.

tekst Vergeven25.jpg

tekst 76er.jpg

Gregorius van Nyssa :Gered door het water

borders1458 (4).jpg

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395)
monnik en bisschop
Het leven van Mozes, II, 121v; SC 1

Gregorius van Nyssa77.jpg

Gregorius van Nyssa

Gered door het water

Ieder mens die het verhaal van de doortocht door de Rode Zee hoort, begrijpt het mysterie van het water waar we in ondergaan met het hele leger van vijanden en waar we alleen uit oprijzen, het leger van vijanden, verzwolgen in de afgrond, achterlatend. Wie hier slechts een leger van Egyptenaren ontwaart…, zijn dat niet de verschillende hartstochten van de ziel waaraan de mens is overgeleverd: gevoelens van woede, allerlei prikkels van genot, droefheid of begeerte? Dit alles en al hetgeen hieraan ten grondslag ligt, stort zich, samen met de leider van deze hatelijke aanval, achter de Israëlieten aan in het water.

Lees verder “Gregorius van Nyssa :Gered door het water”

Augustinus : “Zij riepen uit: ‘Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat stommen spreken’”

border19.gif

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, 4e over psalm 104, §17

augustinus57.jpg

“Zij riepen uit: ‘Hij heeft alles wel gedaan, Hij laat stommen spreken’”

“Ik zal voor de Heer zingen, zoals ik leef” (Ps 104,33). Wat zal de psalmist dan zingen? Hij zal alles wat God is bezingen. Laten we gedurende heel ons leven zingen over de glorie van de Heer. Ons huidige leven is slechts hoop; ons toekomstig leven zal eeuwigheid zijn. Het leven van dit sterfelijke leven is de hoop van het onsterfelijke leven: “Ik zal voor de Heer zingen, zoals ik leef, ik zal voor de Heer spelen zolang ik besta”. En omdat ik oneindig in Hem zal leven, zal ik zolang als ik leef voor mijn God zingen.
Als we zijn begonnen met het zingen voor de Heer in de hemelse stad, dan verbeelden we ons niet dat we er iets anders moeten doen; ons hele leven zal dan het zingen ter glorie van de Heer zijn. Als het object van onze lofzang ons hierbeneden verveling veroorzaakt, dan kunnen onze lofzangen dat ook veroorzaken. Maar als wij Hem eeuwig beminnen, dan loven wij Hem ook eeuwig: “Ik zal voor de Heer zingen, zolang als ik zal leven!”

http://www.dagelijksevangelie.org

Caesarius van Arles : Komt gezegenden van mijn vader

border U76.jpg

border sisust.gif

H. Caesarius van Arles (470-543)

monnik en bisschop
Sermon 25

caesarius van arles.jpg

“Komt gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid van de grondvesting der wereld af”

Als we goed opletten, broeders en zusters, dan kunnen we profiteren van het feit dat Christus honger heeft .. Kijk: een muntstuk aan de ene kant, het Koninkrijk aan de andere. Welke vergelijkingen zijn er? Je geeft een muntstuk aan een arme en van Christus ontvang je het Koninkrijk; je geeft een stuk brood en van Christus ontvang je het eeuwige leven; je geeft een kledingstuk en van Christus ontvang je vergeving voor je zonden.

Lees verder “Caesarius van Arles : Komt gezegenden van mijn vader”

Sofrony van Jerusalem : “Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

border q3q2 (2).jpg

H. Sofrony van Jeruzalem (?-639)
monnik, bisschop
Homilie voor het feest van het licht ; PG 87c, 3291

 

sofrony van Jerusalem.jpg

Sofrony van Jerusalem

“Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

Laten wij allen, die Christus vol vuur eren en aanbidden, Hem tegemoet gaan, en laten we met heel ons hart naar Hem gaan. Dat allen zonder uitzondering deelnemen aan deze ontmoeting, dat iedereen er zijn licht heenbrengt. Als onze kaarsen stralen, is dat in de eerste plaats om de goddelijke schittering van Degene die komt, te tonen, Degene die het heelal doet schitteren en doet verdrinken in een eeuwig licht, dat de schaduwen van het kwaad wegduwt. Het is vooral ook om het stralen van onze ziel te laten zien, als we zelf Christus tegemoet moeten gaan.

Lees verder “Sofrony van Jerusalem : “Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)”

Beda de eerbiedwaardige : U moet Hem Jezus noemen

border ràç!.gif

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar
Homilie 5 ; CCL 122,36

 

“U moet Hem Jezus noemen”

Beda2.jpgIn het Hebreeuws betekent “Jezus”, “heil” of “Verlosser”, een naam die voor de profeten verwees naar een zeer specifieke roeping. Vandaar deze woorden die met een groot verlangen om Hem te zien, zijn gezongen: “Mijn ziel juicht in de Heer, jubelt in zijn verlossing. Smachtend ziet mijn ziel uit naar uw redding” (Ps 12,6; 35,9; 118,81). “Ik echter, ik verheug mij in de Heer, ik jubel om de God mijn Redder” (Hab 3,18). En vooral “Mijn God, in uw naam, red mij” (Ps 55,3). Het is alsof men zei: “U die zich Redder noemt, door mij te verlossen wordt de heerlijkheid van uw Naam getoond”. Dus de naam van de Zoon, die geboren is uit de maagd Maria, is Jezus, volgens de uitleg van de engel: “Hij zal zijn volk van hun zonden verlossen”…
Het woord “Christus” verwijst naar de priesterlijke of koninklijke waardigheid. De priesters en koningen waren immers “gezalfden”, dat wil zeggen gezalfd met het heilig olie; daardoor waren ze tekenen van Degene die, in de wereld verschijnend als de ware koning en de ware priester, de zalving heeft ontvangen van “de vreugdeolie boven al zijn metgezellen” (Ps 45,8). Door deze zalving wordt Hij Christus genoemd, en worden zij, die deel hebben aan dezelfde zalving en van de geestelijke genade, christenen genoemd worden. Dat Hij ons, door zijn naam Verlosser, mag verlossen van onze zonden! Dat Hij ons, door zijn zalving als Hogepriester, mag verzoenen met God de Vader. Dat Hij ons, door zijn zalving als koning, het eeuwige koninkrijk van zijn Vader mag geven.

Clemens van Alexandrië : Johannes nodigt ons uit tot het heil

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
Protreptiek H.1

 

clemens van alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

Johannes nodigt ons uit tot het heil

 

Is het niet vreemd, vrienden, dat God ons altijd aanspoort tot de deugd, en dat wij ons aan deze redding, die ons heil zal brengen, onttrekken? Nodigt Johannes ons niet uit tot het heil, is hij niet een stem die ons aanspoort? Laten we hem dus vragen: “Wie bent u en waar komt u vandaan?” Hij zal zeggen dat hij Elia niet is en zal ontkennen dat hij de Christus is, maar hij zal toegeven dat hij een stem is die roept in de woestijn (Joh 1,20v). Wie is Johannes dan? Als u het me toestaat, zal ik een beeld gebruiken: een stem van het Woord van God die ons aanspoort, door in de woestijn te roepen: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden” (Mc 1,3). Johannes is een voorloper en zijn stem is de voorloper van het Woord van God, een stem die ons aanmoedigt en het heil voorbereidt, een stem die ons aanspoort om de erfenis van de hemel te zoeken.
Dankzij die stem zal “de onvruchtbare en eenzame vrouw nooit meer zonder kinderen zijn” (Jes 54,1). Deze zwangerschap werd verkondigd door de stem van de engel; die stem was, evenals Johannes in de eenzaamheid van de woestijn, ook een voorloper van de Heer; deze stem van de engel bracht het goede nieuws aan de vrouw die niet gebaard had (Lc 1,19). Door deze stem van het Woord baart de onvruchtbare vrouw in vreugde en draagt de woestijn vruchten. Deze twee stemmen van de voorlopers van de Heer, van de engel en van Johannes, vertellen me het verborgen heil in hen, zodat na de verschijning van het Woord, wij de vrucht van vruchtbaarheid plukken: het eeuwig leven.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

 

chrysologus petrus : Hanna zag eindelijk God in de Tempel

border0235.jpg

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Sermon 147, over het mysterie van de menswording

 

petrus chrysologus9.jpg

 

Hanna zag eindelijk God in de Tempel

Hoe kan een mens met zijn beperkte blik, God die door de wereld niet kan worden omvat, bevatten? De liefde maakt zich geen zorgen om te weten of iets zeker, gunstig of mogelijk is. De liefde… kent geen maat. Hij troost zich niet met het voorwendsel dat het onmogelijk is; moeilijkheden houden hem niet tegen… De liefde kan het niet verdragen om degene die hij liefheeft niet te zien… Hoe moet men zich geliefd door God weten zonder Hem te zien? Zo is de liefde die God wenst te zien, zelfs als het niet beredeneerd is, geïnspireerd door de intuïtie van het hart. Daarom durfde Mozes te zeggen: “Als ik in uw ogen genade heb gevonden, toon mij dan uw Gelaat” (Ex 33,13v) en de psalmist zegt: “Toon mij uw Gelaat” (cf Ps 80,4)…
God kent dus het verlangen van de mensen om Hem te zien. Hij heeft een middel gekozen om zich zichtbaar te maken, wat een grote weldoening is voor al de bewoners van de aarde, zonder dat het een verval van de hemel is. Het schepsel dat God op aarde gelijk aan zichzelf heeft gemaakt, kan zij naar de hemel gaan als weinig achtenswaardig? “Laten we de mens maken naar ons beeld en gelijkenis”, heeft Hij gezegd (Gn 1,26)… Als God gebruik had gemaakt van de vorm van een engel uit de hemel, dan zou Hij ook onzichtbaar gebleven zijn; daarentegen als Hij op aarde geïncarneerd was in een mindere natuur dan de mens, dan zou Hij de goddelijkheid beledigd hebben en de mens verlaagd hebben, in plaats van verheven. Dat niemand dus, mijn geliefde broeders en zusters, het feit dat Hij tot de mensen gekomen is als mens, als een belediging voor God beschouwt en ook niet dat Hij bij ons een middel heeft gevonden om door ons gezien te worden.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

clemens van Alexadrië

border5646.jpg

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
Protreptiek H.1

Clemens-van-Alexandrië.jpeg

Clemens van Alexandrië

Johannes nodigt ons uit tot het heil

Is het niet vreemd, vrienden, dat God ons altijd aanspoort tot de deugd, en dat wij ons aan deze redding, die ons heil zal brengen, onttrekken? Nodigt Johannes ons niet uit tot het heil, is hij niet een stem die ons aanspoort? Laten we hem dus vragen: “Wie bent u en waar komt u vandaan?” Hij zal zeggen dat hij Elia niet is en zal ontkennen dat hij de

Lees verder “clemens van Alexadrië”

Johannes van Damascus : Eerste sermon voor Maria ten Hemelopneming

border oooo.gif

H. Johannes van Damascus (ca 675-749)
monnik, theoloog, Kerkleraar

Johannes van Damascus.jpg

Johannes van Damascus

Eerste sermon voor Maria ten Hemelopneming

border020103.jpg

“Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?” “Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.” Zie immers dat generaties zich gelukkig prijzen, zoals u reeds hebt verklaard (Lc 1,42). De meisjes van Jeruzalem, dat wil zeggen de Kerk, hebben u gezien en hebben uw geluk verkondigd… U bent immers de koninklijke troon, waarnaast de engelen zich ophouden en hun Meester en Schepper aanschouwen, die er op gezeten is (Dn 7,9).

Lees verder “Johannes van Damascus : Eerste sermon voor Maria ten Hemelopneming”

Hilarius van Poitiers : Commentaar op het Evangelie van Mattheus, 6, 4-5 ; PL 9, 952-953

border oooo.gif

H. Hilarius (ca. 315-367)
bisschop van Poitiers en kerkleraar

hilarius van Poitiers.jpg

Commentaar op het Evangelie van Mattheus, 6, 4-5 ; PL 9, 952-953

“Ze praten, maar doen niet”
De Heer waarschuwt ons dat vlijende woorden en een prachtig voorkomen beoordeeld moeten worden naar de vruchten die ze voortbrengen. We moeten dus iemand niet waarderen door hoe hij zich voorstelt met woorden, maar hoe zijn gedrag werkelijk is. Want vaak verbergen zich roofzuchtige wolven onder de schapen (Mt 7,15). En

Lees verder “Hilarius van Poitiers : Commentaar op het Evangelie van Mattheus, 6, 4-5 ; PL 9, 952-953”

Johannes van Damascus :“Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?”

border 543.jpg

H. Johannes van Damascus (ca 675-749)
monnik, theoloog, Kerkleraar
Eerste sermon voor Maria ten Hemelopneming

johannes van Damascus65.jpg

Johannes van Damascus

“Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?

“Gij zijt de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot.” Zie immers dat generaties zich gelukkig prijzen, zoals u reeds hebt verklaard (Lc 1,42). De meisjes van Jeruzalem, dat wil zeggen de Kerk, hebben u gezien en hebben uw geluk verkondigd… U bent immers de koninklijke troon, waarnaast de engelen zich ophouden en hun Meester en Schepper aanschouwen, die er op gezeten is (Dn 7,9). U bent het geestelijke Eden geworden, heiliger en goddelijker dan het oude. In het eerste woonde de aardse Adam; in u, is de Heer, die uit de hemel is gekomen (1Kor 15,47). De ark van Noach heeft u voorafgebeeld, zij heeft het zaad van de tweede schepping gered, want u hebt Christus gebaard, de redding van de wereld, die de zonde onder water heeft bedolven en de stromen heeft gekalmeerd.
Van te voren bent u het, die het brandende braambos heeft afgeschilderd, die de door God geschreven tafelen hebben getekend (Ex 31,18), die de ark van het verbond heeft verhaald. U bent het die de gouden vaas, de kandelaar…, en de palmtak van Aaron, die gebloeid heeft (Nm 17,23) zichtbaar hebben voorafgebeeld… Ik vergat nog de ladder van Jacob. Zoals Jacob de hemel verbonden heeft gezien met de aarde door de uiteinden van de ladder, en door haar de engelen die afdaalden en opstegen, en degene die werkelijk de sterke en de onoverwinnelijke met Jacob verbond door een symbolische strijd. Ook bent u het die middelares is geworden en de ladder waarlangs God naar ons is afgedaald en de zwakheid van ons stoffelijke bestaan op zich heeft genomen, het omhelsd heeft en nauw met zich verbonden heeft.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst johannes van Damascus2.jpg

text bijbel Romeinen.jpg

Beda de Eerbiedwaardige :”U moet Hem Jezus noemen”

border Christus panto.gif

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar
Homilie 5 ; CCL 122,36

Beda2.jpg

Beda de Eerbiedwaardige

 

“U moet Hem Jezus noemen”

 

 

In het Hebreeuws betekent “Jezus”, “heil” of “Verlosser”, een naam die voor de profeten verwees naar een zeer specifieke roeping. Vandaar deze woorden die met een groot verlangen om Hem te zien, zijn gezongen: “Mijn ziel juicht in de Heer, jubelt in zijn verlossing. Smachtend ziet mijn ziel uit naar uw redding” (Ps 12,6; 35,9; 118,81). “Ik echter, ik verheug mij in de Heer, ik jubel om de God mijn Redder” (Hab 3,18). En vooral “Mijn God, in uw naam, red mij” (Ps 55,3). Het is alsof men zei: “U die zich Redder noemt, door mij te verlossen wordt de heerlijkheid van uw Naam getoond”. Dus de naam van de Zoon, die geboren is uit de maagd Maria, is Jezus, volgens de uitleg van de engel: “Hij zal zijn volk van hun zonden verlossen”…
Het woord “Christus” verwijst naar de priesterlijke of koninklijke waardigheid. De priesters en koningen waren immers “gezalfden”, dat wil zeggen gezalfd met het heilig olie; daardoor waren ze tekenen van Degene die, in de wereld verschijnend als de ware koning en de ware priester, de zalving heeft ontvangen van “de vreugdeolie boven al zijn metgezellen” (Ps 45,8). Door deze zalving wordt Hij Christus genoemd, en worden zij, die deel hebben aan dezelfde zalving en van de geestelijke genade, christenen genoemd worden. Dat Hij ons, door zijn naam Verlosser, mag verlossen van onze zonden! Dat Hij ons, door zijn zalving als Hogepriester, mag verzoenen met God de Vader. Dat Hij ons, door zijn zalving als koning, het eeuwige koninkrijk van zijn Vader mag geven.

http://www.dagelijksevangelie.org

christus geboorte en het oude testament.jpg

kerstfeestvieren.jpg

Ixthus met verklaring.jpg