Herbert McCabe: De Evangeliën dringen aan op twee tegengestelde waarheden die de tragedie van de menselijke conditie uitdrukken….

“De Evangeliën dringen aan op twee tegengestelde waarheden die de tragedie van de menselijke conditie uitdrukken: de eerste is dat als je niet liefhebt, je niet zult leven; de tweede is dat als je wél liefhebt, je zult worden gedood.

Als je niet kunt liefhebben, blijf je opgesloten in jezelf en onvruchtbaar — niet in staat om een toekomst te scheppen voor jezelf of voor anderen, niet in staat om werkelijk te leven.

Maar als je wél effectief liefhebt, ben je een bedreiging voor de structuren van overheersing waarop onze menselijke samenleving rust, en zul je worden gedood.”

— Herbert McCabe

++++

Commentaar:

McCabe legt hier een rauwe, profetische waarheid bloot: liefde is zowel de bron van leven als de weg naar het kruis. Zijn woorden echoën het evangelie zelf — waar Christus, uit liefde, de dood ingaat. Liefde is geen veilige keuze in een wereld die gebouwd is op macht, controle en zelfbehoud. Wie werkelijk liefheeft, breekt met die structuren en roept weerstand op.

Toch is dit geen oproep tot wanhoop, maar tot moed. Liefde is het enige dat leven voortbrengt, zelfs als het lijden meebrengt. In deze paradox ligt het mysterie van het christelijk geloof: dat sterven uit liefde de poort opent naar opstanding.

++++

Gebed: Liefde die Leven en Lijden draagt:

 

Heer Jezus, Gekruisigde Liefde,

Gij hebt ons geleerd dat ware liefde geen veilige weg is,

maar een pad dat leidt door lijden naar leven.

Geef ons de moed om lief te hebben zoals Gij:

zonder terughoudendheid, zonder angst voor verlies.

 

Laat ons niet verstijven in zelfbehoud,

maar open ons hart voor de kwetsbaarheid van liefde.

Wanneer onze liefde botst met de machten van deze wereld,

wees dan onze kracht, onze troost, onze hoop.

 

Moge onze liefde vrucht dragen,

zelfs als zij ons kost wat wij niet willen verliezen.

Want in U, Heer, is elke dood een kiem van opstanding.

 

Amen.

++++

Wie is Herbert mc cabe ?

Herbert McCabe (1926–2001) was een Engelse Dominicaner priester, katholiek theoloog en filosoof die diepe invloed heeft uitgeoefend op het denken over geloof, ethiek en politiek.

Korte biografie:

Volledige naam: Herbert John Ignatius McCabe OP

Geboren: 2 augustus 1926 in Middlesbrough, Engeland

Gestorven: 28 juni 2001

Orde: Dominicanen (Ordo Praedicatorum)

Studie: Begon met chemie aan Manchester University, maar schakelde over naar filosofie onder invloed van Dorothy Emmet.

Specialisatie: Thomisme (leer van Thomas van Aquino), ethiek, filosofie van religie

Bekend om:

Zijn scherpe, vaak provocerende essays over liefde, macht, en de rol van de Kerk

Zijn redactie van het tijdschrift New Blackfriars

Zijn uitspraak: “Natuurlijk is de Kerk corrupt — maar dat is geen reden om haar te verlaten.”

Wat maakt hem bijzonder?

McCabe combineerde de klassieke scholastiek van Thomas van Aquino met moderne denkers zoals Wittgenstein, Marx en Freud. Hij was een briljant denker die weigerde zich te conformeren aan academische conventies. Zijn werk is doordrenkt van een diepe liefde voor waarheid, maar ook van een scherp besef van de tragiek en complexiteit van menselijke structuren.

Hij geloofde dat ware liefde altijd een politieke daad is — een bedreiging voor systemen van overheersing. Zijn theologie is radicaal in de zin dat ze het evangelie serieus neemt als een oproep tot transformatie, zelfs ten koste van het eigen leven.

Bron:    https://www.biographies.net/people/en/herbert_mccabe?

 

*****************

 

Heilige Bruno sichter van de Karthuizers: Heilige van de stilte

Het gedicht “Santo del Silencio…” van José Domingo de Mena (Pomo Moreno)

Heilige van de Stilte

I

Heilige van de stilte, tragische Sint Bruno, jij biedt het geheim van de volmaaktheid. Waar jouw ascese reikt, komt niemand toe, je overtreft alles in verzaking en heiligheid. Alle martelingen van het lichaam, het vasten, en het boetekleed van voortdurende gebeden, zijn voor jou geen offer, geen last om te dragen— je ziet martelaarschap als een waanbeeld, een zinsbegoocheling. Zelfs je stem, trouwe metgezel van het bestaan, in je eenzame, sobere leven, lijkt jou een vreugde die je moet verwerpen… En heldhaftig, wreed zelfs, trek je je terug, je legt jezelf het strenge vasten van zwijgen op, en bereikt de grote deugd van het stil zijn.

II

Zwijgen, zoals de edelste dingen zwijgen: de boom, de ster, de wolk, de bloem. De uren laten voorbijgaan in stilte, alleen luisterend naar de innerlijke stem…Zwijgen, beseffend dat de mooiste woorden niet volstaan om uit te drukken de wonderen van een mens vol liefde. Zwijgen… jezelf de ijzeren muilkorf opleggen van koppig stilzwijgen. De valstrik weerstaan van de Duivel, die klaarstaat om te dicteren… En als het nodig is om het zwijgen te doorbreken, wees dan een drievoudige stem, een echo van glorie of afgrond, spreek zoals de vogels en de zee spreken!

III

Stel een rem op mijn losse tong, o God. Sint Bruno, bescherm mijn oprechte verlangen. Laat mijn woorden niet meer wegstromen in de rivier van onverschilligheid. Heer, ik wil zwijgen. Mijn makkelijke woorden worden een stroom die mijn sobere geest verzacht en overspoelt. Spreken zonder rust, zonder ritme, zonder vuur— Heer, maak mijn woorden droog en licht. Laat mijn leven de invloed voelen van deze heilige betovering van afzondering, die ik bewonder en met vurigheid vereer. En als ik moet spreken zoals hij in zijn nederigheid, laat dan een vlammend zwaard mijn tong treffen, en laat mijn ziel spreken met zijn hart.

++++

Commentaar:

Dit gedicht is een krachtige lofzang op Sint Bruno, stichter van de Kartuizerorde, bekend om zijn radicale keuze voor stilte en afzondering. De dichter verheft Bruno’s zwijgen tot een mystieke daad: niet als afwezigheid van woorden, maar als een spirituele discipline die leidt tot innerlijke zuiverheid en goddelijke nabijheid.

De eerste strofe benadrukt Bruno’s ascetische kracht en zijn afwijzing van zelfs de menselijke stem. De tweede strofe vergelijkt zijn zwijgen met de stille schoonheid van de natuur, en toont hoe woorden tekortschieten om het goddelijke te vatten. De derde strofe is een persoonlijke smeekbede: de dichter vraagt om bescherming tegen de verleiding van loze woorden en verlangt naar de heilige kracht van het zwijgen.

Het gedicht is niet alleen een portret van Bruno, maar ook een uitnodiging tot contemplatie, tot het zoeken van God in de stilte, en tot het spreken met het hart in plaats van met de mond.

++++

 

Gebed tot de Heilige Stilte

Heer,

leer mij de kracht van het zwijgen,

zoals Sint Bruno het kende—

niet als vlucht, maar als vuur,

dat zuivert, dat opent, dat leidt naar U.

 

Laat mijn woorden niet zijn als ruis,

maar als echo van Uw waarheid.

Laatmijn stilte niet leeg zijn,

maar vol van Uw aanwezigheid.

 

Wanneer ik spreek,

laat het zijn met de eenvoud van een vogel,

met de diepte van de zee,

met de liefde van een ziel die U kent.

 

Sint Bruno,

leer mij het gebed zonder woorden,

het luisteren zonder angst,

het leven in Uw licht.

Amen.

*******************

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Heilige Jeronimus: Wat heb je eraan om de hele wereld te winnen? Wie rijkdom najaagt, verliest tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel…..

“Wat heb je eraan om de hele wereld te winnen? Wie rijkdom najaagt, verliest tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel.”

St.Jeronymus

++++

Commentaar

Deze uitspraak van St. Hieronymus is een krachtige herinnering aan de vergankelijkheid van aardse bezittingen en de eeuwige waarde van het geestelijke leven. In een wereld die ons voortdurend uitnodigt om meer te bezitten, meer te bereiken, en meer te consumeren, klinkt zijn stem als een profetisch tegengeluid: het ware doel van ons leven ligt niet in het vergaren van rijkdom, maar in het zoeken naar God.

De zin “tijd die besteed had kunnen worden aan het zoeken naar de hemel” raakt een gevoelige snaar. Tijd is ons kostbaarste bezit, en hoe we die besteden zegt veel over onze prioriteiten. St. Hieronymus nodigt ons uit tot een levenshouding van eenvoud, toewijding en innerlijke gerichtheid — niet als een afwijzing van de wereld, maar als een bewuste keuze voor het eeuwige boven het tijdelijke.

++++

Gebed

Heer, onze God, 

Leer ons de waarde van de tijd die Gij ons schenkt.

Laat ons niet verdwalen in het najagen van rijkdom, roem of bezit,

maar richt ons hart op U, die het ware leven geeft.

Moge de woorden van uw dienaar Hieronymus ons wakker schudden,

dat wij niet de wereld winnen en U verliezen.

Geef ons de genade om elke dag te kiezen voor het licht,

voor liefde, voor waarheid,

voor de weg die leidt naar de hemel.

Amen.

++++

Wie was st Jeronymus ?

Sint Hiëronymus (ca. 347–420 n.Chr.), geboren als Eusebius Sophronius Hiëronymus in Stridon (in het huidige Kroatië of Slovenië), was een van de grote kerkvaders van het Westen en een sleutelfiguur in de vroege christelijke traditie.

Leven en werk:

Opleiding en bekering: Hij studeerde in Rome, waar hij werd gedoopt en een diepe liefde ontwikkelde voor klassieke literatuur.

Monnikenleven: Na een periode van rondreizen koos hij voor een ascetisch leven in de woestijn van Syrië, waar hij zich toelegde op gebed, studie en boetedoening.

Bijbelvertaling: Op verzoek van paus Damasus begon hij aan zijn levenswerk: een vertaling van de Bijbel in het Latijn, bekend als de Vulgaat. Deze vertaling werd later door de Kerk als gezaghebbend erkend.

Laatste jaren: Hij vestigde zich in Bethlehem, waar hij een kloostergemeenschap leidde en verder werkte aan theologische teksten.

++++

Spirituele betekenis

Hiëronymus wordt herinnerd als een geleerde, kluizenaar en heilige die zijn intellect en ascese volledig in dienst stelde van God. Zijn werk heeft eeuwenlang het christelijk denken en de liturgie beïnvloed. Hij is patroonheilige van vertalers, bibliothecarissen en theologen.

++++

Gebed bij zijn nagedachtenis

Heilige Hiëronymus, 

Gij die de Schrift hebt bemind en vertaald met vurige toewijding,

leer ons de kracht van het Woord van God te herkennen.

Help ons de stilte te zoeken waarin Gods stem kan klinken.

Moge uw voorbeeld ons inspireren tot nederigheid, studie en gebed,

zodat wij, zoals gij, het eeuwige mogen verkiezen boven het tijdelijke.

Bid voor ons, dat wij trouw blijven aan de waarheid van Christus.

Amen.

**********************

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hi%C3%ABronymus_van_Stridon?

https://brievenaangod.info/hieronymus-kerkleraar-vulgaat-vertaling/?

******************

De dienaar Gods Jacques Fesch….

Dienaar Gods 

Jacques Fesch 

1930 – 1957 

“…voor het eerst heb ik tranen van vreugde gehuild, in de zekerheid dat God mij heeft vergeven en dat Christus nu in mij leeft door mijn lijden en mijn liefde.”

– Jacques Fesch

++++

Deze uitspraak van Jacques Fesch is diep ontroerend en getuigt van een krachtige innerlijke bekering. De combinatie van “tranen van vreugde” en “zekerheid van vergeving” wijst op een mystieke ervaring van genade, waarin lijden niet langer slechts pijn is, maar een kanaal wordt voor liefde en Christus’ aanwezigheid. Dat hij spreekt over Christus die “in hem leeft” door zijn lijden en liefde, echoot Paulus’ woorden in Galaten 2:20: “Niet ik leef, maar Christus leeft in mij.”

Gezien Fesch’ tragische levensverhaal – van misdaad tot bekering in de gevangenis – krijgt deze tekst een profetisch gewicht. Het is een getuigenis van hoe zelfs in de diepste duisternis een mens kan worden aangeraakt door God en getransformeerd tot een bron van hoop.

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”

Het leven van Jacques Fesch :

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”

goede moordenaar (100) LR

Uit zijn dagboek:

Een verwende jeugd.

Jacques en zijn zussen.

Jacques en zijn zussen.

Jacques op 11-jarige leeftijd

Jacques op 11-jarige leeftijd

Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.

Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen.
Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.

fesch_jacques (105) LR Pierette

Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.

fesch_jacques (112) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’

fesch_jacques (102) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘La senté

De gevangenis 'La Santé'.

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.

Jacques Fesch (1930-1957) Een ‘goede Moordenaar’ Van Deze Tijd.

De ‘goede moordenaar’.

De levensgeschiedenis van Jacques Flesh kan vergeleken worden met dat van de ‘goede moordenaar’ uit het Evangelie. Je weet wel, één van die twee misdadigers die samen met Jezus gekruisigd werd en het opneemt voor Jezus wanneer die door de andere misdadiger bespot wordt. Op het kruis, in het uur van zijn dood, toont hij berouw om zijn misdaden en belijdt hij zijn geloof in Christus. “Jezus, denk aan mij wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt. En Jezus sprak tot hem: Voorwaar, Ik zeg u: vandaag nog zult gij met Mij zijn in het paradijs.” (Lucas 23,42-43)

Het verhaal van Jacques Fesch is het verhaal van een hedendaagse ‘goede moordenaar’. Tijdens zijn vlucht na een bankoverval doodt hij per ongeluk een politieagent. Voor deze misdaad wordt hij ter dood veroordeeld. Niet aan de Romeinse schandpaal van een kruis, maar aan de Franse van de guillotine. Gedurende de drie jaar van zijn proces tot aan zijn terechtstelling ontpopt hij zich door Gods genade van een verwende nietsnut tot een diepgelovige jongeman met mystieke allures. Een figuur die de moeite waard is om kennis mee te maken.

“Je mag niet vergeten dat de eerste uitverkorene [voor de hemel] een veroordeelde misdadiger was (Lc. 23,39 vv) terwijl zij die zich goed gedragen (of van zichzelf denken dat ze zo zijn) van Jezus het verwijt krijgen witgekalkte graven te zijn (Mt. 23,27). Wat wil dat zeggen? Dat je een crimineel moet zijn om uitverkoren te kunnen worden? Zeker niet! Het is enkel zo dat die paria die gezondigd heeft, dikwijls zonder verantwoordelijk te zijn voor zijn eigen daden, in zijn berouw en in zijn lijden, en zeker in de kennis van zijn ellende, een directere weg vindt naar het hart van Jezus.”Uit zijn dagboek:

Een verwende jeugd.

Jacques Fesch wordt geboren op 6 april 1930 in Saint-Germain-en-Faye in Frankrijk. Zijn vader was de Belgische bankier en pianist Georges Fesch, gehuwd met Marthe Hallez, die zich hier met zijn familie was komen vestigen. Hoewel zijn vader een overtuigd atheïst en cynicus was, krijgt hij toch, via zijn religieuze moeder, een gelovige opvoeding. Samen met zijn oudere zussen Monique en Nicole kent Jacques een probleemloze jeugd en komt hij niets tekort.

Zijn ouders kennen echter een turbulent huwelijksleven en dat komt zijn persoonlijkheid niet ten goede. Het huwelijk loopt op de klippen.
Na zijn middelbare studies volbrengt hij zijn legerdienst. Hij leert Pierette kennen, maakt haar zwanger en gaat een burgerlijk huwelijk met haar aan op 5 juni 1951. Een maand na hun huwelijk wordt hun dochtertje Véronique geboren. Ook dit huwelijk houdt geen stand en ze gaan uit elkaar, hoewel de vriendschap blijft bestaan. In 1953 leert hij Thérèse Troniou kennen. Uit deze relatie wordt een zoon, Gérard, geboren.

fesch_jacques (105) LR Pierette
Het liefdesleven van Jacques is symptomatisch voor zijn bestaan. Hij leidt het leven van een verwende en losbandige playboy. Hij verlaat de job bij de bank van zijn vader maar leeft rijkelijk verder van de rente die zijn vader hem maandelijks uitkeert en van het kapitaal dat zijn moeder hem ter beschikking had gesteld om een eigen bedrijf mee op te starten. Overdag rijdt hij rond in zijn sportwagen Simca en’s nachts jaagt hij achter de meisjes tijdens zijn uitgangsleven in Saint-Germain-des-Prés.

Jacques is nu 24 jaar oud. Zijn bestaan is leeg en hij verveelt zich dood. Later zal zijn biograaf, de priester Manaranche, verklaren: “Fesch getuigde van zo’n honger naar het niets, dat hij compensatie zocht in het meest ongebreidelde en egoïstische genotzucht.” Om te ontsnappen aan de leegte en zinloosheid van zijn ‘gouden kooi’ droomt hij ervan met een zeilboot verre reizen te ondernemen naar de eilanden van de Stille Oceaan. Dat hij zelf niet kan zeilen is voor hem een onbelangrijk detail. Vertrekken wordt voor hem een obsessie. Hij bestelt een zeilboot in La Rochelle. Het geld om die te betalen heeft hij echter niet. Dan gaat hij het maar zoeken waar het zit: bij een bank. De dwaasheid van zijn verlangens en zij geldzucht leiden hem tot een misdaad met onherroepelijke gevolgen.

fesch_jacques (112) LR

Een fatale misdaad.

Op 24 februari 1954 loopt Jacques met een lichtgekleurde lederen aktetas en daarin het pistool van zijn vader, een hamer en stuk touw, het Parijse kantoor van de geldwisselaar Silberstein binnen, een bekende van zijn vader. Hij bedreigt de bankier en vraagt naar het geld. Silberstein poogt nog om Jacques tot rede te brengen en smeekt hem zijn jonge leven niet te ruïneren. Met het pistool slaat hij de bankier neer. Zijn buit bedraagt 330 000 Franse franken. Wanneer hij die paniekerig wegstopt in zijn aktetas gaat zijn pistool af, de kogel schampt af op zijn hoofd en verbrijzelt het winkel raam. Als hij wegloopt loopt Silberstein hem achterna, roepend om hulp. Meteen zitten enkele mensen hem op de hielen. Na een vlucht doorheen de straten zoekt hij beschutting in een woonblok. Een groepje mensen en 2 politieagenten verzamelen zich op de binnenkoer. Hij probeert te ontkomen door zich kalm te gedragen als een bewoner. Maar ze herkennen hem. In de vlucht lost hij in het wild een schot dat een van de agenten dodelijk treft. Hij loopt de metro in en wordt daar uiteindelijk gevat.
Jacques wordt voor de onderzoeksrechter geleid en opgesloten in de gevangenis ‘Santé’.

 
Van ‘assasin’ tot ‘assa-saint’ (van moordenaar tot heilige).
 

Zijn opsluiting in de gevangenis wordt het begin van een geestelijke avontuur. Hij zal er een proces van bekering doormaken, een weg van heiliging. Het leven dat hij zo wanhopig zocht in zijn uitspattingen zal zich realiseren op een wijze die hij zich vooraf niet kon inbeelden. Van het paradijs dat hij droomde op romantische eilanden komt hij nu terecht op de echte weg naar het ware Paradijs. Soms kan men zijn leven enkel doen slagen door het te verliezen, zo lijkt het.

In het begin stuurt hij de aalmoezenier wandelen: “Ik heb geen geloof, het is de moeite niet waard.” Maar langzamerhand echter groeit een toenadering. Een boek over de verschijningen in Fatima zet hem inwendig helemaal overhoop. De niet aflatende inzet van de aalmoezenier, die elke dag de H. Mis leest op zijn cel, van zijn zeer gelovige advocaat, van broeder Thomas, een benedictijn die hem regelmatig schrijft., komt er een bekeringsproces opgang.
In de nacht van 28 februari 1955 overkomt hem het volgende:

 
 
De gevangenis 'La Santé'.

De gevangenis ‘La Santé’.

“Ik lag op mijn bed met mijn ogen open. Voor de eerste keer in mijn leven en met een zeldzame intensiteit voelde ik een reëel leed. Het is toen dat een schreeuw uit mijn borst opwelde, een roep om hulp: “Mijn God!”, en op datzelfde ogenblik, zoals een hevige wind die voorbij komt en waarvan men niet weet waar hij vandaan komt, greep de Geest van de Heer me bij de keel. Het gaf de indruk van een oneindige kracht en van zachtheid. En overweldigend, in enkele uren tijd, bezat ik het geloof, een absolute zekerheid. […] Ik geloofde en begreep niet hoe ik er in geslaagd was niet te geloven. De genade had me bezocht, een grote vreugde kwam over mij en vooral een diepe vrede. In een ogenblik was alles helder geworden.”

De weg naar de bekering was ingezet. zijn cel wordt die van een monnik. “In de gevangenis heb je maar twee keuzes”, zo schrijft hij, “ofwel wordt je een rebel ofwel een monnik.” De binnenkoer van de Santé, waar hij een half uur per dag in afzondering mag rondwandelen, zijn kloostergang van gebed. Hij ontwikkelt een intens gebedsleven, ontpopt zich tot een waar mysticus. “Alles wat wij beminnen wordt ook door God bemind. Hij trekt het tot Zich omdat wij in zijn liefde blijven. Hij is oneindige barmhartigheid. Het behaagt de Heer om in een ziel te wonen om ze tot een instrument te maken van heil voor de anderen. Ik denk dat je de ziel kan vergelijken met een spiegel: God laat er zijn licht op stralen en Hij doet het weerkaatsen, min of meer overeenkomstig zijn volmaaktheid.” Hij verdiept zich in de H. Schrift en in de geschriften van Theresia van Avila, Franciscus en Theresia van Lisieux. Deze inspireren voortaan zijn gevangenisleven. “Ik heb mijn rechterhand gelegd in de hand van heilige Maagd en de linker in de hand van de kleine Theresia. Met deze twee riskeer ik niets.”

fesch_jacques (113) LR
fesch_jacques (114) LR
Zijn geestelijke tocht is heftig en turbulent. “Ik heb vrede gevonden maar tegelijkertijd ook strijd”, zo schrijft hij. Naarmate de dag van zijn terechtstelling nadert, verenigt hij zich met het lijden en sterven van de Heer. Het lijdensverhaal van Christus is daarbij zijn gids. Hij beschouwt zijn eigen terdoodveroordeling als een terugkoop van zijn eigen misdaad. Zijn beproeving ziet hij als boetedoening voor zijn zonden en die van anderen. Kortom: zijn eigen toekomstige dood gaat hij zin geven als een ‘verlossende dood’.

Op de vooravond van zijn executie, omstreeks 17.00 u, wanneer men op de binnenkoer van de gevangenis de guillotine opstelt, huwt Pierette met Jacques, kerkelijk deze keer. En ook ‘op afstand’: zij in de pastorij, hij in zijn cel terwijl daar de huwelijksmis volgt in zijn missaal. ’s Nachts bemediteert hij geknield de passie van Jezus. Hij schrijft het volgende in zijn dagboek: “Het is de laatste dag van de race. Morgen rond deze tijd zal ik in de hemel zijn! Ik zal nu nog nadenken over de lijdensweg van onze Heer in de hof van Gethsemane … Help me, Jezus! Dit zijn de laatste vijf uur van mijn leven. Binnen vijf uur zal ik Jezus zien!”

De volgende morgen, op 1 oktober 1957 om 5.30 u, valt de hakbijl. Op dat moment bidden Pierette en zijn dochter Veronique het magnificat. Zijn moeder, een jaar voordien overleden, had haar leven geofferd voor zijn bekering. Zijn eigen dood offert hij voor de bekering van zijn vader en van zijn beide kinderen. Merkwaardige overeenkomst: hij sterft op dezelfde dag als Theresia van Lisieux, en op dezelfde leeftijd. Een knipoog van God?

Naar een zaligverklaring.

In 1993 start kardinaal Lustiger, voormalig aartsbisschop van Parijs, met het proces tot zaligverklaring.

Bij die gelegenheid zei hij: “Niemand is voor altijd verloren in de ogen van God, zelfs als hij sociaal gezien veroordeeld is. Ik hoop dat Jacques Fesch op een dag vereerd zal worden als een heilige. De moordenaar die hij was (‘assasin’), de tot inkeer gekomen misdadiger, zal een heilige (‘saint’) geworden zijn.”

Op hem zijn ook deze woorden van de theoloog Daniel-Ange van toepassing: “Voor nieuwe noden zijn er nieuwe heiligen. We zijn nu gekomen in het tijdperk van heilige mislukkelingen. Een tijd van grote ellende, een tijd van grote barmhartigheid. Steeds minder zal een heilige een toonbeeld van volmaaktheid zijn, steeds meer een kind van de vergiffenis. Ze zullen van het ras van de ‘goede moordenaar’ zijn …”.

Jacques Fesch kan voor ons een nieuwe ‘goede moordenaar’ zijn. Een heilige die toont hoe radicaal iemand kan veranderen wanneer hij door Gods genade geraakt wordt. Een voorbeeld voor jongeren de dag van vandaag, die gebukt gaan onder grenzeloze genotszucht en een nihilisme dat de ziel dood. Een voorspreker en een voorbeeld voor jonge mensen die verloren lopen, hun weg niet vinden in het leven, ten onder gaan aan een consumptief bestaan.
Maar zover is het nog niet. Intussen kan Jacques Fesch aanroepen worden als ‘dienaar Gods’.
In de hemel zal God zijn heiligen herkennen, en we riskeren daarbij voor enkele grote verrassingen te staan.

fesch_jacques (107) LR

Bron :https://www.tongerlo.org/2016/06/06/jacques-fesch-1930-1957-een-goede-moordenaar-van-deze-tijd/

Heilige Carlo Acutis: Carlo Acutis is een fascinerende figuur voor onze tijd: jong, digitaal vaardig, maar diep geworteld in de sacramentele traditie van de Kerk…..

Gebed tot de Zalige Carlo Acutis

12 oktober

O Vader, U hebt ons het vurige getuigenis gegeven van de jonge Zalige Carlo Acutis, die de Eucharistie tot het middelpunt van zijn leven maakte en tot de kracht van al zijn dagelijkse inzet, opdat iedereen U boven alles zou liefhebben. Laat hem spoedig tot de heiligen van Uw Kerk gerekend worden. Bevestig mijn geloof, voed mijn hoop, versterk mijn liefde, naar het voorbeeld van de jonge Carlo, die in deze deugden groeide en nu bij U leeft. Schenk mij de genade die ik nodig heb (– noem hier uw intentie –) Ik vertrouw op U, Vader, op Uw geliefde Zoon Jezus, op de Heilige Maagd Maria, onze dierbare Moeder, en op de voorspraak van de Heilige Carlo Acutis.

Amen.

++++

Commentaar: Een jonge heilige als voorbeeld voor onze tijd

Carlo Acutis is een fascinerende figuur voor onze tijd: jong, digitaal vaardig, maar diep geworteld in de sacramentele traditie van de Kerk. Zijn liefde voor de Eucharistie was geen abstract ideaal, maar een dagelijkse bron van kracht. In een wereld die vaak versnipperd is, herinnert Carlo ons eraan dat heiligheid niet iets is voor later, maar voor nu—voor jongeren, voor gewone dagen, voor wie durft te kiezen voor God boven alles.

Zijn leven nodigt uit tot een spiritualiteit van eenvoud, vreugde en toewijding. Hij gebruikte technologie om het geloof te verspreiden, maar bleef zelf geworteld in gebed en dienstbaarheid. Zijn voorbeeld is een brug tussen contemplatie en actie, tussen traditie en vernieuwing.

++++

Gebed geïnspireerd door Carlo Acutis

Goede God, U hebt Carlo Acutis aangeraakt met een vurige liefde voor Jezus in de Eucharistie. Laat ook mijn hart ontvlammen met datzelfde verlangen: om U te zoeken in stilte, U te dienen in eenvoud, en U te vertrouwen in alles. Help mij om, net als Carlo, de schoonheid van het geloof te ontdekken, de kracht van de sacramenten te omarmen, en mijn leven te richten op U alleen. Zegen mijn intentie die ik vandaag bij U breng (– noem hier uw gebed –) en laat mij groeien in geloof, hoop en liefde.

Door Christus, onze Heer.

Amen.

***********************

Heilige Pier Giorgio Frassati: De Eucharistie is het brood dat kracht geeft….

“De Eucharistie is het brood dat kracht geeft. Het is tegelijk het meest welsprekende bewijs van Zijn liefde en het krachtigste middel om Zijn liefde in ons te laten groeien.

 –Heilige Pier Giorgio Frassati

++++

 Commentaar:

Deze uitspraak is doordrenkt van mystieke eenvoud en vurige overtuiging.

 Frassati, zelf een jonge man vol leven en dienstbaarheid, herkent in de Eucharistie niet slechts een ritueel, maar een levend teken van Christus’ liefde.

“Brood dat kracht geeft” verwijst naar de geestelijke voeding die ons sterkt in momenten van zwakte, twijfel of strijd.

“Welsprekend bewijs van Zijn liefde” herinnert ons eraan dat Christus zich volledig geeft—niet in woorden alleen, maar in lichaam en bloed.

“Middel om Zijn liefde in ons te laten groeien” nodigt ons uit tot transformatie: de Eucharistie is geen eindpunt, maar een begin van een leven dat steeds meer op Christus lijkt.

Voor Frassati was de Eucharistie het centrum van zijn dagelijks leven, zijn bron van vreugde, zijn kracht om de armen te dienen en zijn kompas in het gebed.

Zijn woorden dagen ons uit: hoe laten wij de liefde van Christus in ons groeien?

++++

Gebed:

Heer Jezus, U geeft ons uzelf in de Eucharistie—brood dat kracht geeft, liefde die zich volledig schenkt. Laat dit heilig mysterie niet slechts een moment zijn, maar een bron van voortdurende vernieuwing. Vorm ons hart naar het Uwe, zodat wij,  gevoed door Uw liefde, Uw aanwezigheid mogen uitstralen in de wereld. Geef ons de moed van Frassati, om U te zoeken in gebed, U te vinden in de armen, en U te volgen met vreugde.

 Amen.

***********************************

Heilige Teresa van Avila: Alleen God volstaat….

Alleen God volstaat ..!

 

Laat niets je verontrusten,

Laat niets je angst aanjagen,

Alles gaat voorbij,

God verandert niet,

Geduld bereikt alles;

Wie God bezit,

Komt niets tekort:

God alleen volstaat.

 

Verhef je gedachten, stijg op naar de hemel,

Laat niets je benauwen,

Laat niets je verontrusten.

Volg Jezus Christus met een groot hart,

En wat er ook gebeurt,

Laat niets je angst aanjagen.

 

Zie je de glorie van de wereld?

Het is ijdele glorie;

Ze heeft niets blijvends,

Alles gaat voorbij.

Streef naar het hemelse,

Dat eeuwig duurt;

God is trouw en rijk aan beloften,

Hij verandert niet.

Heb Hem lief zoals Hij het verdient,

Oneindige goedheid;

Maar er is geen ware liefde

Zonder geduld.

 

Laat de ziel vertrouwen en levend geloof behouden,

Want wie gelooft en hoopt,

Bereikt alles.

Al wordt men door de hel belaagd,

Wie God bezit,

Bespot haar woede.

Mogen verlatenheid, kruisen, rampen komen;

Als God zijn schat is,

Komt men niets tekort.

Gaat heen, wereldse goederen;

Gaat heen, ijdele gelukzaligheden;

Al verlies ik alles,

 

God alleen volstaat.

 

++++

 

Commentaar: Een innerlijke vesting van vrede

Deze tekst is een mystiek juweel van Teresa van Ávila, een karmelietes en kerklerares uit de 16e eeuw. Haar woorden zijn geen vlucht uit de wereld, maar een oproep tot innerlijke vrijheid. Ze nodigt ons uit om ons hart niet te laten meeslepen door angst, bezit of vergankelijke roem. In plaats daarvan wijst ze op een diepe rust die ontstaat wanneer we ons volledig toevertrouwen aan God.

De herhaling van “Nada te turbe” – “Laat niets je verontrusten” – werkt als een mantra, een ademhaling van vertrouwen. Teresa’s geloof was niet naïef: ze kende lijden, ziekte, weerstand. Maar ze vond een onwrikbare vrede in het besef dat God genoeg is. Haar woorden zijn als een vesting voor de ziel, een plek waar stormen niet binnendringen.

+++++

Gebed: In navolging van Teresa

***

Eeuwige God,

Bron van rust en kracht,

Wanneer mijn hart onrustig is,

Herinner mij eraan:

Alleen U bent genoeg.

 

Laat mijn vertrouwen groeien,

Mijn geduld verdiepen,

Mijn hoop verankerd zijn in U.

Als de wereld wankelt,

Wees mijn vaste grond.

 

Jezus, mijn metgezel in vreugde en pijn,

Leer mij U te volgen met een ruim hart.

Laat niets mij verontrusten,

Laat niets mij bang maken,

Want U bent met mij,

En dat is genoeg.

 

***************************

Augustinus: Laat heb ik U lief gekregen….

 “Laat heb ik U lief gekregen” – Augustinus

 

Laat heb ik U liefgekregen, schoonheid zo oud en zo nieuw,

laat heb ik U liefgekregen. 

En zie, U was binnen in mij, en ik buiten,

en daarbuiten zocht ik U; en mismaakt als ik was,

stortte ik mij op de mooie dingen die U geschapen hebt.

 

U was bij mij, maar ik was niet bij U.  Die dingen hielden mij ver van U,

hoewel ze, als ze niet in U waren, niets zouden zijn.

 

U riep mij en schreeuwde, en U brak mijn doofheid;

U straalde en schitterde, en U verdreef mijn blindheid;

U verspreidde Uw geur, ik ademde in en verlang nu naar U;

ik proefde U, en ik voel honger en dorst; U raakte mij aan,

en ik omhelsde Uw vrede.

++++

Commentaar:

Dit gebed van Augustinus is een diepe uiting van spiritueel ontwaken. Het verwoordt het moment waarop de ziel zich bewust wordt van Gods aanwezigheid — niet als iets externs, maar als een innerlijke realiteit die al die tijd nabij was. De paradox van “laat” liefhebben verwijst niet naar Gods afwezigheid, maar naar onze eigen afleiding door de schoonheid van de schepping, die ons van de Schepper zelf kan afleiden.

Augustinus beschrijft een mystieke ervaring: God roept, breekt door onze zintuiglijke beperkingen, en we worden geraakt — letterlijk en figuurlijk — door Zijn vrede. Het is een tekst vol zintuiglijke beelden: horen, zien, ruiken, proeven, aanraken. Elk zintuig wordt geheiligd in de ontmoeting met God.

Voor allen die zo gevoelig zijn  voor de spirituele resonantie van woorden en beelden, is dit gedicht een uitnodiging om de innerlijke stilte te koesteren waarin God zich openbaart — niet in de storm, maar in de zachte aanraking van vrede.

++++

Gebed: Ontwaken tot Uw Nabijheid

 

Eeuwige God,

Schoonheid die ouder is dan de tijd,

en toch elke dag nieuw —

Laat mijn hart ontwaken tot Uw aanwezigheid.

 

U bent in mij,

maar ik dwaal vaak buiten rond,

zoekend naar licht in de schaduw van Uw schepping.

Breek mijn doofheid,

verdrijf mijn blindheid,

open mijn zintuigen voor Uw genade.

 

Laat mij Uw geur inademen,

Uw smaak proeven,

Uw aanraking voelen —

en in dat alles

Uw vrede omhelzen.

 

Laat mijn liefde niet langer laat zijn,

maar vandaag, nu,

volledig en waarachtig.

 

Amen.

*********************

Sören Kierkegaard: Hoe ontstellend eigenlijk dat Christus verraden werd met een kus…

Commentaar:

Kierkegaard raakt hier aan een diep mysterie: het verraad van Jezus door Judas, niet met een zwaard of een schreeuw, maar met een kus—een gebaar dat normaal gesproken intimiteit, vertrouwen en genegenheid uitdrukt. Dat juist dit gebaar gebruikt werd om Hem over te leveren, maakt het verraad des te schrijnender.

Voor Kierkegaard, die vaak sprak over de paradoxen van het geloof, is dit moment emblematisch voor de tragiek en de diepte van de menselijke ziel. Het roept vragen op over hoe liefde kan worden misbruikt, hoe uiterlijke tekenen niet altijd innerlijke waarheid weerspiegelen, en hoe zelfs het heiligste gebaar kan worden verdraaid.

Het is ook een uitnodiging tot zelfonderzoek: waar in ons leven gebruiken we woorden of gebaren van liefde, terwijl ons hart misschien iets anders bedoelt? En hoe kunnen we leren om oprechter, transparanter en liefdevoller te leven?

++++

Gebed

Heer Jezus, Leraar in de liefde, U werd verraden met een kus—een teken van nabijheid dat tot wapen werd.

Help ons om oprecht te zijn in onze gebaren, dat onze woorden van liefde ook gedragen worden door een hart

dat liefheeft. Geef ons de moed om trouw te blijven, ook als het moeilijk wordt. Laat ons niet wegvluchten in

schijn, maar groeien in waarheid. En als wij falen, zoals Judas faalde, wees dan onze genade, onze hoop, onze weg

terug naar U.

Amen.

**************

Heilige Charles de Foucauld: Het geloof rukt de masker van de wereld af en onthult God in alles. Het maakt niets onmogelijk en maakt woorden als bezorgdheid, gevaar en angst zinloos…

“Het geloof rukt de masker van de wereld af en onthult God in alles. Het maakt niets onmogelijk en maakt woorden als bezorgdheid, gevaar en angst zinloos, zodat de gelovige kalm en vredig door het leven gaat, met diepe vreugde—zoals een kind, hand in hand met zijn moeder.”

— Zalige Charles de Foucauld Feestdag: 1 december

++++

Commentaar

Deze woorden van Charles de Foucauld zijn een uitnodiging tot radicale overgave. Hij spreekt niet over een naïef geloof dat de realiteit ontkent, maar over een geloof dat de diepere werkelijkheid onthult: God is aanwezig in alles. Angst, gevaar en bezorgdheid verliezen hun macht wanneer we ons leven werkelijk in Gods handen leggen.

De beeldspraak van het kind dat hand in hand met zijn moeder loopt, is bijzonder krachtig. Het kind hoeft de weg niet te kennen, noch de gevaren te begrijpen—het vertrouwt volledig. Zo worden we uitgenodigd om onszelf toe te vertrouwen aan God, niet als een vlucht, maar als een daad van liefdevolle overgave.

++++

Gebed:

 

God van vrede en vertrouwen, leer mij om de maskers van deze wereld af

te leggen, en Uw aanwezigheid te herkennen in alles wat ik zie en ervaar.

 Wanneer angst mij wil verlammen, herinner mij eraan dat ik Uw kind ben,

 geroepen om hand in hand met U te wandelen. Geef mij het geloof dat niet

alles hoeft te begrijpen, maar dat durft te rusten in Uw nabijheid.

Laat mijn hart kalm zijn, mijn geest vredig, en mijn leven een getuigenis van

diepe vreugde.

Amen.

*****************

St.Augustinus: O God, Licht van het hart dat U ziet, Leven van de ziel die van U houdt, Kracht van het verstand dat U zoekt…..

“Het huis van mijn ziel is nauw”

Door Aurelius Augustinus (354–430), Kerkvader en Kerkleraar

O God, Licht van het hart dat U ziet, Leven van de ziel die van U houdt, Kracht van het verstand dat U zoekt: Moge ik altijd standvastig blijven in Uw liefde. Ik neem mijn hart onder de loep; Ik roep mijzelf voortdurend tot U en wil bij U verblijven. Het huis van mijn ziel is, dat beken ik, te nauw voor U. Vergroot het, zodat U binnen kunt komen. Het is bouwvallig, herstel het alstublieft. Het bevat dingen die Uw ogen moeten mishagen; Ik beken het en weet het. Maar wie anders dan U kan mij helpen het te reinigen? Tot U, o God, roep ik met klem. Reinig mij van verborgen fouten. Bewaar mij voor valse trots en zinnelijkheid, opdat zij geen heerschappij over mij krijgen. Amen.

++++

Commentaar – Een gebed van innerlijke overgave

Augustinus’ woorden zijn rauw en eerlijk. Hij spreekt niet tot God als een volmaakte heilige, maar als een mens die zijn gebrokenheid kent. Het beeld van “het huis van mijn ziel” is krachtig: te klein, vervallen, vol dingen die God zouden kunnen afstoten. En toch—juist in die erkenning ligt de hoop. Hij vraagt niet om een tijdelijke schoonmaak, maar om een volledige renovatie van binnenuit.

Wat opvalt is de drievoudige benaming van God: Licht, Leven, Kracht. Dit is geen abstracte God, maar een levende aanwezigheid die het hart verlicht, de ziel bezielt, en het verstand sterkt. Augustinus nodigt ons uit om onszelf eerlijk te onderzoeken, niet met schuld als eindpunt, maar met liefde als bestemming.

++++

Gebed – In de geest van Augustinus:

 

Heer, U kent het huis van mijn ziel

— de kamers waar ik U heb buitengesloten,

de muren die ik heb opgetrokken uit angst,

de rommel van trots en begeerte

die ik niet durf op te ruimen.

Maar U klopt aan. Niet met oordeel,

maar met liefde.

Kom binnen, zelfs als het nauw is.

Vergroot mijn hart, herstel wat gebroken is,

reinig wat verborgen is.

Laat Uw licht schijnen in elke hoek, Uw leven stromen

 door elke kamer, Uw kracht mij dragen

waar ik zwak ben. Opdat ik mag wonen in U, en U in mij.

Amen.

 

***************

St.Jan van het Kruis: St. Johannes van het Kruis over Mortificatie (Het afsterven van de zonde)…..

St. Johannes van het Kruis over Mortificatie (Het afsterven van de zonde)

Wij zijn als stenen die eerst moeten worden gehouwen en gevormd voordat ze kunnen worden gebruikt in de bouw. De mensen waarmee God ons omringt, zijn als ambachtslieden die door Hem zijn geplaatst om ons te mortificeren door aan ons te werken en ons bij te schaven.

Sommigen bewerken ons met woorden — door ons te zeggen wat we liever niet horen. Anderen bewerken ons door hun daden — door dingen te doen die we liever niet zouden verdragen. Weer anderen door hun temperament — door wie ze zijn, door hun persoon en hun gedrag, vormen ze een bron van ergernis en ongemak voor ons.

Zoals sommige mensen zo snel praten, en anderen zo langzaam. Sommigen spreken zo luid, en anderen zo zacht dat je ze nauwelijks kunt verstaan. Zulke dingen kunnen ons flink irriteren.

Johannes van het Kruis zegt verder: En anderen door hun houding — door ons niet te waarderen of geen liefde voor ons te voelen.

Hij zegt: In zulke situaties moeten we deze mortificaties en ongemakken verdragen met innerlijke geduld.

++++

Commentaar:

Wat Johannes hier beschrijft is geen oproep tot passieve onderwerping, maar tot actieve overgave. De mensen om ons heen — zelfs zij die ons irriteren, negeren of kwetsen — worden in dit perspectief gezien als werktuigen van genade. Niet omdat hun gedrag goed is, maar omdat het ons de kans geeft om te oefenen in geduld, nederigheid en liefde zonder wederliefde.

Het beeld van de steen is krachtig: ruw, ongevormd, maar met potentie. De beitel doet pijn, maar vormt. En het is niet wijzelf die ons vormen, maar God — vaak via anderen, juist in hun onvolmaaktheid.

Deze visie vraagt om een radicaal vertrouwen: dat zelfs het ongemak een plaats heeft in Gods werk in ons. Het is een uitnodiging om niet te vluchten voor het ongemakkelijke, maar het te zien als een kans tot innerlijke groei.

++++

Gebed: In de handen van de Ambachtsman:

Heer,

U bent de Bouwmeester van mijn ziel. Laat mij niet verharden in mijn oordeel over anderen,  maar leer mij te zien hoe U hen gebruikt om mij te vormen. Geef mij de genade van geduld wanneer  ik gekwetst word, van nederigheid wanneer ik gecorrigeerd word, en van liefde wanneer ik genegeerd word. Vorm mij, beitel mij, totdat ik pas in het bouwwerk van Uw koninkrijk.

Amen.

*****************

 

Heilige Teresa van Avila: Zij die werkelijk alles riskeren voor God, zullen ontdekken dat zij zowel alles verloren als alles gewonnen hebben…

“Zij die werkelijk alles riskeren voor God, zullen ontdekken dat zij zowel alles verloren als alles gewonnen hebben.” 

— Heilige Teresa van Ávila

Uit Sermon in a Sentence, deel 4

++++

Commentaar:

Deze uitspraak van Teresa van Ávila is een krachtige samenvatting van de paradox van het geloof: wie alles durft los te laten omwille van God, ontdekt dat hij niets werkelijk verloren heeft, maar juist alles heeft gewonnen. Het “verlies” betreft wereldse zekerheden, comfort, controle — maar het “winst” is een diepe vereniging met God, een vrijheid die niet afhankelijk is van bezit of status.

Teresa spreekt hier niet over roekeloosheid, maar over een radicale overgave. Het is een uitnodiging tot vertrouwen: dat God ons niet leeg achterlaat, maar ons vervult met Zijn aanwezigheid. In haar mystieke traditie is dit de weg van de ziel die zich laat zuiveren, leegmaken, en uiteindelijk vervuld wordt door God zelf.

++++

 Gebed:

God van liefde en overgave, 

Leer mij te vertrouwen zoals Teresa vertrouwde.

Help mij los te laten wat mij bindt — mijn angsten, mijn plannen, mijn trots —

opdat ik vrij mag zijn om U te volgen,

zonder voorbehoud, zonder terughoudendheid.

 

Wanneer ik verlies ervaar,

laat mij dan Uw aanwezigheid vinden in de leegte.

Wanneer ik alles geef,

laat mij dan ontdekken dat ik alles ontvang.

 

Vervul mij met Uw vrede,

en leid mij op de weg van heilige overgave.

Amen.

****************

 

 

Heilige Basilius de Grote: Zoals het onmogelijk is om de zoetheid van honing met woorden te beschrijven aan iemand die nog nooit honing heeft geproefd….

“Zoals het onmogelijk is om de zoetheid van honing met woorden te beschrijven aan iemand die nog nooit honing heeft geproefd, zo kan de goedheid van God niet duidelijk onderwezen worden als wijzelf niet in staat zijn om door eigen ervaring binnen te treden in de goedheid van de Heer.”

— St. Basilius de Grote

++++

Commentaar

St. Basil wijst hier op een diepe waarheid: geestelijke kennis is niet slechts intellectueel, maar existentieel. Je kunt spreken over God, onderwijzen over Zijn liefde, Zijn genade en Zijn aanwezigheid — maar zonder persoonlijke ervaring blijft het abstract. Zoals honing pas echt begrepen wordt wanneer je het proeft, zo wordt Gods goedheid pas werkelijk gekend wanneer je haar ervaart in je hart, je leven, je gebed.

Deze uitspraak nodigt ons uit tot een leven van innerlijke openheid en contemplatie. Niet alleen om te leren over God, maar om Hem te ontmoeten. Om ons hart te laten raken door Zijn goedheid, zodat onze woorden niet leeg zijn, maar doordrenkt van ervaring en waarheid.

++++

Gebed:

Goede en liefdevolle God,

zoals honing zoet is voor wie proeft,

zo is Uw goedheid een vreugde voor wie U kent.

Laat mijn hart niet tevreden zijn met woorden alleen,

maar dorsten naar Uw aanwezigheid.

Open mijn ogen voor Uw schoonheid,

mijn ziel voor Uw genade,

mijn leven voor Uw leiding.

Laat mij U ervaren — niet slechts begrijpen —

zodat mijn woorden getuigen van wat mijn hart heeft geproefd.

Amen.

 

Wie was Basilius de Grote ?

Basilius de Grote (ca. 330–379) was een invloedrijke christelijke bisschop, theoloog en kerkvader uit Caesarea in Cappadocië (het huidige Turkije). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste figuren in de vroege oosterse kerk en speelde een sleutelrol in de ontwikkeling van het kloosterleven en de leer over de Heilige Drie-eenheid.

 Korte biografie van Basilius de Grote:

jGeboorte en familie: Geboren rond 330 in Caesarea. Hij kwam uit een welgestelde en diep religieuze familie. Meerdere familieleden, waaronder zijn broer Gregorius van Nyssa en zus Macrina, worden als heiligen vereerd.

Opleiding: Hij studeerde in Caesarea, Constantinopel en Athene, waar hij zich verdiepte in retorica, filosofie, geneeskunde en sterrenkunde.

Kerkelijke rol: Werd bisschop van Caesarea en verdedigde de orthodoxe leer tegen het arianisme. Hij was een krachtige prediker en schrijver, met honderden bewaarde brieven en preken.

Kloosterleven: Basilius wordt samen met Gregorius van Nazianze gezien als de grondlegger van het oosterse kloosterleven. Hij stelde regels op die gemeenschapsleven, gebed en arbeid combineerden.

Theologie: Hij formuleerde mee de leer van de Drie-eenheid: één God in drie personen — Vader, Zoon en Heilige Geest.

Overlijden: Hij stierf in 379 in Caesarea. Zijn feestdag wordt gevierd op 2 januari en 14 juni.

Spirituele betekenis:

Basilius belichaamt een brug tussen intellect en mystiek. Zijn leven toont hoe diepe studie en contemplatie samen kunnen leiden tot een leven van dienstbaarheid, wijsheid en heiligheid. Hij inspireert ons om niet alleen te geloven met het hoofd, maar ook met het hart — en om onze kennis te laten wortelen in ervaring en liefde.

 

Bronnen:

https://kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/b/basilius-de-grote?utm

https://nl.wikipedia.org/wiki/Basilius_van_Caesarea?

https://www.heiligen.net/heiligen/01/02/01-02-0379-basilius-grote.php

******************

St.Augustinus: Laat niemand zeggen: “Waarom zou ik naar de kerk gaan? Kijk naar degenen die elke dag gaan, ze brengen niet in praktijk wat ze horen”…..

Er is een mooie overdenking van Sint-Augustinus die luidt:

Laat niemand zeggen: “Waarom zou ik naar de kerk gaan? Kijk naar degenen die elke dag gaan, ze brengen niet in praktijk wat ze horen.” Toch doen ze iets: luisteren. En op een dag zullen ze beide kunnen doen luisteren én in praktijk brengen. En jij? Hoe wil je ooit tot praktijk komen als je het luisteren ontwijkt?

— Sint-Augustinus van Hippo

++++

Commentaar:

Deze overdenking van Augustinus is een krachtige oproep tot nederigheid en volharding in het geloof. Hij doorbreekt de cynische houding die soms ontstaat wanneer we anderen zien falen in hun geloofspraktijk. In plaats van te oordelen, nodigt hij ons uit om zelf trouw te blijven aan het luisteren — het eerste fundament van geloof. Want luisteren is geen passieve daad: het is een opening naar genade, een voorbereiding op innerlijke transformatie.

Augustinus herinnert ons eraan dat het pad naar heiligheid niet begint met perfectie, maar met aanwezigheid. Wie luistert, stelt zich open voor Gods werk in het hart. En wie niet luistert, sluit zich af voor de mogelijkheid om ooit te handelen naar het Woord.

++++

Gebed

God van wijsheid en geduld,

Leer mij luisteren met een open hart,

zelfs wanneer ik nog niet leef naar wat ik hoor.

Laat mij niet afdwalen in oordeel over anderen,

maar wees mijn gids in trouw en volharding.

Geef mij de moed om aanwezig te zijn — in stilte, in gemeenschap, in

verwachting.

Moge Uw Woord wortel schieten in mij,

zodat ik op een dag niet alleen hoor, maar ook leef naar Uw liefde.

Amen.

*************

Heiligenleven – Heilige Lorenzo Ruis: Sterven voor het geloof is een gave….

“Voor het geloof sterven is een gave voor enkelen; het geloof leven is een roeping voor allen.”

++++

Lorenzo Ruiz heeft de eer de eerste Filipijnse heilige te zijn, de “meest onwaarschijnlijke van de heiligen.” De Heer schenkt ons heiligen op het juiste moment, en God wachtte 350 jaar om ons deze heilige te geven. Het heldendom dat hij toonde als leek en getuige van het geloof… is van groot belang in de wereld van vandaag.

Zijn vervolgers zeiden:

“Verloochen je geloof en we zullen je leven sparen.”

Waarop Lorenzo antwoordde:

“Dat zal ik nooit doen, want ik ben een christen, en ik zal sterven voor God, en voor Hem zou ik duizenden levens geven als ik die had.”

Ook bekend als: 

San Lorenzo Ruiz de Manila,

St. Laurens Ruiz

Geboortedatum: Tussen 1600 en 1610

Geboorteplaats: Binondo, Manila

Gestorven: 29 september 1637

Feestdag: 28 september

Patroon van: De Filipijnen en het Filipijnse volk

Levensloop:

Geboren uit een Chinese vader en Filipijnse moeder in Binondo, Manila.

Opgeleid door de Dominicanen.

Dient als misdienaar en later als koster in de kerk van Binondo.

Wordt professioneel kalligraaf.

Lid van de Broederschap van de Rozenkrans.

Getrouwd, vader van twee zonen en een dochter.

Vervolging en Martelaarschap

In 1636 vals beschuldigd van moord op een Spanjaard.

Zoekt asiel op een schip met drie Dominicaanse priesters en andere missionarissen, waaronder een melaatse.

Ze varen naar Japan, waar christenen hevig vervolgd worden.

In Nagasaki gearresteerd en gemarteld.

Lorenzo en Lazaro sterven na twee dagen ondersteboven in een put.

De priesters worden later onthoofd.

Canonisatie:

Op 18 oktober 1987 heilig verklaard door paus Johannes Paulus II, samen met 15 andere martelaren uit Japan, de Filipijnen en Europa.

+++++

Commentaar en reflectie:

Lorenzo Ruiz is een krachtig voorbeeld van een gewone gelovige die buitengewone moed toonde. Hij was geen priester, geen theoloog, maar een vader, kalligraaf en lid van een broederschap. Zijn geloof was diep geworteld in liefde en vertrouwen. Zijn martelaarschap herinnert ons eraan dat heiligheid niet voorbehouden is aan religieuze leiders, maar dat ook leken geroepen zijn tot heldendom in geloof.

Zijn verhaal is bijzonder relevant in een tijd waarin geloof vaak onder druk staat of als irrelevant wordt beschouwd. Lorenzo’s getuigenis is een oproep tot standvastigheid, tot trouw aan God zelfs in het aangezicht van lijden.

+++++

Gebed tot St. Lorenzo Ruiz

 

Heilige Lorenzo Ruiz,

eenvoudige dienaar van God,

vader, kalligraaf, broeder in geloof,

jij die je leven gaf uit liefde voor Christus,

leer ons trouw te zijn in het kleine,

moedig in het grote,

en standvastig in het geloof.

Bid voor ons,

dat wij, zoals jij,

ons leven mogen geven in dienst van God,

in liefde, in waarheid, in vreugde.

Amen.

*****************

St.Augustinus: De waarheid is als een leeuw. Je hoeft haar niet te verdedigen. Laat haar los; ze zal zichzelf verdedigen….

“De waarheid is als een leeuw. Je hoeft haar niet te verdedigen. Laat haar los; ze zal zichzelf verdedigen.” 

— Sint Augustinus

++++

Commentaar:

Deze uitspraak van Augustinus is krachtig in haar eenvoud. Hij vergelijkt de waarheid met een leeuw: een wezen dat sterk, majestueus en onafhankelijk is. In plaats van de waarheid te omringen met argumenten, excuses of angstige verdediging, nodigt hij ons uit om haar simpelweg te laten spreken — vrij en onbelemmerd.

Dit beeld past goed bij Augustinus’ visie op Goddelijke waarheid: niet als iets dat wij moeten beschermen, maar als iets dat ons beschermt. In een wereld vol meningen, ruis en strijd, herinnert hij ons eraan dat waarheid haar eigen kracht bezit. Onze taak is niet om haar te bewaken, maar om haar ruimte te geven.

Dit een prachtige uitnodiging: om woorden te kiezen die niet overweldigen, maar onthullen. Om de waarheid niet te versieren, maar te laten schitteren zoals ze is.

++++

Gebed:

Heer van waarheid,

U bent het licht dat geen schaduw kent,

de stem die spreekt zonder angst.

 

Laat mij niet bezwijken onder de druk om U te verdedigen,

maar geef mij de moed om U te vertrouwen.

Laat Uw waarheid in mij leven —

vrij als een leeuw,

krachtig als Uw Woord,

zacht als Uw genade.

 

Wanneer ik spreek,

laat het Uw waarheid zijn die klinkt.

Wanneer ik zwijg,

laat het Uw aanwezigheid zijn die blijft.

 

Amen.

***********************

St. Johannes van Damascus: De hele aarde is een levende icoon van het aangezicht van God. …

“De hele aarde is een levende icoon van het aangezicht van God. … Ik aanbid de materie niet. Ik aanbid de Schepper van de materie, die omwille van mij materie werd, die verkoos zijn woning in de materie te nemen, die mijn heil bewerkte door de materie. Nooit zal ik ophouden de materie te eren die mijn heil heeft bewerkt! Ik eer haar, maar niet als God. Daarom groet ik alle overblijvende materie met eerbied, omdat God haar heeft vervuld met zijn genade en kracht. Door haar is mijn heil tot mij gekomen.”

— Johannes van Damascus

+++++

Commentaar:

Johannes van Damascus verdedigt hier met vurige overtuiging de incarnatie — het mysterie dat God in Jezus Christus werkelijk mens werd, tastbaar, lichamelijk, stoffelijk. In een tijd waarin sommige stromingen de materie als minderwaardig of zelfs kwaad beschouwden, stelt hij dat juist door de materie onze redding is gekomen. Hij roept op tot eerbied voor het geschapene, niet als iets goddelijks op zichzelf, maar als drager van goddelijke genade.

Zijn woorden zijn een lofzang op de sacramentaliteit van het leven: water dat doopt, brood dat voedt, olie die geneest, iconen die verbinden. Alles wat stoffelijk is, kan een venster worden op het goddelijke. Dit is een diepe troost én een oproep tot zorgvuldige omgang met de wereld — niet als bezit, maar als heilige ruimte.

++++

Gebed

God van vlees en adem, 

U bent niet ver gebleven,

maar bent gekomen in stof en bloed,

in hout en spijkers, in brood en wijn.

 

Laat ons nooit achteloos zijn tegenover het geschapene,

maar met eerbied groeten wat U heeft aangeraakt.

 

Geef ons ogen om Uw gelaat te herkennen

in de aarde, in het lichaam, in de ander.

 

Moge alles wat stoffelijk is

ons herinneren aan Uw nabijheid.

 

Door Christus,

die onze stof tot glorie verhief.

 

Amen.

++++

Wie was Johannes van Damascus ?

Johannes van Damascus (ca. 676–749), ook bekend als Johannes Damascenus, was een invloedrijke monnik, priester, theoloog en hymneschrijver uit Syrië. Hij wordt beschouwd als de laatste van de Griekse kerkvaders en is een sleutelfiguur in de Byzantijnse traditie.

Korte biografie:

Geboorte en achtergrond: Geboren in Damascus in een rijke christelijke familie die onder het islamitische Omajjadenbewind diende. Zijn vader was schatkistbewaarder van de kalief.

Loopbaan aan het hof: Johannes begon als ambtenaar en hoofdadviseur aan het hof van de kalief Moe’awija I.

Monnik en theoloog: Rond 700 verliet hij het hof en trad in het klooster van Mar Saba bij Jeruzalem, waar hij zich toelegde op gebed, studie en schrijven.

Verdediger van iconen: Hij is beroemd om zijn vurige verdediging van de iconenverering tegen het iconoclasme, wat hem tot een belangrijke stem in de kerkelijke debatten maakte.

Schrijver: Zijn hoofdwerk De bron van kennis is een systematische samenvatting van christelijke theologie en filosofie, waarin hij ook Aristoteles en de kerkvaders verwerkt.

Heilige status: Hij wordt vereerd als heilige en kerkleraar in zowel de Oosterse als de Rooms-Katholieke Kerk. Zijn feestdag is op 4 december.

Spirituele betekenis

Johannes van Damascus belichaamt een brug tussen de klassieke Griekse denktraditie en het christelijk geloof. Zijn werk toont hoe geloof en rede elkaar kunnen versterken. Zijn lof voor de materie als drager van goddelijke genade — zoals in het citaat dat je eerder deelde — is een krachtig pleidooi voor de sacramentaliteit van het leven: dat het zichtbare het onzichtbare kan openbaren.

*****************