Augustinus: een fragment uit de belijdenissen……..

Sint Augustinus van Hippo

bisschop en grote westerse kerkvader

Een fragment uit zijn verhandeling, De belijdenissen

Aangespoord om over mijzelf na te denken, ging ik onder Uw leiding in tot in het diepst van mijn ziel. Ik was in staat om dat te doen, omdat U mijn helper was. Toen ik in mijzelf binnenging, zag ik, als het ware met het oog van de ziel, wat voorbij het oog van de ziel, voorbij mijn geest was: Uw onveranderlijk licht. Het was niet het gewone licht dat voor alle vlees waarneembaar was, noch was het slechts iets van grotere omvang, maar toch in wezen verwant, het scheen helderder en verspreidde zich overal door zijn intensiteit. Nee, het was iets heel anders, iets heel anders dan al deze dingen, en het rustte niet boven mijn geest als olie op het wateroppervlak, noch was het boven mij zoals de hemel boven de aarde is. Dit licht was boven mij omdat het mij gemaakt heeft, ik was eronder omdat ik erdoor geschapen was. Hij die de waarheid heeft leren kennen, kent dit licht.

O Eeuwige waarheid, ware liefde en geliefde eeuwigheid. U bent mijn God. Tot U zucht ik dag en nacht. Toen ik U voor het eerst leerde kennen, trok U mij naar Zich toe, zodat ik zou kunnen zien dat er dingen voor mij waren om te zien, maar dat ik er zelf nog niet klaar voor was om ze te zien. Intussen overwon U de zwakheid van mijn gezichtsvermogen en zond U de stralen van Uw licht zeer krachtig uit, en ik beefde tegelijk van liefde en angst. Ik leerde dat ik me in een gebied bevond dat anders was dan het Uwe en ver van U verwijderd en ik meende Uw stem uit den hoge te horen: “Ik ben het voedsel van volwassen mannen, groei dan en u zult zich met Mij voeden. En gij zult Mij niet in uzelf veranderen als lichamelijk voedsel, maar gij zult in Mij veranderd worden.”

Ik zocht een manier om de kracht te verwerven die ik nodig had om van U te genieten. Maar ik vond het pas toen ik de middelaar tussen God en mensen omhelsde, de mens Christus Jezus, die boven alles God gezegend is tot in eeuwigheid. Hij riep me en zei: ik ben de weg van de waarheid, ik ben het leven. Hij offerde het voedsel waartoe ik niet de kracht had om te nemen, het voedsel dat Hij met ons vlees had vermengd. Want het Woord is vlees geworden, opdat Uw wijsheid, waardoor U alle dingen hebt geschapen, ons kinderen van melk zou voorzien.

Laat heb ik U liefgehad, o Schoonheid, altijd oud, altijd nieuw, laat heb ik U liefgehad! U was in mij, maar ik was buiten en het was daar dat ik naar U zocht. In mijn onbeminnelijkheid stortte ik me in de lieflijke dingen die U hebt geschapen. U was bij mij, maar ik was niet bij U. Geschapen dingen hielden me van U af, maar als ze niet in U waren geweest, zouden ze er helemaal niet zijn geweest. U riep, U schreeuwde en U doorbrak mijn doofheid. Je flitste, je straalde en je verdreef mijn blindheid. U blies Uw geur op mij in, ik haalde adem in en nu hijg ik naar U. Ik heb U geproefd, nu honger en dorst ik naar meer. U hebt mij aangeraakt en ik heb gebrand voor Uw vrede.

Augustinus: God vraagt ​​niet veel van je, want alleen de naastenliefde vervult de hele wet……

“God vraagt ​​niet veel van je, want alleen de naastenliefde vervult de hele wet. Maar die liefde is dubbel – liefde voor God én liefde voor de naaste… Wanneer God je zegt dat je je naaste moet liefhebben, zegt Hij niet dat je hem moet liefhebben met heel je hart, met heel je ziel en met heel je verstand. Nee, Hij zegt je dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Dus, heb God lief met alles wat je bent, want Hij is groter dan jij; heb je naaste lief als jezelf, want hij is wat jij bent…

Onze liefde heeft dus drie doelen. Maar waarom zijn er maar twee geboden? Ik zal het je vertellen: God vond het niet nodig om je te verplichten jezelf lief te hebben, want er is niemand die zichzelf niet liefheeft. Maar veel mensen verliezen zichzelf omdat ze zichzelf op een slechte manier liefhebben. Door je te zeggen dat je God moet liefhebben met alles wat je bent, gaf God je een regel volgens welke je jezelf moet liefhebben. Je wilt ongetwijfeld jezelf liefhebben? Heb God dan lief met alles wat je bent. Want in Hem zul je jezelf vinden en voorkomen dat je jezelf in jezelf verliest… Daarom is de regel volgens welke je jezelf moet liefhebben je gegeven: heb Hem lief Die groter is dan jij en je zult jezelf liefhebben!”

– Sint Augustinus (354-430), Vader en Genadeleraar van de Kerk (Preek over de Brief van Sint-Jacobus)

———————

Johannes van het Kruis: Wanneer hij tot niets wordt gebracht, de hoogste graad van nederigheid, zal de geestelijke vereniging tussen zijn ziel en God worden bewerkstelligd….

“Wanneer hij tot niets wordt gebracht, de hoogste graad van nederigheid, zal de geestelijke vereniging tussen zijn ziel en God worden bewerkstelligd. De reis bestaat niet uit recreaties, ervaringen en geestelijke gevoelens, maar uit de levende, zintuiglijke en geestelijke, uiterlijke en innerlijke dood van het kruis.”

Heilige Johannes van het kruis.

Deze tekst komt voort uit een mystieke en spirituele traditie binnen het christendom, waarin het ultieme doel is om een diepe, innerlijke vereniging met God te bereiken. De nadruk ligt op volledige overgave en nederigheid, waarbij men zichzelf volledig loslaat — inclusief verlangens naar spirituele ervaringen of troost — om zich volledig te verenigen met Gods wil.

De passage verwijst naar een proces dat vaak wordt beschreven in de mystieke theologie, zoals bij Johannes van het Kruis of Teresa van Ávila. Het idee is dat de ziel pas echt één kan worden met God wanneer ze door een soort “innerlijke dood” is gegaan: het loslaten van het ego, van zintuiglijke verlangens, en zelfs van spirituele genoegens. Dit wordt vaak aangeduid als “de donkere nacht van de ziel” — een periode van geestelijke leegte of beproeving die uiteindelijk leidt tot een dieper, zuiverder contact met het goddelijke.

———————-

 

Heilige Catherina van Bologna: wie het kruis voor zijn zaak wil dragen, moet de juiste wapens voor de strijd opnemen ….

Wie het kruis voor zijn zaak wil dragen, moet de juiste wapens voor de strijd opnemen, vooral die hier genoemd.

1. Ten eerste, ijver;

2. Ten tweede, wantrouwen in zichzelf;

3. Ten derde, vertrouwen in God;

4. Ten vierde, herinnering aan het lijden;

5. Ten vijfde, bewustzijn van eigen dood;

6. Ten zesde, herinnering aan Gods glorie;

7. Ten zevende, de geboden van de Heilige Schrift volgen naar het voorbeeld  van Jezus Christus in de woestijn.

— Heilige Catharina van Bologna

Catharina van Bologna (1413–1463) was een Italiaanse mystica, kunstenares en heilige, die een opmerkelijke brug sloeg tussen spiritualiteit en creativiteit. Ze werd geboren in Bologna als dochter van een edelman en groeide op aan het hof van Ferrara, waar ze een brede opleiding kreeg in literatuur, muziek, kalligrafie en schilderkunst.

Op veertienjarige leeftijd verliet ze het hofleven om zich aan te sluiten bij een religieuze gemeenschap. Ze werd lid van de Clarissen, een orde geïnspireerd door de heilige Franciscus en Clara van Assisi. In 1456 stichtte ze een nieuw klooster in Bologna, waar ze tot haar dood als abdis diende

 

Het ongeloof van Sartre…

HET ONGELOOF VAN JEAN- PAUL SARTRE

Frans filosoof

De ongelovige existentialist Jean-Paul-Sartre (1905-1980) rekent in zijn psychologisch toneelstuk ‘huis clos’ (met gesloten deuren,1944) op een theatrale manier met het geloof in de anderen af.

Hij projecteert drie mensen in een hiernamaals, dat eigenlijk het aardse leven voorstelt. Dit hiernamaals speelt zich af in een Second-Empiresalon, waarin men met twee anderen moet leven : er zijn –geen deuren: dus je kan niet naar buiten; geen vensters : je bent geïsoleerd van de buitenwereld; geen spiegels:  je kan jezelf maar spiegelen in en door de ogen van de anderen. Net als de andere mensen hebben deze drie hun eigen fouten, die ze willen verbergen. In een situatie met deuren, vensters en spiegels lukt dit doorgaans wel vrij goed; er zijn heel wat ontsnappingsroutes in de werkelijkheid in gebouwd. In het hiernamaals is ontsnappen onmogelijk:  ze vernemen spoedig elkaars geheim:  Estelle vermoordde haar kind. Inès is een lesbische vrouw en Garcin is een lafaard.

Voeg daarbij nog de affiniteit tussen twee vrouwen en één man. Liefde in zijn hechtste vorm is immers een tweepersoonsrelatie. Wie zal de afgewezen en jaloerse derde zijn ? Alle ingrediënten voor de driehoeksverhouding zijn aanwezig… Psychologisch wordt het een boeiend spel… Naar het einde van het stuk vloeien climax en anti-climax sterk in elkaar

 ‘Ze zijn dood. Dit betekent : ze hebben niets anders meer dan hun verleden. Er is geen toekomst meer. Ze bestaan zonder persoonlijk levensontwerp, versteend met het beeld dat de anderen zich van hen hebben gevormd. De dialectiek van die situatie, het versteend zijn voor en door de blik van de andere is de’hel’. L’enfer c’est les autres. (Bauters, Jean Paul-Sartre, ontmoetingen, DDB,1964,pp.48-49)

Estelle:

Luister niet naar haar. Neem mijn mond; ik    ben van jou helemaal van jou.

Inès

Nou, waar wacht je op? Doe wat je gezegd is.

De lafaard Garcin houdt de kindermoordenares Estelle

in zijn armen. Er kan worden gewed. Zal de lafaard

Garcin haar kussen ?

Ik zie jullie; ik alleen ben de menigte, de menigte, Garcin, de menigte, hoor je het ?

Lafaard! Lafaard! Lafaard!  Tevergeefs vlucht je voor me, ik laat je niet los ! Wat zoek je op haar lippen ?

Vergetelheid ?  Maar ik vergeet je niet.

Mij moet je overtuigen. Kom ! Kom !

Ik wacht op je.

Je ziet, Estelle, hij maakt zich los uit de omarming,

Hij is zo gedwee als een hondje….Je krijgt hem niet !

Garcin:

Wordt het dan nooit nacht ?

Inès:

Nooit.

Garcin:

Zal je me altijd zien?

Inès:

Altijd

(Garcin:     laat Estelle aan haar lot over en doet een paar  stappen

door het vertrek, naar het bronzen beeld op de  schoorsteenmantel)

Garcin:

Het beeld….(Hij streelt het).

Nu is het ogenblik gekomen. Hier is het bronzen

Beeld, ik kijk ernaar en begrijp dat ik in de hel ben.

Ik zeg jullie dat alles was voorzien.

Zij hadden voorzien, dat ik voor deze schoorsteen

zou staan, dat ik met mijn hand op dit beeld zou

drukken, met al die blikken die mij verslinden…

(zich met een ruk omdraaiend)

Ha zijn jullie maar met z’n tweeën.

Het leek me dat er veel meer waren.(Lacht)

Dus dit is nu de hel. Ik zou nooit geloofd hebben …

Herinneren jullie je nog: zwavel, brandstapel,

Braadrooster… Ha ! Wat een grap !

Een braadrooster is niet nodig:

DE HEL DAT ZIJN DE ANDEREN

(J.P.Sartre.De Vliegen e.a., De Bezige Bij, 196, pp.119-120)

Volgens Sartre kan een mens op twee manieren bestaan: als een subject en als object.

Als subject (‘corps-pour-soi’) is de mens pas echt mens door zich voortdurend te realiseren in en met de wereld: hij denkt aan, hij werkt met… Het menselijk bewustzijn is als het ware een verbindingselement tussen het ik en de wereld. Doordat de mens bewust is, is hij altijd al in de wereld. Zelfs in de droom is de mens aanwezig in de wereld. Een droom is samengesteld uit ‘ervaringsresten’ van de wereld. Het is dank zij het bewustzijn dat de mens vrij is. Hij is in de wereld, maar valt er niet mee samen. Een mens neemt voortdurend afstand: ik ben geen plant, geen dier, geen vrouw (man), geen volwassene….

Door het bewustzijn is de mens vrij, hij is een wezen dat niet vastligt (vandaag is hij anders dan gisteren) en niet vastgelegd kan worden. Zelfs in een gevangenis kan de mens, volgens hem, zijn vrijheid bewaren. Ook ziek zijn zou volgens Sartre een keuze zijn.

Als object (‘corps-en-soi’ ):  op zijn eentje kan de mens zonder problemen als subject bestaan. Eenmaal tussen andere personen echter zijn er twee mogelijkheden:  hij blijft bestaan als subject ofwel wordt hij herleid tot een ding, een object.

Een voorbeeld:  een vrouw is in de badkamer, ze voelt zich vrij, niemand ziet haar, ze is naakt en zingt. Plotseling ontdekt ze dat ze begluurd wordt door iemand doorheen het sleutelgat. Op dat moment verliest de vrouw haar subject-zijn en voelt ze zich als een object, bekenen. Ze voelt zich herleid tot een object. Maar tezelfdertijd gaat ook zij diegene die gluurt objectiveren, tot een object herleiden. Zo verliezen beiden op dat moment hun subject-zijn, en zijn ze voor elkaar tot objecten geworden.

Sartre gelooft niet in de liefde. De sterkste persoonlijkheid zal altijd de ander domineren, in zijn macht gevangen houden, waardoor de ander tot ding of instrument herleid wordt.

Dit tot ‘ding’  herleiden gebeurt bij uitstek op twee manieren : door de blik en het oordeel.

De blik: de ‘pornografisch blik’ , de ‘betrappende blik’. Enz…

Het oordeel:  Iemand vastspijkeren op zijn anders-zijn, hij is jood, neger, homo enz..

Als men zo denkt kan Sartre ook niets anders dan God verwerpen. God kan niet bestaan, God mag niet bestaan, als God bestaat is de mens niet vrij, zegt hij.

Een God aanvaarden betekent voor hem, door iemand (een god) tot object worden herleid. Iemand die gelooft moet geboden onderhouden. Als ik dat doe, verlies ik mijn vrijheid en leef ikzelf niet meer, maar laat ik me leven. Opdat een mens vrij zou zijn;, moet hij elke band met een opperwezen verloochenen, om zelf zijn leven in handen te geven.

Deze visie van Sartre spruit voort uit zijn opvoeding. Sartre is opgegroeid in een milieu, waar hij de slechtheid heeft leren kennen. Drugs, alcohol, verraad, overspel enz.. Dit heeft hem getekend. Als je in je leven niets anders dan slechtheid hebt gekend, hoe kun je dan nog een geloof hebben in de goedheid van de mens. En het geloof in de mens is een voorwaarde tot Godsgeloof. Wat hij zegt is waar, het bestaat. Mensen kunnen voor elkaar de hel zijn. We leven in een wereld waar de hel voortdurend dichtbij is. Irak, Afrika, maar ook bij ons. Armoede, drugs, depressies, zich aan zijn lot overgelaten voelen. Niemand meer hebben om eens mee te praten, ouderen die vereenzamen in bejaardentehuizen, door iedereen in de steek gelaten, kinderen die mishandeld en misbruikt worden, kinderarbeid, prostitutie enz… Dit is een reële wereld, maar Sartre heeft  het mis, wanneer hij stelt dat dit altijd , in elke situatie en overal zo is.

Ook de hemel is een realiteit, we kunnen zeker ook voor de ander een stukje hemel zijn. Liefde bestaat echt. En godsdienst maakt de mens niet noodzakelijk tot een object. Christus is voor een christen juist ‘de meest vrije mens’, en zo zou ook een christen moeten zijn. Geboden en voorschriften zijn niet noodzakelijk een beperking van onze vrijheid, maar zijn juist een garantie om ons vrij te kunnen voelen. Natuurlijk, teveel geboden, teveel inmenging van de kerkelijke overheid (denken we aan de uitspraken van de pausen in morele kwesties) kan als een beperking van onze vrijheid aangevoeld worden. Vandaar dat de orthodoxie niet aan systematisch moraal doet. De mens is een vrij wezen, en hijzelf moet in eer en geweten over zijn handelen oordelen. Alleen tegenover God hebben we verantwoording af te leggen. En we weten dat de mens zwak en zondig is ( maar wat is zonde ? – voor mij is elke daad tegen de liefde voor onze medemens zonde). Met welk recht gaan we over anderen oordelen ?

Christus maakt ons vrij, Hij leert ons te beminnen. Dit kan ook voor een ongelovige een realiteit zijn, en voorbeelden hiervan zijn ons bekend. Ook Sartre zou naar het einde van zijn leven toe een kleine copernicaanse zwenking hebben gemaakt. Hij was lid van de communistische partij, maar toen hij zag wat de russen hadden aangericht in Budapest in 1956, was de maat vol. Zoiets kan men mensen niet aandoen. Sartre wordt de spreekbuis van de vervolgden. Dit is een kleine maar belangrijke koerswijziging. Of hij daarmee zijn vroegere ideeën heeft gecorrigeerd blijft te betwijfelen.

+++++++++++++++++

Tot slot wil ik,  met een dialoog uit Ingmar Bergman’s film ‘Als in een wazige spiegel’ proberen aan te tonen, dat een andere visie en houding mogelijk is, zelfs in een gebroken wereld.

In die film heeft Bergman het over een gesprek dat Minus heeft met zijn vader David, nadat hij de crisis van godsdienstwaanzin van zijn zus heeft meegemaakt

 Minus :

Toen ik daar in het wrak zat en Karin in mijn

armen hield, toen brak de werkelijkheid, begrijp

je wat ik bedoel ?

David:

Dat begrijp ik wel.

Minus :

De werkelijkheid brak en ik rolde eruit.

Dat is net als in een droom, maar het is echt.

Alles kan gebeuren – alles, vader !

David:

Ja, dat weet ik wel.

Minus:

Dat maakt mij zo bang dat ik ’t wel kan schreeuwen.

David:

Kom eens hier ! (hij raakt Minus’hand aan en ze

lopen zo samen op het strand…zwijgend…..

Dan slaat David zijn arm om de schouder van

Minus.

Minus:

Ik kan met dit nieuwe niet leven, vader.

David:

Jawel, dat kun je wel.

Maar je moet iets hebben om je aan vast te houden.

Minus:

Wat zou dat moeten zijn. Een God ?

Een God in de gedaante van een spin, zoals de god

van Karin ?

Of een onzichtbare heerser, ergens in het donker ?

Nee, dat kan niet.

Stilte

Minus:

Nee, vader. Dat kan niet. God bestaat niet in mijn

wereld.

Stilte (ze lopen langs het water)

Minus:

Geef mij een bewijs dat God bestaat.

Stilte

Minus:

Dat kun je niet.

David:

Dat kan wel

Maar nu moet je goed luisteren naar wat ik zeg,

Minus.

Minus:

Dat moet ik wel vader.

David:

Er staat geschreven: God is Liefde.

Minus:

Voor mij zijn dat alleen maar holle woorden.

David:

Wacht nu eens even, je moet mij niet in de rede

vallen.

(Ze zijn bij een laag, zanderig uitsteeksel gekomen

dat bijna onmerkbaar afhelt naar het water. Het

lijkt alsof ze midden in al het wit van de zee staan,

met al het wit van de zomerhemel boven hun

hoofden, alsof ze opgesloten zijn in een stolp van

melkkleurig glas. Oneindig kleine wezens in al dit

wazige stille wit).

David:

Ik wil je alleen maar een vaag idee geven van wat

ik zelf verwacht.

Minus:

En dat is Gods Liefde ?

David:

Het is de wetenschap dat liefde in de wereld van de

mensen bestaat als iets reëels.

Minus:

En het is natuurlijk een bijzondere soort liefde die

bedoeld wordt.

David :

Alle soorten liefde, Minus.

De hoogste en de laagste, de armste en de rijkste,

de belangrijkste en de schoonste. De waanzinnige

of de cynische. Alle soorten liefde.

Minus:

(zacht) Verlangen naar liefde.

David:

Verlangen en verloochening. Achterdocht en

vertrouwen.

Minus:

Dus de liefde zou het bewijs zijn ?

David:

We kunnen niet weten of de liefde Gods bestaan

bewijst, of dat de liefde God zelf is.

Maar het doet er ook niet zoveel toe.

Minus:

Voor jou zijn liefde en God hetzelfde ?

David:

Die gedachte helpt mij in mijn leegheid en in

mijn smerige wanhoop.

(zwijgt)

Minus:

Zeg nog wat vader !

David:

Plotseling verandert leegheid in rijkdom

en wanhoop in leven.

Het is net alsof je gratie krijgt, Minus,

alsof je gratie krijgt nadat je tot de doodstraf

veroordeeld bent.

Minus:

Dat klinkt allemaal vreselijk onwerkelijk, vader.

Maar ik geloof wel dat je meent wat je zegt.

Ik beef over mijn lichaam. Vader.

David:

Ja.

Minus:

Als het zo is als jij zegt,

dan zou Karin omgeven zijn door God, omdat

wij van haar houden ?

David,  Ja.

Minus:

Kan dat haar helpen ?

David:

Dat geloof ik zeker…..

(Ingmar Bergman, Filmtrilogie, Bruna, Utrecht, 1965, pp.74-75)

(Kris Biesbroeck Leuven 1969)

St.Franciscus van Sales: Alleen liefdadigheid brengt ons tot volmaaktheid; maar gehoorzaamheid, kuisheid en armoede zijn de drie middelen om dit te bereiken….

“Alleen liefdadigheid brengt ons tot volmaaktheid; maar gehoorzaamheid, kuisheid en armoede zijn de drie middelen om dit te bereiken. Gehoorzaamheid heiligt ons hart, kuisheid ons lichaam, en armoede onze bezittingen tot de liefde en dienst van God: zij zijn de drie takken van het geestelijke kruis, alle drie echter, gebaseerd op de vierde, namelijk nederigheid.”

St.Franciscus van Sales

 +++++++++++++++

[Franciscus van Sales was een 17e-eeuwse Franse bisschop, bekend om zijn eenvoud, mildheid en toewijding aan de spiritualiteit van het dagelijks leven.]

—————–

Edith Stein: Dingen waren in Gods plan die ik helemaal niet had gepland….

 

“Dingen waren in Gods plan die ik helemaal niet had gepland. Ik kom tot het levende geloof en de overtuiging dat – vanuit Gods oogpunt – er geen toeval is en dat mijn hele leven, tot in elk detail, is uitgestippeld in Gods goddelijke voorzienigheid en volledig en perfect logisch is in Gods alziende ogen.”

Edith Stein (Zuster Teresa Benedicta van het Kruis)

Deze tekst drukt een diep religieus vertrouwen uit in Gods leiding over iemands leven. De schrijver zegt eigenlijk: “Wat mij overkomt, is niet willekeurig. Alles, zelfs wat ik niet gepland had, maakt deel uit van Gods groter plan.”

———————–

St.Ambrosius: Als we de grootte van ons geloof beschouwen en als we de grootheid van de Zoon van God begrijpen….

Als we de grootte van ons geloof beschouwen en als we de grootheid van de Zoon van God begrijpen, realiseren we ons dat we, in relatie tot Hem, slechts de zoom aanraken; we kunnen de top van Zijn kleed niet bereiken. Daarom, als we ook door Hem genezen willen worden, laten we dan, in geloof, de zoom van Christus aanraken. Hij is zich bewust van allen die Zijn kleren aanraken, die Hem aanraken terwijl Hij Zijn rug heeft gekeerd. Want God heeft geen ogen nodig om te zien; Hij heeft geen fysieke zintuigen, maar Hij heeft, in Zichzelf, de kennis van alle dingen. Gelukkig zijn dan degenen die in staat zijn om ten minste de randen van het Woord aan te raken: want wie kan het volledig grijpen?

— St. Ambrosius

+++++++++++++++

St. Ambrosius van Milaan, geboren rond 339 in Augusta Treverorum (het huidige Trier, Duitsland), was een invloedrijke kerkvader en bisschop in de vierde eeuw. Hij kwam uit een aristocratische Romeinse familie en genoot een klassieke opleiding in Rome, waar hij uitblonk in retorica en rechten2. Aanvankelijk was hij gouverneur van de Noord-Italiaanse provincies, maar in 374 werd hij onverwacht tot bisschop van Milaan gekozen—nog vóór zijn doop.

Ambrosius stond bekend om zijn krachtige verzet tegen het arianisme, een stroming die de goddelijkheid van Christus ontkende. Hij speelde een sleutelrol in het Concilie van Aquileia (381), dat deze leer veroordeelde. Zijn invloed reikte tot in de politiek: hij durfde zelfs keizer Theodosius I tot boetedoening te dwingen na het bloedbad van Thessaloniki1.

Naast zijn politieke en theologische impact was Ambrosius ook een begenadigd schrijver en prediker. Zijn preken en geschriften beïnvloedden onder meer Augustinus van Hippo, die zich mede dankzij Ambrosius tot het christendom bekeerde. Hij overleed in 397 en wordt vandaag vereerd als heilige en kerkleraar in meerdere christelijke tradities.

———————

C.S.Lewis: Onthoud dat, zoals ik zei, de juiste richting leidt niet alleen naar vrede maar ook naar kennis….

“Onthoud dat, zoals ik zei, de juiste richting leidt niet alleen naar vrede maar ook naar kennis. Wanneer een man beter wordt, begrijpt hij steeds duidelijker het kwaad dat nog in hem zit. Wanneer een man slechter wordt, begrijpt hij zijn eigen slechtheid steeds minder. Een matig slechte man weet dat hij niet erg goed is: een grondig slechte man denkt dat hij helemaal goed is. Dit is eigenlijk gezond verstand. Je begrijpt slaap wanneer je wakker bent, niet terwijl je slaapt. Je kunt fouten in rekenkunde zien wanneer je geest goed werkt: terwijl je ze maakt, kun je ze niet zien. Je kunt de aard van dronkenschap begrijpen wanneer je nuchter bent, niet wanneer je dronken bent. Goede mensen weten zowel van goed als kwaad: slechte mensen weten van geen van beide.”

++++++++++++++++++

Verduidelijking :

Er zitten behoorlijk wat morele lagen in dat citaat, en ze zijn verrassend relevant voor hoe we naar onszelf en anderen kijken. Hier zijn een paar lessen die eruit springen:

  1. Echte groei begint bij zelfkennis. Hoe beter iemand wordt, hoe meer hij zich bewust wordt van zijn eigen tekortkomingen. Dat betekent dat morele ontwikkeling gepaard gaat met eerlijk naar jezelf kijken – zelfs (of juist) als dat ongemakkelijk is.
  2. Slechtheid en onwetendheid zijn nauw verbonden. Iemand die diep in het kwaad zit, heeft vaak geen enkel besef meer van goed en kwaad. In zekere zin verblindt slechtheid je morele kompas.
  3. Objectieve beoordeling van jezelf is moeilijk vanuit een troebel perspectief. Je begrijpt pas wat het is om slaperig te zijn als je wakker bent; je ziet pas fouten nadat je ze hebt gemaakt. Het is dus pas achteraf – als je ‘wakker’ of ‘nuchter’ bent – dat je echt kunt reflecteren.
  4. Morele helderheid vraagt afstand en inzicht. Je hebt mentale en morele ‘nuchterheid’ nodig om je eigen gedrag goed te kunnen beoordelen. Anders loop je het risico jezelf voortdurend te rechtvaardigen, ook als dat niet terecht is.

Samengevat: het is een pleidooi voor nederigheid, zelfonderzoek en de bereidheid om je eigen fouten onder ogen te zien. Geen gemakkelijke boodschap, maar wél eentje die aanzet tot echte innerlijke groei.

———————–

 

Heilige Teresia van Lisieux: O mijn God! Ik bied U al mijn daden van deze dag aan……

O mijn God! Ik bied U al mijn daden van deze dag aan voor de intenties en voor de glorie van het Heilig Hart van Jezus. Ik verlang ernaar om elke hartslag, elke gedachte, mijn eenvoudigste werken te heiligen door ze te verenigen met Zijn oneindige verdiensten; en ik wens boete te doen voor mijn zonden door ze te werpen in de oven van Zijn Barmhartige Liefde.

O mijn God! Ik vraag U voor mezelf en voor degenen die ik dierbaar houd, de genade om Uw Heilige Wil perfect te vervullen, om uit liefde voor U de vreugden en zorgen van dit voorbijgaande leven te aanvaarden, zodat we op een dag samen verenigd mogen zijn in de Hemel voor alle Eeuwigheid.

Amen.

Augustinus: Als iemand van u uit liefde zou willen handelen, broeders…

“Als iemand van u uit liefde zou willen

handelen, broeders,

stel u dan niet voor dat het een zelfvernederende,

passieve en verlegen zaak is.

En denk niet dat liefde kan worden bewaard

door zachtmoedigheid – of beter gezegd, volgzame lusteloosheid.

Dit is niet hoe het wordt bewaard.

Verbeeld u niet dat u uw dienaar liefhebt,

wanneer u zich ervan weerhoudt hem te slaan,

of dat u uw zoon liefhebt,

wanneer u hem niet tuchtigt,

of dat u uw naaste liefhebt,

wanneer u hem niet bestraft.

Dit is geen liefde, het is zwakheid!

Liefde moet vurig zijn, corrigeren.”

 

Sint-Augustinus (354-430)

Heilige Rita van Casia : haar leven…

Sint Rita, Heilige van het Onmogelijke, leidde een leven vol beproevingen. Toch behaalde ze in dat leven ook vele belangrijke triomfen. Ze staat ook bekend als de ‘Vredebrengster van Jezus’ vanwege haar vele goede daden. Ze was het enige kind van Antonio en Amata Lotti in een klein gehucht nabij Cascia, Italië. De wonderen van Sint Rita begonnen op de dag dat ze gedoopt werd, toen bijen rond haar wieg zwermden. Ze vlogen vredig in en uit haar mond en overal om haar heen, zonder haar of iemand in haar familie kwaad te doen.

jOp twaalfjarige leeftijd wilde ze in een klooster gaan, maar haar ouders vonden dat ze beter beschermd zou zijn als ze trouwde. Ze regelden een huwelijk voor haar met Paelo Mancini, een stadswachter. Het huwelijk werd gezegend met een tweeling. Helaas was Paelo een immorele, opvliegende man en Rita leed achttien jaar lang onder zijn mishandeling voordat hij in een hinderlaag werd gelokt en doodgestoken. Hun tienerzonen wilden wraak nemen op de dood van hun vader. Door haar gebeden en tussenkomsten kwamen haar zonen niet tot wraak. Beide zonen stierven binnen een jaar aan een ziekte.

Alleen gelaten, zocht de heilige Rita de Cascia het religieuze leven op, maar de Augustijner nonnen in het klooster van de Heilige Maria Magdalena weigerden haar het klooster binnen te laten. Omdat sommige van hun leden behoorden tot de rivaliserende familie die verantwoordelijk was voor de moord op Paelo, vreesden ze voor de vrede in het klooster.

De meeste verhalen over de heilige Rita zijn het erover eens dat ze ’s nachts naar het klooster werd gebracht door tussenkomst van haar beschermheiligen, Johannes de Doper, Johannes de Doper en Johannes de Doper.

Sint Rita leefde veertig jaar als praktiserende non in armoede en verrichtte werken van barmhartigheid, liefdadigheid en vrede. Toen ze in het klooster intrad, kreeg ze één habijt. Ze droeg dat habijt de rest van haar leven en werd erin begraven.

Op een dag, toen Sint Rita knielde in gebed voor een replica van de Gekruisigde Christus, smeekte ze: “O mijn Jezus, laat mij Uw lijden delen, al is het maar door één van Uw doornen.” Een enkele doorn uit de kroon rond Jezus’ hoofd boorde zich recht in Zuster Rita’s voorhoofd. Deze wond bloedde tot het einde van haar leven.

De laatste vier jaar van haar leven was de heilige Rita de Cascia bedlegerig als invalide, volledig afhankelijk van de liefdadigheid van haar zusters. Ze at weinig meer dan de eucharistie en gaf les aan de jongere zusters. In haar laatste dagen had ze één verzoek: een nicht zou haar een enkele roos brengen van het landgoed van haar familie. Het was midden januari en de nicht achtte dit onmogelijk. Maar toen de nicht naar Rita’s voormalige huis ging, vond ze een enkele roos in bloei op een verder kale struik in de familietuin.

De heilige Rita ontmoette haar Goddelijke Verlosser op 22 mei 1457. Zij werd in 1627 zalig verklaard door paus Urbanus VIII en op 22 mei 1900 heilig verklaard door paus Leo IV.

Vanwege haar vele beproevingen en offers gedurende haar leven staat Rita de Heilige bekend als Rita’s beschermheilige van onmogelijke oorzaken en wanhopige situaties. Ze wordt vaak gesmeekt door mensen die lijden aan mishandeling, ziekte, wanhopige situaties, moeilijke huwelijken, weduwen en gewonden, en ook door mensen die lijden aan onvruchtbaarheid en onvruchtbaarheid.

Er zijn veel verhalen over haar daden van liefdadigheid en gehoorzaamheid. Een van de verhalen over Sint Rita is dat de kloostermoeder, die de gehoorzaamheid van Rita op de proef wilde stellen, haar een jaar lang elke dag een dode en verdorde plant uit de kloostertuin water gaf. Zuster Rita deed gehoorzaam wat haar was opgedragen, elke dag. Aan het einde van een jaar, tot grote verbazing van haar superieuren, bracht die dode plant bladeren en bloemen voort en werd de mooiste van alle druivenranken in de tuin. Vandaag de dag, 500 jaar later, is diezelfde wijnstok nog steeds overvloedig en prachtig. De bladeren worden gedroogd en vermalen en over de hele wereld verzonden naar mensen die lijden. Er zijn vele genezingen gemeld door de druivenbladeren. De vruchten worden naar de paus en andere hoogwaardigheidsbekleders gestuurd.

Het jaar 1450 werd door paus Nicolaas V uitgeroepen tot een jubeljaar. Toen Sint Rita vroeg om de andere nonnen naar Rome te vergezellen om de aflaten van het jubeljaar te verkrijgen, zeiden haar superieuren dat ze haar toestemming zouden geven zodra haar hoofdwond genezen was. Naar verluidt vroeg Sint Rita Jezus om haar hoofdwond te genezen, zodat ze met haar zusters naar Rome kon gaan. God verhoorde haar gebed. Haar voorhoofd genas en ze kreeg toestemming om haar zusters naar Rome te vergezellen. Toen ze terugkeerde, kwam de wond weer terug zodra ze de kapel van Cascia betrad en bleef tot aan haar dood aanwezig.

Het heiligdom van Sint Rita in Roccaporena, Italië

Bron : http://www.prayerforimpossible.com/the-life-of-saint-rita.html

Een paar gebeden tot de Heilige Rita

Het gebed tot de heilige Rita is een uitdrukking van hoop, vertrouwen en verlangen naar innerlijke rust in tijden van wanhoop en verdriet. Het richt zich tot de heilige Rita van Cascia, die in de katholieke traditie bekendstaat als de beschermheilige van hopeloze gevallen en moeilijke situaties.

De betekenis ligt op meerdere lagen:

  1. Vertrouwen zoeken in nood: De spreker wendt zich tot heilige Rita in een periode van lijden of angst, op zoek naar troost en steun. Het gebed erkent dat er momenten zijn waarop menselijke oplossingen niet volstaan.

2. Vraag om vergeving en genade: Het drukt het besef uit dat fouten en zwakheden obstakels kunnen zijn, maar dat er ook ruimte is voor vergeving en een nieuw begin.

3. Verlangen naar rust en vrede: De spreker vraagt om verlichting van verdriet en angst, en om een kalme geest, zowel in het leven als bij het sterven.

4. Toewijding en dankbaarheid: Er is een belofte om de ontvangen hulp en genade niet voor zichzelf te houden, maar die te delen met anderen – een teken van dankbaarheid en geloofsgetuigenis.

In de kern is het gebed een warme, kwetsbare hartenkreet: een mens die zich toevertrouwt aan iets hogers wanneer het leven zwaar voelt. Het is troostend én hoopvol.

  1. Gebed tot de heilige Rita: (de tekst in Engels hierboven)

Gebukt onder lijden, wend ik mij tot u, lieve St. Rita, vol vertrouwen dat ik gehoord zal worden. Ik smeek u om mijn arme hart te bevrijden van de angst die het belast en om mijn geest te herstellen tot een rust die zo vol is van angst.

U die door God gekozen bent als de pleitbezorger van de meest hopeloze gevallen, smeek om de gunst die ik vurig van u vraag (druk hier de gevraagde gunst uit).

Als mijn fouten een obstakel zijn voor de vervulling van mijn verlangens, vraag dan van God de genade van berouw en vergeving door een oprechte biecht.

Laat mij niet lang tranen van bitterheid vergieten. O Heilige van de doornen en de rozen, beloon mijn grote hoop in u en ik zal overal uw grote genade voor getroffen zielen bekend maken.

O Echtgenoot van de gekruisigde Jezus, help mij goed te leven en goed te sterven. Amen

+++++++++++

  1. Gebed tot de heilige Rita

Als ik het moeilijk heb en met zorgen zit, kom ik naar u toe, lieve heilige Rita, omdat ik erop vertrouw dat u naar me luistert. Wilt u mij helpen om mijn hart rust te geven en mijn hoofd wat kalmer te maken?

U staat bekend als degene die helpt als alles hopeloos lijkt. Daarom vraag ik u om hulp bij wat ik diep vanbinnen verlang (zeg hier wat je hoopt of wenst).

En als ik zelf in de weg sta door fouten die ik heb gemaakt, vraag dan voor mij vergiffenis en help me om weer oprecht verder te gaan.

Laat het verdriet niet te lang blijven hangen. Heilige van de doornen en de rozen, ik vertrouw op u en beloof anderen te vertellen hoe u mij geholpen hebt.

U die zo verbonden bent met Jezus, help me goed te leven en rustig te sterven. Amen.

++++++++++

  1. Gedicht (gebed) tot de heilige Rita

Wanneer zorgen mij het zwijgen opleggen, en mijn hart schuilt in stille pijn, roep ik uw naam, heilige Rita, laat mij niet alleen zijn.

U die licht brengt in het donker, waar hoop verdwenen lijkt, wil luisteren naar mijn verlangen, voor ik aan twijfel bezwijk.

Bevrijd mijn hart van angst en zorgen, breng rust terug in mijn geest. En als mijn fouten mij verzwaren, bid dat vergeving mij geneest.

Laat verdriet niet eeuwig duren, laat tranen drogen op hun tijd. U van de rozen én de doornen, wees mijn steun in mijn strijd.

Ik beloof uw goedheid te delen, uw trouw te prijzen keer op keer. Help mij in het leven hier en wanneer het leven keert—dan weer.

Amen.

+++++++++++++++++++++++++++++

Heilige teresa van Avila : uitspraken en citaten….

Heilige Teresa van Avila was een non, oprichter van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten – een tak van de Orde van Onze Lieve Vrouw van de Berg Karmel, mysticus en Spaanse schrijver. Uitgeroepen tot doctor van de katholieke kerk, wordt ze beschouwd als een van de grootste meesteressen van het spirituele leven en de christelijke mystiek.

Citaten van Santa Teresa van Avila:

(Linkse reeks: )

“Als het hart te midden van tegenspoed volhardt met sereniteit, vreugde en vrede, dan is dat liefde.”

“Extremen zijn niet goed, zelfs niet in de deugd.”

“We proberen altijd de deugden en goede dingen te zien die we in anderen zullen leven en hun gebreken te bedekken.”

“Verdriet en melancholie wil ik niet in mijn huis.”

“In het kruis is er leven en troost, en alleen zij is de weg naar de hemel.”

“Alleen liefde is wat alle dingen waardeert.”

“We kunnen geen grote dingen doen, maar wel kleine dingen met grote liefde.”

“Deze kracht heeft liefde en is perfect, dat we vergeten onszelf tevreden te stellen om degenen van wie we houden tevreden te stellen.”

“Gebruik altijd veel daden van liefde, die de ziel ontsteken en verlichten.”

“Ik geloof dat God iedereen grote dankbaarheid geeft die vastbesloten is om goed te doen.”

“En ik geloof niet dat nederigheid kan bestaan zonder liefde, noch liefde zonder nederigheid.”

“De perfecte nederigheid is altijd een weg naar grote liefde.”

“Het is een grote deugd om altijd nederig te zijn. Wees broeders van de nederigheid, breek alle ketenen en banden!”

(Rechtse reeks:)

“Voor mij is het gebed een impuls van het hart, een eenvoudige blik naar de hemel, een schreeuw van dankbaarheid en liefde, zowel in verdriet als in vreugde.

Uw verlangen is om God te zien; uw angst, als u Hem moet verliezen; uw pijn, dat u Hem niet geniet; en uw vreugde, dat wat u kan leiden naar Hem, en u zult in grote vrede leven.

‘Wie God liefheeft, alles wat goed is, alles wat goed is, bevordert, alles wat goed is, met de goeden is, en altijd de goeden bevordert en verdedigt.’

Gezegend is het verliefde hart dat alleen God in gedachten heeft; want als hij alles opgeeft, vindt hij alles.

Het is een goed pad voor onthechting van zichzelf, om te zwijgen over de kleine tekortkomingen van anderen. Als u kunt verdragen, zonder te klagen.

‘De Heer heeft ons gezegd, aan het einde van ons leven, dat we zullen worden beoordeeld op liefde. En als we onszelf verliezen, hopen we dat we Hem zullen ontmoeten, want Hij is de liefde.’

‘De liefde voor God is niet gemaakt door de verbeelding, maar door het liefhebben van werken.'”

 

De heilige Teresa van Avila stond bekend om haar diepe spirituele inzichten en haar nadruk op liefde en nederigheid

C.S.Lewis: De enige echte realist…

“Niemand weet hoe slecht hij is totdat hij heel hard heeft geprobeerd goed te zijn. Er bestaat een dom idee dat goede mensen niet weten wat verleiding is. Dat is duidelijk onwaar. Alleen degenen die proberen verleiding te weerstaan, weten hoe sterk die is. Je ontdekt de kracht van het Duitse leger door ertegen te vechten, niet door je over te geven. Je ontdekt de kracht van de wind door ertegenin te lopen, niet door te gaan liggen. Iemand die zich na vijf minuten aan verleiding overgeeft, weet eenvoudigweg niet hoe het een uur later zou zijn geweest. Daarom weten slechte mensen, in zekere zin, maar weinig over slechtheid — ze hebben een beschermd leven geleid door altijd toe te geven. We ontdekken de kracht van de slechte neiging in ons pas wanneer we proberen ertegen te vechten: en Christus, omdat Hij de enige mens was die nooit aan verleiding toegaf, is ook de enige mens die ten volle weet wat verleiding betekent — de enige echte realist.”

C.S. Lewis

++++++++

Uitleg bij de tekst :

C.S. Lewis maakt hier een diepe psychologische en spirituele observatie: je leert pas hoe sterk iets is als je weerstand probeert te bieden. Iemand die zich voortdurend overgeeft aan verleidingen weet eigenlijk niet hoe intens die strijd écht is.

Lewis benadrukt dat morele kracht zich pas toont in het gevecht tegen onze neigingen tot zonde of zelfzucht, niet in het gemak van overgave. En omdat Christus volgens het christelijk geloof nooit toegaf aan verleiding, begrijpt Hij de volle kracht ervan als geen ander. Daarom noemt Lewis Hem “de enige echte realist”: Hij ziet de wereld zoals die werkelijk is én heeft er zonder toe te geven middenin gestaan.

———————-

C.S. Lewis — voluit Clive Staples Lewis — was een Brits schrijver, literatuurwetenschapper en christelijk denker, geboren op 29 november 1898 in Belfast, Ierland. Hij overleed op 22 november 1963 in Oxford, Engeland, op dezelfde dag dat president John F. Kennedy werd vermoord.

Lewis is vooral bekend van The Chronicles of Narnia, een zevendelige fantasyreeks die wereldwijd geliefd is bij jong en oud. Maar zijn oeuvre is veel breder dan dat:

++++++++++++++++++++++

 

Sören Kierkegaard: Laat anderen u bespotten en tegenwerken wanneer u onder invloed bent van welke hartstocht dan ook….

“Laat anderen u bespotten en tegenwerken wanneer u onder invloed bent van welke hartstocht dan ook; neem in het geheel geen aanstoot aan hen die u bespotten of tegenwerken, want zij doen u goed; kruisig uw eigenliefde en erken het onrecht, de dwaling van uw hart. Maar heb het diepste medelijden met hen die spotten met woorden en daden van geloof en vroomheid, van rechtvaardigheid; met hen die zich verzetten tegen het goede dat u doet… Moge God u behoeden – en u aan hen ergeren”.

 – Søren Kierkegaard

Søren Kierkegaard (1813–1855) was een Deense filosoof, theoloog, schrijver en cultureel criticus, en wordt algemeen beschouwd als de vader van het existentialisme2. Hij leefde in Kopenhagen en schreef in een tijd waarin het christendom in Denemarken sterk verweven was met de staatsstructuur — iets waar hij fel tegen ageerde.

Kierkegaard staat bekend om zijn nadruk op het individu en de persoonlijke relatie tot God. In plaats van abstracte systemen of collectieve religieuze structuren, richtte hij zich op de innerlijke strijd van het geloof, de keuzevrijheid, en de verantwoordelijkheid van het individu. Thema’s als angst, wanhoop, authenticiteit, de sprong van het geloof en het “worden wie je bent” zijn centrale begrippen in zijn werk.

Hij schreef vaak onder pseudoniemen, elk met een eigen stem en perspectief, om verschillende standpunten te verkennen. Bekende werken zijn onder andere Of/Of, Vrees en Beven, en Het begrip Angst.

Wat hem uniek maakt, is dat hij filosofie, theologie en literatuur op een diep persoonlijke en vaak poëtische manier wist te verweven. Zijn invloed reikt tot ver buiten de filosofie — van theologie tot psychologie en zelfs moderne literatuur.

 

———————–

 

 

Dietrich Bonhoeffer: Niets kan de afwezigheid van iemand die ons dierbaar is vervangen……

Niets kan de afwezigheid van iemand die ons dierbaar is vervangen, en we moeten dat ook niet eens proberen. We moeten het gewoon volhouden en verdragen. Dat klinkt in eerste instantie heel moeilijk, maar tegelijkertijd is het ook een grote troost. Want voor zover de leegte werkelijk ongevuld blijft, blijf je daardoor verbonden met de ander. Het is onjuist om te zeggen dat God de leegte vult. God vult die helemaal niet, maar laat die veeleer juist ongevuld en helpt ons zo – zelfs in tijden van pijn – de authentieke relatie te behouden.

Dietrich Bonhoeffer

++++++++++

Dietrich Bonhoeffer was een invloedrijke Duitse theoloog, predikant en verzetsstrijder tegen het naziregime. Hij werd geboren op 4 februari 1906 in Breslau en geëxecuteerd op 9 april 1945 in concentratiekamp Flossenbürg.

Bonhoeffer stond bekend om zijn diepe geloof, zijn scherpe theologische inzichten en zijn moedige verzet tegen Adolf Hitler. Hij was een van de oprichters van de Bekennende Kirche (Belijdende Kerk), die zich verzette tegen de nazificatie van de Duitse protestantse kerken. Zijn bekendste werken, zoals Navolging (Nachfolge) en Verzet en Overgave (Widerstand und Ergebung), getuigen van zijn zoektocht naar een authentiek christelijk leven in een wereld vol onrecht.

Wat zijn gedachtegoed zo bijzonder maakt, is dat hij geloof en actie onlosmakelijk met elkaar verbond. Voor Bonhoeffer was het niet genoeg om alleen te geloven — je moest ook handelen, zelfs als dat gevaarlijk was. Zijn betrokkenheid bij een complot om Hitler te doden leidde uiteindelijk tot zijn arrestatie en executie.

Zijn woorden, zoals in het citaat dat je eerder deelde, blijven mensen raken omdat ze eerlijk zijn over pijn en verlies, maar ook over trouw, liefde en de aanwezigheid van God in de leegte. Wil je dat ik zijn gedachtegoed nog verder toelicht of een van zijn boeken samenvat? (Bron protestantse kerk.nl)

—————————