Joh.Cassianus :onze ware schat aan God aanbieden

H. Johannes Cassianus (rond 360-435)
stichter van een monasterium te Marseille
Conferenties , I, 6-7 (vert. Evangelizo.org)
Johannes Cassianus.jpg

Onze ware schat aan God aanbieden

 

Velen, die door Christus te volgen, aanzienlijke vermogens, enorme sommen goud en zilver en fantastische domeinen hadden geminacht, hebben zich overgegeven, als gevolg daarvan worden ze ontroerd door een krabber, door een priem, door een naald, of door een riet om mee te schrijven… Na al hun rijkdommen uit liefde voor Christus uitgedeeld te hebben, onthouden ze zich van hun oude passie en zetten deze in voor futiliteiten, ze worden snel kwaad om dezen te verdedigen. Ze hebben

Lees verder “Joh.Cassianus :onze ware schat aan God aanbieden”

Basilius van Seleucië (?-ca. 468)
bisschop
Sermon over de Verrijzenis, 1-4 (vert. Evangelizo)

Wees gelovig en wees mijn apostel

Basilios van Seleucie2.jpg

Basilios van Seleucie

“Leg je vinger in de wond van de spijker.” Je zocht Me toen Ik er niet was, benut de mogelijkheid nu. Ik ken je verlangen ondanks je stilte. Voordat jij het Me zei, wist Ik wat je dacht. Ik heb je horen spreken, en hoewel onzichtbaar was Ik naast jou, naast jouw twijfels; zonder Me te laten zien, liet Ik je wachten, om beter te kijken naar je ongeduld. “Leg je vinger in de wond van de spijker. Breng je hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig”.

Lees verder “”

Dan zult ge scherp genoeg zien

H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon 3, 2.4-5 (vert. © Evangelizo.org)

isaak de syrier2..jpg

“Dan zult ge scherp genoeg zien”

Verdrijf de duistere nacht, Heer,
met de stralende dag van uw Wijsheid,
opdat wij, op deze wijze verlicht,
U kunnen dienen met vernieuwde zuiverheid.
Als de zon aan zijn omloop begint
markeert dat voor ons, stervelingen,
het begin van onze werkdag;
bereid in onze zielen een woning, Heer,
voor de dag die geen einde kent.
Maak dat we in onszelf
het verrezen leven aanschouwen
en vervul onze harten

Lees verder “Dan zult ge scherp genoeg zien”

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Homeliën over het Evangelie, nr 29

 

Gregorius de Grote25

Dat de liefde ons aantrekt om Hem te volgen

“Nadat de Heer Jezus hun dit gezegd had, werd Hij in de hemel opgenomen en nam Hij plaats aan de rechterhand van God.” (Mc 16,19). Zo vertrok Hij naar de plaats vanwaar Hij kwam, Hij kwam terug op een plaats waar Hij voortdurend verbleef; namelijk op het moment dat Hij ten hemel opsteeg met zijn mensheid, verenigde Hij door zijn goddelijkheid de hemel en de aarde. Wat we over de plechtigheid van vandaag op te merken hebben, geliefde broeders, is de afschaffing van de wetverordening die ons veroordeelde en van het oordeel dat ons veroordeelde tot verdorvenheid. De menselijke natuur immers tot wie deze woorden waren gericht: “Je bent stof en je keert terug tot het stof.”(Gn3,19), deze natuur is vandaag met Christus opgestegen ten hemel. Daarom geliefde broeders, moeten we Hem volgen met heel ons hart, naar daar waarvan wij vanuit het geloof weten dat Hij met zijn lichaam opgestegen is. Laten we vluchtten voor de verlangens van de aarde: dat geen enkele band van hierbeneden ons belemmert, wij die een Vader in de hemel hebben.

Lees verder “”

Filotheus van de Sinaï : Roep Jezus te hulp

Filotheus van de Sinaï
monnik en hegoumen van het monasterium van het Brandende Braambos
Neptische hoofdstukken, nr 25 en 26 (Filokalia van de neptische vaderen, vert. Evangelizo.org)

Roep Jezus te hulp

 

We moeten onze geestdrift wapenen tegen de enige demonen die ons, in orde van redelijkheid, haten en hun eigen geestdrift tegen ons uitoefenen. Wat betreft de wijze van omgaan met deze oorlog in ons, naar gelang de omstandigheden, luister en doe dit: verbind gebed met eenvoud en waakzaamheid, want de waakzaamheid zuivert het gebed en het gebed blijft waakzaam. De eenvoudige waakzaamheid neemt hen waar die binnenkomen: het verhindert hen het moment van binnenkomst, vervolgens roept het de Heer Jezus Christus te hulp, zodat Hij de slechte vijanden verjaagt. De aandacht verhindert ze om binnen te komen door zich tegen hen op te stellen. En Jezus, die aangeroepen is, verjaagt de demonen en hun hersenschimmen.

Lees verder “Filotheus van de Sinaï : Roep Jezus te hulp”

johannes Karpatios, ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars

Johannes Karpathios (VIIe eeuw) monnik en bisschop

 

Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars” (Mt 9,13)
De Heer zegt je zoals in Mattheus: “Volg Mij” (Mt 9,9)

Als je met heel je hart je geliefde Meester zoekt, en als je voet zich stoot op je levensweg aan de steen van de begeerten (cf. Ps 91,12 LXX Vulg.), of als je heel vaak, zonder het te willen, uitglijdt op de plekken waar modder is, en valt. Iedere keer dat je valt, dood je je lichaam. Sta met heel je hart weer op en zoek de Heer, totdat je bij Hem bent. “Zo kijk ik naar U uit in uw heiligdom, uw kracht en uw heerlijkheid wil ik aanschouwen”, die me redden. “In uw naam, Heer, zal ik mijn handen opheffen en ik zal antwoorden. Zoals door merg en vet zal ik verzadigd worden en juichen mijn lippen van U” (Ps 63,3.5.6 LXX Vulg.). Want het is iets groots voor me om christen genoemd te worden, zoals de Heer het zegt door Jesaja: “Het is voor u iets groots om mijn kind genoemd te worden” (cf. Is 49,6 LXX Vulg). (…)

Lees verder “johannes Karpatios, ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars”

Johannes von Karpathos (7e eeuw)Monnik en bisschop

Buitengewone hoofdstukken nr 47 en 48. Vertaling Evangelizo.org)

Johannes_von_Karpathos

Vertrouw u aan de Heer toe

 

Laten we ons geenszins verteren door zorgen die onze lichamelijke behoeften ons bezorgen. Laten we in God geloven met heel onze ziel, zoals de goede mens het zei: “Vertrouw op de Heer en u zult zijn vertrouwen ontvangen”.

Lees verder “”

Ireneus van Lyon – Tegen de ketterij

. H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208)

bisschop, theoloog en martelaar

Tegen de ketterij IV, 13, 2-4 (vert. Evangelizo.org)

 

ireneus van Lyon5.jpg

“Niet meer dienaren, maar vrienden” (Joh 15,15)

De Wet werd eerst voor slaven afgekondigd om de ziel door de uiterlijke en lichamelijke dingen op te voeden, door het als het ware met een keten naar de gehoorzaamheid aan de geboden mee te nemen, opdat de mens God leert gehoorzamen. Maar het Woord van God heeft de ziel bevrijd; Hij heeft hem onderwezen om vrijwillig vanuit vrijheid zuiver te worden, dit geldt ook voor het lichaam. Derhalve moesten de ketens van dienstbaarheid weggenomen worden waardoor de mens zich heeft kunnen vormen, zodat hij voortaan God zonder ketens volgt. Maar terwijl de voorschriften van de vrijheid ruim waren, is het nodig om de onderwerping aan de Koning te versterken, opdat niemand achteruit zal gaan en zich daardoor zijn Verlosser onwaardig wordt…

Lees verder “Ireneus van Lyon – Tegen de ketterij”

Joh.Chrysostomos :Mattias, getuige van de Verrijzenis

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407)
priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
3e homilie over de Handelingen van de apostelen; PG 60, 33 (vert. brevier)

Chrysostomos Johannes

Mattias, getuige van de Verrijzenis, door God gekozen

 

“In die dagen stond Petrus op midden tussen de leerlingen en sprak” (Hand 1,15v). Omdat hij vurig is en omdat hij de eerste van de groep is, is hij altijd de eerste die het woord neemt: “Broeders en zusters, er moet gekozen worden … onder de mannen die steeds bij ons waren”. Merk op hoe hij wil dat deze nieuwe apostelen ooggetuigen zijn. Ongetwijfeld moest de heilige Geest komen, maar Petrus hechte veel belang aan dat punt. “Een van de mannen die steeds bij ons waren, toen de Heer Jezus onder ons verkeerde.” Hij geeft daarmee aan dat ze met Hem geleefd moeten hebben en niet alleen maar gewone leerlingen zijn. In het begin volgden immers veel mensen Hem… “vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.”

Lees verder “Joh.Chrysostomos :Mattias, getuige van de Verrijzenis”

Johannes van Damascus : gebed

H. Johannes van Damascus (ca 675-749)
monnik, theoloog, Kerkleraar
Overweging over het orthodoxe geloof, 1 (vert. brevier)

Johannes van Damascus7Johannes van Damascus 

Gebed van een herder tot de Goede Herder

 

O Christus, mijn God, U hebt U neergebogen om mij, een verloren schaap, op uw schouders te dragen (Lc 15,5) en U hebt me in een groene wei geplaatst (Ps 23,2). U hebt mijn dorst gelest aan de bronnen van de ware leer [ibid] door de tussenkomst van uw herders van wie U zelf de Herder bent, voordat U hen uw troepen toevertrouwt… En nu Heer, hebt U mij geroepen… in dienst van uw leerlingen; ik weet niet vanuit welk plan van uw Voorzienigheid; U alleen weet dat.

Lees verder “Johannes van Damascus : gebed”

H. Cyrillus van Jeruzalem

H. Cyrillus van Jeruzalem (313-350) bisschop van Jeruzalem en kerkleraar
Doopcatechese nr 14 (vert. Evangelizo)

cyril of jerusalem
cyril of jerusalem

“Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was, was een tuin en in die tuin was een nieuw graf… en daar legden zij Jezus neer” (Joh 19,41-42)

In welk seizoen wordt de Verlosser wakker? In het Hooglied wordt gezegd: “De winter is voorbij, de regen is over, verdwenen; de bloemen vertonen zich op het veld …” (2,11-12). Is de aarde nu niet bedekt met bloemen…? Aangezien het de maand april is, is het lente. Welnu, in dit seizoen, in deze eerste maand van de Hebreeuwse kalender, viert men Pasen, vroeger op symbolische wijze, nu in werkelijkheid…
De plaats van het graf van de Heer was in een tuin… En wat zegt Hij die begraven is in de tuin? “Ik plukte mijn mirre en mijn balsem, mirre en aloë met al de kostbare specerijen” (Hoogl. 5,1;4,14), want dat alles symboliseert het graf. De evangelies zeggen ook: “De vrouwen kwamen bij het graf met specerijen die ze klaargemaakt hadden” (Lc 24,1)…

Lees verder “H. Cyrillus van Jeruzalem”

Augustinus : ‘de Honderdman…’

H. Augustinus (354-430)augustinus 87
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 2 (vert. Evangelizo)

 

“De honderdman die tegenover Hem post had gevat en zag dat Hij onder zulke omstandigheden de geest had gegeven, riep uit: ‘Waarlijk, deze mens was een Zoon van God’” (Mc 15,39)

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God.” (Joh 1,1) Hij is gelijk aan zichzelf; wat Hij is, is Hij altijd; Hij kan niet veranderen, Hij is het zijn. Dat is de naam die Hij aan Mozes bekend maakte: “Ik ben die Ik ben” en “Aldus zult u zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden” (Ex 3,14)… Wie kan dit begrijpen? Of, wie kan tot Hem komen – gesteld dat hij alle krachten van zijn geest bundelt om, ten goede of ten kwade, ‘Hij die is’ te bereiken? Ik zou hem vergelijken met een banneling die van ver zijn vaderland ziet: de zee scheidt hem ervan; hij ziet waar hij heen moet, maar heeft het middel niet om er heen te gaan. Zo willen ook wij in onze eindhaven aankomen, daar waar Hij is die is, want alleen Hij is altijd dezelfde, maar de oceaan van deze wereld snijdt ons de weg af…

Lees verder “Augustinus : ‘de Honderdman…’”

Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Homilie over Genesis, VIII, 6, 8, 9 : PG 12, 206-209 (vert. Evangelizo)

origines1

“Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien, en toen hij die zag was hij vol vreugde “

“Abraham liet zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tegen zijn vader Abraham: ‘Vader.’ Hij antwoordde: ‘Hier ben ik, mijn zoon.’ Isaak zei: ‘Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?’ Abraham antwoordde: ‘God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22,6-8). Dit antwoord van Abraham dat tegelijk exact en voorzichtig is, treft me. Ik weet niet wat hij in de geest zag, want het gaat niet over het nu, maar over de toekomst als hij zegt: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen”. Hij spreekt in de toekomst tegen zijn zoon die hem over het nu vragen stelt. Dat komt omdat de Heer zelf in een lam moest voorzien in de persoon van Christus…

Lees verder “Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….”

Origines : Niemand sloeg de hand aan Hem

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Overdenking van uitgangspunten, boek 2, hoofdst. 6,2 : PG 11, 210-211 (vert. Evangelizo)

origines1

“Niemand sloeg de hand aan Hem”

Wij komen in Christus trekjes tegen die zo menselijk zijn, dat ze in niets verschillen van onze gemeenschappelijke zwakheid als stervelingen, en tegelijkertijd heeft Hij goddelijke kenmerken die slechts kunnen behoren aan de almachtige en onvergankelijke goddelijke natuur. Daarmee vergeleken is de menselijke intelligentie veel te beperkt en raakt ze verwonderd zodat ze niet weet meer waaraan ze zich moet houden noch welke richting zal nemen. Ze voelt God in Christus, toch ze ziet Hem sterven. Ze ziet Hem aan voor een mens, en zie Hij keert met zijn overwinningsbuit terug uit het dodenrijk na het rijk van de dood te hebben vernietigd. Zo moeten we inoefenen om met veel ontzag en vrees te schouwen zodat we in dezelfde Jezus de waarheid van de twee naturen zien, en vermijden om aan de onvergankelijke goddelijke essentie dingen toe te kennen die haar onwaardig zijn of die niet bij haar passen, maar ook vermijden om de historische gebeurtenissen slechts als illusoire verschijningen te zien.
Waarlijk, zoiets aan menselijke oren te laten horen, en om te proberen om het met woorden uit te drukken, gaat onze krachten, talenten en taal ver te boven. Ik denk zelfs dat het de maat van de apostelen te boven gaat. Meer nog, het uitleggen van dat mysterie overschrijdt mogelijkerwijze alle rangordes van de engelenmachten.

Dagelijks evangelie.org

H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie over de Moeder Gods 2, 93-145 ; CSCO 363 et 364, 52-53 (vert. Evangelizo)

Efrem de Syriër47

“De Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan” (Lc 1,49)

Mijn geliefden, aanschouw Maria, en zie hoe de engel Gabriël bij haar binnenkwam en haar vraag: “Hoe zal dat gebeuren?” De dienaar van de Heilige Geest antwoordde haar: “Dat is eenvoudig voor God; voor Hem is alles eenvoudig”. Schouw hoe ze het gehoorde woord geloofde en zei: “Zie de dienstmaagd des Heren”. Op dat moment is de Heer nedergedaald op een wijze die Hij alleen kent. Hij heeft zich in beweging gezet en is gekomen zoals Hij wilde. Hij is bij haar gekomen zonder dat zij dat voelde en ze heeft Hem ontvangen zonder lijden te ondervinden. Ze droeg Degene, waarvan de wereld vervuld was, in haar als een kind. Hij is nedergedaald om het voorbeeld te zijn, dat het oude beeld van Adam vernieuwde.

Lees verder “”

Het kruis :een brug over de afgrond van de dood

Efraim de Syrier : Het kruis : een brug over de afgrond van de dood
Sint Efraïm (ca. 306 – 373), diaken in Syrië, Kerkleraar
Homelie over onze Heer (vertaling brevier ev.)

Efraïm de Syrier Het kruis: een brug over de afgrond van de dood

voornaamste gebod

Onze Heer werd met de dood vertreden, maar Hij baande een weg over de dood heen. Hij onderwierp zich aan de dood en onderging haar vrijwillig om de dood, tegen haar wil in, ten val te brengen. Want de Heer droeg zijn kruis toen Hij de stad uittrok, zoals de dood het wilde, en toen Hij een kreet slaakte op het kruis, liet Hij de doden wegtrekken uit het dodenrijk…
Dit is de zoon van een kundig timmerman (Mt 13,55) die zijn kruis vervaardigde en het boven het allesverslindende dodenrijk plaatste en zo de mensheid naar de overkant leidde, naar het rijk van leven (Kol 1,13). Omdat door het hout de mensheid is gevallen tot in het dodenrijk, is zij over het kruishout naar het rijk van leven gegaan. Op het hout waarop bitterheid was geënt, werd zoetheid geënt, opdat wij Hem zouden leren kennen tegen wie geen der schepselen is opgewassen.

Lees verder “Het kruis :een brug over de afgrond van de dood”

H. Clemens van Alexandrië:”Het rijk der hemelen is voor hen, die zijn zoals zij”

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
De Pedagoog, I, 12, 17: SC 70 (vert. Evangelizo)

6b924-1218812912

“Het rijk der hemelen is voor hen, die zijn zoals zij”

 

De rol van Christus, onze Pedagoog, is er zoals zijn naam aangeeft, om kinderen te leiden. Er moet gekeken worden over welke kinderen het Evangelie wil spreken, om vervolgens aan hen hun Pedagoog te geven. Wij zijn die kinderen. De Schrift draagt ons vele manieren aan; zij bedient zich van verschillende beelden om het ons te duiden en op duizenden tonen van de eenvoud van het geloof. In het Evangelie wordt gezegd: “Jezus stond aan de oever en richtte zich tot de leerlingen: “Kinderen, hebben jullie iets te eten?” (Joh 21, 4-5). Hij noemde zijn leerlingen kinderen. “De mensen brachten kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen op zouden leggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen wegduwden, zei Jezus: “Laat de kinderen met rust, belet ze niet om bij Me te komen, want het Koninkrijk der hemelen behoort toe aan wie is zoals zij”. De Heer zelf verklaart de betekenis van dat woord, door te zeggen: “Als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het Koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan” (Mt 18,3). Dat wijst niet op herstel, maar stelt ons de navolging van de eenvoud van kinderen voor…

Lees verder “H. Clemens van Alexandrië:”Het rijk der hemelen is voor hen, die zijn zoals zij””

Gregorius de Grote :zoals door de ongehoorzaamheid van één mens…

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar .Homilie over het Evangelie, nr 16 (vert. Evangelizo)

Gregorius de Grote258Gregorius de Grote

 

En zoals door de ongehoorzaamheid van één mens allen zondaars werden,
zo zullen door de gehoorzaamheid van Eén allen worden gerechtvaardigd” (Rom 5,19)

De duivel heeft de eerste mens, onze ouder, aangevallen met een drievoudige verleiding: hij heeft hem verleid met gulzigheid, met ijdelheid en met begeerte. Zijn poging om te verleiden slaagde doordat de mens zich, door in te stemmen, onderwierp aan de duivel. Hij verleidde hem met gulzigheid, door hem de verboden vrucht aan de boom te tonen en hem ertoe te brengen om ervan te eten. Hij verleidde hem met ijdelheid door tegen hem te zeggen: “U zult gelijk worden aan God”. Hij verleidde hem met gierigheid door tegen hem te zeggen: “U zult kennis van goed en kwaad hebben” (Gen 3,5). Want gierig zijn gaat niet alleen om het verlangen naar geld, maar ook naar gunstige situaties, om een bovenmatig verlangen naar een hoge positie…

Lees verder “Gregorius de Grote :zoals door de ongehoorzaamheid van één mens…”