zondag van de verbanning van Adam – begin van de vastentijd

 

Zondag van de verbanning van Adam

Begin van de vastentijd

verbanning van Adam.jpg

 

LEZINGEN

Rom.13,-14,4 :

Waakzaam zijn [11] U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uur* om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. [12] De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. [13] Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. [14] Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel* uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.Hoofdstuk 14Verdraagzaam zijn [1] Aanvaard* ieder die zwak* is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. [2] De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. [3] Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. [4] Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

De Vader ziet in het verborgene [1] Pas op dat jullie je gerechtigheid* niet doen voor het oog van de mensen, om door hen gezien te worden. Anders wacht je geen loon bij jullie Vader in de hemel. [2] Dus wanneer je barmhartig bent, loop er dan niet mee te koop, zoals de schijnheiligen dat doen in de synagogen en op straat, om door de mensen geprezen te worden. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [3] Maar als jij barmhartig bent, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechter doet, [4] opdat je barmhartigheid in het verborgene* gebeurt; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. [5] En wanneer je bidt, wees dan niet als de schijnheiligen; zij staan graag in de synagogen en op de hoeken van de straten te bidden, om op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [6] Maar als je bidt, ga dan je binnenkamer in, doe de deur dicht, bid tot je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen. [7] Gebruik bij het bidden geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want die menen dat ze vanwege hun talrijke woorden verhoord zullen worden. [8] Neem daar geen voorbeeld aan, want jullie Vader weet wat je nodig hebt, voordat je het Hem vraagt. [9] Jullie moeten zo bidden:

   

Onze Vader in de hemel, uw naam worde geheiligd,

 

[10]

uw koninkrijk kome, uw wil geschiede, op aarde zoals in de hemel.

 

[11]

Geef ons vandaag het nodige* brood,

 

[12]

en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie schulden heeft bij ons.

 

[13]

En breng ons niet in beproeving*, maar red ons van het kwaad.

[14] Want als jullie de mensen hun overtredingen vergeven, zal je hemelse Vader ook jullie vergeven. [15] Maar als jullie de mensen niet vergeven, zal je Vader jullie overtredingen ook niet vergeven. [16] Wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, want zij vertrekken hun gezicht om met hun vasten op te vallen bij de mensen. Ik verzeker jullie, ze hebben hun loon al. [17] Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht, [18] opdat het bij de mensen niet opvalt dat je vast, maar wel bij je Vader, die in het verborgene is; en je Vader, die in het verborgene ziet, zal het je lonen.Maak je geen zorgen! [19] Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. [20] Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. [21] Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.

BEGIN VAN DE VASTENTIJD

 

De orthodoxe Kerk staat aan de vooravond van de Grote Vasten als voorbereiding op Pasen (27 april) Zondag 9 maart is de laatste zondag van de voorvasten.Na de Goddelijke Liturgie zal de Kerk in een speciale sfeer herschapen worden : men zal er plechtig de vespers van VERGEVINGSZONDAG vieren, wij vragen aan allen vergiffenis voor onze fouten. Dit luidt officieel reeds een overgang in naar de Grote Vasten de zondag daarop. Die zondag eten de Orthodoxen ook geen vlees, omdat wij ons reeds willen aanpassen aan de grote inspanning die zeven dagen later van ons verwacht wordt.

 

Troparion van Vergevingszondag Een bittere spijze was het die Adam uit het paradijs verdreven heeft : hij weigerde om te vasten volgens het gebod van zijn Heer, en werd toen veroordeeld om de aarde, waaruit hij genomen was, met veel moeite te bewerken, en zijn brood te eten in het zweet zijns aanschijns. Laat ons daarom het vasten beminnen, opdat wij niet als Adam wenen moeten buiten het Paradijs, maar dat wij daarin mogen binnentreden.

 

Kondakion van Vergevingszondag Gids der wijsheid, Schenker van het verstand, Opvoeder der onverstandigen en Beschermer der armen, bevestig en onderricht mijn hart, o Meester. Schenk mij het woord, Gij die het Woord des Vaders zijt, want zie, mijn lippen houden niet op om tot u te roepen : Barmhartige, ontferm U mijner, die gevallen ben.

 

PR t.8 – Doet geloften aan de Heer uw God. God wordt gekend in Judea : zijn Naam is groot in Israël. ALL : Het is goed de Heer te belijden ….psalm 216 – Rom.13,11b-14,4 – Matt. 6,14-21.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

33e zondag na Pinksteren – Zacheüszondag

 

33e zondag na Pinksteren : “Zacheüszondag”

 

 

Zacheüs  Duitse prentenbijbel XVe eeuw.jpg

Zacheüs – Duitse prentenbijbel uit de 15e eeuw

 

 

LEZINGEN

1Tim.4,9-15

 [9] Dit* woord is betrouwbaar en verdient volledige instemming! [10] Dit* is het doel van al ons zwoegen en strijden, want wij hebben onze hoop gesteld op de levende God, die een redder is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen. [11] Dit moet u hun bijbrengen en hierin moet u hen onderrichten. [12] Niemand* mag u verachten om uw jeugd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen door woord en gedrag, in liefde, in geloof en in zuiverheid. [13] In afwachting van mijn komst moet u zich wijden aan de voorlezing* van de Schrift, de vermaning* en het onderricht. [14] Verwaarloos* niet de genadegave* die in u is en die u krachtens een profetenwoord* werd geschonken, onder handoplegging* van de gezamenlijke oudsten. [15] Neem dit alles ter harte, ga er geheel in op, dan zullen uw vorderingen voor allen zichtbaar zijn.

EVANGELIE : Lucas 19,1-10

Bij Zacheüs [1] Hij* kwam in Jericho en trok door de stad. [2] Daar was een man die Zacheüs heette. Hij was oppertollenaar en hij was rijk. [3] Hij wilde wel eens zien wat Jezus voor iemand was, maar het lukte hem niet vanwege de mensenmassa, want hij was klein van stuk. [4] Daarom rende hij vooruit en klom in een moerbeivijgenboom om Hem te zien te krijgen, want Hij zou daar voorbijkomen. [5] Toen Jezus bij die plek kwam, keek Hij omhoog en zei tegen hem: ‘Zacheüs, kom vlug naar beneden; vandaag moet Ik in uw huis verblijven.’ [6] Hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met vreugde. [7] Iedereen die het zag sprak er schande van. ‘Hij neemt zijn intrek bij een zondaar’, zeiden ze. [8] Zacheüs richtte zich tot de Heer. ‘Heer,’ zei hij, ‘hierbij geef ik de helft van mijn bezit aan de armen, en als ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig*.’ [9] Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is er redding gekomen voor dit huis, want ook hij is een zoon van Abraham. [10] De Mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.’

26e zondag na Pinksteren : feest van de heilige Ambrosius

26e zondag na Pinksteren

Feest van de heilige Ambrosius

 

ambroise van Milaan.jpg

Ambrosius van Milaan

 

 

 Ef.5,9-19

 

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. [10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is. [11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak. [12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken. [13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar. [14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd: Ontwaak,* slaper, sta op uit de doden, en Christus zal over u stralen. [15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer. Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat [10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

Lucas 13,10-17

 

Genezing van een kromgebogen vrouw op sabbat
    
[10] Eens gaf Hij op sabbat onderricht in een synagoge. [11] Daar bevond zich een vrouw die al achttien jaar leed onder een geest die haar ziek maakte. Ze liep krom en was niet in staat zich op te richten. [12] Jezus zag haar en sprak haar aan. ‘Vrouw’, zei Hij, ‘u bent van uw kwaal verlost.’ [13] Hij legde haar de handen op en onmiddellijk rechtte ze haar rug, en ze prees God. [14] Geërgerd, omdat Jezus op sabbat iemand genezen had, zei de voorzitter van de synagoge tegen de menigte: ‘Zes dagen zijn er om te werken. Dan kunt u komen om u te laten genezen, niet op sabbat.’ [15] De Heer gaf hem dit antwoord: ‘Huichelaars! Ieder van u maakt toch op sabbat zijn os of ezel los van de voerbak om hem te drinken te geven? [16] Moest deze dochter* van Abraham dan op sabbat niet losgemaakt worden van de boeien waarmee de satan haar al achttien jaar geleden heeft vastgebonden?’ [17] Toen Hij dat zei stonden al zijn tegenstanders beschaamd en verheugde de hele menigte zich over alle prachtige dingen die door Hem totstandkwamen.

 

 

24e zondag na Pinksteren : de tempelgang van de Moeder Gods

24e zondag na Pinksteren

FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN DE ALHEILIGE  MOEDER GODS 

 

Tempelgang moeder gods.jpg

 Tempelgang van de Moeder Gods

Eerste lezing

Hebr.9,1-7

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.      In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

 Evangelie :

Lucas 10,38-42 en 11,27-28

Bij Marta en Maria      Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen      Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

 

TROPARION :

 

 

 

 

 

Heden is het begin van Gods welbehagen : de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing der mensen. De Maagd komt in de Tempel Gods en verkondigt reeds aan allen de Christus. Tot haar willen ook wij met de Engel roepen : Verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper.

 

KONDAKION : 

 

 

 

De alreine Tempel van de Verlosser, het kostelijk maagdelijk Bruidsvertrek, de geheiligde Schatkamer van Gods Heerlijkheid wordt heden binnengeleid in het Huis des Heren. Zij brengt daar de genade van Gods Heilige Geest, terwijl Zijn Engelen zingen : Zie, daar is de hemelse woontent.

 

23e zondag na Pinksteren ‘de zwijnenhoeders’

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”

 

bezeten zwijnen6.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.      Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene      Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

parabel van de zaaier

21e zondag na Pinsteren, 4e na de Kruisverheffing

Feest van de Vaders van het Zevende Oecumenisch Concilie

“De parabel van de zaaier”

 

 

zaaier_ van Gogh.jpg

 

LEZINGEN

Galaten 2,16-20

Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. Als wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. Want staande onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

EVANGELIE

‘Een zaaier ging het land op om zijn zaad te zaaien. Bij het zaaien viel er een deel op het pad; het werd vertrapt en de vogels van de hemel aten het op. [6] Een ander deel viel op rotsige bodem; het kwam wel op, maar het verdorde door gebrek aan vocht. [7] Weer een ander deel viel tussen de distels, maar ook de distels groeiden op en ze verstikten het. [8] En weer een ander deel viel in goede aarde; het kwam op en droeg honderdvoudig vrucht.’ En Hij besloot met de uitroep: ‘Wie oren heeft om te horen, moet horen.’
     [9] Zijn leerlingen vroegen Hem wat de gelijkenis betekende. [10] Hij zei: ‘Jullie is het gegeven de geheimen van het koninkrijk van God te kennen, maar* de anderen moeten het doen met gelijkenissen, opdat ze kijken, maar niet zien; horen, maar niet verstaan. [11] Dit* betekent de gelijkenis: het zaad is het woord van God. [12] Die op het pad zijn zij die het woord horen, maar dan komt de duivel en pakt het weg uit hun hart om te voorkomen dat ze gaan geloven en gered worden. [13] Die op de rotsige bodem zijn zij die het woord met vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar ze hebben geen wortel; ze geloven enige tijd, maar op het moment van de beproeving worden ze afvallig. [14] Wat in de distels valt zijn zij die horen, maar gaandeweg worden ze door zorgen, rijkdom en de genoegens van het leven verstikt en raken niet volgroeid. [15] Wat in goede aarde valt zijn zij die het woord met een goed en edel hart horen en vasthouden, die volharden en vrucht dragen.

 

19e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief.

19e zondag na Pinksteren

‘Heb uw vijanden lief !’

 

 

 

 

Eerste Lezing

 2 Kor. 11,31-12,9

 

11 .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12 .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is

17e zondag na Pinksteren : de kananese vrouw

 

 

17e zondag na Pinksteren

2e na de Kruisverheffing

 

“Van de kananese vrouw”

 

 

Maria Magdalena abab.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :

2 Kor.9,6-16 – 7,1

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen.