
“Maar nu de Verlosser zijn lichaam heeft opgewekt, is de dood niet langer iets verschrikkelijks. Allen die in Christus geloven vertrappen haar als niets. Zij verkiezen liever te sterven dan hun geloof in Christus te verloochenen, in het volle besef dat zij, wanneer zij sterven, niet vergaan maar werkelijk leven, en door de verrijzenis onvergankelijk worden.”
— Sint Athanasius de Grote
++++
Commentaar:
1.Deze: woorden van Athanasius ademen de vroege christelijke moed: een geloof dat niet voortkomt uit stoerheid of heroïek, maar uit een diepe ervaring van Christus’ overwinning.
2.Voor Athanasius is de dood niet langer een grens die angst oproept, maar een deur die Christus heeft geopend van binnenuit. Door zijn verrijzenis is de dood ontmaskerd: zij heeft haar absolute macht verloren.Let op drie accenten:3.De dood is niet afgeschaft, maar ontkracht
Christenen sterven nog steeds, maar de betekenis van sterven is veranderd. Het is geen val in het niets, maar een doorgang naar het leven dat niet meer kan vergaan.
3.Gelovigen treden de dood onder de voet: Dit is geen triomfalisme, maar een beeld van innerlijke vrijheid. Wie Christus kent, hoeft niet meer te leven vanuit angst. De dood wordt een “niets” vergeleken met de liefde die ons draagt.
Onvergankelijkheid is een gave, geen prestatie: Athanasius benadrukt dat wij “onvergankelijk worden” door de verrijzenis. Niet door onze kracht, maar door Christus die ons meeneemt in zijn eigen leven. In deze woorden klinkt de kern van het paasgeloof: Christus leeft — en daarom zullen wij leven.
++++
Gebed
Heer Jezus Christus,
Gij die de dood hebt betreden en overwonnen,
open ook in ons het vertrouwen dat sterker is dan angst.
Leer ons te leven vanuit uw verrijzenis,
zodat wij de dood niet vrezen,
maar haar zien als een doorgang naar U.
Maak ons vrij van alles wat ons gevangen houdt,en vervul ons met de vredevan hen die weten dat hun leven geborgen is in uw handen.
Laat uw licht schijnen in onze kwetsbaarheid,en maak ons, door uw genade, deelgenoten van uw onvergankelijk leven.
Amen.
***************
Christus is Verrezen (Grieks)uit de doden…

“Door zijn dood heeft Hij hem vernietigd die de macht over de dood bezat, dat wil zeggen de duivel, om zo degenen te bevrijden die door de dood gevangen werden gehouden. Want nadat Hij de sterke man had gebonden en hem door het kruis had overwonnen, ging Hij zijn huis binnen — het huis van de dood, ofwel het dodenrijk — en plunderde zijn goederen, dat wil zeggen: Hij bevrijdde de zielen die door de dood werden vastgehouden.
Precies hiernaar verwijst het Evangelie op enigszins raadselachtige wijze wanneer het zegt: ‘Hoe kan iemand het huis van een sterke man binnengaan en zijn goederen roven, tenzij hij eerst die sterke man bindt?’ Hij bond hem eerst aan het kruis en ging daarna zijn huis binnen, dat wil zeggen: het dodenrijk. En van daaruit ‘steeg Hij op naar omhoog’ en ‘voerde Hij een menigte gevangenen mee’, namelijk degenen die met Hem waren opgestaan en de hemelse Jeruzalem binnengingen. Daarom zegt de Apostel terecht: ‘De dood heeft geen heerschappij meer over Hem.’”
— Origenes van Alexandrië
++++
Commentaar:
Origenes opent hier een van de oudste en meest krachtige christelijke beelden: de Harrowing of Hell, de nederdaling van Christus in het dodenrijk. Hij leest de kruisdood niet als nederlaag, maar als de beslissende slag in een kosmisch drama.
1.De dood als huis van de sterke man:
Voor Origenes is de dood geen neutrale grens, maar een domein dat door een “sterke man” — de duivel — wordt bewaakt. De mensheid leeft onder deze macht, niet alleen fysiek maar ook existentieel: angst, gebondenheid, verlorenheid.
2.Het kruis als de binding van de sterke man:
Het paradoxale: Christus overwint niet door geweld, maar door zichzelf te geven. Zijn liefdevolle gehoorzaamheid tot in de dood is de ketting waarmee de sterke man wordt gebonden.
De overwinning gebeurt niet ná het kruis, maar in het kruis.
3.De nederdaling: Christus betreedt het huis van de dood:
Origenes ziet Christus afdalen in de diepte van de menselijke verlorenheid. Niet als gevangene, maar als bevrijder.
Hij plundert de dood:
niet om te vernietigen,
maar om te redden.
4.De opstanding als exodus
Wanneer Christus opstijgt, neemt Hij een “menigte gevangenen” mee — een beeld van een nieuwe uittocht, een bevrijding uit slavernij.
De hemelse Jeruzalem wordt zo niet alleen een toekomst, maar een bevrijde gemeenschap die met Christus meeleeft.
5.“De dood heeft geen heerschappij meer over Hem”
Dit is de kern: Christus is niet teruggekeerd naar een oude staat, maar heeft een nieuwe werkelijkheid geopend.
Zijn overwinning is niet alleen persoonlijk, maar representatief:
wat in Hem gebeurt, wordt mogelijk voor allen die in Hem leven.
++++
Gebed
Heer Jezus Christus,
Gij die afdaalde in de diepte van onze angst, onze schuld en onze dood,
bind ook in ons het geweld van de sterke man.Breek de ketenen die ons vasthouden,
de zichtbare én de verborgen.
Ga binnen in de kamers van ons hart
waar wij zelf niet durven komen,
en spreek daar Uw woord van leven.
Laat ons delen in Uw opstanding,
niet alleen aan het einde van ons leven,
maar vandaag —in onze keuzes, onze relaties, onze hoop.
Voer ook ons mee naar het licht van de hemelse Jeruzalem,
waar Gij leeft,
en waar de dood geen heerschappij meer heeft.
Amen.
Originus van Alexandrië

Christus heeft aan elke christen de dood van de zonde geschonken — een gave van geloof, als het ware, voortkomend uit Zijn eigen dood.
Zonde kan geen enkele bewegingsvrijheid meer hebben in mensen die geloven dat zij gestorven, gekruisigd en begraven zijn met Christus, evenmin als in hen die de lichamelijke dood hebben ondergaan. Daarom worden zij “dood voor de zonde” genoemd.
De apostel zegt: “Als wij met Hem gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.”
Let op het verschil in uitdrukking: Paulus zegt niet “wij hebben geleefd” zoals hij zei “wij zijn gestorven”, maar “wij zullen leven.” Daarmee maakt hij duidelijk dat de dood werkzaam is in deze tegenwoordige wereld, maar niet in het toekomstige leven, “wanneer Christus geopenbaard wordt — Hij die ons leven is, verborgen in God.”
Voorlopig is daarom, zoals Paulus leert, “de dood werkzaam in ons.”
Maar deze dood die in ons werkt, lijkt bepaalde beslissende momenten te kennen. Zoals Christus een uur had waarop de Schrift zegt dat “Hij met luide stem riep en de geest gaf;” zoals er een tijd was waarin Hij in het graf werd gelegd en de ingang werd verzegeld; en zoals er een ochtend was waarop de vrouwen Hem zochten maar Hem niet vonden omdat Hij reeds was opgestaan — hoewel Zijn opstanding voor niemand zichtbaar was — zo moet ook in ieder van ons die in Christus gelooft dit drievoudige patroon van de dood aanwezig zijn.
Ten eerste wordt Christus’ dood in ons geopenbaard door de mondelijke belijdenis van ons geloof, want “het geloof dat tot gerechtigheid leidt is in het hart, en de belijdenis die tot zaligheid leidt is op de lippen.”
Ten tweede tonen wij Zijn dood door de hartstochten die tot de aarde behoren te doden, terwijl wij Zijn dood met ons meedragen waar wij ook gaan; dit is wat bedoeld wordt met “de dood is werkzaam in ons.”
Ten derde verkondigen wij Christus’ dood door te laten zien dat wij reeds uit de dood zijn opgestaan en wandelen in nieuwheid van leven.
Kort samengevat:
De eerste dag van de dood is het verzaken van de wereld;
de tweede dag is het verzaken van de zonden van het vlees;
de derde dag, de dag van de opstanding, is de volmaaktheid in het licht van de wijsheid.
In elke gelovige kunnen deze stadia en hun vooruitgang echter alleen door God worden onderscheiden en gekend, aan wie de geheimen van het hart geopenbaard zijn.Christus koos ervoor Zichzelf te ontledigen en de gestalte van een slaaf aan te nemen. Hij onderwierp Zich aan de heerschappij van een despoot en werd gehoorzaam tot de dood. Door die dood vernietigde Hij de heer van de dood — de duivel — en bevrijdde allen die door de dood gevangen werden gehouden. Hij bond de Sterke, overwon hem aan het kruis en drong binnen in zijn huis, de onderwereld, het bolwerk van de dood.
Daar plunderde Hij zijn goederen: de zielen die de duivel in slavernij hield.Dit is de betekenis van Christus’ gelijkenis: “Hoe kan iemand het huis van een sterke binnengaan en zijn goederen roven, tenzij hij eerst de sterke bindt?”
Aan het kruis bond Hij hem, en zo ging Hij zijn huis binnen. Vandaar “steeg Hij op naar omhoog en voerde een menigte gevangenen mee,” namelijk degenen die met Hem opstonden en de heilige Stad, het hemelse Jeruzalem, binnengingen.
Daarom zegt Paulus terecht: “De dood heeft geen macht meer over Hem.”Korte theologische duiding:
De tekst verbindt Paulus’ dooptheologie (Romeinen 6) met een mystiek-ascetisch groeimodel: sterven aan de wereld, sterven aan de hartstochten, opstaan in wijsheid.
De auteur leest Christus’ dood en opstanding als archetype van de innerlijke weg van elke gelovige.
De afdaling in de onderwereld wordt uitgelegd als bevrijding van de gevangenen, een klassieke patristische interpretatie (o.a. Ireneüs, Gregorius van Nyssa).
De driedaagse structuur is typisch voor de woestijnvaders: een pedagogie van innerlijke omvorming.
++++
Gebed voor ons allen:
Heer Jezus Christus,
Gij die de Sterke hebt gebonden en de poorten van de dood hebt verbrijzeld,
werk ook in ons Uw drievoudige mysterie.
Leer ons de wereld los te laten,
de hartstochten te doden,
en op te staan in de nieuwheid van Uw leven.
Laat Uw licht groeien in ons,
tot wij volmaakt worden in de wijsheid die van U komt.
Gij zijt ons leven, verborgen in God.
Aan U zij de glorie, nu en altijd. Amen.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.