Dit is een privé blog van Kris Biesbroeck Licentiaat Filosofie/Theologie. De site behandelt zoveel mogelijke informatie over de Katholieke Kerk, Bijbel, Kerkvaders, Augustinus , St.Jan van het Kruis enz.. CONTACT : KRISBIESBROECK@GMAIL.COM
De duivel vult onze gedachten vaak met grootse plannen, zodat we, in plaats van onze handen te gebruiken voor het werk dat we wél kunnen doen om onze Heer te dienen, tevreden rusten in het verlangen om onmogelijkheden te verrichten.
St.Teresa van Avila.
++++++++++
Commentaar:
Wat een scherpzinnige en liefdevolle waarschuwing van Teresa. Ze doorziet hoe spirituele trots en illusie ons kunnen afleiden van de eenvoudige, concrete daden van liefde en dienstbaarheid. In plaats van ons te verliezen in grootse visioenen of idealen die buiten ons bereik liggen, nodigt ze ons uit tot nederigheid: doe wat je kunt, hier en nu, met liefde.
Deze gedachte sluit prachtig aan bij haar spiritualiteit van het “kleine werk met grote liefde,” en herinnert ons eraan dat God niet vraagt om heldendaden, maar om trouw in het alledaagse. Het is een uitnodiging tot incarnatie: laat je geloof handen en voeten krijgen in het gewone.
+++++++
Gebed:
Heer van het concrete en het kleine, leer mij de verleiding te weerstaan van grootse dromen
die mij afhouden van het werk dat U mij vandaag toevertrouwt. Laat mij niet rusten in het verlangen
naar het onmogelijke, maar wakker mijn liefde aan voor het eenvoudige, het nabije, het stille.
Geef mij de moed om mijn handen te openen, mijn hart te richten, en U te dienen in de kleine
Antonius zei: “Wie alleen zit en stil is, ontsnapt aan drie oorlogen: horen, spreken en zien. Maar er blijft één strijd die hij voortdurend moet voeren: die tegen zijn eigen hart.”
— St. Antonius de Grote Uitspraken van de Woestijnvaders
++++++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Antonius de Grote raakt aan de kern van de monastieke spiritualiteit: de weg naar innerlijke vrede loopt via stilte en afzondering, maar die weg is geen ontsnapping aan alle strijd. Door zich terug te trekken uit de wereld, ontwijkt de monnik de chaos van woorden, beelden en geluiden — de externe prikkels die het hart onrustig maken. Maar juist in die stilte komt de diepere strijd aan het licht: de confrontatie met het eigen hart.
Wat bedoelt Antonius met “strijd tegen het hart”? In de traditie van de Woestijnvaders verwijst dit naar de innerlijke neigingen — trots, begeerte, angst, oordeel, twijfel — die in stilte niet verdwijnen, maar juist zichtbaar worden. De ware ascese is niet het zwijgen van de mond, maar het zuiveren van het hart.
Deze uitspraak nodigt ons uit tot een eerlijke blik naar binnen. Niet om onszelf te veroordelen, maar om met Gods hulp de innerlijke strijd aan te gaan. Stilte is geen doel op zich, maar een ruimte waarin de genade kan werken.
++++++++++
Gebed:
Heer, U die sprak in de stilte van de woestijn, leer mij de kracht van het zwijgen. Help mij los te komen van de ruis van de wereld — van woorden die verwarren, beelden die verleiden, geluiden die afleiden.
Maar meer nog, geef mij moed om mijn hart onder ogen te zien. Waar trots zich verschuilt, waar angst fluistert, waar oordeel groeit — kom daar met Uw licht.
Laat mijn eenzaamheid geen vlucht zijn, maar een plek van ontmoeting met U.
In de stilte van mijn ziel, spreek Uw vrede.
Amen.
+++++++
De uitspraak van Antonius over de strijd tegen het eigen hart sluit aan bij meerdere diepe inzichten van de Woestijnvaders over stilte, innerlijke strijd en de weg naar God. Hier zijn enkele verwante uitspraken en een korte meditatie om ze te verbinden.
Verwante uitspraken van de Woestijnvaders:
Abba Mozes: “Ga naar je cel, en je cel zal je alles leren.” → De cel is niet slechts een fysieke ruimte, maar een innerlijke plek van confrontatie en genade. In de stilte van de cel wordt de mens zichzelf gewaar.
Abba Agathon: “Drie jaar lang droeg ik kiezels in mijn mond om te leren zwijgen.” → Zwijgen is een oefening in zelfbeheersing, maar ook een weg naar het luisteren — naar God en naar het eigen hart.
Abba Poemen: “Als iemand zijn fouten ziet, dan is hij al op weg naar genezing.” → De strijd tegen het hart begint met zelfkennis. Niet om te veroordelen, maar om te openen voor genezing.
Abba Arsenius: “Heer, leid mij hoe ik moet zwijgen.” → Zelfs het zwijgen is een gave. Het vraagt om leiding, om genade, om overgave.
Verband en meditatie:
De Woestijnvaders wisten dat de grootste strijd niet buiten hen lag, maar binnenin. Door zich terug te trekken uit de wereld — uit het horen, spreken en zien — kwamen ze oog in oog te staan met hun diepste verlangens, angsten en gedachten. De cel, de stilte, het zwijgen: het zijn geen einddoelen, maar middelen om het hart te zuiveren en open te stellen voor God.
Antonius’ uitspraak over de strijd tegen het hart is dus geen uitzondering, maar een samenvatting van de hele woestijnspiritualiteit. Het is een uitnodiging om niet te vluchten voor onszelf, maar om in de stilte de ontmoeting met God te zoeken — en daarin getransformeerd te worden.
+++++
Gebed in verbondenheid:
Eeuwige, U die woont in de stilte van het hart, leer mij terug te keren naar mijn cel, naar die plek waar ik U kan ontmoeten.
Geef mij de moed om te zwijgen, om niet te vluchten in woorden of beelden, maar stil te worden voor Uw aangezicht.
Laat mij mijn hart niet vrezen, maar het zien zoals U het ziet — met waarheid, met genade, met hoop.
In de strijd tegen mijn eigen hart, wees mijn kracht, mijn licht, mijn vrede.
“En ik zag de rivier waarover elke ziel moet passeren om het koninkrijk van de hemel te bereiken, en de naam van die rivier was lijden. En ik zag een boot die zielen over de rivier droeg, en de naam van die boot was liefde.”
— Johannes van het Kruis
+++++++
Commentaar
Dit beeld is diep mystiek en tegelijk verrassend eenvoudig. Johannes van het Kruis, bekend om zijn poëtische en ascetische spiritualiteit, verbindt hier twee ogenschijnlijk tegengestelde krachten: lijden en liefde.
De rivier van lijden: Het leven zelf, met zijn pijn, verlies, onzekerheid en innerlijke strijd. Niemand kan het vermijden; het is de weg die elke ziel moet gaan.
De boot van liefde: Niet een ontsnapping aan het lijden, maar een manier om erdoorheen gedragen te worden. Liefde maakt het lijden niet minder reëel, maar het transformeert het: van een obstakel tot een doorgang.
In deze metafoor ligt een diepe troost: we hoeven het lijden niet alleen te dragen. Liefde — goddelijke liefde, menselijke liefde, mededogen — is het voertuig dat ons helpt over te steken. Het is niet de afwezigheid van pijn, maar de aanwezigheid van genade.
+++++++
GEBED:
Eeuwige Liefde,
U die ons draagt over de rivier van lijden,
leer mij vertrouwen op de boot die U zelf bent.
Wanneer ik de stroom voel trekken,
en de diepte mij angst inboezemt,
herinner mij eraan dat ik niet alleen ben.
Laat mijn hart zacht blijven,
zelfs wanneer de golven slaan.
Laat mijn liefde groeien,
zelfs wanneer het lijden spreekt.
Maak van mijn wonden bruggen,
van mijn tranen een doop,
van mijn reis een lofzang
op Uw stille aanwezigheid.
Vandaag wil ik niet vluchten voor het lijden,
maar mij laten dragen door de liefde.
Amen.
**********************
Hier volgt een retraite met zeven meditaties rond Johannes van het Kruis—een mystieke gids voor de week, telkens met een citaat, reflectie en gebed.
Je kunt ze gebruiken als ochtendstart, avondbezinning, of als stille pauze midden in de dag.
Dag 1 – Maandag:
“Om tot het bezit van alles te komen, moet men het bezit van alles niet willen.”
Reflectie: Vrijheid begint waar gehechtheid eindigt. Johannes nodigt uit tot een leeg hart, niet als armoede, maar als ruimte voor God.
Gebed:
Maak mijn handen leeg, Heer, zodat Gij ze kunt vullen met Uw liefde. Laat mijn hart rusten in het niet-bezitten, en vertrouwen dat Gij genoeg zijt.
Dag 2 – Dinsdag:
“De nacht zuivert de ziel van alles wat geen God is.”
Reflectie: De geestelijke nacht is geen straf, maar een doorgang. In het duister leert de ziel haar ware verlangen kennen.
Gebed:
In de stilte van de nacht, zuiver mij van alles wat mij van U afhoudt. Laat Uw verborgen aanwezigheid mijn enige zekerheid zijn.
Dag 3 – Woensdag:
“Waar geen liefde is, leg liefde, en je zult liefde vinden.”
Reflectie: Liefde is geen reactie, maar een keuze. Johannes leert dat liefde niet wacht, maar begint.
Gebed:
Leer mij liefhebben waar ik weerstand voel. Laat mijn hart een bron zijn, zelfs waar dorheid heerst.
Dag 4 – Donderdag
“God is als een bron die altijd overstroomt, maar alleen het lege vat kan gevuld worden.”
Reflectie: Innerlijke leegte is geen tekort, maar een uitnodiging. Alleen wie loslaat, kan ontvangen.
Gebed:
Maak mij leeg van eigen wil, zodat Uw genade mij kan vullen. Laat mijn dorst mij leiden naar U.
Dag 5 – Vrijdag:
“De ziel die zich aan niets hecht, bezit alles in vrijheid.”
Reflectie: Hechting bindt, liefde bevrijdt. Johannes toont dat ware rijkdom ligt in innerlijke vrijheid.
Gebed:
Bevrijd mij van wat mij vasthoudt. Laat mijn ziel rusten in Uw vrede, vrij om U te dienen in liefde.
Dag 6 – Zaterdag
“Het is beter een beetje licht te ontvangen dan veel te weten.”
Reflectie: Mystiek is geen kennis, maar ontmoeting. Johannes herinnert ons dat één straal van God meer zegt dan duizend woorden.
Gebed:
Geef mij Uw licht, Heer, al is het maar een glimp. Laat het mijn weg verlichten en mijn hart verwarmen.
Dag 7 – Zondag
“In stilte en vertrouwen wordt de ziel vernieuwd.”
Reflectie: De sabbat van de ziel is stilte. Johannes nodigt uit tot rust in God, waar het hart opnieuw geboren wordt.
Gebed:
In Uw stilte vind ik leven. In Uw rust word ik vernieuwd. Laat mijn ziel sabbat vieren in Uw liefdevolle aanwezigheid.
“In de schemering van het leven zal God ons niet oordelen op onze aardse bezittingen en menselijke successen, maar op hoeveel we hebben liefgehad.”
— Johannes van het Kruis
+++++++
Commentaar:
Deze uitspraak raakt de kern van christelijke spiritualiteit: liefde als het ultieme criterium van ons leven. Johannes van het Kruis, mysticus en karmeliet, herinnert ons eraan dat alle uiterlijke prestaties, rijkdom en status uiteindelijk verbleken in het licht van Gods liefdevolle blik. Wat blijft, is de mate waarin we ons hart hebben geopend—voor God, voor anderen, voor onszelf.
In de traditie van de contemplatieven is liefde geen vluchtige emotie, maar een bewuste keuze, een dagelijkse overgave. Liefde is het vuur dat zuivert, het licht dat leidt, de brug tussen hemel en aarde. Johannes nodigt ons uit om ons leven te herijken: niet op basis van wat we hebben bereikt, maar op basis van hoe we hebben bemind.
++++++++++++++
Gebed:
God van liefde, In de stilte van deze avond, herinner ik mij dat U niet kijkt naar mijn prestaties,
maar naar mijn hart. Help mij om lief te hebben zoals U liefhebt—zonder voorbehoud, zonder
oordeel, met open handen. Laat mijn leven een antwoord zijn op Uw genade, Zodat ik, in de
schemering van mijn dagen, mag rusten in de zekerheid dat ik heb liefgehad.
Allerheiligen is een feestdag vol herinnering, eerbied en mystiek, waarop alle heiligen – bekend én onbekend – worden herdacht. Hier is een verhaal dat de geest van deze dag tot leven brengt.
In een klein Vlaams dorpje, omgeven door mistige velden en oude kerktorens, leefde een meisje genaamd Clara. Ze was elf jaar oud en keek elk jaar uit naar 1 november – Allerheiligen. Niet omdat ze vrij was van school, maar vanwege een bijzondere traditie die haar grootmoeder haar had geleerd.
Op de avond van Allerheiligen, als de zon onderging en de lucht oranje kleurde, nam Clara een mand vol kaarsjes mee naar het kerkhof. Samen met haar grootmoeder liep ze tussen de graven van het dorp, waar ze bij elk graf een kaarsje plaatsten. “Voor de heiligen die we kennen,” zei oma, “en voor de zielen die vergeten zijn.”
Clara wist dat Allerheiligen niet alleen ging over beroemde heiligen zoals Sint-Franciscus of Sint-Lucas, maar ook over gewone mensen die in stilte goed hadden gedaan. Haar grootmoeder vertelde haar over een oude buurvrouw, Marie, die elke dag eten bracht aan wie honger had. “Zij is ook een heilige,” zei ze zacht.
Die avond, terwijl de kaarsjes flakkerden in de wind, voelde Clara iets bijzonders. Alsof het kerkhof niet alleen een plek van stilte was, maar ook van aanwezigheid. De verhalen van de heiligen – groot en klein – leken te fluisteren in de lucht. Ze voelde zich verbonden met hen, alsof ze deel uitmaakte van een eeuwenoude ketting van goedheid.
Toen ze thuiskwam, schreef Clara in haar dagboek: “Vandaag heb ik licht gebracht naar hen die ons voorgingen. Misschien ben ik ooit ook een heilige, als ik goed leef.”
Allerheiligen is dus niet alleen een religieuze feestdag, maar ook een moment van reflectie en verbondenheid. Het herinnert ons eraan dat heiligheid niet altijd groots is – soms zit het in kleine daden van liefde, vriendelijkheid en trouw.
Gebed voor Allerheiligen
Goede God, Op deze dag gedenken wij allen die U trouw zijn gebleven, Heiligen groot en klein, bekend en onbekend. Zij die Uw licht hebben gedragen in de duisternis, Die liefde hebben gezaaid waar haat heerste, Die vrede brachten waar onrust was.
Wij danken U voor hun voorbeeld, Voor hun moed, hun trouw, hun stille goedheid. Laat hun leven ons inspireren Om ook zelf heiligheid na te streven — Niet in grootse daden, maar in kleine gebaren van liefde.
Moge hun gebeden ons begeleiden, Moge hun aanwezigheid ons sterken, En moge wij ooit met hen verenigd worden In Uw eeuwige licht.
Amen.
ZALIGE FEESTDAG
Allerzielen 2 december
2 november – is een dag van herinnering, stilte en liefde voor wie ons zijn voorgegaan. Hier is een ontroerend verhaal dat de ziel van deze dag weerspiegelt:
🌫️ Het verhaal van de lege stoel
In een oud huis aan de rand van Gent woonde een man genaamd Jules. Hij was weduwnaar en bracht zijn dagen door met het verzorgen van zijn tuin, het lezen van boeken, en het luisteren naar klassieke muziek. Maar op 2 november, Allerzielen, veranderde iets in hem.
Die ochtend zette Jules een extra stoel aan de ontbijttafel. Niet voor bezoek, maar voor zijn vrouw, Elise, die tien jaar eerder was overleden. Hij zette haar favoriete kopje neer, schonk koffie in, en legde een roos op haar bord.
“Mensen zeggen dat je weg bent,” fluisterde hij, “maar vandaag mag je hier zijn.”
Na het ontbijt wandelde Jules naar het kerkhof met een mand vol chrysanten. Hij plaatste ze bij Elise’s graf, maar ook bij graven waar niemand bloemen had gelegd. “Voor hen die vergeten zijn,” zei hij zacht.
Terwijl hij daar stond, voelde hij een briesje langs zijn wang glijden. Niet koud, maar warm. Alsof iemand hem aanraakte. Hij glimlachte. “Ik weet dat je hier bent,” fluisterde hij.
Die avond, terug thuis, zette hij een kaars op de vensterbank. Het licht flakkerde in de duisternis, als een teken. En Jules wist: liefde sterft niet. Ze verandert alleen van vorm.
Allerzielen is een dag waarop we de doden niet alleen herdenken, maar ook opnieuw met hen verbinden. In de stilte, in een kaarsvlam, in een herinnering – daar leven ze voort.
Gebed voor Allerzielen
God van leven en liefde, Op deze dag gedenken wij allen die gestorven zijn. Zij die ons dierbaar waren, Zij die we kenden, En zij die vergeten zijn.
Laat hun namen geschreven staan in uw hart, Laat hun zielen rusten in uw vrede. Wij danken U voor hun leven, Voor hun liefde, hun voorbeeld, hun aanwezigheid.
Geef ons de kracht om verder te gaan, Met hun herinnering als licht op ons pad. Laat ons niet vergeten dat liefde sterker is dan de dood, En dat wij verbonden blijven — over de grenzen van tijd heen.
“De moderne samenleving verdrinkt in de droefheid van menselijke hartstochten en verwijdert zich van elk ideaal van liefde en vrede. Katholieken, wij en jullie, moeten de adem van goedheid brengen die alleen kan ontspringen uit het geloof in Christus.”
Heilige Pier Giorgio Frassati
++++++++
Commentaar:
Deze uitspraak van Frassati is krachtig en profetisch. Hij ziet hoe menselijke passies—wanhoop, egoïsme, hebzucht—de samenleving overspoelen en haar vervreemden van haar diepste roeping: liefde en vrede. Zijn oproep aan katholieken is geen oproep tot superioriteit, maar tot verantwoordelijkheid. Hij roept ons op om dragers te zijn van een andere adem—de adem van goedheid, die niet uit onszelf komt, maar uit het geloof in Christus.
Wat bijzonder is aan Frassati, is dat hij deze woorden niet alleen sprak, maar leefde. Hij bracht voedsel naar de armen, bezocht zieken, en beklom bergen met vrienden terwijl hij zijn geloof deelde. Zijn motto “Verso l’alto”—“Naar de hoogten”—is niet alleen een fysieke klim, maar een geestelijke beweging: omhoog, naar God, naar het hogere, naar het ware leven.
++++++++
Gebed:
Heer Jezus Christus, zoals Heilige Pier Giorgio Frassati ons voorleefde,
wil ik mij niet laten meeslepen door de stormen van hartstocht en wanhoop.
Adem Uw goedheid in mij, opdat ik een teken mag zijn van Uw liefde en vrede
in deze wereld. Geef mij de moed om naar de hoogten te streven, niet uit trots,
maar uit verlangen naar U. Laat mijn geloof geen theorie zijn, maar een levende
Mijn Vader, ik geef mij over aan U, doe met mij wat U goeddunkt.
Wat U ook met mij doet, ik dank U.
Ik ben bereid tot alles, ik aanvaard alles. Als slechts Uw wil in mij geschiedt,
in al Uw schepselen, dan verlang ik niets anders, mijn God.
Ik leg mijn ziel in Uw handen. Ik geef haar aan U, mijn God, met heel de liefde van mijn hart,
omdat ik U liefheb, en omdat het mij een noodzaak van liefde is mij over te geven in Uw handen,
met een oneindig vertrouwen, want Gij zijt mijn Vader.
+++++++++
Commentaar:
Dit gebed is een diepe daad van overgave. Charles de Foucauld spreekt hier niet over passieve berusting, maar over een actieve, liefdevolle keuze om zich volledig toe te vertrouwen aan God. Het is een gebed dat geboren wordt uit liefde, niet uit angst. De woorden “ik geef mij over” en “ik aanvaard alles” zijn geen fatalistische zinnen, maar een uitdrukking van een hart dat rust vindt in Gods wil.
Wat bijzonder is aan dit gebed, is de tederheid waarmee Foucauld God aanspreekt: “mijn Vader.” Het is een kinderlijke, maar niet kinderachtige benadering—een volwassen geloof dat zich klein durft te maken. De laatste regels drukken een mystieke zekerheid uit: “met een oneindig vertrouwen, want Gij zijt mijn Vader.” Hier klinkt het evangelie door: vertrouwen is niet gebaseerd op omstandigheden, maar op Gods karakter.
Wie was Charles de Foucauld ?
Charles de Foucauld (1858–1916) was een Franse militair, ontdekkingsreiziger, monnik en heremiet die een diepgaande spirituele bekering doormaakte en een unieke vorm van christelijke navolging ontwikkelde: de “weg van Nazareth”.
Levensloop in vogelvlucht:
Geboren in Straatsburg op 15 september 1858, in een katholiek gezin. Hij verloor op jonge leeftijd zijn ouders en raakte als jongvolwassene zijn geloof kwijt.
Diende als officier in het Franse leger, maar leidde een losbandig leven zonder duidelijke richting.
Werd ontdekkingsreiziger in Marokko, waar hij de islamitische devotie bewonderde en opnieuw begon te zoeken naar God.
Bekeerde zich rond zijn 30ste, trad in bij de Trappisten, maar verliet de orde om Jezus na te volgen als arme werkman in Nazareth.
Werd priester in 1901 en vestigde zich in de Sahara, waar hij leefde onder de Toearegs als “universele broeder”.
Vermoord in Tamanrasset (Algerije) op 1 december 1916, vermoedelijk door bandieten tijdens de onrust van de Eerste Wereldoorlog.
Spirituele erfenis:
Zijn spiritualiteit draait om het navolgen van de “verborgen Jezus”: het eenvoudige, verborgen leven van Christus vóór zijn publieke optreden.
Hij noemde dit de weg van Nazareth, gekenmerkt door armoede, nederigheid, broederlijkheid en stille aanwezigheid.
Hij wilde geen grote orde stichten, maar inspireerde later vele gemeenschappen zoals de Kleine Broeders en Zusters van Jezus.
Zijn motto: “Leven zoals Jezus, onder de armen, in stilte, in liefde.”
Heiligverklaring en betekenis vandaag:
Zalig verklaard in 2005 door paus Benedictus XVI, en heilig verklaard op 15 mei 2022 door paus Franciscus.
Zijn feestdag is 1 december.
Hij wordt gezien als een symbool van universele broederlijkheid, interculturele dialoog en contemplatief leven in de wereld.
++++++++++
Nederlandse vertaling van Charles de Foucauld’s overgavegebed:
Vader, ik geef mij over aan U. Doe met mij wat U goed acht. Wat U ook doet, ik dank U. Ik ben bereid op alles. Alles aanvaard ik. Zolang Uw wil met mij gebeurt, wens ik niets anders, mijn God.
In Uw handen leg ik mijn leven neer. Ik geef het U, mijn God, met heel de liefde van mijn hart, omdat ik U liefheb. Omdat het mij een behoefte is mij te geven, mij over te geven in Uw handen, zonder voorbehoud, met oneindig vertrouwen, want U bent mijn Vader.
++++++
Reflectie
Dit gebed is geen vlucht uit het leven, maar een diepe ja tegen alles wat het leven brengt.
Foucauld bidt niet om duidelijkheid of controle, maar om vertrouwen. Zijn overgave is geen passiviteit, maar een actieve liefdevolle keuze: “Ik geef mij over met heel de liefde van mijn hart.”
Het is een gebed dat ons uitnodigt om onszelf te verliezen in God, en daarin juist ons ware zelf te vinden.
++++++
Nog een prachtig en rijk gebed van broeder Charles:
Heer, leer mij leven in het verborgene, zoals Gij in Nazareth leefde: stil, eenvoudig, vol liefde.
Laat mijn hart rusten in Uw wil, zelfs als ik niets begrijp.
Geef mij de moed om los te laten, de vrijheid om U te vertrouwen, en de nederigheid om Uw stem te horen in het kleine, het stille, het dagelijkse.
Ik geef mij over aan U, niet omdat ik alles weet, maar omdat ik weet dat Gij liefde zij
GEBED:
Gebed in de geest van Charles de Foucauld
Vader van licht en liefde, ik kom tot U met lege handen,
maar met een hart dat verlangt naar Uw wil, Uw vrede, Uw nabijheid.
Neem wat ik ben, wat ik hoop, wat ik vrees. Vorm het tot iets dat
U verheerlijkt. Als ik struikel, wees mijn steun. Als ik twijfel, wees
mijn licht. Als ik zwijg, hoor mijn stilte. Ik geef mij over aan U, niet
omdat ik alles begrijp, maar omdat ik weet dat U mij liefhebt.
Laat mijn leven een gebed zijn, een fluistering van vertrouwen,
† Mijn Heer God, ik heb geen idee waar ik heen ga. Ik zie de weg die voor mij ligt niet. Ik kan niet met zekerheid weten waar hij zal eindigen. En ik ken mezelf eigenlijk ook niet echt, en het feit dat ik denk dat ik uw wil volg, betekent niet dat ik dat werkelijk doe. Maar ik geloof dat het verlangen om U te behagen, U in feite behaagt. En ik hoop dat ik dat verlangen heb in alles wat ik doe. Ik hoop dat ik nooit iets zal doen dat losstaat van dat verlangen. En ik weet dat, als ik dit doe, U mij zult leiden op de juiste weg, ook al weet ik daar niets van. Daarom zal ik U altijd vertrouwen, ook al lijk ik verloren en in de schaduw van de dood. Ik zal niet bang zijn, want U bent altijd bij mij, en U zult mij nooit alleen laten om mijn gevaren onder ogen te zien.
+++++++++
Commentaar: Vertrouwen in het Niet-Weten
Dit gebed is een meesterwerk van spirituele eerlijkheid. Merton erkent zijn onzekerheid, zijn beperkte zelfkennis, en zijn onvermogen om Gods wil volledig te doorgronden. Toch is het verlangen om God te behagen al een vorm van gehoorzaamheid. Dat is troostrijk: het is niet onze perfectie die telt, maar onze intentie en overgave.
De paradox van het christelijk leven komt hier prachtig tot uiting: we wandelen in het duister, maar met vertrouwen. We weten niet waar we heen gaan, maar we geloven dat God ons leidt. Het gebed is een uitnodiging tot nederigheid, tot het loslaten van controle, en tot een diep vertrouwen dat God aanwezig is, zelfs als alles onzeker lijkt.
+++++++
Gebed In de geest van Thomas Merton:
Heer, U kent mijn hart, ook wanneer ik zelf verdwaald ben in mijn gedachten.
Ik weet niet waar mijn weg naartoe leidt, maar ik wil dat hij naar U leidt.
Laat mijn verlangen om U te dienen mij dragen wanneer mijn zicht
vertroebeld is. Geef mij de moed om te vertrouwen, niet op mijn eigen
inzicht, maar op Uw stille aanwezigheid. Wees mijn gids in het duister, mijn troost in de
verwarring, mijn vrede in de storm. Laat mij nooit vergeten dat U mij nooit alleen laat.
“Je eerste taak is om ontevreden te zijn over jezelf,
de zonde te bestrijden en jezelf te hervormen tot iets beters.
Je tweede taak is om de beproevingen en verleidingen van deze wereld te verdragen,
die voortkomen uit de verandering in je leven, en om in het midden van deze
dingen volhardend te blijven tot het einde.”
— St. Augustinus.
Commentaar:
Augustinus legt hier een tweevoudige weg van innerlijke transformatie en uiterlijke volharding bloot. De eerste stap is een heilige ontevredenheid: niet uit zelfverachting, maar uit verlangen naar heiligheid. Het is een oproep tot bekering, tot het afleggen van oude gewoonten en het zoeken naar een vernieuwd hart.
De tweede stap is realistischer en rauwer: de wereld zal reageren op je verandering. Verleidingen, tegenstand, zelfs ontmoediging kunnen opkomen. Maar Augustinus roept op tot volharding—niet als een stoïcijnse houding, maar als een geestelijke strijd waarin God nabij is.
Deze woorden zijn geen morele zweep, maar een uitnodiging tot groei, gedragen door genade. Ze herinneren ons eraan dat ware transformatie niet alleen begint met zelfinzicht, maar ook standhoudt in de storm.
++++++++++
Gebed:
Heer, mijn God, leer mij om niet gemakzuchtig tevreden te zijn met wie ik ben.
Ontsteek in mij een heilig verlangen om meer op U te lijken.
Help mij om de zonde in mijn leven te herkennen en te bestrijden, niet uit angst, maar uit liefde voor Uw waarheid.
Wanneer de wereld mij uitdaagt, wanneer verleiding en beproeving mij willen terugtrekken,
geef mij dan de kracht om te volharden. Laat Uw Geest mij leiden, zodat ik niet alleen verander, maar ook standhoud.
Tot het einde, Heer, wil ik U volgen. In zwakheid en in hoop, in strijd en in vrede.
“Ons menselijk lichaam heeft iets groots verworven door zijn verbondenheid met het Woord. Van sterfelijk is het onsterfelijk geworden; hoewel het een levend lichaam was, is het een geestelijk lichaam geworden.”
St.Athanasius
++++++++
Commentaar:
Deze uitspraak van St. Athanasius raakt aan het mysterie van de incarnatie en de transformatie die daarin besloten ligt. Hij stelt dat door de vereniging met het Woord—Christus zelf—ons lichaam niet slechts een tijdelijke, vergankelijke vorm blijft, maar wordt opgenomen in een geestelijke werkelijkheid. Dit is geen abstracte theologie, maar een diepe troost: het lichaam, vaak gezien als zwak of zondig, wordt geheiligd en getransformeerd.
jIn Athanasius’ tijd was dit revolutionair. Hij verdedigde de volledige goddelijkheid van Christus tegen stromingen die Hem als slechts menselijk zagen. Hier laat hij zien dat de incarnatie niet alleen een theologisch feit is, maar een existentieel geschenk: ons sterfelijk bestaan wordt opgenomen in het eeuwige.
Voor allen die zoeken naar dagelijkse vernieuwing en innerlijke vrijheid, is dit een uitnodiging om zelfs je lichamelijkheid te zien als een drager van het goddelijke. Niet om het lichaam te verachten, maar om het te zien als een tempel waarin het Woord woont.
“Zorg voor je lichaam alsof je voor altijd zou leven; en zorg voor je ziel alsof je morgen zou sterven.”
— Sint-Augustinus
+++++++
Commentaar
Deze uitspraak van Augustinus is een spirituele paradox die ons uitnodigt tot een leven in balans tussen het tijdelijke en het eeuwige.
Het lichaam: een tempel, geen afgod. Door te zeggen “alsof je voor altijd zou leven”, spoort Augustinus ons aan om het lichaam met zorg en discipline te behandelen. Niet uit ijdelheid, maar uit eerbied voor het leven dat ons gegeven is. Gezondheid, rust, voeding en beweging zijn vormen van dankbaarheid.
De ziel: een urgent mysterie. “Alsof je morgen zou sterven” herinnert ons eraan dat het leven kwetsbaar is. De ziel vraagt om dagelijkse aandacht: gebed, reflectie, vergeving, liefde. Niet morgen, maar vandaag.
Tijd en eeuwigheid ontmoeten elkaar. Augustinus nodigt ons uit om niet te leven in uitersten—ofwel hedonisme, ofwel ascese—maar in een spirituele integratie. Het lichaam is de drager van de ziel, en de ziel is de adem van het lichaam.
Voor wie verlangt naar innerlijke vrijheid en dagelijkse vernieuwing, is dit een uitnodiging tot een levenshouding waarin zorgzaamheid en overgave samenkomen.
+++++++++
GEBED:
Heer, Gij die mij geschapen hebt met lichaam en ziel,
“Geef mij de genade, o Heer, om te doen wat U beveelt, en beveel mij te doen wat U wilt!… O heilige God… wanneer Uw geboden worden gehoorzaamd, is het dankzij U dat wij de kracht ontvangen om ze te gehoorzamen.” — Augustinus van Hippo
+++++++++++
Commentaar:
Augustinus raakt hier aan een mysterie dat centraal staat in het christelijk leven: gehoorzaamheid is geen menselijke prestatie, maar een genade. Hij erkent dat zelfs onze wil om Gods wil te doen voortkomt uit God zelf. Het is een cirkel van afhankelijkheid en liefde: God beveelt, maar Hij geeft ook de kracht om te gehoorzamen.
Deze woorden zijn een gebed én een theologische waarheid. Ze nodigen uit tot nederigheid: we kunnen niets goeds doen zonder Gods hulp, maar met Zijn genade is alles mogelijk. Augustinus’ houding is die van een kind dat zich volledig toevertrouwt aan de Vader—niet passief, maar actief in overgave.
Voor wie verlangt naar innerlijke vrijheid en trouw aan Gods wil, is dit een sleutelzin. Ze herinnert ons eraan dat gehoorzaamheid niet begint bij discipline, maar bij genade.
+++++++++++
Gebed
Heer, U bent mijn kracht Heilige en genadige God, U roept mij tot gehoorzaamheid, maar U weet hoe zwak mijn wil is.
Geef mij de genade om te doen wat U vraagt, niet uit angst, maar uit liefde. Beveel mij, Heer, en geef mij tegelijk de kracht om Uw bevelen te volgen.
Laat mijn hart niet rusten in eigen kunnen, maar in Uw genade. Laat mijn gehoorzaamheid geen trots zijn, maar een lofzang op Uw trouw.
Heer, alles wat goed is in mij, komt van U. Blijf mij leiden, en vorm mijn wil naar de Uwe.
Kijk naar de Ster!Roep Maria aan!In gevaar, in moeilijkhedenOf in twijfel, denk aan Maria.Roep Maria aan.Houd haar naamSteeds op je lippen.Bewaar haar altijd in je hart.Volg haar voetsporen,En je zult niet verdwalen.Bid tot haar,En je zult niet wanhopen.Denk aan haar, en je zult niet dwalen.Als zij je vasthoudt,Zul je niet vallen.Je zult niet moe worden,Je zult de hoop niet verliezen.Onder haar beschermingZul je rust vinden.
— Bernardus van Clairvaux (1090–1153)
++++++++++
Commentaar
Deze tekst ademt de tedere devotie van Bernardus tot Maria, niet als een abstract ideaal, maar als een levende aanwezigheid in het hart van de gelovige. Maria wordt hier voorgesteld als een ster—een lichtpunt in de nacht, een gids voor wie verdwaald is. Bernardus nodigt ons uit tot een intieme relatie met haar: haar naam op onze lippen, haar beeld in ons hart, haar voorbeeld in onze stappen.
Wat opvalt is de herhaling: “Roep Maria aan”, “Denk aan Maria”, “Bid tot haar”. Het is alsof Bernardus ons wil laten voelen dat het geloof niet alleen een leer is, maar een ritme, een ademhaling. In momenten van twijfel, vermoeidheid of wanhoop, is Maria niet ver weg. Ze is nabij, als een moeder die waakt, als een ster die nooit dooft.
++++++++++
Gebed geïnspireerd door Bernardus
O Maria, Ster van de zee,in de duisternis van mijn dagen,wees mijn licht, mijn gids, mijn rust.
Wanneer ik struikel, houd mij vast.Wanneer ik twijfel, spreek tot mijn hart.Wanneer ik moe ben, wees mijn troost.
Jouw naam zij als adem op mijn lippen,jouw beeld als vuur in mijn hart.Laat mij wandelen in jouw voetsporen,zachtmoedig, trouw, en vol hoop.
O Moeder van genade,leer mij rusten onder jouw mantel,tot ik de Liefde vind die nooit vergaat.
“Je zult niet vrezen voor de verschrikking van de nacht” – Psalm 91:5 Angst is een instrument dat de duivel gebruikt om je op jezelf gericht te houden en onder zijn macht. Zeg hem dat hij naar de hel moet gaan! Roep de krachtige Naam van Jezus aan en word bevrijd van de angst die je beheerst. Je hoeft niet bang te zijn! Vrede,
Fr. Larry Richards:
+++++++++
Commentaar
Deze krachtige boodschap verbindt een oud psalmvers met een directe oproep tot geestelijke strijd. Psalm 91 is een lofzang op Gods bescherming, vooral in tijden van duisternis en dreiging. De “verschrikking van de nacht” verwijst niet alleen naar fysieke gevaren, maar ook naar innerlijke angsten, twijfels en geestelijke aanvallen die ons ’s nachts kunnen overvallen—wanneer we kwetsbaar zijn, alleen, en stil.
Fr. Larry’s woorden zijn confronterend en bevrijdend tegelijk. Hij herinnert ons eraan dat angst ons gevangen kan houden in zelfgerichtheid, waardoor we Gods aanwezigheid uit het oog verliezen. Maar hij biedt ook een weg naar vrijheid: het aanroepen van Jezus’ Naam, die in de christelijke traditie staat voor redding, vrede en overwinning over het kwaad.
Voor jou, als zoeker naar innerlijke vrijheid en liefde, is dit een uitnodiging om angst niet te onderdrukken, maar te doorzien als een geestelijke afleiding. Niet door kracht, maar door overgave aan Christus.
++++++
Gebed
Bevrijdend gebed bij angst
Heer Jezus, U bent opgestaan uit de dood en hebt de duisternis overwonnen. In Uw Naam is vrede, kracht en vrijheid. Wanneer angst mij omringt, herinner mij eraan dat ik niet alleen ben. Laat Uw licht schijnen in mijn nacht, Uw liefde in mijn hart, Uw waarheid in mijn gedachten. Ik roep Uw Naam aan, Jezus— niet als een formule, maar als een levende aanwezigheid. Bevrijd mij van de macht van angst, en leid mij in de weg van vertrouwen, zodat ik niet op mezelf gericht blijf, maar op U, die alles nieuw maakt.
Ik reken niet op mijn verdiensten — ik heb er geen; maar ik stel mijn hoop op Hem die deugd is, heiligheid zelf. Hij alleen, tevreden met mijn zwakke inspanningen, zal mij verheffen tot Zichzelf.
— Heilige Thérèse van Lisieux
+++++++++
Commentaar:
Deze woorden van Thérèse ademen haar kenmerkende spiritualiteit van het “kleine wegje” — een pad van nederigheid, vertrouwen en liefde. Ze erkent haar eigen zwakheid zonder schaamte, en juist daarin vindt ze haar kracht: niet in prestaties, maar in overgave. Haar hoop rust niet op menselijke verdiensten, maar op Gods genade. Dit is geen passieve houding, maar een actieve keuze om zich toe te vertrouwen aan de Liefde die alles draagt.
Voor jou, die zo vaak zoekt naar de vertaling van mystieke inzichten naar het dagelijks leven, is dit een uitnodiging om je eigen “zwakke inspanningen” niet te verachten, maar te zien als kostbare offers die God met vreugde ontvangt. Het is een mystiek van vertrouwen, waarin zelfs het kleinste gebaar — een glimlach, een gebed, een daad van liefde — een echo wordt van Gods heiligheid.
++++++++++++
Liefdevolle God
Ik kom tot U zonder verdiensten, zonder grootheid, maar met een hart dat verlangt naar U. Neem mijn kleine daden, mijn zwakke pogingen, en doordrenk ze met Uw genade.
Laat mij rusten in het vertrouwen dat U, die heiligheid zelf bent, vreugde vindt in mijn eenvoud.
Verhef mij tot U, niet door kracht, maar door liefde.
“Geloof heeft te maken met dingen die niet zichtbaar zijn, en hoop met dingen die nog niet binnen handbereik zijn.”
“Liefhebben is het goede willen voor de ander.”
” “Als je te midden van onrecht kunt leven zonder woede, ben je zowel immoreel als onrechtvaardig.”
“Doen alsof engelen niet bestaan omdat ze onzichtbaar zijn, is hetzelfde als geloven dat we nooit slapen omdat we onszelf niet zien slapen.”
Thomas Aquino
+++++++++++
Commentaar
Deze citaten raken vier diepe lagen van het menselijk bestaan:
Geloof en hoop zijn niet gebaseerd op wat we kunnen controleren of bewijzen, maar op een innerlijke zekerheid en een verlangen dat ons overstijgt. Ze nodigen uit tot vertrouwen in het onzichtbare en het toekomstige.
Liefde wordt hier niet geromantiseerd, maar gedefinieerd als een daad van wil: het actief kiezen voor het welzijn van de ander. Dit sluit prachtig aan bij jouw verlangen om liefde als fundament van alle deugden te maken.
Woede tegenover onrecht wordt niet afgewezen, maar juist erkend als moreel noodzakelijk. Het herinnert ons eraan dat passiviteit tegenover kwaad zelf een vorm van kwaad kan zijn.
jHet bestaan van engelen wordt verdedigd met een speelse maar diepzinnige analogie. Het roept op tot een openheid voor het mysterie, voor het onzichtbare dat toch reëel is—iets wat jij ook waardeert in je kosmische en mystieke benadering.
+++++
GEBED
Eeuwige Wijsheid,
Leer mij te vertrouwen op wat ik niet zie,
te hopen op wat nog niet is,
en lief te hebben zonder voorbehoud.
Laat mijn hart niet koud blijven tegenover onrecht,
“Er bestaan geen gewone mensen. Je hebt nog nooit met een gewoon sterfelijk wezen gesproken. Naties, culturen, kunst, beschavingen – die zijn sterfelijk, en hun levensduur is vergeleken met de onze als die van een mug. Maar het zijn onsterfelijken met wie we grappen maken, samenwerken, trouwen, negeren en uitbuiten – onsterfelijke verschrikkingen of eeuwige heerlijkheden.
Dit betekent niet dat we voortdurend ernstig moeten zijn. We moeten spelen. Maar onze vrolijkheid moet van die soort zijn (en dat is in feite de vrolijkste soort) die bestaat tussen mensen die elkaar vanaf het begin serieus hebben genomen – geen luchtigheid, geen superioriteit, geen aanmatiging.”
C.S Lewis
+++++++++
Commentaar
Lewis nodigt ons uit om met eerbied naar elkaar te kijken. In een wereld die vaak mensen reduceert tot functies, prestaties of rollen, herinnert hij ons eraan dat ieder mens een eeuwige bestemming draagt. De mensen met wie we lachen, samenwerken of zelfs botsen, zijn geen voorbijgaande verschijnselen – ze zijn dragers van een mysterie dat verder reikt dan tijd en ruimte.
Zijn contrast tussen “immortals” en “mortal civilizations” is scherp: wat wij als groots beschouwen – culturen, kunst, naties – zijn slechts tijdelijke schaduwen vergeleken met de ziel van een mens. En toch, zegt hij, mogen we spelen. Maar dan wel met een vreugde die voortkomt uit respect, niet uit oppervlakkigheid.
Dit is een oproep tot heilige aandacht: om in elke ontmoeting iets van Gods eeuwigheid te herkennen. Niet om zwaarmoedig te worden, maar om met diepe vreugde en eerbied te leven.
++++++++
Gebed
Eeuwige God, U hebt ieder mens geschapen naar Uw beeld, met een bestemming die reikt tot in Uw eeuwigheid. Help ons om elkaar te zien zoals U ons ziet – niet als voorbijgangers, maar als geliefde kinderen, geroepen tot heerlijkheid. Laat onze woorden, onze daden, zelfs onze grappen doordrenkt zijn van respect en liefde. Geef ons een vreugde die niet oppervlakkig is, maar geworteld in het besef van Uw aanwezigheid in de ander. Bewaar ons voor flauwe luchtigheid, voor superioriteit en voor achteloosheid. Leer ons spelen met ernst, lachen met liefde, leven met heilige aandacht.
Amen.
+++++++++++
Commentaar
Lewis confronteert ons met een ontzagwekkende waarheid: ieder mens die we ontmoeten draagt een eeuwige bestemming in zich. In een wereld die vaak focust op prestaties, status of uiterlijk, herinnert hij ons eraan dat de diepste realiteit van de ander niet zichtbaar is – maar wel heilig.
Zijn contrast tussen de vergankelijkheid van beschavingen en de onsterfelijkheid van de ziel is scherp. Het is een uitnodiging tot nederigheid én eerbied. Zelfs in de speelsheid, zegt hij, moet er een ondertoon zijn van respect – een erkenning van de eeuwige waarde van de ander.
Deze visie heeft implicaties voor hoe we liefhebben, lachen, werken, zelfs hoe we ruzie maken. Want als de ander een “eeuwige heerlijkheid” of “onsterfelijke verschrikking” is, dan is elke ontmoeting geladen met betekenis.
++++++++
Gebed
Eeuwige God,
Leer mij de mensen om mij heen te zien zoals U hen ziet – niet als gewone stervelingen, maar als dragers van eeuwige glorie. Laat mijn woorden, mijn daden, mijn blik doordrenkt zijn van eerbied.
Help mij om te spelen met lichtheid, maar zonder luchtigheid. Om te lachen zonder neer te kijken. Om te spreken zonder aanmatiging.
Laat mijn hart zacht zijn voor de eeuwige ziel van de ander. En laat mijn leven een echo zijn van Uw liefde – vol ernst, vol vreugde, vol genade.
Amen.
++++++++++
Laten we dieper ingaan op de spirituele rijkdom van Lewis’ tekst en verbinden met stemmen uit andere tradities die jij waardeert.
Laten we dieper ingaan op de spirituele rijkdom van Lewis’ tekst en verbinden met stemmen uit andere tradities.
De eeuwige waarde van de mens – een spirituele echo:
C.S. Lewis stelt dat ieder mens een onsterfelijk wezen is, met een bestemming die reikt tot in de eeuwigheid. Deze visie is niet alleen christelijk, maar ook mystiek: ze nodigt uit tot een houding van eerbied, verwondering en verantwoordelijkheid in elke ontmoeting.
Hier zijn drie spirituele stemmen die dit thema op hun eigen manier verwoorden:
Henri Nouwen – de ander als icoon van Gods aanwezigheid:
Nouwen schrijft in Leven in het geliefde dat we geroepen zijn om elkaar te helpen herinneren aan onze ware identiteit: geliefde kinderen van God. Hij zegt:
“Wanneer we elkaar werkelijk ontmoeten, worden we spiegels van Gods liefde.”
Net als Lewis benadrukt hij dat onze omgang met anderen niet oppervlakkig mag zijn. Zelfs in speelsheid moet er een ondertoon van respect en erkenning zijn.
Dietrich Bonhoeffer – de ander als plaats van Gods genade:
In Gemeenschappelijk leven schrijft Bonhoeffer:
“De Christus in mijn broeder is sterker dan de Christus in mij.”
Hij bedoelt: ik heb de ander nodig om God te ontmoeten. De ander is geen obstakel, maar een kanaal van genade. Dit sluit aan bij Lewis’ idee dat we nooit met een “gewone sterveling” spreken – elke ontmoeting is heilig.
Clara van Assisi – de ander als spiegel van innerlijke schoonheid:
Clara, in haar brieven aan Agnes van Praag, spreekt over het aanschouwen van Christus in de ander als een bron van vreugde en zuiverheid. Ze nodigt uit tot een liefdevolle blik die de eeuwige schoonheid in de ander ziet – een blik zonder oordeel, zonder aanmatiging.
Synthese: een spirituele houding van eerbied:
Wat Lewis, Nouwen, Bonhoeffer en Clara delen is een diepe overtuiging dat de mens niet gereduceerd mag worden tot uiterlijkheden, prestaties of rollen. De ander is een mysterie, een drager van eeuwige glorie, een plaats waar God zich kan openbaren.
Deze houding vraagt van ons:
Eerbied: niet alleen in gebed, maar in elke ontmoeting.
Speelsheid zonder oppervlakkigheid: vreugde die voortkomt uit respect.
Bewustzijn van het eeuwige: zelfs in het alledaagse.
++++++++++
De woorden van C.S. Lewis over de eeuwige waarde van ieder mens resoneren diep met de spiritualiteit van zowel Franciscus van Sales als Thérèse van Lisieux
—beiden meesters in het zien van het goddelijke in het gewone.
Laten we beginnen met Thérèse van Lisieux, want haar “kleine weg” sluit wonderlijk aan bij Lewis’ idee dat er geen “gewone mensen” bestaan.
Thérèse van Lisieux en de eeuwigheid in het alledaagse:
Thérèse geloofde dat heiligheid niet voorbehouden was aan grote daden, maar juist lag in de liefdevolle aandacht voor de kleine dingen. Voor haar was elke glimlach, elk woord van troost, elke daad van geduld een manier om God te dienen. Ze zag in ieder mens een unieke weerspiegeling van Gods liefde, en haar spiritualiteit nodigt ons uit om met eerbied te kijken naar de ander—precies zoals Lewis zegt: “geen flippancy, geen superioriteit, geen aanmatiging.”
“Ik wil de liefde zijn in het hart van de Kerk.” — Thérèse
Lewis’ oproep om elkaar serieus te nemen, zelfs in onze speelsheid, sluit aan bij Thérèse’s visie: dat echte vreugde voortkomt uit nederige liefde. Niet uit grootsheid, maar uit het besef dat elke ziel eeuwig is, en dus oneindig kostbaar.
Gebed in de geest van Thérèse
Liefdevolle God, Leer ons de kleine weg van Thérèse te bewandelen: om in het gewone het eeuwige te zien, in de ander Uw beeld te herkennen.
Laat onze vreugde doordrenkt zijn van eerbied, onze woorden zacht en onze daden eenvoudig, maar vol van Uw liefde.
Help ons om nooit achteloos te zijn, maar met het hart van Christus te kijken naar elke ziel die U ons toevertrouwt.
Amen.
++++++++
Franciscus van Sales :
Franciscus van Sales en de eerbied voor de ander:
Franciscus was ervan overtuigd dat liefde de weg is naar God — een liefde die zich uitstrekt tot de ander in zijn kwetsbaarheid én zijn roeping. Hij schreef:
“We moeten de harten van anderen winnen door liefde en zachtmoedigheid.”
Waar Lewis spreekt over het eeuwige gewicht van elke menselijke ziel, benadrukt Franciscus dat we die ziel nooit mogen benaderen met ruwheid, superioriteit of onverschilligheid. Zijn pastorale stijl was revolutionair in zijn tijd: geen dreiging, geen angst, maar vertrouwen in Gods genade en de kracht van innerlijke transformatie.
Lewis zegt: “We moeten spelen. Maar onze vrolijkheid moet van die soort zijn […] die bestaat tussen mensen die elkaar vanaf het begin serieus nemen.” Franciscus zou dat omschrijven als een vreugde die voortkomt uit nederigheid — een vreugde die de ander niet kleiner maakt, maar juist optilt.
Verbinding tussen Lewis en Franciscus van Sales:
Thema C.S. Lewis en Franciscus van Sales:
Waarde van de mens Onsterfelijk, eeuwig———— Beeld van God, geliefd door de Schepper
Manier van omgaan met anderen________ Eerbied, geen flippancy of superioriteit___ Zachtmoedigheid, liefdevolle benadering
Vrolijkheid__________Speelsheid met ernst_______Vreugde in nederigheid en vertrouwen
Beiden nodigen ons uit tot een spiritualiteit waarin de ander nooit “gewoon” is, maar altijd een mysterie van God — een heilig terrein.
Gebed in de geest van Franciscus van Sales:
Goede God, Gij die zachtmoedig zijt en vol liefde, leer ons om met eerbied naar de ander te kijken,
niet als een voorbijganger, maar als een eeuwige ziel.
Geef ons het hart van Franciscus: mild in oordeel, rijk aan genade, vol vertrouwen in Uw werk in ieder mens.
Laat onze vreugde eenvoudig zijn, onze woorden zacht, en onze omgang doordrenkt van Uw liefde.
Moge onze speelsheid nooit oppervlakkig zijn, maar een weerspiegeling van de diepe ernst waarmee Gij ons allen bemint.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.