TURKSE NATIONALISTEN VALLEN PATRIARCHAAT AAN

 

 

 

TURKSE NATIONALISTEN VALLEN PATRIARCHAAT AAN

 

 

 

Met aanklachten bij de autoriteiten proberen Turkse nationalisten te verhinderen dat de Grieks-orthodoxe synode deze week in Constantinopel bijeenkomt. De Turkse krant Hürriyet berichtte dinsdag dat de voorzitter van een nationalistische vereniging de gouverneur van Istanboel schriftelijk opgeroepen heeft de bijeenkomst op het oecumenisch patriarchaat te verbieden. Dat zou moeten omdat niet alle deelnemers aan de synode Turkse staatsburgers zijn. Daarmee handelde de orthodoxe Kerk in strijd met Turks recht, voerde de tegenstander, Tashin Salihoglu, aan. Hij deelde mee een strafrechtelijke procedure te beginnen tegen het patriarchaat als de synode niet ontbonden werd. Nationalisten probeerden in het verleden steeds weer de synode door de autoriteiten te laten verbieden. Ze beroepen zich daarbij op het vredesverdrag van Lausanne uit 1923. Daarin wordt het patriarchaat slechts als plaatselijke Kerk beschreven die geen autoriteit heeft over bisdommen buiten Turkije. In werkelijkheid staan historisch en theologisch gezien talrijke orthodoxe bisdommen uit de hele wereld onder de autoriteit van Constantinopel. Het patriarchaat verdedigde zich met een verklaring in Hürriyet. Als Turkije het patriarchaat toch al geen rechtsstatus toekent, aldus de verklaring, dan kan zij het patriarchaat ook niet voorschrijven wie het persoonlijk uitnodigt voor de synode. Voorlopig hebben de aantijgingen van de nationalisten nog geen praktische gevolgen, maar door zijn zwakke rechtsstatus kan het patriarchaat er niet zeker van zijn dat dit zo blijft. Bovendien hebben dergelijke juridische en verbale aanvallen vaak tot gevolg dat er geweld op volgt. Zo is het patriarchaat na negatieve aandacht in de media vaak doelwit van extremisten die het complex met stenen bekogelen of er protestdemonstraties organiseren. (KNA/KN)

 

 

11e zondag na Pinksteren : ‘van de vergeving’

 

 Zondag 31 augustus

 


 

11e zondag na Pinksteren

 “over de vergeving”

 

 


 

 vergeven 3

 

vergeven 7
vergeving2 

 

 

 

 

EERSTE LEZING :  

 1 Kor.9,2-12

 Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen.  Hebben wij geen recht op eten en drinken?  Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas?  Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien?  Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk?  Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet,  want in de wet van Mozes staat: ‘U mag een dorsend rund niet muilbanden.’ Maar bekommert God zich dan om runderen?  Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: ‘Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.’  Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?  Als anderen hierop al aanspraak kunnen maken, kunnen wij het dan niet des te meer? We hebben echter geen gebruik gemaakt van onze rechten; integendeel, we verdragen alles, omdat we de verkondiging van het evangelie van Christus niets in de weg willen leggen. U weet toch dat wie in de tempel dienstdoen daarvan

 Evangelielezing :

 Matth. 18,23-35

 Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren.  Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was.  Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost.  Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.”  Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt.  Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!”  Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.”  Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald.  Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen.  Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte.  Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”  En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald.  Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’

vergeving

 

Betancourt: ‘Jezus leerde me vergeven’

DO 10 jul 2008 | 13.27
Ingrid Betancourt getuigt in een openhartig interview met de Franse katholieke krant La Croix over haar geloof, vergeving en haar innerlijke worsteling tijdens haar zesjarige gevangenschap als gijzelaar van het Colombiaanse rebellenleger FARC. “Het enige antwoord op geweld is een antwoord van liefde”, zei Ingrid Betancourt gisteren in hotel Meurice in Parijs. De Frans-Colombiaanse politica, die begin juli werd bevrijd, zegt erg haar best te doen om de gijzelnemers te vergeven.

“Ik herinner me heel goed deze commandant. Ik zie hem voor me. Hij was zo wreed geweest, zo gruwelijk. Toen hij voor me ging zitten, kon ik toch voor hem glimlachen”, zegt Betancourt. “Het is erg moeilijk om van je vijand te houden. Je kan niet van iemand houden die je zoveel pijn doet. Maar ik vond in Christus een soort springplank. Ik zei: ‘Ik haat hem maar voor jou [Christus] stop ik met te zeggen dat ik hem haat’. En het feit dat ik het woord haat niet in mijn mond nam gaf mij rust.”

“Maria is me daarbij tot grote steun geweest”, aldus Betancourt. “Dat was fundamenteel voor mij, omdat in een ambiance van spirituele eenzaamheid waarin alles om mij heen vijandig en agressief was ik heb moeten leren niet te reageren op de wijze van toen ik vrij was en werd omringd door mensen die van me hielden: leren zwijgen, leren het hoofd te buigen. Soms was de enige persoon met wie ik kon praten, en dat geheel inwendig, de Maagd. Daarom, bravo Maria. Zij heeft enorm gesteund.”

Bron: KN

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Crisis in Servisch orthodoxe Kerk over Kosovo

 

Crisis in Servisch-Orthodoxe Kerk over Kosovo


De leiding van de Servisch-Orthodoxe Kerk verkeert in een crisis door een open machtsstrijd over de vroegere Servische provincie Kosovo. Bisschop Artemije, die binnen de Kerk verantwoordelijk is voor Kosovo, spreekt van een “open rebellie” tegen hem. Gisteren zette hij zijn plaatsvervanger, bisschop Teodosije, af, omdat die te zeer uit zou zijn op een compromis met de Albanese meerderheid in Kosovo en de westerse landen.

De heilige synode, het hoogste orgaan binnen de Servisch-Orthodoxe Kerk, heeft beide bisschoppen voor een speciale zitting naar Belgrado geroepen. Die bijeenkomst vindt dinsdag plaats.

Bisschop Artemije wijst al jaren elke overeenkomst met de Albanese regering van Kosovo over de heropbouw van het middeleeuwse Decani klooster af omdat hij Kosovo als Servisch gebied beschouwt en de Albanese meerderheid niet erkent. Ook een samenwerking met UNESCO, dat werklui en geld ter beschikking stelt voor het klooster, wijst hij af.

De leiding van de Servisch-Orthodoxe Kerk heeft Artemije twee jaar geleden al gevraagd wat in te binden, maar de bisschop beschouwde die vraag als inmenging in zijn bevoegdheid.

bron: hln

10e zondag na Pinksteren :’de genezing van de maanzieke'(=bezetene)

 10e zondag na Pinksteren

 ‘de genezing van de maanzieke’ (bezetene)

 

bezeten knaap 2

miniatuur uit een middeleeuw handschrift

EERSTE LEZING : 1 Kor.,4.9-16

 Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden.  Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht.  Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos,  zwoegen we voor ons eigen brood. Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het;  worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk. Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen.  Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht.  Ik roep u dus op mij na te volgen.

EVANGELIE: Matth.,17.14-23

Gebrek aan geloof

 Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel  en zei: ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water.  Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.’  Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’  Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen.  Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’  Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.’  Andere handschriften hebben een extra vers: ‘ Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.’ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: ‘De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen.  Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.’ Dit maakte hen zeer bedroefd.

COMMENTAAR OP HET VERHAAL :

 KLEIN GELOOF
De tweede maat van geloof is “kleingeloof”. In Mt.17 lezen wij het verhaal van een wanhopige vader. Zijn zoon is bezeten door een boze geest die de jongen dikwijls in het vuur doet vallen en dikwijls in het water. Marcus voegt daaraan toe dat van kinds af aan: 9:18 “waar (de boze geest) hem aangrijpt, werpt hij hem op de grond; en hij heeft het schuim op de mond, en hij knerst met zijn tanden en verstijft.”. En Lucas schrijft dat de boze geest de jongen grijpt “en dan schreeuwt hij plotseling en hij doet hem stuiptrekken, … en als hij hem mishandelt, laat hij hem nauwelijks los.” – kortom: een hoopje hopeloze ellende. De vader wil Jezus vragen om zijn bezeten zoon te bevrijden. Maar wanneer hij aankomt, ontdekt hij dat Jezus gisteren met Petrus, Johannes en Jacobus de verheerlijkingsberg beklom. De negen overgebleven discipelen proberen het klusje zelf te klaren, maar het lukt hun niet om de boze geest uit de bezeten jongen te drijven. Gelukkig keert Jezus op tijd bij Zijn discipelen terug. De vader: Mt.17:14-20a “kwam tot Hem, knielde voor Hem neder, en zeide: 15 Here, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water.”. Matteüs, Marcus en Lucas verslagen alle drie wat de wanhopige vader dat aan Jezus zegt: “16 … ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.” “17 Jezus antwoordde en zeide: … Breng hem Mij hier. 18 En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af. 19 Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven? 20 Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof.”. De discipelen staan tegelijk in verwondering en in verwarring. Boze geesten uitdrijven is veel moeilijker gebleken dan zij dachten. De vader van de bezeten – nu bevrijdde – knaap heeft gelijk: zij hebben het niet gekund. Hoe komt het dat wat voor de discipelen een onmogelijke opgave was, voor Jezus maar een klein kunstje bleek te zijn? Zij willen graag weten hoe het komt dat het Hem lukt en hun niet: “Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?”. Jezus’ antwoord: “Vanwege uw kleingeloof.”!

Wat is “kleingeloof”? Wanneer is ons geloof te klein? Het Marcusevangelie verslaat het gesprek tussen Jezus en de vader van de bezeten jongen vollediger. De vader zegt aan Jezus: v.22b “als Gij iets kunt doen, help ons en heb medelijden met ons!”. Jezus antwoordt: vv.23-24 “Als Gij kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor wie gelooft. 24 Terstond riep de vader van de knaap uit en zeide: Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!”. Ik denk dat de vader van de bezeten knaap ons toont wat klein geloof is, nl. geloof dat met twijfel gepaard gaat; geloof dat niet zeker is. Echt geloof: Hebr.11:1 “is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”, of, zoals “Het Boek” dit vers prachtig vertolkt: “de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.”. De NBV geeft het nog anders weer: “Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.”. De vader van de bezeten jongen heeft zeker geloof. Hij gelooft wellicht dat boze geesten kunnen worden uitgedreven, en dat Jezus dit ook kan, want anders was hij niet met zijn zoon om hulp komen vragen. Maar nu het de discipelen van Jezus niet gelukt is om hem te helpen, twijfelt hij. Laten wij ons geloof ook soms beïnvloeden door het “succes” van medegelovigen? Als een voorganger of een oudste voor een zieke bidt, en wij de zieke niet zien genezen, laten wij ons ontmoedigen om voor ons te laten bidden? I.a.w.: stellen wij te veel vertrouwen op het “personeel” van de Heer dan op de Heer Zelf? Zo ja, lijden wij aan klein geloof.

9e zondag na Pinksteren : ‘Petrus zinkt’

9e  zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

petrus zinkt - Armeens muzeum Isfahan

Armeens muzeum Isfahan

LEZINGEN VAN DE ZONDAG

 (met een verhaal voor kinderen !)

1 Kor.3,9-17

.Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker.U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt,  want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf.  Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,  van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is.  Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont?  Indien iemand Gods tempel vernietigt, zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig – en die tempel bent u zelf.

 

Evangelielezing :

 

Matth. 14,22-34

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen.  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd.  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer.  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst.  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe.  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen.  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret.

 

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

KIJK, DIE PETRUS!

 Nooit zou Petrus voor iemand knielen. Dat deed immers geen enkele vrome Jood. Voor geen koning, geen keizer, voor niemand. Voor niemand?

 ‘Jouw beurt, Johannes.’ zegt Petrus. Hij schuift wat naar achteren en reikt de riemen over aan Johannes.

Gelukkig, hij kan even uitrusten. Wat een wind, zeg! En dan nog tegen. Zeilen kan helemaal niet meer. Nee, het wordt echt een nachtje ploeteren. Brr! Petrus huivert in zijn wollen jas. Zijn ogen proberen door de duisternis heen te boren om te ontdekken waar ze eigenlijk zijn. Wat vervelend dat Jezus niet bij hen is. Petrus voelt zich niks op zijn gemak zonder zijn grote vriend.

‘Ik wil dat jullie vast naar de overkant varen,’ had de Heer gezegd. ‘Ik kom wel.’

’t Kon wel een tijdje duren voordat ze Hem weer terugzagen. Petrus was zo graag gebleven. Het ging juist zo spannend worden. De mensen die van de broden en vissen hadden gegeten, wilden Jezus koning maken. Tsjonge, wat een avontuur. Het zou er dan eindelijk van komen. Jezus op de troon en alle vijanden het land uit. Maar nee hoor! De Heer had hen allemaal in het bootje geduwd en gezegd: ‘Ik stuur de mensen weg en dan kom ik bij jullie.’

 ‘Jouw beurt, Jakobus!’ hoort hij Johannes roepen. Jakobus schuift naar de riemen. ’t Lijkt wel of de wind nog toeneemt. Wolkenflarden vliegen langs de lucht. Het lapje, dat als vlaggetje dienst doet, klappert in de wind.

Plotseling voelt Petrus zich naar achteren glijden. Een grote golf tilt het voorschip op. Ze tuimelen allemaal over elkaar heen. Hou je vast! Hou je toch goed vast!!

Andreas, die de schipper is, schreeuwt zijn bevelen. Petrus is wel wat gewend als visser, maar hij klemt zich toch met beide handen aan de rand van de boot vast. Daar komt weer een grote golf… Ineens, als ze een moment zo hoog opgetild worden, ziet hij iets wits. Een zeil soms van een ander schip? Het zou wel stom zijn om met dit weer je zeil omhoog te houden. Het schip is al weer in een dal terechtgekomen. De anderen hebben het echter ook gezien.

‘Daar! Daar is iets!’ schreeuwt Judas met schorre stem. Een grote golf spat uiteen tegen de bo
eg. Een klets water zorgt ervoor dat Judas even niets meer ziet. Iedereen kijkt gespannen uit naar de volgende hoge golf. Daar istie…

‘Het is een spook!’ gilt Tomas.

Ja echt. Er is een witte gedaante midden op het meer. Wat vreselijk eng. Spoken bestaan niet, maar toch… Joeiii! Daar glijden ze al weer een waterdal in. Met angst en vrezen wordt de volgende golf afgewacht. Zal het spook er nog zijn?… en dichterbij?

‘Houdt moed. Ik ben het. Weest niet bang!’

Wat een bekende stem. Dat is toch de stem van Jezus?

Hij komt hen zomaar tegemoet. Lopend over het water. De wind blaast Hem niet weg. De golven slokken Hem niet op. Een koude rilling gaat door Petrus heen, een onbeschrijfelijk gevoel van trots. Zijn meester. De baas over wind en golven.

‘Daar wil ik bij zijn.’ flitst het door hem heen. Hij schreeuwt luid: ‘Mag ik bij U komen, Jezus? Als u het zegt doe ik het.’

Z’n ene been glijdt al vast over de rand. Mag het?

‘Kom!’ zegt Jezus.

Kijk die Petrus nou toch! Een moment later zit hij wiebelig op de rand van de boot, beide handen achter zich om de rand geklemd, zijn voeten tastend naar het water. Een, twee, hoeps! En plons natuurlijk.

Niks geen plons!

Onder zijn voeten is, glad als glas het water. Aarzelend, stap voor stap, alsof hij lopen leert, gaat hij naar Jezus. Zijn hoofddoek waait weg in de wind. Vanuit de boot klinken kreten van bewondering.

‘Hoe doe ik het eigenlijk? Dit kan toch helemaal niet?’ denkt Petrus. ‘Kijk die golven eens en die wind.’

Hij voelt angst in zich opkomen.

En dan… Nee! Nee, het gaat niet goed. Hij zinkt!!

‘Help, Heer, red mij!’ schreeuwt hij in doodsnood.

Daar is de hand van Jezus al. Net op tijd.

‘Waarom ben je gaan twijfelen? Vertrouw mij toch.’ zegt de Heer vriendelijk. Hand in hand lopen ze naar de boot, de leerling en de meester.

Behulpzame handen worden uitgestoken om hem in het schip te trekken. De wind gaat liggen. De zon komt op met prachtige oranjekleurige banen over het water. Denk je dat Petrus dat ziet? Nee, hij kijkt vol eerbied naar Jezus.

Ook de anderen zwijgen vol ontzag en vallen met Petrus op de knieën neer. De een na de ander zegt: ‘Heer, meester… U bent Gods Zoon!!’

 

Het is belangrijker....Tekst Kerkvaders

Oproep voor steun aan Georgië

OECUMENISCHE ORGANISATIES ROEPEN OP TOT STEUN VOOR GEORGIE

 

oecumene gre

GENÈVE (KerkNet/WCC) – De Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken (CEK) roepen in een gemeenschappelijke verklaring op tot gebed en steun aan de getroffen bevolking in de Kaukasus. Beide organisaties klagen aan dat de oorlog al honderden mensen het leven kostte. Tegelijk prijzen de Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese Kerken de inspanningen van de Russisch-orthodoxe en de baptistische en orthodoxe Kerken in Georgië voor een staakt-het-vuren en de vrede. “Nu moet onze eerste zorg uitgaan naar de vluchtelingen en daklozen.”

KN

Zoon van een leider van Hamas bekeerd zich tot het Christendom(artikel in het Engels)

SON OF HAMAS LEADER LEFT ISLAM FOR CHRYSTIANITY

<!–SSM

Annuleren

Verzenden  Verwijderen

Van:
Aan:
Cc:
Reactie op:
Cc toevoegen | Reactie toevoegen | Onderwerp bewerken
Onderwerp:

Validatie: Typ ter verificatie de tekens uit de onderstaande afbeelding of de getallen die je hoort wanneer je klikt op het pictogram voor toegankelijkheid. Luister en typ de nummers die je hoort
Verzenden  Verwijderen

ESM–>

 (Bericht in de Engels)

 

 

 

Hamas’ Christian convert: I’ve left a society that sanctifies terror

Moment before beginning his supper, Masab, son of West Bank Hamas
leader Sheikh Hassan Yousef, glances at the friend who has accompanied him to the restaurant where we met. They whisper a few words and then say grace, thanking God and Jesus for putting food on their plates.

It takes a few seconds to digest this sight: The son of a Hamas MP who is also the most popular figure in that extremist Islamic
organization, a young man who assisted his father for years in his
political activities, has become a rank-and-file Christian. “I’m now
called Joseph,” he says at the outset.

Masab knows that he has little hope of returning to visit the Holy
Land in this lifetime.
 Advertisement

“I know that I’m endangering my life and am even liable to lose my
father, but I hope that he’ll understand this and that God will give
him and my family patience and willingness to open their eyes to Jesus and to Christianity. Maybe one day I’ll be able to return to Palestine and to Ramallah with Jesus, in the Kingdom of God.”

Nor does he attempt to hide his affection for Israel, or his
abhorrence of everything representing the surroundings in which he
grew up: the nation, the religion, the organization.

“Send regards to Israel, I miss it. I respect Israel and admire it as
a country,” he says.

“You Jews should be aware: You will never, but never have peace with Hamas. Islam, as the ideology that guides them, will not allow them to achieve a peace agreement with the Jews. They believe that tradition says that the Prophet Mohammed fought against the Jews and that therefore they must continue to fight them to the death.”

Is that the justification for the suicide attacks?

“More than that. An entire society sanctifies death and the suicide
terrorists. In Palestinian culture a suicide terrorist becomes a hero,
a martyr. Sheikhs tell their students about the ‘heroism of the
shaheeds.'”

And yet, in spite of the criticism of the place he left, California
can’t make the longings disappear.

“I miss Ramallah,” he says. “People with an open mind. … I mainly
miss my mother, my brothers and sisters, but I know that it

 

Bron : http://www.haare
tz.com/hasen/spages/1007097.html

 

Moord in naam van de Islam !

 

Moord in naam van de Islam !

Eerste ‘Christelijke Martelares’ in Saoudie-Arabië.

Een Saoudiër, lid van de ‘Moitawaa’ militie, doodt zijn zus omdat ze zich tot het Christendom had bekeer.

 Het is de eerste maal in Saoudie – Arabië dat een lid van de religieuze politie, die waakt over de toepassing van de Sharia, zijn eigen zus heeft vermoord, toen hij te horen kwam dat zij zich tot het Christendom had bekeerd. Zij werd gestenigd, verbrand en de tong afgesneden.

Hij heeft ze aan haar lot overgelaten tot ze stierf.

De site ‘Aafac.org’ bevestigt de 11e augustus dat ‘de jonge Fatima Bint Mohammed Ben Othman Al-Matiri’ (26 jaar), een gesprek heeft gehad met haar moeder en broer. Tijdens dit gesprek heeft ze gezegd dat ze zich bekeerd had en dat ze de Heer Jezus Christus, volgde. Dit heeft de woede  van haar familie opgewekt. Haar broer werd gedwongen om haar te

De broer heft zich meester gemaakt over haar computer. Daarin vond hij een briefwisseling met groepen die vooral uit Coptische Christen bestonden. Het waren teksten over  het Christendom, en lofprijzingen aan Christus. De jonge Fatima nam aan verschillende forums van Christen deel, dit onder een valse naam. Zij verdedigde de ‘religieuze vrijheid en van  het geloof. Ziuj bekritiseerde de Islam en het controversiële leven van Mohammed., aldus ‘Aafaq.orh’. Haar broer heeft deze geloofsuiting van haar zus niet kunnen verdragen.

Kort voor haar dood schreef ze nog op een forum dat ze bang was om vermoord te worden, maar ze verzekerde de lezers ervan  dat ‘Jezus haar licht en haar gezel’ zou zijn.

De moordenaar zit in de gevangenis, omdat de autoriteiten bang zijn voor de internationale reactie.

 

BEDENKING :

 

Moord in naam van de Islam.

Hoe kan men ‘ in Gods naaam’ een moord bedrijven.

Ik weet, alle christenen hebben zich daar in het verleden aan bezondigd.

Maar de tijden zijn veranderd. Niet echter bij de Moslims, waar in naam van een ‘Barmhartige God’ nog steeds geweld, moord, verkrachting, verdachtmaking schering en inslag zijn.

Een ‘Barmhartige God’. Ja, inderdaad, God is een barmhartige God, maar dit wil juist zeggen dat God ieder mens genadig is. Barmhartig is Liefdevol zijn.

Waar haalt men het dan om ‘Allah’ een Barmhartige God te zijn, of is Hij alleen Barmhartig voor de Islam ???

Als Christen ben ik fier op mijn geloof, maar ik zal tevens proberen om ook de niet-Christenen  in mijn Liefde te betrekken. Waarom is er die haat vanwege de Moslims tegenover Christenen ?  Natuurlijk zijn niet alle moslims zo, er zijn heel wat moslims die evenzeer liefde betonen voor Christenen, alhoewel..wat, wanneer hun eigen religie niet op  het voorplan staat ? Hoe zouden ook zij reageren, als iemand uit hun eigen kring Christen zou worden ?.

Wij hebben nochtans dezelfde God : de God van Abraham, Isaak en Jacob.

De God van de Berg Sinaï en Mozes.

Moslims hebben de meest fantsievolle verhalen over God. Nochtans is God de onkenbare, de gans andere, waar niets over kan gezegd worden.  Men kan Hem nog zovele namen geven, maar een  naam is en blijft een ‘menselijke’ naam, een naam door ‘mensen’ uitgedacht.

Wij Christenen hebben echter een groot voorbeeld, Jezus Christus, de Zoon van God. God heeft Zijn Zoon gezonden om ons te leren wie Zijn Vader is. In Hem ontmoeten wij de Vader. Door Jezus hebben we geleerd wat Liefde is, totale gave, tot de dood toe… (zoals bij Fatima). In Jezus hebben we een levenswandel leren kennen, die niet tégen , maar voor de mensen is.  Een God die wraak neemt, dat kennen wij Christen niet.

Alle moslims die zich tot het christendom bekeren, zijn allen getroffen door de belangeloze Liefde van Jezus Christus.

Gewoonlijk worden de bekeringen tot de Islam in volle glorie op het internet gegooid.  Maar men vergeet, dat er ook honderduizenden moslims

Per jaar zijn die zich tot het Christendom bekeren. Maar bijna altijd in het geheim, of  zien ze zich verplicht om te vluchten (zoals het verhaal van de Egyptische  Imam, die zich tot het Christendom had bekeerd ( zie reeds eerder gepost getuigenis).

 Laat ons bidden, dat moslims ook van het Christen-broeders zouden gaan houden. Dat de Islam een godsdienst van tolerantie mag worden. Wij Christen zijn zeker daartoe bereid.

Zes milioen moslims bekeren zich elk jaar tot het Christendom

Teksten van de CD : ‘Mijn ziel love de Heer’

 “Mijn ziel love de Heer”

Alle nederlandstalige orthodoxe gezangen

Koor van de Orthodoxe parochie

Heilige Apostel Andereas. Gent.

 banner muzieknoten

1   Psalm 103 (104)

Zegen de Heer mijn ziel,

Heer mijn God, Gij zijt onnoemelijk groot

Gij hebt U zelf met licht omgord als met een kleed.

Heer, mijn God, Gij doet bronnen ontspringen

in de dalen stromen wateren.

Hooggeprezen zijt Gij,

o Heer, mijn God, geprezen zij Gij.

Ja, hoe groot zijn uw werken o Heer;Gij hebt alles met

wijsheid gemaakt.Ere zij U, o mijn God, ere zij U.Gij

hebt alles met wijsheid gemaakt.Eer aan de Vader, de

Zoon en de Heilige Geestnu en altijd en in de eeuwen

der eeuwen. Amen.Alleluia, alleluia, alleluia, ere zij U, o

God,Alleluia, alleluia, alleluia, ere zij U, o God,

ere zij U, o God,

Reeds vele malen is mij gevraagd om te teksten te kunnen krijgen van de CD (waarvan een deel te beluisteren is via deze blog).
Om hieraan te voldoen, kan je van nu af de teksten op deze blog terugvinden. Via knippen en plakken in Word kan je deze liederen probleemloos copiëren

Achtste zondag na Pinksteren : ‘van de vermenigvuldiging der broden’


ACHTSTE ZONDAG NA PINKSTEREN

ZONDAG

“VAN DE VERMENIGVULDIGING DER BRODEN”

broodvermenigvuldiging Tagba 2

Mozaïk in de Kerk van de Broodvermenigvuldiging in Tagba (Israël)

 

broodvermenigvuldiging  Coptische icoon

Broodvermenigvuldiging : Coptische Icoon

Lezingen van de zondag :

Matteüs 14,13-36

 

Overvloed aan brood, gebrek aan geloof

 Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.

 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’  Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’  Ze antwoordden hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’  Hij zei: ‘Breng ze mij.’  En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen.  Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol.  Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.

 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd.

 

 

1 Korintiërs 1,10-18

Verdeeldheid in de gemeente

 Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn.  Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst.  Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus,’ een ander: ‘Ik van Apollos,’ een derde: ‘Ik van Kefas,’ en een vierde: ‘Ik van Christus.’  Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?  Ik dank God dat ik niemand van u – behalve dan Crispus en Gajus – heb gedoopt;  niemand van u kan dus zeggen dat hij in mijn naam is gedoopt.  Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt.  Ik ben immers niet door Christus gezonden om te dopen, maar om te verkondigen – en niet door middel van diepzinnige welsprekendheid, want dan zou het kruis van Christus van zijn kracht worden beroofd.

De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God.

 

broodvermenigvuldiging

 Broodvermenigvuldiging : Byzantijnse Mozaïk

 

 

Het wonder van Kiev

Het wonder van Kiev Afdrukken E-mail

woensdag 06 augustus 2008

 

 Ba(rtholomeus

 

 

 

De staat en de Kerken van Oekraïne hebben van 24 tot 28 juli bij de rivier de Dnjepr in Kiev de 1020e verjaardag gevierd van de zogenaamde ‘doop van Rusland’. Een feest dat tot onvoorziene gevolgen heeft geleid. Het begon ermee dat president Victor Joesjenko met dit jubileum zijn voornemen verder gestalte wilde geven in zijn land een eigen, van Moskou onafhankelijke, orthodoxe Kerk te stichten. Dat zou op grote weerstand van patriarch Alexi II van Moskou stuiten, was de verwachting. Temeer omdat de Oekraïense president ook zijn rivaal uit Constantinopel naar Kiev haalde, patriarch Bartholomeus I.

Na enkele heftige strijdgesprekken vonden die twee elkaar echter in een gezamenlijke visie op de orthodoxe Kerken in Oekraïne . In Moskou was in 1988 al gevierd dat 1000 jaar daarvoor in Kiev het groot-Russische christelijk nationalisme ontstond. Oekraïense emigranten in Europa en de VS hadden er toen al fijntjes aan herinnerd dat het bij de ‘doop van Rusland’ niet ging om het huidige land met die naam, maar om de kiem van dat land in Kiev aan de Dnjepr.  Met andere woorden: Oekraïne was daar gedoopt.

Bij de grote plechtige Eucharistieviering op zondag celebreerden de twee patriarchen zeer onverwacht samen. In de homilies van de beide kerkleiders klonken de bekende  tegenstellingen door. Bartholomeus had het over Constantinopel als de moederkerk van Oekraïne, die haar wens van onafhankelijkheid van Moskou zou verwezenlijken zo gauw de zelfbenoemde patriarch van Kiev en de autocephale (onafhankelijke) orthodoxen het daarover eens waren.

Alexi benadrukte de ondeelbaarheid van het heilige Rusland, waarvan het centrum zich van Kiev naar Moskou verplaatst had en waarin Constantinopel zich niet moest mengen. Toen in het beroemde grotklooster van Kiev de debatten tussen de patriarchen verder gingen, werd een gezamenlijk oplossing gevonden. Net als in Finland zullen de Oekraïense orthodoxen kunnen kiezen of ze bij Moskou willen blijven of onder Constantinopel een eigen Kerk willen stichten.

bron: KN

 

Russische schrijver Solzjenitsyn overleden


Russische schrijver Solzjenitsyn overleden

 


 MOSKOU – De Russische schrijver Aleksandr Solzjenitsyn is zondagavond op 89-jarige leeftijd overleden in zijn huis buiten Moskou. Hij werd beroemd vanwege zijn boeken over de ‘Goelag’, het onmenselijke en onmetelijke sovjetsysteem van gedwongen werkkampen waarin hij zelf jaren vertoefde. Het leverde hem in 1970 de Nobelprijs voor de Literatuur op. In 1974 werd Solzjenitsyn verbannen naar het Westen, waar hij werd ontvangen als held. Zijn hartverscheurende beschrijving van de wandaden van het sovjetregime in de Goelag Archipel zette ook de laatste westerse sympathisanten van het communistische experiment aan het denken.

Superioriteitsdenken
Maar tijdens zijn twintigjarige verblijf in het Westen rekende de diep religieuze Solzjenitsyn ook af met het westerse superioriteitsdenken en het kapitalisme. ‘Onaangeraakt als ze zijn door de adem van God en onbeteugeld door het menselijke geweten, zijn zowel kapitalisme als socialisme weerzinwekkend.’

Bij zijn terugkeer in Rusland in 1994 kritiseerde Solzjenitsyn de morele teloorgang van zijn land onder het hyperkapitalisme van de toenmalige president Jeltsin. Ironisch genoeg moest er een oud-KGB-officier (president Vladimir Poetin) aan te pas komen, om hem weer enig vertrouwen in de toekomst van Rusland te schenken.

http://www.vk.tv/video/embed.php?id=1051585

Solzjenitsyn, volgens literatuurcritici een van Rusland’s grootste schrijvers uit de Twintigste Eeuw, weigerde prijzen in ontvangst te nemen van Gorbatsjov en Jeltsin. Maar vorig jaar ontving hij uit handen van president Poetin, in zijn rode huisje met uitzicht over de Moskou Rivier, de staatsprijs voor humanitaire verdiensten.

Gedemoraliseerd volk
‘Poetin erfde een leeggeplunderd en losgeslagen land, met een verarmd en gedemoraliseerd volk’, zei Solzjenitsyn in 2007 tegen Der Spiegel. ‘Hij begon te werken aan een geleidelijke restauratie.’ Dat hem dat weinig vrienden in het Westen heeft opgeleverd, verbaast niet. ‘Het Westen was gewend geraakt aan de idee dat Rusland een Derde Wereld land was geworden en voor altijd zou blijven. De eerste reactie toen Rusland wat van zijn kracht hervond, was paniek.’

Aleksandr Solzjenitsyn, geboren op 11 december 1918 in Kislovodsk, stamt uit een familie van kozakintellectuelen. Hij werd door zijn moeder opgevoed, zijn vader was al overleden voor zijn geboorte. Afgestudeerd als wiskundige aan de Universiteit van Rostov A/D Don, vocht hij in de Tweede Wereldoorlog als artillerieofficier. Aan het einde van de oorlog, terwijl hij met het Rode Leger oprukte naar Königsberg, werd Solzjenitsyn gearresteerd. In een brief had hij zich kritische opmerkingen veroorloofd over ‘de man met de snor’, Stalin.

Wat volgde waren acht jaar werkkamp en drie jaar gedwongen interne verbanning in Kazachstan. Tijdens zijn verblijf in ‘de Goelag’ (een acroniem van de sovjetbenaming voor het omvangrijke systeem van straf- en werkkampen dat zich sinds de jaren twintig had ontwikkeld) schreef Solzjenitsyn zijn eerste ervaringen op. Maar hele gedeelten van wat later Een dag uit het Leven van Ivan Denisovitsj zou worden, leerde hij uit zijn hoofd, zodat deze teksten niet verloren konden gaan in de kampen.

In 1956 mocht Solzjenitsyn zich als wiskundeleraar vestigen in Rijazan, en kon hij zijn ervaringen opschrijven. De publicatie in 1962 van Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj in het literaire tijdschrift Novi Mir veroorzaakte en literaire sensatie in en buiten de Sovjet-Unie. Voor het eerst werden de beestachtige omstandigheden in de Sovjetkampen beschreven voor een groot publiek.

Nobelprijs
Nadat sovjetleider Nikita Chroetsjov in 1964 door Brezjnev van zijn troon was verstoten, brak opnieuw een moeilijke periode aan voor Solzjenitsyn. Hij werd uit de schrijversbond gegooid, lastig gevallen door de KGB en zijn nieuwe werken konden alleen buiten de Sovjet-Unie gepubliceerd worden. Toen hem in 1970 de Nobelprijs voor Literatuur werd toegekend, besloot hij niet naar de uitreiking te gaan – uit angst dat hij niet meer het land zou worden binnengelaten.

Vier jaar later was het zover, bij de publicatie van het eerste deel van de Goelag Archipel, een serie van drie boeken waarin hij uitgebreid het omvangrijke systeem van de Goelag-strafkampen documenteerde, voorzien van eigen ervaringen en getuigenissen van andere gevangen. De schrijver werd beschuldigd van verraad en moest het land verlaten. In handboeien werd hij op een vliegtuig naar West-Duitsland gezet.

Uiteindelijk streek Solzjenitsyn met zijn gezin neer in een Canvendish in de Amerikaanse staat Vermont, waar hij in een zelfverkozen isolement zijn productiefste jaren als schrijver zou beleven. Behalve aan de overige delen van de Goelag Archipel werkte hij er onder meer aan Het Rode Wiel – een eindeloze reeks boeken over de Russische geschiedenis die het doorzettingsvermogen van menig literatuurcriticus op de proef stelde.

Kanonschoten
Het was ook vanuit zijn zorgvuldig voor de buitenwereld afgesloten ‘vesting’ in Vermont, dat Solzjenitsyn zijn kanonschoten op de westerse wereld, vervuld van een zielloos en Goddeloos materialisme, begon af te schieten. In een beroemde toespraak op de Harvard University in 1978 wees hij de westerse ‘pluralistische democratie’ af als model dat elders navolging verdiende. En zeker in Rusland: ‘Elke eeuwenoude, diep gewortelde autonome cultuur, vooral wanneer deze verspreid is over een groot deel van het aardvlak, vormt een autonome wereld, vol van raadselen en verrassingen voor het westerse gedachtegoed. Rusland is daar al meer dan duizend jaar een voorbeeld van.’

Toen Solzjenitsyn in 1994 terugkeerde op Russische bodem, bood zijn lange, symbolische reis vanuit Azië naar Moskou voor veel buitenstaanders en Russen een wat pathetische aanblik. Zijn felle kritiek op de morele teloorgang van zijn land sloeg niet onmiddellijk aan en zijn klacht dat zijn landgenoten zelfs niet de moeite namen zijn (lijvige) boeken te lezen, leek aan dovemansoren gericht.

De echte restauratie – van de auteur en van Rusland zelf – volgde pas later, met de komst van president Poetin, hoge olieprijzen, en een meer autoritair bewind. Solzjenitsyns kritiek op de wanorde van de jaren negentig en noodzaak van culturele en spirituele wederopleving bleek naadloos aan te sluiten bij het Poetin-tijdperk. Die staat namelijk niet alleen in het teken van de economische en politieke wederopstanding van Rusland, maar ook van de heropleving van een sterke orthodoxe kerk – die als vanouds sterk aan de staat is gelieerd.

Unieke weg
En ook het thema van de unieke weg die Rusland in de wereldgeschiedenis te bewandelen heeft – niet belemmerd door westerse ‘adviezen’ en geholpen door het enige ware geloof, de Russische orthodoxie – heeft onder Poetin weer aan kracht gewonnen.

Zo kan het, dat de voormalig KGB-officier en de ‘slaaf’ uit het sovjetkamp, elkaar de afgelopen jaren spiritueel omarmd hebben. Voor een westers publiek is het wellicht een van die ‘raadsels’ waar Rusland de buitenwereld van tijd tot tijd voor plaatst. Zeker is dat Solzjenitsyn in eigen land als nationale held zal worden begraven – en dat hij een serie humanitaire meesterwerken nalaat, die getuigen van de totalitaire dwalingen waarin Europa de vorige eeuw verstrikt raakte

RUSSISCH-ORTHODOXE KERK PRIJST SOLZJENITSYN

BRUSSEL (KerkNet/Interfax/KAP) – Aartspriester Vsevolod Chaplin prijst de overleden schrijver, dissident en Nobelprijswinnaar Alexander Solzjenitsyn, die zich bekende tot de Russisch-orthodoxe Kerk. Chaplin omschreef Solzjenitsyn als een pionier voor komende generaties. “Hij laat een rijke erfenis na voor de toekomst van Rusland.” Vsevolod Chaplin, secretaris van het departement externe relaties van de Russisch-orthodoxe Kerk, herinnert eraan dat Solzjenitsyn diep gelovig was en de Russisch-orthodoxe Kerk beschouwde als een van de stuwende krachten achter de vernieuwing van Rusland. “Hij verstond de kunst met machthebbers in eigen land, in het Westen en met het volk te spreken, en hij weigerde zich aan te passen aan de heersende mode of publieke opinie. De vroegere tegenstander van het Sovjetbewind uitte niet enkel kritiek op politiek en samenleving, maar hij gaf ook de praktische wegen aan voor de weg die men moest inslaan.” De historicus en schrijver Solzjenitsyn overleed aan een hartstilstand. Zijn uitvaart vindt aanstaande woensdag plaats. Later wordt hij bijgezet op de begraafplaats van het Donskojklooster, waar hij vijf jaar geleden de eigen begraafplaats uitkoos.

(Kerknet)

 

Theologie en Mystiek

 

 crossoooop

THEOLOGIE EN MYSTIEK

of

OVER HET WOORD VAN GOD EN DE MYSTIEKE ERVARING ERVAN

Veelal hoort men dat men het goddelijk mysterie niet moet verdiepen om het te behoeden voor een verstandelijke uitleg. Men moet het eerder beleven… Maar zijn wij met onze belevenis, ons geloof en onze houding wel steeds op de weg van de waarheid ?

Men mag dus bijgevolg het geloof in het goddelijk mysterie niet herleiden tot een zuivere intellectuele of een zuiver mystieke aangelegenheid. Denken we aan de woorden van de H. Evagrius van Pontus (4de e): “Indien je theoloog bent, dan zal je werkelijk bidden, en indien je werkelijk bidt, dan ben je theoloog”.  Hoe ben ik zeker van dit “werkelijk”  bidden ?

De orthodoxe Kerk benadrukt met aandrang dat de ganse goddelijke liturgie een sacrament is waarbij het sacrament van het Woord één is met het sacrament van de Gaven; (cfr. “L’eucharistie: sacrament du royaume” V. Alexander Schmemann).

De leer van de Kerk verdiepen is niets anders dan deelnemen, communiceren zeggen de Vaders, aan het Woord van God. Het Woord van God is Jezus Christus; Hij is de “theologos”;  Hij is het Woord dat

“waarachtig leven”  schenkt vrij van verderf, lijden en dood. Het is toch betekenisvol dat wij Christus niet ‘bloed of lichaam van God’ noemen maar wel Woord van God.

Dit “waarachtig leven”  is het ware geloof van de Kerk, is de waarheid van de Kerk, met welke ik in gemeenschap, in communio kan treden. Dit veronderstelt een ontlediging van mijn vooroordelen, mijn hardnekkigheid, mijn egocentrisme, mijn onwetendheid om mij te zuiveren en om werkelijk het Woord van de Ander te aanvaarden en lief te hebben. Het sacrament van de Heilige Eucharistie is communiceren aan het Woord van God, Jezus Christus werkelijk aanwezig in de Heilige Communie.

Door participatie word ik deelachtig aan het leven-schenkende Woord, de enige waarheid en realiteit voor de Kerk. De Kerk kan dus bijgevolg niet de waarheid onderwijzen, maar kan enkel de weg naar die waarheid tonen. De Kerk, in zijn liturgische bijeenkomsten, viert niet alleen het sacrament van de bijeenkomst van de gelovigen maar ook hun samen op weg zijn naar het eeuwige leven dat geen scheiding, verderf, lijden en dood kent.

Deze deelname aan het goddelijk mysterie vindt zijn uitdrukking in de spiritualiteit, of beter nog in de mystieke theologie van de Kerk. Voor de Kerk en haar traditite bestaat er geen echt onderscheid tussen theologie en mystiek, tussen het woord en de deelname aan dit woord, tussen de leer van de Kerk en de persoonlijke ervaring van het goddelijke mysterie. Een onderscheid zou een tegenstrijdigheid zijn, want Jezus Christus is het Woord van God en het leven van de wereld. Het Woord van God redt de wereld juist omdat dit Woord leven is.

Theologie en mystiek vervolledigen elkaar en het ene is ondenkbaar zonder het andere. De theologie staat in dienst van de mystiek. Weliswaar moeten we nu theologie begrijpen als het Woord-Christus dat leven geeft. De mystieke ervaring is een persoonlijkewaardering, de theologie is een uitdrukking voor het nut van allen, maar ervaren door elkeen. De theologie behoedt de waarheid van de Kerk in haar geheel, anders zou de mystieke ervaring van ieder van ons ontdaan zijn van zekerheid, van objectiviteit; het zou een mengsel zijn van hetgeen waar en vals is, van realiteit en illusie en wij vervallen in “mysticisme”.

Anderzijds heeft het Woord van God als theologie, als het onderricht van de Kerk, geen enkele vat op de ziel, indien deze geen intieme ervaring uitdrukt van de gegeven waarheid, waarin elke gelovige zich kan terugvinden. Er is geen mystiek zonder theologie, en geen theologie zonder mystiek. Het is geen toeval dat de titel “theoloog”  werd toegekend door de Kerk aan de drie meest mystieke kerkleraren: de heilige Johannes, de heilige Gregorios en de heilige Symeon.

Indien er zich, om een of andere reden, toch een kloof voordoet tussen mystiek en theologie dan krijgen we te kampen met het verschijnsel “secularisatie”;  waarbij de ziel in haar ervaring vervreemdt van het onderricht van de Kerk. Dit verschijnsel werd een historische realiteit in de loop der tijden. Ook de orthodoxe Kerk kan aan dit gevaar ten prooi vallen; indien niet langer de mystieke ervaring van de gedoopten geldt als autoriteit, als canon om de waarheid van de Kerk verder te behoeden en te bepalen.

Het onderricht en de kennis van het Woord van God, realiteit en waarheid van de Kerk, is in laatste instantie een middel, een geheel dat ons verlicht – waarbij ons christen-zijn voor onszelf en anderen een oneindige en onschatbare verkenning wordt op de weg naar het eeuwig leven – en moet dienen om ons te verenigen met Diegene die alle kennis te boven gaat: de vereniging met God, ook theosis genoemd.

De christelijke leer is dus praktisch gericht enheeft een mystieke bedoeling: de vereniging met God.

De ganse geschiedenis van de Kerk is een dogmatische stijd, een voortdurende bezorgdheid om op elk moment van de geschiedenis voor de christenen de mogelijkheid te vrijwaren de volheid van de mystieke vereniging te realiseren, die zich als volgt resumeert: “God is mens geworden opdat de mens vergoddelijkt worde”.

Het zich inwijden in het leven, in de theologie van de Kerk is dus meer dan noodzakelijk om haar spiritualiteit en haar leer te kennen die de basis vormen van een mystiek. De Kerk is bijgevolg ook bezorgd over de inwijding van haar gedoopten, waarbij zij op het einde der tijden – in naam van haar gezagdragers – verantwoording zal moeten afleggen over haar pedagogische rol. Vandaar dat wij binnen deze Kerk de gelegenheid hebben om ons verder in te wijden bij middel van persoonlijke lectuur: boeken, tijdschriften, kunstboeken enz.; maar ook door catechetische besprekingen, cursussen die hier en daar ingericht worden, reizen, pelgrimstochten en dergelijke meer.

De mystieke theologie is niets anders dan een spiritualiteit die een houding uitdrukt gebaseerd op de leer van de Kerk. Wij kunnen dus de vereniging met God niet ten volle realiseren zonder ingewijd te zijn in het Woord van God, waarvan ons de volheid zal geopenbaard worden in die vereniging. Dit lijkt wat tegenstrijdig, maar op de inwijding van de mens zal de ve
rdere inwijding in en door de Heilige Geest plaats vinden. “Ik plaatste het vuur op aarde… ik verlang dat alles vuur vatte”.  Door de doop en de myronzalving ben ik in de mogelijkheid om door de Geest die over mij is, de boodschap uit te dragen en het ware licht te geven. Ik drink deze kelk niet tot veroordeling maar tot heiliging van ziel en lichaam. De theologie moet een praxis, een houding veroorzaken.

Immers, Jezus heeft ons geen nieuwe filosofie,systeem, ideeënleer of een eenvoudige godsdienst achtergelaten; maar Hij heeft Zijn Lichaam achtergelaten, Zijn Geest gezonden om de mens herboren te laten worden van water en geest, de enige ware renaissance voor de menselijke ziel. Dit herboren worden is zich bekleden met Christus, het Woord van de Vader, de drager van de Geest. Het Evangelie spreekt ons over “nog vele dingen die niet in boeken te vervatten zijn”.  Al deze zaken kunnen we kennen in en door de Kerk.  Zo ook met het Evangelie: buiten de Kerk betekent dit zo goed als niets. Het is geen toeval dat het Evangelie op het altaar staat.

Onder invloed van andere historische gebeurtenissen, zal de Kerk later dogma’s formuleren. Oorspronkelijk zijn het “hori”  in het Grieks of “termini”  in het Latijn. Dit wil zeggen “grenswaarheden”  of de grenzen aanduiden binnen dewelke de waarheid van de mystieke ervaring blijft behouden. Een dogma zal niets anders doen dan dezelfde waarheid “Christus is verrezen uit de doden”  in een ander verwoording uitdrukken, naargelang de historische omstandigheden of de ketterse leer, die moet weerlegd worden. Zowel het Evangelie als het dogma drukken de volheid van het nieuwe verborgen leven uit. Het leven van de Kerk, haar traditie en dogma’s, moeten niet alleen behouden blijven, maar ook ons leven veranderen. Anders heeft de theologie geen praxis veroorzaakt en betekent dit dat het Woord Gods niet naar zijn waarheid wordt geschat, in een steriele afgrond is gestikt en geen vlees en bloed geworden is in de mens. Wanneer wij bidden zeggen wij woorden. De bedoeling echter is dat wij zelf gebed worden en zijn door ons dagdagelijkse handelingen uit te drukken in een onafgebroken liturgische handeling met de zondagsliturgie.

De grootste inspanning binnen de theologische kringen van de eerste eeuwen is het op punt stellen van de leer van dit Woord Gods, te weten de leer in verband met Christus of christologie. Dit wil zeggen:

Christus is de tweede persoon van de Heilige Drie-Eenheid en is volkomen God en volkomen Mens. De gehele christelijke leer, en dus bijgevolg ook de orthodoxe leer, is een christologische leer. Alles concentreert zich om het mysterie van de God-mens Christus. De leer over de Kerk of ecclesiologie, de leer over de Heilige Geest of pneumatologie, de leer over de Heilige Drie-Eenheid of triadologie, de leer over Maria of mariologie, de heiligenleer of hagiologie, de leer over het heelal of cosmologie, de leer over de mens of anthropologie, de leer over het beeld of iconologie enz. zijn geen gevolgen of uitlopers van de christologie. Neen. De ecclesiologie is christologie, de pneumatologie is christologie, de triadologie is christologie, de cosmologie is christologie, de anthropologie is christologie, de iconologie is christologie; met andere woorden alles laat zich begrijpen, kennen ervaren en beschouwen door en in het mysterie van Christus, het Woord van God dat in de wereld kwam.

“Mijn ziel kleeft aan de grond, maak uw dienaar levend naar uw Woord”  zegt de psalm. De theologie is een catechetische uiteenzetting, geen wetenschap voor intellectuelen, ieder die bidt is theoloog. Toch huiveren heel wat mensen bij het horen van het woordje theologie. Vergeten we niet dat de zwakheid van een Kerk ligt in de zwakheid van haar theologie. Binnen de theologie moeten we echter opnieuw de methode van de kerkvaders invoeren: de patristieke methode, die erin bestaat de leer te verbinden aan de spiritualiteit, het geloof aan de liturgie, het gebed aan de ethiek; m.a.w. de innerlijk vitale band te zien tussen de verschillende onderdelen binnen de theologische studie. Het komt er op aan, zoals dit ook het geval is in een historische benadering van aan totaal-geschiedenis te doen; terug de band te ontdekken tussen de leer, het gebed, de eucharistie, de kunst, de muziek, de canons, de uitleg van de bijbel, de spiritualiteit, de ethiek enz. die alle

vertrekken en uitmonden in het mysterie van Christus, hernomen, tegenwoordig gesteld en naar het einde verwijzend in de Eucharistie.

En zoals de H. Ireneus van Lyon (2de e) het samenvat: “onze leer  (lees onze theologie) is in overeenkomst met de eucharistie, en de eucharistie bevestigt haar”.

 

Vader Dominique

 

 



 

 

 

Soms kan de vlam (van een lamp)

oplaaien en hevig branden.

Andere keren brandt hij zacht en stil.

Soms licht de vlam plotseling op

en geeft een sterk licht af.

Andere keren verspreidt de kleine vlam

(van de lamp) slechts een flauw licht.

Zo is het ook gesteld met de lamp

(van de genade in de ziel).

Hij is altijd ontstoken en

geeft onophoudelijk licht,

Maar als hij opvlamt en

zijn bijzondere straling verspreidt,

is het alsof de ziel dronken is van de liefde Gods.

Andere keren, bepaald door God Zelf,

is het licht er nog wel,

Maar is het slechts een zachte gloed.

 

Makarios de Grote

 



 

 

 

 

 

 

7e zondag na Pinksteren :Van de blinde en de stomme


 

 

 +

ZEVENDE ZONDAG NA PINKSTEREN

‘Van de blinde en de stomme’

blinde

Matteüs 9,27-34

Genezingen  En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David! 28 En toen Hij het huis was binnengegaan, kwamen de blinden tot Hem, en Jezus zeide tot hen: Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Here. 29 Toen raakte Hij hun ogen aan en zeide: U geschiede naar uw geloof. 30 En hun ogen gingen open. En Jezus verbood hun ten strengste en zeide: Ziet toe, niemand mag dit weten! 31 Maar zij gingen heen en maakten Hem in die gehele streek bekend.

32 Terwijl zij heengingen, zie, men bracht een doofstomme bezetene bij Hem. 33 En nadat de boze geest was uitgedreven, sprak de doofstomme. En de scharen verbaasden zich en zeiden: Zo iets is nog nooit in Israël voorgekomen! 34 Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij de geesten uit. 35 En Jezus ging alle steden en dorpen langs en leerde in hun synagogen en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en genas alle ziekte en alle kwaal. bewogen

 

 

Romeinen 15,1-13

Zwakken en sterken

 

1 Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen. Ieder onzer trachte zijn naaste te behagen, ten goede, tot opbouwing, want ook Christus heeft Zichzelf niet behaagd, maar, gelijk geschreven staat: De smaadwoorden van hen, die U smaden, kwamen op Mij neder. Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden. De God nu der volharding en der vertroosting geve u
eensgezind van hetzelfde gevoelen te zijn naar (het voorbeeld van) Christus Jezus,
opdat gij eendrachtig uit één mond de God en Vader van onze Here Jezus Christus moogt verheerlijken.

Daarom, aanvaardt elkander, zoals ook Christus ons aanvaard heeft tot heerlijkheid Gods