Categorie: Bezinnende teksten van Kerkvaders e.a
Maximilianus van Turijn : als de graankorrel niet in de aarde valt….
H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420)
bisschop
CC Sermon 25 ; PL 57, 509v

“Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort” (Joh 12,24)
“Het gelijkt op een mosterdzaadje, dat iemand in zijn tuin zaaide, het groeide en werd een grote boom en de vogels uit de lucht nestelde in zijn takken” (Luc 13,19). Laten we op zoek gaan naar wat dit betekent… Ik denk dat de vergelijking precies past op Christus, onze Heer, die geboren werd in de nederigheid van het mens-zijn, en, zoals een zaadje, uiteindelijk als een boom naar de hemel uit zou groeien. Gebroken in zijn lijden is Hij, Christus, het zaadje; een boom wordt Hij in zijn verrijzenis. Ja, een zaadje is Hij, wanneer Hij hongerig lijdt aan een gebrek aan voedsel; een boom wanneer Hij met vijf broden, vijfduizend mensen voedt (Mat 14,13 e.v.). Als de ene ondergaat Hij de naaktheid van het mens-zijn; als de ander verspreidt Hij overvloed door de kracht van zijn goddelijkheid.
Ik zou zeggen dat de Heer het zaadje is als Hij geslagen, veracht, beledigd wordt; Hij is de boom als Hij aan de blinden het zicht teruggeeft, als Hij doden laat verrijzen en de zondaars vergeeft. Ja, Hijzelf erkent dat Hij het zaadje is: “Als de graankorrel niet op aarde valt en sterft…” (Joh 12,24).
Dagelijks evangelie.org
Leo de Grote : ze zullen komen uit het oosten en het westen…….
H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
3e Homilie voor Epifanie
Leo de Grote
“Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en aanzitten in het Koninkrijk Gods”
“Op het einde der tijden” (1Petr 1,20) wilde God, in zijn barmhartige goedheid, de wereld die verdorven was komen redden. Hij besloot dat de redding van alle volkeren zich zou voltrekken in Christus… Voor deze volkeren heeft Abraham ooit de belofte ontvangen van een talrijk nageslacht, dat niet door het zaad maar door het geloof verwekt zou worden. Dit nageslacht wordt ook vergeleken met de “vele sterren aan de hemel” (vgl. Gen 15,5), want van deze vader van alle volkeren moet men geen aards, maar een hemels nageslacht verwachten…
Lees verder “Leo de Grote : ze zullen komen uit het oosten en het westen…….”
H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Overweging over de 7 boetepsalmen. PL 79,581

“Hij zag hem en kreeg medelijden”
O Heer Jezus, heb de goedheid mij uit medelijden te hulp te komen. Van Jeruzalem naar Jericho komt U van uw hoogten omlaag naar onze vlakten, vanuit een oord waar de wezens vervuld zijn van leven, naar een land van gebrekkigen. Zie, ik ben gevallen in de handen van de engel der duisternis, die mij niet alleen mijn genadekleed heeft afgenomen, maar mij, na mij geslagen te hebben, ook nog halfdood heeft achtergelaten. Wil mij de wonden van mijn zonden verbinden en mij hoop op genezing geven, want ik vrees, mocht ik die hoop verliezen, dat de wonden zouden verergeren. Wil mij zalven met de olie van uw vergeving en over mij uitgieten de wijn van berouw. Zo U mij op uw zadel zou laden dan “richtte U de arme op uit het stof”, en “de schamele hief U uit het slijk” (vgl. Ps 113,7).
Leo de Grote : Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden en aanzitten in het Koninkrijk Gods
H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
3e Homilie voor Epifanie
“Zij zullen komen uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden, en aanzitten in het Koninkrijk Gods”
“Op het einde der tijden” (1Petr 1,20) wilde God, in zijn barmhartige goedheid, de wereld die verdorven was komen redden. Hij besloot dat de redding van alle volkeren zich zou voltrekken in Christus… Voor deze volkeren heeft Abraham ooit de belofte ontvangen van een talrijk nageslacht, dat niet door het zaad maar door het geloof verwekt zou worden. Dit nageslacht wordt ook vergeleken met de “vele sterren aan de hemel” (vgl. Gen 15,5), want van deze vader van alle volkeren moet men geen aards, maar een hemels nageslacht verwachten…
Joh.Chrysotomos. 3e homilie…..
H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar

3e Homilie over het schrijven van de Handelingen van de Apostelen; PG 51,87
De evangelist Lucas schreef: “Het leek mij goed om alles … voor u op schrift te stellen” (1,3)
Het lezen van de heilige Schrift is een geestelijke weide en een paradijs vol heerlijkheden, veel aangenamer dan het paradijs van vroeger. Dit paradijs heeft God niet op aarde geplant, maar in de zielen van de gelovigen. Hij heeft het niet in Eden geplaatst, noch op bepaalde plaatsen in het Oosten (Gn 2,8), maar Hij heeft het overal op aarde uitgespreid en het ontvouwd tot aan de uiteinden van de bewoonde aarde, luister naar de profeet die zegt: “Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal” (Ps 19,5; Rom 10,18)…
H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het Evangilie 5, 17
“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?”
Onze Heer heeft Mattheus, de belastinginner, gekozen om zijn collega’s aan te moedigen om ook met Hem mee te komen. Hij heeft de zondaars gezien, Hij heeft ze geroepen en hen dichtbij Zich laten zitten. Wat een wonderlijk schouwspel: de engelen staan rechtop en beven, terwijl de tollenaars zitten en zich verheugen. De engelen zijn vol vrees door de grootheid van de Heer en de zondaars eten en drinken met Hem. De schriftgeleerden stikken van haat en teleurstelling, en de tollenaars jubelen om zijn barmhartigheid. De hemelen hebben dat schouwspel gezien en zijn vol bewondering; de hellen hebben het gezien en zijn gek geworden. Satan heeft het gezien en is woest geworden; de dood heeft het gezien en is ingestort; de schriftgeleerden hebben het gezien en zijn er zeer verward door geworden.
Er was vreugde in de hemel en blijdschap bij de engelen omdat de opstandelingen overtuigd waren, omdat de dwarsliggers wijs werden en de zondaars verbeterden, en omdat die tollenaars gerechtvaardigd werden. Zoals onze Heer geen afstand deed van de schande van het kruis ondanks de waarschuwingen van zijn vrienden (Mat 16,22), zo is Hij het gezelschap van de tollenaars niet uit de weg gegaan ondanks de spot van zijn vijanden. Hij minachtte de spot en verachtte de roem, en deed zo alles wat het beste is voor de mensen.
Uit : Dagelijks Evangelie.org
Efrem de syriër :Waarom eet uw Meester….
H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het Evangilie 5, 17
“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?”
Onze Heer heeft Mattheus, de belastinginner, gekozen om zijn collega’s aan te moedigen om ook met Hem mee te komen. Hij heeft de zondaars gezien, Hij heeft ze geroepen en hen dichtbij Zich laten zitten. Wat een wonderlijk schouwspel: de engelen staan rechtop en beven, terwijl de tollenaars zitten en zich verheugen. De engelen zijn vol vrees door de grootheid van de Heer en de zondaars eten en drinken met Hem. De schriftgeleerden stikken van haat en teleurstelling, en de tollenaars jubelen om zijn barmhartigheid. De hemelen hebben dat schouwspel gezien en zijn vol bewondering; de hellen hebben het gezien en zijn gek geworden. Satan heeft het gezien en is woest geworden; de dood heeft het gezien en is ingestort; de schriftgeleerden hebben het gezien en zijn er zeer verward door geworden.
Wie één van zulke kinderen opneemt…
H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
6e sermon voor Kerstmis
Leo de Grote
“Wie een van zulke kinderen opneemt in mijn Naam, hij neemt Mij op”
De verheven staat van de Zoon van God keek niet neer op de staat van het kind-zijn. Het kind groeide met de jaren tot het beeld van de volmaakte mens; daarna, toen Hij de triomf van zijn lijden en zijn opstanding had vervuld, werden alle handelingen van de nederige staat die Hij aangenomen had uit liefde voor ons, verleden tijd. Desalniettemin vernieuwt het feest van de geboorte voor ons de eerste ogenblikken van Jezus, geboren uit de Maagd Maria. En als we de geboorte van onze Verlosser vieren, dan vieren wij onze eigen oorsprong.
Als ik van de aarde opgegeven ben….
Homilie toegekend aan H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie
“Als Ik van de aarde opgeheven ben, trek Ik allen tot Mij” (Joh12, 32)
Inmiddels zijn de schaduwen door het kruis verdwenen en de waarheid rijst op, zoals de apostel Johannes ons zegt: “De oude wereld is voorbij, Ik maak alles nieuw” (Ap 21, 4-5). De dood is afgedaan, de hel laat zijn gevangen vrij, de mens is vrij, de Heer regeert, de schepping is vol van vreugde. Het kruis overwint en alle naties, stammen, talen en volkeren (Ap 7,9) komen Hem aanbidden. Met Paulus die uitroept: “Het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus” (Gal 6,14), vinden wij onze vreugde in dit kruis. Het kruis geeft licht aan het gehele universum, zij verjaagt de duisternis en verzamelt de landen van het Westen, van het Oosten, van het Noorden en van de zee in één enige Kerk, één enig geloof, één doop in de liefde. Ze richt zich naar het centrum van de wereld, dat op de Calvarie ligt.
Clémens van Alexandrië : weest waakzaam
H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
De Pedagoog, II, 9
“Weest waakzaam”
Gedurende de slaap moet men bereid zijn om gemakkelijk wakker te worden. De Schrift zegt immers: “Houdt uw lendenen omgord en uw lampen bran
dend. Wees als mensen die wachten op hun meester die terug moet komen van de bruiloft, om hem meteen bij aankomst, zodra hij aanklopt, de deur te kunnen opendoen” (Luc 12,35-36). Want de ingeslapen mens dient nergens meer voor en is gelijk aan degene die dood is. Daarom moet men vaak opstaan tijdens de nacht om God te zegenen.
Gelukkig zij die waken om Hem; ze zijn gelijk aan de engelen die wij ‘wachters noemen’. Een ingeslapen mens is niets waard, niet meer dan een mens zonder leven. Maar degene die het licht heeft, is wakker en noch de duisternis, noch de slaap, noch de schaduwen, hebben vat op hem. Hij die verlicht is, is dus wakker voor God, en hij leeft, want “door wat in hem gedaan is, is er leven” (cf Joh 1,4). “Gelukkig de mens, zegt het boek der Wijsheid, die naar me luistert en die trouw is aan mijn wegen, dag na dag waakzaam is aan mijn deur en wakend is op de drempel van mijn huis” (Spr. 8,34).
Dus, “laten wij niet slapen zoals de rest van de mensen en laten we wakker blijven en sober”, zo schrijft de Schrift. “Want zij die slapen, slapen ’s nachts, en zij die dronken worden, doen dat ’s nachts”, dat wil zeggen in de duisternis van de onwetendheid. “Maar laten wij sober blijven, wij die tot de dag behoren” (1Th 5,6-8). “Want u bent allen kinderen van het licht en van de dag; wij behoren niet aan de nacht, noch aan de duisternis” (1Th 5,5).
bron : dageliks evangelie
Chrysostomos :De oogst is overvloedig
Johannes Chrysostomos -priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de overvloedige oogst, 10, 2-3; PG 63, 519-521
“De oogst is overvloedig”
Alle werk van de landarbeider resulteert natuurlijk in oogst. Hoe kon Jezus dan de oogst een werk noemen dat nog in de kinderschoenen stond? Afgoderij regeerde de gehele wereld… Overal ontucht, overspel, losbandigheid, hebzucht, diefstal, oorlog … De aarde was vervuld van zoveel kwaad! Er was nog geen enkel zaadje gezaaid. De doornen, distels en onkruiden die de aarde bedekten, waren nog niet uitgetrokken. Er was nog geen ploegvoor getrokken, nog geen pad.
Hilarius van Poitiers : Deze is waarlijk de profeet….
H. Hilarius (ca. 315-367)
bisschop van Poitiers en kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Matteüs 14, 11 ; PL 9, 999

“Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld moet komen!”
De leerlingen zeggen dat ze slechts vijf broden en twee vissen hebben. De vijf broden betekenden dat ze nog onderworpen waren aan de vijf boeken van de Wet, en de twee vissen dat ze gevoed waren door het onderricht van de profeten en van Johannes de Doper… Dat hadden de apostelen in eerste instantie te bieden, aangezien ze nog op dat punt waren; en van daaruit is de prediking van het Evangelie vertrokken…
De Heer nam de broden en de vissen. Hij hief zijn ogen op naar de hemel, zei de zegen en brak ze. Hij dankte
Lees verder “Hilarius van Poitiers : Deze is waarlijk de profeet….”
Augustinus : Waar ik ben , daar zal ook mijn dienaar zijn
H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 305
“Waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn”
Broeders en zusters, uw geloof herkent de graankorrel die op de aarde gevallen is, de graankorrel die door de dood veel vrucht gedragen heeft. Uw geloof herkent Hem want Hij woont in uw hart. Geen enkele christen aarzelt te geloven wat Christus zelf gezegd heeft. Maar sinds die graankorrel eenmaal gestorven is en vrucht gedragen heeft, zijn er vele graankorrels op de aarde geworpen. De heilige Laurentius is één van hen, en wij vieren vandaag de dag dat hij gezaaid werd. Wij bezien de enorme oogst die voortgekomen is uit al die graankorrels die op aarde zijn gevallen en dat gebeuren vervult ons met vreugde, tenminste, wanneer wij, dankzij Gods genade, deelhebben aan zijn graanzolder.
Lees verder “Augustinus : Waar ik ben , daar zal ook mijn dienaar zijn”
Jacobus van Saroug : zich bekeren…
H. Jacobus van Saroug (ca. 449-521)
monnik en Syrisch bisschop
Gedicht
Zich bekeren en terugkomen bij de Heer
Ik ga terug naar het huis van mijn Vader zoals de verloren zoon (Lc 15,18), en ik zal ontvangen worden. Zoals hij het deed, zo zal ook ik het doen: zou Hij mij niet verhoren?… Want ik ben dood door de zonde, zoals door een ziekte; richt mij weer op uit mijn neergang, opdat ik uw naam kan loven! Ik bid U, Meester van de hemel en de aarde, kom mij te hulp en toon mij mijn weg, zodat ik naar U toe ga. Leid mij naar U, Zoon van de Allerbarmhartigste, en vermeerder uw barmhartigheid. Ik zal naar U toegaan en daar zal ik mij verzadigen in de blijdschap. Maal het levenstarwe voor mij op dit uur waarop ik uitgeput ben.
Pasen
H. Gregorius van Nazianze (330-390)
bisschop en kerkleraar
Homilie voor het Paasfeest; PG 36, 624

“Zo iemand de eerste wil zijn, dan moet hij de laatste van allen zijn”
Sommigen zijn onzeker geworden door de tekenen van het Lijden op het lichaam van Christus en vragen zich af : “Wie is die Koning der Glorie?” (Ps 23,7). Antwoord ze dat het de krachtige en machtige Christus is (v.8) in alles wat Hij altijd gedaan heeft en altijd zal doen… Laat ze de schoonheid zien van het kleed dat het lijdende lichaam van Christus draagt, dat door het Lijden mooier is geworden en omgevormd door de straling van zijn goddelijkheid. Dit glorieus kleed waarvan God het mooiste en waardigste maakt om door de wereld bemind te worden… Is Hij minder omdat
Wanneer Hij komt de Geest der waarheid…
Simeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022)
Griekse monnik
Catechismus, 33 ; SC 113
Simeon de nieuwe Theoloog
“Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, dan zal Hij u tot de volle waarheid geleiden”
De “sleutel van de kennis” (Lc 11,52) is niets anders dan de genade van de heilige Geest. Ze werd door het geloof gegeven. Door de verlichting brengt ze werkelijk de kennis en zelfs de volledige kennis. Zij opent onze gesloten en verduisterde geest, vaak met parabels en symbolen, maar ook met duidelijker bevestigingen… Let dus op de geestelijke betekenis van het woord. Als de sleutel niet goed is, dan gaat de deur niet open. Want, zo zegt de Goede Herder, “voor hem doet de bewaker de deur open” (Joh 10,3). Maar als de deur niet open gaat, dan gaat niemand het huis van de Vader binnen, want Christus heeft gezegd: “Niemand kan tot de Vader komen dan door Mij” (Joh 14,6).
Mogen allen één zijn
H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6
Petrus Damianus
“Opdat ze één zouden zijn, gelijk Wij één zijn”
De heilige Kerk, hoewel verschillend in de veelheid van personen, is verenigd door het vuur van de Heilige Geest. Als zij uiterlijk verdeeld lijkt in verschillende families, kan het mysterie van zijn diepe eenheid niets verliezen van zijn compleetheid: “Want de liefde van God werd in onze harten verspreid door de Heilige Geest die ons werd gegeven”, zei de heilige Paulus (Rm 5,5). Deze Geest is zonder enige twijfel, zowel één en menigvuldig, één in de essentie van zijn majesteit, veelvoudig in de gaven en het charisma welke aan de heilige Kerk worden toegekend, en die Hij met zijn aanwezigheid vult. En deze Geest geeft aan de Kerk, dat zij tegelijkertijd één is in zijn universele verspreiding, als geheel in elk van zijn leden…








