st.Ambrosius : Laten we toevlucht nemen tot deze wereld….

“Laten we onze toevlucht nemen tot deze wereld. Je kunt dit in de geest doen, zelfs als je hier in het lichaam wordt vastgehouden. Je kunt tegelijkertijd hier zijn en bij de Heer aanwezig zijn. Uw ziel moet hem vasthouden, u moet hem in uw gedachten volgen, u moet zijn wegen betreden door geloof, niet in uiterlijk vertoon. Je moet je toevlucht tot hem nemen. Hij is je toevlucht en je kracht.”

Uit de verhandeling over de vlucht voor de wereld van de heilige Ambrosius, bisschop.

 

Richard Rohr : “Christendom is een levensstijl, een manier van zijn in de wereld die eenvoudig, geweldloos, gedeeld en liefdevol is…..

“Christendom is een levensstijl, een manier van zijn in de wereld die eenvoudig, geweldloos, gedeeld en liefdevol is. We hebben er echter een gevestigde religie van gemaakt (en alles wat daarbij hoort) en de verandering van levensstijl zelf vermeden. We konden oorlogszuchtig, hebzuchtig, racistisch, egoïstisch en ijdel zijn gedurende het grootste deel van de christelijke geschiedenis en toch geloven dat Jezus onze persoonlijke Heer en Redder is of, in goed aanzien, de sacramenten blijven ontvangen. De wereld heeft geen tijd meer voor zulke onzin. Het lijden op aarde is te groot.”

― Richard Rohr  OFM   , Ja, en…: Dagelijkse meditaties – 

Symeon de Nieuwe Theoloog : Er zijn momenten waarop ik, zonder het te willen, het toppunt van contemplatie bereik…..

Er zijn momenten waarop ik, zonder het te willen, het toppunt van contemplatie bereik; met mijn wil word ik ervan teruggetrokken vanwege de beperkingen van de menselijke natuur en [vind] veiligheid in vernedering. Ik weet veel dingen die bij de meeste mannen onbekend zijn, maar toch ben ik onwetender dan alle anderen. Ik verheug me omdat Christus, ‘in wie ik geloofd heb’ (2 Tim. 1:12), mij een eeuwig en onwankelbaar koninkrijk heeft geschonken, toch huil ik voortdurend als iemand die dat wat boven is onwaardig is, en ik houd niet op.

Symeon de nieuwe theoloog

 

Augustinus : 10 belangrijke uitspraken van Kerkvader Augustinus…

Augustinus voor mensen van nu

Tien belangrijke uitspraken van kerkvader Augustinus

Hans Alderlieste

Afbeelding: Ary Scheffer, Saints Augustine and Monica, 1854, Oil on canvas, 135.2 x 104.8 cm, National Gallery London

++++++++++

Kerkvader Augustinus van Hippo (354-430) is nog altijd een veelgeciteerd en veelgelezen filosoof en theoloog. Grote invloed oefende hij uit op de westerse filosofie en op de katholieke en protestantse theologie. Zijn ideeën over universele thema’s als gerechtigheid, liefde en waarheid zijn nog altijd bruikbaar. Welke uitspraken van Augustinus móet je kennen? In dit artikel bespreek ik tien uitspraken van Augustinus. Ik geef de uitspraken weer in het origineel en in een aansprekende vertaling. In een vogelvlucht door Augustinus’ leven en denke

  1. Heb lief en doe wat je wilt.

Origineel: ‘semel ergo breve praeceptum tibi praecipitur dilige et quod vis fac sive taceas dilectione taceas sive clames dilectione clames sive emendes dilectione emendes sive parcas dilectione parcas radix sit intus dilectionis non potest de ista radice nisi bonum existere’ (In Epistolam Joannis ad Parthos, tractatus 7, sect. 8)

Vertaling: ‘Bemin en doe dan wat je wilt: wil je zwijgen, zwijg uit liefde, wil je schreeuwen, schreeuw uit liefde, wil je corrigeren, doe het uit liefde, wil je vergeven, vergeef uit liefde. Draag de bron van liefde in je hart, want uit liefde kan alleen het goede voortkomen.’ (vertaling Tars van Bavel, 1992)

 

Geloof, hoop en liefde. Een christelijke drie-eenheid, waarover de apostel Paulus zegt dat liefde de belangrijkste is. In Augustinus’ leven en werk speelt liefde een belangrijke rol, zij het op verschillende manieren. Als tiener en twintiger was hij op zoek naar liefde, maar op een manier die geen werkelijke bevrediging kon geven. Al die tijd maakte zijn moeder Monnica zich grote zorgen over haar zoon; ze bleef van hem houden, bad voor hem, reisde hem achterna. Augustinus zou eerst dertig moeten worden alvorens hij tot inkeer kwam. Ware liefde, zo ontdekte Augustinus, richt zich op de ander.

Over die liefde heeft de Tsjechische priester Tomáš Halík (*1948) een mooi boek geschreven: ‘Ik wil dat jij bent.’ Hij schrijft deze uitspraak aan Augustinus toe – hoewel deze nergens in zijn oeuvre wordt aangetroffen. Echter, waar God liefde geeft, gaat de mens God liefhebben, en de mensen om zich heen. Het tegenovergestelde van liefde is geen haat, maar egoïsme. Bij alles wat je doet is het belangrijk, aldus Augustinus, om lief te hebben: het werk, de mensen om je heen, de wereld. Liefde is de bron van het goede, omdat God liefde is. Vanuit die bron mag je doen wat je wilt, zoals de reformator Maarten Luther (1483-1546) later zou zeggen: zondig dapper maar geloof dapperder.

 

2.Mensen hebben nauwelijks aandacht voor zichzelf.

Origineel: ‘et eunt homines mirari alta montium et ingentes fluctus maris et latissimos lapsus fluminum et oceani ambitum et gyros siderum et relinquunt se ipsos, nec mirantur, quod haec omnia cum dicerem, non ea videbam oculis, nec tamen dicerem nisi montes et fluctus et flumina et sidera quae vidi et oceanum quem credidi, intus in memoria mea viderem spatiis tam ingentibus quasi foris viderem’ (Confessiones, X, 8)

Vertaling: ‘En dan gaan mensen erop uit om met verbazing te kijken naar hoge bergtoppen, naar de machtige golven van de zee, naar de brede stromen van de rivieren, de wijdheid van de oceaan en de banen van de gesternten, maar voor zichzelf hebben ze geen aandacht en het maakt hun verbazing niet gaande dat ik bij het noemen van al deze dingen ze niet met mijn ogen zag, terwijl ik ze toch niet genoemd zou hebben indien ik de bergen, golven, rivieren en gesternten, die ik gezien heb, en de oceaan, waar ik door geloven van weet, niet binnen mij, in mijn geheugen had gezien, over even enorme ruimten uitgestrekt als had ik ze buiten mij gezien.’ (vertaling Gerard Wijdeveld, 1997)

Augustinus is een meester in zelfreflectie. In de Belijdenissen daalt hij diep in zichzelf af. Hij onderzoekt zijn verleden en bevraagt zichzelf kritisch op zijn motieven. Het credo van de Griekse filosofie was ‘Ken uzelf’. De zoektocht naar de waarheid kent een beweging naar binnen. Augustinus komt er voor zichzelf echter achter dat hij voor zichzelf een raadsel is, een vraag, een mysterie. Het menselijk bestaan is zo divers, zo omvangrijk en ergens ook zo mysterieus, dat we het nooit in alle facetten zullen leren kennen. Armzalig zij, in Augustinus’ ogen, die niet eens de moeite nemen zichzelf onder handen nemen. Mensen die zichzelf niet tot gezelschap kunnen zijn, al is dat misschien een andere categorie. Het ontbreekt ons niet zozeer aan antwoorden, maar aan vragen. Durf je jezelf existentiële vragen te stellen: wie ben ik, waar kom ik vandaan, waar ga ik heen? In zijn beschouwing van zichzelf jubelt Augustinus het uit: wonderlijk ben ik, mooi gevormd, de mens is een kroonjuweel van de schepping. Geschapen naar Gods beeld (imago Dei) waar in weerwil van de val nog vonken van het goddelijke in zijn overgebleven. Wie in de beschouwing en in het genieten van de wereld zichzelf overslaat, die mist heel veel, zo meent Augustinus. Men kan wereldwonderen bezoeken en bewonderen, maar heb je al ontdekt dat je eigen bestaan een wonder is?

  1. Heb de zondaar lief, maar haat de zonde.

Origineel: ‘et hoc quod dixi de oculo non figendo etiam in ceteris inveniendis prohibendis indicandis convincendis vindicandisque peccatis diligenter et fideliter observetur cum dilectione hominum et odio vitiorum’ (Regula Sancti Augustini, IV-10)

Vertaling: ‘Wat ik gezegd heb over het begerig kijken naar vrouwen, geldt ook voor alle andere zonden. Dezelfde gedragslijn moet u nauwgezet en trouw volgen bij het ontdekken, het verhinderen, het aan het licht brengen, het bewijzen en het bestraffen van andere fouten; wel met liefde voor de mensen, maar met afkeer van hun fouten.’ (vertaling Tars van Bavel, 1982)

 

Augustinus schreef, net als andere stichters van kloosters, zoals Benedictus van Nursia (480-547), een kloosterregel: een handboekje waarin hij beschreef hoe er in het klooster en in de leefgemeenschap volgens hem moest worden geleefde. Augustinus’ regel is er een op hoofdlijnen. Daar waar Benedictus uitgebreid ingaat op allerlei situaties en zich verliest in uitgebreide voorschriften, blijft Augustinus zijn nadruk op de liefde en appel voor verantwoordelijkheid. Hij schrijft geen maat voor het voedsel voor: een ieder moet zoveel eten als hij of zij behoeft. Bij fouten en overtredingen (‘zonden’) is Augustinus wel streng: die moeten met harde hand worden uitgeroeid.

Zonden zijn een kwaad (‘een gebrek aan het goede’), die de geestelijke hygiëne aantasten en een hele gemeenschap of samenleving kunnen vergiftigen. Ook hier aandacht voor de liefde: volgens Augustinus moeten we de zonde scheiden van de zondaar, ofwel de mens van zijn daden, het gedrag loszien van de persoonlijkheid. De zonde haten en de zondaar liefhebben; een bruikbaar Augustijns inzicht, dat nog altijd in opvoedsituaties maar ook breder op het werk en in de samenleving kan worden toegepast. We leren hier van Augustinus dat we zonde ook zonde mogen noemen: niet alleen zíen, maar ook (in liefde) aanwijzen, met het oog op de gewenste verbetering van levensstijl en als doel het samenleven werkbaar en aangenaam te laten zijn.

 

Augustinus voor mensen van nu (2019)

 

  1. Als iemand vraagt wat de tijd is, weet ik het niet.

Origineel: ‘quid est ergo tempus si nemo ex me quaerat scio si quaerenti explicare velim nescio fidenter tamen dico scire me quod si nihil praeteriret non esset praeteritum tempus et si nihil adveniret non esset futurum tempus et si nihil esset non esset praesens tempus’ (Confessiones XI, 14)

Vertaling: ‘Wat is dus de tijd? Wanneer maar niemand het me vraagt, weet ik het; wil ik het echter uitleggen aan iemand die het vraagt, dan weet ik het niet. Nochtans zeg ik zonder aarzelen dat ik dit weet: indien er niets voorbij zou gaan, zou er geen verleden tijd, indien er niets op komst zou zijn, zou er geen toekomstige tijd, indien er niets zou zijn, zou er geen tegenwoordige tijd zijn.’ (vertaling Gerard Wijdeveld, 1997)

 

Augustinus stelt meer vragen dan antwoorden, zo ontdekte ik. Hij hanteert een techniek van de antieke Griekse filosofen: doorvragen tot je de essentie raakt. Om er vervolgens achter te komen dat elk antwoord een wedervraag oproept. Augustinus probeert in zijn werken de wereld om zich heen rationeel te verklaren. ‘Wij zijn, wij weten dat wij zijn,’ schrijft hij ergens. Om eraan toe te voegen: ‘… en wij hebben dat zijn en dat weten lief.’ Liefde staat bij Augustinus hoger aangeschreven dan kennis. Augustinus is veel met het concept ‘tijd’ bezig geweest, ook met het klassieke onderscheid tussen chronos en kairos, de twee Griekse goden van de tijd. Chronos staat voor de tijd die voortschrijdt, de tijd die je kunt meten, kairos voor de tijdsbeleving, een welbepaald moment waarop iets (bijzonders) gebeurt, in moderne termen: een flow, of mindful moment. Augustinus denkt na over het verleden, het heden en de toekomst. Hij vindt het maar ingewikkeld en komt tot de conclusie dat er alleen een nu is, een heden van genade, dat zowel heel spiritueel als bevindelijk op te vatten is.

 

  1. Wij zijn de tijden.

Origineel: ‘ideo dicimus fratres orate quantum potestis abundant mala et deus uoluit ut abundarent mala utinam non abundarent mali et non abundarent mala mala tempora laboriosa tempora hoc dicunt homines bene uiuamus et bona sunt tempora nos sumus tempora quales sumus talia sunt tempora’ (Sermo 80, 8)

Vertaling: ‘En daarom zeg ik, broeders en zusters: bid zoveel u kunt. Er is een overvloed aan slechte dingen en dat heeft God zelf toegelaten. Was er maar geen overvloed aan slechte mensen, dan zou er ook geen overvloed zijn aan slechte dingen. Het zijn slechte tijden! Het zijn moeilijke tijden! Dat zeggen de mensen tenminste. Laten we liever goed leven, dan worden de tijden vanzelf goed. Wij zijn de tijden. Zoals wij zijn, zo zijn de tijden.’ (vertaling Joost van Neer et all.; 2004)

 

Als bisschop van de Afrikaanse havenstad Hippo Regius, het huidige Annaba in Algerije, heeft Augustinus honderden preken gehouden. Deze preken hadden waarschijnlijk een interactief karakter – bezoekers liepen in en uit, stelden tussendoor vragen of lieten luidkeels weten zich er niet in te kunnen vinden. In dit preekfragment (Sermo 80) is dat zichtbaar. ‘Het zijn slechte tijden!’ roept iemand. Waarop Augustinus koel reageert: ‘Dat zeggen de mensen tenminste.’ Een ander: ‘Het zijn moeilijke tijden!’ Augustinus geeft er een geniale draai aan – hij was tenslotte opgeleid in de retorica. Je kunt het kwaad en slechte of moeilijke dingen búiten jezelf situeren. Dat is de makkelijke weg. Het kwaad, dat bevindt zich buiten mij. Hetzelfde geldt voor de tijd waarin we leven: gaat dat buiten ons om?

Augustinus kiest de weg naar binnen, die van introspectie en verootmoediging. Wat als het kwaad ín ons huist? En ten aanzien van de tijd: wij ondergaan niet alleen maar, wij zíjn tijd. Wij zijn de tijden. Zeggen dat we in slechte tijden leven, betekent dus zeggen dat wij slecht zijn. Nu is dat een ander aspect uit Augustinus denken, namelijk dat wij door te kiezen voor de zonde het kwaad hebben toegelaten in de wereld en in ons leven. Als wij de tijden zijn en wij ons inzetten voor het goede, wil Augustinus maar zeggen, dan kunnen wij er iets aan doen om de tijden beter te maken. Een inzicht dat velen heeft geïnspireerd – het was een van de motto’s waardoor oud-premier wijlen Ruud Lubbers zich liet inspireren.

Lees verder “Augustinus : 10 belangrijke uitspraken van Kerkvader Augustinus…”

St Augustinus : Ik smeek U, mijn God, laat mij U kennen en liefhebben…..

Ik smeek U, mijn God, laat mij U kennen en liefhebben,

zodat ik gelukkig kan zijn in U. En hoewel ik dit niet volledig kan doen in dit leven,

laat mij toch van dag tot dag verbeteren totdat ik dit ten volle kan doen.

Laat mij U meer en meer kennen in dit leven,

zodat ik U volmaakt mag kennen in de hemel.

Laat mij U hier meer en meer kennen, zodat ik U daar volmaakt mag liefhebben,

zodat mijn vreugde hier op zichzelf groot mag zijn en in de hemel bij U volkomen.

O Waarachtige God, laat mij het geluk van de hemel ontvangen

dat U belooft, zodat mijn vreugde vol mag zijn.

Laat in de tussentijd mijn geest erover nadenken, laat mijn tong erover spreken,

laat mijn hart ernaar verlangen,

laat mijn mond erover spreken, laat mijn ziel ernaar hongeren,

laat mijn vlees ernaar dorsten,

laat mijn hele wezen ernaar verlangen,

totdat ik door de dood heen de vreugde van mijn Heer mag binnengaan,

om daar voor altijd te blijven, wereld zonder einde. Amen.

St Augustinus

St.Irenaeus van Lyon : Het is niet mogelijk dat de evangeliën meer of minder in aantal kunnen zijn dan ze zijn…..

“Toen Jezus voorbijging, zag hij een man genaamd Matthew bij de douanepost zitten. Hij zeide tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde hem.” – Mattheüs 9:9

“Het is niet mogelijk dat de evangeliën meer of minder in aantal kunnen zijn dan ze zijn. Er zijn vier zones van de wereld waarin wij leven en vier hoofdwinden, en de Kerk is verstrooid over de hele wereld, en haar “lichamen grond” (1 Timotheüs 3,15) is het Evangelie en de Geest van het leven; Daarom is het passend dat ze vier pilaren heeft, die aan alle kanten onsterfelijkheid uitademen en ons opnieuw tot leven wekken. Het Woord, de Vormgever van alle dingen, Die op de cherubs zit en alle dingen in stand houdt (Ps 79:2; Hebreeën 1:3), Die aan de mensen geopenbaard is, heeft ons het Evangelie gegeven onder vier aspecten, maar samengebonden door één Geest. David zegt, wanneer hij deze manifestatie smeekt: “Gij die tussen de cherubijnen zit, straalt uit.”(Ps 79:2) Want ook de cherubijnen hadden vier gezichten (Ez 1:6) en hun gezichten waren beelden van de bedeling van de Zoon van God.

Want, zoals de Schrift zegt: “Het eerste levende schepsel was als een leeuw” (Openbaring 4:7), als symbool van Zijn krachtdadige werking, Zijn leiderschap en koninklijke macht; “het tweede was als een kalf”, wat Zijn offer- en priesterlijke orde aanduidde, maar “het derde had als het ware het gezicht van een man” – een duidelijke beschrijving van Zijn komst als een menselijk wezen; “de vierde was als een vliegende adelaar”, wijzend op de gave van de Geest die met zijn vleugels boven de kerk zweefde. En daarom zijn de evangeliën van Markus, Lukas, Mattheüs en Johannes in overeenstemming met deze levende wezens, waaronder Christus Jezus zit.

Zo was de vorm van de levende schepselen, zo was ook het karakter van het Woord van God Zelf – het Woord van God Zelf sprak met de aartsvaders vóór Mozes, in overeenstemming met Zijn goddelijkheid en heerlijkheid, maar voor hen die onder de wet waren, stelde Hij een priesterlijke en liturgische dienst in. Daarna, voor ons mens geworden, heeft Hij de gave van de Geest over de hele aarde gezonden en ons met Zijn vleugels beschermd (Ps 16:8). … Als deze dingen zo zijn, zijn allen die de vorm verwerpen die het evangelie heeft aangenomen – dat wil zeggen, degenen die zeggen dat de evangeliën meer of minder in aantal moeten zijn – nutteloos, onwetend en aanmatigend.”

 – St Irenaeus van Lyon (c 130-c 202) Bisschop, theoloog en martelaar – (Tegen ketterijen c. Boek III, 11, 8-9).

St Augustinus : Als je ziet dat je nog geen verdrukkingen hebt ondergaan, acht het dan zeker dat je niet bent begonnen een ware dienaar van God te zijn….

‘Als je ziet dat je nog geen verdrukkingen hebt ondergaan, acht het dan zeker dat je niet bent begonnen een ware dienaar van God te zijn; want St. Paulus zegt duidelijk dat allen die ervoor kiezen om godvruchtig in Christus te leven, vervolgingen zullen ondergaan.”

 – Augustinus

Richard Rohr : Als liefde de ziel is van het christelijk bestaan, moet het de kern zijn van elke andere christelijke deugd……

Als liefde de ziel is van het christelijk bestaan, moet het de kern zijn van elke andere christelijke deugd. Zo is bijvoorbeeld rechtvaardigheid zonder liefde legalisme; geloof zonder liefde is ideologie; hoop zonder liefde is egocentrisme; vergeving zonder liefde is zelfvernedering; standvastigheid zonder liefde is roekeloosheid; vrijgevigheid zonder liefde is extravagantie; zorg zonder liefde is louter plicht; trouw zonder liefde is dienstbaarheid. Elke deugd is een uitdrukking van liefde. Geen enkele deugd is echt een deugd tenzij deze doordrongen is van, of geïnformeerd is door, liefde.

Richard Rohr OFM

St.Ephrem de Syriër : “Jezus, die vreesde niets, Hij heeft angst ervaren en vroeg om te worden bevrijd van de dood….


“Jezus, die nergens bang voor was,
ervoer angst
en vroeg om bevrijd te worden van de dood –
hoewel Hij wist dat dat onmogelijk was.
Hoeveel te meer
moeten we volharden in het gebed
voordat de verleiding ons overvalt –
zodat we bevrijd kunnen worden
als de test gekomen is!”

St Ephrem

St.Augustinus : Heer Jezus, Laat me mijzelf kennen ……

 

Sint Augustinus:

 

Heer Jezus –

Laat mij mezelf kennen

Heer Jezus, laat mij mezelf kennen en U kennen,

En niets anders verlangen dan alleen U.

Laat mij mezelf haten en U liefhebben.

Laat mij alles doen omwille van U.

Laat mij mezelf vernederen en U verhogen.

Laat mij aan niets anders denken dan aan U.

Laat mij sterven aan mezelf en in U leven.

Laat mij accepteren wat er ook gebeurt als van U.

Laat mij mezelf verbannen en U volgen,

En altijd verlangen om U te volgen.

Laat mij van mezelf wegvluchten en mijn toevlucht nemen tot U,

Zodat ik het verdien om door U verdedigd te worden.

Laat mij voor mezelf vrezen, laat mij U vrezen,

En laat mij behoren tot degenen die door U zijn uitgekozen.

Laat mij mezelf wantrouwen en mijn vertrouwen in U stellen.

Laat mij bereid zijn om te gehoorzamen omwille van U.

Laat mij aan niets vastklampen behalve aan U,

En laat mij arm zijn vanwege U.

Kijk naar mij, zodat ik U mag liefhebben.

Roep mij, zodat ik U mag zien,

En voor altijd van U mag genieten.

Amen.

Sint Beda de Eerbiedwaardige : Bij het horen van Christus’ stem openen we de deur om Hem te ontvangen….

Bij het horen van Christus’ stem openen we de deur om Hem te ontvangen, als het ware, wanneer we vrijwillig instemmen met Zijn ingevingen en wanneer we ons overgeven aan het doen van wat gedaan moet worden. Christus, aangezien Hij in de harten van Zijn uitverkorenen woont door de genade van Zijn liefde, komt binnen zodat Hij met ons kan eten en wij met Hem. Hij verkwikt ons altijd door het licht van Zijn aanwezigheid, voor zover wij vorderen in onze toewijding aan en verlangen naar de dingen van de hemel.

 Hijzelf is verheugd over zo’n aangenaam banket.

Sint Beda de Eerbiedwaardige

Sint Bede, geboren rond 673 na Chr. in het noordoosten van wat nu Engeland is, trad op 7-jarige leeftijd toe tot het benedictijnenklooster van Warmouth. Het Keltische monnikendom bestond al eeuwenlang op de Britse eilanden, maar het benedictijnenklooster was vrij recent toen Bede het kloosterleven betrad. Vanaf het moment dat hij het klooster betrad, wijdde hij zich aan gebed, de studie van de Schrift en geschiedenis, en uiteindelijk aan lesgeven en schrijven nadat hij diaken en vervolgens priester was geworden. Zelfs tijdens zijn leven stond hij bekend om de grootsheid van zijn bijbelse onderricht en geschiedkundige geschriften, waardoor hij bekendstaat als de vader van de Britse geschiedenis. Er is veel over de vroege seculiere en kerkelijke geschiedenis van de Britse eilanden dat we eenvoudigweg niet zouden weten als het niet was voor de geschriften van Sint Bede. Het duurde niet lang na zijn dood in 735 na Chr. dat Bede de populaire titel “Eerwaarde” kreeg. Bekend als een van de laatste kerkvaders , werd hij ook benoemd tot kerkleraar door paus Leo XIII in 1899. Zijn graf bevindt zich in de prachtige Anglicaanse kathedraal van Durham, die dateert uit de Normandische tijd en ook de relikwieën herbergt van een andere grote heilige van het vroege Groot-Brittannië, Sint Cuthbert.

St. Bede de Eerwaarde op roeping van Matteüs, belastinginner die apostel en evangelist werd. Matteüs, oorspronkelijk Levi genoemd, werd als tollenaar geëxcommuniceerd uit de synagoge en gemeden in de Joodse gemeenschap. De kerkvaders vinden een afbeelding van de vier evangelisten in de vier levende wezens die genoemd worden door zowel Ezechiël als Openbaring. Matteüs wordt gezien als gesymboliseerd door de mens, aangezien hij zijn evangelie begint met de menselijke genealogie van Jezus.

Jezus zag een man genaamd Matteüs bij het tolkantoor zitten, en hij zei tegen hem: Volg mij [Matteüs 9:9]. Jezus zag Matteüs, niet alleen in de gebruikelijke zin, maar veelbetekenender met zijn barmhartige begrip van mensen.

Door de ogen van genade

Hij zag de tollenaar en, omdat hij hem zag door de ogen van genade en hem koos, zei hij tegen hem: Volg mij . Dit volgen betekende het patroon van zijn leven imiteren – niet alleen maar achter hem aan lopen. St. Johannes vertelt ons: Wie zegt dat hij in Christus blijft, moet op dezelfde manier wandelen als hij wandelde [1 Johannes 2:6] .

De roeping van Mattheüs

En hij stond op en volgde hem . Er is geen reden tot verbazing dat de belastinginner zijn aardse rijkdommen opgaf zodra de Heer hem dat beval. En het zou niemand moeten verbazen dat hij, zijn rijkdom verwaarlozend, zich aansloot bij een groep mannen waarvan de leider, volgens Matteüs’ beoordeling, helemaal geen rijkdommen had. Onze Heer riep Matteüs op door met woorden tot hem te spreken. Door een onzichtbare, innerlijke impuls die zijn geest overspoelde met het licht van genade, instrueerde hij hem om in zijn voetsporen te treden. Op deze manier kon Matteüs begrijpen dat Christus, die hem wegriep van aardse bezittingen, onvergankelijke schatten van de hemel in zijn geschenk had.

Belastinginners en zondaars

Terwijl hij in het huis aan tafel zat, zie, er kwamen veel tollenaars en zondaars en zaten aan bij Jezus en zijn discipelen. Deze bekering van één tollenaar gaf veel mannen, die van zijn eigen beroep en andere zondaars, een voorbeeld van berouw en vergeving. Let ook op de gelukkige en ware verwachting van zijn toekomstige status als apostel en leraar van de volken. Nauwelijks was hij bekeerd of Matteüs trok een hele schare zondaars achter zich aan langs dezelfde weg naar de zaligheid. Hij nam zijn toegewezen taken op zich terwijl hij nog steeds zijn eerste stappen in het geloof zette, en vanaf dat uur vervulde hij zijn verplichting en groeide zo in verdienste.

Eten aan de feesttafel van het geloof

Om een ​​dieper begrip te krijgen van de grote viering die Mattheüs in zijn huis hield, moeten we beseffen dat hij niet alleen een banket voor de Heer gaf in zijn aardse verblijfplaats, maar veel aangenamer was het banket dat in zijn eigen hart werd bereid en dat hij door geloof en liefde voorzag. Onze Heiland getuigt hiervan: Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en met hem eten, en hij met Mij. [Openbaring 3:20]

Opdat wij met Hem zouden eten en drinken

Bij het horen van Christus’ stem openen we de deur om Hem te ontvangen, als het ware, wanneer we vrijwillig instemmen met Zijn ingevingen en wanneer we ons overgeven aan het doen van wat gedaan moet worden. Christus, aangezien Hij in de harten van Zijn uitverkorenen woont door de genade van Zijn liefde, komt binnen zodat Hij met ons kan eten en wij met Hem. Hij verkwikt ons altijd door het licht van Zijn aanwezigheid, voor zover wij vorderen in onze toewijding aan en verlangen naar de dingen van de hemel. Hijzelf is verheugd over zo’n aangenaam banket.

Bron : Anastpaul.com

Johannes Chrysostomos : Opdat Adam niet trots zou zijn, dat hij zonder vrouw een vrouw had verwekt, heeft een Vrouw zonder man een man verwekt….

Opdat Adam niet trots zou zijn, dat hij zonder vrouw een vrouw had verwekt, heeft een Vrouw zonder man een man verwekt; zodat door de gelijkenis van het mysterie de gelijkenis in de natuur bewezen wordt. Want zoals de Almachtige eerder een rib van Adam nam, en daardoor Adam niet minder werd gemaakt; zo vormde Hij in de Maagd een levende tempel, en de heilige maagdelijkheid bleef onveranderd. De gezonde en ongedeerde Adam bleef, zelfs na het verlies van een rib; de Maagd, onbevlekt, hoewel er een Kind uit haar geboren werd.

+ Sint Johannes Chrysostomos

 

Augustinus : Het huis van mijn ziel is nauw ……

O God,

het licht van het hart, dat U ziet,

Het leven van de ziel, dat van U houdt,

De kracht van de geest, die U zoekt,

Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde.

Wees de vreugde van mijn hart ,

Neem mij geheel tot U en blijf daarin.

Het huis van mijn ziel is, dat moet ik bekennen,

te smal voor U.

Vergroot het, zodat U erin kunt komen.

Het is een ruïne, maar repareer het.

Het zit erin wat moet Uw Ogen beledigen,

Ik beken en weet het,

Maar wiens hulp zal ik zoeken bij het reinigen ervan

behalve de Uwe alleen?

Tot U, o God, huil ik dringend.

Reinig mij van geheime fouten.

Behoed mij voor valse trots en sensualiteit,

opdat ze geen heerschappij over mij krijgen.

Amen

Teresa van Avila : Ik dacht dat ik mezelf zag gekleed in een gewaad van grote witheid en glans…..

Ik dacht dat ik mezelf zag gekleed in een gewaad van grote witheid en glans. Eerst kon ik niet zien wie mij kleedde, maar later zag ik Onze Lieve Vrouw aan mijn rechterhand en mijn vader Sint Jozef aan mijn linkerhand, en zij waren het die mij dat gewaad aandeden. Ik kreeg te horen dat ik nu gereinigd was van mijn zonden. (Life 33,14)

Ze vertelt verder over deze intimiteit

met de Maagd Maria, nam me bij de handen, want door het

vertrouwen werd haar een groot genoegen gegeven door

de glorieuze St. Jozef te dienen.

 

Liefde en zegeningen

Augustinus : “ Men steekt ook geen kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar …” – Mattheüs 5:15….

‘…Wat voor soort kandelaar is dit die zo’n licht draagt? …’ St Augustinus

“ Men steekt ook geen kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar …” – Mattheüs 5:15

“Broeders, de apostelen zijn lampen die ons in staat stellen te wachten op de komst van de dag van Christus. Onze Heer zegt hun: “ Jullie zijn het licht van de wereld. ” En aangezien zij niet kunnen geloven dat zij een licht zijn, zoals dat waarvan gezegd wordt: “ Hij was het ware Licht dat iedereen verlicht ” (Joh. 1:9), leert Hij hun meteen wat dat ware licht is. Nadat Hij hun heeft verklaard: “ Jullie zijn het licht van de wereld, ” vervolgt Hij: “ Niemand steekt een lamp aan om hem onder een korenmaat te zetten. ” Ik heb jullie lichten genoemd, zegt Hij, maar Ik moet verduidelijken – jullie zijn slechts lampen. Geef dus niet toe aan de opwellingen van trots, als je niet wilt dat deze lont uitbrandt. Ik zet jullie niet onder de korenmaat, maar op de kandelaar om alles met jullie stralen te verlichten.

Wat voor soort kandelaar is dit die zo’n licht draagt? Ik zal het u leren. Wees zelf lampen en u zult een plaats op deze kandelaar hebben. Het kruis van Christus is een grote kandelaar. Wie wil schijnen, hoeft zich niet te schamen voor deze houten kandelaar. Luister naar mij en u zult het punt begrijpen – de kandelaar is het kruis van Christus…

j“ Zo zal uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken mogen zien en verheerlijken ” Verheerlijk wie? Niet uzelf, want uw eigen eer zoeken is willen worden uitgedoofd! “ Verheerlijk uw hemelse Vader. ” Ja, opdat zij Hem, uw hemelse Vader, mogen verheerlijken wanneer zij uw goede werken zien… Luister naar de apostel Paulus: “Ik zal mij nooit beroemen op iets anders dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld ” (Gal. 6,14). ”

– St. Augustinus (354-430), Vader en Kerkleraar ( Preek 289, 6 PL 38, 1311-1312) .