Leo de Grote : Allen die Hem aanraakten werden gered

H. Leo de Grote (? – ca 461)
paus en Kerkleraar
Brief 28 aan Flavius, 3-4 ; PL 54, 763-767 

Leo de Grote

Paus Leo de Grote

 

“Allen die Hem aanraakten, werden gered”

Gods majesteit heeft onze nietswaardigheid aangenomen, zijn kracht onze zwakheid, zijn eeuwigheid onze sterfelijkheid. En om de schuld te delgen die op ons menselijk bestaan drukt, heeft de onkwetsbare natuur zich verenigd met onze aan lijden onderworpen natuur. Dit heeft tot gevolg gehad dat één en dezelfde Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus, enerzijds wel, maar anderzijds niet kon sterven, hetgeen aan onze genezing ten goede kwam.

Lees verder “Leo de Grote : Allen die Hem aanraakten werden gered”

Augustinus

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, psalm 109 (vert. brevier)

“Tot aan Johannes hebben alle profeten en de Wet het voorzegd” (Mt 11,13)

89665-augustinus45

God heeft een tijd vastgesteld om zijn beloften te doen, en een tijd om die beloften in vervulling te laten gaan. De tijd van de beloften gaat van de profeten tot Johannes de Doper; de tijd van de vervulling, van Johannes de Doper tot het einde der eeuwen. Getrouw is God die zichzelf tot onze schuldenaar maakte, niet door wat dan ook van ons te ontvangen, maar door zulke grote goederen te beloven. Beloven was nog niet genoeg. Hij heeft zichzelf schriftelijk willen verplichten door als het ware een schuldbekentenis te tekenen ter bekrachtiging van zijn beloften, zodat wij in het boek der beloften het verloop van de vervulling kunnen volgen. De tijd van de profetieën was de voorspelling van de beloften, zoals we al dikwijls gezegd hebben.

Lees verder “Augustinus”

Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus

paus en Kerkleraar
3e sermon voor Kerstmis; SC 22 bis (vert. © Evangelizo.org)

Leo de Grote 25

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus… In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen” (Ef 1,3-4)

 

De incarnatie van het Woord van God betreft het verleden als ook de toekomst; in geen enkele tijd, hoe onbeduidend ze ook was, werd het heil voor de mensen ooit onthouden. Wat de apostelen gepredikt hebben, hadden de profeten al aangekondigd, en men kan niet zeggen dat wat altijd al geloofd werd, te laat vervuld werd. Anders dan het heilswerk heeft God in zijn wijsheid en goedheid ons het meest geschikte gegeven om te antwoorden op zijn roep…, dankzij deze oude en veelvuldige verkondigingen.
Het is dus niet waar dat God voorzien heeft in menselijke zaken door zijn plan te veranderen en om bewogen te worden door een verlate barmhartigheid: vanaf de schepping van de wereld, heeft Hij voor allen een en dezelfde weg naar het heil uitgevaardigd. De genade van God waardoor alle heiligen altijd gerechtvaardigd werden, is immers steeds groter geworden en is niet pas begonnen toen Christus geboren werd. Dat mysterie van een grote liefde die nu de gehele wereld heeft vervuld, was reeds even krachtig in de tekenen die het voorafgingen; zij die er in geloofd hebben toen Hij beloofd werd, zijn niet minder gezegend dan zij die Hem ontvangen hebben toen Hij gegeven werd.

Lees verder “Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus”

Hieronimus : de doop van Jezus

priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Commentaar op Matteüs III, 13-16 ; SC 242 (vert. Evangelizo.org)

Hieronimus : de doop van Jezus

 

Hieronimus8

 

“Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen.” De Verlosser ontving de doop van Johannes om drie redenen. De eerste reden was omdat Hij, als mens geboren, alle nederige voorschriften van de wet wilde vervullen; de tweede reden om door zijn doop de doop van Johannes te bekrachtigen; en de derde reden gebeurde toen Hij het water van de Jordaan heiligde door de neerdaling van de duif om daarmee de komst van de heilige Geest te tonen in de doop van de gelovigen.

Lees verder “Hieronimus : de doop van Jezus”

Abba Isaias

Abba Isaias (einde 4de eeuw?)
Logos 18,10

Niemand mag zich tot God richten, als hij met een ander nog niet in het reine is. God vergeeft niet zolang wij niet vergeven hebben.
Als u bemerkt dat uw hart niet zuiver is tegenover velen, vraag dan niets aan de Heer. U beledigt Hem, want hoewel zelf een zondaar en wrokkend op een mens uw gelijke, zegt u tot Hem die uw hart doorvorst: “Vergeef mij mijn zonden”. Zo iemand bidt niet met de geest, maar met de lippen, zonder begrip. Wie naar waarheid tot God wil bidden in de geest, in de heilige Geest en met een rein hart, onderzoekt zijn hart alvorens te bidden, of hij met niemand op gespannen voet leeft. En als dat het geval is, dan bedriegt hij zichzelf en niemand luistert naar hem, omdat zijn geest niet bidt, het gaat alleen maar over de gewone uren van de gebedsdienst. Wie echter zijn werk (zijn gebed) zuiver wil verrichten, zal beginnen met na te gaan hoe het staat met zijn geest. Bent u zelf – terwijl u zegt: “Wees mij barmhartig” – barmhartig voor wie u smeekt? En terwijl u zegt: “Vergeef mij”, vergeeft u zelf, armzalige? En als u zegt: “Wees mijn misstappen niet indachtig”, ziet u zelf de misstappen van uw evenmens door de vingers? En als u zegt : “Gedenk niet de boosheden, die ik vrijwillig of noodgedwongen bedreven heb”, wel, als er (bij u) dwang was, moet u van uw kant een ander ook niets aanrekenen. Als u nog niet zover bent om dat te doen, bidt u tevergeefs, God zal u niet verhoren. Heel de Schrift leert: “Vergeef mij”. En in het gebed (Onze Vader) volgens Matteüs (6,12) zei Hij eveneens: “En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven” en in dat volgens Lucas: “Indien u de mensen hun misstappen vergeeft, zal ook uw Vader in de hemelen vergiffenis schenken” (niet Lucas, maar Mt. 6,14).

Augustinus : ze bleven die dag bij Hem

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 7 (vert. Evangelizo.org)

augustinus57

“Ze bleven die dag bij Hem”

“Johannes was daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem.” Johannes was zo’n goede “vriend van de Bruidegom”, dat hij niet zijn eigen glorie zocht: hij gaf eenvoudigweg getuigenis van de waarheid (Joh 3,29.26). Zou hij erover denken om zijn leerlingen bij zich te houden en ze beletten om de Heer te volgen? Helemaal niet, hij toont hen zelfs zelf wie ze moeten volgen… Hij verklaart hen: “Waarom hechten jullie je aan mij? Ik ben het Lam van God niet. Daar is het Lam van God… Dat is Degene die de zonden van de wereld wegneemt.”

Lees verder “Augustinus : ze bleven die dag bij Hem”

Petrus Chrysologus. Op die dag, Heer….

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna en kerkleraar
Sermon 152 ; PL 52, 604 (vert. © Evangelizo.org)

Chrysologus Petrus54

Op die dag, Heer, hebben de onschuldigen uw glorie verkondigd, niet door woorden, maar door hun enige dood” (Collecta)

Waartoe leidt de jaloezie?… De misdaad van vandaag toont het ons: de angst voor een rivaal voor zijn aardse koninkrijk vervult Herodus met vrees, hij smeedt een complot om “de Koning die zojuist geboren is”, te verwijderen (Mt 2,2), de eeuwige Koning; hij bestrijdt zijn Schepper en doodt onschuldigen… Wat hebben deze kinderen verkeerd gedaan? Hun tongen waren nog stom, hun ogen hadden nog niets gezien hun oren niets gehoord, hun handen hadden niets gedaan. Zij die het leven nog niet kenden, kregen de dood… Christus leest in de toekomst en kent het geheim van hun harten, Hij beoordeelt hun gedachten en doorgrondt hun intenties (Ps 139): waarom heeft Hij hen verlaten?… Waarom zorgt de koning van de hemel, die zojuist was geboren, niet voor deze metgezellen in de onschuld? Vergeet Hij hen die de wacht houden bij zijn wieg, zodat de vijand die de Koning wilde bereiken, zijn hele leger heeft verwoest?

Lees verder “Petrus Chrysologus. Op die dag, Heer….”

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208)
bisschop, theoloog en martelaar.Tegen de ketterijen III, 10, 1 (vert. © Evangelizo.org)

Ireneos van Lyon

“Zijn tong ging los; hij sprak, en zegende God”

Over Johannes de Doper lezen we in Lucas: “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer… en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uitgaan met de geest en de kracht van Elia … om zo het volk gereed te maken voor de Heer” (Joh 1,15-17). Voor wie heeft hij een volk gereed gemaakt, en voor welke Heer was hij groot? Ongetwijfeld voor Hem die gezegd heeft dat Johannes “meer was dan een profeet” (Mt 11,9.11). Want hij bereidde een volk voor, door van te voren aan zijn mededienaren de komst van de Heer te verkondigen en door hen op te roepen tot bekering, opdat, als de Heer aanwezig zou zijn, ze dan allen klaar zouden zijn om zijn vergeving te ontvangen, om terug te komen bij Hem van wie ze vervreemd waren door hun zonde…

Lees verder “”

Beda de eerbiedwaardige : homilie voor kerstmis

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar CCL 122, 32-36 (vert. © Evangelizo.org)CCL 122, 32-36

Homilie voor het Vigilie van Kerstmis, 5

Beda

“U zult Hem Jezus noemen”; dat is vertaald: de Heer redt.”

 

“De Heer zal u zelf een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen” (Jes 7,14). De naam van de Redder “God met ons”, die gegeven werd door de profeet, betekent de twee naturen van zijn unieke persoon. Hij die immers God is, geboren uit de Vader voor alle tijden, is zelf Immanuel op het einde der tijden, dat wil zeggen God met ons. Hij is het geworden in de schoot van zijn moeder, omdat Hij het gewaagd heeft om de kwetsbaarheid van onze natuur te aanvaarden in de eenheid van zijn persoon, want “het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond” (Joh 1,14). Dat wil zeggen dat Hij op een bewonderenswaardige wijze is begonnen om te zijn wat wij zijn, zonder op te houden te zijn wat Hij was, door onze natuur op te nemen op een wijze waarop Hij wat Hij was niet verloor…
De naam Christus is een titel van koninklijke en priesterlijke waardigheid. Want de priesters en de koningen, onder de oude Wet, werden christussen genoemd door het chrisma. Deze zalf van heilige olie verbeeldde Hem die in de wereld kwam als ware koning en priester, “met vreugdeolie gezalfd, als geen van uw gelijken” (Ps 45,8). Door deze zalving of chrisma, worden Christus in eigen persoon en zij die deelnemen aan dezelfde zalving, dat wil zeggen de geestelijke genade, ‘christenen’ genoemd. Door het feit dat Hij de Verlosser is, kan Christus ons verlossen van de zonden; door het feit dat Hij priester is, kan Hij ons verzoenen met God de Vader; door het feit dat Hij koning is, waagt Hij het om ons het eeuwige Rijk van zijn Vader te geven.

Leo de Grote : Het woord is vlees geworden…

H. Leo de Grote (? – ca 461), paus en Kerkleraar
Eerste sermon voor Kerstmis; PL 59,190

Leo de Grote

“Het Woord is vlees geworden! Hij heeft onder ons gewoond”

Onze Redder is vandaag geboren, dierbare broeders en zusters: laten we ons verheugen! Droefheid is niet gepast op de dag waarop het Leven geboren wordt. Deze dag vernietigt de vrees voor de dood en vervult ons met vreugde door de belofte van de eeuwigheid. Niemand wordt uitgesloten van deze blijdschap; één en hetzelfde motief van vreugde is voor allen gelijk. Want onze Heer, die de zonde en de dood kwam vernietigen…, is gekomen om alle mensen te bevrijden. Dat de heilige jubelt, want hij nadert de overwinning. Dat de zondaar zich verheugt, want hij is uitgenodigd voor vergeving. Dat de heiden moed mag krijgen, want hij is tot het leven geroepen. Wanneer immers de volheid van de tijd is gekomen, welke vastgesteld is door de onpeilbare diepte van het goddelijk plan, heeft de Zoon van God onze menselijke natuur aangenomen om deze te verzoenen met zijn Schepper…

Lees verder “Leo de Grote : Het woord is vlees geworden…”

Augustinus :Overweging over de psalmen

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overweging over de psalmen, psalm 109 (vert. brevier)

Augustinus

“Tot aan Johannes hebben alle profeten en de Wet het voorzegd” (Mt 11,13)

 

God heeft een tijd vastgesteld om zijn beloften te doen, en een tijd om die beloften in vervulling te laten gaan. De tijd van de beloften gaat van de profeten tot Johannes de Doper; de tijd van de vervulling, van Johannes de Doper tot het einde der eeuwen. Getrouw is God die zichzelf tot onze schuldenaar maakte, niet door wat dan ook van ons te ontvangen, maar door zulke grote goederen te beloven. Beloven was nog niet genoeg. Hij heeft zichzelf schriftelijk willen verplichten door als het ware een schuldbekentenis te tekenen ter bekrachtiging van zijn beloften, zodat wij in het boek der beloften het verloop van de vervulling kunnen volgen. De tijd van de profetieën was de voorspelling van de beloften, zoals we al dikwijls gezegd hebben.
Hij heeft ons het eeuwig heil beloofd, een gelukkig leven met de engelen dat geen einde kent, een onvervreemdbare erfenis, de eeuwige heerlijkheid, het genot van de aanschouwing van zijn gelaat, de woning van zijn heiligheid in de hemel, de afwezigheid van alle vrees voor de dood vanwege de verrijzenis uit de doden. Dit is als het slotakkoord van zijn beloften waarop al onze hoop gevestigd is. Want eenmaal dit verworven, zullen wij niets meer missen, niets meer te verlangen hebben.

Lees verder “Augustinus :Overweging over de psalmen”

Johannes de Doper, de voorloper van Christus

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Overwegingen over het Evangilie, nr 6 (vert. © Evangelizo.org)

Gregorius de Grote582

Gregorius de Grote

Johannes de Doper, voorloper van Christus in de dood als wel in het leven

johannes de doper met delen uit zijn leven.jpg

Johannes de Doper

Waarom stuurde Johannes de Doper toen hij in de gevangenis zat, zijn leerlingen naar Jezus om te vragen: “Bent U het, die komen moet, of moeten we een ander verwachten?”, alsof hij Degene die hij had aangewezen, niet kende? … Die vraag krijgt al snel een antwoord als men de tijd en de volgorde waarin de feiten ontrold zijn, bestudeert. Op de oevers van de Jordaan heeft Johannes verkondigd dat Jezus de Verlosser van de wereld was (Joh 1,29); nu in de gevangenis, vraagt hij toch of Hij het wel was die moest komen. Dat is niet omdat hij er aan twijfelt dat Jezus de Verlosser van de wereld is, maar hij probeert te weten komen of Degene die als persoon naar de wereld afgedaald is, ook als persoon in de gevangenissen in het dodenrijk zal afdalen. Want Degene die Johannes als boodschapper in de wereld had verkondigd, gaat hij door zijn dood ook vóór in de hel… Het is alsof hij duidelijk zei: “Evenals het U behaagd heeft om voor de mensen geboren te worden, laat U ons ook weten of U zult sterven voor hen, opdat ik als voorloper van Uw geboorte, het ook worden zal van Uw sterven en dat ik in het dodenrijk zal aankondigen dat U zult komen, zoals ik reeds in de wereld heb aangekondigd dat U bent gekomen”.

Lees verder “Johannes de Doper, de voorloper van Christus”

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog  :Overwegingen over het Evangelie van Lucas, nr. 22, 4 (vert. © Evangelizo.org)

origines23

“Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden”

 

Johannes de Doper zei: “Elk dal zal worden opgevuld” (Lc 3,5), maar niet Johannes vulde het hele dal; maar de Heer, onze Verlosser… “Alle kromme wegen worden recht”. Ieder van ons was krom… Door de komst van Christus die zich voltrekt tot in onze ziel, maakt Hij alles wat krom in ons is, recht. Niets was onbegaanbaarder dan u. Kijk naar uw ongeregelde wensen van eerder, uw gedrag en uw andere slechte neigingen, als ze echter zijn verdwenen, dan zult u weten dat er niets moeilijker en meer bewerkbaar was dan uzelf, of om het nog beeldender uit te drukken, dat niets hobbeliger was. Uw gedrag was onbeschaafd, uw woorden en uw werken waren ruw.
Maar de Heer Jezus is gekomen, en Hij heeft alle ruwheid bewerkt, Hij heeft het veranderd in paden die alle wanorde vereffenen, om in u wegen te maken die zonder hobbels, goed geëgaliseerd en erg schoon zijn, zodat God de Vader in u kan wandelen, en zodat Christus in ons zijn woning maakt en kan zeggen: “Mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen” (Joh 14,23).

Hesychius de Sinaiet
– soms gelijkgesteld aan de priester Hesychius van Jerusalem, monnik

Hoofdstukken over “de soberheid en de waakzaamheid”, nr 91,106,107, 149, 203 (Filokalia van de neptische vaderen; vert. © Evangelizo.org)

Bidt zonder te versagen om de pracht van zijn Koninkrijk te ontwaren

Het voortdurend aanroepen van Jezus, gepaard aan zoet en vreugedevol verlangen, geeft aan ons hart de ruimte om, door de genade van de uiterste aandacht, vervuld te raken van vreugde en vrede. Maar degene die de zuivering van het hart vervolmaakt is Jezus Christus, de Zoon van God en zelf God, die de oorsprong en schepper is van al het goede. Want hij zegt: “Ik, de Heer, maak de vrede ” (Jes. 45,7).
Laten wij, net als David, ons de moeite getroosten en roepen: “Heer Jezus Christus, mogen ‘onze kelen schor worden’ en mogen de ogen van ons verstand ‘mat staan van het staren naar de Heer’ ” (Ps 69,4). Als we voortdurend de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter in gedachten houden, waarin de Heer ons zegt om “steeds te bidden en daarin niet versagen” (Luc 18, 1), dan zullen we onze glorie en rechtvaardiging vinden.

Lees verder “”