Orthodox zijn in de westerse wereld

 


ORTHODOX ZIJN IN DE WESTERSE

WERELD


bannerLeftA_5_9

Door Vader Boris BOBRINSKOY

            

Deze titel is mij gesuggereerd, maar ik zou het hierbij niet willen laten. Het essentieel probleem blijft kortweg :  Christen te zijn in de wereld. Ik zal op deze vraag van de christelijke of orthodoxe identiteit nog terugkomen. Het is té gemakkelijk om de Oosterse orthodoxie te plaatsen tegenover het Westerse, die men trouwens nog nader moet bepalen : latijns, gereformeerd, a-religieus, niet-confessioneel, geseculariseerd. En wij zouden ons hiertegenover  roemen om onze Orthodoxie, om onze oosterse identiteit ?. Zeker, de orthodoxie heeft een tweeduizend jaar lange geschiedenis van cultuur, heiligheid, van martelaren achter de rug, dit is waar en belangrijk, maar dikwijls is dit maar heel oppervlakkig, eens verworven voor allen. Het is op de eerste plaats de term ‘westers’ die voor mij een probleem vormt. Voor het Christelijke en dus orthodoxe geweten is het waarachtige Oosten niet geografisch, maar vooral spiritueel. De waarachtige zon die in het Oosten opstaat om onze aarde te verlichten en te verwarmen is Christus, Zoon en rechtvaardigheid. ‘Ik ben het ware Licht…Diegene die me volgt gaat niet in de duisternis…en het licht scheen in de duisternis en de duisternis heeft het niet aanvaard’. Het Westen daarentegen zal de plaats zijn waar de zon ondergaat, symbool dus van de duisternis die de aarde bedekt. Welke aarde ? Deze aarde die God geschapen heeft uit liefde, die hij zo heeft liefgehad, dat Hij zijn Zoon heeft gezonden om Hem  aan de krachten van de prins van deze wereld te ontrukken. Wanneer een christen zich richt op Christus, naar het waarachtige Oosten, dan oriëntaliseert hij zich, maar oosters zijn is geen voorrecht van orthodoxen, het is een worden, een roeping van de gehele christen. Wanneer deze zelfde christen zich richt op het Westen, dit wil zeggen op de wereld, gesteld dat hij het licht van Christus weerspiegelt, dan  zal    hij een waarachtige oosterling blijven en aan de wereld de boodschap van liefde en leven overdragen. Maar als hij de boodschap van Christus vergeet, ze relativeert of verloochent, dan zal hij opgaan in de omringende wereld en zich erin isoleren en zich opsluiten in een ghetto of een ivoren toren.Zo betekent christen zijn in de wereld, het Licht van Christus , de Zon uit het Oosten, uitdragen in een Westen dat onze wereldbol omvat. Deze wereld is in de verwachting van de boodschap van het Evangelie, ze is wanhopig zoekende naar haar identiteit, haar eenheid, in een proces van mondialisering en een snelle technische vooruitgang die ons de grenzen van landen en continenten doet overschrijden. Een wereld doordrongen van tegengestelde stromingen, aan een overdreven nationalisme aan welke ook onze orthodoxe kerken niet zijn kunnen ontsnappen, maar ook een wereld  die verdorven is door de secularisatie die zijn eigen rijkdom ontkent of vergeet of verwerpt , maar ook haar christelijke geschiedenis, haar oorsprong en haar uiteindelijk gericht zijn op God. ‘Frankrijk, riep Johannes Paulus II uit, wat heb je gedaan met uw doopsel ?’ Deze zelfde vraag stelt zich aan elk van onze christelijke landen, zowel aan die van het Oosten als van het Westen. De doelstellingen van oosterlingen en westerlingen hebben een lange geschiedenis achter de rug, in het bijzonder in de twee duizend jaar van het Christendom, maar het is niet geloofwaardig, noch mogelijk om ons vandaag de dag onvoorwaardelijk op te sluiten in die categorieën die een te lang en dramatisch proces van wederzijdse vervreemding van de twee polen of longen van de christenheid  heeft teweeg gebracht : Rome, door de universele jurisdictie te bevestigen, en door romeinse bisdommen op te richten op traditioneel orthodoxe grond, inbegrepen Jeruzalem en Constantinopel. Terwijl in de 20e eeuw er een massale migratie van duizenden arabische , griekse of slavische orthodoxen  heeft plaatsgevonden in vreemde landen. Ontworteld, vermoord in hun lichaam en ziel, wezen, maar zoekende hoe zij de spirituele vlam van het geloof kunnen in stand houden. Orthodoxe parochies en bisdommen werden in deze landen van ontvangst opgericht. Voor de 3e en 4e generatie is West Europa of Noord-Amerika geen vreemde aarde meer, maar ons echte vaderland, zelfs al zijn we verdeeld  door onze dubbele identiteit, grieks-orthodox, arabieren, slaven, roemenen, maar zich daadwerkelijk engagerend in het culturele, sociale en politieke leven van het nieuwe vaderland. Het is hier dat ik hulde wil brengen aan, en onze grote erkentelijkheid voor ons vaderland Frankrijk dat voor onze ouders, en voor onszelf een gastland is geworden, gastvrij, waar onze kinderen zijn kunnen opgroeien, studeren, zich geïnstaleerd hebben, zich volledig integreren in de franse cultuur, zonder nochtans afstand te moeten doen van onze taal, cultuur en tradities van onze herkomst.Wij op een gewelddadige manier in deze westerse landen geworpen, wij hebben er de wil van God in herkend om er te wonen, er op te groeien, er te getuigen van ons geloof en de rijkdom van onze religieuze tradities, zonder nochtans te vallen in een primair prosiletisme, maar in respect voor de christelijke geschiedenis van dit land van ontvangst en in de openheid naar de christelijke kerken toe die wij geleerd hebben te kennen en lief te hebben. Wij hebben bij hen niet vermoede schatten van heiligheid en wijsheid gevonden. Zo is de oecumenische dimensie van ons christelijk leven een klaarblijkelijkheid geworden, een gebod om te gehoorzamen aan de Heer zelf. Plaatsen van eredienst zijn als paddestoelen na de regen  uit de grond geschoten, eerst nederige kapellen, daarna kerken. Monastieke gemeenschappen zijn gesticht doorheen gans Europa, jeugdorganisaties zijn opgericht, er is een theologische school opgericht , nu reeds meer dan 80 jaar geleden, in het hart van Parijs zelf. Zij heeft reeds honderden priesters, bisschoppen, theologen en catechisten gevormd. Ik zal er nog op terugkomen. Na een geschiedenis van 80 jaar, organiseert deze orthodoxe diaspora zich , sluit zich bij elkaar aan, en dit niet zonder pijn , dat is waar, ze structureert zich, vooral rond onze bisschoppen in de Vergadering van Orthodoxe Bisschoppen in Frankrijk.. Deze Vergadering is erkend door de franse staat en verleent haar toegang tot de instanties van de regering. De meeste van de oosterse patriarchaten zijn in deze Vergadering vertegenwoordigd : Constantinopel, Antiochië, Moscou, Belgrado, Bukarest, Tbilissi, maar ook de franse filosofische gemeenschappen, schrijvers, de kunsten, en dit alles in nauwe verbondenheid met de orthodoxe spiritualiteit en traditie. De 20e eeuw is een tijd geweest van ontmoeting en ontdekking  door het Westen van de Orthodoxe rijkdommen. Wij kunnen dit zelf bijna of niet vermoeden. De ontmoeting met de westerse religieuze of filosofische gedachte, om slechts enkele te vernoemen : Bergson, Mounier, Péguy, Congar, Daniélou, de Lubac, Boegner, Pierre Maury en zoveel anderen, was een gelegenheid voor een onschatbare wederzijdse verrijking.  Het instituut Saint Serge te Parijs en zijn erfgenaam, het Seminarie St.Vladimir te New York waren voorposten van een scheppende theologische reflexie, tegelijk wetenschappelijk, maar ook niet minder geworteld in het concrete leven van onze kerken, maar ook niet los te denken van een authentieke geestelijke ervar
ing, kerkelijk en persoonlijk . Ik wil hierbij vooral aan Vader Serge Boulgakov  denken, de stichter en deken van het instituut St.Serge, aan Vader Georges Florofsky, die samen met Vladimir Lossky de vertegenwoordiger is van de neo-patristieke orthodoxe stroming., Vader Nicolas Afanassieff, de baanbreker van de eucharistische ecclesiologie, die trouwens invloed heeft gehad op de vaders van Vaticanum II, Mgr Cassien die de nieuw-testamentische orthodoxe exegese heeft vernieuwd, Léon Zander, één van de meest geëngageerde personen in de oecumenische dialoog. Na deze eerste generatie stichters van het instituut moet men vooral denken aan figuren als Vader Alexandre Schmemann en Vader Jean Meyendorff die beiden naar de Verenigde-Staten zijn geëmigreerd. Zij waren de boegbeelden van het Seminarie St.Vladimir, de eerste als drager van een nieuwe visie op de liturgie en de eredienst, de tweede als geschiedkundige van de Byzantijnse  Theologie. Onder de levenden denken wij in Franktijk aan Olivier Clément, aan Mgr.Jean Zizioulas, aan Christos Yannaras, Mgr Kallistos, (Vader Lev Gillet, De monnik van de Oosterse Kerk, Elisabeth Behr-Sigel) en verder gans onze huidige generatie waarvan ik de namen niet vermeld. Ik moet hier ook enkele namen vermelden van enkele uitzonderlijke figuren van de orthodoxe gemeenschap van Antiochië, van Libanon, van Syrië, en zeker van de antiocheense diaspora in de wereld… Vooreerst, de huidige patriarch van Antiochië Ignace IV en zijn jeugdvriend, de metropoliet van de Berg Libanon Georges Khodre, beiden gediplomeerden van ons Instituut. Ik ben gelukkig voor de lange vriendschap die ons vanaf onze jeugdjaren heeft verenigd. Hun getuigenis , zowel binnen de orthodoxie als binnen de oecumene en wederzijdss ook met de Islam waarvan zij één van de beste kenners zijn, is onschatbaar. Wij herinneren eraan, dat zij in de eerste jaren die volgden op de tweede wereldoorlog, met nog anderen zoals Albert en Edouard Laham, Spiridon Khoury, Raymond Rizk, de gangmakers waren van een spirituele vernieuwing binnen de orthodoxe christenheid van Antiochië, door de stichting van het fameuze MJO (le mouvement de Jeunesse Orthodoxe au Proche-Orient) Onderlijnen we ook dat zij in een islamitische omgeving, niet alleen hun geloof en de rijkdommen van onze orthodoxe traditie wisten te behouden, maar ook een theologische vernieuwing wisten te tot stand te brengen door middel van hun bezieling voor een Beweging van Orthodoxe Jongeren, waaruit de beste theologen en mannen voor de Kerk van het Patriarchaat van Antiochië van vandaag zijn voortgekomen. Om te besluiten houd ik eraan vanaf nu  te antwoorden op de vraag : iIs er een  bijdrage, en zo ja, welk is de specifieke boodschap van deze bijdrage van de orthodoxie aan de westerse wereld waarin wij leven, en zeker aan kortweg ,de wereld ?

     Verrijzenis 147
    Ik zal hier vooreerst drie essentiële dimensies van ons geloof en onze ervaring vermelden :

1. De paas-overwinning van de Verrezene. Het is de fundamentele boodschap,die essentieel is voor de Kerk aan de wereld. Onderlijnen wij de actualiteit van deze boodschap in welke de ganse volheid van  het wezen van het christendom en deze van de  diaspora is samengevat.  Op lange termijn is het doel van de Bisschoppelijke raad om een eenvormige bisschoppelijke structuur te scheppen voor een lokale Kerk. Overigens, en ik gooi hier een knuppel in het hoenderhok, men kan de eenwording van de orthodoxe gemeenschappen in het Westen niet totaal scheiden van de toekomst van de oecumenische dialoog en de verwachting van onze kerkelijke eenheid met Rome en de niet-chalcedonische kerken. Maar daar raak ik een onderwerp aan die mij toebedeeld is. Ik zei het zojuist, de orthodoxe kerken zijn betrokken partij in het ontstaan van de oecumenische beweging, zich bewust zijnde dat de muren van onze scheidingen niet tot in de hemel reiken.. Zij moeten de actie en het oecumenische bewustzijn in het onderzoek naar een betere wederzijdse kennis aanmoedigen, door een waarachtige theologische dialoog aan te moedigen en niet meer in een geest van confrontatie en twist. Pas dan kunnen de theologische problemen worden aangeraakt, waaronder de meest wanhopige zoals het romeinse primaatschap, de voortkomst van de Heilige Geest en het probleem van de uniaten. Er is veel moed , intellectuele eerlijkheid en vertrouwen in het werk van de Heilige Geest nodig om zich  te engageren voor de hindernissen van de oecumenische dialoog, maar ik ben er van overtuigd dat er gelijdelijkaan zich een geest van vrede zal vestigen en dat theologische oplossingen vorm zullen krijgen. Er  zijn na de tweede wereldoorlog  bilaterale commissies  voor de dialoog opgericht, zowel op nationaal niveau als op internationaal niveau om de loop van de geschiedenis te proberen te overstijgen en om samen opnieuw onze gemeenschappelijke basis van voor de scheiding en conflicten te herstellen. Zo zullen wij door onze herinneringen aan de gebeurtenissen een daadwerkelijke therapie vinden voor onze scheidingen. Er is zeker enorm veel te zeggen over de aanwezigheid van de Orthodoxie in het Westen.  De Kerk levert ons de tijdgenoten en de zaden van heropleving  ontkiemen en ontluiken in onze harten en in onze levens. De Heilige Geest maakt ons tot tijdgenoten van de verrezen Christus. Gans het liturgisch en sacramentele leven van de Kerk zal een gelijkvormigheid zijn aan het mysterie van Christus’dood en verrijzenis.Zijn dood en verrijzenis bepalen de wet zelf van ons leven en ons worden, hier en nu. Wij kennen allen het impact van de dienst van Paasnacht op hen die er kunnen aan deelnemen, orthodoxen, christenen of zelfs ongelovigen. Ik was bijzonder in de war  bij het lezen van een brief afkomstig van gevangenen in een kamp voor gedeporteerden in  het hoge Noorden van de Noordpool, aan het monasterie van de Solovki, dat een van de gruwelijkste plaatsen is geworden voor de gevangenschap van gelovigen gedurende de grote vervolging van de jaren 30. Men beschreef er de nacht-celebratie van de vigilie van Pasen, door hen waarvoor het wellicht de laatste gelegenheid was en de laatste genade om te kunnen roepen dat ‘Christus is verrezen’.


kerk1

2.Het concept van Tradititie is essentieel  in het orthodoxe leven. Een noodzakelijk onderscheid dient gemaakt te worden tussen Traditie en tradities.Deze laatste zijn eerwaardig, maar relatief, locaal. In haar essentie bestaat de Traditie in de omvorming van de evangelische Boodschap  in tijd en ruimte, doorheen de categoriën van gedachten, de gevoeligheden van de naties, de culturen, in dat wat we de inculturatie noemen, iets dat tegelijk belangrijk maar delicaat is in de cultuur van een bepaalde tijd of land. Aldus zullen de grote christelijke families met hun kenmerkende liturgieën , hun theologische accenten, hun muziek en iconografie zich doorheen de geschiedenis ontwikkelen. Denken we hier aan de christenen van Irak en de semitische  talen, de antiocheense  en syrische traditie, de byzantijnse Orthodoxie en verder de  slaven en roemenen, de westerse families, romeins, milanees, celtisch, spaans. Vandaag de dag is het een franse orthodoxie die op zoek is naar zichzelf zonder de historische wortels van de locale christenheid en haar oosterse wortels te negeren. Men moet hier verduidelijken dat onze moderne maatschappijen diep getekend zijn door wat men zou
kunnen noemen : een  ‘ontwaarding’ van de traditie. Wat hierin overheerst is de continuïteit doorheen de wisseling van generaties alsook de autoriteit waarmee de traditie is bekleed om de huidige en toekomstige handelingen in goede banen te leiden. De moderniteit  toont  een definitieve breuk. Door haar ontwikkeling zelf veroorzaakt zij een breuk met de traditie, haar uitsluiting zowel op religieus, sociaal of familiaal vlak. Maar de overdracht zelf van het geloof gebeurt altijd in de Kerk, in het leven en het geweten, in het gezond verstand van de kerkelijke gemeenschap en een levendige liturgie, maar ook , en niet minder in een persoonlijke relatie door een  levendige overdracht van wat ik in de brede zin van het woord zou noemen :  een geestelijk ‘vaderschap’ (of ‘moederschap’). Wij kunnen hierbij nog verduidelijken dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen het geestelijk vaderschap in de strikte zin van het woord, als een waarachtige geboren worden in God, en anderzijds in de meest brede zin van het woord, door de uitwerking welke personen, heiligen van alle tijden , en  kerkvaders kunnen hebben in ons leven. In het verleden sinds de H.Ignatius van Antiochië of de H.Ireneüs, Basilios, de twee Grogoriussen, Johannes van Damascus, Gregorius Palamas, de spirituelen, Serafim van Sarov, Silouan de Athoniet, de heiligen dus van het verleden en het heden, deze heiligen die onder ons zijn wekken ons op en hun spirituele ‘gen’ vinden wij terug in onze eigen bestendigheid en identiteit. Ten slotte, deze kerkelijke traditie brengt ons terug naar de apostolische tijd, naar de Kerk van de apostelen en de martelaren, want de Kerk is altijd apostolisch en  de Kerk van de martelaren, en het is in de Heilige Geest dat de overdracht zich voltrekt in de trouw, zonder er iets aan toe te voegen of af te nemen.Ik zeg wel : zonder er iets aan toe te voegen. Het is op dit punt, dat de orthodoxen waakzaam moeten zijn en zich niet moeten laten overweldigen en laten inslapen door de rijkdommen van onze geschiedenis en onze tweeduizendjarige bestaan. Zij moeten in staat zijn om telkens opnieuw terug te keren naar het essentiële , dit wil zeggen, naar onze gemeenschappelijke christelijke boodschap.

3. De schoonheid. Deze derde titel zal ons misschien wat verbazen, maar het lijkt mij belangrijk om onze visie en de ervaring van de orthodoxie in verband met de schoonheid die voortvloeit uit de liturgische dienst, maar ook de innerlijke schoonheid en harmonie, die het vredige hart uitstraalt en verlicht, niet te negeren. Eén van de meest bekende verzamelingen  die de geschriften bevatten van de oosterse spirituelen, gaan terug vanaf de eerste eeuwen tot de 15e eeuw, en zijn verzameld door Nicodemus de Hagioriet in de 18e eeuw. Het is getiteld : Philocalia, dit wil zeggen : liefde voor het schone. Geheel de grote oosterse traditie van het gebed van het hart, van de aanroeping van de Naam Jezus, doorheen de strijd tegen de passies, is vervat in deze verzameling die zeer vroeg reeds in het slavisch, russisch, roemeens, en, vandaag in de meeste moderne talen waarvan ook in het frans is vertaald. Het thema van de schoonheid is zeer dikwijls verborgen gehouden in onze theologische handboeken, het volgt nochtans met kracht uit de lofprijzing van de psalmen over de schepping, uit de woorden van Jezus die zijn bewondering uitdrukt voor de lelies op het veld, en boven alles van de Schepper Zelf, die de zevende dag uitrustte van de mooie werken die Hij had geschapen. Deze schoonheid en harmonie vindt men terug in de liturgische dienst, in de gezichten van de iconen, maar niet minder ook in de vredevolle  en licht uitstralende gezichten van Christus. Maar spreken over iconen dwingt ons eraan te herinneren, dat de waarachtige icoon verborgen is in het diepste van ons hart, en deze moet men herontdekken, vernieuwen, herstellen. Zo impliceert het spreken over de liturgische dienst en de iconen hun intieme band met de innerlijke cultus, met de offerande van het hart en de onophoudelijke aanroeping van de Naam van Jezus, die wij toevertrouwen aan allen en aan de schepping in haar geheel. Het is een waarachtige voorsmaak van de helderheid en de vrede van het Koninkrijk.. Maar dit herstel van de harten en deze uitstraling achter en buiten onze kerkelijke gemeenschappen is het fundamentele werk en de gave van de Heilige Geest, van Hem waarvan de Heilige Serafim zei : ‘Verwerf een geest van vrede en duizenden zullen bij u het heil vinden’

Tot besluit: Gegrepen door het vuur van de Geest die ons aanzet om een inspanning te leveren om het eigen van de orthodoxe boodschap af te bakenen tegenover de westerse wereld en kortweg tegenover de wereld, aanroep ik tot besluit en als conclusie de Heilige Geest aan die ons  vernieuwt, ons opbouwt en ons gelijk maakt aan het beeld van Christus’ dood en verrijzenis, deze Geest die de  richting bepaalt van onze weg vanaf  de geboorte tot de dood, die ons opbouwt tot levendige en biddende gemeenschappen, en tenslotte, die ons zendt in de wereld om er de boodschap van liefde, vrede en hoop uit te dragen. Alleen het vuur van de Heilige Geest kan de wereld omarmen. Beleven wij vandaag de dag niet de pijnlijke en moeilijke coëxistentie van twee werelden , de Kerk en de omringende wereld ? Twee werelden die zodanig verwijderd zijn dat het soms lijkt alsof de goddelijke boodschap slechts met moeit kan verkondigd kan worden. Ligt de fout van deze pijnlijke coëxistentie van Kerk en wereld bij de wereld alleen ? Indien de wereld in de hel van de onwetendheid, van de zonde en het lijden verkeert, moeten wij ons toch maar herinneren, vooreerst aan ons zelf, en vervolgens aan de wereld, dat de poorten van de hel waarmee wij in aanraking komen en die een echo vindt in onszelf, dat deze poorten van de hel verbroken zijn door de onoverwinnelijke kracht van de Verrezene. Geloven wij dit werkelijk ? Geloven wij sterk in de paas-overwinneng van Christus en de roemrijke en actuele kracht van de levende Geest ? Zo is het werk van de Geest die ons gelijkvormig maakt aan Christus, die ons de liefde en het medelijden van de Vader openbaart. Door Christus en de H.Geest gaan wij naar de vader. Of zoals een russische filosoof het eens zei, ‘Ons sociaal programma, is de Heilige Geest’. Hij is volledig aan het werk in de wereld en doorheen ieder van ons. En terugkerend naar de titel van deze uiteenzetting, moeten wij misschien niet wat minder denken aan de Orthodoxie en wat meer aan het Evangelie en de Verrijzenis, moeten wij ons niet wat minder verheerlijken en ons gaan beroepen op de ‘oosterse’ rijkdommen , die maar al te dikwijls ‘slapend’ en ‘ondoeltreffend’ zijn. Vooral moeten wij getuigen zijn van Hem die gekomen is, niet om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven voor het heil van de wereld.

Vertaling : Kris B.

De Heilige Johannes Climacos(vierde zondag van de vasten)

   


  cooltext84756826

                       

Feestdag op 30 maart Gedachtenis op de IV de zondag van de grote vasten


Johannes Climakos (verkleind)

“De stroom van uw tranen heeft de onvruchtbare woestijn doen bloeien, en door uw zichten uit de diepte heeft uw arbeid honderdvoudig vrucht gedragen. Zo zijt gij, onze heilige Vader Johannes, een ster geworden, die heel de wereld verlicht door uw wonderen. Bid tot Christus, onze God, om onze zielen teredden” (troparion in toon 8)

Zijn leven  

Men kan het leven van de heilige Johannes van de ladder een lofzang noemen. We kunnen hem typeren als een man van gebed en beschouwing. “Want Johannes was genaderd tot de geheime berg waartoe de niet-ingewijden geen toegang hebben, en opgevoed in de stadia van het geestelijke leven, had hij het visioen (van God) en de door Hem geschreven wet ontvangen.” Hij is een soort nieuw gemanifesteerde Mozes. Men weet weinig over zijn leven. Alles wijst er op dat hij gestorven is in het midden van de VIIde eeuw. Hij kwam zeer jong toe in de Sinaï en bleef er gans zijn leven. Hij was er gedurende vele jaren in de leer bij een geestelijke vader. Na diens dood leefde Johannes als kluizenaar in een niet zo verafgelegen maar wel eenzame grot. Hij was reeds hoog bejaard toen hij tot higoumen van het klooster werd verkozen. Hij was dit voor korte tijd en keerde terug naar het kluizenaarsleven(2)

De Ladder van de heilige Johannes Climacos  

Toen hij kloosteroverste was schreef hij zijn Ladder, “een boek dat genoemd wordt: de tafels van de spirituele weg”, “voor de opbouw van de nieuwe Israëlieten, te weten de nieuwkomers die het spirituele Egypte en de oceaan van het bestaan hadden verlaten”. Het is een systematische beschrijving van de normale monastieke weg, volgens de stadia van de spirituele volmaaktheid.
Fundamenteel hierin is precies het systeem: de idee van een logische en regelmatige voortgang in de ascetische strijd. De Ladder is geschreven in een eenvoudige, bijna volkse taal. De auteur houdt van vergelijkingen aan het dagelijkse leven ontleend, hij houdt van spreuken en gezegden. Hij schrijft zijn persoonlijke ervaring neer. Toch blijft hij steeds steunen op de traditie, op het
onderricht van de “door God geïnspireerde vaders”. Hij refereert naar de vaders uit Kappadocië, naar Nilus en Evagrius, naar de Apoftegmata en naar een Cassianus en een Gregorius de Grote in het Westen. De Ladder eindigt met een “Brief aan de herder” waar Johannes het heeft over de plichten van de kloosteroverste.

De Ladder is het te lezen boek bij uitstek en dit niet enkel in de kloosters. Het bewijs is het grote aantal kopijen in oost en in west.
Het plan van het boek is zeer eenvoudig. Het is bepaald door de logica van het hart, eerder dan door de logica van de geest (verstand). De praktische raadgevingen worden gestaafd door de psychologische analyse. Elke vereiste moet worden uitgelegd. Dit betekent dat hij die de ascese beoefent duidelijk moet weten waarom deze of gene vereiste hem aangereikt wordt en waarom dat in deze logische volgorde gebeurt. Vergeten we niet dat Johannes speciaal voor monniken schrijft en dat hij steeds de levensomstandigheden in de kloosters voor ogen heeft.

De eerste vereiste van het monachisme is te verzaken aan al wat van de wereld is. Het verzaken (aan de wereld) is slechts mogelijk door de vrijheid, de vrije wil, en deze vrijheid is de essentiële waardigheid van de mens. De zonde bestaat erin God vrijwillig af te wijzen of van zich van Hem te verwijderen. Deze ontkenning van het leven, dat is de vrijwillige dood, een soort van ingestemde zelfmoord.

De ascetische strijd bestaat erin zich tot God te keren in alle vrijheid en met heel zijn wil, bestaat erin Christus te volgen en na te volgen. Het is dus anders gezegd steeds zijn wil richten en zich naar God keren.

Het hoogtepunt van de ascese wordt beleefd in het monachisme. “De monnik is een permanent geweld aan de natuur aangedaan en het onophoudelijk bewaken van de zinnen. Het verzaken aan de wereld moet totaal en absoluut zijn: “het verwerpen van de natuur om de goederen te ontvangen die hoger zijn dan de natuur“. Dit is een zeer belangrijke tegenstelling: het “natuurlijke” wordt doorbroken ten voordele van het boven-natuurlijke en is niet vervangen door het tegen-natuurlijke. De opdracht van de ascetische strijd bestaat erin de natuurlijke vrijheid te sublimeren (op te tillen), maar dit betekent niet het bevechten van haar authentieke wetmatigheden. Het is daarom dat alleen de ware motivaties en het waarachtige doel het verzaken (aan de wereld) en de ascetische strijd rechtvaardigen.

De ascese is een middel, niet het doel. En de ascetische strijd bereikt slechts zijn volmaaktheid wanneer Jezus Zelf komt en de steen van de deur van het verharde hart komt wegrollen. Zoniet is de ascese steriel en ijdel.

De opdracht ligt niet in het verzaken zelf, maar in die vereniging met God die slechts realiseerbaar is doorheen een authentiek verzaken, te weten het vrij-komen van de wereld, Het vrij-komen van de hartstochten en neigingen, van de gehechtheden en de aantrekking van de wereld teneinde de apatheia te vinden en te verwerven. In de ascetische strijd zelf is de motor van het proces het belangrijkste: i.e. de liefde voor God en de bewuste keuze. Voor het overige kan zelfs de onvrijwillige strijd vruchtbaar zijn: verzaken naargelang de omstandigheden (het vragen). Ook als men (tot verzaken) gedwongen wordt, want de ziel kan ook plotseling ontwaken. “En welk is de wijze en trouwe monnik, die de vurigheid tot aan
het einde van zijn leven heeft bewaard zonder deze uit te doven, en die, tot op het einde van zijn leven, elke dag onophoudelijk dit vuur in het vuur aanwakkert, deze vurigheid in de vurigheid, deze ijver in de ijver en dit verlangen in het verlangen?”. Het is met andere woorden niet zozeer het los staan ten opzichte van de wereld, dan wel het brandende verlangen om naar God uit te gaan, dat van belang is. Het verzaken bereikt zijn volmaaktheid in het spirituele omzwerven. De wereld moet vreemd worden en vreemd voorkomen. “Het (geestelijk) omzwerven bestaat erin alles achter zich te laten, zonder erop terug te komen, wat, in het vaderland, ons tegenwerkt in onze inspanning voor de vroomheid.” Het is de weg naar het zo verlangde goddelijke. En het feit van zich tot vreemdeling te maken is enkel te rechtvaardigen om “de eigen gedachte onafscheidbaar te maken van God”. Anders zou de pelgrimstocht naar God een ijdele omzwerving zijn zonder doel.
 

Het (geestelijk) omzwerven moet zich niet voeden met de haat voor de wereld en voor diegenen die in de wereld blijven maar enkel met de oprechte liefde voor God. Werkelijk, deze liefde is exclusief en dooft zelf de liefde voor de ouders. En het verzaken moet onvoorwaardelijk zijn: “Trek weg uit uw land, uw ras en het huis van uw vader” (Genesis XII,1). Maar, deze “haat” voor wat in de wereld achtergelaten is, is een “haat zonder hartstocht”. Het monachisme is een  uittocht uit het “vaderland”. Dit is uit de sociale omgeving waarin ieder zich bevindt uit hoofde van zijn geboorte. Het monachisme is de verleidingen en geneugten vluchten. Men moet een nieuw milieu creëren en gunstige omstandigheden voor de ascese: “Dat uw vader diegene is die metu kan en wil zwoegen om de zware last van uw zonden te dragen”. Deze nieuwe levensorde komt tot stand in alle vrijheid. Niettemin is het belangrijk eens te meer te verzaken: nu aan de eigen wil, maar niet aan zijn vrijheid. Het gaat hier over het stadium van de gehoorzaamheid.  

Gehoorzamen is niet de vrijheid verstikken, maar de wil transfigureren, zijn neiging voor hartstochten in de wil zelf overstijgen. “De gehoorzaamheid is het graf van de eigen wil en de opstanding van de nederigheid”. Het is “een leven vreemd aan de nieuwsgierigheid” of “een daad die niet beproefd wordt”. (…) De
gehoorzaamheid wordt gerechtvaardigd door het geloof in en de hoop op de hulp van God. De onwankelbare hoop is de poort die leidt tot de passieloosheid. (…) De gehoorzaamheid is een anticipatie van de waarachtige apatheia. “De gehoorzame, als een dode, weerspreekt niet en argumenteert niet, noch ten aanzien van wat goed is, evenmin ten aanzien van wat slecht lijkt”. (…)

De innerlijke strijd gaat via het berouw. Of juister gezegd: het berouw of de droefheid over de zonden is het eigenlijke (spirituele) element dat de ascese mogelijk maakt. Het berouw is verbonden met de gedachtenis van de dood. Het gaat hier over de spirituele anticipatie van de dood en in zekere zin al een “dagelijkse dood”. De waarachtige “gedachtenis van de dood” is slechts mogelijk door de totale afwezigheid van hartstochten en het volmaakte verzaken aan de (eigen-) wil. Er is geen vrees in deze gedachte. En dit is een gave van God.

De volgende stap zijn de tranen en de tranen van vreugde. “Het berouw is de vernieuwing van het doopsel” en de tranen zijn meer dan het doopsel. “De bron van de tranen na het doopsel is meer dan het doopsel”, hoe paradoxaal dit ook moge zijn. Want de tranen zuiveren onophoudelijk de zonden die begaan worden. Er zijn tranen van vrees en tranen die de barmhartigheid afsmeken; en er zijn ook de tranen van liefde, die getuigen dat het gebed werd verhoord. “Wij zullen niet beschuldigd worden, mijn broeders, omdat wij geen wonderen hebben verricht, niet omdat wij geen theologie hebben bedreven, niet omdat wij geen visioenen hebben gehad. Maar zonder enige twijfel zullen wij rekenschap moeten geven aan God omdat wij niet zonder ophouden onze zonden hebben beweend”.

“Gij waart een bewoner van de woestijn en hebt daar geleefd
als een Engel in het vlees. Wonderbaar hebt gij allen bijgestaan,
 
heilige Goddragende Vader Johannes: door uw vasten, uw waken en uw gebed hebt gij de hemelse genadegaven ontvangen. Gij geneest de zieken en de zielen van hen die gelovig tot u komen. Ere zij Hem, Die u kracht heeft geschonken, ere zij Hem Die u gekroond heeft; ere zij Hem, Die door u aan allen genezing schenkt” (Troparion in toon 1)

De apatheia, het doel van de ascese  

Het doel van de innerlijke ascetische strijd is de apatheia te verwerven, de afwezigheid van hartstochten. De innerlijke opdracht om dit op gang te brengen herleidt zich tot het onophoudelijk doven van de hartstochten. Het is noodzakelijk erop gericht te zijn en erin te slagen om, in zichzelf, de beweging en het ontwaken van de hartstochten een halt toe te roepen.

Voor alles moeten we de neigingen tot toorn (woede) overstijgen, dit “onweer van het hart”; we moeten de afwezigheid van toorn verwerven, de zachtmoedigheid, de vrede en de stilte. Voor de heilige Johannes Climacos, is de toorn gebonden aan de eigenliefde. Daarom definieert hij de afwezigheid van toorn als “het onlesbare verlangen naar vernederingen” en de zachtmoedigheid als “een onwrikbare gesteldheid van de ziel die gelijk blijft aan zichzelf in de eer en de oneer”. Nog hoger (op de ladder) staat de volmaakte afwezigheid van wrok, naar het beeld van de zachtmoedigheid van Jezus. Men moet er zich totaal van onthouden te oordelen. “Voor hen die zondigen, bid in het geheim: deze vorm van liefde is God aangenaam”. Oordelen en veroordelen passen niet bij diegenen die zich berouwen. “Oordelen betekent zich op hoogmoedige wijze de rang van God eigen maken”. Want de mens kan niet alles kennen, en zonder alles te kennen gaat men vluchtig oordelen. “Zelfs als gij met uw eigen ogen iemand ziet die zondigt, oordeel hem niet. Want vaak gaan zelfs de ogen bedriegen”.

De heilige Johannes Climacos spreekt vaak over hoe men de zinnelijke begeerten kan overwinnen en de zuiverheid kan bereiken. De bron van de zuiverheid is in het hart. De zuiverheid overstijgt de menselijke krachten, zij is een gave van God, zelfs indien zij bekomen wordt door de ascese.

De liefde voor het geld wordt overwonnen door de bezitloosheid, wanneer wij “alle aardse zorgen terzijde stellen”. Het is een vorm van afwezigheid van de zorgen voor het aardse,afwezigheid van droefheid, en dit omwille van het geloof en de hoop.

Nog gevaarlijker is de verleiding van de hoogmoed, want de hoogmoedige wordt verleid, zelfs zonder (de verleiding van) de duivel, en hij is voor zichzelf een demon en vijand geworden. De hoogmoed wordt overwonnen door de nederigheid. De nederigheid laat zich niet met woorden omschrijven, het i
s een vorm van “onzegbare genade van de ziel” die men slechts verwerft in de eigen ervaring. We kunnen de nederigheid slechts leren bij Christus: “Leer niet van de engel, noch van de mens, noch van een boek, maar van mij, omdat ik in u woon en omdat ik u heb verlicht en omdat ik in u handel, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (cf. Mat. XI,29). In zekere zin is, voor diegenen die de ascese beoefenen, de nederigheid een vorm van blindheid met betrekking tot hun eigen deugden: “de goddelijke bescherming die ons niet toelaat onze eigen vooruitgang te zien”. In de ontwikkeling van de hartstocht, onderscheidt de heilige Johannes van de Ladder de volgende stappen. Vooreerst is er de suggestie (het voorspiegelen) of de aanval, een bepaald beeld of gedachte, “de toestroom (flux) van gedachten”. Er is nog geen zonde, want de wil neemt geen deel. “De wil treedt naar voren in de verbinding (die hij aangaat), een soort van onderhoud(gesprek, dialoog) met het beeld dat zich heeft aangediend”. En in deze interesse of deze aandacht (voor het zich aandienende beeld of gedachte) zit het begin van de zonde. Het engagement van de wil (in dit gebeuren)is echter veel belangrijker, “het instemmen van de ziel met de gedachte die zich aandient, en dit, geassocieerd met het plezier dat men erin vindt”. Later verwortelt de gedachte (de verleidende gedachte of het beeld) zich in de ziel: dit is de trede (van de Ladder) van de gevangenneming, een soort van in bezit name van het hart van het hart. Tenslotte ontstaat een terugkerende gewoonte: dit is de hartstocht in de letterlijke zin van het woord. We zien dus dat de wortel van de hartstochten eerst en vooral gelegen is in het laten varen van de wil, en ten tweede in de aanval van de verleiding doorheen de gedachte, onder de vorm van een overweging of een gedachte.

De taak van de ascese is dus dubbel. Enerzijds vereist zij dat de wil versterkt wordt (door het afsnijden van de eigenwil en door de gehoorzaamheid) en anderzijds vereist zij een uitzuivering van de gedachte. De verleiding komt van buitenaf: “van nature bestaan het kwaad en de hartstochten niet in de mens. Want God heeft geen hartstochten geschapen”. Dit wil niet zeggen dat de mens vandaag nog zuiver is. Maar hij is zuiver door de kracht van het doopsel, en hij valt opnieuw door zijn wil, maar hij zuivert zich (opnieuw en telkens weer) door het berouw en de ascese. In de natuur zelf is er een kracht gegeven, een mogelijkheid om het goede te doen. Nu de zonde is tegen de natuur. De zonde is  een perversie van de natuurlijke mogelijkheden. De taak van de mens echter bestaat er niet alleen in om de natuurlijke maat te vervullen, maar om deze te overstijgen, opdat hij zich verheft boven de natuur. Zo zijn de zuiverheid, de nederigheid, het waken, en het voortdurende berouw van het hart.

Daarom is er een synergie nodig van de vrij aangegane ascetische strijd en de Goddelijke gaven, die de mens verheffen boven de beperkingen van de natuur. Het gevecht tegen de zonde en de verleiding moet zo vroeg mogelijk beginnen, vooraleer de verleiding verhardt tot hartstocht. Maar zeldzaam zijn zij die hierin niet te laat komen. Daarom is de ascese zo moeilijk is en zo lang en op deze weg zijn er geen binnenwegen. Meer nog, de weg zelf is ook zonder einde. De liefde van God kent geen einde of (met andere woorden) het eindpunt zelf is eindeloos: “de liefde houdt niet op”. “En ook wij zullen nooit ophouden erin te groeien, noch in deze eeuw, noch in de komende eeuw. In het licht zullen wij altijd een nieuw geestelijk licht ontvangen. Ik zou zeggen dat ook de engelen, deze onlichamelijke wezens, niet zonder vooruitgang blijven, maar dat zij altijd glorie op glorie en inzicht op inzicht zullen ontvangen”.

Het eindpunt van de ascese  

Het eindpunt van de ascese ligt in de heilige stilte (), in de stilte van het lichaam en de ziel. “De stilte van het lichaam is de goede orde en harmonie van de gewoonten en de lichamelijke gevoelens. De stilte van de ziel is de goede orde van de gedachten die opkomen in de geest, en een gedachte die zich niet laat inpalmen”. Anders gezegd, (de stilte is) de innerlijke en dus ook de uiterlijke harmonie en vrede, de coherentie en de harmonie van het leven. De stilte is de waaktoestand van de ziel: “ik slaap maar mijn hart waakt” (Hooglied V,2). En deze innerlijke stilte is veel belangrijker dan alleen de uiterlijke stilte. Deze strikte waakzaamheid van het hart is belangrijk. De ware stilte is “de geest die niet beroerd wordt”. Het gaat hier over “de waakzaamheid van het hart” en “de waakzaamheid van de geest”.

De kracht van de stilte ligt in het onophoudelijke gebed (dat zich niet laat verstrooien): “de stilte is de voortdurende dienst aan God en het feit van in Zijn aanwezigheid te staan”. Of nog, de stilte overstijgt de menselijke krachten. Ook het gebed moet zich in de aanwezigheid van God volbracht worden, en zich vervolgens met Hem verenigen. Of anders gezegd, in waarheid voor God staan, dat is bidden. In de verscheiden wijzen van bidden, moet men eerst en vooral dankzeggen, zich dan zondig erkennen voor Hem, tenslotte vragen. Het gebed moet altijd eenvoudig zijn en uit weinig woorden bestaan. Het hoogste gebed bestaat uit de éen-woord-aanroeping van de naam van Jezus. Het gebed moet eerder gelijken op het eenvoudige en herhaaldelijke gebrabbel van het kind dan op een intelligente en gekunstelde redevoering. De vloed aan woorden in het gebed verstrooit en brengt de dromerij binnen in de geest. En als er iets gevaarlijk is in het gebed, dan is de “sentimentele dromerij”. De gedachte moet altijd beteugeld worden en opgesloten worden in de woorden. Alle “gedachten” en “beelden” (fantasieën) moeten met waakzaamheid afgesneden worden. Men moet zijn geest concentreren. “Want indien hij doolt zonder remming, dan zal hij nooit met U vertoeven”. Het gebed is een rechtlijnig gericht zijn op God, het gebed is vreemdeling zijn ten aanzien van de zichtbare en de onzichtbare wereld”. Tot volmaaktheid gekomen, wordt het gebed een geestelijke gave, een soort van neerdaling van de Geest, handelend in het hart. Dan bidt de Geest in diegene die deze staat van gebed heeft bereikt. Dan vallen gebed en stilte in zekere zin samen. En deze zelfde geestelijke toestand kan als apatheia omschreven worden. Want ook de apatheia is eveneens gericht op God, en zij geeft zich vrijwillig over aan Hem. “Sommigen zeggen nog dat de apatheia de verrijzenis van de ziel is vór de verrijzenis van het lichaam”. Voor de rest wordt het lichaam zelf, bij het bereiken van de apatheia, onbederfelijk. Dit is wat men verstaat onder het verwerven van de geest van de Heer (cf.1 Cor.II,16). “In de ziel weerklinkt de onzegbare stem van God zelf, waarbij Hij zijn wil bekend maakt, en dit is al hoger dan elk menselijk onderricht”. Het is voor deze werkelijkheid dat de dorst voor de onsterfelijke schoonheid ontvlamt. “Hij die de stilte heeft bereikt, die heeft de diepte van de mysteries gekend”. De heilige Johannes Climacos aanschouwt de dynamische spanning naar de geestelijke wereld en wordt deze gewaar. In de wereld der engelen is er ook een spanning naar de hoogte der serafijnen. De ascetische strijd van de mens omvat ook de hunkering naar de hoogten der engelen en naar de “levenswijze van de geestelijke machten”. De apatheia is het eindpunt én de gegeven opdracht. Allen bereiken dit eindpunt niet, maar zij die het niet hebben bereikt kunnen even goed aan hun verlossing werken. Want het belangrijkste is er naar te verlangen. De drijvende kracht van de ascese is de liefde. De volheid van de ascese bestaat in het verwerven van de liefde. In de liefde zi
jn er gradaties die wij niet volledig kunnen kennen, want Liefde is de Naam van God zelf. Daarom is het dat, in haar volheid, de liefde onuitsprekelijk is. “Het woord over de liefde is door de engelen gekend, maar
ook voor hen, in de mate van hun verlichting”. De apatheia en de liefde zijn verschillende namen van de ene volmaaktheid. De liefde is tegelijk de weg en het eindpunt. “Gij hebt mijn ziel verwond en mijn hart verdraagt Uw vlam niet. Ik ga mijn weg terwijl ik U bezing”. In de fragmentarische en sobere aforismen (spreuken) van de heilige Johannes Climacos over de liefde, voelen wij hoe dicht dit aanleunt bij de mystiek van het Corpus Areopagiticum. (cf. de betrokkenheid tussen de menselijke wereld en die van de engelen). Bijzonder is dat de heilige Johannes Climacos minder spreekt over de superieure stadia en etappes en hierin zo karig wordt met zijn woorden. Hij schrijft voor de beginnelingen en de gevorderden. De volmaakten hebben geen adviezen en geen menselijke gids meer nodig. Zij bezitten reeds de innerlijke zekerheid en evidentie. Bovendien verliezen in de superieure stadia de woorden zelf hun kracht en voldoen ze niet meer. Deze stadia zijn nauwelijks te beschrijven. Het is reeds de hemel op aarde, die opengaat in de ziel. Het is de woning van God zelf in de ziel. Icoon uit het Sinaïklooster : 12e eeuw “Het gebed van hij die werkelijk bidt is het gericht, het oordeel en de troon van de Rechter voor het Laatste Oordeel”. Of nog: het is het anticiperen van de toekomst. “En deze gelukzalige ziel draagt in zich het altijd aanwezige Woord. Dit Woord is het dat hem inwijdt in de mysteries van God, hem onderricht en verlicht”. Hier bevindt zich de top van de ladder die zich verbergt in de hemelse hoogten. Russische Icoon : 17e eeuw “Als een leidende ster die niet kan dwalen heeft de Heer u hoog aan het firmament der onthouding geplaatst, om uw licht te doen schijnen tot aan de einden der wereld, onze Leraar en Vader Johannes” (kondakion in toon 4)

Schematisch presenteert Bisschop Kallistos (Timothy Ware) de dertig trappen als volgt:  

1. verzaking 2. onthechting 3. vreemdelingschap4.gehoorzaamheid 5. boete 6. gedachte aan de dood 7. rouwmoedigheid 8. toorn 9. wrok 10. kwaadsprekerij 11.veelpraterij 12. leugen 13. lusteloosheid 14. gulzigheid 15. onkuisheid 16-17. geldzucht 18-20. gevoelloosheid 21. ijdelheid 22. hoogmoed 23. godslastering 24. eenvoud 25. nederigheid 26. onderscheiding 27. stilheid 28. gebed 29. hartstochtloosheid 30. liefde.

VOETNOTEN :
(1).uit “les pères byzantins du Vème au VIIIème siècles, les pères ascètes” cours de l’institut de théologie orthodoxe Saint-Serge de Paris, 1997, traduit du russe par Françoise Lhoest. Vader Georges Florovski, geboren in Odessa in 1893, was assistent professor aan de universiteit van Odessa in 1919. Na Rusland te hebben verlaten onderwees hij filosofie in Praag van 1922 tot 1926. Toen werd hij uitgenodigd tot een leerstoel van patrologie aan het theologische instituut Saint-Serge te Parijs. In 1948 kwam v. Florovski aan in de Verenigde Staten. Hij was er professor en dekaan van Saint Vladimir’s theological school tot in 1955, terwijl hij ook onderwees als adjunct professor aan de Columbia University en Union Theological Seminary. Van 1956 tot 1964 hield hij de leerstoel van Oosterse Kerkgeschiedenis aan de Harvard University. Sinds 1964 tot 1972 onderwees hij Slavische studies en geschiedenis aan de Princeton University. Hij overleed in 1979.

(2)Voor een volledige biografie en analyse van het werk en vertaling van `de Ladder’ zie “Johannes Climacus, de Geestelijke Ladder” in Monastieke cahiers nr. 50 door Drs. Paul Gillis, uitgaven Abdij Bethlehem, B-2820 Bonheiden,
2002.

Vader Dominique

De Heilige Isaac de Syriër

 

 


 

                            “DE LIEFDE REGELT ALLES”

         DE HEILIGE ISAAK DE SYRIER _ 4E EEUW 

                       

isaac_le_syrien


                           

Eerste Hoofdstuk                     
God, het   universum en  de mensen

II/5, 18
De wereld is vermengd met God.En de schepping en de schepper zijn één geworden. God, zoals Isaac hem verstaat, is voor alles overvloediger dan de oceaan (II,3, 72), een liefde zonder maat en zonder grenzen. De goddelijke liefde gaat alle menselijk begrip te boven en overtreft elke beschrijving door het woord. Ze wordt tegelijkertijd weerspiegeld in de activiteit van God met betrekking tot de geschapen wereld en met betrekking tot de mensen: Van al zijn werken is er niet één dat niet geheel en al werk is van barmhartigheid, van liefde en mededogen. Zie, dàt is het begin en het eindpunt van heel zijn handelen met betrekking tot ons.

(II,39,22)De schepping van de wereld en het komen van God op de aarde in een menselijk lichaam (vlees) hadden beide slechts één en hetzelfde oogmerk: aan de wereld zijn onbegrensde liefde openbaren. (II,3, 6, 79) Het motief voor het bestaan van de wereld en het motief voor de komst van Christus in de wereld zijn identiek: de manifestatie van de grote liefde van God die beide in beweging bracht opdat zij zouden bestaan. De spiegel (waarin wij) de liefdekracht van God kunnen zien is de komst van Christus in de wereld. De spiegel voor de liefde van Christus zijn de verschillende vormen van zijn vernedering. 
 
     

II, 38, 1-2 O diepte van de rijkdommen, o verheven geest en wijsheid van God! Welke goedheid vol mededogen, welke overvloed aan welbehagen, behoren de Schepper! Hoe (verheven) was niet zijn oogmerk en hoe (overvloedig) was niet zijn liefde als Hij die deze wereld schiep en tot het bestaan voerde! Welk mysterie had Hij niet op het oog als de schepping tot bestaan kwam! Het is uit liefde dat Hij de wereld tot het bestaan voerde, uit liefde dat Hij haar zal leiden naar die wonderbare omvorming, en het is uit liefde dat de wereld zal opgeslokt worden in het grote mysterie van Hem die de bewerker is van dit alles. Het is uiteindelijk de liefde die alles regelt in de schepping. 

II/10,24Het is Hij die, wonend in het licht van zijn natuur, heeft gewild dat de hele schepping tot de donkere wolk van zijn eeuwige glorie nadert. Het is Hij die de kroon van zijn eeuwigheid heeft gegeven aan de schepping, uit zijn handen voortgekomen…. Het is Hij die aan de oorsprong ligt van de volheid, volheid die Hij beslist heeft te delen in de eeuwigheid van zijn Koninkrijk. Het is Hij die het zijn is en de Heer, verhoogd boven elk secundair begrip, en zijn wil is de bron van de natuur. Van Hem vloeien uit, als van een bron, de werelden, de geschapen dingen en de naturen, zonder getal en zonder grenzen. …..Wat men van God kan gewaarworden en kan kennen is datgene wat Hij in zijn liefde op zich heeft genomen ten onzer gunste. 

II/ 38,5Bij de Schepper is er geen verandering, nog eerdere of latere bedoelingen ( die Hij zou hebben): er is haat noch ergernis in zijn natuur, noch grotere noch kleinere plaats in zijn liefde. Er is noch vooraf, noch erna in zijn kennis. Want
  als allen geloven dat de schepping is beginnen te bestaan als een gevolg van degoedheid en de liefde van de Schepper, dan weten we dat, in de natuur van de Schepper, dit eerste motief niet vermindert en evenmin zich wijzigt. 

I/51 (244) = Touraille 58 (312); PR 50 (345)Zoals een zaadkorrel geen gewicht van betekenis heeft tegenover een grote hoeveelheid goud, zo heeft het gebruik dat God maakt van zijn rechtvaardigheid geen gewicht van betekenis tegenover zijn barmhartigheid. De zonden van het vlees zijn als een handvol zand dat men in zee werpt als men ze vergelijkt met de geest van God. En zoals een handvol stof een fel stuwende bron niet kan hinderen, zo evenmin wordt de barmhartigheid van God gestuit door de ondeugden van zijn schepselen. 
 

I/71 (344-345) = Touraille 81 (395); PR 74 (507-508)En wat is dat een erbarmend hart? Dat is een hart dat brandt voor heel de schepping, voor de mensen, voor de vogels, de dieren, de boze geesten en voor al wat geschapen is. Als hij aan dezen denkt, storten de ogen van een barmhartig mens overvloedige tranen. Dank zij het machtige en hevige erbarmen dat zijn hart aangrijpt, en dank zij zijn groot medelijden, wordt zijn hart vernederd en kan hij het horen of zien van de minste wonde of pijn in de schepping niet verdragen. Het is daarom dat hij zonder ophouden gebeden en tranen aanbiedt, zelfs voor de dieren zonder verstand, voor de vijanden van de waarheid en voor hen die hem benadelen, opdat zij zouden beschermd zijn en barmhartigheid verkrijgen. Evenzo bidt hij zelfs voor de slangen, ter wille van het grote medelijden dat mateloos brandt in zijn hart, naar het beeld van God. 

II/ 5, 22-23O Christus ,bekleed met licht als met een mantel (Ps 104(103),2), die ter wille van mij, uzelf voor Pilatus zag gesteld, bekleed mij met de kracht die de heiligen heeft overschaduwd, en die, dank zij (deze kracht),deze wereld van strijd hebben overwonnen. Moge uw godheid, Heer, behagen stellen in mij en mij geleiden boven de wereld uit om met u te zijn, O Christus. De cherubijnen met de talrijke ogen zijn niet bij machte U aan te kijken door de heerlijkheid van uw Aanschijn, ook niet als uw gelaat ter wille van uw liefde werd bespuwd. Neem de schaamte weg van mijn gelaat en verleen dat het ongesluierd voor u mag toeven, op het uur van het gebed.  

Tweede Hoofdstuk
De weg van de eenzame of hij die alleen leeft in een cel

II/ 6, 76Wil je de mens van God kennen?Je zal hem herkennen aan zijn voortdurend stilzwijgen,aan zijn tranen en aan het feit dat hij voortdurend acht slaat op zichzelf.  

I/ 64 (314) =Touraille 34 (213°; PR 65 (457)Houd van alle mensen, maar hou je ver van allen. ….Weinig overtuigd en zeldzaam zijn zij die begrijpen dat wij, die in de eenzaamheid leven, ons niet opsluiten achter een deur, binnenskamers, om de deugd te beoefenen, maar, integendeel, om zelfs aan de deugd te sterven. 

I/64 (310-311) = Toraille 34 (213); PR 65 (450-452)Houd van de stilte, want zij brengt je dicht bij een vrucht die de tong niet kan uitdrukken. Laten we ons dwingen tot stilte, en vanuit deze stilte zal iets ontluiken dat naar de (eigenlijke) stilte zelf zal leiden. 

I/65 (321) = Touraille, Lettres, 3 (461); PR 66 (470)De stilte is het mysterie van de toekomstige eeuwen, maar de woorden zijn de instrumenten van deze wereld.….Zie dat is het voordeel dat ik uit de rust (quiétude) haal: als ik de plaats waar ik verblijf houd verlaat, is mijn geest ledig (vrij) van elke voorbereiding op een strijd. Hij legt zich toe op een hogere activiteit. 

II/ 3, 4, 75Weet dat een kort leven, in gerechtigheid en volgens het verlangen van God,  beter is dan talloze dagen doorgebracht die zijn toorn uitlokken. 
 
Derde  Hoofdstuk
De beproevingen op de weg van God 

I, 42 (209) = Touraille 46 (261); PR 39 (298)God verleent geen grote gaven zonder grote beproevingen. II/ 33, 3Ik heb deze dingen vaak ervaren, en wat ik erin heb ontdekt komt overeen met wat ik er hier zojuist over gezegd heb, bij wijze van herinnering en ter
wille van de broederlijke liefde, want talrijk zijn zij die voordeel halen uit deze ervaringen.

 I/ 42 (208) = Touraille 46 (260); PR 39 (298)Moge, zolang je onderweg bent op de weg van de stad van het Koninkrijk en je de stad van God nadert de heftigheid van de bekoringen die je tegenkomt een teken voor je zijn. Hoe dichter je komt, en hoe meer je vordert, hoe talrijker (de bekoringen) zullen zijn die je aanvallen. Daarom, van zodra je fellere bekoringen gewaar wordt op je weg, weet dan dat je ziel, op geheime wijze, een hoger niveau begint binnen te gaan, en dat er een genade wordt toegevoegd aan de staat waarin jij je bevond. Want God leidt de ziel tot de juiste verhouding van de genadevolle beloning die hij verleent binnen, doorheen de smart van de beproevingen. 
 
 I/ 42 (211) = Touraille 46 (263-264); PR 39 (302)
Als je me zou vragen waar de oorzaak ervan (van de beproevingen) is, zal ik je antwoorden dat ze in jou ligt. Omdat je de moeite niet hebt genomen om hun medicijn te vinden. Het medicijn dat is … de nederigheid van hart. 

I/ 50 (241) = Touraille 57 (308); PR 48 (339)Zij die door de golven van dit uur geteisterd worden, kennen uit ervaring de verandering die zal volgen als dit moment een einde neemt. God laat de ziel   niet in een dergelijke staat, zelfs niet voor de duur van een dag. Zonder dit (= deze ervaring van verandering die op de beproeving volgt) zou de ziel, vervreemd van elke duidelijke hoop, er toe komen zichzelf te gronde te richten. Snel zal God haar een uitweg verschaffen. 

II/ 3, 2, 23Zolang de nederigheid in de mens blijft, zal er geen verlatenheid zijn vanwege God, in geen enkele bekoring die het lichaam of het geweten beproeft, in geen van de hartstochten of tegenwerkingen, lichamelijk of op het niveau van de ziel. II/ 3, 1, 34Een verduisterde ziel is een tweede hel, maar een verlichte geest is de gezel van de serafijnen. 
 

Vierde Hoofdstuk
De nederigheid 

I/ 77 381 = Touraille 20 (137); PR 82 (575)De nederigheid is het kleed van de Godheid. 

I/ 5 (50-51) = Touraille 5 (87-88); PR 5 (77)Zalig hij die zich in alles vernedert, want hij zal in alles worden verhoogd.Want hij die zich vernedert ter wille van God, en die een gering gedacht heeft over zichzelf, wordt door God verheerlijkt. Wie hongert en dorst naar God, hem zal God dronken maken met de wijn waarvan de dronkenschap van hen die hem dronken, nooit verlaat.Wie naakt rondloopt ter wille van God, hem zal God bekleden met een kleed van onvergankelijkheid en glorie.Wie zichzelf arm maakt ter wille van de Heer, zal met ware rijkdom worden getroost.  

 I/ 68 (338) = Touraille 49 (273); PR 72 (499)De nederigheid, ook zonder de ascese, verkrijgt vergiffenis van talrijke schulden, maar zonder de nederigheid brengen de werken geen enkel voordeel. Integendeel. Ze maken grote ellende voor ons klaar. Verkrijg daarom zoals ik juist zei, vergeving van je slechte daden door de nederigheid. Wat het zout is voor het voedsel, dat is de nederigheid voor de deugd, machtig als zij is om tal van zonden te bedekken…; Als wij haar bezitten, zal zij ons tot zonen maken van God, en zelfs zonder goede werken zal zij ons aan Hem aanbieden. Want zonder nederigheid zijn alle werken ijdel: elke deugd en elk goed werk evenzeer. 

I/ 57 (338) = Touraille 37 (224); PR 82 (576-577) … De beloning wordt niet aan het goede werk gegeven, maar aan de nederigheid. Hij die haar (de nederigheid) benadeelt verliest het andere (het werk). 

I/ 71 (349) = Touraille 81 (402); PR 74 (516-517)De nederigheid gaat samen met bescheidenheid en met ingetogenheid, i.e. met de zuiverheid van de zintuigen, met een getemperde stem, met schaarse woorden, met de verachting van zichzelf, met sobere kleding, met een bescheiden levenswandel, met de blik naar de aarde, met overvloedig erbarmen, met tranen die gemakkelijk vloeien, met een eenzame ziel, met een vermorzeld hart, met een onvermogen om zichzelf in verwarring te brengen door woede, met zintuigen die geen verstrooiing meebrengen, met schamele bezittingen, met matigheid in de (inlossing van) de behoeften, met volharding, met geduld, met angstloosheid, met een moedig hart, dank zij de verachting ten aanzien van het huidige leven, met een geduldig dragen van de beproevingen, met overwogen gedachten en niet met lichtzinnige (gedachten), met een afwezigheid van slechte gedachten, met het bewaren van het mysterie, met bescheidenheid, met respect, en voor alles met de volgehouden rust en met de voortdurende verkondiging van zijn onwetendheid.

 I/ 71 (348-349) = Touraille 81 (400-401); PR 74 (516-517)Een nederig mens vindt er geen enkele vreugde in om samenkomsten te zien, de mengelmoes van de massa, het tumult, het geroep en geschreeuw, de overvloed,   de opsmuk, de luxe, en al wat soberheid mist.Zijn vreugde ligt niet in gesprekken, samenkomsten, lawaai. Niet in de verstrooiing van de zintuigen. Want voor alles houdt hij ervan bij zichzelf te verblijven en zich in te keren, alleen (= eenzaam) te toeven in de rust. Van alle dingen afgescheiden, en zichzelf te bewaken op een stille plaats. Niets betekenen, ontstentenis van goederen, ellende en armoede zijn hem altijd lief. Hij begeeft zich niet in ingewikkelde en wisselende kwesties, maar hij wenst steeds van werk en zorg bevrijd te zijn, om te verhinderen dat zijn gedachten hem wegtrekken uit zichzelf.Om al deze redenen beveiligt de nederige zich steeds voor de veelvuldigheid van de dingen (van de wereld) en zo kan men hem steeds in rust bevinden, vriendelijk, vredevol, bescheiden en vol respect. 

Wanneer wij de liefde bereikt hebben, hebben wij God bereikt en onze reis is ten einde. Wij hebben voet aan wal gezet op het eiland dat buiten de wereld ligt, waar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zich bevinden : Hen zij alle eer en macht. Moge God ons waardig maken Hem te vrezen en te beminnen.Amen (H.Isaac de Syriër)

    

 

   

Het vastengebed van Efraim de Syriër

 


cooltext82675288
cooltext82675907  cooltext82676006

 

Efrem de Syrier

 


 

Heer en Meester van mijn leven,

Bewaar mij voor de geest van traagheid,

Moedeloosheid, heerszucht en ijdel gepraat.

sierlijn

 Maar schenk mij; uw dienaar,

Een geest van ingetogenheid,

Nederigheid, geduld en liefde.

sierlijn
 

Ja, Heer en Koning,

Doe mij mijn eigen fouten zien

En niet mijn broeder veroordelen,

Want Gij zijt gezegend

In de eeuwen der eeuwen Amen.

sierlijn
 

Heer, reinig mij van mijn zonden.

Heer en Meester van mijn leven


kruis1
laatste avondmaal 486

 

De orthodoxe Kerk staat aan de vooravond van de Grote Vasten als voorbereiding op Pasen (27 april)

 Zondag 9 maart is de laatste zondag van de voorvasten.Na de Goddelijke Liturgie zal de Kerk in een speciale sfeer herschapen worden : men zal er plechtig de vespers van VERGEVINGSZONDAG vieren, wij vragen aan allen vergiffenis voor onze fouten. Dit luidt officieel reeds een overgang in naar de Grote Vasten de zondag daarop. Die zondag eten de Orthodoxen ook geen vlees, omdat wij ons reeds willen aanpassen aan de grote inspanning die zeven dagen later van ons verwacht wordt. 

Troparion van Vergevingszondag

 Een bittere spijze was het die Adam uit het paradijs verdreven heeft : hij weigerde om te vasten volgens het gebod van zijn Heer, en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was, met veel moeite te bewerken, en zijn brood te eten in het zweet zijns aanschijns. Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs, maar dat wij daarin mogen binnentreden. 

Kondakion van Vergevingszondag

 Gids der wijsheid, Schenker van het verstand, Opvoeder der onverstandigen en Beschermer der armen, bevestig en onderricht mijn hart, o Meester. Schenk mij het woord, Gij die het Woord des Vaders zijt, want zie, mijn lippen houden niet op om tot u te roepen : Barmhartige, ontferm U mijner, die gevallen ben.  


PR t.8 – Doet geloften aan de Heer uw God. God wordt gekend in Judea : zijn Naam is groot in Israël. ALL : Het is goed de Heer te belijden ….psalm 216  –  Rom.13,11b-14,4 – Matt. 6,14-21. 


Het Orthodox Pasen valt dit jaar ongeveer één maand later dan het Katholieke Pasen. Hieronder kan je de data zien waarop in de Orthodoxe Ke
rk Pasen valt (waar een sterretje staat, betekent dat het samenvalt met het Westers Paasfeest)

Pasen in de XXIe eeuw
2001  april  15*
2034  april  9*
2067  april 10
2002 mei  5
2035  april  29
2068  april  29
2003  april  27
2036  april 20
2069  april 14*
2004  april 11*
2037  april 5*
2070  mei  4
2005  mei  1e
2038  april  25*
2071  april  19*
2006  april  23
2039  april 17
2072  april 10*
2007  april  8*
2040  mei  6
2073  april 30
2008  april  27
2041  april  21*
2074  april 22
2009 april  19
2042  april  13
2075  april 7*
2010  april  4*
2043  mei  3
2076  april  26
2011  april  24*
2044  april  24
2077  april  18
2012  april  15
2045  april 9*
2078  mei  8
2013  mei 5
2046  april  29
2079  april  23*
2014  april  20*
2047  april 21
2080  april  14
2015  april  12
2048  april  5*
2081  mei  4
2016  mei  1e
2049  april  25
2082  april  19*
2017  april  16*
2050  april  17
2083  april  11
2018  april 8
2051  mei  7
2084  april  30
2019  april 28
2052  april  21*
2085  april  15*
2020  april 19
2053  april  13
2086  april 7
2021  mei  2
2054  mei  3
2087  april  27
2022  april  24
205
5  april  18*
2088  april  18
2023  april  16
2056  april  9
2089  mei  1e
2024  mei  5
2057  april  29
2090  april  23
2025  april 20*
2058  april  14*
2091  april  8*
2026  april 12
2059  mei  4
2092  april  27
2027  mei  2
2060  april  25
2093  april  19
2028  april  16
2061  april  10*
2094  april  11
2029  april  8
2062  april  30
2095  april 24*
2030  april 28
2063  april 22
2096  april 15*
2031  april  13*
2064  april 13
2097  mei  5
2032  mei  2
2065  april  26
2098  april 27
2033  april  24
2066  april 18
2099  april  12*
 
 
2100  mei  1e
opmerking : Het sterretje (*) duidt de dagen aan waarop het Oosters Paasfeest samenvalt met het Westers (katholieke) Paasfeest. In de loop van de XXI e eeuw zal Pasen door alle Christenen samen dertig maal gevierd worden op dezelfde datum. Vanaf 2099 zal het echter 801 jaar duren voordat het Paasfeest nog eens op dezelfde datum valt (in 2900)

    

Orthodox zijn in de Westerse wereld

  


Orthodox zijn (goed!!!)
cooltext81068878
cooltext81068930


 Door Vader Boris BOBRINSKOY         

Deze titel is mij gesuggereerd, maar ik zou het hierbij niet willen laten. Het essentieel probleem blijft kortweg :  Christen te zijn in de wereld. Ik zal op deze vraag van de christelijke of orthodoxe identiteit nog terugkomen. Het is té gemakkelijk om de Oosterse orthodoxie te plaatsen tegenover het Westerse, die men trouwens nog nader moet bepalen : latijns, gereformeerd, a-religieus, niet-confessioneel, geseculariseerd. En wij zouden ons hiertegenover  roemen om onze Orthodoxie, om onze oosterse identiteit ?. Zeker, de orthodoxie heeft een tweeduizend jaar lange geschiedenis van cultuur, heiligheid, van martelaren achter de rug, dit is waar en belangrijk, maar dikwijls is dit maar heel oppervlakkig, eens verworven voor allen. Het is op de eerste plaats de term ‘westers’ die voor mij een probleem vormt. Voor het Christelijke en dus orthodoxe geweten is het waarachtige Oosten niet geografisch, maar vooral spiritueel. De waarachtige zon die in het Oosten opstaat om onze aarde te verlichten en te verwarmen is Christus, Zoon en rechtvaardigheid. ‘Ik ben het ware Licht…Diegene die me volgt gaat niet in de duisternis…en het licht scheen in de duisternis en de duisternis heeft het niet aanvaard’. Het Westen daarentegen zal de plaats zijn waar de zon ondergaat, symbool dus van de duisternis die de aarde bedekt. Welke aarde ? Deze aarde die God geschapen heeft uit liefde, die hij zo heeft liefgehad, dat Hij zijn Zoon heeft gezonden om Hem  aan de krachten van de prins van deze wereld te ontrukken. Wanneer een christen zich richt op Christus, naar het waarachtige Oosten, dan oriëntaliseert hij zich, maar oosters zijn is geen voorrecht van orthodoxen, het is een worden, een roeping van de gehele christen. Wanneer deze zelfde christen zich richt op het Westen, dit wil zeggen op de wereld, gesteld dat hij het licht van Christus weerspiegelt, dan  zal    hij een waarachtige oosterling blijven en aan de wereld de boodschap van liefde en leven overdragen. Maar als hij de boodschap van Christus vergeet, ze relativeert of verloochent, dan zal hij opgaan in de omringende wereld en zich erin isoleren en zich opsluiten in een ghetto of een ivoren toren.Zo betekent christen zijn in de wereld, het Licht van Christus , de Zon uit het Oosten, uitdragen in een Westen dat onze wereldbol omvat. Deze wereld is in de verwachting van de boodschap van het Evangelie, ze is wanhopig zoekende naar haar identiteit, haar eenheid, in een proces van mondialisering en een snelle technische vooruitgang die ons de grenzen van landen en continenten doet overschrijden. Een wereld doordrongen van tegengestelde stromingen, aan een overdreven nationalisme aan welke ook onze orthodoxe kerken niet zijn kunnen ontsnappen, maar ook een wereld  die verdorven is door de secularisatie die zijn eigen rijkdom ontkent of vergeet of verwerpt , maar ook haar christelijke geschiedenis, haar oorsprong en haar uiteindelijk gericht zijn op God. ‘Frankrijk, riep Johannes Paulus II uit, wat heb je gedaan met uw doopsel ?’ Deze zelfde vraag stelt zich aan elk van onze christelijke landen, zowel aan die van het Oosten als van het Westen. De doelstellingen van oosterlingen en westerlingen hebben een lange geschiedenis achter de rug, in het bijzonder in de twee duizend jaar van het Christendom, maar het is niet geloofwaardig, noch mogelijk om ons vandaag de dag onvoorwaardelijk op te sluiten in die categorieën die een te lang en dramatisch proces van wederzijdse vervreemding van de twee polen of longen van de christenheid  heeft teweeg gebracht : Rome, door de universele jurisdictie te bevestigen, en door romeinse bisdommen op te richten op traditioneel orthodoxe grond, inbegrepen Jeruzalem en Constantinopel. Terwijl in de 20e eeuw er een massale migratie van duizenden arabische , griekse of slavische orthodoxen  heeft plaatsgevonden in vreemde landen. Ontworteld, vermoord in hun lichaam en ziel, wezen, maar zoekende hoe zij de spirituele vlam van het geloof kunnen in stand houden. Orthodoxe parochies en bisdommen werden in deze landen van ontvangst opgericht. Voor de 3e en 4e generatie is West Europa of Noord-Amerika geen vreemde aarde meer, maar ons echte vaderland, zelfs al zijn we verdeeld  door onze dubbele identiteit, grieks-orthodox, arabieren, slaven, roemenen, maar zich daadwerkelijk engagerend in het culturele, sociale en politieke leven van het nieuwe vaderland. Het is hier dat ik hulde wil brengen aan, en onze grote erkentelijkheid voor ons vaderland Frankrijk dat voor onze ouders, en voor onszelf een gastland is geworden, gastvrij, waar onze kinderen zijn kunnen opgroeien, studeren, zich geïnstaleerd hebben, zich volledig integreren in de franse cultuur, zonder nochtans afstand te moeten doen van onze taal, cultuur en tradities van onze herkomst.Wij op een gewelddadige manier in deze westerse landen geworpen, wij hebben er de wil van God in herkend om er te wonen, er op te groeien, er te getuigen van ons geloof en de rijkdom van onze religieuze tradities, zonder nochtans te vallen in een primair prosiletisme, maar in respect voor de christelijke geschiedenis van dit land van ontvangst en in de openheid naar de christelijke kerken toe die wij geleerd hebben te kennen en lief te hebben. Wij hebben bij hen niet vermoede schatten van heiligheid en wijsheid gevonden. Zo is de oecumenische dimensie van ons christelijk leven een klaarblijkelijkheid geworden, een gebod om te gehoorzamen aan de Heer zelf. Plaatsen van eredienst zijn als paddestoelen na de regen  uit de grond geschoten, eerst nederige kapellen, daarna kerken. Monastieke gemeenschappen zijn gesticht doorheen gans Europa, jeugdorganisaties zijn opgericht, er is een theologische school opgericht , nu reeds meer dan 80 j
aar geleden, in het hart van Parijs zelf. Zij heeft reeds honderden priesters, bisschoppen, theologen en catechisten gevormd. Ik zal er nog op terugkomen. Na een geschiedenis van 80 jaar, organiseert deze orthodoxe diaspora zich , sluit zich bij elkaar aan, en dit niet zonder pijn , dat is waar, ze structureert zich, vooral rond onze bisschoppen in de Vergadering van Orthodoxe Bisschoppen in Frankrijk.. Deze Vergadering is erkend door de franse staat en verleent haar toegang tot de instanties van de regering. De meeste van de oosterse patriarchaten zijn in deze Vergadering vertegenwoordigd : Constantinopel, Antiochië, Moscou, Belgrado, Bukarest, Tbilissi, maar ook de franse filosofische gemeenschappen, schrijvers, de kunsten, en dit alles in nauwe verbondenheid met de orthodoxe spiritualiteit en traditie. De 20e eeuw is een tijd geweest van ontmoeting en ontdekking  door het Westen van de Orthodoxe rijkdommen. Wij kunnen dit zelf bijna of niet vermoeden. De ontmoeting met de westerse religieuze of filosofische gedachte, om slechts enkele te vernoemen : Bergson, Mounier, Péguy, Congar, Daniélou, de Lubac, Boegner, Pierre Maury en zoveel anderen, was een gelegenheid voor een onschatbare wederzijdse verrijking.  Het instituut Saint Serge te Parijs en zijn erfgenaam, het Seminarie St.Vladimir te New York waren voorposten van een scheppende theologische reflexie, tegelijk wetenschappelijk, maar ook niet minder geworteld in het concrete leven van onze kerken, maar ook niet los te denken van een authentieke geestelijke ervaring, kerkelijk en persoonlijk . Ik wil hierbij vooral aan Vader Serge Boulgakov  denken, de stichter en deken van het instituut St.Serge, aan Vader Georges Florofsky, die samen met Vladimir Lossky de vertegenwoordiger is van de neo-patristieke orthodoxe stroming., Vader Nicolas Afanassieff, de baanbreker van de eucharistische ecclesiologie, die trouwens invloed heeft gehad op de vaders van Vaticanum II, Mgr Cassien die de nieuw-testamentische orthodoxe exegese heeft vernieuwd, Léon Zander, één van de meest geëngageerde personen in de oecumenische dialoog. Na deze eerste generatie stichters van het instituut moet men vooral denken aan figuren als Vader Alexandre Schmemann en Vader Jean Meyendorff die beiden naar de Verenigde-Staten zijn geëmigreerd. Zij waren de boegbeelden van het Seminarie St.Vladimir, de eerste als drager van een nieuwe visie op de liturgie en de eredienst, de tweede als geschiedkundige van de Byzantijnse  Theologie. Onder de levenden denken wij in Franktijk aan Olivier Clément, aan Mgr.Jean Zizioulas, aan Christos Yannaras, Mgr Kallistos, (Vader Lev Gillet, De monnik van de Oosterse Kerk, Elisabeth Behr-Sigel) en verder gans onze huidige generatie waarvan ik de namen niet vermeld. Ik moet hier ook enkele namen vermelden van enkele uitzonderlijke figuren van de orthodoxe gemeenschap van Antiochië, van Libanon, van Syrië, en zeker van de antiocheense diaspora in de wereld… Vooreerst, de huidige patriarch van Antiochië Ignace IV en zijn jeugdvriend, de metropoliet van de Berg Libanon Georges Khodre, beiden gediplomeerden van ons Instituut. Ik ben gelukkig voor de lange vriendschap die ons vanaf onze jeugdjaren heeft verenigd. Hun getuigenis , zowel binnen de orthodoxie als binnen de oecumene en wederzijdss ook met de Islam waarvan zij één van de beste kenners zijn, is onschatbaar. Wij herinneren eraan, dat zij in de eerste jaren die volgden op de tweede wereldoorlog, met nog anderen zoals Albert en Edouard Laham, Spiridon Khoury, Raymond Rizk, de gangmakers waren van een spirituele vernieuwing binnen de orthodoxe christenheid van Antiochië, door de stichting van het fameuze MJO (le mouvement de Jeunesse Orthodoxe au Proche-Orient) Onderlijnen we ook dat zij in een islamitische omgeving, niet alleen hun geloof en de rijkdommen van onze orthodoxe traditie wisten te behouden, maar ook een theologische vernieuwing wisten te tot stand te brengen door middel van hun bezieling voor een Beweging van Orthodoxe Jongeren, waaruit de beste theologen en mannen voor de Kerk van het Patriarchaat van Antiochië van vandaag zijn voortgekomen. Om te besluiten houd ik eraan vanaf nu  te antwoorden op de vraag : iIs er een  bijdrage, en zo ja, welk is de specifieke boodschap van deze bijdrage van de orthodoxie aan de westerse wereld waarin wij leven, en zeker aan kortweg ,de wereld ?
          Ik zal hier vooreerst drie essentiële dimensies van ons geloof en onze ervaring vermelden : 


1. De paas-overwinning van de Verrezene. Het is de fundamentele boodschap,die essentieel is voor de Kerk aan de wereld. Onderlijnen wij de actualiteit van deze boodschap in welke de ganse volheid van  het wezen van het christendom en deze van de  diaspora is samengevat.  Op lange termijn is het doel van de Bisschoppelijke raad om een eenvormige bisschoppelijke structuur te scheppen voor een lokale Kerk. Overigens, en ik gooi hier een knuppel in het hoenderhok, men kan de eenwording van de orthodoxe gemeenschappen in het Westen niet totaal scheiden van de toekomst van de oecumenische dialoog en de verwachting van onze kerkelijke eenheid met Rome en de niet-chalcedonische kerken. Maar daar raak ik een onderwerp aan die mij toebedeeld is. Ik zei het zojuist, de orthodoxe kerken zijn betrokken partij in het ontstaan van de oecumenische beweging, zich bewust zijnde dat de muren van onze scheidingen niet tot in de hemel reiken.. Zij moeten de actie en het oecumenische bewustzijn in het onderzoek naar een betere wederzijdse kennis aanmoedigen, door een waarachtige theologische dialoog aan te moedigen en niet meer in een geest van confrontatie en twist. Pas dan kunnen de theologische problemen worden aangeraakt, waaronder de meest wanhopige zoals het romeinse primaatschap, de voortkomst van de Heilige Geest en het probleem van de uniaten. Er is veel moed , intellectuele eerlijkheid en vertrouwen in het werk van de Heilige Geest nodig om zich  te engageren voor de hindernissen van de oecumenische dialoog, maar ik ben er van overtuigd dat er gelijdelijkaan zich een geest van vrede zal vestigen en dat theologische oplossingen vorm zullen krijgen. Er  zijn na de tweede wereldoorlog  bilaterale commissies  voor de dialoog opgericht, zowel op nationaal niveau als op internationaal niveau om de loop van de geschiedenis te proberen te overstijgen en om samen opnieuw onze gemeenschappelijke basis van voor de scheiding en conflicten te herstellen. Zo zullen wij door onze herinneringen aan de gebeurtenissen een daadwerkelijke therapie vinden voor onze scheidingen. Er is zeker enorm veel te zeggen over de aanwezigheid van de Orthodoxie in het Westen.  De Kerk levert ons de tijdgenoten en de zaden van heropleving  ontkiemen en ontluiken in onze harten en in onze levens. De Heilige Geest maakt ons tot tijdgenoten van de verrezen Christus. Gans het liturgisch en sacramentele leven van de Kerk zal een gelijkvormigheid zijn aan het mysterie van Christus’dood en verrijzenis.Zijn dood en verrijzenis bepalen de wet zelf van ons leven en ons worden, hier en nu. Wij kennen allen het impact van de dienst van Paasnacht
op hen die er kunnen aan deelnemen, orthodoxen, christenen of zelfs ongelovigen. Ik was bijzonder in de war  bij het lezen van een brief afkomstig van gevangenen in een kamp voor gedeporteerden in  het hoge Noorden van de Noordpool, aan het monasterie van de Solovki, dat een van de gruwelijkste plaatsen is geworden voor de gevangenschap van gelovigen gedurende de grote vervolging van de jaren 30. Men beschreef er de nacht-celebratie van de vigilie van Pasen, door hen waarvoor het wellicht de laatste gelegenheid was en de laatste genade om te kunnen roepen dat ‘Christus is verrezen’.
 


2. Het concept van Tradititie is essentieel  in het orthodoxe leven. Een noodzakelijk onderscheid dient gemaakt te worden tussen Traditie en tradities. Deze laatste zijn eerwaardig, maar relatief, locaal. In haar essentie bestaat de Traditie in de omvorming van de evangelische Boodschap  in tijd en ruimte, doorheen de categoriën van gedachten, de gevoeligheden van de naties, de culturen, in dat wat we de inculturatie noemen, iets dat tegelijk belangrijk maar delicaat is in de cultuur van een bepaalde tijd of land. Aldus zullen de grote christelijke families met hun kenmerkende liturgieën , hun theologische accenten, hun muziek en iconografie zich doorheen de geschiedenis ontwikkelen. Denken we hier aan de christenen van Irak en de semitische  talen, de antiocheense  en syrische traditie, de byzantijnse Orthodoxie en verder de  slaven en roemenen, de westerse families, romeins, milanees, celtisch, spaans. Vandaag de dag is het een franse orthodoxie die op zoek is naar zichzelf zonder de historische wortels van de locale christenheid en haar oosterse wortels te negeren. Men moet hier verduidelijken dat onze moderne maatschappijen diep getekend zijn door wat men zou kunnen noemen : een  ‘ontwaarding’ van de traditie. Wat hierin overheerst is de continuïteit doorheen de wisseling van generaties alsook de autoriteit waarmee de traditie is bekleed om de huidige en toekomstige handelingen in goede banen te leiden. De moderniteit  toont  een definitieve breuk. Door haar ontwikkeling zelf veroorzaakt zij een breuk met de traditie, haar uitsluiting zowel op religieus, sociaal of familiaal vlak. Maar de overdracht zelf van het geloof gebeurt altijd in de Kerk, in het leven en het geweten, in het gezond verstand van de kerkelijke gemeenschap en een levendige liturgie, maar ook , en niet minder in een persoonlijke relatie door een  levendige overdracht van wat ik in de brede zin van het woord zou noemen :  een geestelijk ‘vaderschap’ (of ‘moederschap’). Wij kunnen hierbij nog verduidelijken dat er een onderscheid moet gemaakt worden tussen het geestelijk vaderschap in de strikte zin van het woord, als een waarachtige geboren worden in God, en anderzijds in de meest brede zin van het woord, door de uitwerking welke personen, heiligen van alle tijden , en  kerkvaders kunnen hebben in ons leven. In het verleden sinds de H.Ignatius van Antiochië of de H.Ireneüs, Basilios, de twee Grogoriussen, Johannes van Damascus, Gregorius Palamas, de spirituelen, Serafim van Sarov, Silouan de Athoniet, de heiligen dus van het verleden en het heden, deze heiligen die onder ons zijn wekken ons op en hun spirituele ‘gen’ vinden wij terug in onze eigen bestendigheid en identiteit. Ten slotte, deze kerkelijke traditie brengt ons terug naar de apostolische tijd, naar de Kerk van de apostelen en de martelaren, want de Kerk is altijd apostolisch en  de Kerk van de martelaren, en het is in de Heilige Geest dat de overdracht zich voltrekt in de trouw, zonder er iets aan toe te voegen of af te nemen.Ik zeg wel : zonder er iets aan toe te voegen. Het is op dit punt, dat de orthodoxen waakzaam moeten zijn en zich niet moeten laten overweldigen en laten inslapen door de rijkdommen van onze geschiedenis en onze tweeduizendjarige bestaan. Zij moeten in staat zijn om telkens opnieuw terug te keren naar het essentiële , dit wil zeggen, naar onze gemeenschappelijke christelijke boodschap. 


3. De schoonheid. Deze derde titel zal ons misschien wat verbazen, maar het lijkt mij belangrijk om onze visie en de ervaring van de orthodoxie in verband met de schoonheid die voortvloeit uit de liturgische dienst, maar ook de innerlijke schoonheid en harmonie, die het vredige hart uitstraalt en verlicht, niet te negeren. Eén van de meest bekende verzamelingen  die de geschriften bevatten van de oosterse spirituelen, gaan terug vanaf de eerste eeuwen tot de 15e eeuw, en zijn verzameld door Nicodemus de Hagioriet in de 18e eeuw. Het is getiteld : Philocalia, dit wil zeggen : liefde voor het schone. Geheel de grote oosterse traditie van het gebed van het hart, van de aanroeping van de Naam Jezus, doorheen de strijd tegen de passies, is vervat in deze verzameling die zeer vroeg reeds in het slavisch, russisch, roemeens, en, vandaag in de meeste moderne talen waarvan ook in het frans is vertaald. Het thema van de schoonheid is zeer dikwijls verborgen gehouden in onze theologische handboeken, het volgt nochtans met kracht uit de lofprijzing van de psalmen over de schepping, uit de woorden van Jezus die zijn bewondering uitdrukt voor de lelies op het veld, en boven alles van de Schepper Zelf, die de zevende dag uitrustte van de mooie werken die Hij had geschapen. Deze schoonheid en harmonie vindt men terug in de liturgische dienst, in de gezichten van de iconen, maar niet minder ook in de vredevolle  en licht uitstralende gezichten van Christus. Maar spreken over iconen dwingt ons eraan te herinneren, dat de waarachtige icoon verborgen is in het diepste van ons hart, en deze moet men herontdekken, vernieuwen, herstellen. Zo impliceert het spreken over de liturgische dienst en de iconen hun intieme band met de innerlijke cultus, met de offerande van het hart en de onophoudelijke aanroeping van de Naam van Jezus, die wij toevertrouwen aan allen en aan de schepping in haar geheel. Het is een waarachtige voorsmaak van de helderheid en de vrede van het Koninkrijk.. Maar dit herstel van de harten en deze uitstraling achter en buiten onze kerkelijke gemeenschappen is het fundamentele werk en de gave van de Heilige Geest, van Hem waarvan de Heilige Serafim zei : ‘Verwerf een geest van vrede en duizenden zullen bij u het heil vinden’  


Tot besluit: Gegrepen door het vuur van de Geest die ons aanzet om een i
nspanning te leveren om het eigen van de orthodoxe boodschap af te bakenen tegenover de westerse wereld en kortweg tegenover de wereld, aanroep ik tot besluit en als conclusie de Heilige Geest aan die ons  vernieuwt, ons opbouwt en ons gelijk maakt aan het beeld van Christus’ dood en verrijzenis, deze Geest die de  richting bepaalt van onze weg vanaf  de geboorte tot de dood, die ons opbouwt tot levendige en biddende gemeenschappen, en tenslotte, die ons zendt in de wereld om er de boodschap van liefde, vrede en hoop uit te dragen. Alleen het vuur van de Heilige Geest kan de wereld omarmen. Beleven wij vandaag de dag niet de pijnlijke en moeilijke coëxistentie van twee werelden , de Kerk en de omringende wereld ? Twee werelden die zodanig verwijderd zijn dat het soms lijkt alsof de goddelijke boodschap slechts met moeit kan verkondigd kan worden. Ligt de fout van deze pijnlijke coëxistentie van Kerk en wereld bij de wereld alleen ? Indien de wereld in de hel van de onwetendheid, van de zonde en het lijden verkeert, moeten wij ons toch maar herinneren, vooreerst aan ons zelf, en vervolgens aan de wereld, dat de poorten van de hel waarmee wij in aanraking komen en die een echo vindt in onszelf, dat deze poorten van de hel verbroken zijn door de onoverwinnelijke kracht van de Verrezene. Geloven wij dit werkelijk ? Geloven wij sterk in de paas-overwinneng van Christus en de roemrijke en actuele kracht van de levende Geest ? Zo is het werk van de Geest die ons gelijkvormig maakt aan Christus, die ons de liefde en het medelijden van de Vader openbaart. Door Christus en de H.Geest gaan wij naar de vader. Of zoals een russische filosoof het eens zei, ‘Ons sociaal programma, is de Heilige Geest’. Hij is volledig aan het werk in de wereld en doorheen ieder van ons. En terugkerend naar de titel van deze uiteenzetting, moeten wij misschien niet wat minder denken aan de Orthodoxie en wat meer aan het Evangelie en de Verrijzenis, moeten wij ons niet wat minder verheerlijken en ons gaan beroepen op de ‘oosterse’ rijkdommen , die maar al te dikwijls ‘slapend’ en ‘ondoeltreffend’ zijn. Vooral moeten wij getuigen zijn van Hem die gekomen is, niet om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven voor het heil van de wereld.
 

cross2

 

Vertaling : Kris Biesbroeck

         

OVER HET GEBED : Metropoliet Anthony

 


 OVER HET GEBED

De visie van Metropoliet Anthony  

ma1n

 Het is opvallend hoeveel boeken er tegenwoordig verschijnen over het gebed. Iedereen, die zich enigszins in deze materie verdiept, kan de nodige auteurs en titels noemen. De meesten van hen zijn westerlingen, hoewel ook de schrijvers uit Zuid-Oost-Azië en uit het Verre Oosten in het middelpunt van de belangstelling staan. Het is echter verheugend, dat ook de Orthodoxie een stevig woord meespreekt. Een van de meest prominente schrijvers in de westerse wereld is de Russische exarch in West-Europa, Anthony Bloom, Metropoliet van Soerozj.Van zijn hand verschenen de volgende werken over het gebed:– Living Prayer, 1966 (Nederlandse titel: Tijd voor gebed, 1973),– School for Prayer, 1970 (Nederlandse titel: De weg naar binnen, 1972),– God and Man, 1971,– Meditations on a Theme, 1972. 7RGCAF3V1DCCABD7CSKCAPLBSMVCAS6TTMMCAG1X77PCAH5QZF9CA3ZYB9MCAHV7J6XCAEWH9TICACNAP4RCAR6ZZ5FCAKG4K0DCA7WPR9XCAXIX07XCAUAIWESCAOW7X8ZCAGYG1DXCAZ79U1V
Deze werken zijn voor een groot gedeelte de neerslag van televisietoespraken, die metropoliet Anthony voor de BBC gehouden heeft. Het is gebleken, dat deze toespraken een zeer grote belangstelling genoten hebben. De daaruit voortgekomen boeken zijn bestsellers geworden. Dit alles doet de volgende vragen rijzen: wie is eigenlijk Metropoliet Anthony Bloom en wat is de reden, dat zijn gedachten zo aanslaan? 


De levensweg van Metropoliet Anthony.

 Anthony Bloom werd op 19 juni 1914 te Lausanne geboren. Zijn vader was lid van het corps diplomatique van het Russische keizerrijk. Zijn moeder was de zuster van de bekende Russische componist Aleksandr Skrjabin. Tijdens de verwarde dagen van de uitbrekende eerste wereldoorlog keerde het gezin Bloom naar Rusland terug. Daarop volgde een diplomatieke post in Perzië. Tijdens de Russische revolutie moest het gezin Perzië verlaten. Na een avontuurlijke zwerftocht door het Midden-Oosten belandden de Blooms in India. Een wrakke boot bracht hen vandaar naar Gibraltar en na een lange omzwerving door Europa vestigde het gezin zich in 1923 uiteindelijk in Frankrijk. Over de religieuze sfeer in het gezin Bloom is in de geschriften van Metropoliet Anthony niet veel te vinden. De vele jaren van omzwervingen hebben een regelmatig kerkelijk leven uiteraard onmogelijk gemaakt. Van zijn vader citeert hij de volgende uitspraak, die diepe indruk op hem gemaakt heeft: “Vergeet nooit, dat  het er niets toe doet of je leeft of sterft. Wat ter zake doet is alleen waarvoor je leeft en waarvoor je bereid bent te sterven”.  (De weg naar binnen, p. 9) Op zich genomen heeft deze uitspraak nog geen religieuze strekking. Van zijn moeder zegt hij, dat zij een wondere vrouw was: heel eenvoudig en open. Zij was het ook, die hem in het kritieke jaar van zijn leven het Evangelie in handen gaf. Dat kritieke jaar moet omstreeks 1930 gelegen hebben. “Tot aan die tijd”,  zegt hij, “was ik ongelovig en erg agressief antikerkelijk. Ik kende geen God, en alles wat met de idee van God te maken had, interesseerde me niet en haatte ik zelfs” (“De weg naar binnen”, p. 11).  Een religieuze invloed van zijn ouders was nauwelijks mogelijk, aangezien het gezin in Parijs geen gemeenschappelijke woning bezat en Anthony naar een kostschool gestuurd werd. Rond 1930 echter kreeg het gezin een eigen woning. De jonge Anthony voelde zich daardoor geconfronteerd met ‘volmaakt geluk’, maar ervoer tevens, dat geluk ondraaglijk is, als het niet ergens op gericht staat. Daarom nam hij het besluit zichzelf een jaar te geven om te zien of het geluk en het leven überhaupt enige zin hadden. Als hij in de loop van dat jaar geen enkele zin kon vinden, zou hij zelfmoord plegen. Volkomen onverwacht kwam er licht in de duisternis. Op een bijeenkomst van de Russische jeugdbeweging in Parijs, waar hij alleen maar uit fatsoen naar toe gegaan was, sprak een priester over Christus en over het christendom. Hij deed dat op een manier, die Anthony ten zeerste afstootte. Thuis gekomen vroeg hij aan zijn moeder het Evangelie en begon hij Markus te lezen. “Toen ik het begin van het Markusevangelie zat te lezen”, zo luiden zijn eigen woorden, “bemerkte ik, nog voordat ik bij het derde hoofdstuk aankwam, plotseling, dat er aan de andere kant van de tafel iemand aanwezig was. En de zekerheid, dat het Christus was die daar stond, was zo sterk, dat zij mij altijd is bijgebleven… Ik werd er in mijzelf volkomen zeker van dat Christus leeft en dat aan bepaalde dingen geen twijfel mogelijk is”  (Id. blz. 13-14). Na de middelbare school ging Anthony naar de Sorbonne, waar hij natuurkunde, scheikunde en biologie studeerde. Na te zijn afgestudeerd ging hij medicijnen doen, welke studie hij in 1939 voltooide. Omdat hij in 1937 de Franse nationaliteit had aangenomen, moest hij in de oorlog dienst doen als legerarts. Tevens nam hij actief deel aan het ondergronds verzet. Tijdens en na de oorlog zette hij zijn artsenpraktijk voort, maar er kam een nieuwe dimensie in zijn bestaan, doordat hij in 1943 in stilte zijn monniksgeloften aflegde. In 1948 werd hij priester gewijd en in januari 1949 vertrok hij naar Engeland om kapelaan te worden van het anglicaans-orthodox genootschap van Sint Alban en Sint Sergije.  In 1950 werd hij tot zielzorger van de Russische patriarchale parochie in Londen benoemd. In 1958 volgde zijn bisschopswijding en in 1962 werd hij aartsbisschop van de Russische Kerk in Groot-Brittannië en Ierland. In 1963 werd hij patriarchaal exarch voor West-Europa om tenslotte in 1966 bekleed te worden met de waardigheid van metropoliet. De weg van Metropoliet Anthony is duidelijk niet de weg van de doorsnee orthodoxe geestelijke. Het is een weg vol verrassingen: van diplomatenzoon tot berooide vluchteling, van ongelovige tot gelovige, van arts tot priester. Bij dit alles heeft hij, naar zijn zeggen, zijn eigen aard niet verloochend. Ondanks alle veranderingen is hij Rus gebleven. Daarom is zijn stem in het tegenwoordige gesprek over het gebed juist zo belangrijk. 


 Bronnen van de spiritualiteit van Metropoliet Anthony

ACVCADG8PWNCA4QDZ1CCAK344XWCAR5KSW1CAWYOSGECAMPNMW1CASM1KDUCABZGEQ9CA1EKGVDCASDZJGICACD6LE3CABNKX1DCAHW25AOCAJ8EUQNCAL5FZ56CA2OYR5OCA9PXB9TCAPFDLZ5

  Uiteraard heeft het lange verblijf in West-Europa Metropoliet Anthony niet onberoerd gelaten. In zijn bronnen komen westeuropese auteurs voor, zoals bv. Juliana van Norwich, de Engelse mystica van rond het jaar 1400. Hij illustreert zijn voordrachten met voorbeelden uit de hagiografie van de latijnse Kerk en citeert de Franse en Engelse literatuur. Maar verder blijkt uit alles, dat hij in de orthodoxe traditie staat. Graag verwijst hij naar de ononderbroken leer van de Orthodoxe Kerk. Sprekend over de methodiek van het bidden zegt hij: “De oude kerkvaders en de hele orthodoxe traditie leren, dat we met de inspanning van onze wil onze aandacht moeten richten op de woorden van het gebed, dat we uitspreken” (Tijd voor gebed, blz. 46 en 87). Wie zijn dan voor Metropoliet Anthony deze orthodoxe vaders? Het zijn de kerkvaders, zoals Athanasios, Johannes Chrysostomos, Gregorios van Nazianze en Johannes van Damaskinos. Het zijn de leraren van het monastieke leven: Efraïm de Syriër, Maximos, Johannes Klimakos, Izaäk de Syriër en Symeon de Nieuwe Theoloog. Naast deze stemmen uit het oosters monachisme klinkt het geluid van Russische monniken en startsi, zoals bv. van Ambrosios van Optina, van de onbekende Russische pelgrim, van Serafim van Sarov, van vader Jan van Kronstadt en vooral van Theofan de Kluizenaar.  XBHCABUJJC1CAKFP5G0CAM6QDIYCAV94IORCALNRY0KCALZP2JWCA0UYVAXCAZ97LTHCAV18VEUCALLLSC0CAVMEOZ5CA0RERBSCAHGGOIPCA4AMNGSCALO0HKOCAC4G0U2CAKK21O5CALE4BZR
Deze bronnen zijn voor een groot gedeelte van monastieke aard. Uiteraard hangt dit samen met zijn zeer bewuste toetreding tot de monastieke levenswijze in 1943. Als Russische monnik plaatst hij zich in de traditie van de Apophthegmata Patrum, die ook door hem aangehaald worden. Moderne auteurs, zoals bv. Dietrich Bonhoeffer, J. Robinson en anderen, die over het gebed geschreven hebben, noemt hij niet met name, hoewel het toch niet uitgesloten is, dat hij door hen beïnvloed is.    
      


  Het godsbeeld van Metropoliet Anthony . Om iets c
oncreets te kunnen zeggen over het gebed in de opvatting van Metropoliet Anthony is het vanzelfsprekend op dehemelvaart 1 modern !! eerste plaats nodig iets over zijn opvattingen over God te weten. Men krijgt de indruk, dat hij ook hier weer zeer sterk in de orthodoxe traditie geworteld staat. Die traditie benadrukt zeer sterk de onkenbaarheid van God of, beter gezegd, zijn totaal anders-zijn. Het is de apofatische theologie, waarvan Vladimir Lossky zo’n kernachtige karakteristiek heeft gegeven in het hoofdstuk “Les Ténèbres divines” in zijn werk “Theologie Mystique de l’Eglise d’Orient” – Aubier – Ed. Montaigne – 1944.
 Ook bij Metropoliet Anthony komt dit anders-zijn van God sterk naar voren. Sprekend over het godsprobleem zegt hij: “We dragen in ons hoofd een aantal voorstellingen van God rond die we uit boeken hebben gehaald, in de kerk hebben opgedaan, van volwassenen hebben overgenomen toen we nog kinderen waren of van de clerus toen we groter werden. Dikwijls beletten ons die voorstellingen de ware God te ontmoeten. Ze zijn niet helemaal verkeerd, er zit wel een zekere waarheid in maar toch zijn ze totaal ontoereikend… Zet alle valse voorstellingen, alle afgodsbeelden opzij.  Als een hulp daartoe suggereer ik (voor deze week) het volgend gebed: Help mij, o God, elke valse voorstelling van U op te geven, hoezeer het mij ook moge verontrusten”. Dezelfde gedachte verwoordt Metropoliet Anthony ook in zijn boek Meditations on a Theme, waar hij schrijft (blz. 70-71): “De H. Gregorios van Nazianze zei in de vierde eeuw, dat we, wanneer we uit de Schriften, uit de traditie en de ervaring van de Kerk alles verzameld hebben, wat mensen over God te weten hebben kunnen komen, en daaruit een samenhangend beeld gevormd hebben, dat we dan nog maar een afgodsbeeld gecreëerd zouden hebben, hoe mooi het ook mag zijn. Zo gauw we een beeld van God maken en zeggen: «Kijk, dit is God», vervormen we de dynamische, levende, onuitsprekelijke, oneindig diepe God, die onze God is, tot iets beperkts van menselijke afmetingen, omdat alle geopenbaarde kennis nu eenmaal menselijke dimensies aanneemt”. Steeds opnieuw waarschuwt hij ervoor de ware God te vervangen door een valse God, door een afgod, door een vrucht van onze verbeelding. “Wanneer we spreken van ‘voor God komen staan’ denken wij bijna onvermijdelijk, dat wij hier staan en God daar, buiten ons. Indien we God boven ons, voor ons, rondom ons zoeken, zullen we Hem nooit vinden… Daarom moeten we beginnen met delven naar de binnenkamer, naar de plaats diep in de kern van ons wezen waar God ons verwacht en waar zijn Rijk in volheid aanwezig is.” Het lijkt er toch sterk op, dat men in deze formuleringen een echo vindt van het ‘Honest-to-God-debate’. De andersheid van God wordt sterk geaccentueerd en wij kunnen Hem niet bepalen vanuit onze persoon, Hem niet boven ons plaatsen, maar moeten Hem zoeken diep in de kern van ons wezen.Hoe staat deze God, die tegelijkertijd geheel transcendent en geheel immanent is, ten opzichte van de schepping? Laat Hij aan de schepping, aan het saeculum, haar eigen ontwikkeling, door Hem gedragen als diepste draagkracht? Men krijgt niet de indruk, dat Metropoliet Anthony sterk op deze vraagstelling ingaat. Toch lijkt het wel in die richting te gaan, waar de metropoliet zegt: “Ofschoon wij weten, dat God almachtig is, kan Hij geen wonderen verrichten, zolang wij denken dat Hij niets om ons geeft; daartoe zou Hij zijn wil moeten opdringen en dat doet Hij nooit, omdat zijn verhouding tot de wereld berust op zijn absolute eerbied voor de vrijheid en de rechten van de mens.” Deze woorden suggereren, dat mensheid en schepping een zelfstandige ontwikkeling hebben, in diepste wezen uiteraard gedragen door God. Of we een dergelijke uitspraak moeten kenmerken als een secularistieverschijnsel, valt moeilijk te zeggen. Wel schijnt de mens, volgens zijn visie, van het begin af aan meer geschikt, meer toegerust om zelfstandig op deze aarde te werken. Volgens hem die daarbij steunt op de H. Athanasios, begint onze vergoddelijking op het moment dat we geschapen worden. God schenkt de mens onmiddellijk zijn ongeschapen genade om hem met zich te verenigen. “De orthodoxe leer kent geen ‘natuurlijke mens’ aan wie naderhand de genade wordt toegevoegd. Hetzelfde scheppende woord roept ons tot het bestaan en tot onze uiteindelijke bestemming: dat wij in God zouden leven en Hij in ons, dat Hij alles in allen zou zijn”. Deze meerdere bekwaamheid, deze grotere ‘afheid’ van de mens zou men ook kunnen terugvinden in de volgende woorden van Metropoliet Anthony: “Te dikwijls worden we opgeslorpt door wat om ons heen gebeurt, door al de bijkomstigheden welke radio, televisie en nieuwsbladen ons opdringen: gedurende die enkele minuten (van bezinning) echter moeten we ons ontdoen van alles wat niet de kern van ons leven raakt… Zo komen we tot de ontdekking dat we sukkelaars zijn die God nodig hebben, niet om een leemte te vullen, maar om Hem te ontmoeten”.  Interpreteert men teveel, wanneer men zegt, dat Metropoliet Anthony hier de gedachte verwoordt, dat God geen ‘Lückenbüßer’ is? Is hier ongemerkt geen invloed te bespeuren van Dietrich Bonhoeffer? Men wendt zich niet tot God om leemten (Lücken) op te vullen, maar om Hem te ontmoeten, misschien beter nog: door Hem ontmoet te worden. Een plaats van bijzondere godsontmoeting is het kerkgebouw. Over de kerkwijding zegt Metropoliet Anthony, dat daardoor voor God een bepaald territorium veroverd wordt op een ontheiligde wereld, die door de duivel bewerkt is. Hoewel de woorden niet genoemd worden, wordt hier duidelijk gewerkt met de begrippen ‘sacraal’ en ‘profaan’. Toch betekent dit ‘profaan’ bij hem niet, dat de wereld godverlaten is. Hij zegt: “In de wereld is God aanwezig als een vreemde, een pelgrim, iemand die van deur tot deur gaat en nergens zijn hoofd te ruste kan leggen; Hij gaat door de wereld als de koning die verworpen werd en uit zijn rijk verbannen en nu is teruggekeerd om zijn volk te redden. In de kerk daarentegen is Hij thuis, het is zijn woonstede… Buiten de kerk doet Hij wat Hij kan, wanneer Hij kan…”.  Ook deze woorden lijken meer in de richting te wijzen van de ‘machteloze’ God, die niet van buitenaf tussenbeide wil komen in menselijke processen, waarvan Hij trouwens zelf de drager is. Misschien zit in deze beschrijving van het godsbeeld teveel interpretatie. Dit komt dan ook wel gedeeltelijk hierdoor, dat hij niet expliciet over seculariteit en secularisatie spreekt. Van de andere kant moeten we toch een verklaring zoeken voor het feit dat zoveel mensen zich door Metropoliet Anthony aangesproken voelen. Het zijn toch mensen van deze tijd, hoofdzakelijk westerlingen, die het bloed van de secularisatie door hun aderen voelen stromen. 


Jezus Getsemanie

              Het gebed volgens Metropoliet Anthony.

 Uiteraard kleurt dit beeld van God zeer sterk de visie, die Metropoliet Anthony op het gebed heeft. Het kan onmogelijk de bedoeling zijn om hier alle aspecten van het gebed te behandelen. We doen hier en daar een greep, hopend daarmee de meest saillante punten aan te raken. Zoals reeds bij de behandeling van de bronnen werd opgemerkt, hecht hij grote waarde aan de traditie. Uiteraard strekt zich deze tendens ook uit over het gebed. In Meditations on a Theme  zegt hij: “Zo dikwijls zeggen we, waarom bidden met woorden, die door anderen gewaarmerkt (coined) zijn? Drukken mijn eigen woorden niet precies uit, wat er in mijn hart en in mijn geest leeft? Nee, dat is niet genoeg. Wat we nl. beogen is niet eenvoudigweg lyrisch uitdrukken wat wij zijn, wat wij hebben geleerd en wat wij willen. Op dezelfde manier waarop we van de grootmeesters van de muziek en van de kunst leren, wat muzikale en artistieke schoonheid is, zo leren wij ook van de meesters van het geestelijk leven, die bereikt hebben waarnaar wij streven, en die waarachtige, levende en waardige leden van het lichaam van Christus geworden zijn; van hen moeten wij leren, hoe we moeten bidden, hoe wij de voorwaarden en de gesteldheid van geest, wil en hart kunnen vinden, die ons tot christenen maken. Dit is ook een daad van zelfonderwerping, waardoor we iets groters en waarachtigers dan onszelf toestaan in ons te leven en ons vorm, stimulans en richting te geven”. Metropoliet Anthony wil hiermee echter geenszins zeggen, dat men de gebeden van anderen per se moet nabidden, hoewel hij er op zijn tijd grote waarde aan hecht. “Het eerste waar het eigenlijk op aan komt”,  zegt hij, “is vorm, stimulans en richting te geven”. Naast de woorden, die men voor het gebed kiest, is ook de lichaamshouding zeer belangrijk. Hij citeert het advies van Theofan de Kluizenaar over de houding bij het gebed: “Wees noch te slap, noch te gespannen, gelijk een vioolsnaar die op een bepaalde toonhoogte moet klinken; houd het lichaam rechtop, de schouders naar achter, het hoofd in een gemakkelijke houding, de spanning van elke spier naar het hart gericht”. “Velen in onze moderne wereld”, aldus Metropoliet Anthony, “hebben de zin voor het gebed verloren en beschouwen de lichamelijke houding als bijkomstig, ofschoon ze dit allerminst is. Laten wij het niet vergeten: de mens is niet een ziel die in een lichaam vertoeft, maar hij bestaat uit lichaam en ziel en wij worden geroepen, volgens de H. Paulus, om God te verheerlijken in onze geest en in ons lichaam”. Een andere voorwaarde voor het gebed is, dat het gedragen moet worden door Jezus Christus. Het gebed van de christen is het gebed van Christus, zijn Vader van geslacht tot geslacht in telkens andere omstandigheden aangeboden door diegenen, die door genade en deelname Christus in deze wereld tegenwoordig stellen. Als aan de voorwaarden, die hier echter niet uitputtend opgenoemd worden, voldaan is, kan men er dan zeker van zijn God existentieel, voelbaar te zullen ontmoeten in het gebed? Met Metropoliet Anthony kunnen we hier uiteraard geen antwoord op geven. God is immers een persoon en de mens kan God niet door middel van een bepaalde ‘techniek’ dwingen tot een ontmoeting. Dan zou er geen sprake meer zijn van een persoonlijke verhouding en ontmoeting. Zoiets kunnen we wel doen met een idee, met een produkt van onze verbeelding of met de verschillende idolen die wij tegenover ons kunnen plaatsen ter vervanging van God. We kunnen iets dergelijks echter niet doen met de levende God. Wat hier duidelijk doorspeelt is zijn visie op God. God is de onkenbare, de geheel andere, de soeverein. Het is niet de mens zelf, die door zijn gebed, hoe voortreffelijk ook, een bepaalde voelbare reactie in zich oproept. Het is God, die datgene als antwoord in de mens laat opwellen, waarvoor hij vatbaar is. Op een andere plaats zegt hij: “In onze inspanning om te leren bidden zijn emoties praktisch van geen belang; wat we God moeten aanbieden is een vast besluit Hem trouw te zijn en Hem in ons te laten betijen. Van ons gebed wordt niet een of andere gemoedstoestand verwacht, maar een diepe omvorming van heel onze persoonlijkheid. Wat we beogen is voor God te verschijnen, in Zijn tegenwoordigheid op te gaan, Hem al onze noden voor te leggen, van Hem kracht en sterkte te ontvangen en alles wat nodig is, opdat zijn wil in ons volbracht mag worden. Dit laatste is het enige doel van ons gebed. Het is ook de enige maatstaf van een goed gebed, niet een of andere mystieke ervaring of vroom gebed… Bij overweging of gebed kan concentratie alleen worden bereikt door het te willen. Ons geestelijk leven steunt op geloof en vastberadenheid – en alle eventuele vreugde komt van God”. Daarom moet men bij het gebed niet bang zijn, wanneer men God slechts kan benaderen in de naaktheid van het geloof of zijn tegenwoordigheid helemaal niet ervaart. Het is onbelangrijk of men deze ervaart of niet en een gevoel van verrukking is geen garantie voor de godsontmoeti
ng, noch draagt het ertoe bij.
Er moeten andere voorwaarden vervuld worden en de belangrijkste is, dat degene die zich aan het gebed wijdt, zichzelf moet zijn. Degene die bidt moet de woorden zoeken die bij hem of haar passen en zich niet als het ware aan het gebed vertillen. En wanneer hij toch bepaalde, voorafbestaande teksten wil gebruiken, zal hij ernaar moeten streven zich tot de hoogte van die teksten op te werken. Dit afstand-doen van het gevoelsmatige, dit geduldig wachten op God, tot Hij zich wil openbaren, kan men misschien wel zien als de voornaamste boodschap, die Metropoliet Anthony aan de mens van deze tijd wil brengen. De christen van deze tijd is iemand, die graag iets wil ervaren, wil voelen. Men probeert diensten en gebeden zo samen te stellen, dat ze de individuele bidder of de gemeenschap iets doen. Uiteraard is zo’n activiteit niet af te keuren en zit er iets goeds in. Wil God immers zelf niet, dat de mens zich door het lichamelijke en door het woord zo optimaal mogelijk tot Hem richt? “We moeten God echter niet benaderen”, zegt hij desalniettemin, “om allerhande gevoelens te ondervinden noch om deelachtig te worden aan enige mystieke ervaring. Wij gaan naar God om in zijn tegenwoordigheid te staan; verkiest Hij ons daar bewust van te maken, Hij zij geprezen – maar wil Hij ons zijn werkelijke afwezigheid laten voelen, Hij zij nog geprezen, want Hij is vrij te komen en te gaan. Hij is even vrij als wij zijn, ofschoon wij gewoonlijk niet naar Hem toegaan als iets anders ons meer boeit. Laat Hij ons echter zijn tegenwoordigheid niet voelen, dan is het omdat we iets te leren hebben omtrent Hem en omtrent onszelf. Maar de afwezigheid die ons in het gebed pijnigt, het besef dat Hij er niet is, maakt ook deel uit van onze verhouding tot God en is zeer kostbaar”. In deze visie op het gebed past ook de regelmaat, die Metropoliet Anthony inzake het gebed voorstaat. Gebed is immers geen gevoelskwestie. Het is niet aan de mens God voor te schrijven hem binnen de zoveel tijd een gevoel van zaligheid te geven. Het gaat om het expliciet ter beschikking willen staan van God op persoonlijk niveau. Daarom zal men ook niet verbaasd moeten zijn over dorheid in het gebed en zelfs af en toe de moed moeten hebben om te zwijgen in plaats van gebeden te formuleren. Men moet er eenvoudig de tijd voor nemen en dan maar wachten op God. Aan het slot van deze beschouwing moet men constateren, dat er nog heel wat vragen open blijven. Daar is bv. de kwestie van de verhouding van het persoonlijke tot het liturgische gebed. Een andere zeer belangrijke vraag is: waarom hebben zijn televisie­toespraken en zijn boeken zo’n overweldigende belangstelling getrokken? Ongetwijfeld speelt zijn doorleefde en overtuigde betoogtrant hierin een grote rol. Hij is overtuigd van wat hij zegt, omdat hij het zelf zeer intensief doorleefd heeft. Hij is tot geloof gekomen na een zeer zware crisis, tijdens welke hij de zinloosheid van zijn eigen leven zag en zelfs met de gedachte aan zelfmoord speelde. Hij heeft toen de aanwezigheid van Christus zeer levendig gevoeld. Ook de stap van arts naar monnik en priester zal niet zonder nadenken gebeurd zijn. Dit alles duidt op een zeer bewuste keuze, die in zijn optreden naar buiten duidelijk naar voren komt. Daarbij heeft hij de gave om zijn gedachten op een zeer eenvoudige en begrijpelijke manier te brengen. Men hoeft zich niet te kwellen met de vraag: wat bedoelt hij eigenlijk? Het is voorts duidelijk, dat zijn godsvoorstelling de moderne mens aanspreekt. Het is het beeld van een liefhebbende God, wiens anders-zijn-dan-de-mensen, wiens vrijheid echter sterk benadrukt wordt. Het is blijkbaar een godsbeeld, dat past bij de seculariserende tendens, die de Kerken binnendringt en leeft in de harten van vele christenen. Als wij het oeuvre van Metropoliet Anthony zouden moeten karakteriseren, zouden we misschien het best kunnen zeggen: het is een stuk mystieke theologie in de beste oosterse zin van het woord. P.AL(overgenomen uit “Het Christelijk Oosten”26ste jaargang – 1974 – afl. 1)met dankbaarheid.  

banner blauw

Bezinning van de week


 


bannerLeftA_5_9
God
Dank u wel omdat ik in momenten van lijden en problemen
bij u mag aankloppen.
Gij legt uw hand op mijn schouder.
Bij U kan ik thuis komen en even zuchten.
Wanneer ik de ellende zie van vele
mensen dan kan ik niet anders dan hun naam voor U noemen.
Ik vraag voor hen en ook voor mij geen concrete dingen meer
want U weet beter dan ik wat ons tot heil strekt.
Ik zie hoe de ene mens een teken ontvangt als antwoord op zijn vraaggebed, de andere niet.
Liefdevolle mensen zoals Uw Zoon Jezus worden evengoed gekruisigd als boosdoeners.
Als Gij mij liefhebt hoef ik U niets te vragen.
Wanneer goede dingen over mij komen neem ik ze aan als een geschenk van U.
Als het kwade mij aangrijpt zal ik proberen niet te morren maar het kruis opnemen en trachten liefdevol te blijven.
Misschien zal uw liefde dan dieper in mij doordringen.
Liefhebben wanneer je gepijnigd wordt is immers heel moeilijk.

Blue%20Banner


Bezinning van de week – de onkenbare GOD

 

 


 

Hymne op God

pant-oub

 

 

O, Gij, Al-Andere

Hoe anders zou men U mogen noemen !

Hoe zou een woord U prijzen : door geen woord zijt Gij te melden.

Hoe zou de rede U beschouwen : door geen enkele rede zijt Gij begrijpbaar.

Gij alleen zonder naam : want door U eerst is alle naam.

Gij alleen ongekend door gedachten : want door U eerst is er gedachte en denkbaarheid.

U prijst, wat stamelen en wat niet stamelen kan.

U eert, wat denken en wat niet denken kan.christus Pantokrator 2

Aller begeeren en smarten tezamen zijn om U,

U smeekt het al.

Tot U stamelt alles, zinnend over Uw zinnebeeld, een zwijgende hymne.

Op U alleen wacht alles. En op U dringt alles tezaam.

En aller doel zijt Gij, Gij ene en alles en gene.

En ook niet ene, niet alles.

Almachtige , hoe benoem ik U, de enig ongenoemde ?

In het donker boven de wolken dringt zelfs geen hemels verstand. – Genade, O, Gij Al-Andere  !- hoe anders zou men U mogen noemen !

 

Heilige Gregorius van Nyssa

 

banner 321456

 

Tempelgang van de Moeder Gods

 

  Tempelgang van de Moeder Gods

                            21 November

  

opdracht maria in tempel

TROPARION :

Heden is het begin van Gods welbehagen : de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing der mensen. De Maagd komt in de Tempel Gods en verkondigt reeds aan allen de Christus. Tot haar willen ook wij met de Engel roepen : Verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper.

KONDAKION : 

De alreine Tempel van de Verlosser, het kostelijk maagdelijk Bruidsvertrek, de geheiligde Schatkamer van Gods Heerlijkheid wordt heden binnengeleid in het Huis des Heren. Zij brengt daar de genade van Gods Heilige Geest, terwijl Zijn Engelen zingen : Zie, daar is de hemelse woontent.

 

banner blauw

Russisch Orthodoxe Kerkmuziek

 

banner muzieknoten


 

VOOR DE LIEFHEBBERS VAN RUSSISCHE 7656KERKMUZIEK

KOOR VAN DE RUSSISCHE KERK – Rue Daru -Parijs

 

Een bericht van Irina Minsky

In begin 70er jaren zong ik zelf in het koor van de A.N.Cathedraal in Parijs o.l.v. Evgeni Iv.Evetz. In totaal werden er vier grammofoonplaten gemaakt, waarvan de mastertapes hoorden wij later, verbrand waren in het appartement van

Wladiko (Aartsbisschop)

Door omstandigheden ben ik in de CD produktie terecht gekomen; mijn man was zanger (Michael Minsky, o.a. solist bij het Don Kosaken Chor en na de dood van Serge Jaroff, dirigent van dit koor).

Ik vond het jammer, dat de opnamen van Evetz (mijn peetvader)  verloren waren gegaan en ging op zoek naar de mastertapes van deze opnamen.

Niemand wist, waar deze opnamen gebleven waren.

Er liep een hardnekkig gerucht, dat de fabriek was verbrand en dus ook de mastertapes…

Een ander gerucht was, dat de masters bij Wladiko in het archief lagen.

Ook dat bleek niet helemaal te kloppen.

Uiteindelijk hebben we een set van vier grammofoonplaten trachten te restaureren, wat aanvankelijk ook niet echt lukte.

De persing was heel slecht en na een keer of 25 hebben we het bijltje erbij neergegooid.

We maakten eerst een andere CD  van Michael Minsky en het Schwarzmeerkosaken Chor.

Daarna zijn we weer overnieuw begonnen met andere software.

Uiteindelijk is het resultaat dermate mooi geworden, dat Dr.Morosan in Amerika ons vier sterren heeft toebedeeld.

(zie webside musicarussica.com).

Hij schreef, dat geen enkele collectie R.O kerkmuziek compleet is, zonder deze CD.

Pas toen wij Wladiko Gabriel (Aartsbisschop Gabriël van Comane)een exemplaar kwamen aanbieden, kwam het ware verhaal, n.l. dat de fabriek niet meer bestond, en de masters, die bij Wladiko in het appartement lagen, verbrand waren…..

De opbrengst van de CD gaat in z’n geheel naar Parijs-Rue Daru.

Van alle andere CD’s die wij maken, gaat de gehele opbrengst naar een goed doel.

De laatste weken hebben we een film gemaakt van de Don Kosaken Chor Serge Jaroff met 33 liedjes.

Ik heb net vandaag de definitieve drukproeven van de DVD hoes gekregen en denk, dat de film over ongeveer twee a

drie weken te koop zal zijn.

Als U toch bezig bent, Serge Jaroff heeft de kerkmuziek als geen ander geschikt gemaakt voor de grote podia en daardoor een enorm publiek gewonnen met interesse voor Russische(kerk)muziek.

Wij zijn  intussen studiegroep van de UvA en brengen de gehele kerkmuziek van de Russische emigratie in beeld en proberen zoveel mogelijk te restaureren en indien mogelijk weer uit te geven.

Mocht U nog meer informatie nodig hebben, hoor ik het graag van U.

Verdere informatie op de webside van Michael Minsky, daar staan inmiddels ook alle CD’s op.

Met vriendelijke groet, Irina Minsky


p.s. de CD heet Russian Orthodox Churchmusic en is uitgegeven bij http://www.brilliantclassic.com/

 Bestelnummer van de CD : Brillantclassics nr. 7656. Titel : ‘Russian Orthodox Churchmusic’ – Conductor : Evgeni Iv. Evetz .

BESTELLEN : per e mail : DUBBEL CD – prijs : 18.98 Dollar

www.musicarussica.com/discdet.lasso?-database=musrus_cds&-response=discdet.lasso&-layout=CD_Detail&ID=912&-search

KAN OOK BIJ HET ‘KRUIDVAT’ Besteld worden !!!!!!!!!!!

 

minsky tekst 1 (560 x 824)


 

minsky tekst 2 (336 x 576)

 

 

banner muzieknoten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

inleiding tot de heilige Liturgie

INLEIDING TOT DE HEILIGE LITURGIE  van  de  H. Johannes Chrysostomos

                          De blijde boodschap verkondigen,  zowel  in het heden als in het verleden en morgen, behoort tot één van de belangrijkste verantwoordelijkheden van de Kerk in de wereld , sedert de Heer er  na zijn verrijzenis zijn leerlingen heeft mee belast.. Deze Blijde Boodschap is niet zomaar een aangename , eenvoudige nieuwe boodschap, maar het Leven, dit wil zeggen, de overtuiging dat God zijn Zoon heeft gezonden voor ons heil. Wij zullen trachten dit duidelijker te maken door een meditatie over de liturgische celebratie. 

DE VIERING VAN DE EUCHARISTIE

      

2001_10_20_communion_jpg

       De eerste taak van de Goddelijke Liturgie bestaat erin, dat wij erkennen, dat wij als beeld van de levende God geroepen zijn “om de opbouw van het mysterie dat van alle eeuwigheid verborgen is in God en in Hem die alles geschapen heeft in het licht te stellen”(Ef.5,9). St.Maximus de Belijder legt uit, dat tijdens de Eucharistische celebratie, de gehele wereld zich onthult als een kerk : het kerkschip, zegt hij, vormt de tastbare wereld ; de engelen vormen het koor ; en de geest van de mens het heilige der heiligen : “Zo wordt de mens op

crisostomo

dat moment, de verbinding tussen het goddelijke en het aardse” en van hem uit “ verspreidt zich de genade over de ganse schepping” daar zijn ziel, onder leiding van het Woord, het heelal offert aan God als op een altaar. “Dankt God voor alles (eucharistie=dankzeggen)”, lezen wij in de eerste brief van  Sint Paulus aan de Thessalonicenzen (5,18):aan de Eucharistie als sacrament beantwoordt de spirituele Eucharistie, die een gedaanteverandering teweegbrengt in gans het menselijk zijn. Hier is de Heilige Geest onverstoorbaar aanwezig en deelt zich mee in zijn geheel, en het eucharistisch brood zegent allen die eraan deelnemen. De kreupelen, de blinden, de gebrekkigen zijn uitgenodigd aan de mystieke 5 broden en twee vissen

Maaltijd, aan het Ware Leven ; de kleine kinderen, de zieken, de vernederden, de gevallenen zijn ook uitgenodigd aan het feestmaal van het Koninkrijk. De Goddelijke Liturgie wordt gecelebreerd, opdat de hongerigen zouden verzadigd worden, opdat de dorstigen zouden gelaafd worden, opdat zij die lijden  en wenen zouden getroost worden. 

DE LITURGIE VAN DE GELOVIGEN

             “Wij die in dit heilig mysterie de Cherubijnen verzinnebeelden…” Deze hymne die ons binnenleidt in de liturgie van de gelovigen onderdrukt zij niet meteen de tegenstelling tussen de hemelse realiteit en de aardse realiteit; tussen de tijd en de eeuwigheid en staat ze ons niet toe om elk moment van ons bestaan te aanvaarden als het verloop van het geheel van de mensengeschiedenis ?              Gans het  liturgisch leven is een getuigenis van de hoop door dewelke de mensen zich niet meer verzetten en zichzelf niet meer kwellen. Als velen in onze tijd de zin zelf voor God hebben verloren, indien voor hen het besef van de godheid totaal “buiten spel” staat, is het dan niet, omdat zij niet hebben begrepen dat gans de liturgische celebratie  buitengewoon sociaal en kerkelijk – geestelijk  is ?. Het gebed, het geloof, de liefde, de naastenliefde houden op het “mijne” te zijn en worden het “onze”, en de gehele relatie van de mens met God, wordt een relatie van God met zijn volk. De Goddelijke Liturgie beschermt op elk moment de gehele natuur van de mens en dit in  tegenstelling met de angst die leeft bij een groot deel van onze tijdgenoten, die, sterk beïnvloedt door de recente wetenschappelijke en filosofische veranderingen, nog moeilijk het onderscheid kunnen maken tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke. Men scheidt nogal gemakkelijk de ziel van het lichaam en de geest van de materie. 

HET ENIGE GOEDE NIEUWS

             Maar wat gebeurt er, als wij op het einde van de liturgie uitgenodigd worden om weg te gaan in vrede ? Leidt onze deelname aan het Eucharistisch Mysterie werkelijk tot een transfiguratie en vernieuwing van de schepping en de mens in Christus ?. Daarin ligt voor ons de enige en ware vraag. Laten wij de dingen zien, zoals ze zich in de werkelijkheid aan ons voordoen : het volstaat niet om tot de wereld te spreken om haar te veranderen. De wereld heeft integendeel nood aan een  “ondervinding” van het kruis, van een heroïsche overwinning van de ascese, die ons zal binnenvoeren in de ware dimensie van het komende Rijk, opdat wij zouden gedeïfieerd, geheiligd zouden worden in tijd en ruimte. En in zulke visie is er geen plaats voor een “louter sociaal”evangelie. Ondanks de poëtische stijl van zovele menslievende tijdgenoten, schreef een voorname vertegenwoordiger van onze Kerk in Frankrijk, weten wij goed, dat er dood en hel is in de mens, dat er d
ood en hel is tussen de mensen onderling. Het enige nieuws dat voor de ganse mensheid goed nieuws is, is de boodschap van de Apostelen, die de boodschap is geworden van de Kerk “ CHRISTUS IS VERREZEN !”. Of men het erkent of niet, geen enkele levensvorm en cultuur ontsnapt aan de universaliteit van de Incarnatie.Daarom spoort het Mysterie van de Eucharistie ons aan om altijd te werken, niet in de zin van de Kerk aan te passen aan de wereld, maar integendeel, de wereld aan te passen aan de goddelijke Waarheid. De kerkvaders, vergeten we het niet, hebben niet alleen het “geloof bewaard”, zij hebben ook hard gewerkt opdat de Kerk de wereld zou transformeren en behouden.
“Broeders christenen, vragen wij aan God om alles wat is in de hemelen en op aarde onder één hoofd, Christus, samen te vatten”(Ef.1,10), opdat alleen de Heer  “alles in allen” zou zijn (1Kor.15,28). Het is alleen daarin dat onze solidariteit met de wereld zal bestaan en het bewijs dat existentieel gezien de Kerk de getransfigureerde wereld is. 

DE AANKLEDING EN DE PROSCOMIDIE

             Om te beginnen gaan we alles bestuderen wat zich voltrekt vanaf  de aankomst van de celebranten in de Kerk, tot aan het begin van de liturgie van het Woord : De gebeden van de celebranten vóór de Heilige Deuren ; de intrede van de celebranten in het Heiligdom en de aankleding met de priesterlijke gewaden ; de voorbereiding van de gaven genoemd de  “proscomidie”             Deze liturgische daden komen nogal dikwijls bij de gelovigen als geheimzinnig over door het feit dat de celebranten na de gebeden vóór de Heilige Poorten, het heiligdom binnengaan en de deuren gesloten worden.  Zij maken nochtans een integraal deel uit van de liturgie, en het is belangrijk dat de gelovigen eraan deelnemen door hun aanwezigheid en hun inkeer. 1 – GEBEDEN VOOR DE HEILIGE POORTEN EN INTREDE IN HET HEILIGDOM 

      priester aan altaar      Na de gebeden,met lage stem, vóór de Heilige Deuren, vereren de priester en de diaken de ikoon van Christus, daarna deze van de Moeder Gods en ook deze van andere heiligen. Zij buigen zich voor de gelovigen en vragen hen vergiffenis, om de eucharistie te kunnen vieren in vrede met allen. Bij het binnengaan van het heiligdom zeggen zij : “ Heer, door de overvloed van Uw barmhartigheid mag ik binnentreden in Uw huis. Ik zal nedervallen voor Uw heilige tempel, in vreze voor U….”(Ps.5,8). De priester kust het Evangelie en het altaar en gaat dan naar het diakonikon (rechts van het altaar) om zich te bekleden met de priesterlijke gewaden. Zo ook de diaken.

 2 – DE AANKLEDING             Door hun pracht en harmonie, delen de liturgische gewaden aan de schoonheid en het feestelijke van de Dienst, en de woorden uitgesproken op het moment dat de  celebranten zich aankleden hebben allen een symbolische waarde.             Voor het sticharion of albe, een lange tuniek gedragen boven de soutane, lezen de priester en de diaken de verzen van Jesaja : “ Mijn ziel verheugt zich in de Heer, want Hij heeft mij een kleed van verlossing aangedaan en mij bekleed met het gewaad der vreugde.Hij heeft mij als een  bruidegom met een mitra gekroond, en als een bruid met juwelen getooid”.

 

            Het orarion voor de diaken, het epitrachilion(stola) voor de priester, symboliseren de uitstorting van de Heilige Geest die zij ontvangen vanuit de hoge. De gordel (alleen gedragen door de bisschop of de priester, zoals ook de volgende gewaden) is het teken van goddelijke kracht  voor hen die hem aandoen. De epimanikia (mouwen) herinneren eraan dat de handen van de celebrant gebonden zijn ten teken van gehoorzaamheid aan God.             Het epigonation of nabedrennik in de vorm van een ruit, gedragen op de heup, symboliseert het geestelijk zwaard. Het herinnert aan de strijd en de zegepraal over de dood die Christus heeft behaald. Het is een eremerk dat verleend wordt aan sommige priesters. Het felonion bedekt de borst en strekt zich afrondend uit op de rug tot aan de voeten . Het is het teken van de glorie welke de priester omkleedt. Voor de bisschop voegt men er ook nog het omoforion, het kruis, de mitra en de panagia aan toe.             De celebranten wassen vervolgens de handen en zeggen psalm 25 “Heer, met onschuldigen was ik mijn handen : ik zal rondom Uw altaar gaan, om het geluid der lofzang te horen…” 3 – DE PROSKOMIDIE             Vervolgens gaan de celebranten naar de Voorbereidingstafel of prothese, die zich aan de linkerzijde van het altaar bevindt. Het is een kleine vierkante tafel waarop zich een kaars bevindt en alle noodzakelijke voorwerpen voor de celebratie van de Heilige Eucharistie.  Deze Dienst van de proscomidie is dus  de voorbereiding van de heilige gaven die bestemd zijn voor het eucharistisch offer. Het herinnert ons aan het enige offer van Christrus, door het geven  van Zijn leven.             De diaken steekt een kaars aan, hij legt de gaven van brood en
wijn op de tafel, ter herinnering aan het laatste maaltijd van Christus, het laatste avondmaal, en terwijl hij dankend een dankgebed uitspreekt voor het offer van Christus. Het brood  is ofwel één groot rond brood, waarop vijf zegels op afgedrukt staan ofwel zijn het vijf prosfora met op elk ervan een zegel in de vorm van een kruis waar tussen de armen van het kruis de letters staan geschreven (JC –NI-KA) “Jezus Christus overwinnaar”. Delen van elk van deze prosfora gaan nu geplaatst worden op de disk. Het kubusvormig deel dat zich in het centrum van het brood bevindt wordt eerst door de priester uit het brood gesneden met de lans (=scherp mes in de vorm van een lans), dit deel wordt  “Lam” genoemd, want Christus is geslacht als een lam. Het herinnert ons ook aan het Paaslam uit het Oude proskomidieTestament, en aan de profetie van  Jesaja bij zijn aankondiging van de lijdende Dienaar. Het zijn trouwens de verzen van deze Profeet die de priester uitspreekt op het moment dat hij het centrale gedeelte uit de prosfora  rond de gestempelde indruk lossnijdt.
             Terwijl hij de vier insnijdingen doet met de lans zegt hij het volgende : “ Als een schaap werd Hij ter slachtbank gevoerd. En als een onschuldig Lam, dat voor de scheerder stom blijft, deed Hij de mond niet open. In Zijn deemoed werd Hij veroordeeld. Wie kan Zijn afkomst doorversen ?”Het Lam is nu losgesneden uit het geheel en wordt omgekeerd (met het zegel naar onder) op de disk gelegd. De priester doet nu een diepe insnijding in kruisvorm, doch zonder het zegel volledig te beschadigen, en dit om dit deel van het brood, in vier delen voor te bereiden voor de communie.             Hij zegt de woorden : “Geslachtofferd wordt het Lam Gods, Dat de zonden der wereld wegneemt”.             Hij draait vervolgens het deeltje om en doorboort het Lam in de rechterzijde terwijl hij zegt : “ Een der soldaten doorstak Zijn zijde met een lans, en terstond vloeide er bloed en water uit. Hij die het gezien heeft getuige daarvan, en zijn getuigenis is waarachtig” (Joh. 19,34-35).             Deze rite en deze woorden herinneren ons aan de lans die in de zijde van de gekruisigde Christus werd gestoken, en waaruit water en bloed vloeide. Het legt ook uit  wat de betekenis is van de menging van water met wijn , die de priester nu , zegenend in de kelk giet. Daarna  volgt de voorbereiding van de deeltjes voor de “herdenking” die de priester nu zal halen uit de overige prosfora en ze zal leggen rond het Lam, dit in een strenge volgorde.             Van de tweede prosfora snijdt de priester een deeltje in de vorm van een driehoek, ter ere van de Moeder Gods en plaatst het rechts van het Lam zeggende : “De Koningin staat aan Uw rechterzijde, met een gewaad van goudbrokaat getooid” (Ps.44,10).             Uit de derde prosfora neemt de priester negen deeltjes die hij in drie rijen naast de linkerkant van het Lam legt. Hij herdenkt hierbij in volgorde de heilige Engelen, de heilige Aartsengelen Michaël en Gabriël en alle hemelse en onstoffelijke krachten, van Johannes de Voorloper, de Profeten, de Apostelen, de Heilige Hiërarchen, van alle heilige martelaren, van de heilige wonderdoende, onzelfzuchtige artsen ( anagyres = genezers), van de heilige, gerechte Grootouders des Heren, van de Heilige Johannes Chrisostomos (wanneer zijn liturgie wordt gevierd), en van alle heiligen.             Het vierde deel is bestemd voor de levenden. De priester vermeldt eerst de patriarch en de bisschop waarvan hij afhangt, vervolgens de bedienaars en de gelovigen. Hij voegt op deze lijn een deeltje toe welke hij heeft gesneden uit de prosfora die zijn meegebracht door de gelovigen, terwijl hij de namen leest van diegenen die geschreven staan op de lijst van de diptieken.De diptieken zijn bladzijden of een boekje waar bovenaan deze regels geschreven staan :Voor de levenden :  “Voor de gezondheid en de rust van de dienaren Gods”Voor de overledenen :  “Voor de rust van de zielen van de dienaren Gods”.  De gelovigen schrijven de namen van de personen die zij willen herdenken hiervoor op een daarvoor bestemd briefje.             De vijfde prosfora is bestemd voor de afgestorvenen waarbij ook de stichters van de kerk of het monasterie waar de liturgie wordt gevierd , worden herdacht.De priester eindigt met een deelte toe te voegen aan de lijn van de levenden voor zijn eigen intentie. Alle boven vermelde handelingen worden begeleid  door gebeden die de priester met half luide stem uitspreekt.Op deze wijze wordt op de pateen gans de verzamelde Kerk  vermeldt rond het Lam :  de vergadering van gelovigen van alle tijden, de heiligen, de zondaars, de levenden en de doden, gans de zichtbare en onzichtbare Kerk, die men de gemeenschap der heiligen noemt.             Vervolgens geeft de diaken het wierookvat aan de priester, opdat hij dit alles zou zegenen. “Christus, onze God, wij offeren U wierook tot een welriekende geestelijke geur; neem deze aan op Uw hemels altaar, en zend ons daarvoor de genade van Uw alheilige Geest”.De priester neemt de asterisk, en nadat hij het gezegend heeft, plaatst hij het op de pateen zeggend : “ De ster kwam, en stond stil boven de plaats waar het Kind zich bevond”.(Matt.2,9).             Het altaar wordt zo tot de grot van Bethlehem, de asterisk verzinnebeelt symbolisch de stralende ster boven de nieuw geborene, en de disk (het bovenste deel van de pateen)stelt de kribbe voor in dewelke het kind lag. In feite beeldt de gehele proscomidie tegelijk op symbolische wijze het begin van Jezus’aardse leven uit.             Vervolgens bedekt de priester de pateen met het klein velum evenals de kelk, en op de twee samen wordt het groot velum, aër gelegd
. Na drie maal de voorbereidingstafel te hebben bewierookt, zegt de priester een gebed voor de aangeboden gaven : “Dat Christus onze waarachtige God, die opgestaan is uit de doden, door de gebeden van Zijn Heilige alreine Moeder, van onze Vader onder de heiligen, de heilige Johannes Chrisostomos, de aartsbisschop van Constantinopel, en van alle heiligen, zich over ons ontferme en ons redde, want Hij is goed en menslievend”.
 LITURGIE VAN HET WOORD OF LITURGIE VAN DE CATECHUMENEN  

De twee belangrijkste liturgieën van de Orthodoxe Kerk

             De liturgie van de heilige Johannes Chrisostomos, de voornaamste die gecelebreerd wordt gedurende het jaar en welke we vooral in deze studie behandelen, alsook de liturgie van Sint Basilios de Grote, zijn de twee belangrijkste liturgieën van de Orthodoxe Kerk. Zij verschillen alleen door de eucharistische canon. 

Algemene betekenis van de Goddelijke liturgie

  “Christus is essentieel de Verlosser; Hij is in de wereld gekomen om de zondaars vrij te kopen. De goddelijke liturgie is het mysterie van de verlossing. De Verlossing eist vooreerst, dat men sterft aan deze zondige wereld. Daarom is de liturgie eerst en vooral mysterie van het Lijden. Deze vorm is alleen afgestemd op de menselijke conditie die nog altijd gedomineerd  en bedreigd wordt door de zonde. Deze mensheid moet nog sterven aan de zonde met de Heer,).maar indien zij mystiek gezien dood is, leeft zij ook met Christus voor God., zij is sacramenteel verrezen . Daarom moet de Goddelijke Liturgie het sacrament zijn van de Verrijzenis”(O Casel :  “Doe dit tot mijn gedachtenis”,Cerf,Coll.Lex orandi,1962,p.174.)

De Goddelijke liturgie bevat twee delen : de liturgie van het Woord of liturgie van de Catechumenen, die wij nu gaan bestuderen, en de liturgie van de gelovigen, die wij verder zullen zien.

 

LITURGIE VAN HET WOORD OF LITURGIE VAN DE CATECHUMENEN

 

Liturgie van het Woord

   “Zoals de Proscomidie overeenkomt met  de aanvang van Christus’leven, met zijn geboorte, alleen geopenbaard             aan de engelen en aan enkele mensen (….) zo is ook de liturgie van het Woord verbonden aan Zijn openbaar leven tussen de mensen, die Hij heeft onderricht door het woord en de waarheid” (Nicolas GOGOL : “meditaties over de Goddelijke Liturgie”, DDB. 1952). candle
Gedurende haar verloop, hoort men lezingen uit de Brieven of uit de Handelingen der Apostelen, en het Evangelie. Vroeger trokken de catechumenen, personen die zich voorbereidden op het doopsel, zich terug op het moment van de liturgie van de gelovigen, want zij hadden niet het recht om het “ mysterie “bij te wonen, dit wil zeggen tot de communie van het bloed en lichaam van Christus, wat, zoals nu trouwens ook nog, alleen bestemd is voor gedoopten. 

1.GEBEDEN VOOR HET ALTAAR

 

            De liturgie van de catechumenen begint met de aanroeping van de Heilige Geest door de priester,met gedempte stem :  “Koning van de hemel, Trooster, Geest der waarheid, Die overal tegenwoordig zijt en met Wie alles vervuld is, Schatkamer van alle goed, Gever van het Leven : kom en verblijf in ons, zuiver ons van alle smet, en red onze zielen, o Algoede”. Dit gebed wordt gebeden om aan te duiden dat de Kerk ook vandaag nog leeft van de komst van de Heilige Geest met Pinksteren. Zij zet de aanwezigheid van God op aarde voort tot aan de tweede glorierijke komst. Elke daad van het christelijk leven begint met dit gebed, opdat de kracht van de Geest ons moge begeleiden.

 2. ENARXIS-VOORBEREIDING Aanvangs doxologie            De priester houdt het Evangelieboek in zijn twee handen en maakt ermee een kruisteken boven het altaar, terwijl hij met luide stem zingt : “ Gezegend zij het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon, en van de Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”. Het is door de menswording van de Zoon dat in de wereld de zekerheid van het mysterie van de Drieeenheid is losgebarsten, daarom juist wordt begonnen met de aanroeping van de Drieeenheid en verlicht het begin van elke geheiligde daad. Daarom ook moet elke gelovige, nadat hij zich van alles onthecht heeft, zich meteen plaatsen in het koninkrijk van de Drieeenheid’ (N GOGOL , op.cit.). Op deze aanroeping antwoordt het koor : “Amen” met dit woord drukken de gelovigen hun volle instemming uit voor  alles wat gezegd is. Het is méér dan een eenvoudige bevestiging, het is een geloofsbelijdenis. Eerste grote litanie of ektenie (vredeslitanie) 

            Zij begint met een dringende vraag om vrede : “laat ons de Heer in vrede bidden” Het gaat er in de eerste plaats om een innerlijke vrede in zichzelf te bewerkstelligen. Zij die deelnemen aan  de Heilige Liturgie moeten elke onrust uit hun geest bannen (….) Zij moeten zich voor God plaatsen in een staat van rust, vertrouwende aandacht, van concentratie op het “enig noodzakelijke” En dadelijk volgt een tweede vraag :”De vrede waarom we reeds gevraagd hebben is iets anders dan een zielstoestand, een psychologische situatie die door onze inspanningen tot stand is gekomen. Het is een vrede die komt ‘uit de hoge’(….) een gave van God (….). Anderzijds erkennen wij dat de goddelijke vrede en het “
heil”van onze ziel innig met mekaar verbonden zijn. De vrede is een teken van de  aanwezigheid en de werkzaamheid van de “Heer”in ons. “om vrede voor de gehele wereld en het welzijn van de heilige Kerken Gods, en om EENHEID van allen, laat ons de Heer bidden”. “Wij bidden voor de vrede van de wereld(….) en opdat alle mensen zich verenigen in éénzelfde liefde”. (Een monnik van de Oosterse Kerk :  “liturgische offerande” coll.
Foi vivante, Uitg.Cerf,1988,p.1314.)

Gedurende de ganse liturgie, eindigen de grote en kleine ectenieën met een nagedachtenis van de Moeder van God en van alle heiligen, gevolgd door een gebed in stilte door de priester en een  “ekphonese”(=met luide stem) die dit gebed beëindigt.Het gaat om een uitroep door de priester in de vorm van een lofprijzing tot de Heilige Drieeenheid, een trinitaire doxologie, waarop het koor antwoordt : “Amen”De drie antifonen : “gescheiden door twee korte ectenieën vormen als het ware het voorportaal dat wij moeten overschreiden voor  men kan binnentreden in het mysterie. De mens kan slechts binnentreden in de Tegenwoordigheid van God, als hij zich op een geleidelijke manier hierop heeft voorbereid.” Gedurende de derde antifoon, nl. de zaligsprekingen, knielen de celebranten driemaal voor het altaar, de priester neemt het evangelie en geeft het aan de diaken. 3.DE KLEINE INTOCHT             De celebranten vertrekken vanuit de noorder- poort van het heiligdom. De diaken als eerste, draagt , omhoog gehouden, het evangelieboek. Hij wordt voorafgegaan door akolieten met een kaars. De processie gaat tot voor de heilige poorten. Zij symboliseert de komst van Jezus zelf, die gekomen is om te prediken onder het volkeren. Het Evangelie vertegenwoordigt het Woord van God. De grote kaars voor het Evangelie symboliseert  “het licht dat in de wereld gekomen is”, Christus zelf, Woord van God. De gelovigen buigen voor Hem. Nadat de priester met lage stem een gebed heeft uitgesproken opdat de liturgie in eenheid zou mogen zijn met de hemelse Liturgie, zegent de intrede en kust het Evangelie.. 4.GEZANGEN EN LEZINGEN             Terwijl het koor de troparia en de kondakia van de dag zingt, reciteert de priester met gedempte stem het gebed van het Trisagion, welke de hymne van het trisagion voorafgaat, dat door het koor zal worden gezongen. 

Het trisagion

                        De hymne driemaal heilig, is een trinitair gebed dat zijn oorsprong vindt in de zang van de engelen die gehoord werd door de profeet Jesaja (Jes.6,18). Meer dan 7 eeuwen later, is hij opnieuw gehoord door de apostel Johannes tijdens de openbaring die hij had in Patmos. (Apoc.4,8).Dit gebed wordt  gecommentarieerd in de loop van de Vespers van Pinksteren: “Kom volkeren, aanbidden wij de godheid in drie personen, de Zoon in de Vader met de Heilige Geest. Want buiten de tijd, heeft de Vader de Zoon voortgebracht, in eeuwigheid met Hem op dezelfde troon. En de Heilige Geest verheerlijkt met de Zoon, was in de Vader, enige Macht. Enig Zijn, Enige Godheid, die wij allen aanbidden en zeggen : Heilige God die het universum schiep door de Zoon en in samenwerking (synergie)met de Heilige Geest, Heilige sterke, door wie wij de Vader hebben gekend en door wie de Heilige Geest gekomen is in de wereld, Heilige onsterfelijke, Geest-trooster die voortkomt uit de Vader en rust in de Zoon, heilige Drieeenheid, glorie aan U” 

Ceremonie van de troon en Lezingen

             Voor de proklamatie van het prokimenon, nodigt de diaken de priester uit om de troon  van de bisschop te zegenen. Vervolgens, nadat de diaken onze aandacht heeft gevraagd, zingt de lector, midden de Kerk het prokimenon en leest de lezing van de Apostel van de dag. Tijdens deze lezing en tijdens het Alleluia die daarop volgt, bewierookt de diaken het altaar, het heiligdom, de ikonostase en het volk, “aldus de komst van het Woord voorbereidend, goddelijke tegenwoordigheid, en om ons eraan te herinneren dat voor het aanhoren van de Evangelische woorden een zuivering van het hart noodzakelijk is” 

Homelie

             Na de lezing van het Evangelie houdt de priester een homelie. Gedurende deze homelie opent de Heilige Geest, door tussenkomst van de priester, de geest van de gelovigen “tot inzicht van de lezingen”. Zij is dus geen eenvoudige uitleg van het Woord dat zojuist gelezen werd, maar wél de prediking van het Evangelie zelf. Door ernaar te luisteren zouden wij hetzelfde moeten ervaren als de leerlingen van Emmaüs : “ Brandde ons hart niet in ons toen Hij tot ons sprak en ons de schriften opende ?”. 4.GEBEDEN VOOR DE GANSE KERK 

            Nu nodigt de diaken het volk uit om te bidden. De priester van zijn kant bidt met zachte stem, bij zichzelf , dat de gebeden van de gelovigen aanvaard mogen worden door God. Vervolgens, spreekt hij met luide stem de eind-doxologie uit, hij betrekt hen ook bij deze lofzang voor God. “Welk is het gebed van het volk, dat bijzonder opportuun is na het Evangelie ? Het is het gebed voor hen die trouw zijn aan het Evangelie, voor hen die de volheid van Christus uitgedrukt in het Evangelie navolgen”, (Sint Nicolas CABASILAS :” Explication de la Divine Liturgie”,coll. Sources Chrétiennes n° 4 bis,éd.Cerf,1967,p.159)

 

Het antimension

             Gedurende dit gebed ontvouwd de priester het antimension op het altaar. “Het antimension is een doek d
at reliquiën bevat en gewijd is door de bisschop. Het is een draagbaar altaar. Het herinnert ons eraan dat de Kerk op pelgrimstocht is hier op aarde, op uittocht. Ze kan zich niet definitief vestigen. Haar ware vaderland is het Nieuwe Beloofde Land, het Rijk der hemelen waarnaar zij op weg is. Op het antimension is de graflegging van Christus uitgebeeld, om ons eraan te herinneren dat het altaar het heilig Graf voorstelt, van waaruit Christus is verrezen om zijn licht uit te doen stralen over het ganse universum.
De liturgie van het woord eindigt met een gebed en wegzending van de catéchumenen. 

DE LITURGIE VAN DE GELOVIGEN

             Het tweede gedeelte van de liturgie wordt genoemd : Liturgie van de gelovigen. Daarom begint ze met een uitnodiging door de diaken, gekeerd naar het altaar, tot hun intentie : “Gelovigen, laat ons nogmaals en nogmaals de Heer in vrede bidden”. De gelovigen die het volk van de gedoopten vertegenwoordigen, worden door het gemeenschappelijk gebed opgeroepen om zich voor te bereiden op de eucharistische offerande. Vroeger bleven de poorten van de Kerk gesloten, om aan te duiden, dat de Kerk niet meer van deze wereld is, zij is het lichaam van Christus. Nochtans, als ze zich afzondert van de wereld, dan doet zij dit voor de wereld, teneinde het offer van Christus “voor allen en voor alles” te brengen, zoals het lang gebed van de anaphora ons duidelijk maakt. 1.GEBED VOOR DE GELOVIGEN             De liturgie van de gelovigen begint met twee gebeden uitgesproken door de priester. Zij worden elk voorafgegaan door twee korte ektenieën gezegd door de diaken. In het eerste gebed vraagt de priester Gods genade voor zichzelf en voor de andere celebranten, om het Heilige Offer van de Eucharistie waardig te kunnen opdragen. In het tweede gebed  bidt hij speciaal voor de gelovigen, opdat zij waardig geoordeeld zouden worden om deel te nemen aan de Heilige Mysterieën. 2.DE GROTE INTREDE             De grote intrede is één van de meest plechtige momenten van de Liturgie.Zij wordt gekenmerkt door een grote bewieroking, de processie van de offergaven en door de Cherubijnenzang. 

Handelingen en gebeden van de celebranten

             De priester begint met een gebed dat speciaal voor hem is bestemd. Het is het enige gebed van gans de Liturgie dat de priester voor zijn eigen intentie uitspreekt, en niet voor al diegenen die de kerkelijke gemeenschap uitmaken : “ Daarom roep ik tot U, alleen  Goede, die bereid zijt naar ons te luisteren : zie neer op mij, Uw zondige en nutteloze dienaar ; reinig mijn ziel en mijn hart van slechte gedachten; en stel mij, die Gij door de kracht van Uw Heilige Geest met het priesterschap hebt bekleed, in staat hier voor uw Heilig Altaar te staan, om Uw heilig, smetteloos lichaam en kostbaar bloed te offeren. Met gebogen hoofd kom ik tot U, en ik smeek U : wend Uw aangezicht niet van mij af, en verstoot mij niet uit het getal van Uw dienaren. Veroorloof mij, zondige en onwaardige dienaar, U deze gaven aan te bieden”.Vervolgens richt de priester zich tot Christus om te bevestigen, dat de gaven die naar het altaar zullen gebracht worden, offeranden  zijn die door Christus Zelf zijn tot stand gebracht : “Gij, Christus onze God, zijt het immers Die offert en geofferd wordt, Die ontvangt en ontvangen wordt”. Wij kunnen deze offerande offeren, omdat Christus zelf als offerande is geofferd éénmaal voor allen, en dat zijn offer ook het onze bevat. Het is omdat de priester bekleedt is met het priesterschap van Christus dat hij alleen het sacrament van de Eucharistie kan uitvoeren. Hij dient niet de scheiding van de bijeenkomst, maar zijn eenheid met haar.te bewerkstelligen.Daarom vraagt de priester om bijstand en te worden “bekleed met de kracht van de Heilige Geest” 

De grote bewieroking

             Na dit gebed doet de priester, voorafgegaan door de diaken met een brandende kaars in de hand, de grote bewieroking van het altaar, het heiligdom en vervolgens van de ganse kerk.Ondertussen reciteert hij psalm 50, en de troparia van berouw. Terug in het heiligdom en na de bewieroking van het altaar, doen de celebranten drie grote buigingen (metanieën) voor het altaar en kussen het na de tweede buiging. Vervolgens, richten zij zich tot de gelovigen, buigen voor hen en gaan naar de prothesis. De priester neemt de aër weg die de disk en de kelk bedekt, en legt het op de schouder van de diaken. Deze ontvangt de disk uit de handen van de priester, die zelf de kelk neemt. 

De processie

             Nu begint de processie met de gaven ,die in processie rondom het schip van de kerk worden gedragen. De celebranten blijven “voor de heilige deuren staan, naar het volk gekeerd. De priester vraagt aan de heer de Herders van de Kerk in herinnering te brengen, de regeerders, de stichters van de plaats waar de Liturgie plaatsvindt, de overledenen en alle orthodoxe christenen. Deze plechtige intrede, begeleid door de akolieten met kaars en de tweede diaken die de heilige gaven bewierookt gedurende de processie, betekent ook onze eigen opgang naar het Koninkrijk van God. 

De Cherubijnenzang

             Vanaf de gebeden en de bewieroking die de intredeprocessie voorafgaan zingt het koor de Cherubijnenzang : ‘” Wij die in dit mysterie verzinnebeelden de Cherubijnen, en die zingen d’hymne driemaal heilig aan de levenschenkende drieeenheid. Stellen wij nu ter zijde alle zorgen van deze wereld”“ Het gebed van de kleine intrede riep de intrede van de engelen op in eenheid met ons. In de grote  intrede doen wij méér. Wij verklaren dat wij op mysterieuze wijze, door een goddelijke genade, figuren,
vertegenwoordigers van de engelen geworden zijn”.
(Une moine de l’Eglise d’Orient, L’offrande liturgique, coll.Foi Vivante, édit. Cerf,1988,p31)Met hen verheerlijken wij de Heilige Drieeenheid want “zie, de Koning der koningen en de Heer des heren, Christus onze God, gaat op weg om geofferd te worden en als voedsel gegeven te worden aan zijn getrouwen.. Daarom moeten wij in dit transformerend ogenblik alle zorgen van de wereld van ons afwenden, ons ontdoen van alles wat ons van God afhoudt.”(Idem, Op.cit. p.31).Wanneer priester en diaken het heiligdom binnentreden, zingt het koor opnieuw : “Om te ontvangen de Koning van het heelal, onzichtbaar begeleid door Zijn lijfwacht van Engelenscharen.Alleluia,Alleluia,Alleluia !”. 3.DE INTREDE VAN DE HEILIGE GAVEN              De intrede van de heilige gaven in het heiligdom symboliseert het leggen van het Lichaam van Christus in het heilig Graf. Daarom worden de heilige poorten gesloten. Het roept eveneens de intrede van Christus , onze Hoge-priester op in het hemels heiligdom”. De priester  zet  het brood en de wijn op het altaar en offer ze aan God op,  om eraan te herinneren dat het Lichaam van de Heer in het graf werd gelegd als op een altaar en opgedragen als een offer voor het heil van de wereld. Vervolgens neemt de priester het doek van de kelk en de disk en legt het opgeplooid op het altaar. Hij neemt vervolgens de aër van de schouder van de diaken, bewierookt het en bedekt de heilige gaven, zeggende :” De rechtvaardige Jozef nam Uw allerzuiverst Lichaam van het Kruis. Hij wikkelde het in een zuiver linnen doek met reukwerk en legde Het in een nieuw graf”.4.EKTENIE             De diaken verlaat door de noorderpoort het heiligdom om zich op te stellen voor de Heilige Poorten, gekeerd naar de ikonostase.Terwijl hij zijn stola met de rechterhand omhoog houdt, zegt hij een lange ektenie. Vervolgens gaan de Heilige Poorten open, de priester spreekt de  “ecphonese” van het gebed uit en zegt :  “Vrede aan allen”. Het koor antwoordt : “En met Uw Geest”. 5.DE VREDESKUS             De diaken roept uit : “ Laat ons elkander beminnen, om in éénheid te belijden”.Het koor zingt : “De Vader, de Zoon en de Heilige Geest; de één-wezenlijke en ondeelbare Drievuldigheid” Dit liturgisch element van de vredeskus werd vroeger gedeeld met alle aanwezigen, terwijl heden alleen de priesters en de diakens elkaar een akkolade geven zeggende : “Christus is in ons midden”. Terwijl de aangesprokene antwoordt : “Hij is, en zal zijn”. Deze liefde die ons gevraagd wordt te delen is radicaal nieuw. Want Christus beveelt ons aan niet alleen mekaar te beminnen, maar ook onze vijanden. Deze laatste aanbeveling, die irrealistisch lijkt,werd nochtans gegeven aan elke mens dank zij de genade van de menswording van Jezus Christus. Hij heeft ons werkelijk deze totale liefde geopenbaard. Zij is vervat in de natuur van God zelf, door zijn leringen, door zijn daden, en die uiteindelijk zijn hoogtepunt heeft bereikt in Zijn vrijwillig offer aan het kruis, waar Hij bad voor zijn beulen. In Zijn voetspoor hebben de heiligen het bewijs geleverd van dezelfde liefde voor de vijanden, zoals de heilige Stefanus de proto-martelaar, die toen hij gestenigd werd bad voor zijn beulen.Zo ook de heilige Silouan van de berg Athos wiens gebed voor de wereld ook zijn vijanden inhield. Zo hebben alle heiligen getuigenis afgelegd door hun leven en hun werken opdat dit bevel voor een totale liefde zou werkelijkheid worden. Zo ontvangt elke mens die met Christus verenigd is deze Liefde, ze  groeit in hem en hij kan op zijn  beurt deze Liefde doorgeven aan anderen.  “Daaraan zullen allen erkennen dat gij Mijn leerlingen zijt, als gij liefde voor elkaar hebt”. Alleen door de Liefde van Christus waarmee we bekleed zijn maakt ons tot broeders in Christus.   “De vredeskus is eveneens geplaatst op dit moment van de Liturgie, voor het begin van het Offer, om te gehoorzamen aan de oproep van de Heer, ons met onze broeders te verzoenen voordat wij onze offerande aanbieden”. 6.GELOOFSBELIJDENIS             Voor de lezing van de geloofsbelijdenis,spreekt de diaken volgende woorden uit : “DeDeuren ! de Deuren ! : laat ons in wijsheid aandachtig zijn”. ‘Deze acclamatie richtte zich vroeger tot de portiers die erover moesten waken, dat geen enkele heiden de kerk zou binnenkomen. Zij richt zich vandaag tot alle gelovigen opdat zij de poorten van hun hart zouden bewaken en zouden beschikbaar zijn voor de volmaakte liefde, tegen elke aanval van de vijand. Dat alleen Gods tegenwoordigheid er zou wonen. De Heer heeft ons in het Evangelie bevolen om de deur van onze kamer gesloten te houden en in het verborgene te bidden. Wij zijn uitgenodigd om  “sommige deuren van ons hart” te sluiten. “Laat ons aandachtig zijn !”, zegt de tekst van de Heilige Liturgie. Dat wij open en waakzaam zouden zijn voor de woorden en de ingevingen die van God komen. De Heer richt tot elkeen de zin die hij uitsprak over de zieke  “Efeta ! open-U” (Op.cit.,p36). “Gedurende het zingen van de geloofsbelijdenis waait de priester met de aër die de kelk bedekt over het brood en de wijn . Dit waaien met de aër boven het brood en de wijn wordt beschouwd als het symbool van  de adem van de Heilige-Geest, van de wind die het huis vervulde met Pinksteren. Ondertussen wordt de geloofsbelijdenis gezongen.Welnu, men kan het christelijk geloof niet belijden indien op hetzelfde moment, de Heilige Geest niet over ons waait. Indien de bezieling van de Heilige Geest afwezig is, dan kunnen we wél volmaakte formules lezen, maar de ritus zal een dode, steriele ritus blijven.Moge de Heilige-Geest de woorden die wij zeggen, komen  bezielen en levendig maken’ (Op.cit. p37). In de primitieve Kerk en ook nog vandaag, voltooit de geloofsbelijdenis de voorbereiding van de catechumenen en hun doop-intrede in de Kerk. Sedert de VIe eeuw, is  zij in de Liturgie binnengebracht om duidelijker de band te benadrukken tussen  de eenheid van geloof van allen die deel uitmaken van de Kerk, en de vervulling ervan door de Eucharistie. “Wij allen hebben deel aan het ene Brood en de ene Kelk. Doe ons één worden met elkander in de Gemeenschap van de ene Heilige Geest”. (Eucharistisch gebed van Sint Basilios).  “De tekst van het Credo is een ikoon van de Drieeenheid, het leert ons om de Ene en drie
maal heilige God te aanbidden”.Door de geloofsbelijdenis te be-mediteren, drukken wij het in onze harten, zodat het onze adem mag worden. Door te zeggen :  “ik geloof” druk ik mijn vrije en persoonlijke aanhankelijkheid uit aan het christelijk geloof. Maar tegelijk neemt iedereen deel aan het geloof van de ganse Kerk. Door onze belijdenis zijn wij verenigd met God en met de christenen van geheel de wereld, van alle eeuwigheid en alle tijden, voor alle eeuwen der eeuwen”.
(Le Credo de Nicée-Constantinople, catéchèse orthodoxe, éd.du Cerf 1987, 4ème de couverture). Het Credo, nadat het eerst de enige God heeft beleden, verklaart ons vervolgens de drie Personen van de Drieeenheid. De Vader, Eerste Persoon van de Drieeenheid, is de enige bron van de godheid, Hij is het princiepe van eenheid van de drie goddelijke Personen en de schepper van alle dingen.. De Zoon, Tweede Persoon van de Drieeenheid deelt de eeuwigheid met de Vader, geboren , niet geschapen, Hij is de bewerker van de  schepping :  door zijn menswording, door Zijn vrijwillig lijden, door zijn Verrijzenis en hemelvaart. Hij is de verlosser van het menselijk geslacht en wij wachten op Zijn definitieve wederkomst. De Heilige Geest, Derde Persoon van de Drieeenheid die voortkomt uit de Vader is  “consubstantieel” (= van dezelfde substansie) met de Vader en de Zoon en deelt dus hun eeuwigheid, Hij is het die leven geeft aan alle dingen. Vervolgens belijden wij ons geloof in het mysterie van de Kerk, die, zoals Christus god-menselijk is en gesticht door Hem. En in één doopsel, want het doopsel is onuitwisbaar. Wij bevestigen eveneens ons geloof in de verrijzenis van de doden waarvan de Verrijzenis van Christus het vertrekpunt  is, en in het toekomstige leven, ‘t is te zeggen, in het eeuwige leven. 7.DE  EUCHARISTISCHE CANON OF ANAPHORA 

Algemeen

             De verschillende delen van de liturgie welke wij reeds gezien hebben : kleine intrede, lezingen, grote intrede, geloofsbelijdenis,  vormen een opwaardse lijn naar dit belangrijkste deel van de Liturgie, die wij  “eucharistische canon of anaphora” noemen. De term  “eucharistische canon” komt ven het grieks :  “canon” wat regel of wet betekent, en  “eucharistie” wat  “dankzegging” betekent. De eucharistische canon bevat een vaste structuur – vanuit vastgelegde regels. Het griekse woord anaphora betekent   “verheffing”. De anaphora is een  “verheffing”, een aanbieding : de gelovigen bieden hun offer  aan, maar tegelijk bieden zij ook zichzelf aan God aan, opdat als antwoord hierop God zijn Heilige-Geest zou zenden over hen en de gaven. Structuur             De structuur van dit gebed vormt een geheel met een diepe eenheid. Zij komt overeen met de drie zegeningen (berakoth) die Israël deed na de joodse maaltijd.Het is dit dankgebed dat Christus heeft uitgesproken de avond van Heilige Donderdag na het brood en de wijn te hebben genomen. De drie delen van dit gebed bekleden tegenwoordig in de Kerk een trinitair karakter : Het eerste deel is een gebed van dankbaarheid voor de schepping is tot de Vader gericht. Het tweede gebed is een dankbaar gedenken (anamnese) voor het  verlossend en bevrijdend  werk van de Zoon. Het derde deel is een smeekbede of  aanroeping, of epiklese voor de nederdaling van de Heilige Geest, opdat  wij door Hem de  “volheid van het Rijk” zouden ontvangen (Dit onderscheid in drie delen is genomen uit  “Dieu est vivant”, éd.du Cerf.p321). 

Verloop

 

            De anaphora begint met een  oproep door de diaken :  “Laat ons eerbiedig staan; laat ons met vreze staan; laat ons aandachtig zijn om het Heilig Offer in vrede op te dragen”.  De diaken doet een oproep tot ons, opdat wij ons  in onze verhouding tot God zouden gedragen zoals het hoort :  met godsvrucht en heiligheid, vrees en  grote eerbied, spirituele houdingen van innerlijke vrede bereid om God te loven.

Het koor antwoordt :  “ Gift van vrede, een offer van lof”. Niet alleen offeren wij in vrede, het is de vrede zelf welke wij offeren bij wijze van het huidige en het tweede offer. Want wij offeren de barmhartigheid  aan Hem die gezegd heeft : “ Ik wil barmhartigheid en niet het offer”, welnu, de barmhartigheid is een vrucht van een vaste en waarachtige vrede. Want wanneer geen enkele passie meer de ziel vertroebelt, staat niets  meer in de weg om te worden vervuld met barmhartigheid. Maar (wij offeren) ook een  “offer van lof” (St.Nicolas Cabasilas,op.cit.p.171). De priester gaat nu naar het ambon en geeft de zegen, zeggend : “De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen”. Deze trinitaire formule van sint Paulus (II Kor.13,13) die hier gebruikt wordt, is niet de formule die gewoonlijk gebruikt wordt om de drie personen van de Heilige Drieeenheid onder woorden te brengen. Hier begint de zegening met een aanroeping van Christus, een mededeling van Zijn genade. Dit, omdat de genade ons gegeven wordt door Christus, en omdat Hij het is die ons de liefde van de Vader openbaart, en ons de Heilige Geest meedeelt. Na deze zegening antwoordt het koor :  “En met uw Geest”. De priester :  “Omhoog de harten”. Het koor : “Wij heffen ze tot de Heer”. Door dit antwoord is de verheffing, de aanbieding (anaphora) reeds geopenbaard. Deze aansporing, om onze harten hoog te houden herinnert ons eraan dat de vervulling van de eucharistie zich niet voltrekt op aarde maar in de hemel. Als ledematen van de verrezen Christus zijn wij met Hem reeds gezeten aan Gods rechterhand.  “God, die rijk is aan erbarming, heeft om zijn grote liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus(….)en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Jezus Christus” (Ef. 2,4-6). De priester :  “Laat ons de Heer de eucharistie opdragen”. Het koor : “ Het is recht en waardig” (te aanbidden, de Vader en de Zoon en de Heilige
Geest, Drieeenheid eenwezenlijk en ondeelbaar).(Dit deel tussen haakjes is soms weggelaten).
 8. HET EUCHARISTISCH GEBED             Wanneer de priester terug in het heiligdom is begint het eucharistisch gebed. In dit gebed van dankzegging, drukken wij onze erkentelijkheid uit tegenover God  “voor alles”. Wij gedenken alles wat Hij voor ons gedaan heeft.  “Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht”. Hij heeft de mensheid verlost na de val. Hij houdt niet op om ons te helpen het komende Rijk te bereiken..  “Voor dit alles danken wij U en Uw eengeboren Zoon en Uw Heilige Geest, voor alle aan ons bewezen weldaden, die wij kennen en die wij niet kennen, de zichtbare en de onzichtbare”.Voor al deze aan ons bewezen weldaden, elke dag opnieuw en in een oneindigheid van vormen.“Maar onze dankzegging wordt duidelijker, wordt direkter en konkreter “: “Wij danken U ook voor deze eucharistie, die Gij uit onze handen wilt aanvaarden, terwijl Gij toch beschikt over duizenden Aartsengelen en tienduizenden engelen…”. Een waardevoller aanbidding zou kunnen geofferd worden aan God door de hemelse krachten. Maar God aanvaardt wat wij Hem aanbieden met onze zondige handen. (Une moine de l’Eglise d’Orient,op.cit.p.41-42). Door deze woorden van dankzegging, erkennen wij ook het werk van de Schepper, wij drukken Hem onze erkentelijkheid uit. Wij zijn schepselen die, dankzij het offer van Christus, geroepen en in staat zullen worden gesteld om de wereld te transfigureren en zelf gedeifieerd en “deelgenoten van de goddelijke natuur” te worden (St.Gregorius Palamas).Eenmaal deze roeping van de mens tot uiting gebracht is, zullen wij ons ook bewuster worden van onze zondige natuur. Nochtans zijn wij in staat om het te erkennen, wij hebben toegang tot de Vader en zijn deelgenoten van het komende Koninkrijk :”Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om ons in de hemel te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken”. De priester beëindigt het gebed met deze vier woorden :”Zingend, roepend, luid jubelend en zeggend”. Doorheen deze vier termen heeft de christelijke traditie een zinspeling gezien op de roep van de vier “levenden” in het visioen van Ezechiël (Ez. 1,6vv) en de Apocalyps (Apoc.4,67), die tegelijk de Machten der engelen symboliseren die de schittering van Gods glorie uitdragen naar de vier windstreken ,dit wil zeggen, over de ganse kosmos, en de vier Evangelisten die de boodschap van het Woord uitdragen tot de uiteinden der aarde. Het is daarom, dat de diaken, terwijl de priester deze formule uitspreekt, een kruisteken maakt door met de asterix, die de heilige gaven bedekt, de boord van de disk op vier plaatsen aan te raken.Nu zingt het koor de Cherubijnenzang : “Heilig,heilig,heilig is de Heer Sabaoth. Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid, hosanna, hosanna in de hoge. Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren : Hosanna in den hoge”.“De triomfantelijke cherubijnenzang, die door de profeten gehoord werd tijdens hun heilige visioenen en in haar geheel hernomen wordt door het koor, zet de gelovigen in gebed op weg naar de onzichtbare hemel” (Nikolas Gogol.op.cit). 9. DE ANAMNESE             Anamnese is een grieks woord en betekent:  “gedachtenis, herinnering, een daad waardoor een voorbije gebeurtenis terug aktueel wordt, niet alleen ter gedachtenis van de mensen, maar ook van God”.Het verhaal van het Laatste Avondmaal dat nu volgt, zal het verhaal zijn van de instellingswoorden, dit wil zeggen, dat wat Jezus gedaan heeft op de vooravond van  Zijn dood. Dit verhaal vinden wij in de Evangeliën van de heilige Mattheus (26,26-28), van  de heiligeMarcus (14,22-25) en van de heilige Lucas(21,19-20), alsook bij  de  heilige Paulus (II Kor.,23-25). De priester:  “Met deze zalige krachten, menslievende Meester, roepen ook wij en zeggen :Heilig zijt Gij, Alheilig :Gij en Uw eengeboren Zoon, en Uw Heilige Geest.Heilig zijt Gij, Alheilig;En hoogverheven is Uw heerlijkheid.Zozeer hebt Gij Uw wereld liefgehad, dat Gij Uw Eengeboren Zoon gegeven hebt,Opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaMaar eeuwig Leven hebbe.Hij is gekomen en heeft heel de Heilseconomievoor ons voltooid.In de nacht, waarin Hij voor ons werd overgeleverd,Of veeleer waarin Hij zichzelf overleverde voor het Leven der wereld,Nam Hij brood in Zijn heilige en vlekkeloze reine handen,Dankte, zegende, heiligde , brak het,En gaf het aan Zijn heilige Leerlingen en Apostelen, Zeggend : Neemt en eet, dit is Mijn lichaam,dat voor U gebroken wordt,tot vergeving der zonden.” Tegelijk toont de priester het brood met de rechterhand. Het koor antwoordt :”Amen”Vervolgens naar de kelk wijzend, zegt de priester : “Evenzo de Kelk na het Avondmaal, zeggend : Drink allen hieruit : dit is mijn bloedvan het nieuw verbond, dat voor uEn voor velen vergoten wordttot vergeving der zonden”. Opnieuw antwoordt het koor met “Amen” “Door het offer van brood en wijn wordt Jezus Christus tot offerande van zijn opoffering.. Hij stelt zich in de plaats van alle mens- en zoenoffers(Hebr.9,11-28).Zoals Abraham,toen hij op de proef werd gesteld, een altaar oprichtte en zijn zoon aan God had geofferd (Gen.22,1-18), zo offert  Jezus Zichzelf aan Zijn Vader.Het offer van het Kruis is van alle eeuwigheid, ontvangen en aanvaard door de Vader, voor het leven van de wereld”.(Catéchèse orthodoxe,t2,la résurrection,éd.Cerf,p101).Wij begrijpen beter waarom in onze Kerken het altaar en het kruis zijn verenigd. Het is de Heilige Geest ontvangen in de Kerk met Pinksteren, die ons toelaat om op onze altaren de eucharistische maaltijd en het offer van het Kruis te verenigen, en dit in het licht van de
Verrijzenis van Christus.
Nu gedenkt de priester alles wat Jezus voor ons heeft gedaan : “Dit verlossend gebod indachtig, stellen wij nu tegenwoordig alles wat voor ons geschied is : het Kruis, het Graf, de Opstanding op de derde dag, de Hemelvaart, de Troon ter rechterzijde, en de Wederkomst in heerlijkheid”.“ Gedurende de Goddelijke Liturgie participeren wij niet alleen  aan het unieke offer van de Redder maar ook aan zijn Verrijzenis, aan Zijn Hemelvaart en aan Zijn glorierijke wederkomst op het einde der tijden”.“Het is kenmerkend, schreef de Archiemandriet Cyprianus, dat de herdenking zich uitstrekt over alle tijden, en niet allen over het verleden. In de eucharistische herdenking vermengen zich de grenzen van verleden, heden en toekomst. De eucharistische dienst, in woorden en onbloedig, staat buiten de tijd, niet onderworpen aan de wetten van onze zintuigelijke waarnemingen en van onze logica. Wij brengen in onze liturgie zelf de toekomst in gedachten”.(Evkaristia, Ymca Press,1946,pp230-231) Vervolgens beëindigt de priester met : “Offeren wij het Uwe, genomen uit het Uwe, namens alles en voor alles”. Deze laatste uitgesproken woorden zijn de eigenlijke anaphora, ’t is te zeggen de offerande welke de celebrant opdraagt aan God, uit dankbaarheid  voor het offer van Christus, in gehoorzaamheid aan dit bevel alsook uit dankbare erkentelijkheid (Doe dit tot Mijn gedachtenis).Op het moment dat deze woorden worden uitgesproken kruist de diaken de handen en neemt de disk in de rechterhand en de kelk in de linker, hij houdt ze omhoog terwijl hij er een kruisteken mee maakt boven het altaar,.Ondertussen zingt het koor :  “Wij prijzen U, wij loven U.Wij danken U, onze Heer. Wij danken U, onze God. Wij loven U, onze Heer.Wij bidden U,onze God.”. 10. EPIKLESE             De anaphora wordt beëindigd met de epiklese. Het is een grieks woord dat “aanroeping” betekent. Het gaat er in werkelijkheid om, dat de priester aan de Vader vraagt om Zijn Heilige Geest te zenden “over ons en over deze neergelegde gaven”, en  van dit brood en deze wijn het lichaam en bloed van Christus te maken. De Liturgie is vanaf het begin doordrongen van de vraag aan God, Zijn Heilige Geest te zenden, opdat Hij de gaven en hen die ze zullen ontvangen zou transfigureren.  “De transformatie van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus is geen magie, door de priester voltrokken. De tekst van de Liturgie zegt : “..Ze herscheppend door Uw Heilige Geest”. Deze verandering, als antwoord van God op ons gebed, is geen doel op zich. Het is uitgevoerd “opdat zij voor hen die ze ontvangen, worden tot reiniging van hun ziel” en ook “tot gemeenschap met Uw Heilige Geest”. Alles gebeurt door de Heilige Geest en in de Heilige Geest” (Une moine de l’Eglise d’orient, op.cit.p48).Inderdaad “de materie is niet ongevoelig voor de actie van de Heilige Geest, en de communie van het brood en de wijn zouden geen enkele betekenis hebben, indien deze gaven  niet zouden veranderd zijn door de werking van de Geest in Lichaam en Bloed van de Verrezen Christus”.(God is levend, op.cit.p.326). 

Er is nog een belangrijke opmerking. De priester heeft gezegd , “Zend Uw Geest over ons en over deze gaven…” Hij heeft niet gevraagd dat de Geest eerst over de gaven komt, maar eerst over ons. Dat is het moment van Pinksteren in de Eucharistische Liturgie. De Geest komt in ons hart voordat Hij komt in de materiële elementen, brood en wijn, objecten van de offerande en de consecratie”. (Un moine de l’Eglise d’Orient,op.cit. p.4 )  “Ook geloof ik, dat dit Uw vlekkeloos lichaam is, en dat Uw kostbaar Bloed “; zeggen wij later in het gebed vóór de communie. Maar “het doel van de eucharistie is niet om het brood en de wijn te transformeren, het doel is te communiceren met Christus die ons voedsel is geworden, ons leven ; het is de manifestatie van de Kerk als Lichaam van Christus”. (Alexander Schmemann, l’Eucharistie du Royaume,p.250).

De liturgie van de Heilige Basilios is zeer duidelijk hierover : “Wij allen hebben deel aan het ene Brood en de ene Kelk. Doe ons één worden met elkaar in de Gemeenschap van de Heilige Geest” (Volgens sommige russische gebruiken zegt de priester na “wij zingen U” drie maal met zachte stem, de handen opgeheven, een voorafgaand gebed van aanroeping van de Heilige Geest :”Heer, die op het derde uur, Uw Heilige Geest hebt gezonden over Uw apostelen, ontrek ons niet aan uw goedheid , maar hernieuw ons, wij die U smeken”.En de diaken zegt als antwoord verzen uit psalm 50 :  “Schep in mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest.Verwerp mij niet voor Uw aangezicht, en neem Uw Heilige Geest niet van mij weg”). Na deze voorbereiding op de epiklese, zegt de priester met luide stem “Wij offeren U deze onbloedige Logosdienst; wij roepen Uw hulp in; wij bidden en smeken U : Zend Uw heilige Geest neer over ons en over deze voor U neergelegde gaven”. De diaken wijst het Brood aan en zegt “Zegen, Vader, het heilig brood”. De priester zegent het Brood “En maak dit brood het kostbaar lichaam van Uw Christus”.De diaken, dikwijls met het koor en dikwijls ook allen samen zeggen :  “Amen”. Vervolgens ,de kelk aanwijzend, zegt de diaken :  “Zegen, Vader de heilige Kelk”. De priester zegent hem en zegt :  “En wat in deze kelk is, het kostbaar bloed van uw Christus”. De diaken vervolgens alleen (of..zie hierboven) : “Amen”. De diaken wijst vervolgens het Brood en de wijn aan : “Amen.Zegen ,Vader,beide”. De priester maakt dan een kruis-teken “ze herscheppend door uw Heilige Geest”. En terug de diaken alleen (of…zie hierboven) : “Amen.Amen.Amen”. De priester vervolgens : “Opdat zij voor hen die ze ontvangen, worden tot reiniging van hun ziel, tot vergeving der zonden,tot gemeenschap met Uw Heilige Geest, tot volheid van het Koninkrijk der hemelen, tot vrijmoedigheid tegenover U, maar niet tot vonnis of veroordeling. Ook offeren wij U deze logosdienst voor hen die in geloof ontslapen zijn : Voorvaderen, Vaderen, Patriarchen, Profeten, Apostelen, Predikers, Evangelisten, Martelaren, Belijders, Asketen, en voor elke gerechte geest, die in het geloof tot volkomenheid gekomen is”. De priester betrekt in zijn dankzegging de ganse Kerk : de overledenen en de levenden, met een bijzondere plaats voor de Moeder Gods, zij die de “Geïncarneerde Tempel was en die de Kerk roemt als eerbiedwaardiger dan de Heiligen en zelfs dan de hemelse machten”(De Goddelijke liturgie van de Heilige Johannes Chrisostomos, éd.Cerf,p.67). De priester bewierookt het altaar en de heilige gaven en herdenkt de Moeder van God:  “Vooral voor onze alheilige, ongerepte, hooggezegende, roemrijke Koningin Godsmoeder en altijd-maagd Maria&rd
quo;. Het koort antwoordt met een lofzang tot de moeder Gods “ O waarlijk passend is het u zalig te prijzen, o moeder Gods.Zalig geprezen en ongeschonden moeder van onze God.Gij eerbiedwaardiger dan de cherubijnen en onvergelijkelijk glorierijker dan de serafijnen.Die zonder smet God, het Woord heeft gebaard. Gij waarlijk moeder van God, u roemen wij”  De priester  gaat nu verder met de herdenking van de Heiligen en voornamelijk de heiligen van de dag, de overledenen en alle levenden. “Dan besluit de priester :  “En gedenk hen die ieder in zijn gedachten heeft”, en het koor antwoordt :  “En allen, en allen”.  Bekijken we goed wat deze zin inhoudt. Hij drukt de universaliteit uit van het gebed van de Kerk en ons persoonlijk gebed. Wij sluiten niemand uit van ons gebed. Wij openen onze armen, wij strekken ze uit naar al onze noden, naar al onze tegenspoed. Aan u behoren allen en alles toe, wij verenigen ons met elkaar” (Une moine de l’Eglise d’Orient, op.cit.,p. 54).
 De priester spreekt ten beste voor alle menselijke noden en het eucharistisch gebed besluit met een trinitaire doxologie. Het is dus de ganse Kerk, aardse en hemelse die zich terugvindt in de eenheid van geloof en de gemeenschap met de Heilige Geest, dank zij het mysterie van de eucharistie. Deze eenheid van allen in het Lichaaan van Christus staat ons toe om de zegen te ontvangen die het gebed van de anaphora afsluit : “De barmhartigheid van onze grote God en de zaligmaker Jezus Christus, zal altijd met u zijn”. Het koor antwoordt : “En met  uw geest”. De noodzaak om de Goddelijke Liturgie voor te stellen in verschillende delen, mag ons de meest essentiële band niet doen vergeten die deze onderdelen met elkaar verbinden : te weten, de opgang van de Kerken, het Godsvolk naar het Koninkrijk. Dit Koninkrijk dat zich aan ons heeft geopenbaard en ons  is doorgegeven in de loop van deze mystieke maaltijd. Gans de opwaardse  beweging van de Liturgie heeft ons geleid tot aan deze aanroeping van de Heilige Geest over de Heilige Gaven, die ons zal toestaan om te kommuniceren met Christus, die zelf ons voedsel is geworden, ons Leven. 11. VOORBEREIDENDE GEBEDEN TOT DE COMMUNIE             Op het einde van de eucharistische canon, nadat de priester het volk heeft gezegend, verlaat de diaken het heiligdom langs de Noorderpoort en spreekt een ektenie uit die gelijkt op deze vóór de geloofsbelijdenis. Nu echter bid men voor de “hier neergelegde  en geheiligde, kostbare gaven” want vanaf nu heeft de concecratie plaats gevonden. Gedurende dit moment zegt de priester met gedempte stem : “Menslievende meester, aan U vertrouwen wij ons leven toe en onze hoop. Wij roepen U aan, wij bidden en smeken U : maak ons waardig om met een zuiver geweten deel te hebben aan Uw hemelse, ontzagwekkende Mysteriën van dit gewijd en geestelijk altaar; tot vergeving van onze zonden, en kwijtschelding van onze fouten; tot gemeenschap met de Heilige Geest; tot erfdeel van het Koninkrijk der Hemelen; tot vrijmoedigheid tegenover U; maar niet tot vonnis of veroordeling”. Vervolgens beëindigt de Diaken de smekingen met :” De eenheid van geloof, en gemeenschap met de Heilige Geest smekend, bevelen wij aan Christus God onszelf, elkaar, en geheel ons leven aan”.De eenheid van geloof : het is deze innerlijke zekerheid, onwrikbaar, zonder aarzeling, stabiel, beschut tegen uiterlijke  kwellingen, in het hart van deze mens die gelooft en die weet waarheen hij in alle rust gaat. “Wat betreft de gemeenschap met de Heilige Geest : zij betekent de genade van deze Geest. Men noemt het “gemeenschap” omdat de Heer, door zijn kruis, de “muur van verdeeldheid” (Ef.4,13) tussen God en ons heeft afgebroken. Zij die tot dan gescheiden waren en niet in communio leefden, moesten voortaan zich met mekaar verzoenen en de communio met elkaar herstellen. : de komst van de Heilige Geest over de Apostelen heeft dit bewerkstelligd…(N.Cabasilas, op.cit. p. 119-121). Om te “vertrouwen” op God”, moet men zekerheid hebben.. Welnu, deze zekerheid verkrijgt men door een zuiver geweten “wanneer wij vrede in ons hart hebben, dan hebben wij aandacht voor God”, zonder ons zorgen te maken over ons eigen zelf. Zoals de “lelie op het veld” vergeten we dan ook ons eigenbelang om ons volledig aan God over te geven. Hij weet het best van al wat wij nodig hebben” 

Het gebed van de Heer

             De priester zegt met luide stem :  “En maak ons waardig, Meester, dat wij vrijmoedig, zonder vrees voor een oordeel, het wagen U, hemelse God en Vader, aan te roepen en te zeggen”. Volgens de lokale gewoonten zingt nu het koor, of/en het volk, of de celebrant het “Onze Vader”.             “Voor de ganse Christelijke traditie, is het “Onze Vader” het gebed bij uitstek van de gedoopten, van hen die ten overstaan van God geen angstige  slaven meer zijn, maar aangenomen zonen ,die door de Heilige Geest aangespoord worden tot een kinderlijk vertrouwen ten opzichte van hun hemelse Vader”. “Daarna wenst de priester aan allen de vrede toe.Met dit gebed herinnert hij hen aan hun waardigheid, door God hun Vader te noemen : hij nodigt hen nu uit om Hem te erkennen als hun soevereine Meester en om ten opzichte van Hem gevoelens van een dienaar-zijn te tonen.Door het hoofd te buigen  belijden wij dat wij ten dienste staan van Hem. Wij buigen nu, niet alleen als wezens die als dienaars  geboren zijn het doen tegenover hun Meester, hun Schepper en God,maar zoals gekochte dienaars zich buigen voor Hem die hen heeft vrijgekocht met de prijs van het bloed van Zijn Enige Zoon. Krachtens dit bloed, bezit Hij ons om twee redenen : Hij heeft ons vrijgekocht als slaven en terzelfdertijd heeft Hij ons tot Zijn kinderen gemaakt. Want het is hetzelfde en unieke bloed dat de banden heeft versterkt en vermeerderd van onze dienstbaarheid en die de goddelijke  adoptie heeft teweeg gebracht” (Idem,p.221).  Terwijl de gelovigen het hoofd buigen, spreekt de priester een dankgebed en gebed tot voorbereiding op de communie uit. Dit wordt gericht tot alle gelovigen, want, vanaf haar oorsprong  heeft de Kerk de communie beschouwd als de vervulling door al haar leden, van haar christelijke roeping, en van  haar hoedanigheid van Lichaam van Christus. Wij moeten goed beseffen, zoals A.Schmemann het als een rode draad doorheen zijn boek “L’Eucharistie, sacrement du Royaume”sterk heeft onderlijnd, dat in de loop der tijden deze gemeenschappelijke houding  geworden is tot een individuele act, privaat, elkeen communiceert voor zijn eigen heiliging en niet meer om deel te nemen aan de realisatie van de Kerk.Wij
moeten terug  bewust worden van het feit dat deze twee aspecten nooit mogen gescheiden worden. Bijgevolg, vanaf het begin van de Liturgie van de Gelovigen  wijst niets erop dat er twee kategoriën van gelovigen zijn : diegenen die te communie gaan en deze die niet te communie gaan. In de oude Kerk werden zij die niet te communie gingen : catechumenen en  boetelingen, na de Liturgie van het Woord weggezonden. Voor de Liturgie van de Eucharistie bleven alleen zij die tot de communie waren toegelaten. Het volgende gebed en deze die de communie voorafgaan zullen dit bevestigen : “U danken wij, onzichtbare Koning, die door Uw onmetelijke kracht het heelal geformeerd, en in de volheid van Uw barmhartigheid alles vanuit het niets tot het zijn hebt gebracht. Mester, zie uit de hemel neer op hen die het hoofd buigen voor U. Want zij buigen zich niet voor vlees en bloed, maar voor U de ontzagwekkende God. Meester, wend ten goede alles wat ons overkomt; vaar uit met de varenden, reis mee met de reizigers; genees de zieken, Geneesheer van onze zielen en lichamen…”
 12. COMMUNIE Riten en voorbereidende gebeden             De priester bidt met gedempte stem het volgende gebed :”Verhoor ons, Heer Jezus Christus onze God, uit Uw heilige woning, vanaf de glorietroon van Uw Koninkrijk; en kom ons heiligen. In de hoge zetelt Gij met de Vader op de Troon, en hier beneden zijt Gij onzichtbaar bij ons aanwezig. Gewaardig U om met Uw machtige hand ons Uw smetteloos Lichaam te geven, evenals Uw kostbaar Bloed; en door ons aan heel Uw volk”. “Wij moeten bekwaam worden, door de ogen van het geloof en de liefde, om de Heer Jezus Christus zelf te zien komen naar elk van ons en, zoals Hij deed met Zijn apostelen, geeft Hij ons de Heilige Gaven, doorheen dewelke Hijzelf zich aan ons geeft. Het is niet de priester die ons de communie geeft, maar het is door de priester dat de Heer zich offert en geofferd wordt en die persoonlijk bij ons komt” (Un moine de l’Eglise d’Orient, l’Offrande Liturgique, op.cit.).Gedurende het gebed van de priester houdt de diaken het orarion gekruisd over zijn borst, hij wordt zo gelijk aan de serafijnen “die hun vleugels kruisgewijs schikken over hun borst”, om zo het gezicht  te sluieren voor de schittering van het Goddelijk Licht.Daarna proklameert de priester :”Het heilige voor de heiligen !”.Het lichaam van de Heer, vermengd met de godheid, is God. Op dezelfde wijze wordt het ijzer dat in het vuur geworpen wordt ook vuur en niets kan het aanraken noch benaderen zonder te worden vernietigd en verteerd : alleen het vuur kan zich verenigen met vuur, alleen  de gloeiende kolen kunnen in kontact komen met andere gloeiende kolen zonder schade te ondervinden. Zo is ook de ziel, gezuiverd door het vuur van de Heilige Geest, vuur en geest geworden, en in staat in contact te treden met het smetteloze lichaam van Christus. Maar de ziel die niet door de geest gezuiverd is, noch zich kan vastklampen aan dit goddelijk licht, kan dit niet bereiken” (Saint Macaire d’Egypte, Homélie 52,6). Deze vereiste voor de communie der heilige Mysteries is nochtans niet de volmaakte heiligheid, maar deze van mensen die bij het doopsel de goddelijke gave hebben ontvangen, en die zich elke dag nederig inspannen om het in hun leven vruchten te laten dragen. Ook de gelovigen door de zang van het koor :”Eén is heilig, één is Heer : Jezus Christus; tot heerlijkheid van God de Vader.Amen”, antwoorden dat ze niet heilig zijn : “Want niemand  bezit de heiligheid uit zichzelf, ze is niet het resultaat van menselijke deugden, maar allen ontvangen ze van de Heer en door de Heer”.(N.Cabasilas, op.cit.p.225).Nu gaat de diaken terug in het heiligdom en plaatst zich rechts van de priester. Het koor zingt het communievers eigen aan de dag of het feest. Vervolgens, terwijl het koor verder liederen zingt, lezingen uit de psalmen en voorbereidingsgebeden tot de communie, verdeelt de priester in het heiligdom het brood in vier delen.Brood dat reeds voordien (tijdens de proskomidie) was doorkerfd in de vorm van een kruis. Hij legt deze delen op de disk : boven, onder , rechts en links . Terwijl hij deze ritus voltrekt zegt hij :  “Ontleed en gedeeld wordt het Lam Gods; Het wordt gedeeld, maar niet gescheiden; Het wordt altijd gegeten, maar nooit verteerd; Het heiligt allen die er aan deel hebben”. “Datgene waaraan we zullen communiceren is een gebroken brood, het Lichaam van de Heiland gebroken tijdens zijn lijden. Datgene wat we gaan drinken is een vergoten wijn, het Bloed van de Heer hangend aan het kruis. Wij hernieuwen  dit sacrificie van Golgotha niet fysisch, wij nemen er spiritueel aan deel. Elke eucharistische communie is een zelf-opoffering van hem die communiceert. Hij die communiceert laat zich doordringen door het zwaard van het vuur. Hij sterft aan zichzelf en wordt als een nieuwe mens herboren” (Une moine de l’Eglise d’Orient, l’Offrande Liturgique, op.cit)             De priester neemt het deel van het brood dat gemarkeerd is met de letters IC en doet het in de kelk terwijl hij zegt : “ Volheid van de Heilige Geest”. De diaken antwoordt :  “Amen”. Vervolgens verdeelt de priester het deel gemarkeerd met de letters XC in deeltjes, volgens het aantal concelebranten in het heiligdom. Op de vraag van de diaken zegent hij het Zeon met warm water zeggende : “Gezegend zij de gloed van Uw heiligen; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.Amen”. “Dit  water, dat tegelijk water is en deel heeft aan de natuur van het vuur, betekent de Heilige Geest, die ook dikwijls water genoemd wordt en die verscheen als vuur wanneer het op de  leerlingen neerkwam. Dit moment van de Heilige Liturgie betekent de triomf van Pinsteren : Toen de Heilige Geest neerdaalde, nadat alle mysteries van Christus waren vervuld; hebben  de Heilige Gaven nu hun hoogste volmaaktheid bereikt, en men voegt er dit water bij” (N.Cabasilas,op.cit. p. 229). 

De communie van de klerus

 De celebranten buigen samen aan de voet van het altaar en vragen vergiffenis voor hun zonden. Zij ontvangen eerst het brood op hun rechterhand. De diaken ontvangt zijn deeltje uit de handen van de priester. De priester geeft zichzelf het stukje brood door het met de linkerhand te nemen en het dan in zijn rechterhand te leggen. Voor de nuttiging van het Heilig Lichaam, zeggen allen het communiegebed, vervolgens nuttigen zij de wijn in drie keren : eerst de priester, dan de diaken. “Door te communiceren in het gesloten heiligdom stellen de priester en de bedienaars de apostelen voor die in het Graf de eerste getuigen waren van de Verrijzenis. Aldus verlicht zijnde door het licht van de Verrijzenis, geven zij, bij de ope
ning van de Heilige Poorten, deze genade aan het volk.” Wanneer de klerus heeft gecommuniceerd, breekt de priester de twee delen van het “Lam” die op de disk zijn gebleven en gemarkeerd zijn met de letters NI en KA., ook dit volgens het aantal communicerenden. Hij doet ze in de kelk die hij vervolgens weer bedekt met de communie-doek, en waarop hij de lepel legt.
 

De communie van de gelovigen

             De Heilige Poorten openen zich in stilte voor de neerbuigende gelovigen . De diaken toont de kelk en roept de ganse gemeenschap op tot de communie zeggende : “Nadert in vreze Gods, in geloof en met liefde”. Gekleed met zijn gekruiste orarion, zoals de vleugels voor het aangezicht van de Serafijnen, lijkt de diaken, het Heilige Lichaam en het kostbare Bloed van Christus dragend, op de serafijn die de gloeiende kool draagt naar Jesaja. Het koor zingt een lied die de aanwezigheid van de Heer bevestigt : “Amen,amen. Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer”. De gelovigen naderen nu één voor één. De priester, geholpen door de diaken, geeft hen de communie onder de twee gedaanten met de lepel. Hij noemt daarbij ieder bij zijn/haar naam. Zoals de Serafijn met een tang op de lippen van de profeet Jesaja een gloeiende kool heeft gelegd, om ze te zuiveren, zo ook legt de priester op de lippen van hen die communiceren, door middel van de lepel, de gloeiende kool bij uitstek, die Christus zelf is, om ze te zuiveren en te bezielen met het vuur van de Heilige Geest.             “Datgene wat mij is gegeven is het Lichaam en Bloed van de Heer Jezus. Onder de fysische tekenen is er een realiteit : de tegenwoordigheid van mijn Redder en zijn reddend ons nabij zijn. Ik neem deel aan de offergave en het offer van Golgotha. De heilige gaven die ik ontvang zijn de uitdrukking van de vergeving van mijn zonden, welke het  geofferde Lam van mij heeft weggenomen en op zich heeft genomen. Ik ben rein geworden door Zijn Bloed, gewassen en ondergedompeld in Zijn Bloed, zoals de delen van dit brood ondergedompeld zijn in de Kelk. En deze Gave is het bewijs van eeuwig leven, want het geofferde Lam waaraan ik participeer, is ook het Lam dat de derde dag is Verrezen. Pasen omvat zowel de Verrijzenis als de Kruisiging van de Heer. Ik communiceer aan de Verrijzenis (l’Offrande liturgique, op.cit.p.61-62). 

Dankzegging

             Wanneer de communie van de gelovigen is beëindigd, zet de priester de kelk opnieuw op het altaar. De diaken doet nu de achtergebleven restjes op de disk in het Bloed van Christus in de kelk. Deze deeltjes vertegenwoordigen de Maagd, de heiligen, de levenden en de doden die vermeld werden tijdens de proskomidie. Terwijl de diaken deze ritus voltrekt, zegt hij de troparia van de Verrijzenis. Op het moment dat hij het deeltje van de Moeder Gods in de kelk doet zegt hij het volgende troparium : “Sta op, word verlicht, nieuw Jeruzalem ! want de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Juicht en jubelt van vreugde, o Sion. En gij gans reine Moeder van God, verheug u over de Verrijzenis van Uw Zoon”. “Christus, verrezen en uitgestort over de Kerk, Nieuw Jeruzalem, het vuur van Zijn Heilige Geest vervult definitief de theofanie aangekondigd in Jesaja 60,1-3”.De diaken besluit het onderdompelen van de deeltjes in de kelk  met het zorgvuldig reinigen van de disk boven de kelk met de chalice2_sm
spons zeggende : “Heer, wis door Uw kostbaar Bloed  en de gebeden van Uw heiligen de zonden uit van hen die wij op deze disk hebben herdacht”.
             Deze ritus manifesteert zichtbaar de voorbede voor onze naasten, levenden en doden.Al diegenen waarvan de namen zijn genoemd toen de priester de verschillende delen van de prosfora, die door de gelovigen werden aangeboden,  heeft gescheiden , zijn op dit moment, door deze onderdompeling ledematen van het mysterie van de Verlossing.De priester, vanaf het ambon, zegent het volk zeggende : “God, red Uw volk en zegen Uw erfdeel”. Het koor antwoordt met een gezang uit het officie  van Pinksteren, die eraan herinnert, dat elke communie ook een ontvangen van de Heilige Geest inhoudt, een permanent Pinksteren :”Wij hebben het ware Licht aanschouwd,wij hebben de hemelse Geest ontvangen,wij hebben het ware geloof gevonden.Wij alms_smaanbidden de heilige Drieeenheid : Deze heeft ons gered”. 
            De priester keert terug in het heiligdom om,met de diaken, de Heilige Gaven van het altaar naar de proscomidietafel over te brengen. De diaken zet de asterix op de disk en bedekt het geheel met zijn doek. Eveneens wordt de kelk opnieuw bedekt. Vervolgens bewierookt de priester driemaal de Heilige Gaven terwijl hij volgende woorden uitspreekt : “Verhef U boven de hemelen, God ; over de gehele aarde zij Uw heerlijkheid”. De priester geeft hiermee het opgaan van de Heer naar Zijn Vader weer , om geprezen en verheerlijkt te worden : het is het thema van de hemelvaart. Had Christus, vooraleer ten hemel op te stijgen, niet gezegd : “Het is beter voor u dat ik heenga. Want  als ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien ik heenga, zal ik Hem tot u zenden” (Joh.16,7). In het tweede deel van het vers doet de priester beroep op de Geest van Pinksteren om zich uit te storten over de Kerk, om een metamorfose, een
heilige_geest_holy_spirit_(12)
gedaansverandering teweeg te brengen die zijn volheid zal tonen op de dag van de laatste komst.
 De priester neemt nu de kelk en heft ze omhoog als teken van zegen en zegt :”Gezegend zij onze God”, en gericht naar het volk zegt hij : “Immer, nu en altijd, en in de eeuwen der eeuwen”. Het koor zingt een hymne van dankzegging. De diaken verlaat het heiligdom, brengt zijn orarion uit de gekruiste houding om een laatste ektenie te zeggen. De priester zegt dan het gebed van dankzegging terwijl hij het antimension plooit en met het Evangelieboek , dat hij met beide handen vasthoudt,een kruisteken maakt. 13.CONCLUSIE 

Wegzending van de gelovigen en zegen

             Na dit gebed verlaat de priester het heiligdom langs de Heilige Poorten. Hij stelt zich op in het midden van de kerk en zegt met luide stem :  “Laat ons in vrede heengaan”. Door deze woorden en het slotgebed dat volgt  geeft hij de zending aan de gelovigen. Het betekent niet zozeer het weggaan uit de kerk, maar de intrede van de Kerk in de wereld. Zoals Vader Schmemann het zegt :  “ de tijd van de zending (missie) begint op het moment dat de liturgie beëindigt.             Vervolgens keert de diaken, die gedurende het gebed gebogen stond voor de ikoon van de Redder, terug in het heiligdom via de Noorderpoort en vraagt aan de priester de zegen voor het nuttigen van de Heilige Gaven. De priester spreekt het gebed uit van de nuttiging van de gaven, en terwijl de diaken  naar de proskomidietafel gaat om de inhoud van de kelk te nuttigen, zegent de priester het volk, neemt het kruis, gaat buiten de Heilige poorten staan, en gericht naar het volk geeft hij de wegzending. De gelovigen kussen het kruis en nemen een stukje gezegend brood, antidoron genaamd. Het zijn stukjes brood die afkomstig zijn van de prosfora van de proskomidie en beeldt de primitieve agapes uit.             Het vlugge en beknopte einde van de liturgie staat in tegenstelling met de trage progressieve opgang van de liturgie tot aan de communie.De communicerenden  zijn nu deelgenoten geworden aan het Koninkrijk en zijn in zekere zin weggegaan uit de tijd om de eeuwigheid binnen te gaan. “Want gelijk de bliksem komt van het oosten en licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn”. Zo ook brengt de communie van de Heilige Gaven in de tegnwoordigheid van de Heer, zonder uitstel.Deze vlugheid en vrolijkheid  doet ons de Paasnacht in herinnering brengen, waar, na de Grote Vasten en de verheven officies van de Heilige Week, het licht en de vreugde van de Verrijzenis ons ineens verlicht  met haar frisheid en eeuwige jeugdigheid 

 ==================================================================                                      

jesconq



Goddelijke Liturgie van de heilige Johannes Chrysostomos in het BULGAARS

Литургия на св. Йоан Златоуст

За божествената Литургия на св. Йоан Златоуст

БОЖЕСТВЕНА ЛИТУРГИЯ

oт светия наш отец Йоан Златоуст

На български език

(За ползване от благочестивите миряни)

Синодално издателство

2007 г.

Литургията на свети Йоан Златоуст се извършва през цялата година, освен в дните, през които е предвидено да се извършва света Василиева или света Преждеосвещена литургия.

През Великия пост света Златоустова литургия се извършва във всички съботи (освен Велика събота), на вход Господен в Йерусалим и в дните (освен Велики петък и Велика събота), в които се падат празниците Сретение Господне и Благовещение.

ЛИТУРГИЯ НА ОГЛАШЕНИТЕ

Свещеникът:

Благословено е Царството на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин (1).

ВЕЛИКА ЕКТЕНИЯ

Свещеникът или дяконът:

С мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът:

За мира от небето и за спасението на нашите души на Господа да се помолим (2).

За мира на целия свят, за благопреуспяване на светите Божии църкви и единението им на Господа да се помолим.

За този свят храм и за онези, които с вяра, благоговение и страх Божи влизат в него, на Господа да се помолим.

За Високопреосвещения наш митрополит (името), за честното свещенство, за дяконството в Христа, за всички църковнослужители и народа на Господа да се помолим.

За нашия български народ, за правителството и за христолюбивото ни войнство на Господа да се помолим.

За да му помага Бог и да покори под нозете му всеки враг и противник, на Господа да се помолим.

За този град (село или света обител), за всеки град и страна, и за тези, които с вяра живеят в тях, на Господа да се помолим.

За благоразтворение на въздуха, за изобилие на земните плодове и за мирни времена на Господа да се помолим.

За тези, които плават, пътуват, боледуват, страдат, за пленените и за тяхното спасение на Господа да се помолим.

За да се избавим от всяка скръб, гняв, беда и нужда, на Господа да се помолим.

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Като поменем заедно с всички светии пресветата, пречиста, преблагословена, славна наша Владичица Богородица и Приснодева Мария, нека сами себе си, един другиго и целия си живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

Тебе, Господи.

Свещеникът:

Защото на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, подобава всяка слава, чест и поклонение сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

  1. АНТИФОН

Народът:

(в празничните дни)

По молитвите на Богородица, Спасителю, спаси нас (три пъти).

Или:

(в неделни дни)

Благославяй, душо моя, Господа, благословен си, Господи

През това време свещеникът тихо чете молитвата на първия антифон:

Господи Боже наш, Който имаш власт несравнима и слава непостижима, милост неизмерима и човеколюбие неизразимо, Сам, Владико, по Твоето добросърдечие, погледни на нас и на този свят храм и прояви към нас и към онези, които се молят с нас, Твоите богати милости и Твоите щедрости.

МАЛКА ЕКТЕНИЯ

Свещеникът или дяконът:

Пак и пак с мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът:

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Като поменем заедно с всички светии пресветата, пречиста, преблагословена, славна наша Владичица Богородица и Приснодева Мария, нека сами себе си, един другиго и целия си живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

Тебе, Господи.

Свещеникът възглася:

Защото Твоя е властта и Твое е царството и силата, и славата, на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

ІІ. АНТИФОН:

Народът:

Сине Божий, Който възкръсна от мъртвите (3), спаси нас, които Ти пеем: алилуия (4)! (три пъти)

Слава на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Свещеникът през това време чете молитвата на втори антифон:

Господи, Боже наш, спаси народа Си и благослови наследието Си, запази членовете на Твоята Църква, освети онези, които обичат благолепието на Твоя дом, и ги прослави с божествената Си сила, и не оставяй нас, които се уповаваме на Тебе.

Народът:

Единородни Сине и Слово Божие, Който си безсмъртен и благоволи заради нашето спасение да се въплътиш от света Богородица и Приснодева Мария, неизменно стана човек, а като се разпна, Христе Боже, със смъртта потъпка смъртта. Ти, Който си един от Светата Троица и си прославян заедно с Отца и Светия Дух, спаси нас.

МАЛКА ЕКТЕНИЯ

Свещеникът или дяконът:

Пак и пак с душевен мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Като поменем заедно с всички светии пресветата, пречиста, преблагословена, славна наша Владичица Богородица и Приснодева Мария, нека сами себе си, един другиго и целия си живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

Тебе, Господи.

Възглас:

Защото си благ и човеколюбив Бог и на Тебе въздаваме слава, на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

ІІІ. АНТИФОН

Народът:

Помени нас, Господи, когато дойдеш в царството Си.

Блажени бедните духом, защото тяхно е царството небесно.

Блажени плачещите, защото те ще се утешат.

Блажени кротките, защото те ще наследят земята.

Блажени гладните и жадните за правда, защото те ще се наситят.

Блажени милостивите, защото те ще бъдат помилувани.

Блажени чистите по сърце, защото те ще видят Бога.

Блажени миротворците, защото те ще се нарекат синове Божии.

Блажени изгонените заради правда, защото тяхно е царството небесно.

Блажени сте вие, когато ви похулят и изгонят, и кажат против вас лъжовно каква и да е лоша дума заради Мене.

Радвайте се и се веселете, защото голяма е наградата ви на небесата! (Мат. 5:3-12)

През това време свещеникът тихо чете молитвата на третия антифон:

Ти, Който си дал тези общи и единодушни молитви, Който си обещал на двама или трима, съгласили се в Твое име, да изпълниш молбите, Сам и сега изпълни просбите в полза на Твоите раби, като в сегашния век ни даваш познаване на Твоята истина, а в бъдещия ни даруваш живот вечен.

МАЛЪК ВХОД

След прочитане на молитвата, при пеене на тропара или блаженствата, свещеникът отваря царските двери, застава пред светия престол, покланя се три пъти, целува светото Евангелие, взема го с двете си ръце и го носи издигнато, върви отдясно зад светия престол, покланя се благоговейно пред жертвеника и като излезе през северната врата, предшестван от свещоносец, прави малкия вход, като казва тихо молитвата на входа:

Владико Господи Боже наш, Който си установил на небесата чинове и войнства на ангели и архангели в служба на Твоята слава, направи така, че с този наш вход да се извърши и вход на светите ангели, които заедно с нас да служат и славословят Твоята благост.

Като дойде на определеното място, обърнат към светия олтар, покланя се леко, като държи светото Евангелие и тихо казва завършека на входната молитва:

Защото на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, подобава всяка слава, чест и поклонение, сега и винаги, и во веки веков. Амин.

Свещеникът изправен държи в лявата ръка светото Евангелие, облегнато от лявата страна на гърдите си, а с издигната дясна ръка благославя към светия олтар и тихо казва:

Благословен е входът на Твоите светии, всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Взема светото Евангелие с двете ръце, целува го, издига го и прави кръст с него.

Свещеникът или дяконът гласно:

Премъдрост, застанете прави!

Народът:

Дойдете да се поклоним и да паднем пред Христа.

Сине Божий, Който възкръсна от мъртвите, спаси нас, които Ти пеем: алилуия (5).

Пеят се определените за деня тропари и кондаци.

В това време свещеникът чете тихо молитвата на Трисветата песен (Трисветоето):

Боже светий, Който пребъдваш сред светии и Когото с трисвята песен възпяват херувимите и славословят серафимите и Комуто всички небесни сили се покланят, Ти от нищо си направил всичко, създал си човека по Твой образ и подобие и си го украсил с всеки Твой дар. Ти даваш на просещия премъдрост и разум и не презираш съгрешилия, но си отредил покаяние за спасение, Ти си удостоил нас, смирените и недостойни Твои раби, и в този час да застанем пред славата на Твоя свят жертвеник и да Ти принесем дължимото поклонение и славословие. Сам, Владико, приеми и от устата на нас грешните трисветата песен и ни посети с Твоята благост. Прости ни всяко волно и неволно прегрешение, освети душите и телата ни и дай ни да Ти служим в святост през всички дни на живота си, по молитвите на Света Богородица и на всички светии, които от века са Ти благоугодили.

Свещеникът (или дяконът) гласно:

На Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът възглася:

Защото си свят, Боже наш, и на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, въздаваме слава сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

ТРИСВЕТАТА ПЕСЕН

Светий Боже, Светий Крепки, Светий Безсмъртни, помилуй нас (три пъти).

Слава на Отца и Сина и Светия Дух.

И сега и винаги, и во веки веков. Амин.

Светий Безсмъртни, помилуй нас.

Светий Боже, Светий Крепки, Светий Безсмъртни, помилуй нас.

Свещеникът също казва тихо… “Светий Боже“, като се покланя три пъти пред светия Престол. След това отива към жертвеника (св. Престол), покланя се и казва:

Благословен е, Който идва в името Господне!

Връща се към светия престол и отдясно върви покрай южната му страна, откъдето се покланя към горното място и казва:

Благословен си на престола на Твоето царство, Ти, Който седиш върху херувимите, всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Свещеникът възглася:

Да внимаваме!

Мир на всички.

Четецът:

И на твоя дух.

Свещеникът или дяконът:

Премъдрост!

Четецът:

Прокимен глас

Свещеникът или дяконът:

Премъдрост!

Четецът:

Ще се чете из посланието (обявява апостолското послание)

Свещеникът или дяконът:

Да внимаваме!

ЧЕТЕНЕ НА АПОСТОЛА

В това време свещеникът благославя кадилницата, взема я и кади светия престол наоколо, жертвеника и целия свят олтар, излиза на солея през царските двери и обърнат на изток, кади светите икони на иконостаса, след това се обръща и кади архиерейския трон, клиросите и народа; обръща се пак на изток, отново кади само иконата на Спасителя и Пресвета Богородица, влиза в светия олтар и покадява пред светия престол само отпред. Оставя кадилницата и застанал пред светия престол, тихо чете молитвата преди евангелието:

Човеколюбче Владико, дай да светне в сърцата ни нетленната светлина на Твоето богопознание и отвори очите на разума ни, за да разбираме Твоето евангелско учение; вложи в нас страхопочитание към Твоите блажени заповеди, та като потъпчем всички плътски похоти, да водим духовен живот, като мислим и вършим всичко, което Ти е благоугодно. Защото Ти, Христе Боже, си просвещение на душите и телата ни, и на Тебе въздаваме слава с безначалния Твой Отец и с всесветия и благия, и животворящ Твой Дух, сега и винаги, и во веки веков. Амин.

Свещеникът:

Мир на тебе, който четеш.

Народът:

Алилуия (три пъти).

Свещеникът:

Премъдрост! Да застанем прави, за да изслушаме светото Евангелие. Мир на всички.

Народът:

И на твоя дух.

Свещеникът или дяконът:

Ще се чете из светото Евангелие от (името на евангелиста).

Народът:

Слава Тебе, Господи, Слава Тебе!

Свещеникът или дяконът:

Да внимаваме!

ЧЕТЕНЕ НА СВ. ЕВАНГЕЛИЕ

Народът:

Слава Тебе, Господи, слава Тебе!

Свещеникът целува страницата на светото Евангелие, която е чел, затваря го, оставя го на светия престол върху светия антиминс, затваря царските двери и застанал пред светия престол, казва сугубата ектения.

СУГУБА ЕКТЕНИЯ

Свещеникът или дяконът:

Да речем всички от цялата си душа и с целия си разум да речем.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Господи, Вседържителю, Боже на нашите отци, молим Ти се, чуй ни и ни помилвай.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Помилвай ни, Боже, по великата Си милост, молим Ти се, чуй ни и ни помилвай.

Народът:

Господи, помилуй! (три пъти) (6)

Свещеникът или дяконът:

Още се молим за благочестивия български народ и христолюбивото воинство, за неговата сила, победа, пребъдване, мир, здраве, спасение и нашият Господ Бог особено да му съдейства и му помага във всичко.

Свещеникът (тихо):

Господи Боже наш, приеми от Твоите раби това усърдно моление и ни помилвай по множеството Твои милости, и изпрати Твоите щедрости върху нас и върху всички Твои люде, които очакват от Тебе богата милост.

Свещеникът или дяконът:

Още се молим за Високопреосвещения наш митрополит (името), за нашите братя свещеници, свещеномонаси, свещенодякони и монаси и за цялото в Христа наше братство.

Още се молим за нашето войнство.

Още се молим за блажените и приснопаметни създатели на този свят храм (или обител) и за всички порано починали православни отци и братя, тук и навсякъде благочестиво погребани.

Още се молим за милост, живот, мир, здраве, спасение, посещение, прощение и освобождение от греховете на Божиите раби и всички благочестиви и православни християни, които живеят и пребивават в тази енория и в този град (село), настоятелите и братята на този свят храм (света обител).

Още се молим за дарителите и добротворците в този свят и всечестен храм, за ония, които се трудят, пеят и се молят в него, и за присъстващия народ, който очаква от Тебе велика и богата милост.

Свещеникът възглася:

Защото си милостив и човеколюбив Бог, и на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, въздаваме слава, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Тук свещеникът се моли тихо на Бога Той да приеме това усърдно моление и да изпрати богатите Си милости на всички Свои люде. (Ако литургията е заупокойна, тук се произнася специална заупокойна ектения и молитва.)

ЕКТЕНИИ ЗА ОЛАШЕНИТЕ (7)

Свещеникът или дяконът:

Оглашени, помолете се на Господа.

Народът:

Господи, помилуй (8).

Свещеникът или дяконът:

Верни, да се помолим за оглашените, за да ги помилва Господ.

Да ги огласи със словото на истината.

Да им открие евангелието на правдата.

Да ги присъедини към Своята света, вселенска и апостолска Църква.

Спаси, помилвай, защити и запази ги, Боже, с Твоята благодат.

Оглашени, преклонете главите си пред Господа.

Народът:

Тебе, Господи.

Свещеникът тихо чете молитвата за оглашените:

Господи Боже наш, Който живееш във висините и приглеждаш смирените, Ти си изпратил Единородния Твой Син и Бог, нашия Господ Иисус Христос, за спасението на човешкия род, погледни на Твоите раби, оглашените, преклонили пред Тебе главите си, и ги удостой в благоприятно време с банята на възраждането, с опрощаване на греховете и с дрехата на нетлението. Присъедини ги към Твоята света, вселенска Църква и ги причисли към Твоето избрано стадо.

Свещеникът възглася:

Та и те заедно с нас да славят Твоето, на Отца и Сина и Светия Дух, пречестно и великолепно име, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът или дяконът:

Вие, които сте оглашени, излезте. Оглашени, излезте, които сте оглашени, излезте, та никой от оглашените да не остане. А ние, верните, пак с мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

ЛИТУРГИЯ НА ВЕРНИТЕ

Свещеникът тихо чете първата молитва на верните:

Благодарим Ти, Господи Боже на силите, Който си ни удостоил да застанем и сега пред Твоя свят жертвеник и да паднем пред Твоята милост за прошка на нашите грехове и греховете на народа, сторени по незнание. Приеми, Боже, нашата молитва, направи ни да бъдем достойни да Ти принасяме моления и молби, и безкръвни жертви за всички Твои люде; и нас, които си поставил чрез силата на Светия Твой Дух в това Твое служение, удостой ни неосъдно и безпрепятствено, в чистото свидетелство на съвестта ни, да Те призоваваме на всяко време и място, та като ни послушаш, да бъдеш милостив към нас поради обилната Си благост.

Свещеникът или дяконът:

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Премъдрост!

Свещеникът възглася:

Защото на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, подобава всяка слава, чест и поклонение, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът или дяконът:

Пак и пак с мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът чете тихо втората молитва на верните:

Пак и многократно падаме пред Тебе и Ти се молим, Благий и Човеколюбче, погледни на нашето моление, очисти душите и телата ни от всяка сквернота на плътта и духа и ни дай безукорно и неосъдно да стоим пред светия Твой жертвеник. И на тези, които заедно с нас се молят, дарувай, Боже, успех в живота и вярата и духовното познание; дай им всякога с благоговение и любов да Ти служат безукорно и неосъдно да се причастят с Твоите свети Тайни и да се удостоят с Твоето небесно царство.

Свещеникът или дяконът:

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Премъдрост!

Свещеникът възглася:

Та всякога закриляни от Твоята сила да въздаваме слава на Тебе, Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

ХЕРУВИМСКА ПЕСЕН

Ние, които тайнствено изобразяваме херувимите и пеем трисветата песен на Животворящата Троица, нека сега отложим всяка житейска грижа.

В това време свещеникът отваря царските двери и застанал пред светия престол, тихо чете молитвата:

Никой от свързаните с плътски желания и наслади не е достоен да пристъпи или да се приближи, или да Ти служи, Царю на славата, защото да се служи на Тебе е велико и страшно и за самите небесни сили. Обаче поради Твоето неизразимо и неизмеримо човеколюбие Ти действително и неизменно си станал Човек и Архиерей за нас и като Господар на всичко си ни предал свещенодействието на тази спасителна и безкръвна жертва; защото Ти единствен, Господи Боже наш, владееш небесните и земни твари; Ти си носен на херувимски престол; Ти си Господ на серафимите и цар Израилев; Ти единствен си свят и сред светии пребъдваш. Прочее, Тебе едничък благ и добропослушлив, моля: погледни към мене, грешния и недостоен Твой раб, и очисти душата и сърцето ми от лукава съвест, и мене, който със силата на Твоя Свят Дух съм облечен с благодатта на свещенството, удостой да застана пред тази света Твоя Трапеза и да извърша свещенодействието на светото и пречисто Твое Тяло и драгоценна Кръв. И тъй, пристъпвам пред Тебе, навел глава, и Ти се моля, не отвръщай лицето Си от мене и не ме отхвърляй изсред Твоите чеда, но удостой мене, грешния и недостоен Твой раб, да Ти принеса тези Дарове, защото Ти си, Който принасяш и си принасян, Който приемаш и си раздаван, Христе Боже наш, и на Тебе с безначалния Твой Отец, с Пресветия, и благия, и животворящ Твой Дух въздаваме слава, сега и винаги, и во веки веков.

След това свещеникът тихо казва Херувимската песен три пъти, като след всяко казване се покланя. Веднага след това благославя кадилницата, взема я и кади светия престол наоколо, жертвеника, целия свят олтар и народа. Във време на каденето тихо казва 50-и псалом и умилителните тропари:

Помилвай ни, Господи,… Господи, помилвай ниОтвори ни вратите на милосърдието… (ако е неделя, в началото казва: Като видяхме Христовото възкресение…).

Тогава оставя кадилницата, застава пред светия престол, покланя се три пъти и целува светия антиминс и светия престол, като казва тихо:

Съгреших Ти, Спасителю, както Блудния син, Отче, приеми мене, който се кая и ме помилвай, Боже.

Обръща се към народа и се покланя. След това отива пред жертвеника, взема наново кадилницата и кади предложените Дарове. След това се покланя три пъти, като на всяко поклонение казва:

Боже, очисти мене грешния и ме помилвай.

Простете ме, отци, братя и сестри, и се помолете за мене грешния.

ВЕЛИК ВХОД

Свещеникът целува покритите Дарове. После взема покровецавъздух и го полага на раменете си. С голямо внимание взема покрития св. дискос с лявата си ръка и го поиздига до наведената си глава, а с дясната си ръка взема покритата света чаша и излиза през северната врата, предшестван от свещоносец и от свещенослужител или църковнослужител, който с кадилница кади пред него, и прави великия вход.

Свещеникът или дяконът:

Благочестивия и православен български народ, правителството и христолюбивото му войнство да помене Господ Бог в Своето царство всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Високопреосвещения наш митрополит (името) и целия свещенически, дяконски и монашески чин да помене Господ Бог в царството Си.

Блаженопочиналия наш освободител, император Александър Николаевич, и всички воини, паднали на бойното поле за вярата и освобождението на нашето отечество, да помене Господ Бог в царството Си сега и винаги, и во веки веков.

Блаженопочиналите наши екзарси Антим, Йосиф и Стефан, патриарх Кирил и всички от века починали архиереи, йереи, дякони, монаси и християни да помене Господ Бог в Своето царство всякога, сега, винаги и во веки веков.

Свещениците поменават местните (на дадена епархия) починали архиереи.

Основателите, дарителите и настоятелите на този свят храм (или света обител), пеещите, служещите и трудещите се с нас да помене Господ Бог в Царството Си.

Вас и всички благочестиви и православни християни да помене Господ Бог в Своето царство, всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Народът довършва Херувимската песен:

За да прославим Царя на славата, Когото ангелските чинове невидимо тържествено носят. Алилуия, алилуия, алилуия!

В това време свещеникът влиза в светия олтар. Царските двери и завесата се затварят. Свещеникът поставя върху светия антиминс първо светата чаша, а след това светия дискос в същия ред, както са били и на жертвеника, като казва тихо:

Благообразният Йосиф сне от кръста пречистото Твое тяло, обви го в чиста плащаница с благоухания, положи го в нов гроб и го покри. Ти, неописуеми Христе, Който всичко изпълваш, си бил в гроба с плътта Си, в ада с душата Си като Бог, в рая с разбойника и на Престола заедно с Отца и Духа.

Христе, Твоят гроб, извор на нашето възкресение, наистина се показа живоносен, като рая прекрасен и посветъл от всеки царски чертог.

Вдига покровците от светия дискос и светата чаша, сгъва ги и ги слага встрани. Снема покровецавъздух от раменете си, покадява го и покрива с него Даровете.

Взема кадилницата, покадява три пъти Даровете, като казва тихо:

Господи, стори добро на Сион по Твоето благоволение; въздигни стените йерусалимски; тогава ще Ти бъдат угодни жертви на правдата, възношение и всесъжение; тогава на Твоя олтар ще възложат телци.

ПРОСИТЕЛНА ЕКТЕНИЯ

Свещеникът или дяконът:

Да изпълним молитвата си към Господа.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

За предложените драгоценни Дарове на Господа да се помолим (9).

За този свят храм и за тези, които с вяра, благоговение и страх Божи влизат в него, на Господа да се помолим.

За да се избавим от всяка скръб, гняв, беда и нужда, на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът тихо чете молитвата на приношението след поставяне Даровете на светия престол:

Господи, Боже Вседържителю, Ти, Който единствен си свят и приемаш хвалебна жертва от тези, които Те призовават от все сърце, приеми моленията на нас, грешните, и ги принеси пред Твоя свят жертвеник и ни удостой да Ти принасяме дарове и жертви духовни за нашите грехове и за греховете на народа, сторени по незнание, и ни удостой да намерим благодат пред Тебе, за да Ти бъде благоприятна нашата жертва, и да се всели благият Дух на Твоята благодат в нас, в тези предложени Дарове и във всички Твои люде.

Свещеникът или дяконът:

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Целият ден да бъде съвършен, свят, мирен и безгрешен, от Господа да просим.

Народът:

Подай, Господи.

Свещеникът или дяконът:

Ангел на мира, верен наставник, пазител на душите и телата ни, от Господа да просим (10).

Прощение и освобождение от греховете и прегрешенията ни от Господа да просим.

Доброто и полезното за душите ни и мир за света от Господа да просим.

Да завършим останалото време от нашия живот в мир и покаяние, от Господа да просим.

Християнски безболестен, непосрамен, мирен свършек на нашия живот и добър отговор пред страшния Христов съд от Господа да просим.

Като поменем заедно с всички светии пресветата, пречиста, преблагословена, славна наша Владичица Богородица и Приснодева Мария, нека сами себе си, един другиго и целия си живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

Тебе, Господи.

Свещеникът възглася:

Чрез щедростите на Твоя Единороден Син, с Когото си благословен, заедно с всесветия, и благия, и животворящия Твой Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът:

Мир на всички.

Народът:

И на твоя дух.

Свещеникът или дяконът:

Да се възлюбим един другиго, та в единомислие да изповядаме:

Народът:

Отца и Сина и Светия Дух, Троица единосъщна и неразделна (11).

Свещеникът се покланя три пъти, като на всяко покланяне казва:

Ще те възлюбя, Господи, крепост моя. Господ е моя твърдиня и мое прибежище, мой Избавител.

И целува покритите Дарове и края на светия престол пред себе си. След това взема за двата горни края покровецавъздух, с който са покрити Даровете, издига го отвесно над тях.

Свещеникът или дяконът:

Дверите, дверите! В премъдростта да внимаваме!

СИМВОЛ НА ВЯРАТА

Народът или четец:

Вярвам в един Бог Отец, Вседържител, Творец на небето и земята, на всичко видимо и невидимо.

И в един Господ Иисус Христос, Сина Божий, Единородния, Който е роден от Отца преди всички векове: Светлина от Светлина, Бог истинен от Бог истинен, роден, несътворен, единосъщен с Отца, и чрез Когото всичко е станало; Който заради нас, човеците, и заради нашето спасение слезе от небесата и се въплъти от Светия Дух и Дева Мария и стана човек; и бе разпнат за нас при Пилат Понтийски, и страда, и бе погребан; и възкръсна в третия ден според писанията; и възлезе на небесата, и седи отдясно на Отца; и пак ще дойде със слава да съди живи и мъртви, и царството Му не ще има край.

И в Светия Дух, Господа, Животворящия, Който от Отца изхожда, Комуто се покланяме и Го славим наравно с Отца и Сина, и Който е говорил чрез пророците.

В една света, вселенска и апостолска Църква.

Изповядвам едно кръщение за опрощаване на греховете.

Чакам възкресение на мъртвите и живот в бъдещия век. Амин.

ЕВХАРИСТИЕН КАНОН

Свещеникът или дяконът:

Да стоим добре, да стоим с благоговение, да внимаваме, за да принесем в мир светото възношение.

Народът:

Милостта на мира е жертва на хвалението.

Свещеникът:

Благодатта на нашия Господ Иисус Христос и любовта на Бога и Отца, и общуването със Светия Дух да бъдат с всички вас!

Народът:

И с твоя дух.

Свещеникът:

Да издигнем сърцата си нагоре!

Народът:

Издигнати са към Господа.

Свещеникът:

Да благодарим на Господа!

Народът:

Достойно и справедливо е да се покланяме на Отца и Сина и Светия Дух Троица единосъщна и неразделна.

През това време свещеникът тихо чете молитвата:

Достойно и справедливо е да Те възпяваме, да Те благославяме, да Те хвалим, да Ти благодарим, да Ти се покланяме на всяко място на Твоето владичество. Защото Ти си Бог неизказан, неизследим, невидим, непостижим, Който вечно съществуваш и винаги си един и същ, Ти и Единородният Твой Син и Светият Твой Дух. Ти от небитие си ни привел в битие; и падналите пак си въздигнал, и не си престанал да вършиш всичко, докато не ни възведе на небето и дари Твоето бъдещо царство. За всичко това благодарим на Тебе, и на Единородния Твой Син, и на Твоя Свети Дух, за всички сторени за нас видими и невидими благодеяния, които знаем и които не знаем. Благодарим Ти и за тази служба, която благоволи да приемеш от нашите ръце, макар и пред Тебе да стоят хиляди архангели и безброй ангели, херувими и серафими, шестокрили, многооки, които високо летят.

Свещеникът взема звездицата и като прави с нея кръст над дискоса, възглася:

Небесните сили пеят, възкликват, възгласят победната песен и казват:

Народът:

Свят, свят, свят е Господ Саваот. Пълни са небето и земята с Твоята слава. Осанна във висините! Благословен е, Който иде в името Господне. Осанна във висините (12)!

Свещеникът (тихо):

Заедно с тези блажени сили и ние, човеколюбиви Владико, възкликваме и казваме: свят си и пресвят Ти и Единородният Твой Син и Светият Твой Дух; свят и пресвят си и великолепна е Твоята слава, защото Ти тъй си възлюбил Твоя свят, че отдаде Своя Единороден Син, та всеки, който вярва в Него, да не погине, но да има вечен живот; и Той, като дойде и като изпълни всичко промислено за нас, в нощта, в която беше предаван, или поточно Сам се предаваше за живота на света, взе в Своите свети и пречисти и непорочни ръце хляба, благодари и благослови, освети, разчупи и даде на Своите свети ученици и апостоли, като каза:

Свещеникът възглася:

Вземете, яжте, това е Моето тяло, което за вас се преломява за опрощаване на греховете.

Народът:

Амин.

Свещеникът (тихо):

Също и чашата след вечеря, като каза:

Свещеникът възглася:

Пийте от нея всички, това е Моята кръв на Новия Завет, която за вас и за мнозина се пролива за опрощаване на греховете.

Народът:

Амин.

Свещеникът (тихо):

И тъй, като възпоменаваме тази спасителна заповед и всичко, извършено за нас: кръста, гроба, тридневното възкресение, възнесението на небето, сядането отдясно на Отца и славното второ пришествие.

Взема светия дискос и светата чаша, издига ги

Свещеникът възглася:

Твои (дарове) от Твоите на Теб принасяме за всички и за всичко.

Народът:

Тебе възпяваме, Тебе благославяме, на Тебе благодарим, Господи, и молим Ти се, Боже наш.

В това време свещеникът тихо казва същата молитва и продължава:

Още Ти принасяме тази словесна и безкръвна служба и просим, и молим, и умоляваме: изпрати Твоя Свети Дух върху нас и над тези предлежащи Дарове.

ПРЕСЪЩЕСТВЯВАНЕ НА СВЕТИТЕ ДАРОВЕ

При пресъществяване на Даровете свещеникът с ръка посочва на светия хляб (Агнеца), благославя го (само него), като казва тихо:

И направи този хляб драгоценно Тяло на Твоя Христос. Амин.

Посочва на светата чаша, благославя я, като казва тихо:

А това, което е в тази чаша драгоценна Кръв на Твоя Христос. Амин.

След това благославя общо Даровете, като казва:

Като ги претвориш чрез Твоя Свети Дух. Амин, амин, амин.

Прави благоговейно три поклона пред пресъществените Дарове, след което тихо се моли:

За да бъдат на тези, които се причастяват, за бодрост на душата, за опрощаване на греховете, за приобщаване със Светия Дух, за наследяване на царството небесно, за дръзновение към Тебе, а не за съд или за осъждане.

Още Ти принасяме тази словесна служба за починалите във вяра праотци, отци, патриарси, пророци, апостоли, проповедници, евангелисти, мъченици, изповедници, въздържници и за всеки праведен дух, завършил във вяра.

След като певците изпеят: Тебе възпяваме, Тебе благославяме…”, свещеникът взема кадилницата и като кади пред светия престол три пъти, възглася:

Особено за пресветата, пречиста, преблагословена, славна наша Владичица Богородица и Приснодева Мария.

Народът:

Достойно е наистина да те облажаваме, Богородице, присноблажена и пренепорочна Майка на нашия Бог. Почтима от херувимите и несравнено пославна от серафимите, нетленно родила БогСлово, тебе, истинска Богородица, величаем!

Свещеникът тихо:

За светия пророк, Предтеча и Кръстител Йоан, за светите славни и всехвални апостоли и за светия (името на дневния светец), чиято памет честваме днес, и за всички Твои светии, по чиито молитви посети ни, Боже.

И помени всички починали с надежда за възкресение и за вечен живот (поменава имената на покойници), и ги упокой там, където сияе светлината на Твоето лице.

Още Те молим: помени, Господи, всяко епископство на православните, което вярно преподава учението на Твоята истина, всяко свещенство, в Христа дяконството и всеки свещенически чин.

Още Ти принасяме тази словесна служба за вселената, за светата вселенска и апостолска Църква, за всички, които пребивават в чистота и честен живот, за нашия български народ, за правителството и войнството му. Дарувай им, Господи, мирно управление, та и ние да преживеем тих и спокоен живот във всяко благочестие и честност.

Помени, Господи, този град (село или света обител), в който живеем, и всеки град и страна, и онези, които с вяра живеят в тях. Помени, Господи, които плават, пътуват, боледуват, страдат, които са пленени и ги спаси. Помени, Господи, дарителите и добротворците в Твоите свети църкви и онези, които си спомнят за бедните, и на всички нас изпрати Твоите милости. Помени, Господи, за здраве и спасение (поменава имена на живи).

Свещеникът възглася:

Между първите помени, Господи, Високопреосвещения наш митрополит (името), когото си подарил на Твоите свети църкви в мир невредим, почитан, здрав, дългоденствен, за да преподава вярно словото на Твоята истина.

Народът:

И всеки, и всички.

Свещеникът:

И ни дай с едни уста и с едно сърце да славим и възпяваме пречестното и великолепно Твое име, на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът:

И да бъдат милостите на великия наш Бог и Спасител Иисус Христос с всички вас.

Народът:

И с твоя дух.

Свещеникът или дяконът:

Като поменахме всички светии, нека пак и пак с мир на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

За принесените и осветени драгоценни Дарове, на Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

И като човеколюбец нашият Бог да ги приеме в Своя свят, наднебесен и мислен жертвеник като духовно благоухание, и да ни изпрати божествената благодат и дара на Светия Дух, да се помолим.

За да се избавим от всяка скръб, гняв, беда и нужда, на Господа да се помолим.

Защити, спаси, помилвай и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът (тихо):

На Тебе поверяваме целия си живот и надежда, човеколюбиви Владико, и просим, и молим, и умоляваме: удостой ни да се причастим с Твоите небесни и страшни Тайни на тази свещена и духовна трапеза с чиста съвест, за опрощение на греховете, за прошка на съгрешенията, за общение със Светия Дух, за наследяване на небесното царство, за дръзновение пред Тебе, а не за съд или за осъждане.

Свещеникът или дяконът:

Целият ден да бъде съвършен, свят, мирен и безгрешен, от Господа да просим.

Народът:

Подай, Господи.

Свещеникът или дяконът:

Ангел на мира, верен наставник, пазител на душите и телата ни, от Господа да просим.

Прощение и освобождение от греховете и прегрешенията ни от Господа да просим.

Доброто и полезното за душите ни и мир за света от Господа да просим.

Да завършим останалото време от живота ни в мир и покаяние, от Господа да просим.

Християнски, безболестен, непосрамен, мирен свършек на нашия живот и добър отговор пред страшния Христов съд от Господа да просим.

Като изпросихме единството на вярата и общение със Светия Дух, нека сами себе си и един други и целия наш живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

Тебе, Господи.

Свещеникът възглася:

И удостой ни, Владико, с дръзновение, неосъдно да се осмеляваме да призоваваме Тебе, небесния Бог Отец и да казваме:

Народът:

Отче наш, Който си на небесата! Да се свети Твоето име; да дойде Твоето царство; да бъде Твоята воля, както на небето, тъй и на земята; насъщния ни хляб дай ни днес; и прости нам дълговете ни, както и ние прощаваме на длъжниците си; и не ни въвеждай в изкушение, но избави ни от лукавия.

Свещеникът:

Защото Твое е царството и силата, и славата, на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът:

Мир на всички.

Народът:

И на твоя дух.

Свещеникът или дяконът:

Преклонете главите си пред Господа.

Народът:

На Теб, Господи.

Свещеникът тихо се моли:

Благодарим Ти, Царю невидими, Който с неизмеримата Твоя сила си създал всичко и по множеството Твоя милост всичко си привел от небитие в битие. Сам, Владико, погледни от небето на преклонилите главите си пред Тебе, защото не ги преклониха пред плът и кръв, но пред Тебе, Великия Бог. Ти, Владико, направи така, че предлежащите Дарове да бъдат за всички нас за добро, всекиму според неговата нужда: придружавай тези, които плават; съпътствай онези, които пътуват; изцери болните, Лекарю на душите и телата.

Свещеникът възглася:

Чрез благодатта и щедростите и човеколюбието на Единородния Твой Син, с Когото си благословен, с Пресветия и благия, и животворящ Твой Дух, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът тихо се моли:

Погледни, Господи Иисусе Христе, Боже наш, от светото Си жилище и от престола на царството Си и дойди, за да ни осветиш, Ти, Който горе седиш с Отца и тук с нас невидимо пребиваваш, и ни удостой с Твоята властна ръка да ни преподадеш пречистото Твое Тяло и честна Кръв, и чрез нас на всички люде.

Покланя се три пъти пред светия престол, като на всяко покланяне казва:

Боже, очисти мене грешния и ме помилвай.

След това с двете си ръце благоговейно взема светия Агнец и го издига.

Свещеникът възглася:

Да внимаваме! Светинята е за светите.

Народът:

Един е свят, един е Господ, Иисус Христос, за слава на Бога Отца. Амин.

ПРИОБЩАВАНЕ СЪС СВЕТИТЕ ТАЙНИ

Свещеникът и другите свещенослужители, ако има такива, пристъпват към св. Причастие. Това става по специален чин те произнасят определени молитви и следват определен ред. В това време народът в храма пее специални стихове, наречени причастниили духовни химни. В това време се изнася проповед или се четат молитви преди св. причастие.

Свещеникът или дяконът:

Със страх Божий, вяра и любов пристъпете.

Народът:

Благословен е, който иде в името Господне! Бог е Господ и ни се яви!

Свещеникът причастява онези, които са се подготвили за свето Причастие и казва:

Причастява се Божият раб (името) с драгоценното и свято Тяло и Кръв на Господа и Бога и наш Спасител Иисус Христос за опрощаване на греховете му и за вечен живот. Амин.

Причастилият се, след избърсване на устните с нарочна кърпа, се покланя и отминава. По време на причастяването народът пее причастния стих:

Тялото Христово приемете, от безсмъртния извор вкусете. Алилуия, алилуия, алилуия!

Свещеникът:

Спаси, Боже, Твоите люде и благослови наследието Си!

Народът:

Видяхме истинската светлина, приехме небесния Дух, намерихме истинската вяра. Покланяме се на неразделната Троица, защото Тя ни е спасила.

Свещеникът показва на християните за последен път св. Дарове, като казва тихо:

Благословен Бог наш!

Свещеникът възглася:

Всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Да се изпълнят устата ни с хвала за Тебе, Господи, та да възпяваме Твоята слава, защото си ни удостоил да се причастим с Твоите свети, божествени, безсмъртни и животворящи Тайни. Запази ни в Твоята светиня, за да се поучаваме целия ден на Твоята правда. Алилуия, алилуия, алилуия.

Свещеникът или дяконът:

Прави! Като приехме благоговейно Божествените, свети, пречисти, безсмъртни, небесни и животворящи, страшни Христови Тайни, нека достойно да благодарим на Господа.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Защити, спаси, помилуй и ни запази, Боже, с Твоята благодат.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът или дяконът:

Като изпросихме целия ден да бъде съвършен, свят, мирен и безгрешен, нека сами себе си и един други, и целия наш живот на Христа Бога да отдадем.

Народът:

На Теб, Господи.

Свещеникът възглася:

Защото Ти си нашето освещение и на Тебе, Отец и Син, и Свети Дух, въздаваме слава, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

ОТПУСТ

Свещеникът:

С мир да излезем.

Народът:

В името Господне.

Свещеникът или дяконът:

На Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът:

Господи, Който благославяш онези, които Те благославят, и освещаваш онези, които се надяват на Тебе, спаси Твоите люде и благослови наследството Си. Запази пълнотата на Твоята Църква. Освети онези, които обичат благолепието на Твоя дом. Ти ги прослави с Твоята божествена сила и не оставяй нас, които се уповаваме на Тебе. Дай мир на Твоя свят, на Твоите църкви, на свещениците, на нашия български народ, на войнството и на всички Твои люде! Защото всяко добро даване и всеки съвършен дар иде от горе, слизайки от Тебе, Отче на светлините, и на Тебе въздаваме слава и благодарение, и поклонение, на Отца и Сина и Светия Дух, сега и винаги, и во веки веков. Амин.

Народът:

Амин.

Да бъде благословено името Господне от сега и до века! (три пъти)

Свещеникът влиза през царските двери, отива при жертвеника и тихо чете молитвата:

Христе Боже наш, Който Сам си изпълнението на закона и пророците, Който си изпълнил целия Отечески промисъл, изпълвай сърцата ни с радост и веселие, всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Свещеникът или дяконът:

На Господа да се помолим.

Народът:

Господи, помилуй.

Свещеникът:

Благословението Господне и Неговата милост да дойдат върху вас чрез благодатта и човеколюбието Му, всякога, сега и винаги, и во веки веков.

Народът:

Амин.

Свещеникът:

Слава на Теб, Христе Боже, упование наше, слава на Теб.

Народът:

Слава на Отца и Сина и Светия Дух! Сега и винаги, и во веки веков. Амин. Господи, помилуй. (три пъти)

Благослови!

Свещеникът дава отпуст:

Възкръсналият от мъртвите Христос, истинският наш Бог, по молитвите на Своята пречиста и преблагословена света Майка (името на храмовия светец), на светите славни и всехвални апостоли, на светите славни и добропобедни мъченици, на преподобните и богоносни наши отци, на светите равноапостолни славянобългарски просветители Методий и Кирил, на светия благоверен цар БорисМихаил, на светия отец наш Климент архиепископ, Охридски чудотворец, на преподобния наш отец Йоан, пустинножител Рилски, чудотворец, на светия наш отец Йоан Златоуст, архиепископ Цариградски, на светите и праведни богоотци Йоаким и Анна, на светия (името на светеца на деня), чиято памет честваме, и на всички светии да ни помилва и спаси като благ и човеколюбец.

Така се дава отпуст само в неделни дни, а в другите отпустът започва с думите: Христос, истинний Бог наш…” като се споменава светията, който се чества в този ден. На Господски празници има специални отпусти.

Народът:

Амин.

Свещеникът:

По молитвите на светите наши отци, Господи Иисусе Христе, Боже наш, помилуй нас.

Народът:

Амин.

Бележки:

(1). Амин (евр.) – наистина, така да бъде.

(2). След всяко моление от Великата ектения, което завършва с Господу помолимся“, народът отговаря с Гсподи, помилуй“.

(3). Така се пее този антифон само в неделни дни, както и в дните от Великден до деня преди Възнесение. В обикновени делнични дни вм. Който възкръсна от мъртвитесе пее Дивен (прославян) Си сред Своите светии“. На Господски празници се пеят специални думи.

(4). Алилуия (евр.) – Хвалете Бога!

(5). И тук важи бележка (3). На Господски празници се пеят специални стихове, наречени входни“.

(6). От тука до края на сугубата ектения се пее тройно Господи, помилуй“.

(7). Днес поради липса на организирани оглашени, които да присъстват по време на св. Литургия в храма, цялата тази част се пее тихо или се пропуска.

(8). Народът на всяко следващо моление от тази ектения отговаря с: Господи, помилуй“.

(9). На всяко молебствие, което завършва с Господу помолимся“, народът отговаря с: Господи, помилуй“.

(10). На всяко прошение, което завършва с у Господа просим“, народът отговаря с: Господи, помилуй“.

(11). Ако служат няколко духовници, след Отца и Сина…” се пее: Ще те възлюбя, Господи, крепост моя! Господ е моя твърдиня и мое прибеждище, мой Избавител” ( Псалом 17:2-3).

(12). Осанна (евр.) – спаси. Осанна е молитвено възклицание към Бога, подобно на латинското salve” и на българското ура“.

Разяснения за божествената Литургия на св. Йоан Златоуст

И когато ядяха, Иисус взе хляба и, като благослови, преломи го и, раздавайки на учениците, каза:

вземете, яжте: това е Моето тяло.

И като взе чашата и благодари, даде им и рече:

пийте от нея всички; защото това е Моята кръв на новия завет, която за мнозина се пролива за опрощаване на грехове.”

(Мат. 26:26-28; Марк 14:22-24; Лука 22:19-20)

На Тайната вечеря Христос взел хляб, благословил го, благодарил, преломил го и, раздавайки го на Своите ученици, казал: Вземете, яжте, това е Моето тяло, за вас преломявано! Това правете за мой спомен!” (Мат. 26:26-28). След като привършил вечерята, Спасителят взел чашата, подал я на учениците Си и казал: Тая чаша е новият завет в Моята кръв! Това правете, колчем пиете, за Мой спомен!” (1 Кор. 11:25). Верни на тази заръка, светите апостоли и първите християни се събирали по къщите и преломявали хляб и, по дадения от Христа пример, се причащавали с пречистото тяло и кръв Христови. Това приобщение с Господа се е придружавало с молитви и песнопения. Така били положени основите на светата литургия. Светата и божествена Литургия е сърцевината или центърът на православното богослужение. Тя се явява молитвен спомен за Тайната вечеря на Господа Иисуса Христа с дванадесетте му апостоли, станала непосредствено преди Неговите кръстни страдания. Тя е спомен и за изкупителната Му смърт. Светата Литургия символично възпоменава найважните моменти от земния живот на нашия Господ. Светата и божествена литургия на свети Йоан Златоуст се извършва през цялата църковна и календарна година, с изключение на дните, в които Светият синод на БПЦ е предвидил, съобразно светите канони, да се извършва света Василиева Литургия или света Литургия на преждеосветените дарове. В дните на Великия пост светата и божествена Литургия на св. Йоан Златоуст се извършва във всички съботни дни (с изключение на Велика събота), на празника Вход Господен в Йерусалим (Връбница, Цветница) и в дните (освен Велики петък и Велика събота), в които се паднат празниците св. Благовещение и св. Сретение Господне. По време на богослужението и последованието ние, с посредничеството на свещенослужителя, извършваме нашето безкръвно жертвоприношение. През време на светата Литургия, при приемането на св. причастие, под вид на хляб и вино, претворени в тялото и кръвта Христови, осъществяваме напълно и действително общението си с Бога. Всички християни обичаме живота, но в нас няма истински живот без извора на живота Иисуса Христа. Литургията е съкровищница, извор на истинския живот, защото в нея Сам Господ преподава Самия Себе Си за храна и питие на вярващите в Него и дава живот на причастниците Си, както Сам говори: “Който яде Моята плът и пие Моята кръв, има живот вечен. Аз дойдох, за да имат живот, и да имат в изобилие” (Йоан 6:54; 10:10). Дълбокият смисъл на св. Литургия е всички да бъдем заедно и едно в Христа. За съучастие в божествената Литургия се призовават по време на проскомидията и Литургията всички светии, светите честни и безплътни сили, светите пророци и отроци, светите апостоли и светители, светите мъченици и мъченички, преподобните и Богоносни отци, светите чудотворци начело с Пресвета Богородица. Чрез светата Литургия ние обновяваме общението си в Христа и с цялата земна Църква. Светата литургия се състои от три главни части: Проскомидия; Учителна или Литургия на оглашените“; Тайноизвършителна или Литургия на верните“.

Проскомидия (подготовка на Св. Дарове)

Литургия на оглашените: Встъпителен възглас; Велика ектения; Първи антифон; Малка ектения; Втори антифон химн Единородни Сине ….”; Малка ектения; Трети антифон тропар на блаженствата; Малък вход със свето напрестолно Евангелие; Пеене на тропари и кондаци на деня, на празника, на патрона на храма; Възглас Господи спаси благочестивия…”; Пеене на трисветата песен; Четене на Апостолски текст от Свещеното писание; Благовестване с текст от светото Евангелие; Ектения и молитва за покойници ако литургията е заупокойна; Ектения за оглашените; Ектения с призив оглашените да напуснат Божия дом;

Литургия на верните: Съкратена Велика Ектения; Херувимска песен първа част; Велик вход пренасяне на светите дарове; Херувимска песен втора част; Първа Просителна ектения; Символ на вярата; Възглас Да застанем смирено, да стоим с благоговение …”; Евхаристийна молитва; “Достойно и справедливо е да Те възпяваме…”; Възпоменаване на живи и покойни; Внушение на свещеника за мир, любов и единомислие; Втора Просителна ектения; Отче Наш”; Възношение на Светите Дарове; “Святая святим” Причастяване на свещенослужителите; “Со страхом, верою и любовию приступите” Причастяване на миряните; Възгласи Спаси Боже твоя народ …” и Видяхме истинската светлина…”; “Да се изпълнят устата ни с хваления…”; Благодарствена ектения; Задамвонна молитва; “Да бъде благословено името на Господа…” и Псалом 33; Последно благословение от свещенослужителя и отпуст.

Йеромонах Стефан ПОПОВ

П