Dit is een privé christelijke blog van Kris Biesbroeck, Licentiaat Theologie en filosofie. De inhoud van blog : Theologie, filosofie, Kerkvaders, Heiligenlevens, Exegese, Augustinus,enz… Alles wat sinds 2007 op de site is verschenen kan hier teruggevonden worden bij de Categorieën (bij het begin van de site) HET ADRES VAN DE SITE IS : CHRISTELIJKEINFORMATIEBRON.WORDPRESS.COM.
Overwegingen over de catechese
De kinderen sensibiliseren voor het gebed
Wat onderscheidt de catechese van de veelheid van activiteiten die aan kinderen worden voorgesteld ? Tussen de school die natuurlijk een essentiële rol speelt in het gebruik van de tijd van het kind, en de zogenaamde buitenschoolse activiteiten (sport, muziek, dans, schilderen enz…). Welke plaats moeten we toekennen aan de catechese, welke tijd er voor uittrekken en waarom ?
Een eerste element van antwoord zal zijn, te bevestigen dat de catechese ons spreekt over God, en het is essentieel dat God een prioritaire plaats inneemt in de hiërarchie van onze activiteiten, ook voor onze kinderen. Het eenvoudige feit dat de catechese een tijd is die toegewijd is aan God, zou moeten volstaan opdat wij hen gans onze aandacht en onze ernst verlenen. Het is uiterst belangrijk om voor de kinderen een persoonlijke en volledige tijd te reserveren die toegewijd is aan de Heer, om hen te doen begrijpen dat de Schepper van de wereld en de Vader van allen hen roept tot een persoonlijke relatie, die respect en concentratie noodzakelijk maakt.
Een dergelijk antwoord houdt natuurlijk een zeker risico in , namelijk, dat men de catechese scheidt van het hart van het leven van elke dag, dat men een scheiding zou scheppen tussen de tijd voor God en de rest van het bestaan, en zo het gevaar te lopen om de activiteiten die niet verbonden zijn met het geloof zou geringschatten. Indien wij zouden bevestigen dat “het slagen in de klas op de tweede plaats komt met betrekking tot een goede kennis van de Bijbel”, of dat voor een jongen die gepassioneerd is door voetbal “de sport zelf minder belangrijk is dan het cafébezoek …”. Dit kan voor het kind overkomen als onbegrijpelijk.
De band tussen catechese en doopsel
Een andere sleutel voor een oplossing zou voortkomen uit een visie die zich niet baseert op een tegenstelling tussen God en de rest van ons leven ( van het type sacraal/profaan), maar die daarentegen uitgaat van de eenheid tussen momenten die aan God gewijd zijn en het dagelijks leven. Zo zou men Christus kunnen beschouwen als het enige centrum van vele concentrische cirkels die bestaan uit zovele bezigheden in het leven van elke dag en die hun betekenis en hun waarde alleen hebben dank zij het enige centrum. Nodigt Christus ons niet uit om ons huis op de rots te bouwen ? “De regen is gevallen, de stortvloed is gekomen, de winden hebben gewaaid en zijn tekeer gegaan tegen dit huis, maar het huis is niet ingestort, want het was gebouwd op de rots” (Matth.7,25). In dit perspectief betekent belang te hebben in de catechese tegemoetkomen aan de opbouw van deze rots, fundament en spil van het leven van de kinderen.
De band tussen catechese en doopsel kan in dit verband verklarend werken. Voor de eerste Christenen richtte de catechese zich essentieel tot de volwassenen en had een bevoorrechte plaats in de voorbereiding op de doop, een daad door dewelke het leven van de christenen werd getransformeerd om zich totaal aan Christus toe te wijden. Vandaag geven de meeste christenen vanaf hun jeugdige leeftijd zich in de handen van God, opdat zij zo vroeg mogelijk zouden kunnen deelnemen aan het leven van de verrezen Christus.
Zijn toebehoren tot de kerk vrij en progressief verankeren
Vanaf dat moment zal de catechese de keuze van de ouders bevestigen om hun kind te laten dopen. Evenals de deelname aan de sacramenten en het leven van de Kerk. Zij actualiseert de gave van het doopsel, zij legt de basis voor een persoonlijke toetreding, gerijpt en volwassen, door aan de kinderen alle middelen te verschaffen om de keuze van de ouders te aanvaarden. Het kind kan zo zijn toebehoren tot de christelijke familie vrij en progressief verankeren volgens meerdere hoofdlijnen :
*in een maatschappij waar de notie van God meer en meer afwezig is, zal het kind doorheen de geschiedenis en het leven van de heiligen leren, dat God zich openbaart aan de mensen en deelheeft aan het leven van zijn volk, om tenslotte mens te worden als zij;
*dat het gebed en het gaan naar de Kerk de zondag vlug een verplichting kan worden of een familiale gewoonte. Het kind wordt er zich van bewust dat de radicaliteit van het Evangelie zich vooral richt op het hart van de mens waarop men vrij is te antwoorden of niet te antwoorden op de liefdesrelatie waartoe God ons uitnodigt;
* Het toebehoren aan de christelijke familie uit zich door het doopsel. De sacramenten en de riten zijn niet gebaseerd op magische of automatische daden : tijdens de catechese doet het kind mee aan de gezangen en aan de liturgische daden, wat hem toestaat om zijn reden van zijn te verdiepen alsook om de betekenis van de Traditie van de Kerk te leren kennen;
*In een dagelijkse omgeving waar de wet van de sterkste lijkt de bovenhand te hebben, sensibiliseert het kind zich progressief aan een evangelische rechtvaardigheid, waar het misprijzen en de wraak zijn vervangen door de noties van liefde en respect voor de persoon;
*Tegenover de moeilijkheid om zijn geloof te bevestigen en te beleven, leert het kind om met zijn vrienden te bouwen aan een broederlijke gemeenschap van gelovigen, verenigt door de vreugde van het spel en van het ‘samen-leven’, open voor de noden van zijn naaste en de meest kwetsbaren.
Om te resumeren : om te antwoorden op onze beginvraag, het inschrijven van het kind in de catechese, is hem vanaf vandaag de kans geven, en dit vanaf de leeftijd van vier, zes, acht of twaalf jaar, zonder te wachten tot hij achttien jaar is, om de ervaring op te doen van de vreugde van het Koninkrijk Gods. Zoals Dostoïevsky het zei aan een kind in de Gebroeders Karamazov, ” het paradijs begint vanaf vandaag op deze aarde, het ongeluk is dat de mensen het niet weten”
De betrokkenheid van de ouders is noodzakelijk
Nochtans, opdat het kind het getuigenis dat hij ontvangen heeft tijdens de catechese zou kunnen assimileren en vruchten doen dragen, opdat alle schoolse en buitenschoolse activiteiten van het kind zouden doordrongen worden door de vreugde van het Evangelie dat hen zo goed mogelijk is overgeleverd, en opdat het kind zijn leven zou kunnen oriënteren in het perspectief van het Koninkrijk, weloverwogen, met alle kaarten in de hand, volstaat het werk van de catecheses niet ! De betrokkenheid van de ouders is noodzakelijk, en dit onder verschillende vormen :
*Aan het kind tonen dat de tijd van de catechese een belangrijke plaats inneemt in de loop van het dagelijkse leven (door bijvoorbeeld altijd stipt te zijn bij de catecheses);
* Herzien, vervolledigen en verdiepen samen met het kind van het onderricht dat het heeft ontvangen (door bijvoorbeeld boeken te lenen uit de kerkelijke bibliotheek die bestemd zijn voor kinderen en ze samen met hen te lezen);
*Het kind inwijden in een leven van persoonlijk en gemeenschappelijk gebed (in het gezin
…). Zich inspannen om het leven van Christus voor zichzelf na te volgen (misschien is dit het moeilijkste, maar het meest belangrijke !)
Het is op deze manier dat wij wellicht zouden kunnen, in de loop zelf van het dagelijkse leven, door een activiteit die zo eenvoudig en veeleisend is als de catechese, deze bescheiden graankorrel te zaaien in het hart van de kinderen, die geroepen zijn om te groeien met Gods hulp. Het is immers “de vreugde van de Vader die ons veel vruchten zal geven…”(Joh 15,8)
Jean Jacques Laham
Uit het Frans vertaald door Kris Biesbroeck
.
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 2

“Toen de hoofdman, die tegenover Hem stond, zag, dat Hij zó de geest gegeven had, zei hij: Waarlijk, deze mens was een Zoon van God” (Mc 15,39)
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God.” (Joh 1,1) Hij is gelijk aan zichzelf; wat Hij is, is Hij altijd; Hij kan niet veranderen, Hij is het zijn. Dat is de naam die Hij aan Mozes bekend maakte: “Ik ben die Ik ben” en “Aldus zult u zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden” (Ex 3,14)… Wie kan dit begrijpen? Of wie kan tot Hem komen – gesteld dat hij alle krachten van zijn geest stuurt om ten goede of ten kwade Degene die is, te bereiken? Ik zou hem vergelijken met een banneling die van ver zijn vaderland ziet: de zee scheidt hem ervan; hij ziet waar hij heen moet, maar heeft niet het middel om er heen te gaan. Zo willen wij ook bij onze eindhaven aankomen, want Hij alleen is altijd dezelfde, maar de oceaan van deze wereld snijdt onze weg af…
Om ons een middel te geven om er heen te gaan, is Degene die ons roept van daarginds gekomen; Hij heeft hout gekozen om ons de zee over te laten steken: ja, niemand kan de oceaan van deze wereld oversteken behalve gedragen door het kruis van Christus. Zelfs een blinde kan dit kruis vastpakken; als je niet goed ziet waar je heen gaat, laat dan niet los: zijzelf zal je er brengen. Dat is, mijn broeders en zusters, wat ik u op het hart zou willen drukken: als u wilt leven in de geest van toewijding, in de christelijke geest, hecht u dan aan Christus zoals Hij zich voor ons heeft gemaakt, opdat we bij Hem kunnen komen zoals Hij is, en zoals Hij altijd geweest is. Daarom is Hij tot ons nedergedaald, want Hij is mens geworden om de gebrekkigen te dragen, om hen de zee over te laten steken en hen in het vaderland aan te laten komen, waar geen vaartuig meer nodig is, omdat er geen oceaan meer overgestoken hoeft te worden. Alles welbeschouwd is het beter om ‘Hij die is’ niet met de geest te zien, maar om het kruis van Christus te omhelzen, en is het beter dan Hem met de geest te zien en het kruis te minachten. Dat wij voor ons geluk tegelijk mogen zien waar we heengaan en ons vastklampen aan het vaartuig dat ons meevoert…! Sommigen zijn er in geslaagd, en ze hebben gezien wat Hij is. Omdat hij Hem heeft gezien zoals Johannes zegt: “In den beginne was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Ze hebben Hem gezien; en om te komen tot wat zij in de verte zagen, hebben ze zich vastgehecht aan het kruis van Christus, en hebben ze de nederigheid van Christus niet geminacht.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
1ste sermon voor Witte Donderdag, Morin Guelferbytanus 13 ; PLS 2, 572

“Ik stijg op naar mijn en uw Vader”
“Raak me niet aan, want Ik moet nog opgaan naar mijn Vader.” Wat wil dat zeggen? Dat men Christus beter met het geloof dan via het vlees aan kan raken. Christus aanraken met het geloof, is Hem aanraken met de hele waarheid. Zo ook de vrouw die leed aan bloedverlies: ze naderde Christus vol met geloof en raakte zijn kleed aan… En de Heer die samengedrukt werd in de menigte, werd alleen door deze vrouw aangeraakt… want zij geloofde (Mc 5,25v).
Vandaag, mijn broeders en zusters, is Jezus in de hemel. Toen Hij tussen zijn leerlingen verbleef, toen Hij bekleed werd met een zichtbaar lichaam en toen Hij een sterfelijk lichaam bezat, zag men Hem, en raakte men Hem aan. Maar vandaag zetelt Hij aan de rechterzijde van de Vader, wie onder ons kan Hem nog aanraken? En toch, wee ons, als we Hem niet aanraken. Wij allen die geloven, raken Hem aan. Hij is in de hemel, Hij is ver weg, en de afstanden die Hem van ons scheiden zijn niet meetbaar. Maar geloof, en u raakt Hem aan. Wat zeg ik? Raakt u Hem aan? Als u gelooft hebt u Hem, in wie u gelooft, naast u…
Wilt u weten hoe Maria Hem aan wilde raken? Ze zocht Hem als zijnde dood en geloofde niet dat Hij moest verrijzen: “Ze hebben de Heer uit het graf gehaald!” (Joh 20,2) Ze huilt om een mens… “Raak me niet aan, want Ik moet nog opgaan naar mijn Vader.” Als je me aanraakt voordat Ik naar de Vader ben gegaan, zul je slechts een mens in mij zien. Wat zal dat geloof je brengen? Laat Mij naar de Vader gaan. Ik heb Hem nooit verlaten, maar Ik ga er voor jou naar toe, als je gelooft dat Ik aan de Vader gelijk ben.” Onze Heer, Jezus Christus heeft zijn Vader niet verlaten, toen Hij van nederdaalde van bij Hem vandaan. En toen van bij ons vandaan weer opsteeg, heeft Hij ons ook niet verlaten. Want op het moment van opstijgen om aan de rechterhand de Vader te gaan zitten, zo ver weg, zei Hij tegen zijn leerlingen: “Ik zal bij u blijven tot aan het einde der tijden” (Mt 28,20).
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
H. Proclus van Constantinopel (rond 390-446), bisschop
Sermon 14 ; PG 65, 796

“Dag van blijdschap en vreugde” (Ps 118,24)
Wat een mooi Paasfeest! En wat een mooie bijeenkomst! Deze dag bevat zoveel oude en nieuwe mysteries! In deze feestweek of liever vreugdeweek, zijn alle mensen over de hele aarde vol blijdschap, en zelfs de hemelse machten verenigen zich met ons om in vreugde de verrijzenis van de Heer te vieren. De engelen en de aartsengelen jubelen, ze verwachten dat de Koning der hemelen, Christus onze God, terugkomt als overwinnaar van de aarde. Het koor van heiligen jubelt, ze verkondigen “Hem die oprijst uit de schoot van de dageraad” (Ps 110,3), de Christus. De aarde jubelt: het bloed van God heeft haar gewassen. De zee jubelt: de voetstappen van de Heer hebben haar geëerd. Dat elke mens, herboren uit het water en de Heilige Geest, jubele: dat Adam, de eerste mens, overgeleverd aan de oude vloek, jubele…
Niet alleen heeft de verrijzenis van Christus deze feestdag ingesteld, maar ze verschaft ons ook het heil in plaats van het lijden, onsterfelijkheid in plaats van de dood, genezing in plaats van verwondingen, de verrijzenis in plaats van de ondergang. Vroeger vond het mysterie van Pasen plaats in Egypte volgens de rituelen die door de Wet gegeven zijn; het offer van het lam was slechts een teken. Maar vandaag vieren we, volgens het Evangelie, het geestelijk Pasen, welke de dag van verrijzenis is. Daar slachtte men een lam uit de kudde…; hier is het Christus zelf die zich offert als Lam van God. Daar is het een dier uit de schaapskooi; hier gaat het niet om een lam, maar om de herder zelf, die het leven geeft voor zijn schapen (Joh 10,11)… Daar trekt het Hebreeuwse volk door de Rode zee en ze heffen een overwinningshymne aan ter ere van hun verdediger: “Ik wil de Heer zingen, want Hij is hoog verheven” (Ex 15,1).. Hier zingen degenen, die waardig geacht zijn om gedoopt te worden, in hun hart de overwinningshymne: “Een enige Heilige, een enige God, Jezus Christus, in de heerlijkheid van God de Vader. Amen”. “De Heer is Koning, bekleed met majesteit”, roept de profeet uit (Ps 93,1). Het Hebreeuwse volk trok door de Rode zee en aten manna in de woestijn. Vandaag eet men, na uit de doopfontein te komen, het brood dat uit de hemel neerdaalt (Joh 6,51).
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
Xpistos anesti
DIENST VAN DE PAASNACHT

LEZINGEN : Handelingen : 1,1-8
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart
Mijn eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.
EVANGELIE : Johannes 1,1-17
‘ Het Woord is mens geworden
In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Van hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”‘ Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
PASEN
Het zal in alle vroegte zijn als toen.
De steen is weggerold. Ik ben uit de grond opgestaan.
Mijn ogen kunnen het licht verdragen.
Ik loop en struikel niet. Ik spreek en versta mijzelf.
Mensen komen mij tegemoet. Wij zijn in bekenden veranderd.
De ochtendmist trekt op. Ik dacht een dorre vlakte te zien.
Volle schoven zie ik, lange halmen, aren, waarin de korrel zwelt.
Bomen omranden het bouwland.
Heuvels golven de verte in, bergopwaarts, en worden wolken.
Daarachter, kristal geworden, verblindend,
de zee, die haar doden teruggaf.
Huub Oosterhuis
De dood overwonnen
De dood overwonnen
niets hield U gebonden
U rees uit het graf
en stond op uit de dood.
Niets kan ons nog scheiden
geen dood en geen lijden
U hebt in ons leven
het laatste woord.
De kloof is verdwenen
ons wacht eeuwig leven
een leven met Hem
in Gods heerlijkheid.
Blijf niet staan bij dat graf
want daar is Hij niet meer
Jezus leeft en wij met Hem
dat is genade van onze Heer.
Cobi van der Hoeven
H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 2

“Toen de hoofdman, die tegenover Hem stond, zag, dat Hij zó de geest gegeven had, zei hij: Waarlijk, deze mens was een Zoon van God” (Mc 15,39)
“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God.” (Joh 1,1) Hij is gelijk aan zichzelf; wat Hij is, is Hij altijd; Hij kan niet veranderen, Hij is het zijn. Dat is de naam die Hij aan Mozes bekend maakte: “Ik ben die Ik ben” en “Aldus zult u zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden” (Ex 3,14)… Wie kan dit begrijpen? Of wie kan tot Hem komen – gesteld dat hij alle krachten van zijn geest stuurt om ten goede of ten kwade Degene die is, te bereiken? Ik zou hem vergelijken met een banneling die van ver zijn vaderland ziet: de zee scheidt hem ervan; hij ziet waar hij heen moet, maar heeft niet het middel om er heen te gaan. Zo willen wij ook bij onze eindhaven aankomen, want Hij alleen is altijd dezelfde, maar de oceaan van deze wereld snijdt onze weg af…
Om ons een middel te geven om er heen te gaan, is Degene die ons roept van daarginds gekomen; Hij heeft hout gekozen om ons de zee over te laten steken: ja, niemand kan de oceaan van deze wereld oversteken behalve gedragen door het kruis van Christus. Zelfs een blinde kan dit kruis vastpakken; als je niet goed ziet waar je heen gaat, laat dan niet los: zijzelf zal je er brengen. Dat is, mijn broeders en zusters, wat ik u op het hart zou willen drukken: als u wilt leven in de geest van toewijding, in de christelijke geest, hecht u dan aan Christus zoals Hij zich voor ons heeft gemaakt, opdat we bij Hem kunnen komen zoals Hij is, en zoals Hij altijd geweest is. Daarom is Hij tot ons nedergedaald, want Hij is mens geworden om de gebrekkigen te dragen, om hen de zee over te laten steken en hen in het vaderland aan te laten komen, waar geen vaartuig meer nodig is, omdat er geen oceaan meer overgestoken hoeft te worden. Alles welbeschouwd is het beter om ‘Hij die is’ niet met de geest te zien, maar om het kruis van Christus te omhelzen, en is het beter dan Hem met de geest te zien en het kruis te minachten. Dat wij voor ons geluk tegelijk mogen zien waar we heengaan en ons vastklampen aan het vaartuig dat ons meevoert…! Sommigen zijn er in geslaagd, en ze hebben gezien wat Hij is. Omdat hij Hem heeft gezien zoals Johannes zegt: “In den beginne was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God.” Ze hebben Hem gezien; en om te komen tot wat zij in de verte zagen, hebben ze zich vastgehecht aan het kruis van Christus, en hebben ze de nederigheid van Christus niet geminacht.
Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org
De edl’e Jozef
Goede Vrijdag
DE HEILIGE GRAFKERK

“Toen gaf hij (Pilatus) Hem aan hen over, opdat Hij gekruisigd zou worden. En zij namen Jezus en leidden Hem weg. En Hij, dragende Zijn kruis, ging uit naar de plaats genaamd Hoofdschedelplaats, welke in ’t Hebreeuws genaamd wordt Golgotha.” (Joh, 19: 16, 17). De Heilige Grafkerk, de meest geëerde plaats voor het Christendom, is gebouwd op Golgotha, de plaats van de kruisiging én op het graf, waarin het lichaam van Jezus gelegd werd. De kruisiging vond plaats buiten de stadsmuur, dicht bij de stad. (Joh. 19:20). De eerste Heilige Grafkerk werd gebouwd in het jaar 324. Zij stond toen reeds bijna in het midden van de ommuurde stad, omdat 11 jaar na de kruisiging, in het jaar 44, Golgotha binnen de stad kwam te liggen wegens het bouwen van een nieuwe stadsmuur door Herodes Agrippa. In het midden van de vorige eeuw werden overblijfselen van deze oude muur ontdekt ten oosten en ten noorden van het naburige Russische Tehuis. Ook de vele joodse grafzerken, die thans nog binnen de kerk te zien zijn vormen het zekere bewijs, dat deze vroeger buiten de stad gelegen moeten hebben. Volgens de joodse wet mocht immers niemand binnen de Heilige Stad begraven worden. Ook de plaats, waar de kruisiging plaats vond en die door de christenen ten tijde van Constantijn vereerd werd, is vrijwel met zekerheid aan te wijzen. Keizer Hadrianus liet in 135 na Chr. op het graf van Jezus een Romeinse tempel bouwen die aan Jupiter gewijd werd, om op die manier elke herinnering aan de gewijde joodse en christelijke plaatsen uit te roeien. (Hetzelfde gebeurde in Bethlehem boven de geboortegrot). Maar dit optreden had juist het tegenovergestelde tot gevolg. In plaats van deze heilige plaats voor altijd aan de vergetelheid prijs te geven, werd het heilig oord door deze ontwijding veel meer gemarkeerd en ter nagedachtenis bewaard. Koningin Helena, de moeder van Keizer Constantijn, kon in 326 na Chr. de plaats van het kruis en het graf van Christus des te gemakkelijker opnieuw ontdekken. Op bevel van Constantijn en zijn moeder werd de tempel van Hadrianus afgebroken, om plaats te maken voor een prachtige basiliek, die echter bijna 3 eeuwen later, in 614, door de Perzen werd verwoest. Door de abt Modestus werd deze op kleinere schaal herbouwd, maar in het jaar 1009 opnieuw vernield door Kalief Hakem. Deze hernieuwde ontwijding van de heilige plaatsen door mohammedaanse handen vormde één van de voornaamste motieven, die het gehele christelijke Westen tot de Eerste Kruistocht aanspoorde. De Kruisvaarders bouwden 50 jaar na de inname van Jeruzalem de Grote Grafkerk, in 1149. In de loop der eeuwen zijn er hier en daar verschillende uitbreidingen op kleinere schaal aan toegevoegd, maar ondanks allerlei restauraties bestaat de kerk vandaag praktisch nog geheel in zijn originele vorm. Krachtens een status-quo decreet van de Turkse regering uit het jaar 1852 is de Grafkerk onder zes verschillende christelijke kerken (katholieken, Grieks-orthodoxen, Armeniërs, Syrische Jakobijnen, Ethiopiërs en Kopten) verdeeld. Saladin, die in 1187 Jeruzalem heroverde op het leger van de Kruisvaarders stond de christenen toe de heilige plaatsen te bezoeken, maar droeg de bestuursrechten over aan een mohammedaanse familie, die nog heden ten dage de sleutel van de Grafkerk bewaart, vanwege de voortdurende strijd over hun aandeel binnen de kerk. Over het uitvoeren van de noodzakelijke reparaties konden de verschillende religies moeilijk tot overeenstemming komen, zodat de kerk al meer en meer in verval geraakte. De regering onder het Britse mandaat was in 1927 gedwongen een onooglijke stalen balkconstructie aan te brengen om instorting – vanwege de aardbeving van dat jaar – te voorkomen. Pas in 1957 sloot men zich aaneen, om gezamenlijk het herstel en de vernieuwing van de kerk ter hand te nemen.
HET GRAF VAN CHRISTUS
“En er was ter plaatse, waar Hij gekruisigd was, een hof, en in die hof een nieuw graf, waarin nog nooit iemand was bijgezet; daar dan legden zij Jezus neer wegens de Voorbereiding der Joden (=Sabbath), omdat het graf dichtbij was.” (Joh. 19:41,42). Dit graf bevond zich in de onmiddellijke nabijheid van Golgotha, aan de voet van de heuvel Calvarie en daar werd Jezus begraven. Het graf, in de rots uitgehouwen, was het familiegraf van Jozef van Arimathea (Joh. 19:38). Deze Jozef, een voornaam raadsheer en een vermogend man, was lid van het Sanhedrin, het hoogste joodse gerechtshof, en in ’t geheim een discipel van Jezus. Het graf bestond uit twee kamers: de eerste, een soort voorportaal, diende als ontmoetingsplaats voor de rouwdragenden; in de tweede kamer was een bed uit de rots gehouwen, waarop het lichaam gelegd werd. Al ten tijde van Koningin Helena had men het eigenlijke graf van Jezus afgescheiden van de rest van de heuvel. Het graf bestond tot het jaar 1009, waarna het door Kalief Hakem volledig vernietigd werd. Na een verschrikkelijke brand werd het huidige grafmonument in het jaar 1810 op dezelfde plaats herbouwd door de Grieks-orthodoxe en Russisch-orthodoxe Kerk. Binnen het monument bevindt zich een marmeren plaat, die de plaats aangeeft, waar het lichaam van Jezus zou zijn neergelegd. Men gelooft, dat onder deze marmeren plaat zich nog resten bevinden van de echte, oorspronkelijke plaat uit de tijd van de Kruisvaarders.
GOEDE VRIJDAG
Het gebeurt ook vandaag
Angst zoals bij de apostelen, het gebeurt ook vandaag.
Angst om tekort te hebben, om te verliezen wat we hebben.
Angst voor verandering en voor het onbekende,
voor vluchteling en vreemde, voor mensen die anders zijn.
Gevoel van onveiligheid, van niet meer thuis te horen.
Wij bidden tegen angst in,
dat wij de moed opbrengen bezit en leven te delen,
mensen te leren kennen en te beluisteren,
vreemd tot vriend te laten worden.
Verraad van Judas, het gebeurt ook vandaag.
Smeergeld, corruptie en drang naar winst maken
zoveel vriendschap en relaties kapot.
Mensen leven met het dagelijks gevoel dat niemand te vertrouwen is.
Wij bidden tegen het verraad en tegen het gebruiken van de medemens.
Dat wij ophouden te zwijgen bij onrecht,
dat wij opkomen voor gerechtigheid.
Verloochening van Petrus, het gebeurt ook vandaag.
Mensen worden, ongekend en onbemind, steeds weer vergeten.
Door het spel van elk voor zich,
van onverschilligheid en vooroordelen,
wordt hen het recht op “zichzelf-zijn” ontzegd.
Bidden wij tegen het verloochenen: om aandacht en begrip,
dat wij durven kiezen om elke mens in zijn waardigheid te erkennen.
HET LAATSTE AVONDMAAL
GOEDE DONDERDAG
In Uw handen Vader, beveel ik u mijn geest
DIENST VAN GROTE WOENSDAG