
H. Augustinus van Hippo (354–430)
Over de waardigheid en gelijkheid van man en vrouw
“De menselijke natuur kent twee geslachten: mannelijk en vrouwelijk. Als Christus, toen Hij mens werd, niet uit een vrouw geboren was—zoals het nu eenmaal moest gebeuren—dan zouden vrouwen, terugdenkend aan de eerste zonde, misschien de hoop op redding verloren hebben. Want de eerste man werd verleid door een vrouw, en zij hadden kunnen denken dat zij absoluut geen hoop hadden in Christus.
Christus kwam dus in de wereld als man, en koos bewust voor het mannelijk geslacht; maar doordat Hij uit een vrouw geboren werd, kwam Hij om het vrouwelijke geslacht te troosten. Alsof Hij tot hen zei:
‘Opdat jullie weten dat geen enkel schepsel van God slecht is, maar slechts verdorven door een schuldige begeerte: toen Hij in het begin de mens schiep, maakte Hij hen mannelijk en vrouwelijk. Ik veroordeel de schepselen die Ik zelf gevormd heb niet. Zie: Ik word geboren als man; Ik word geboren uit een vrouw. Zo veroordeel Ik niet de schepselen die Ik gemaakt heb, maar hun zonden—want die heb Ik niet gemaakt.’
Beide geslachten moeten hun eigen waardigheid erkennen, en beide moeten hun zonden belijden en hopen op redding.”
— Sermon 51.3 (411 n.Chr.)
++++
Commentaar:
Augustinus spreekt hier met een opmerkelijke tederheid. Hij kent de pijn van de menselijke geschiedenis, waarin vrouwen vaak de last van de “eerste zonde” hebben gedragen. Hij ziet hoe gemakkelijk schuld zich vastzet in het hart, hoe een verhaal dat ooit is misgelopen, generaties lang kan blijven fluisteren: “Misschien ben ik minder waard.”
Maar Augustinus laat Christus zelf antwoorden.
Niet met een abstracte theorie.
Niet met een veroordeling.
Maar met een geboorte.
Christus kiest het mannelijk geslacht—maar Hij weigert het vrouwelijke te laten staan in de schaduw. Hij wordt geboren uit een vrouw, niet als toevalligheid, maar als theologisch gebaar. Zijn menswording is een genezing van de schepping zelf: een bevestiging dat geen enkel geslacht, geen enkel lichaam, geen enkele ziel door God als minderwaardig is bedoeld.
Augustinus’ zin “Ik veroordeel niet de schepselen die Ik gemaakt heb, maar hun zonden” is een van de meest bevrijdende lijnen uit zijn preken. Het is een theologie die de mens niet breekt, maar optilt.
In een tijd waarin de waardigheid van vrouwen vaak werd betwijfeld, klinkt hier een verrassend helder en troostend woord:
Beide geslachten dragen dezelfde waardigheid, dezelfde roeping, dezelfde hoop.
Het is een echo van Genesis, maar ook een voorbode van Maria, van de vrouwen bij het graf, van de Kerk die vrouwelijk genoemd wordt.
Het is een uitnodiging om opnieuw te leren kijken:
naar elkaar,
naar onszelf,
naar de schepping die God goed heeft genoemd.
++++
Gebed:
Heer Jezus Christus,
geboren als man,
geboren uit een vrouw,
Gij die de waardigheid van ieder mens hebt geheiligd
door uw komst in ons vlees,
open onze ogen
voor de schoonheid waarmee Gij ons hebt geschapen.
Genees in ons de oude wonden
van minderwaardigheid, schuld en verdeeldheid.
Laat ons elkaar zien
zoals Gij ons ziet:
met mildheid,
met waarheid,
met een liefde die niet vergelijkt maar bevestigt.
Moge uw menswording
ons hart vernieuwen,
opdat wij, man en vrouw,
in nederigheid onze zonden belijden
en in vertrouwen onze redding verwachten.
Amen.
********************************

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.